Bijlage 5 Weging van het waterbelang
Tekst van het document
Weging van het Waterbelang Dennenlaan te Loosdrecht Kubiek
1 Bron figuur: Streetsmart Cyclomedia
Weging van het Waterbelang DENNENLAAN TE LOOSDRECHT
Kubiek
Project
Projectnr.(-doc)
Datum
Loosdrecht, Dennenlaan
P25-0983(-006)
23 februari Jurren van der Pijl 2026
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
Opgesteld door
Gecontroleerd door Roos Lindemulder
2
01 INLEIDING 1.1. Aanleiding In de kern Loosdrecht (gemeente Wijdemeren) wordt het perceel aan de Dennenlaan ontwikkeld tot woningen en appartementen. Hierbij worden 29 woningen gerealiseerd met een bijbehorende infrastructurele en landschappelijke inpassing. Voor het opstellen van het Omgevingsplan heeft Kubiek BOOT verzocht een weging van het waterbelang op te stellen. Bij het aankopen van de grond heeft de initiatiefnemer afgesproken met de gemeente dat het realiseren van waterberging een wens is en geen harde eis. In figuur 1-1 is het plangebied (rood kader) weergegeven en heeft een oppervlak van circa 0,3 ha. Het plangebied ligt in het noordoosten van Loosdrecht en wordt omringd door de Rading in het oosten, de Dennenlaan in het zuiden en de Frans Halslaan in het westen.
1.2. Doel Deze weging van het waterbelang wordt opgesteld om zo de belangen van het watersysteem in de planvorming te borgen en invulling te geven aan een duurzame waterhuishouding. Figuur 1-1: Locatie plangebied (bron: GoogleMaps)
1.3. Leeswijzer In voorliggende weging van het waterbelang wordt allereerst de huidige situatie binnen het plangebied in beeld gebracht. Hierbij worden de verharde oppervlakken in de huidige en toekomstige situatie bepaald. Daarnaast worden ook de (geo)hydrologische eigenschappen van het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 3 volgt een toelichting op het geldende beleid op nationaal-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijkniveau. Hierop volgt een hoofdstuk waarin de toekomstige waterhuishouding in beeld wordt gebracht waarbij aangesloten wordt op het vigerende beleid. Hierin wordt onder andere de watercompensatie bepaald en de wijze van afwatering.
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
3
02 BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1. Huidige inrichting In de huidige situatie is het plangebied een braakliggend terrein. Op basis van oude luchtfoto’s (2022-2025) van Topotijdreis is het aandeel verharding van dit terrein ingeschat. Op de luchtfoto van 2022 is de verharding het beste weergegeven, daarna in 2025 is de verharding nog aanwezig, alleen is deze overgroeid. De verharding van het terrein is ingeschat op 90% verhard. Vermoedelijk ligt onder het groen ook nog stelconplaten die door de jaren heen overgroeid zijn. Daarnaast is binnen de kavel enkele bebouwing van omliggende kavels aanwezig. In figuur 2-1 (en bijlage A) is de inrichting van het plangebied in de huidige situatie weergegeven. In figuur 2-2 is de verharding in 2022 te zien. De bijbehorende oppervlakken zijn opgenomen in tabel 2-1. Figuur 2-2: Luchtfoto van het plangebied in 2022 (bron: Topotijdreis) Tabel 2-1: Overzicht oppervlakken huidige situatie
TYPE OPPERVLAK Bebouwing Kavel Subtotaal Totaal
%
AFVLOEIEND 100 90
AFVLOEIEND
ONVERHARD
OPPERVLAK
OPPERVLAK
[M²] 22 3.013 3.035
[M²] 0 335 335 3.370
OPPERVLAK [%] 1 99 100
Met de ontwikkelingen binnen het plangebied wijzigt de inrichting van het plangebied.
Figuur 2-1: Overzicht oppervlakken huidige situatie
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
4
2.2. Toekomstige inrichting In de toekomstige situatie wordt het plangebied ontwikkeld met rijtjeswoningen en appartementen. De tuinen van de rijtjeswoningen worden in verband met de beperkte omvang als 100% verhard aangeduid. Daarnaast wordt een rijbaan gerealiseerd met parkeerplekken. Het overige deel van het plangebied wordt groen ingericht. Een overzicht van de inrichting in de toekomstige situatie is weergegeven in figuur 2-3 (en bijlage B). Een overzicht van de bijbehorende oppervlakken is weergegeven in tabel 2-2.
Op basis van de huidige en toekomstige oppervlakken, neemt met de ontwikkelingen binnen het plangebied het verhard oppervlak met 368 m² (3.035 m² - 2.667 m²) af.
Figuur 2-3: Overzicht oppervlakken toekomstige situatie Tabel 2-2: Overzicht oppervlakken toekomstige situatie
TYPE OPPERVLAK Bebouwing Rijbaan Parkeren Verharding Tuinen Groen Subtotaal Totaal
%
AFVLOEIEND 100 100 100 100 100 0
AFVLOEIEND
ONVERHARD
OPPERVLAK
OPPERVLAK
[M²] 1.028 426 502 434 277 0 2.667
[M²] 0 0 0 0 0 703 703
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
3.370
OPPERVLAK [%] 31 12 15 13 8 21 100
5
2.3. Bestaande (geo-)hydrologische gesteldheid
Formatie van Drente. De meest waarschijnlijke lithoklasse varieert van midden categorie zand tot uiterst grof zand en grind tot circa 40 m-mv.
2.3.1. Maaiveldhoogte
Lokale bodemopbouw Op basis van openbaar beschikbare bronnen zijn boringen geraadpleegd. In figuur 2-5 zijn de locaties van de boringen weergegeven. Onderstaand worden de boringen toegelicht.
De maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert van circa NAP +0,3 m op de laagstgelegen delen in het westen van het plangebied tot circa NAP +1,1 m op de kleine bergen zand in het noorden en oosten van het plangebied. De gemiddelde maaiveldhoogte is circa NAP +0,5 m. De rijbanen rondom het plangebied liggen op circa NAP +0,4 m tot NAP +0,5 m. De omliggende kavels liggen hoger in het landschap op NAP +0,6 m à NAP +0,9 m. Het maaiveldverloop op basis van het AHN5 is weergegeven in figuur 2-4.
In boring BHR000000335322 is tot 2,0 m-mv matig siltig zand aangetroffen.
Boring B31F0279 bestaat tot een diepte van 15 m-mv volledig uit zand.
Boring B31F0325 is een diepe boring (170 m-mv), in de eerste 35
m-mv is een afwisseling van matig fijn tot uiterst grof zand en grind aangetroffen.
Door Milieutechniek ZVS Eemnes B.V. is in een deel van het plangebied bodemonderzoek uitgevoerd op 08-07-2024 (kenmerk: BO424250). De boringen bestaan uit 4 diepe boringen van 2,0 à 2,5 m-mv en 8 ondiepe boringen van 0,5 m-mv. In alle boringen is matig fijn en zeer fijn zand aangetroffen.
Figuur 2-4: Overzicht maaiveldhoogtes ter hoogte van plangebied (bron: AHN5)
2.3.2. Bodemopbouw Regionale bodemopbouw De regionale (diepe) bodemopbouw is bepaald op basis van DINOloket (model GeoTOP v1.6). De eerste 0,5 m-mv bestaat uit opgebrachte grond, daaronder ligt tot 5,5 m-mv de Formatie van Boxtel. Tot 22,0 m-mv ligt de
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
Figuur 2-5: Locaties omliggende boringen (bron: DINOloket)
6
2.3.3. Grondwater Binnen het plangebied liggen peilbuizen B31F0325 (meetperiode 19902019) en B31F0280 (meetperiode 2000-2005). Ook binnen 50 m ten zuiden van het plangebied ligt peilbuis B31F2559 waarin tot eind 2020 grondwaterstanden zijn gemeten. De overige peilbuizen hebben meetperiodes van 1977–1990, daarom zijn deze niet meegenomen in de inschatting van de grondwaterstand. De locaties van de peilbuizen zijn weergegeven in figuur 2-6 en de gegevens staan samengevat in tabel 2-3.
Tabel 2-3: Statistische eigenschappen omliggende peilbuizen (bron: DINOloket & Grondwatertools) PEILBUIS
MEETPE RIODE
MV
FILTER
B31F2559
2016-
B31F0325
2011-
[m NAP]
[m NAP]
Min.
RLG
Gem.
RHG
Max.
+0,67
-1,10 /
-0,78
-0,67
-0,53
-0,36
-0,01
+0,69
-0,81 /
-0,90
-0,75
-0,57
-0,39
0,06
B31F0280
2000-
+0,72
-0,78 /
-0,81
-0,74
-0,56
-0,40
-0,06
2020
-2,10
2019
2005 1.
STATISTISCHE EIGENSCHAPPEN (m NAP)
1
-2,81
-2,78
Meetperiode gebruikt voor de statistische eigenschappen.
De RHG en RLG (representatief hoogste/laagste grondwaterstand) zijn waarden die worden gebruikt om een hoge of lage grondwaterstand aan te duiden. De waarden worden afgeleid van de 90-percentiel en 10-percentiel. Bij de RHG is 10% van de meetwaarden hoger, bij de RLG is 10% van de meetwaarden lager. De waarden zijn vergelijkbaar met de GHG en GLG (gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstand). Tijdens de veldwerkzaamheden door Milieutechniek ZVS Eemnes B.V. in juli 2024 is de grondwaterstand in twee peilbuizen aangetroffen op 0,98 m-mv. Op basis van de kaart BRO grondwaterspiegeldiepte 2025-01 (DINOloket) ligt de GHG op 0,78 m-mv. Op basis van het Landelijk Hydrologisch Model LHM 4.3.3 is de GHG ter hoogte van het plangebied circa 2,0 m-mv. Figuur 2-6: Locaties omliggende peilbuizen (bron: DINOloket)
Op basis van hiervoor genoemde bronnen wordt de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) ingeschat op NAP -0,35 m (gemiddeld 0,8 m-mv).
2.3.4. Kwel Op basis van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM, NHI) is binnen het plangebied lichte wegzijging (tot 1 mm/dag) aanwezig.
2.3.5. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is zowel gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied als in een waterwingebied, zie figuur 2-7. Hier gelden er regels om ervoor te
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
7
zorgen dat het grondwater niet vervuilt. Deze regels staan benoemd in de ‘Provinciale Omgevingsverordening NH2022’. Een selectie van het beleid wat van toepassing is op de weging van het waterbelang is benoemd in paragraaf 3.4.
Figuur 2-8: Uitsnede legger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (bron: Amstel, Gooi en Vecht)
2.3.7. Waterkering Het plangebied ligt niet binnen een kern- of beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. Figuur 2-7: locatie waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied (bron:
2.3.8. Klimaateffectatlas
Atlas leefomgeving)
In de huidige situatie is op de Klimaateffectatlas te zien dat er op het perceel weinig water (5-10 cm) blijft liggen bij een hevige bui van 70 mm/ 2 uur. Ter hoogte van de Rading, de straat ten oosten van het plangebied, blijft circa 15-25 cm water liggen bij een hevige bui van 70 mm/ 2 uur. Door de goed doorlatende ondergrond kan naar verwachting het hemelwater goed infiltreren. De resultaten zijn te zien in figuur 2-9.
2.3.6. Oppervlaktewater In figuur 2-8 is een uitsnede van de legger van Amstel, Gooi en Vecht weergegeven. Op de legger is te zien dat er in het plangebied geen watergangen liggen. Op circa 200 m ten zuidwesten ligt een primaire watergang met een waterpeil van NAP -0,95 m. Het plangebied ligt in peilgebied 60-2, dit gebied heeft een zomerpeil van NAP -0,8 m en een winterpeil van NAP -0,95 m.
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
8
Maaiveldhoogtes op basis van het AHN5; Peilbuisgegevens via Grondwatertools; Landelijk Hydrologisch Model; Ondergrondgegevens en -modellen, DINOloket/BRO; Grondwaterbeschermingsgebiedenkaart Provincie; Provinciale Omgevingsverordening NH2022; Legger wateren Amstel, Gooi en Vecht; Legger waterkeringen waterschap Amstel, Gooi en Vecht; Peilgebieden Amstel, Gooi en Vecht; De klimaateffectatlas; Dataset Stedelijk Water via PDOK; Het wateradvies.
Figuur 2-9: Waterdiepte bij hevige bui, 70mm/2 uur (Klimaateffectatlas, 2018)
2.3.9. Bestaande riolering Op basis van Google Streetview is ter hoogte van de Dennenlaan een gescheiden stelsel aanwezig met hemelwaterriool en vuilwaterriool.
2.3.10. Het wateradvies Het plangebied valt niet binnen een waterschap dat deelnemer is van het wateradvies.
2.3.11. Bronnen Bij de voorgaande paragrafen zijn onderstaande bronnen geraadpleegd ten behoeve van de beschrijving van het plangebied:
Bodemonderzoek Milieutechniek ZVS Eemnes B.V. (08-07-2024) (kenmerk: BO424250)
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
9
03 BELEID 3.1. In het kort Het algemeen waterbeleid dat van toepassing is binnen het plangebied staat beschreven in het Nationaal waterplan, in het Waterbeleid in de 21e eeuw (WB21) en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van de Rijksoverheid. Daarnaast geldt de ‘Omgevingsvisie NH2050’ (d.d. 19 november 2018) van de provincie Noord-Holland en het ‘Waterbeheerprogramma 2022-2027’ van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het ‘Omgevingsplan’ en het ‘Wateren rioleringsprogramma 2023-2027’ van de gemeente Wijdemeren.
3.2. Europees/nationaal/provinciaal beleid Op Europees-, nationaal- en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma 2022-2027:
Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren) Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor waterkwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone en vervuilende bronnen gescheiden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat voldoende zoetwater van goede kwaliteit van nationaal belang is, onder andere voor drinkwaterwinning en natuur. De NOVI beschrijft hoe Nederland in 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste delta is waarbij in ruimtelijke ontwikkeling aandacht moet zijn voor waterveiligheid, klimaatadaptatie en duurzame watervoorziening. De NOVI geeft richting aan provincies en gemeenten bij hun eigen omgevingsvisies, met ruimte voor regionale en lokale afwegingen. Op 20 november 2018 is het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie in werking getreden, hierin zijn zeven ambities voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland opgenomen. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de aanpak van klimaatadaptatie en de uitvoering hiervan zoals afgesproken is in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Dit is onderdeel van het Deltaprogramma 2024 en schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling.
Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2021 – 2027 Provincie Gelderland is op 26 februari 2019 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 20212027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Gelderland. Het Waterplan is onderverdeeld in drie deelprogramma’s:
Waterveiligheid: het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem.
10
Waterkwaliteit: Dit programma draait om het tegengaan van
verontreinigingen en kwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater. De drinkwatervoorzieningen worden ook beschermd. Klimaatadaptatie: de verspilling moet worden aangepakt. De provincie wil een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).
3.3. Waterschapsbeleid Vanaf 10 maart 2022 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht van kracht. In het beheerplan beschrijft het waterschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt waterschap Amstel, Gooi en Vecht over de ‘Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht’. Deze is sinds 15 januari 2026 van kracht. In de waterschapverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten waar in het beheersgebied mogen plaatsvinden en welke voorwaarden hiervoor gelden. Hierin staan de voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij de inrichting, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Voor bepaalde werkzaamheden dient een watervergunning aangevraagd te worden. Compensatie verhard oppervlak In de waterschapsverordening van waterschap Amstel, Gooi en Vecht wordt het huidige beleid voor de compensatie van verhard oppervlak beschreven. Hierin staat dat een initiatiefnemer het verlies aan waterberging in de bodem en de verhoogde afvoer van hemelwater op het oppervlaktewater, dient te compenseren. Dat kan door elders in hetzelfde peilgebied open water aan te leggen of door alternatieve waterberging toe te passen.
Bij compensatie in open water geldt als norm dat het oppervlaktewatersysteem wordt uitgebreid met een wateroppervlak dat gelijk is aan 10 tot 20% van het aan te leggen verhard oppervlak. In de meeste gevallen is een percentage van ten minste 10% voldoende.
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
Wanneer de aanleg van open water redelijkerwijs niet mogelijk is kan een initiatiefnemer ook alternatieve waterberging toepassen, mits het effect van de alternatieve waterberging op het oppervlaktewatersysteem gelijk is aan compensatie in de vorm van open water. De regels omtrent de alternatieve waterberging zijn als volgt:
De minimale omvang van een alternatieve waterberging is 36,6 m3. Dit is de benodigde waterberging bij de aanleg van 300 m² verharding, gebaseerd op het bergen van een ontwerpbui van 122 millimeter per 24 uur en verwaarlozing van de gemaalcapaciteit en infiltratiecapaciteit;
De effectiviteit dient over een langere termijn te worden gewaarborgd;
De aanvrager dient een beheer- en onderhoudsplan op te stellen.
3.4. Waterwingebieden grondwaterbeschermingsgebieden
en
In de ‘Provinciale Omgevingsverordening NH2022’ staan regels opgesteld met betrekking tot waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Op het gebied van afstromend hemelwater zijn onderstaande artikelen opgenomen in de omgevingsverordening. Artikel 4.48 Omgevingsvergunningplichtige activiteit - afstromend water 1. 2. 3.
4.
Het is verboden in het werkingsgebied grondwaterbeschermingsgebied zonder omgevingsvergunning afstromend water op of in de bodem te lozen. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het lozen vanaf bouwwerken, wegen en parkeerplaatsen indien geen risico voor verontreiniging van het grondwater bestaat. Het is verboden de activiteit, bedoeld in het tweede lid, te verrichten, zonder dit ten minste negen weken voor aanvang van de aanleg van het bouwwerk, de weg of de parkeerplaats te melden aan Gedeputeerde Staten. Het is verboden afstromend water via diepinfiltratie in het grondwater te lozen.
11
Artikel 4.55 Verboden activiteiten Het is verboden om in een waterwingebied de volgende activiteiten te verrichten:
een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
het toepassen of aanwezig hebben van een voor de bodem schadelijke of potentieel schadelijke stof;
het op of in de bodem oprichten van een constructie of werk van
welke aard dan ook als daarmee verspreiding of lozing van een schadelijke of potentieel schadelijke stof in de bodem kan optreden of aantasting van de beschermende werking van bodemlagen ontstaat of kan ontstaan; en het tot stand brengen van werken of het verrichten van handelingen waardoor direct of indirect warmte of koude aan de bodem wordt onttrokken of toegevoegd.
3.5. Gemeentelijk beleid Binnen het Water- en rioleringsprogramma 2023-2027 van de gemeente Wijdemeren, wordt genoemd dat de terreineigenaar verantwoordelijk is voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Hierbij geldt voor een herinrichting van bestaand gebied:
Het gehele gebied kan een piekneerslag van 100 mm (in één uur) verwerken;
Waarbij percelen bij nieuw- en grote verbouw verplicht minimaal 40 mm kunnen bergen.
Daarnaast zijn er vanuit de gemeente richtlijnen betreft de ontwateringsdiepte en drooglegging bij (her)ontwikkelingen. Hiervoor geldt bij woningbouw:
Kruipruimte loos bouwen; Ontwateringsdiepte op
woningbouwlocaties (status bestemmingsplan) -0,70 m onder maaiveld; Vloerpeil woningen +0,3 m boven as aansluitende weg in de bestaande openbare ruimte.
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
12
04 WEGING VAN HET WATERBELANG 4.1. Wateropgave Vanuit het waterschap Amstel, Gooi en Vecht geldt dat over de toename van verhard oppervlak berging gerealiseerd dient te worden. Omdat het verhard oppervlak bij deze ontwikkeling afneemt, vervalt de eis vanuit het waterschap.
Realiseren van voorzieningen om (hemel)water op te slaan en te benutten.
4.4. Waterkwaliteit
Vanuit de gemeente Wijdemeren is bij de aankoop van de grond met de initiatiefnemer afgesproken dat waterberging binnen het plangebied een ambitie is en geen eis. Als gevolg wordt verder geen extra waterberging gerealiseerd binnen het plangebied.
De Europese Kaderrichtlijn water (KRW), de Nota Waterhuishouding (NW4) en de Wet Natuurbescherming stellen eisen aan de kwaliteit van het oppervlaktewater. Schoon water draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving, ook voor ruimtelijke plannen is waterkwaliteit daarom een aandachtspunt. Om vervuiling van het hemelwater te beperken, wordt geadviseerd het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen conform beleid gemeente en waterschap.
4.2. Wijze van afwatering
4.5. Grondwater en toekomstige peilen
Binnen het plangebied wordt geadviseerd het hemelwater daar waar mogelijk oppervlakkig af te laten wateren naar de rijbaan centraal in het plangebied. Vervolgens kan het hemelwater afwateren op het HWA-stelsel van de gemeente.
Vanuit het ‘Water- en rioleringsprogramma 2023-2027’ van de gemeente Wijdemeren zijn er richtlijnen betreft het omgaan met water bij ontwikkelingen. Op basis hiervan dient voldoende ontwateringsdiepte aanwezig te zijn. De GHG binnen het plangebied ligt op circa NAP -0,35 m. Op basis van de ontwateringseisen dient het niveau van de rijbaan naar minimaal circa NAP +0,35 m te gaan. De rijbanen rondom het plangebied liggen op circa NAP +0,4 m, geadviseerd wordt hierop aan te sluiten. Voor de woningen wordt geadviseerd het vloerpeil hier circa 0,30 m boven te realiseren. Hiermee is ruim voldoende ontwateringsdiepte aanwezig, maar wordt ook gezorgd dat water op het maaiveld niet direct leidt tot wateroverlast in de woningen.
In het geval van extreme neerslag, zal het overtollige hemelwater oppervlakkig afstromen over het maaiveld. Om wateroverlast te voorkomen dienen de vloerpeilen van de woningen 0,3 m hoger dan de rijbaan te worden aangelegd. Daardoor kan in extreme neerslagsituaties het hemelwater geborgen worden op straat. Daarnaast kan hemelwater afvloeien naar de noord- of oostzijde van het plangebied op onbegroeid terrein of naar de zuidoost zijde richting de openbare weg.
4.3. Meekoppelkansen in het gehele plangebied Om binnen het plangebied klimaatadaptieve kansen te benutten op het gebied van verkoeling en biodiversiteit kunnen onderstaande meekoppelkansen toegepast worden:
Biodiverse beplanting toepassen; Realiseren van flora- en faunavoorzieningen; Realiseren van groene daken;
Bron figuur: Streetsmart Cyclomedia
Daarnaast mag er als gevolg van de ontwikkeling geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan.
4.6. Vuilwater Het vuilwater dient aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering. Op basis van Google Streetview is ter hoogte van de Dennenlaan een gescheiden stelsel aanwezig met hemelwaterriool en vuilwaterriool waarop aangesloten
13
kan worden. De precieze aansluiting dient later in nadere afstemming met de gemeente worden uitgewerkt. Door de gemeente dient bepaald te worden of vuilwaterstelsel voldoende capaciteit heeft voor de toenemend vuilwaterproductie. De verwachtte vuilwater productie binnen het plangebied is als volgt:
29 woningen x 2,5 inwoners x 12 l/uur/inwoner = 0,87 m³/uur = 0,24 l/s.
4.7. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is zowel gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied als in een waterwingebied, zie figuur 2-7. Hier gelden er regels om ervoor te zorgen dat het grondwater niet vervuilt. Deze regels staan benoemd in de ‘Provinciale Omgevingsverordening NH2022’. Een selectie van het beleid wat van toepassing is op de weging van het waterbelang is benoemd in paragraaf 3.4. Naar verwachting worden geen vervuilende stoffen binnen het plangebied gebruikt. Daarmee wordt het afstromende hemelwater als schoon beschouwd. Ook wordt geen diepte-infiltratie toegepast.
4.8. Oppervlaktewater De ontwikkeling van het plangebied heeft een positief effect op het oppervlaktewatersysteem. Het verhard oppervlak neemt af en het afstromende hemelwater infiltreert. Daardoor wordt de belasting op het watersysteem minder.
Loosdrecht, Dennenlaan – Kubiek
14
BIJLAGE A: OVERZICHT OPPERVLAKKEN HUIDIGE SITUATIE
BIJLAGE B: OVERZICHT OPPERVLAKKEN TOEKOMSTIGE SITUATIE
SAMENWERKEN AAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING