Bijlage 6 Quickscan FF
Tekst van het document
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA EILANDSEWEG 14B | NEDERHORST DEN BERG ADVISEUR Ir. SICCO JANSEN 22-03-2019 | VERSIE 1.0
2
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA | NEDERHORST DEN BERG Adviseurs: Ir. Sicco Jansen | rapportage 06 - 26 955 898 info@groenadviseurs.nl
Opdrachtgever: Dhr. Huibregtse
Jansen&Jansen Groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl Versie: 1.0 Datum: 22 maart 2019
© Jansen & Jansen Groenadviesbureau, Holten. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie of anderszins.
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING 04
2
WERKWIJZE 05
3
WETTELIJK KADER 06
4
RESULTATEN 08
5
INGREEP 10
6
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING
7
CONCLUSIE & ADVIES 12 LITERATUUR
BIJLAGE 1 - Overzichtskaart/projectgebied BIJLAGE 2 - Foto impressie van het plangebied
11
3
4
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING Jansen & Jansen Groenadviesbureau is door een opdrachtgever gevraagd om een quickscan flora en fauna uit te voeren ten behoeve van de sloop van een woning (woonboot) en schuur gelegen aan de Eilandseweg 14b in Nederhorst den Berg. Op de vrijgekomen locatie zal een nieuwe woning worden gerealiseerd. Met deze quickscan wordt een inschatting van de effecten van de voorgenomen ontwikkeling/ingreep gemaakt op door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna. De quickscan levert hiernaast adviezen op die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. 1.2 DOEL In deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: • Welke, door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna komen (potentieel) voor in het plangebied(H4)? • Welke negatieve effecten kunnen de (potentieel) aanwezige flora en fauna ondervinden van de voorgenomen ingreep(H4)? • Wordt met het uitvoeren van de voorgenomen ingreep de Wet natuurbescherming overtreden(H6)? • Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om projectvertraging te minimaliseren en om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen(H7)? 1.3 PLANGEBIED Het plangebied is gelegen aan de oevers van de Vecht, ten zuiden van de bebouwde kom van Nederhorst den Berg. De bebouwing in het plangebied betreft de laatste bebouwing (het meest westelijk) in het bebouwingslint langs de Eilandseweg.
Het plangebied bestaat uit een te slopen woonark en een te slopen schuur. Het omliggende terrein bestaat hoofdzakelijk uit ruw gazon. De randen van het perceel zijn begroeid met bosschages, riet en enkele bomen, met name schietwilg. Zie bijlage 1 voor een kaart van het plangebied en bijlage 2 voor een foto overzicht van het plangebied. Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen/onderdelen aanwezig: Woonboot: Stalen onderzijde, houten wanden (vrijwel zonder spleten of openingen), dak van bitumen dakplaten, dakbeschot, onderzijde woonboot voorzien van schotten. Er zijn kleine schuurtjes vast gebouwd aan de woonboot, deze schuurtjes zijn enkelwandig en hebben daken met bitumen bekleding; • Schuur: kleine schuur, enkele houten wanden, dak van golfplaten, geen dakbeschot; • Omliggende terrein: ruw gazon (uitgegroeid gazon), randen bosschages, ruigte, riet en enkele opgeschoten bomen (met name schietwilg). De oevers met langs de Vecht zijn beschoeid.
•
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
2 WERKWIJZE Het onderzoek is op de volgende wijze uitgevoerd: [1] Op 22 maart 2019 is het plangebied door S. Jansen bezocht. In het plangebied zijn ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Er is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hiervoor is gezocht naar onder meer zicht- en geluidswaarnemingen, uitwerpselen, nesten, krabsporen en pootafdrukken etc. Tijdens het onderzoek is van de volgende hulpmiddelen gebruik gemaakt: • verrekijker; • camera; • ladder; • zaklamp. [2] Vervolgens is een literatuurstudie uitgevoerd. De literatuurstudie richt zich op bekende (verspreidings) gegevens die relevant zijn voor het voorkomen van beschermde flora- en fauna op de locatie (Wet natuurbescherming). De gegevens over voorkomen van beschermde flora- en fauna zijn te vinden in onder meer soortgroepen atlassen en internet. Ook zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna geraadpleegd. [3] Aan de hand van de gegevens uit de literatuurstudie en het veldbezoek kan een inschatting gemaakt worden welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Vervolgens kan met deze gegevens een inschatting worden gemaakt wat de invloed van de voorgenomen ingreep is op de gevonden natuurwaarden.
[4] Uiteindelijk wordt getoetst of de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Aanvullend worden een aantal bondige adviezen gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld over het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.
5
6
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
3 WETTELIJK KADER In dit hoofdstuk wordt kort de Wet natuurbescherming beschreven en de toepassing op de bescherming van soorten. 3.1 WET NATUURBESCHERMING Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn: de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht. 3.1.1 Zorgplicht Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna.
Voor de uitvoer van handelingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna. Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend. 3.1.2 Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes. Er is een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermingsregimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2.
Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3) .
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
Categorie 1 (§ 3.1)
Categorie 2 (§ 3.2)
Categorie 3 (§ 3.3)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel met een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. 3.1.3 Ontheffingen en vrijstellingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming middels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsartikel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.
7
8
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
4 RESULTATEN 4.1 SOORTBESCHERMING 4.1.1 Flora Het plangebied (het deel waar de voorgenomen werkzaamheden betrekking op hebben) bestaat uit bebouwing, ruw gazon en verharding; geen geschikt biotoop voor beschermde flora. De aanwezigheid van beschermde flora kan worden uitgesloten. 4.1.2 Amfibieën, vissen en reptielen Het plangebied bestaat uit bebouwing, het omliggende terrein, waar de voorgenomen werkzaamheden betrekking op hebben, bestaat uit gazon en verharding, er is geen water aanwezig in het plangebied. De aanwezigheid van beschermde amfibieën, vissen en reptielen kan worden uitgesloten. Wel is het zo het plangebied na de sloopwerkzaamheden geschikt kan worden voor de rugstreeppad die voorkomt in de omgeving van het plangebied. Als door de werkzaamheden plassen gaan ontstaan is het mogelijk dat de rugstreeppad zich in het plangebied zal vestiggen. Door het beperkte oppervlak van het plangebied is de kans hierop echter niet groot. Daarnaast is het mogelijk dat algemene amfibieën het plangebied af en toe doorkruisen, door de aanwezigheid van watergangen in de omgeving van het plangebied. 4.1.3 Vogels Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op sporen en aanwijzingen voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Hierbij werd specifiek gelet op verblijfplaatsen van huismussen en uilen.
Uit het veldonderzoek kwam naar voren dat de te slopen bebouwing fysiek niet geschikt is als verblijfplaats voor huismussen of uilen. De te slopen bebouwing heeft geen voor huismussen geschikte daken of openingen in wanden. Ook voor uilen ontbreken geschikte verblijfruimten. Tijdens het veldonderzoek werden geen sporen van huismussen of uilen waargenomen. Naast de aanwezigheid van verblijfplaatsen van huismussen en uilen kan ook de aanwezigheid van andere jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels, waaronder van boombewonende roofvogelsoorten, worden uitgesloten. In de bomen rond de te slopen bebouwing werden geen verblijfplaatsen van roofvogels waargenomen. Wel is het aannemelijk dat tijdens het broedseizoen algemene broedvogels verblijfplaatsen maken in de bosschages langs de rand van het plangebied. 4.1.4 Zoogdieren Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op sporen en aanwijzingen voor de aanwezigheid van zoogdieren met beschermde verblijfplaatsen. Hierbij was specifiek aandacht voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Sporen of aanwijzingen voor verblijfplaatsen werden hierbij niet aangetroffen. Het kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat vleermuizen verblijfplaatsen hebben in de te slopen bebouwing. De te slopen bebouwing is fysiek vrijwel volledig ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.
Dit door het ontbreken van voor vleermuizen geschikte daken of voor vleermuizen geschikte wandbetimmeringen met spleten en gaten.
9
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
Naast vleermuizen zijn ook geen andere (beschermde) verblijfplaatsen van zoogdieren (waaronder steenmarters) te verwachten in het plangebied. Dit door het ontbreken van sporen tijdens het veldonderzoek en door de relatieve ongeschiktheid van het plangebied. Wel is het aannemelijk dat het plangebied en de omgeving van het plangebied gebruikt worden als foerageergebied en mogelijke als vliegroute door vleermuizen. Mogelijk functioneert de Vecht als vliegroute voor meervleermuizen en watervleermuizen. De doorgaande beplanting langs de Eilandseweg functioneert mogelijk als vliegroute voor gewone en ruige dwergvleermuizen. Door het uitvoeren van de voorgenomen ingreep wordt de functionaliteit van deze mogelijke vliegroutes/dit foerageergebied niet wezenlijk veranderd.
Foerageergebied
Vliegroute
Winterverblijfplaats
Paarverblijfplaats
Kraamverblijfplaats
Zomerverblijfplaats
Op basis van gegevens uit de database van de Nationale Databank Flora en Fauna, literatuurstudie, geschiktheid van het plangebied en ervaringen van de onderzoeker is de onderstaande matrix ingevuld (zie tabel 1).
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Gewone grootoorvleermuis Watervleermuis Meervleermuis Baardvleermuis Komt potentieel voor Geen negatief effect te verwachten Wel negatief effect te verwachten
Tabel 1: Matrix mogelijk voorkomende vleermuizen in/nabij het plangebied. 4.1.5 Libellen en dagvlinder In het plangebied (binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep) komen geen voedselarm water of voor libellen en vlinders geschikte vegetaties voor. De aanwezigheid van (beschermde) libellen en dagvlinders kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. 4.1.6 Overige ongewervelden In het plangebied ontbreekt voor overige ongewervelden geschikt leefgebied. De aanwezigheid van overige ongewervelden kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten.
10
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
5 INGREEP Jansen & Jansen Groenadviesbureau is door een opdrachtgever gevraagd om een quickscan flora en fauna uit te voeren ten behoeve van de sloop van een woning (woonboot) en schuur gelegen aan de Eilandseweg 14b in Nederhorst den Berg. Op de vrijgekomen locatie zal een nieuwe woning worden gerealiseerd. Ingrepen die o.a. plaatsvinden, zijn: • Slopen van de huidige woning (woonboot) en schuur; • Realiseren van nieuwe bebouwing, op de vrijgekomen locatie; • Mogelijk kappen van één of enkele schietwilgen aan de westzijde van het perceel; • Omvormen van het gazon tot tuin rond de nieuwe woning. De Wet natuurbescherming hanteert een aantal belangen waaronder een ingreep kan vallen. Onderhavige ingreep valt onder belang [J] de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
6 TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING Op basis van de resultaten van deze quickscan en de te verwachten effecten van de ingreep is een toetsing aan de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hierdoor is duidelijk geworden voor welke soorten mogelijk een negatief effect optreedt en of hiervoor aanvullend onderzoek dan wel een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. 6.1 SOORTBESCHERMING Op basis van de resultaten van deze quickscan en de te verwachten effecten van de ingreep is duidelijk geworden dat het redelijkerwijs uitgesloten kan worden, dat de voorgenomen ingreep zal leiden tot negatieve effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels, zoogdieren, beschermde standplaatsen van planten of andere door de Wet natuurbescherming beschermde waarden. Wel bestaat er een kleine kans dat door de werkzaamheden het plangebied geschikt wordt als voortplantingsplaats van de rugstreeppad, die voorkomt in de omgeving van het plangebied. Voorkomen moet worden dat de rugstreeppad zich op het bouwterrein zal vestiggen. Als zich tijdens de zomerperiode, door de werkzaamheden, langdurig plassen op het terrein vormen, is het verstandig om het plangebied af te schermden met amfibieënschermen. De kans dat dit nodig zal zijn wordt als klein ingeschat.
Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de aanwezigheid van nesten van (algemene) broedvogels in de bosschages rond het perceel. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet natuurbescherming.
11
12
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
7 CONCLUSIE & ADVIES 7.1 CONCLUSIE • In het plangebied (de te slopen bebouwing) zijn geen door de Wet natuurbescherming beschermde functies aanwezig. Het uitvoeren van de voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming; • De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd conform projectplanning*; • Wel moet er rekening gehouden worden met de aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels in de bosschages rond het perceel/ aan de rand van het plangebied. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet natuurbescherming. De sloopwerkzaamheden mogen niet worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen, tenzij het zeker is dat er binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden geen actieve nesten van vogels aanwezig zijn.
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
LITERATUUR: LITERATUUR • Broekhuizen, S., Hoekstra, B., V. van Laar, C. Smeenk, & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Limpens, H.J.G.A., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Vogelbescherming Nederland 2004. Rode Lijst Nederlandse broedvogels. • Gedragscode Ruimtelijke ontwikkeling & inrichting, Vereniging Stadswerk Nederland, Vakgroep Groen, Natuur en Landschap, 2011-2015. • Vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Kennisdocument soortenbescherming, BIJ12,Provincies. WEBSITES • www.floron.nl • www.ravon.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx • www.florafaunawet.stowa.nl • www.rijksoverheid.nl • www.telmee.nl • www.zoogdieratlas.nl • www.waarneming.nl • www.zoogdiervereniging.nl
13
14
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
BIJLAGE 1 Overzichtskaart/projectgebied
Slo p rea en v lise an ren bes van taan nie de b uw e b ebouw ebo uw ing, ing
Pla
nge
bie
d
QUICKSCAN Themakaart:
Projectgebied blad 1/1
Datum:
22-03-2019
Schaal:
n.v.t.
Formaat: A3
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
BIJLAGE 2 Foto impressie van het plangebied
15
16
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
Overzicht
De te slopen woonboot
De te slopen schuur
Een overzicht van de tuin
NEDERHORST DEN BERG . 22-03-2019
De woonboot
Is bekleed met hout, vrijwel zonder randen of spleten.
Het dak van de woonboot, voorzien van bitumendakplaten met dakpanprofiel.
17
Contact JANSEN&JANSEN groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl