CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 bij Toelichting Vleermuizenonderzoek

commissie Ruimte en Economie 27 januari 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Commissievoorstel ontwerpbestemmingsplan 't Laantje 3 en 41.829 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vleermuisinventarisatie ‘t Laantje 3 en 4 te Loosdrecht In het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon

Vleermuisinventarisatie ‘t Laantje 3 en 4 te Loosdrecht

In het kader van Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever: Contactpersoon:

BJZ.NU W. Bekke Twentepoort-Oost 16a 7609 RG Almelo

Projectnummer en versie: 2298, versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Ligging projectgebied: ’t Laantje 3-4 te Loosdrecht

Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 5-12-2019

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: T:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700

1

Inhoudsopgave 1 Inleiding ............................................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................... 3 1.2 Doel ............................................................................................................................................................ 3 2 Het onderzoeksgebied ...................................................................................................................................... 4 2.1 Situering ..................................................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied................................................................................................................. 4 3 Voorgenomen activiteiten................................................................................................................................. 5 3.1 Algemeen ...................................................................................................................................................

5 4 Het onderzoek ................................................................................................................................................... 5 4.1 Methode ..................................................................................................................................................... 5 4.2 Resultaten .................................................................................................................................................. 6 4.3 Wettelijke consequenties ........................................................................................................................... 7 5 Samenvatting en conclusies .............................................................................................................................. 7

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor de sloop van twee woningen aan ’t Laantje 3-4 te Loosdrecht. De woningen worden gesloopt om plek te maken voor de bouw van nieuwe woningen. In het kader van de zorgplicht (art. 1.11 Wet natuurbescherming), dient initiatiefnemer zich vooraf op de hoogte te stellen van mogelijke negatieve effecten op beschermde flora- en faunawaarden. Uit een visuele beoordeling van de gebouwen door een medewerker van Natuurbank Overijssel1 kwam naar voren, dat de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen in de te slopen bebouwing niet uitgesloten kan worden op basis van een visuele inspectie, en dat specifiek onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen noodzakelijk is om zekerheid te verkrijgen over de functie van de bebouwing voor vleermuizen. Potentiële verblijfplaatsen in bomen ontbreken in het plangebied. Vleermuizen zijn namelijk strikt beschermd en mogen alleen verstoord, verwond of gedood worden en hun verblijfplaatsen mogen alleen beschadigd en vernield worden, indien een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van een jaarrond onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen gepresenteerd. De rapportage wordt afgesloten met het vaststellen van de wettelijke consequenties.

1.2 Doel Om de functie van de te slopen gebouwen voor vleermuizen vast te kunnen stellen is specifiek onderzoek uitgevoerd in de periode juni – oktober 2019. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 20172. Onderzoeksvraag Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te geven op onderstaande onderzoeksvragen: 1. Welke functie(s) hebben de gebouwen in het plangebied voor vleermuizen? Welke soorten en hoeveel dieren bezetten een verblijfplaats in het gebouw?

1 2

Rapport 1625 van Natuurbank Overijssel, 2018. Dit protocol is ook in 2019 geldig. 3

2 Het onderzoeksgebied 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd ten noorden van ’t Laantje in Loosdrecht en omvat de percelen ’t Laantje 3 en ’t Laantje 4. Het ligt in de woonkern Loosdrecht en wordt omgeven door stedelijk gebied. Op onderstaande topografische kaart wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met het ovaal aangeduid (bron kaart: PDOK.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt twee woonerven en bestaat uit bebouwing, erfverharding en tuin. In het plangebied staan twee woningen op een ruime kavel. In de tuin van ’t Laantje 4 staat ook nog een houten tuinhuisje. De woningen zijn gebouwd van bakstenen en gedekt met gebakken dakpannen. De woningen beschikken over een beschoten kap en een (geïsoleerde) spouw. Open stootvoegen en kieren tussen de buitengevel en de betimmering van het overstel bieden vleermuizen de kans een verblijfplaats te bezetten in de spouw. Ook kunnen vleermuizen een verblijfplaats bezetten onder dakpannen. De staat van onderhoud van beide woningen is goed; de woningen werden tijdens het veldbezoek bewoond en zijn wind- en waterdicht. De woningen worden omgeven door een siertuin welke bestaat uit gazon, sierplanten, heesters, scheerhaag, struiken en bomen.

Ligging van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: PDOK).

4

Detailopnames van de woningen in het plangebied.

3 Voorgenomen activiteiten 3.1 Algemeen Het voornemen is om het plangebied te her-ontwikkelen als woningbouwlocatie. Om dit mogelijk te maken dient de aanwezige bebouwing gesloopt te worden en de aanwezige beplanting gerooid te worden.

4 Het onderzoek 4.1 Methode Vleermuizen Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type:Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen met zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van de bebouwing in het plangebied als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewondende soorten.

Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam-, paar- en massawinterverblijfplaats. Het onderzoek is uitgevoerd door te posten met een batdetector nabij het te slopen gebouw. De onderzoeker heeft het onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij specifiek gelet is op uit- en invliegende dieren en baltsende mannelijke gewone- en ruige dwergvleermuizen in het najaar. De bezoeken tijdens de kraamperiode zijn uitgevoerd met twee onderzoekers, de bezoeken tijdens het middernachtzwermen en in het najaar zijn uitgevoerd door één of twee onderzoekers. Op 14 oktober is het plangebied bezocht door P.Leemreise en een junior-vleermuisonderzoeker in het kader van opleiding/training.

5

Onderzoekers Het onderzoek is uitgevoerd door Ing. P.Leemreise (hoofdonderzoeker) en E. Leemreise. P. Leemreise is een ervaren onderzoeker, welke sinds 2009 actief is met vleermuisonderzoek in Nederland en reeds 32 jaar actief betrokken bij vogelonderzoek. Jaarlijks onderzoekt hij 20-25 van dergelijke locaties op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. Naast beroepsmatig onderzoek is hij ook vrijwillig actief bij vleermuisonderzoek (monitoring). Zo telt hij jaarlijks twee maal een route in de Achterhoek op vleermuizen in het kader van het Meetnet Ecologische Monitoring. Dit onderzoek wordt gecoordineerd door de Zoogdiervereniging, in samenwerking met het CBS. E. Leemreise heeft enkele jaren ervaring met vleermuisonderzoeker en assisteerd veelal op locaties waar meerdere waarnemers wenselijk zijn. Zij heeft wel de kennis en ervaring om zelfstandig onderzoek uit te voeren. Beide onderzoekers beschikken over batdetector en kunnen onderling communiceren via een portofoon. Bezoeken Vleermuizen Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn zeven bezoeken, op vijf verschillende dagen aan het onderzoeksgebied gebracht.

De bezoeken in mei-juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus-oktober zijn uitgevoerd voor het vaststellen van paarverblijven van de ruige- en gewone dwergvleermuis en het vaststellen van een (massa-) winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (tijdens middernachtzwermen). Gelet op de bouwstijl en de massa van de gebouwen in het plangebied, worden de gebouwen niet als bijzonder geschikte winterverblijfplaats beschouwd vanwege het ontbreken van gebufferde delen van de gebouwen. Alle gevels grenzen aan de buitenlucht. Carports en loggia’s ontbreken in het plangebied. De toegepaste onderzoeksmethode is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2017. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven.

bezoek datum

tijdstip

zon op/zon n-onderonder zoekers

doel

weersomstandigheden

1

21-5-2019

21:45-23:45

21:36

2

zomerverblijfplaatsen en kraamkolonie

bewolkt, droog, 14⁰C, wind 1-2 bft

2

14-7-2019

22:00-0:00

21:55

2

zomerverblijfplaatsen en kraamkolonie

bewolkt, droog, 20⁰C, windstil

3

15-7-2019

3:30-5:00

5:36

2

zomerverblijfplaatsen en kraamkolonie & bewolkt, droog, 14⁰C, windstil massa winterverblijfplaatsen

4

24-8-2019

21:00-23:00

20:39

2

paarverblijfplaatsen massa winterverblijfplaatsen paarverblijfplaatsen

5

24-8-2019

22:30-0:30

20:39

1

6

3-9-2019

20:30-23:00

20:16

1

7 8

3-9-2019 14-10-2019

22:30-0:30 20:00-23:00

20:16 18:41

1 2

paarverblijfplaatsen massa winterverblijfplaatsen paarverblijfplaatsen paarverblijfplaatsen

onbewolkt, droog, 30⁰C, windstil & onbewolkt, droog, 25⁰C, windstil bewolkt, droog, 18⁰C, wind 1-2 bft & bewolkt, droog, 18⁰C, wind 1-2 bft bewolkt, droog, 14⁰C, windstil

Bezoekschema vleermuisonderzoek in het plangebied.

Overige soorten Tijdens het veldbezoek is behalve naar vleermuizen, ook gekeken naar andere beschermde soorten met een rust- of voortplantingsplaats in het gebouw, zoals de steenmarter.

4.2 Resultaten Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in de bebouwing in het plangebied.

6

Foerageergebied Tijdens alle bezoeken werden 1-2 gewone dwergvleermuizen waargenomen die rond de beplanting in de tuinen foerageerden of over het plangebied vlogen terwijl ze foerageerden rond de randen en kronen van bomen net buiten het plangebied. Twee maal is waargenomen dat de in het gebied foeragerende gewone dwergvleermuizen, aan kwamen vliegen vanuit zuidelijke richting. Deze vleermuizen bezetten vermoedelijk een verblijfplaats in de woonwijk ten zuiden van het plangebied. Tijdens alle bezoeken werden overvliegende rosse vleermuizen waargenomen die over het plangebied vlogen. Deze foerageerden niet in het plangebied. Vliegroute Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en vormt geen onderdeel van een vliegroute van vleermuizen. Overige soorten Er zijn tijdens het veldwerk geen aanwijzingen gevonden dat beschermde diersoorten een rust- of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied.

4.3 Wettelijke consequenties Vleermuizen Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een vleermuis een verblijfplaats bezet in de bebouwing in het plangebied. Door het slopen van de bebouwing in het plangebied, wordt geen vleermuis verwond of gedood en wordt geen verblijfplaats beschadigd of vernield. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een vliegroute en het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Het onderzoek is conform het vleermuisprotocol 2017 uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats in het plangebied bezetten. Het slopen van bebouwing in het plangebied leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming.

5 Samenvatting en conclusies In de zomer en najaar van 2019 is de functie van de bebouwing aan ’t Laantje 3-4 te Loosdrecht onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van één of meerdere vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het daarvoor geldende protocol en is volledig en onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat vleermuizen geen verblijfplaats bezetten in de te slopen bebouwing. Het slopen van de bebouwing leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9570427/1