Bijlage 5 Wat kunnen inwoners zelf doen
Tekst van het document
Op weg naar Aardgasvrij BIJLAGE 5 Wat kunnen inwoners zelf doen
2022-2026
Om het aardgasverbruik te verminderen is het allereerst van belang dat we energie besparen. Alle energie die we niet gebruiken hoeft immers ook niet duurzaam opgewekt te worden. Door middel van isolatie ontsnapt er minder warmte uit de woning of het gebouw , wat zorgt voor minder energieverbruik en meer comfort. Mogelijkheden voor isolatie zijn onder andere vloer-, dak- en spouwmuurisolatie en beter isolerend glas (HR++ of triple glas) . Welke isolatiestappen er nodig zijn hangt af van het type woning en de warmteoplossing. Oudere woningen zijn vaak minder goed geïsoleerd dan recentere of gerenoveerde woningen. Ook hangt dit af van de warmteoplossing: oplossingen die op hoge temperatuur verwarmen (zoals een gasketel) hebben minder isolatie nodig dan oplossingen die op lage temperatuur verwarmen (zoals een elektrische warmtepomp). In hoofdstuk 3 van de visie ‘Op weg naar aardgasvrij’ staat beschreven welke oplossingsrichting we voorzien op buurtniveau, om zo uiterlijk voor 2050 een aardgasvrije warmtevoorziening te realiseren. In deze bijlage volgt een beschrijving van dingen die bewoners nu al kunnen doen. Sommige mogelijkheden zijn algemeen en gelden voor alle buurten, andere mogelijkheden sorteren alvast voor op de voorkeursoplossing en zorgen ervoor dat bewoners zich alvast kunnen voorbereiden op de toekomst.
In hoofdstuk 4 van deze transitievisie staat beschreven hoe de gemeente bewoners hierin verder kan ondersteunen. Voor alle bewoners geldt dat degenen die nu nog koken op aardgas kunnen overschakelen op elektrisch koken. Ook eenvoudige energiebesparende maatregelen, zoals tochtstrips, een slimme meter, een waterbesparende douchekop of het slim inregelen van de thermosstaat, zijn mogelijkheden die iedereen kan toepassen. Ook het opwekken van duurzame elektriciteit, bijvoorbeeld door het plaatsen van pv-panelen op daken, is een mogelijkheid om te verduurzamen. Huidig Rijksbeleid met betrekking tot isolatie Het isolatieniveau kan op verschillende manieren worden weergegeven: energielabels en een warmtevraag per vierkante meter (kWh/m2). De energielabels zijn voor veel mensen bekend en hier zijn veel gegevens over beschikbaar. Toch kan het energielabel soms een vertekend beeld geven van het isolatieniveau, omdat bijvoorbeeld het plaatsen van zonnep anelen ook zorgt voor een beter label. Daarom wordt steeds vaker de warmtevraag per vierkante meter gebruikt. Een hoog getal betekent dat de woning veel warmte vraagt, een laag getal vice versa. Sinds 1 januari 2021 is er een nieuwe bepalingsmethode voor de energieprestatie van woningen: de NTA8800. Hiermee is ook de wijze waarop energielabels worden bepaald gewijzigd.
Aangezien over de periode tot 2021 alleen gegevens beschikbaar zijn van de ‘oude labels’ gaan we daarvanuit in deze Transitievisie Warmte. De Rijksoverheid heeft voor het wenselijke isolatieniveau een Standaard opgesteld, die los staat van de warmteoplossing in de woning. De Standaard heeft grofweg twee categorieën: een voor vooroorlogse woningen (verwarmen is mogelijk op 70 graden), deze is vergelijkbaar met label D (zonder pv-panelen). En een standaard voor naoorlogse woningen (verwarmen is mogelijk op 50 graden), deze is vergelijkbaar met een woning van label A of B (zonder pv-panelen). Op alle energielabels die vanaf 2021 zijn afgegeven staat aangegeven of de woning voldoet aan deze standaard.
Naast de visie ‘Op weg naar aardgasvrij’ wordt er ook een storymap opgesteld speciaal voor bewoners. In de viewer wordt onderstaande informatie op een toegankelijke manier weergegeven. All-electric Buurten waar all-electric als voorkeursoplossing uit komt, zijn meestal buurten met veel rijwoningen of vrijstaande huizen. Omdat de woningen hier wat verder uit elkaar liggen (in vergelijking met buurten met veel appartementen), is de aanleg van een collectief warmtenet kostbaar. De komst van een collectieve oplossing lijkt op dit moment niet waarschijnlijk, en individuele oplossing ligt meer voor de hand. De eerste stap in buurten waar all-electric als voorkeursoplossing naar voren komt, is isolatie. Voor een warmtepomp is een goed isolatieniveau nodig om de woning te kunnen verwarmen op 50 graden, hierom moet worden aangesloten bij de Standaard (zie bovenstaand kader). Door tijdig te beginnen, kunnen gebouweigenaren mogelijk een natuurlijk moment, zoals verbouwing of verhuizing, aangrijpen om isolatiemaatregelen te nemen. Wanneer de grootste isolerende maatregelen zijn genomen, dan kan worden overwogen om in plaats van volledig naar all-electric over te stappen voorlopig te kiezen voor een hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp verbruikt minder aardgas dan een reguliere gasketel, en kan voor bewoners een tussenstap zijn naar een volledige warmtepomp.
Voor woningen en gebouwen die nu al op het gewenste isolatieniveau zijn, is het uiteraard mogelijk om nu al zelfstandig de overstap te maken naar een volledige elektrische warmtepomp. Hernieuwbaar gas Buurten waar hernieuwbaar gas als voorkeursoplossing uit komt, zijn meestal buurten met oude woningen die moeilijk goed geïsoleerd kunnen worden. Ook komt dit vaker voor in landelijke gebieden, waar de gebouwen ver uit elkaar liggen. Op korte termijn (tot 2030) is de beschikbaarheid van hernieuwbaar gas nog onzeker. Het is dus niet mogelijk om op korte termijn hernieuwbaar gas te kiezen als duurzame warmteoplossing. Op termijn zal er meer bekend worden over de hoeveel hernieuwbaar gas er beschikbaar zal zijn en voor wie. Voor buurten waar hernieuwbaar gas als voorkeursoplossing geldt, is all-electric het eerstvolgende alternatief met de laagste kosten. Indien blijkt dat hernieuwbaar gas niet (voldoende) beschikbaar is, zal all -electric de eerstvolgende voorkeursoplossing zijn. Gezien de onzekerheid rondom de beschikbaarheid, adviseert de gemeente om toch nu al te starten met isolatie en te kijken naar de mogelijkheden voor een hybride warmtepomp:
Zoals genoemd zijn isolerende maatregelen van belang. Juist in minder goed geïsoleerde woningen en gebouwen zijn maatregelen essentieel om het gasverbruik te verminderen en het comfort te verhogen. In de Standaard (zie bovenstaand kader) staat beschreven w at het uiteindelijke gewenste isolatieniveau is per woningtype. Een tweede mogelijkheid is de installatie van een hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp is vaak ook mogelijk in minder goed geïsoleerde woningen, maar is efficiënter in woningen die al enigszins geïsoleerd zijn. Isolatie is daarom altijd de eerste stap voor woningeigenaren om naar te kijken.
Warmtenet Buurten waar een warmtenet als voorkeursoplossing uit komt, zijn meestal buurten met dichtere bebouwing. In deze buurten is er een hogere warmtevraag per vierkante meter, en is het voor een warmtebedrijf gunstiger om een warmtenet aan te leggen. De aanleg van een warmtenet is echter niet zeker. De aanleg hangt af van diverse factoren, zoals de beschikbaarheid van een geschikte bron, de business case voor een warmteleverancier en het proces. Individuele bewoners hebben hier gewoonlijk weinig invloed op. Wel kan de gemeente hierin een rol vervullen, hierover meer in hoofdstuk 5. Wat woningeigenaren nu al wel kunnen doen, zijn isolerende maatregelen treffen. In de Standaard (zie bovenstaand kader) staat beschreven wat het uiteindelijke gewenste isolatieniveau is per woningtype. Het advies voor gebouweigenaren is om minimaal tot isoleren tot het ‘Vooroorlogse niveau’ van de standaard, zodat warmtelevering op 70 graden mogelijk is. Als er gekozen wordt voor een LT-warmtenet, zullen mogelijk verdere isolatiestappen mogelijk nodig zijn. Warmtenet of all-electric In buurten waar een warmtenet of all-electric als voorkeursoplossing uit komt, is het op dit moment nog niet duidelijk genoeg welke richting het op gaat. Bij de herziening van de visie over 5 jaar zal hier mogelijk meer duidelijk in zijn. In de tussentijd is het nu al mogelijk voor gebouweigenaren om te isoleren.
In de Standaard (zie bovenstaand kader) staat beschreven wat het uiteindelijke gewenste isolatieniveau is per woningtype. Daarnaast is er de mogelijkheid om een hybride warmtepomp te installeren. Een hybride warmtepomp bespaart aardgas ten opzichte van een reguliere gasketel, en is vaak ook mogelijk in minder goed geïsoleerde woningen, maar is efficiënter in woningen die al enigszins geïsoleerd zijn. Isolatie is daarom altijd de eerste stap voor woningeigenaren om naar te kijken.