Bijlage 5. RO Rapport vervolgonderzoek ECOLOGIE (aangeleverd 070921)
Tekst van het document
VERVOLGONDERZOEK VLEERMUIZEN EN OVERIGE SOORTEN
September 2021
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten 2020/21Kasteel Nederhorst
16
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten 2020/21Kasteel Nederhorst
Opgesteld door: N.Daemen bc.
In opdracht van: Ruth van der Puijl, projectleider restauratie en planontwikkeling Stadsherstel Amsterdam N.V. Amstelveld 10 1017JD Amsterdam © 3 september 2021
1
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ................................................................................................ 3 1.1 Algemeen ........................................................................................... 3 1.2 Werkwijze ........................................................................................... 4 2 LIGGING EN BEGRENZING ......................................................................... 6 2.1 Plangebied ............................................................................................ 6 2.3 Verwachtingen ....................................................................................... 7 2
INVENTARISATIE RESULTATEN .............................................................. 8 Kort verslag van de bezoeken ........................................................................ 9
4 ANALYSE VLEERMUIZEN .......................................................................... 11 Soorten ..................................................................................................... 11 Leef- en foerageergebied ............................................................................. 14 Vliegroute .................................................................................................. 14 Overige soorten .......................................................................................... 14 Verwachte effecten van de voorgenomen activiteiten ....................................... 15 5 CONCLUSIES ........................................................................................... 18 6 MITIGERENDE EN COMPENSERENDE MAATREGELEN ............................... 19 6.1 Mitigatie en compensatie ........................................................................ 19 6.2 Planning ............................................................................................... 20 6.3 Ontheffingsaanvraag .............................................................................. 21 7 GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................... 22 Literatuur ................................................................................................
22 Internet ................................................................................................... 22 Foto’s en kaarten ...................................................................................... 22 BIJLAGE ..................................................................................................... 23 Kaarten verblijfplaatsen ............................................................................... 23 Foto bijlagen verblijfplaatsen ........................................................................ 25 Kaarten opnamepunten ............................................................................... 27 Bijlage mitigatie en compensatie .................................................................. 33 colofon .................................................................................................... 35
Pagina 2
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
1 Inleiding 1.1
Algemeen
Stadsherstel Amsterdam N.V. heeft als doel het bewaren van gebouwd erfgoed voor volgende generaties. Kasteel Nederhorst te Nederhorst den Berg is een rijksmonument dat al enige tijd leeg staat. Stadsherstel Amsterdam NV ontwikkelt een plan voor appartementen in het kasteel en de bijgebouwen. Voor deze hoofdzakelijk inpandige woningen is een bestemmingsplanwijziging nodig en voor een deel een sloopvergunning. Aan Arda advies voor natuur, cultuurhistorie en recreatie is gevraagd een quickscan Nb-wet 2015 op te stellen t.b.v. van deze bestemmingsplanwijziging en vergunning. In februari 2020 is een quickscan gemaakt en werden de gebouwen binnen en buiten nauwkeurig onderzocht. Uit de quickscan bleek dat er mogelijk vleermuizen voorkomen. Afhankelijk van een extra bezoek in het voorjaar werd ingezet op nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Tijdens het voorjaarsonderzoek kon huismus en gierzwaluw niet worden waargenomen terwijl populaties huismus en gierzwaluw elders om dezelfde tijd zeer actief waren. Beide soorten zouden dus ook hier actief moeten zijn. Om zeker te zijn werd besloten om tijdens de vleermuisonderzoeken huismus en gierzwaluw mee te nemen alsmede te letten op aanwezigheid of sporen van andere soorten. De voorliggende rapportage is een verslag van de bezoeken en de resultaten van de onderzoeken alsmede de mogelijke consequenties.
Het voorliggende onderzoek is volgens vleermuisprotocol NBG 2021 en de bijbehorende kennisdocumenten BIJ12 en geeft antwoord op de volgende vragen: - maken vleermuizen, gierzwaluw, huismus gebruik van de gebouwen? Zo ja; - hoe worden de gebouwen gebruikt? - zijn er andere beschermde soorten of sporen daarvan gevonden - en welke maatregelen vervolgstappen zijn nodig met het oog op de voorgenomen activiteiten? Voor achtergrond informatie over de leefwijze van vleermuizen wordt verwezen naar de bestaande Kennisdocumenten. De documenten zijn downloadbaar op de site van BIJ12. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/
3
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
1.2
Werkwijze Het onderzoek naar vleermuizen vindt plaats naar richtlijn van het protocol 2021 en BIJ12 Kennisdocumenten gewone- en ruige dwergvleermuis. Hierbij wordt verwezen naar het Netwerk Groene Bureaus. Het onderzoek is over twee jaar verspreid uitgevoerd. Bron: https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
Gierzwaluw en huismus werden tijdens het onderzoek naar vleermuizen meegenomen door vroeger en/of later in ochtend en avond dan voor vleermuisbezoek nodig is aanwezig te zijn en in vergelijking met een actieve populatie elders. Tijdens de bezoeken werd ook gelet op de aanwezigheid of tekenen van aanwezigheid van andere beschermde soorten. a Kantoorwerk Literatuur onderzoek, kennisdocumenten en internetsites met verspreidingsgegevens zijn de belangrijkste bronnen voor deze kantoorstudie. Waar bruikbaar zijn tekstonderdelen onder verwijzing in het rapport opgenomen. b. Veldwerk Het onderzoek naar vleermuizen is gericht op de gebouwen en in wijdere zin van het park. De onderzoeken zijn verricht door N. Daemen, Arda advies voor natuur en landschap, vleermuisdeskundige F. van der Vliet (zie colofon) en vrijwilliger vleermuisonderzoeker A. Versluis. Het protocol schrijft geen gebruik voor van specifieke apparatuur. Gebruikte apparatuur: Petterson D100, D200 met analoge opname, Baton XD in combinatie met app Vleermuisrecorder versie 1.OR156 voor opnames en sonogrammen en in 2021 aangevuld Elikon Batlogger M. Sonogrammen werden geanalyseerd met het programma Batscan en Batexplorer. In het schema op bladzijde 5 is een overzicht opgenomen van de benodigde tijdsinspanning voor het doen van onderzoek.
Daarbij wordt opgemerkt dat de tijd voor onderzoeken naar diverse functies voor vleermuizen elkaar overlappen en met elkaar worden gecombineerd. In totaal zijn er 4 avondbezoeken en 2 nachtelijke/ochtend bezoeken van 2 uur uitgevoerd. Omdat het specifiek gaat over het gebruik van de gebouwen door vleermuizen, is gekozen bij de avondbezoeken om bij het uitvliegmoment te zijn en later bij het vaststellen van baltsgedrag. De avondbezoeken duren voldoende lang om ook bij totale “duisternis” (voorzover mogelijk i.v.m. felle schijnwerpers op het kasteel) nog activiteiten te kunnen meten. Ter plekke worden notities gemaakt. Gegevens zijn ingevoerd in QGIS of anderszins verwerkt en in kaart gebracht.
Pagina 4
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Overzicht van tijdsinspanning volgens kennisdocument gewone dwergvleermuis BIJ12
5
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
2 Ligging en begrenzing 2.1 Plangebied Het plangebied/perceel ligt in de gemeente Wijdemeren Slotlaan 4 Nederhorst den Berg bekend onder kadastraalnummer 1715 en Amersfoortcoördinaten 131447/474873. Het plangebied is het rode vlakje op de kaart. De totale oppervlakte van de kavel bedraagt ±6650M2. Het plangebied omvat het kasteel, koetshuis en aanliggende gebouwen. Rondom het kasteel ligt een gracht en daarbuiten het landgoed met lanen. Verharding bestaat hoofdzakelijk uit grind en zandpaden. Kaart en luchtfoto (Bron: Open topokaart Pdokservice)
Het kasteel is toegankelijk vanaf een hoofdentree aan de Slotlaan met een monumentale poort die doorgaans gesloten is. Noordelijk ligt de JulianaBernhardplein van waaruit een ontsluiting ligt die eindigt op een ruime parkleerplaats. Het kasteel heeft vier torens gedekt met leien. Het vierkant heeft een plat dak belegd met bitumen. De zijwanden van het dak zijn met pannen gedekt Het koetshuis is uit baksteen opgetrokken met pannen gedekte daken. De overige gebouwen zijn van hout met bitumen en pannen belegde daken.
Pagina 6
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
2.2 Groenstructuur De groenstructuren zijn in grote mate bepalend voor aanwezigheid en geschikt microklimaat voor insecten en voedsel voor vleermuizen. De afwisseling in het omringende park van open velden en bosschages en laanbeplantingen maken het slotpark geschikt als leefgebied voor vleermuizen. Het leefgebied sluit aan op de bebouwing van Nederhorst den Berg. Het park blijft buiten beschouwing omdat de geplande ingrepen niet van invloed zijn op de groenstructuren. Voor huismus hebben met name de klimplanten rondom het koetshuis betekenis als eventuele rust- en vluchtplaats.
2.3 Verwachtingen In het erratum van de Quickscan Kasteel Nederhorst 2019 Arda Advies is een uitdraai opgenomen uit de NDFF en verwerkt in onderstaande tabel. In de directe omgeving worden 6 soorten vleermuizen gemeld. Waarvan 4 soorten zeker gebruik maken van gebouwen als zomerverblijf of als paarverblijf. Rosse vleermuis maakt gebruik van bomen en ruige dwergvleermuis ook als paar- en winterverblijf. Gewone grootoren kunnen overal worden aangetroffen. Theoretisch werden de volgende soorten verwacht: Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Gewone grootoorvleermuis
Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus nathusii Eptesicus serotinus Myotis dasycneme Nactylus noctula Plecotus auritus
Aanwezigheid van huismus werd klein geacht ondanks de geschiktheid van het biotoop omdat deze in februari en in mei niet was aangetroffen terwijl elders een populatie actief was. De bewoonster van het koetshuis was niet bekend met de aanwezigheid van huismussen. In de omgeving binnen een straal tot 1 km rondom het plangebied wordt huismus wel gemeld. Het pannendak van het kasteel is geschikt voor gierzwaluwen. Meldingen van gierzwaluwnesten aan het kasteel zijn echter niet bekend maar wel in de omgeving binnen een straal tot 1 km rondom het plangebied. Andere beschermde soorten zoals kleine marterachtigen kunnen altijd voorkomen. Tijdens de bezoeken werd gelet op sporen zoals prenten, holen, ontlasting/spraints en prooiresten. Een verdacht hol werd extra gecontroleerd op gebruik.
7
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
2 Inventarisatie resultaten Datum 19-05-2020
Zon op/onder 21.34
Bezoektijd 20.15-23.30
07-09-2020
20.12
22.00-00.05
29-09-2020
19.21
22.00-00.15
Weer Half bewolkt 16°C ZW 1-2 BF. Helder/lichte nevel
Waarnemers 3 1
Zwaar bewolkt/ ±regen 2 15°C W 1 á 2 BF. 9-6-2021 21.58 20.15-23.45 Helder 2 18°-12°C ZW 0-1 BF. 12-7-2021 5.35 3.30-6.15 Bewolkt 2 17°-22°C ZW 0-1 BF. 5-8-2021 21.23 23.30-2.00 Licht bewolkt 1 17°-16°C ZW 0-1 BF. In bovenstaande tabel zijn de data en tijdstippen vermeld van de veldbezoeken in 2020 en 2021
Veldbezoeken De avondbezoeken in oktober, mei, en september waren gericht op vaststellen van uitvliegende vleermuizen, paarverblijven en sociale geluiden die kenmerkend zijn voor territoriaal (paar)gedrag. Het nacht/ochtendbezoek in juli en augustus was gericht op kraam/zomerverblijfplaatsen en waarnemen van zwermgedrag als indicatie voor winterverblijfplaats. Het vaststellen van een essentieel foerageergebied en vliegroutes is meegenomen tijdens de onderzoeken. Tijdens de bezoeken in mei, juni en juli werden huismus en gierzwaluw meegenomen door extra vroeg te starten en laat te eindigen onder gunstige omstandigheden. Tijdens de bezoeken is gebruik gemaakt van opname apparatuur. De opnames zijn op genomen met behulp van een geautomatiseerde triggerfunctie. De opnames werden geanalyseerd d.m.v. sonogrammen. Aan de hand van de frequenties en typerende gebruik van frequentie modulatie (FM) of quasi constante frequentie (qcf) kon worden vastgesteld om welke soorten het ging. Desgewenst zijn de opnames beschikbaar. Bij de analyse is gebruik gemaakt van het programma Batexplorer versie 2.02.0 en BATSCAN versie 9.8, de handleiding “Batdetector handleiding voor beginners Determinatie van de meest voorkomende vleermuizen in Vlaanderen met behulp van heterodyne bat-detectoren”, NEM-VTT sonogrammenboekje. Ook werd gebruik gemaakt van de Veldgids Vleermuizen van Europa KNNV 2017.
De opname apparatuur werd afwisselend tijdens het bezoek gebruikt en op verschillende plekken rondom de gebouwen geplaatst. Met een Petterson 100D, Elekon M batlogger (2021), Baton XD en app. Vleermuisgeluiden en 230D werd de omgeving beluisterd en opnamen ter determinatie gemaakt.
Pagina 8
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Batscan sonogram 235100 gewone dwergvleermuis 7-9-2020 Kasteel Nederhorst met sociale geluiden
Kort verslag van de bezoeken 20 februari 2020 winterbezoek Veldbezoek in combinatie met de quickscan Kasteel Nederhorst bij half bewolkt weer naar regenbui en temperatuur van 7°C en wind 3 á 4 Bf. zuidwest. Tijdens het veldbezoek zijn de gebouwen rondom en de gebouwen intern geïnspecteerd waaronder de kelders, zolders en de torens. Interne bezoek had als doel vaststellen van mogelijke massawinterverblijfplaats of geschiktheid van het gebouw voor massawinterverblijven. Tijdens het bezoek werd ook gelet op aanwezigheid van huismussen die elders al actief waren. (zie verslag Quickscan Kasteel Nederhorst blz.10) 19 mei 2020 avondbezoek Avondbezoek vroeg met tweeledige doelstelling controleren op activiteiten van huismus en gierzwaluw en vaststellen van mogelijk uitvliegen van vleermuizen en soorten vleermuizen. De weerscondities waren voor het onderzoek optimaal. (zie naderonderzoek vleermuizen en huismus erratum bij quickscan 19 mei 2020) 7 september 2020 avondbezoek Omdat het bezoek was gericht op vaststellen van paargedrag en paarterritoria, en vaststellen van soorten kon worden volstaan met 1 waarnemer. Er werd een route gelopen rondom de gebouwen en de slotlaan. De route werd op de avond drie maal herhaald. Er werden geluidsopnames gemaakt. Tijdens de avond werden paarterritoria aangetroffen van gewone – en ruige dwergvleermuis. (zie Bijlage kaarten Verblijfplaatsen)
9
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Avondbezoek 29 september 2020 Het bezoek is door twee waarnemers uitgevoerd. Het bezoek was gericht op vaststellen van paarverblijven en paarterritoria, overige activiteiten van vleermuizen en vaststellen van soorten. Er werd dezelfde route gelopen rondom de gebouwen en de slotlaan als op 7 september. De route werd drie maal herhaald. Er werden geluidsopnames gemaakt. De weeromstandigheden in de weken voorafgaande aan het bezoek waren voor vleermuisonderzoek niet geschikt. De omstandigheden tijdens het veldbezoek waren matig; het was aanvankelijk droog na een stevige regenbui bleef het lange tijd druilerig. Tenslotte werd het helder en droog. De vleermuizen waren voor en na de bui flink actief. Rondom het kasteel en bijgebouwen werden paarterritoria en verblijven van gewone- en ruige dwergvleermuizen gehoord en gezien. (zie Bijlage kaarten verblijfplaatsen)
Avondbezoek 9 juni 2021 Het bezoek is door twee waarnemers uitgevoerd. Het weer was optimaal voor vleermuizen; het koelde echter snel af onder een heldere hemel. Het avondbezoek werd vroeg gestart om eventuele activiteiten van huismus en gierzwaluw te kunnen vaststellen. Ook werd gelet op sporen van vleermuizen zoals keutels bij de bekende verblijfplaats aan het koetsgebouw. Vleermuizen waren actief aanwezig rondom het kasteel, de oprijlaan en voor het koetshuis. Op de bekende plekken bij het koetshuis werden keuteltjes gevonden. Een toegenomen activiteit van gewone dwergvleermuis rondom de zuidoostelijke toren, toonde de aanwezigheid van een verblijfplaats. Er werden 24 uitvliegers geteld en 6 invliegers gewone dwergvleermuis. Nachtelijk bezoek 12 juli Het bezoek is door twee waarnemers uitgevoerd. Het weer was optimaal. Vleermuizen waren aanwezig maar minder actief. Het nachtelijk bezoek was gericht op verblijfplaatsen zoals het zwermen bij terugkeer naar de verblijfplaats. Zwermen werd gezien bij de nok van één van de bijgebouwen, rondom een tweetal bomen in de laan en beperkt door enkele vleermuizen bij een luik aan de westzijde van het kasteel. Zwermen rondom het eerder vastgestelde zomer/kraamverblijf in de toren werd niet gezien. Nachtelijk bezoek 5 augustus Het bezoek is door één waarnemer en opdrachtgever uitgevoerd.
Voorafgaand is de zolderruimte van de zuidoostelijke toren van het kasteel geïnspecteerd op aanwezigheid van vleermuizen. Vleermuizen werden niet aangetroffen maar wel veel keuteltjes. Het bezoek is gericht op zwermgedrag rondom mogelijke verblijfplaatsen. In het algemeen was er relatief weinig activiteit van vleermuizen rondom de gebouwen. Er werd gefoerageerd en bij één van de bijgebouwen werden sociale geluiden opgevangen. Voor het koetshuis bij de bekende verblijfplaats werden wat keuteltjes gevonden.
Pagina 10
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
4 Analyse vleermuizen Soorten Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii moment
datum
aantallen gedrag
koetshuis bijgebouwen kasteel/gracht
oprijlaan
bosschages
avond
19‐5‐2020
±4
foeragerend
geen
geen
aanwezig
geen
geen
avond
7‐9‐2020
±4
foeragerend 1 baltsend
geen
geen
paarverblijf
geen
geen
avond
29‐9‐2020
±6
foeragerend 2 baltsend
geen
geen
2 paarverblijven geen
geen
avond
9‐6‐2020
±1á2
foeragerend
geen
geen
aanwezig
geen
geen
nacht
13‐7‐2020 1
foeragerend en bij luik
geen
geen
aanwezig
sporadisch geen
nacht
5‐8‐2020
foeragerend
geen
geen
aanwezig
geen
±1á2
geen
Ruige dwergvleermuis werd slechts rondom het kasteel in geringe aantallen aangetroffen maximaal 6 individuen. In het najaar werden twee paarverblijven gevonden. Een tweetal baltsende mannetjes werden roepend gehoord achter de luiken van het kasteel; zelfs met de felle verlichting op de luiken. Naast deze paarverblijven zijn er in de directe omgeving veel mogelijkheden voor paar-verblijven. De gebruikte paarverblijven zijn niet geschikt als winterverblijfplaats omdat wind, regen en temperatuur veel invloed hebben op deze plek. In de directe omgeving zijn tal van betere mogelijkheden in boomholten, achter loszittende bast maar ook in kieren en spleten van de gebouwen. Mannetjes kunnen in kleine groepen of individueel worden aangetroffen. Er is een duidelijke relatie tussen het kasteel en de aanwezige ruige dwergvleermuizen. Een winterverblijf is twijfelachtig maar niet uitgesloten.
Kasteel Nederhorst met paarverblijf van ruige dwergvleermuis achter één van de luiken.
11
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus Gewone dwerg moment
datum
aantallen gedrag
koetshuis
bijgebouwen
kasteel/gracht
oprijlaan
bosschages
avond
19‐5‐2020 max. 30
foeragerend
± 10 verblijf
aanwezig
aanwezig
veelvuldig
langs rand
avond
7‐9‐2020 15 á 20
foeragerend, 5 baltsend
1 p territorium
1 p territorium
3p territoria
langs rand
avond
29‐9‐2020 10 á 15
foeragerend 5 baltsend
geen 1p territorium
1 p territorium
1 p territorium
2 p territorium
geen
avond
9‐6‐2020 25
foeragerend, kraamverblijf
keuteltjes
geen
zwerm/kraam
sporadisch
geen
nacht
13‐7‐2020 15 á 20
foeragerend, zwermen
geen
zwermen
foeragerend
zwermen
geen
nacht
5‐8‐2020 10 á 15
foeragerend
keuteltjes
"social call"
foeragerend
foeragerend
geen
In het eerste avondbezoek 19 mei 2020 werd gewone dwergvleermuis aangetroffen rondom het kasteel en met name in de slotlaan was er zeer veel activiteit. Het betrof voortdurend foeragerend gedrag. Ook de waterpartij aan zuidzijde bij de begraafplaats bleek een favoriete jachtplek. Een bekende verblijfplaats is het boeiboord van het koetshuis. Er werden ongeveer tien uitvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Tijdens beide najaarsbezoeken in september 2020 werden baltsende mannetjes aangetroffen bij paarverblijven. Het paarterritorium/verblijf bij het kasteel betrof een luik aan de westzijde dat ook een jaar later op 5 augustus 2021 werd bezocht. Het paarterritorium aan de westzijde van de bijgebouwen bleek bij het tweede bezoek verlaten. Er werd gebaltst voor het koetshuis en aan de oostzijde van de bijgebouwen. Het eerste voorjaarbezoek in juni 2021 gaf aanvankelijk weinig activiteit tot 22.30 zwermgedrag werd waargenomen rondom de zuidoostelijke toren. 24 Vleermuizen vlogen uit een van de luchtgaten van toren en 6 vlogen ook naar binnen. Dit in- en uitvliegen doet vermoeden dat het gaat om een kraamverblijfplaats. Verder werd hoofdzakelijk foerageergedrag vertoond. De slotlaan werd slechts éénmaal bezocht met weinig activiteiten. Rondom het koetshuis en bijgebouwen was sporadisch activiteit.
Het nachtelijke vroege ochtend bezoek 12 juli 2021 verliep qua activiteiten rustig. Er werd niet meer in of uit de toren gevlogen. In de vroege ochtend werd zwermgedrag gezien in de slotlaan bij een tweetal bomen en bij een van de bijgebouwen. Het midden nachtelijk bezoek 5 augustus 2021 leverde geen zwermende vleermuizen. Bovendien was er niet veel activiteit in vergelijking met de overige bezoeken. Aan de westzijde van de bijgebouwen werd kortdurend een “social call” gehoord. Baltsgedrag werd niet waargenomen. Gewone dwergvleermuis heeft verschillende verblijfplaatsen en maakt gebruik van holle bomen in het terrein, het kasteel, bijgebouwen en het koetshuis. De aangetroffen gewone dwergvleermuizen behoren tot de populatie van het terrein van Kasteel Nederhorst waar zij meerdere verblijfplaatsen gebruiken.
Pagina 12
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Rosse vleermuis Nyctalus noctula moment
datum
koetshuis
bijgebouwen
kasteel/gracht
oprijlaan
bosschages
avond
19‐5‐2020 max.15
aantallen gedrag foeragerend 30 min.
geen
aanwezig
aanwezig
veelvuldig
langs rand
avond
7‐9‐2020 4 á 5
foeragerend
geen
geen
2 foeragerend
3 foeragerend
geen
avond
29‐9‐2020 0
geen
geen
geen
geen
geen
avond
9‐6‐2020 6
voorbij vliegend
geen
geen
kortstondig
langs rand
nacht
13‐7‐2020 10
foeragerend
foeragerend foeragerend
geen kort foeragerend kort foeragerend
foeragerend
langs rand
nacht
5‐8‐2020 2 á 3
foeragerend
geen
geen
kortstondig
langs rand
foeragerend
Rosse vleermuis is een hoofdzakelijk boombewonende soort. Gezien de omgeving van het kasteel met veel oude bomen en boomholten en regelmatig aantreffen van de soort zal er sprake zijn van een kolonie in de nabijheid. Op 19 mei 2020 werden 15 rosse vleermuizen werden gedurende een half uur bij schemerlicht waargenomen foeragerend onder de bomen van de slotlaan om daarna te verdwijnen. Overige waarnemingen betreffen met name voorbij vliegende exemplaren en met enig regelmaat foeragerend boven slotgracht en rondom de bijgebouwen. Er is geen relatie tussen de rosse vleermuis en de gebouwen geconstateerd. De rosse vleermuizen kwamen uit onbestemde richting aanvliegen. De slotlaan lijkt een verbinding te vormen met het achterland. Vermoedelijk wordt gebruik gemaakt van een boomholte in het achterliggende bos. Laatvlieger Eptecicus serotinus moment
datum
aantallen gedrag
koetshuis
bijgebouwen
avond
19‐5‐2020 2 á 3
foeragerend
geen
geen
kasteel/gracht kort foeragerend
oprijlaan
bosschages
geen
geen
avond
7‐9‐2020 0
geen
geen
geen
geen
geen
geen
avond
29‐9‐2020 0
geen
geen
geen
geen
geen
geen
avond
9‐6‐2020 4
foeragerend
geen
geen
foeragerend
geen
geen
nacht
13‐7‐2020 2 á 3
foeragerend
geen
geen
foeragerend
kortstondig
langs rand
nacht
5‐8‐2020 4
foeragerend
geen
foeragerend
geen
kortstondig
langs rand
Laatvlieger werd tijdens alle onderzoeken met regelmaat waargenomen. Alle waarnemingen werden verspreid maar voornamelijk boven de slotgracht opgenomen. Het betrof maximaal vier laatvlieger. De laatvliegers kwamen uit onbekende richting aanvliegen zonder relatie te hebben met het kasteel of de andere gebouwen. De laatvliegers bleven vervolgens rondom de slotgracht en soms de gebouwen foerageren. Laatvlieger is tijdens de najaarsronden 2020 niet gehoord. De verwachting dat er een (winter)verblijfplaats is daarom uitgesloten. Aanwijzingen voor een zomerverblijf zijn niet gevonden en aannemelijk is dat laatvlieger elders een verblijfplaats heeft.
13
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Gewone grootoor Plecotus auritus Gewone grootoor werd sporadisch in de opnames gehoord maar in het veld niet waargenomen. De opnames betreffen bovendien een grote mate van onzekerheid er kan daarom geen relatie worden gelegd met het kasteel en de overige gebouwen. Gewone grootoor kan zowel in gebouwen als in boomholten voorkomen. Een massaverblijfplaats is uitgesloten gezien het geringe aantal en onzekere waarnemingen. Watervleermuis Myotis daubuntonii Ook watervleermuis werd sporadisch in de opnames gehoord maar in het veld niet waargenomen. De opnames betreffen bovendien een grote mate van onzekerheid er kan daarom geen relatie worden gelegd met het kasteel en de overige gebouwen. Watervleermuis is een uitgesproken boombewoner en heeft geen relatie met de gebouwen. Een massaverblijfplaats is uitgesloten gezien het geringe aantal en onzekere waarnemingen.
Leef- en foerageergebied Het terrein en slotgracht van Kasteel Nederhorst zijn een uitgelezen foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. De afwisseling van open en geslotenheid in combinatie met oude bomen is een perfect leef- en foerageergebied en vormt een oase in het veenweidegebied. De verbindingen met het dorp en het plassengebied zijn geschikt. Het terrein, slotgracht en de gebouwen van kasteel Nederhorst zijn daarom van essentieel belang voor vleermuizen. Ondanks de felle verlichting op het gebouw maken veel vleermuizen gebruik van de ruimte.
Vliegroute Gebouwen en het terrein maken geen onderdeel uit van een vliegroute. De laanbeplanting van de slotlaan wordt wel als vliegroute gebruikt. De laanbomen sluiten aan op laanbeplanting van het dorp Nederhorst den Berg.
Overige soorten Huismus Huismus werd tijdens de late ochtend en vroege avond niet waargenomen. Ook aanwijzingen voor aanwezigheid van huismus zoals nestsporen onder dakranden ontbraken. Huismus wordt gemeld in het dorp Nederhorst den Berg en is als zodanig ook opgenomen in de NDFF. De soort komt niet voor bij het Kasteel Nederhorst, koetshuis en bijgebouwen.
Pagina 14
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Gierzwaluw Gierzwaluw werd tijdens de late ochtend en vroege avonden niet waargenomen. Ook meldingen van hoog vliegende gierzwaluwen ontbreken. Gierzwaluw maakt geen gebruik van Kasteel Nederhorst, koetshuis of bijgebouwen. Overige soorten Een verdacht opening aan zuidzijde onder één van de bijgebouwen werd bij alle bezoeken gecontroleerd op sporen maar werden niet aangetroffen. Ook buiten deze verdachte plek ontbraken sporen van andere beschermde soorten die gerelateerd zijn aan de te slopen gebouwen. Wel werd regelmatig een bosuil gehoord vanuit uiteenlopende richtingen uit het slotpark. Egel werd regelmatig gezien rondom het koetshuis en bij het kasteel.
Verwachte effecten van de voorgenomen activiteiten De werkzaamheden aan het kasteel blijven beperkt tot de binnenzijde, het dak en in later stadium het verven van de luiken. De werkzaamheden aan de bijgebouwen betreffen partiële sloop en nieuwbouw. Ruige dwergvleermuis Indien ruige dwergvleermuis gebruik zou maken van het kasteel kan door toegenomen geluiden of trillingen verstoring optreden. Een winterverblijf in het kasteel is ondanks niet aantreffen bij inspectie, te droog en te warm niet geheel uitgesloten. Een winterverblijf achter de luiken is niet waarschijnlijk gezien de blootstelling aan de elementen maar ook niet geheel uitgesloten. Verstoring kan daarom optreden bij interne werkzaamheden en verven van de luiken. Effecten blijven uit als het werk buiten de kwetsbare paarperiode tussen augustus en half oktober en in de winterperiode tot half april worden uitgevoerd. Inspecteer vooraf de luiken op aanwezigheid van vleermuizen, dan worden de dieren niet geraakt en kunnen tijdig een ander onderkomen vinden indien ze aanwezig zijn. Na het verven is de paarplaats weer voor jaren beschikbaar. (zie https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-018-Kennisdocument-Ruige-dwergvleermuis-1.0.pdf, blz.20; en Bijlage mitigerende en compenserende maatergelen)
Van ruige dwergvleermuis zijn geen verblijfplaatsen in de bijgebouwen geconstateerd. Het is echter niet uitgesloten dat een mannetje onderdak zoekt bij gewone dwergvleermuis. Sloop en nieuwbouw hebben daarom dezelfde invloed op ruige dwergvleermuis zoals beschreven wordt onder het kopje gewone dwergvleermuis. Toekomstige bewoning van het kasteel is niet van invloed gezien het voormalige gebruik als kantoorpand en de aanwezige verlichting. Zolang de luiken blijven hangen en deze onbeweegbaar worden gemonteerd zal er geen sprake kunnen zijn van verstoring. Het doven van de felle verlichting, hetgeen de toekomstige bewoners ook zullen waarderen, zal bijdragen aan nog betere condities voor de ruige dwergvleermuis.
15
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Gewone dwergvleermuis De effecten van de werkzaamheden voor gewone dwergvleermuis zijn verstoring bij werken aan het kasteel en verwijderen van verblijfplaatsen door sloop en nieuwbouw aan de bijgebouwen. Gewone dwergvleermuis gebruikt het kasteel als kraam- en achter de luiken als paarverblijfplaats. Een winterverblijfplaats kon niet worden geconstateerd. Een winterverblijf in het kasteel is ondanks niet aantreffen bij inspectie, te droog en te warm niet geheel uitgesloten. Een winterverblijf achter de luiken is niet waarschijnlijk gezien de blootstelling aan de elementen maar ook niet geheel uitgesloten. Een winterverblijf in de zolderruimte van de torens is zeker niet uitgesloten. De zolderruimte onder de torenspitsen is voor vleermuizen toegankelijk. De zuidoostelijke toren was in gebruik als kraamverblijf voor gewone dwergvleermuis. De bijgebouwen worden gebruikt als paarverblijf en als zomerverblijfplaats. Een winterverblijfplaats is niet geconstateerd maar is niet uitgesloten. Bij sloop zullen zeker twee paarverblijven, een zomerverblijfplaats en mogelijk een winterverblijfplaats verdwijnen. Bij interne werkzaamheden zal verstoring door geluid en trillingen optreden indien er vleermuizen aanwezig zijn. Werk daarom buiten kwetsbare periodes.
(zie https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf, blz.26) In overleg met opdrachtgever is besloten om de zolderruimtes van de torens niet in gebruik te laten nemen door toekomstige bewoners. Daardoor blijft deze ruimte voor vleermuizen beschikbaar. Wel wordt de verdiepingsvloer aan de zolderzijde geïsoleerd. De isolatie naast warmteverlies ook bij aan wegnemen van geluidbelasting. Voorafgaand aan de isolatiewerkzaamheden dient aanwezigheid van vleermuizen te worden uitgesloten. Door de zolders één voor één in orde te maken blijven er altijd drie toegankelijk voor de vleermuizen om naar uit te wijken. Bij deze werkwijze wordt geen vleermuis geraakt maar hooguit verstoord en is het verblijf voor jaren veilig gesteld. Voer deze werkzaamheden uit onder ecologische begeleiding buiten kwetsbare en in actieve perioden voor gewone dwergvleermuis. Aanbevolen wordt om de openingen in de toren toegankelijk te laten voor vleermuizen maar vogels (lees stadsduiven en kauwtjes) buiten te sluiten door de opening te verkleinen. Wel bestaat er een mogelijkheid om bijvoorbeeld een kerkuilkast te plaatsen direct achter één van de openingen. Ten aanzien van de aangetroffen paarterritoria achter de luiken van het kasteel geldt voor de gewone dwergvleermuis dezelfde procedure als beschreven voor de ruige dwergvleermuis.
Pagina 16
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Het verdwijnen van de paar- en vaste verblijfplaatsen dient gemitigeerd en gecompenseerd te worden. Ter mitigatie kan worden gewerkt buiten de kwetsbare – en in actieve perioden van gewone dwergvleermuis. Ter compensatie van het verlies van twee paarverblijven dienen ter vervanging minstens 6 maanden voor de paar periode acht paarverblijfkasten te worden opgehangen in de nabijheid van de oude stek buiten de verstoringsgevoelige zone. Aangeraden wordt deze kasten te combineren met kasten die ook geschikt zijn als zomer/winter en kraamverblijf. Bij sloop van de gebouwen wordt aangeraden te werken volgens de aanwijzingen uit het Kennisdocument gewone dwergvleermuis. (zie. https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewonedwergvleermuis-1.0.pdf, blz. 50)
Wellicht kan worden overwogen in het kader van de subsidie Soortenbeleid van de provincie Noord Holland om een bijpassende groter en blijvende voorziening te plaatsen. (zie. https://faunusnature.com/wp-content/uploads/faunus-catalogus-zomer2021-web.pdf blz. 36) Een kleine verblijfplaats is aangetroffen bij het oude koetshuis. Hier vinden geen werkzaamheden plaats en derhalve geen verstoring. Bij sloop van de bijgebouwen moet rekening worden gehouden met een tijdelijk verstorend effect door geluid en trillingen. In de omgeving zijn er alternatieven verblijfplaatsen voorhanden. Aangeraden wordt ter mitigatie het slopen buiten de kwetsbare - en in een actieve periode te laten plaatsvinden. Het plaatsen van vleermuiskasten geschikt voor paarzomer en winterverblijf compenseert de tijdelijke afwezigheid. Rosse vleermuis Verstoring door de werkzaamheden worden op deze soort niet verwacht omdat er geen relatie is met de gebouwen. Bij werkzaamheden in het park zoals kappen van bomen, moet zeker rekening worden gehouden met de soort. De soort is gewend aan de felle lichten op het kasteel. Beter is echter en het geldt ook voor de andere vleermuizen de lichten te doven. Laatvlieger De laatvliegers komen van buiten het gebied. Verstoring door de werkzaamheden worden op deze soort niet verwacht omdat er geen aanwijsbare relatie is met de gebouwen of directe omgeving.
Gewone grootoor en watervleermuis Verstoring door de werkzaamheden worden op deze soort niet verwacht omdat er geen relatie is met de gebouwen. Bij werkzaamheden in het park zoals bijvoorbeeld kappen van oude (zieke) bomen, moet zeker rekening worden gehouden met deze soorten.
17
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Leef- en foerageergebied en vliegroute Verstoring wordt niet verwacht omdat de werkzaamheden voornamelijk binnen plaatsvinden en niet in de nachtelijke uren wordt gewerkt. Er gaat geen leef- of foerageergebied verloren en een vliegroute wordt niet onderbroken. Overige beschermde soorten Effecten op overige beschermde soorten worden niet verwacht omdat deze soorten niet voorkomen en/of geen relatie hebben met de gebouwen of de directe omgeving daarvan. De werkzaamheden blijven beperkt tot de gebouwen en de open omgeving aan de verharde voorzijde van het kasteel
5 Conclusies
Gewone- en ruige dwergvleermuis komen beide in relatie tot het Kasteel Nederhorst, koetshuis en bijgebouwen voor. Van gewone dwergvleermuis werd een kraamverblijf en werden paarterritoria vastgesteld. Van ruige dwergvleermuis werden twee paarverblijven geconstateerd achter de luiken van het kasteel. Laatvlieger komt voor als foeragerende gast en heeft geen relatie met de gebouwen. Gewone grootoor en watervleermuis werden sporadisch met grote mate van onzekerheid waargenomen maar hebben geen relatie met de gebouwen. Huismus, gierzwaluw en overige beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden kan geconcludeerd worden dat de werkzaamheden binnen in het kasteel verstoring door geluid en trillingen kunnen geven indien vleermuizen ook werkelijk gebruik maken van het kasteel. Isolatie van de vloer van de torenzolders geen effect heeft indien er geen vleermuizen aanwezig zijn. Gefaseerde aanleg is daarom aanbevolen zodat altijd drie zolders beschikbaar blijven. Werkzaamheden aan de buitenzijde van het kasteel geen effect hebben indien er wordt gewerkt buiten de kwetsbare – en in een actieve periode. Geadviseerd wordt de luiken te fixeren ter voorkoming van open en dichtdoen door toekomstige bewoners waardoor vleermuizen achter de luiken worden verstoord.
Werkzaamheden aan het koetshuis achterwege blijven waardoor geen verblijfplaatsen worden vernietigd. Verstoring door geluid en trillingen is mogelijk. Door sloop en bouwwerkzaamheden van de bijgebouwen rond het koetshuis er twee paarterritoria en een zomer/winterverblijf van gewone dwergvleermuis verdwijnen. Ecologische begeleiding van de werkzaamheden wordt aangeraden.
Pagina 18
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
6 Mitigerende en compenserende maatregelen 6.1 Mitigatie en compensatie Bij de werkzaamheden aan Kasteel Nederhorst vindt geen vernietiging van verblijfplaatsen plaats maar kan verstoring optreden. Ter mitigatie kunnen de volgende maatregelen worden genomen. (zie ook bijlage mitigatie en compensatie) Plan de werkzaamheden buiten kwetsbare perioden; (zie ook bijlage mitigatie en compensatie) Faseer de werkzaamheden in tijd en ruimte zoals voorgesteld i.v.m. isolatie van de zoldervloeren en schilder de luiken niet allemaal tegelijk; Vermijd lichtverstoring en extra lichtverstoring; Houd verblijfplaatsen zoveel mogelijk toegankelijk; Pas zonodig de werkwijze of volgorde van werken aan; voorkom onnodige extra belasting; Werk met een ecologisch werkprotocol en schakel een soortdeskundige in. Bij de werkzaamheden aan de bijgebouwen dient zowel mitigatie als compensatie plaats te vinden omdat hier verblijfplaatsen verloren gaan. Ter tijdelijke compensatie van de twee paarverblijven/territoria dienen er acht vervangende vleermuiskasten in de nabije omgeving te worden geplaatst. Ter vervanging van de zomer/winterverblijfplaats dienen minimaal twee geïsoleerde kasten te worden geplaatst met een vervangende functie als zomerverblijfplaats.
De kasten kunnen functioneel worden gecombineerd omdat de gewone dwergvleermuizen meerdere verblijfsmogelijkheden hebben in de directe omgeving aan het koetshuis, de torenzolders en holle bomen in het slotpark. Ter permanente compensatie dienen er in de nieuwbouw ingebouwde verblijfruimten te worden gerealiseerd. Zie ter inspiratie https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-KennisdocumentGewone-dwergvleermuis-1.0.pdf blz. 33. Zie ook de suggestie voor een grotere aanpak op blz.17 van dit document.
19
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
6.2 Planning
Kaart fasering en planning Bron: Stadsherstel NV Amsterdam
In fase 1a Kasteel en fase 1b Monumentale schuur vindt er voor beide rijksmonumenten een functieverandering plaats. Voor het Kasteel betekenen de werkzaamheden met name een verstoring van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Er gaan in het Kasteel geen verblijfplaatsen verloren. Door aanpassing van de planning in ruimte en tijd zal de verstoring veel minder worden. Er blijven gedurende de werkzaamheden alternatieve verblijfplaatsen beschikbaar. Voor de monumentale schuur betekenen de werkzaamheden een tijdelijk verlies van een baltsterritorium waarbinnen een verblijfplaats aanwezig is. Ook kan verstoring optreden van de in het koetshuis verblijvende gewone dwergvleermuizen. Fase 2 sloop van de bijgebouwen en nieuwbouw is nog in voorbereiding en zal voorlopig niet aanvangen. Daarmee blijft een zomer/winterverblijfplaats en een baltsterritorium nog gespaard en bovendien talrijke alternatieve onderkomens voor vleermuizen. Fase 3 Het koetshuis is nog volledig uit beeld en wordt binnen een tijdbestek van jaren niet uitgevoerd. De verblijfplaatsen blijven gespaard. Hooguit kan verstoring plaatsvinden door geluid. Verstoring van licht en trillingen zijn uitgesloten.
Pagina 20
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
6.3 Ontheffingsaanvraag De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op de onder andere: 1. Het is verboden vleermuizen (beschermde soorten) in zijn natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. De onder 2 en 3 genoemde verboden worden in fase1a en 1b van de voorgenomen werkzaamheden zonder ontheffing overtreden. Voor fase 2 en 3 zal een aparte ontheffing worden aangevraagd zodra er in de planning zicht is op de aanvang van de werkzaamheden. Wel moet de geldigheidsduur van de ecologische onderzoeken (niet ouder dan 3 jaar) in beeld bijven! Ontheffing of verklaring van geen bedenkingen (vvgb) is nodig indien door de activiteiten sprake is van een overtreding van de Nbw-2015. Er treedt verstoring op en er vindt (tijdelijke) vernietiging plaats van vaste verblijfplaatsen dus is er een ontheffing of vvgb nodig. Voor het aanvragen van de ontheffing is een het opstellen van een actieplan een vereiste. De ontheffing kan worden aangevraagd bij de Omgevingsdienst Noord Holland Noord (www.ODNHN.nl). Op de site van de omgevingsdienst is een handleiding opgenomen voor het opstellen van het actieplan.
Van belang zijn de mitigerende en compenserende maatregelen, alternatieven, de effecten op de populatie en aantonen van een groot openbaar belang zoals behoud van het Rijksmonument door functionele wijziging en asbestsanering.
21
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
7 Geraadpleegde bronnen Literatuur
Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen min EZ december 2016. Jansen, A. M & Schaminée J.H.J., Europese Natuur in Nederland, Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV uitgeverij, Utrecht, 2008 Jansen, A. M & Schaminée J.H.J., Europese Natuur in Nederland, Z e e e n k u s t N a t u r a 2 0 0 g e b i e d e n KNNV uitgeverij, Utrecht, 2009 Sven Verkem, Bat--detector handleiding voor beginners, Determinatie van de meest voorkomende vleermuizen in Vlaanderen met behulp van heterodyne bat-detectoren
E.A. Jansen + H.J.G.A. Limpens, Hans Hollander redactie, herkenning van vleermuissoorten en gedrag aan de hand van echolocatiegeluiden- voorlopige versie 2014 (NEM-VTT sonogrammenboekje). Quickscan Bomen in Gaasperplaspark Kennisdocumenten Ruige- en Gewone dwergvleermuis
Internet Voorzover niet eerder in bronvermeldingen opgenomen: http://www.vleermuis.net https://www.pdok.nl/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/
Foto’s en kaarten Fotografie: Kaarten:
N.Daemen Open streetmap pdokservice Bewerking N.Daemen QGIS 2.14 Essen
Pagina 22
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Bijlage Kaarten verblijfplaatsen Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii
Bron: Luchtfoto Pdok-service bewerking QGIS Betekenis: gele stip = observatiepunt, rode ster paarverblijfplaats, groene lijn foeragerend, rode lijn gelopen route
23
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus
Bron: Luchtfoto Pdok-service bewerking QGIS Betekenis: Groen gearceerd = baltsterritorium Oranje zeshoek = verblijfplaats met zwermen in de vroege ochtend Geel gemarkeerde zeshoek = kraamverblijfplaats in torenzolder rode lijn = gelopen route groen lijn = foerageergebied boven slotgracht
Pagina 24
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Foto bijlagen verblijfplaatsen
Torenzolder met leeg kraamverblijf 5-8-2021
Zoldervloer bezaaid met keuteltjes 5-8-2021
Invliegopening tussen muur en boeiboord 19-5-2020
Stoep met keuteltjes onder invliegopening
25
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Verblijfplaats achter zonwering
Paarterritorium bijgebouw west
Zuidzijde kasteel met paarterritorium gewone dwergvleermuis, paarverblijven ruige dwergvleermuis en invliegplaats gewone dwergvleermuis kraamverblijf.
Verdachte ruimte onder funderingsplaat aan zuidzijde bijgebouwen
Baltsterritorium monumentale schuur
Pagina 26
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Kaarten opnamepunten
Opnames 19-5-2020 een opnamepunt kan meerdere opnames bevatten Bron: luchtfoto Google Earth pro
27
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Opnames 7 september 2020 Bron: luchtfoto Google Earth pro
Pagina 28
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Opnames 29 september 2020 , een opnamepunt kan meerdere opnames bevatten zoals zichtbaar in de rode Bron: luchtfoto Google Earth pro
29
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Opnames 9 juni 2021, een opnamepunt kan meerdere opnames bevatten, opnames vanuit een stationairpunt aan de noordwestzijde waardoor rondom het punt de meeste opnames liggen Bron: luchtfoto Google Earth pro
Pagina 30
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
9 juni 2021 opnamepunten
13-7-2020 opname punten
31
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
5-8-21 opname punten
De laatste drie kaarten zijn gemaakt in het programma Batexplorer dat in 2021 beschikbaar was. Rode stip = gewone dwergvleermuis Blauwe stip = rosse vleermuis Rose stip = ruige dwergvleermuis Paarse stip = laatvlieger Groen stip = watervleermuis Grijze stip = opname zonder vermelding nb. Op 6 juni storingen in de opname waardoor sonogrammen niet beschikbaar waren maar wel de suggesties.
Pagina 32
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Bijlage mitigatie en compensatie
Bron: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf blz. 50
33
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
Bron: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf blz.27
Pagina 34
Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten
colofon
Andersenhof 8 3446 BS Woerden Internet: www.arda-natuur.nl / n.daemen@arda-natuur.nl T 0348743245 M 0614604974 KvK 34223327 BTW NLNL001239885B85
De veldwerkzaamheden en rapportage zijn door N.D.Daemen bc. Arda advies voor natuur en landschap verricht in samenwerking met dhr. F. van der Vliet vleermuisdeskundige en A. Versluis vleermuisvrijwilliger. Dhr. Daemen heeft een HBO opleiding milieukunde en is afgestudeerd in richting ecologie en natuurbeheer. Dhr. Daemen heeft ruime ervaring (>20 jaar) met inventarisaties van diverse soortgroepen waaronder vogels, flora, kleine marterachtigen, insecten, vleermuizen, amfibieën en reptielen. Dhr. F. van der Vliet doet al jaren onderzoek naar vleermuizen in en rond Amsterdam. Hij wordt ingehuurd door verschillende onderzoeksbureau voor onderzoek naar vleermuizen. Arda is niet aangesloten maar onderschrijft wel de gedragscode van het Netwerk Groene Bureaus in samenwerking met bureaus uit dit Netwerk en als zelfstandige onderneming. Voor schade die het gevolg is van besluiten van opdrachtgever op basis van het advies, is ARDA adviesbureau voor natuur, cultuurhistorie en recreatie niet aansprakelijk.
35