CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Ontheffing Gedeputeerde Staten Noord-Holland

gemeenteraad 18 april 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen bij omgevingsvergunning Noordereinde 249 te 's-Graveland (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)1.905 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z.72442/D.403838

Provincie Noord-Holland PoSTBUS 3007

2001 DA HAARLEM

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijdemeren

Postbus 190 1230 AD Loosdrecht

Gedeputeerde Staten Uw contactpersoon Mw. J. Dam

BEL/ RO

Telefoonnummer 023-5145123 Jolanda.dam@ noord-holland.nl

1

Verzenddatum

Betreft: Verzoek om ontheffing van de Omgevingsverordening NH2020 voor de realisatie van drie woningen aan het Noordereinde 249 te 's Graveland gemeente Wijdemeren

-

5 BU 88

Kenmerk 2014325/ 2054093

Uw kenmerk

Geacht college,

Z.72442

In uw brief van 21 maart 2023, verzonden 5 april 2023, verzoekt u ons op grond van artikel 1 3.4 van de Omgevingsverordening NH2020 ontheffing te verlenen van artikel 6.9 MRA landelijk gebied en 6.46 Bijzonder provinciaal landschap van deze verordening. Op basis van deze ontheffing wilt u de realisatie van drie woningen aan het Noordeinde 249 te 's Graveland (hierna ook: het plan) mogelijk maken. In het geldende bestemmingsplan 'Wijdemeren, Kern 's Graveland en landgoederen', vastgesteld 26 mei 2016, is aan het perceel de bestemming 'Bedrijf' toegekend. In de huidige situatie is het bouwvlak volledig bebouwd. De realisatie van drie woningen is in strijd met de planregels. Het bestemmingsplan kent geen afwijkingsmogelijkheden om de voorgestelde ontwikkeling alsnog mogelijk te maken. Momenteel is in de voormalige bedrijfsbebouwing een winkel gevestigd voor de verkoop van outletkleding en meubels. De bebouwing aan de voorzijde, de zijde van Noordereinde, bestaat uit één bouwlaag met kap. De bebouwing aan de achterzijde, de zijde van de vaart, heeft één bouwlaag met een plat dak. Deze bebouwing zal worden gesloopt en plaats maken voor drie nieuwe woningen bestaande uit twee bouwlagen met een kapverdieping. Het bebouwd oppervlak neemt in de nieuwe situatie niet toe.

Uw college geeft aan dat met de herontwikkeling van het voormalige bedrijfspand naar woningbouw sprake is van een gewenste ruimtelijke invulling van het perceel. De uitvoering van het plan wordt onevenredig belemmerd door de instructieregels van de Omgevingsverordening in verhouding met de te dienen provinciale belangen. U meent in aanmerking te komen voor een ontheffing omdat sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit doordat de in verval rakende bedrijfsbebouwing wordt vervangen door drie nieuwe woningen, die in karakter en vormgeving goed aansluiten bU de overige functies in het

Postbus 3007 2001 DA Haarlem Telefoon (023) 514 3143

Dreef 1 2012 HR Haarlem www.noord-holland.nl Kvk-nummer 34362354 Btw-nummer NL.0010.03.124.8.08

| 5

Z.72442/D.403838

2

5

lint. De ontwikkeling past binnen het beschermd dorpsgezicht van 's Graveland.

Daarnaast geeft u aan dat wij in onze notitie 'Lintbebouwing: probleemlocaties in dorpslinten' de locatie ook hebben aangeduid als probleemlocatie (bijlage 1 nummer 15), waar mogelijk ontheffing kan worden verleend als sprake is van verbetering van de woon- een leefkwaliteit. Na afweging van uw belangen ten opzichte van de hier relevante provinciale belangen komen we tot de conclusie dat de door u gevraagde ontheffing in dit specifieke geval in ontwerp kan worden verleend. Hieronder lichten we -na uiteenzetting van het beoordelingskader- deze afweging en conclusie toe.

Beoordelingskader Op grond van artikel 4.l a van de Wet ruimtelijk ordening en artikel 13.4 van de Omgevingsverordening NH2020 kunnen wij ontheffing verlenen van de in hoofdstuk 6 genoemde instructieregels voor ruimtelijke plannen voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijke ruimtelijke beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding met de door de Omgevingsverordening en -regeling te dienen provinciale belangen. De wetsgeschiedenis en jurisprudentie zijn zeer strikt in de toepassingsmogelijkheden van deze ontheffingsbevoegdheid. Uitgangspunt is onverkorte toepassing van de Omgevingsverordening en -regeling NH2020. Het moet om een uitzonderlijke situatie gaan, zodat de toepassing van deze ontheffingsbevoegdheid een incidenteel karakter heeft.

Beoordeling inhoudelijke aspecten De planlocatie ligt in het lint van het Noordereinde te 's Graveland. Het betreft een kilometerslang gerekt lint met voornamelijk (relatief kleinschalige) woonbebouwing, incidenteel afgewisseld met detailhandel, horeca en bedrijvigheid. Dit bebouwingslint ligt op een smalle strook grond tussen de 's-Cravelandsevaart en het Noordereinde en Zuidereinde. Aan de oostzijde hiervan grenzen de uitgestrekte 's-Gravelandse buitenplaatsen en landgoederen. Dit geheel, en daarmee ook de planlocatie, maakt deel uit van het beschermd dorpsgezicht van 's-Graveland.

Het plan past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040, vastgesteld op 16 september 2021, waarin is opgenomen dat het beleid van uw gemeente gericht is op het versterken van de woon- en leefkwaliteit in kernen en linten. Doordat de uitbreidingsmogelijkheden relatief gering zijn, wil de gemeente e× tra inzetten op inbreiding en transformatie. Hiertoe liggen verspreid in de kernen en linten mogelijkheden tot transformatie of inbreiding. Dit kan zowel kleinschalig gebeuren door een enkele toevoeging van een (extra) woning, het splitsen van woningen of door het transformeren van panden. Met de transformatie van het bedrijfsperceel naar wonen wordt uitvoering gegeven aan het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie. -

Om uitvoering te kunnen geven aan uw beleid vraagt u een ontheffing aan van de instructieregels voor het MRA landelijk gebied (artikel 6.9 OVNH2020) en het Bijzonder provinciaal landschap (6.46 OVNH2020).

2014325/ 2054093

Z.72442/D.403838

3 | 5

Provinciale Staten hebben er bewust voor gekozen om de lintbebouwing onderdeel te laten uitmaken van deze werkingsgebieden. Deze keuze staat wat ons betreft niet ter discussie, ook niet voor de betrokken locatie. Bilzonder Provinciaal Landschap Het Gooi De instructieregels voor het BPL Het Gooi (artikel 6.46 van de Omgevingsverordening NH2020) sluiten de realisatie van het plan, dat wij niet aanmerken als nieuwe stedelijke ontwikkeling, niet uit. Wij verlenen dan ook geen ontheffing van de instructieregels voor het BPL. Voorwaarde voor de ontwikkeling is dat het plan de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast. In uw ontheffingsverzoek heeft u het plan nog niet getoetst aan de kernkwaliteiten van dit gebied. In de toelichting op het ruimtelijk plan dient u alsnog te motiveren waarom het plan voor de realisatie van drie woningen de kernkwaliteiten van het BPL niet aantast. MRA landeliik gebied

De instructieregels van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening NH2020 (MRA Landelijk Gebied) geven aan dat een ruimtelijk plan niet mag voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Hierop zijn in artikel 6.9 uitzonderingen geformuleerd. Het onderhavig plan past niet binnen de in dit artikel gestelde vereisten om in aanmerking te komen voor een dergelijke uitzondering. De huidige bedrijfsbebouwing wordt weliswaar gesloopt, maar vervangen door nieuwe bebouwing ten behoeve van de drie gewenste woningen. De oppervlakte van de bebouwing blijft gelijk. Het plan past niet binnen de instructieregels omdat het op deze locatie niet mogelijk is om meer dan 1.500m2 aan grondoppervlak aan bestaande bedrijfsbebouwing te slopen en er geen sprake is van twee maar van drie burgerwoningen.

Doel van artikel 6.9 is om verdere verstedelijking van het landelijk gebied te voorkomen. Om deze reden is het bij bedrijfsbeëindiging slechts onder voorwaarden toegelaten extra woonbebouwing mogelijk te maken. Hierbij geldt dat sprake moet zijn van een substantiële verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door sloop van bestaande bedrijfsbebouwing en dat de nieuwe woningen de bestaande bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven niet mogen beperken. Wij zijn van mening dat weliswaar niet aan de vereisten van artikel 6.9, tweede lid, maar wel aan het doel van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening OVNH2020 wordt voldaan. Met het bouwplan ontstaat geen verdere verstedelijking van het landelijk gebied. Verder geldt dat met het plan sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit door het wegbestemmen van een in verval rakende bedrijfsfunctie uit de woonomgeving. De nieuwe woningen sluiten in karakter en qua vormgeving aan bij de overige bebouwing in het lint. 'Notitie Lintbebouwinq probleemlocaties in dorpslinten' Op 2 november 2021 hebben wij de 'Notitie Lintbebouwing: probleemlocaties in dorpslinten' vastgesteld en ingestemd met de lijst van 22 probleemlocaties. De locatie Noordereinde 249 komt als nummer 15 voor op deze lijst.

Voor deze locaties is aan de betreffende gemeenten een positieve grondhouding aangekondigd om een ontheffing te verlenen van regels

2014325/ 2054093

Z.72442/D.403838

4

5

in de Omgevingsverordening, die een oplossing voor het probleem in de weg staan. Deze oplossing zal een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in het lint moeten opleveren. Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat aan deze criteria wordt voldaan.

Woonakkoord regio Gooi en Vechtstreek In het woonakkoord voor de regio Gooi en Vechtstreek van mei 2021 zijn de gedeelde ambities van de portefeuillehouders wonen van de regio Gooi en Vechtstreek, de woningcorporaties in deze regio en de provincie Noord-Holland voor woningbouw in de regio weergegeven. Hierin is aangegeven dat binnen de kaders van de Omgevingsverordening met maatwerkoplossingen ook in kleine kernen evenwichtige woningbouw kan worden toegevoegd. Samenvattend Gelet op bovenstaande komen wij tot de conclusie dat onverkorte toepassing van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening NH2020 in dit specifieke geval leidt tot een onevenredige belemmering van de gebruiksmogelijkheden van het onderhavige perceel en het daarop van toepassing zijnde ruimtelijk beleid van uw gemeente in verhouding tot de door de Omgevingsvergunning hier te dienen provinciale belangen. Om die reden zal de door u verzochte ontheffing in ontwerp worden verleend.

De instructieregels van artikel 6.46 van de Omgevingsverordening NH2020 blijven onverkort van toepassing. De gemeente dient in de toelichting op het ruimtelijk plan te motiveren dat geen sprake is van de aantasting van de voorkomende kernkwaliteiten van het BPL.

Procedurele aspecten Om realisatie van het onderhavige woningbouwplan mogelijk te maken wordt toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Uw gemeente dient de inhoud van dit besluit op grond van artikel 3.10, eerste lid, onder e, van de Wabo te verwerken in het ontwerp besluit omtrent de omgevingsvergunning en dit ontwerp gedurende zes weken conform de voorgeschreven wijze ter inzage te leggen. U dient na afloop van de termijn GS te verzoeken een definitieve ontheffing te verlenen. In geval er zienswijzen worden ingediend dient u de nota van beantwoording met het verzoek mee te zenden.

Conclusie Gelet op al het voorgaande besluiten wij: 1.

2.

3.

Op grond van artikel 1 3.4 van de Omgevingsverordening NH2020 de door u gevraagde ontheffing van artikel 6.9 Omgevingsverordening NH2020 in ontwerp te verlenen: De door u gevraagde ontheffing van artikel 6.46 Omgevingsverordening NH2020 te weigeren omdat deze instructieregel zich niet tegen het plan verzet; Om, in het geval er geen zienswijzen worden ingediend, de ontwerp ontheffing te beschouwen als een definitieve ontheffing en de afhandeling ervan aan de sectormanager, sector Ruimtelijke Ontwikkeling te mandateren;

2014325/ 2054093

Z.72442/D.403838

5 | 5

4.

in geval er wel zienswijzen worden ingediend, de nota van beantwoording zienswijzen ter beoordeling aan ons voor te leggen zodat wij deze kunnen betrekken bij de besluitvorming over de definitieve ontheffing.

Om,

Wij wijzen u erop dat op grond van artikel 14.4, vierde lid, van de OVNH2020 de ontheffing vervalt, indien niet binnen twee jaar na het verlenen van de ontheffing een ruimtelijk plan is vastgesteld met gebruikmaking van de ontheffing.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

provinciesecretaris

voorzitter

Rechtsbescherming Voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep is van belang dat deze ontheffing wordt aangemerkt als een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit betekent dat tegen deze ontheffing alleen rechtstreeks beroep kan worden ingesteld door het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen. Andere belanghebbenden kunnen geen rechtstreeks beroep instellen tegen deze ontheffing. Zie kunnen wel beroep instellen tegen de omgevingsvergunning waarvoor deze ontheffing als verklaring van geen bedenkingen dient.

2014325/ 2054093

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13922692/1