Bijlage 7 Aanvullend advies geur van Doormaal
Tekst van het document
Notitie Diessen, Onderwerp Uw referentie Bijlage
10 maart 2022 Reactie op zienswijze ontwerpbesluit omgevingsvergunning Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 te Loosdrecht – aspect geur 2020-0495-HZ_WABO/Z.60090 -
Ten aanzien van de ingekomen zienswijze van de heer G.W. Veldhuizen h.o.d.n. Sterzicht B.V. d.d. 14 januari 2022 op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, wordt in deze notitie nog aanvullende informatie gegeven wat betreft het aspect geur:
1
-
Aard en omvang van inrichting. De vergunde situering en aanwezigheid van paarden en rundvee, het veevoer, de mest, de rijbak en de longeercirkel/paddock zijn uitputtend beschreven in het milieuonderzoek geurhinder en veehouderijen d.d. 9 april 2021 (‘Milieuonderzoek’). De binnen de inrichting uitgevoerde werkzaamheden (o.a. inzet van tractoren, landbouwwerktuigen, machines, reiniging/onderhoud van het terrein) zijn verdisconteerd in de VNG richtafstanden en in de toepasselijke geurnormen uit het Activiteitenbesluit. In de ruimtelijke onderbouwing en in het Milieuonderzoek wordt uitgebreid op deze afstanden/normen ingegaan.
-
Categorisering inrichting. In het Milieuonderzoek wordt zowel op de categorie paardenfokkerij als de categorie (rund)veehouderij ingegaan.
-
Toetsing Activiteitenbesluit / Wet geurhinder en veehouderij. De inrichting valt in haar geheel onder de werking van het Activiteitenbesluit (B inrichting). Dit betekent strikt genomen dat uitsluitend moet worden getoetst aan de geureisen uit het Activiteitenbesluit en niet aan de geureisen uit de Wet geurhinder en veehouderij (‘Wgv’). Desondanks is in het Milieuonderzoek zowel aan de eisen uit het Activiteitenbesluit als de normen uit de Wgv getoetst. Er wordt aan alle geureisen voldaan, zodat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voorts wordt de huidige bedrijfsvoering van de inrichting niet ingeperkt.
-
Afstandseisen Activiteitenbesluit. Bij het voldoen aan de afstandsnormen voor geur uit het Activiteitenbesluit mag in beginsel worden aangenomen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.1 De afstanden voor geur worden op grond van rechtspraak gemeten vanaf de grens van het bouwvlak van een inrichting.2 De grenzen van de bouwvlakken van Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 en de inrichting (Nieuw-Loosdrechtsedijk 6) liggen
Vergelijk ABRvS 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1144. Zie ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1355, ABRvS 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2836 en ABRvS 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:466. 2
op 0 meter van elkaar. In dat opzicht wordt de inrichting door de nieuwe ontwikkeling niet verdergaand beperkt in haar bedrijfsvoering. Weliswaar wordt niet voldaan aan de
afstandseisen uit artikelen 3.117 lid 1 en 3.119 lid 1 Activiteitenbesluit, maar het Activiteitenbesluit voorziet in een uitzondering die bepaalt dat in het geval waarin in de “oude” situatie de afstand tussen de inrichting en het politiebureau korter zijn dan de afstanden zoals opgenomen in artikelen 3.117 lid 1 en 3.119 lid 1 Activiteitenbesluit, deze kortere afstanden in de “nieuwe” situatie als uitgangspunt mogen gelden (zie artikelen 3.117 lid 2 en 3.119 lid 2 Activiteitenbesluit). De huidige afstanden nemen niet af, zodat aan de afstandseisen uit artikelen 3.117 en 3.119 Activiteitenbesluit wordt voldaan. -
Berekening emissiepunten. Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactor is opgenomen in artikel 10 van de Wgv en voor zover sprake is van een meldingsplichtige inrichting, wordt de geurhinder beoordeeld op grond van artikel 3.117 van het Activiteitenbesluit (de daarin opgenomen berekeningswijze is gelijk aan die in artikel 4 van de Wgv). In dat geval dient een minimale afstand tussen de veehouderij en het ‘geurgevoelige object’ te worden aangehouden. Op grond van artikel 3.117 Activiteitenbesluit (en artikel 4 Wgv) wordt deze afstand gemeten vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt. In artikel 1 van de Regeling geurhinder en veehouderij is het emissiepunt van een overdekt dierenverblijf gedefinieerd als: “punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten het geheel overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht”. In het Milieuonderzoek wordt uitgegaan van één centraal emissiepunt per stal in het midden van die stal. Dit vanwege de te verwachten geurpluim. Hiervan uitgaande bedraagt de afstand tussen de paardenstal en het geurgevoelige object 30 meter, voor de rundveestal bedraagt deze afstand 28 meter. Gezien de bouw van de stallen is echter aannemelijk dat een relevante hoeveelheid geur pas buiten de stallen treedt ter plaatse van de staldeuren.
De deuren van de stallen zijn conform de meest recente milieuvergunning en situatietekening beide gesitueerd in de zuidwest-gevel, zoals weergeven op onderstaande afbeelding. Hiervan uitgaande bedraagt de afstand tussen de paardenstal en het geurgevoelige object niet 30, maar 39 meter. De afstand tussen de rundveestal en het geurgevoelige object bedraagt in dat geval 28 meter (gelijk aan het centrale emissiepunt zoals gehanteerd in het Milieuonderzoek).
Pagina 1 van 4 www.vandoormaaladvies.nl | info@vandoormaaladvies.nl | 06-22357862
Afbeelding 1: Afstand geurgevoelig object en staldeuren Bij bovenstaande berekeningswijze (emissiepunt bij de staldeur) is dus sprake van een grotere afstand tot het geurgevoelige object dan bij het hanteren van centrale emissiepunten het geval is. In het Milieuonderzoek is een ‘worst case scenario’ gehanteerd, zijnde het hanteren van centrale emissiepunten. Bij het hanteren van dit scenario is sprake van aanvaardbaar woonen leefklimaat. Dit betekent dat ook bij het hanteren van een emissiepunt bij de staldeur sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze punten liggen immers op een grotere afstand dan de centrale emissiepunten. Opslag kuilvoer/mais. Deze stoffen worden op basis van het Activiteitenbesluit gezien als agrarische bedrijfsstoffen. Het opslaan hiervan is een activiteit uit hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit en daarmee meldingsplichtig. Voor de opslag is een minimale afstand van 25 meter van toepassing, tenzij het opslaan reeds voor 1 januari 2013 plaatsvond en verplaatsing van de opgeslagen bedrijfsstoffen redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Uit de veranderingsvergunning voor de inrichting d.d. 7 mei 2007 blijkt dat de opslag van kuilvoer is vergund op circa 27 meter van de gevel van de huidige bebouwing aan de NieuwLoosdrechtsedijk 2, zie onderstaande afbeelding.
Op basis van actuele luchtfoto’s is te achterhalen dat de opslag niet meer op de vergunde plaats aanwezig is. Indien sprake is van een nieuwe opslaglocatie, dan is dit niet conform bovenstaande veranderingsvergunning en dient dit gemeld te worden op grond van het Activiteitenbesluit. De opslag dient daarbij op minimaal 25 meter van het geurgevoelige object te worden gerealiseerd, teneinde een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen.
Pagina 2 van 4 www.vandoormaaladvies.nl | info@vandoormaaladvies.nl | 06-22357862
39 m.
Afbeelding 2: Afstand vergunde opslag kuilvoer tot geurgevoelig object -
Opslag en afvoer van kadavers. Dit onderwerp is geregeld in paragraaf 3 (artikelen 3.20-3.26) van de Regeling dierlijke producten. Op basis van deze regeling dienen kadavers uiterlijk een werkdag na sterfte te worden aangemeld bij de ophaaldienst (Rendac Son). De ophaaldienst is overeenkomstig de regeling verplicht om uiterlijk de werkdag daarna het kadaver op te halen. Overlast voor de omgeving is daarmee tot een minimum beperkt en niet van invloed op de beoogde ontwikkeling.
-
Footprint bebouwing Nieuw-Loosdrechtsedijk 2. De footprint neemt enkel toe in het middenstuk van de westgevel. De inrichting wordt hierdoor niet beperkt, nu het dichtstbijzijnde deel van de gevel van de huidige bebouwing aan Nieuwe-Loosdrechtsedijk 2 dichter bij de inrichting ligt. Hierdoor wordt in overeenstemming met artikelen 3.117 lid 2 en 3.119 lid 2 Activiteitenbesluit gehandeld. Sterker nog, de dichtstbijzijnde gevel van het zorgcomplex ligt op een grotere afstand van de inrichting dan de gevel van de huidige bebouwing op Nieuw-Loosdrechtsedijk 2. Gelet hierop is na uitvoering van het plan zelfs sprake van meer milieuruimte voor de inrichting.
-
Afstanden paardenstal, veestal, (drijf)mestopslag. Ten opzichte van de dichtstbijzijnde gevel van het huidige pand aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 neemt de afstand tot de veehouderij (en daarmee tot de paardenstal, veestal en de(drijf)mestopslag) toe. Gelet hierop is sprake van meer milieuruimte voor de inrichting. Hierdoor is in de nieuwe situatie sprake van een beter woon- en leefklimaat dan in de bestaande situatie het geval is.
-
Afstanden dieseltank en gevaarlijke stoffen. De aan te houden afstanden ten opzichte van de tank en de gevaarlijke stoffen zijn geregeld in het Activiteitenbesluit respectievelijk de PGS30 en de PGS15. Iedere inrichting dient hieraan te voldoen zonder dat de risicocontour van deze activiteiten over de erfgrens komt te liggen.
-
Afstanden herstelruimte, compressor/las-snijapparatuur, machines/ voertuigen/ paardrijden op terrein. De afstanden ten aanzien van deze onderwerpen zijn geregeld in het Activiteitenbesluit, in de vorm van geluidsnormen op de gevel van naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Iedere inrichting dient hier te allen tijde aan te voldoen. Dit betreft echter geen geur-, maar een geluidsaspect en wordt niet in deze reactie behandeld.
Pagina 3 van 4 www.vandoormaaladvies.nl | info@vandoormaaladvies.nl | 06-22357862
-
Afstand opslag balen veevoer. Deze afstand is juridisch gezien niet relevant omdat hier vanuit het Activiteitenbesluit geen verplichte afstanden voor worden gesteld. Indien sprake is van niet in plastic verpakte balen is sprake van kuilvoer, hetgeen is meegenomen in het Milieuonderzoek.
-
Afstand voor paardrijbak/paddock. Dit onderwerp is in paragraaf 4.2.4 van het Milieuonderzoek behandeld. Kortheidshalve wordt naar deze paragraaf verwezen.
Pagina 4 van 4 www.vandoormaaladvies.nl | info@vandoormaaladvies.nl | 06-22357862
Pagina 5 van 4 www.vandoormaaladvies.nl | info@vandoormaaladvies.nl | 06-22357862