Bijlage 5 Rapport waterbodemonderzoek
Tekst van het document
KWALITEITSBAGGEREN NATUURGEBIED 'T HOL VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK
KWALITEITSBAGGEREN NATUURGEBIED 'T HOL VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK
Opdrachtgever
Natuurmonumenten Stationsplein 1 3818 LE Amersfoort
Colofon
Tijhuis Ingenieurs BV Softwareweg 4B 3821 BP Amersfoort
Projectnaam
Kwaliteitsbaggeren Natuurgebied 't Hol
Onderdeel
Verkennend waterbodemonderzoek
Projectnummer
TI21200
Datum
24-02-2022
Aantal pagina’s
19
Versie
01
Status
Definitief
Archiefcode
TI21200.wbo.0101
Opsteller
J. Diepeveen MSc.
Vrijgave
Ing. A.H.M. Coopmans
V4.04
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
Samenvatting Tijhuis Ingenieurs heeft in het najaar van 2021 een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd in watergangen en meren in natuurgebied ‘t Hol. Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor de uitvoering van het waterbodemonderzoek zijn de voorgenomen baggerwerkzaamheden in het natuurgebied ter verbetering van de waterkwaliteit. Het hoofddoel van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie conform de NEN5720 en hoeveelheid in het kader van voorgenomen baggerwerkzaamheden. Met deze gegevens zijn de verwerkingsmogelijkheden conform het Besluit bodemkwaliteit bepaald. Milieuhygiënische kwaliteit en hoeveelheid Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen NEN5717- en NEN5720:2017. Uit het onderzoek blijkt het volgende: ► Het overgrote merendeel van de baggerspecie in de wateren in ’t Hol is verspreidbaar, ► Van slechts drie monstervakken is de baggerspecie als niet verspreidbaar beoordeeld, ► Voor één monstervak geldt dat de interventiewaarde voor arseen wordt overschreden, ► De aangetroffen gehalten PFAS (steekproefsgewijs onderzocht in10% van de monstervakken) voldoen aan de gestelde normen.
De gemeten gehalten zijn lager dan de toepassingsnormen voor baggerspecie, ► De gemiddelde sliblaagdikte in ’t Hol bedraagt circa 0,54 m, ► In totaal is ruim 220.000 m3 baggerspecie in het onderzoeksgebied aanwezig, ► Er zijn 5 asbestverdachte locaties aangetroffen tijdens de veldinventarisatie. In de onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van de toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit en aan de toepassingsnormen voor PFAS (voor de 5 monstervakken waarin op PFAS is onderzocht), zoals vastgesteld in het handelingskader voor toepassen van grond en baggerspecie. Verder is per monstervak de totale hoeveelheid baggerspecie en gemiddelde sliblaagdikte opgenomen. Tabel 1: Samenvatting resultaten milieuhygiënisch onderzoek (Bbk en PFAS) en hoeveelheid Hoeveelheid slib Monstervak
Totaal m3
Kwaliteit
Gemiddelde laagdikte (m)
Toepassen land, functieklasse Wonen/ Industrie
Verspreiden Bbk
PFAS (Cat Bbk 4.2)
PFAS (Cat 4.1)
Toepassen oppervlaktewater, niet vrijliggende diepe plas PFAS (Cat Bbk 4.9.1)
Deellocaties onderzocht conform de normale onderzoeksinspanning, pakket C2 MV_ON_07a
1.197
0,71 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_ON_07b
8.363
0,87 Verspreidbaar
MV_ON_07c & MV_ON_07d
11.693
0,90
Voldoet
Klasse industrie
Voldoet
Klasse B
Voldoet
Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse B
-
Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse B
-
MV_LN_23
528
0,25 Verspreidbaar
-
Altijd toepasbaar
-
Altijd toepasbaar
MV_LN_24
347
0,20 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LN_25
2.804
0,75 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LN_26
1.096
0,52 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LN_27
258
0,35 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LN_28
1.452
Nooit 0,56 verspreidbaar (As)
Voldoet
Niet Toepasbaar > I (As)
Voldoet
Nooit toepasbaar (As)
Voldoet
MV_LN_29
985
0,44 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
496
Niet verspreidbaar 0,39 (msPAF metalen)
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LN_30
Versie 4.04
i
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek Hoeveelheid slib Monstervak
MV_LN_31 MV_LN_32 MV_LN_33
Totaal m3
Kwaliteit
Gemiddelde laagdikte (m)
Bbk Verspreidbaar
267
0,21
659
0,37 Verspreidbaar
286
0,20
Toepassen land, functieklasse Wonen/ Industrie
Verspreiden
Verspreidbaar
PFAS (Cat Bbk 4.2)
PFAS (Cat 4.1)
Toepassen oppervlaktewater, niet vrijliggende diepe plas PFAS (Cat Bbk 4.9.1) Altijd toepasbaar
-
Altijd toepasbaar
-
-
Klasse industrie
-
Klasse B
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
Deellocaties onderzocht conform de lichte onderzoeksinspanning, pakket A MV_OL_01a_s1
Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
0,97 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
0,80 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
0,92 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
10.189
0,90 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
8.627
0,41 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_OL_03c
2.690
0,85 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_OL_04
1.899
0,37 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_OL_05a
7.124
0,75 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_OL_05b
11.660
0,51 Verspreidbaar
Voldoet
Klasse industrie
Voldoet
Klasse A
Voldoet
MV_OL_05c
6.443
0,47 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_OL_06a
5.232
0,58 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_OL_06b
4.517
0,66 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_OL_06c
3.675
0,35 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
Niet verspreidbaar (msPAF 1,07 metalen)
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
6.292
0,91
MV_OL_01b
16.116
MV_OL_02a
4.480
MV_OL_02b
7.611
MV_OL_03a MV_OL_03b
MV_OL_01a_s2
MV_LL_08_s1
8.806
MV_LL_08_s2
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LL_09
10.049
0,68 Verspreidbaar
Verspreidbaar
Voldoet
Klasse industrie
Voldoet
Klasse A
Voldoet
MV_LL_10
5.838
0,53 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LL_11
6.188
0,62 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LL_12
8.410
0,57 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LL_13
12.216
0,72 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LL_14
2.522
0,29 Verspreidbaar
-
Altijd toepasbaar
-
MV_LL_15
962
0,34 Verspreidbaar
-
Klasse wonen
-
Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
MV_LL_15a_s1 MV_LL_15a_s2
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse A
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
-
0,48 Verspreidbaar
-
Altijd toepasbaar
-
MV_LL_15a_s3
Verspreidbaar
-
Altijd toepasbaar
-
MV_LL_16_s1
Verspreidbaar
-
Altijd toepasbaar
-
Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
MV_LL_16_s2
5.251
-
11.151
0,49
Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
3.928
0,43 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
Voldoet
MV_LL_16_s3 MV_LL_17
-
MV_LL_18
1.094
0,38 Verspreidbaar
Voldoet
Altijd toepasbaar
Voldoet
Altijd toepasbaar
MV_LL_19
4.514
0,50 Verspreidbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse A
-
-
Altijd toepasbaar
-
MV_LL_20
Versie 4.04
3.821
0,40 Verspreidbaar
-
Altijd toepasbaar
ii
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek Hoeveelheid slib Monstervak
MV_LL_21 MV_LL_22
Totaal m3
Kwaliteit
Gemiddelde laagdikte (m)
4.874 4.417
Toepassen land, functieklasse Wonen/ Industrie
Verspreiden Bbk
0,47 Verspreidbaar 0,42 Verspreidbaar
PFAS (Cat Bbk 4.2) -
Klasse industrie Altijd toepasbaar
PFAS (Cat 4.1)
Toepassen oppervlaktewater, niet vrijliggende diepe plas PFAS (Cat Bbk 4.9.1)
-
Klasse A
-
-
Altijd toepasbaar
-
Uitvoeringsaspecten Verwerkingsmogelijkheden baggerspecie Het overgrote deel van de vrijkomende baggerspecie kan op basis van de kwaliteit lokaal worden verspreid of in een weilanddepot verwerkt. Als het verspreiden van de specie niet haalbaar is, of de baggerspecie is als niet verspreidbaar aangemerkt, zijn de volgende verwerkingsmogelijkheden beschikbaar: ► Een deel van de baggerspecie is op basis van toepasbaarheid op landbodem aangemerkt als klasse Industrie. De baggerspecie kan lokaal worden toegepast in een baggerspeciedepot. ► De meeste baggerspecie is vrij toepasbaar in oppervlaktewater of als klasse A en B aangemerkt en kan worden toegepast in oppervlaktewater. Echter is gezien de aanwezigheid van exoten (ongelijkbladig vederkruid en cabomba) in het natuurgebied de kans op verspreiding hiervan elders groot. ► De niet toepasbare baggerspecie moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Veiligheidsmaatregelen Voor de uitvoering van het werk moet een V&G-plan worden opgesteld. In het V&G-plan worden de maatregelen opgenomen om de veiligheid van de uitvoering van het werk te bepalen. Deze worden bepaald de analyseresultaten te toetsen aan de normen van de CROW400.
Vergunningen en meldingen ► Besluit Bodemkwaliteit Baggerspecie die niet direct op de aanliggende oever wordt verwerkt moet minimaal 5 dagen voor aanvang van het werk gemeld worden via de website www.bodemplus.nl. ► Waterwet 5 Werkdagen voor aanvang van het werk moet een Blbi-melding bij de waterkwaliteitsbeheerder te worden gedaan. Voor de nooit toepasbare specie moet een werkplan worden bijgevoegd. Er moet rekening worden gehouden met een proceduretijd van 6 weken. ► Baggerspecieverklaring Als de baggerspecie wordt afgevoerd naar een stortplaats, waar volgens de omgevingsvergunning ook andere afvalstoffen mogen worden gestort, dient bij Bodem+ een baggerspecieverklaring te worden aangevraagd. ► Wet Natuurbescherming In het kader van de zorgplicht (Wet Natuurbescherming) moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van eventueel beschermde plant- en diersoorten. In de voorbereiding van het baggerwerk moet een natuurtoets worden uitgevoerd. Baggerstrategie Met de resultaten van dit onderzoek zijn de verwerkingsmogelijkheden van het werk bepaald.
Belangrijke aandachtspunten voor het bepalen van de daaropvolgende baggerstrategie zijn onder andere: ► De exoten ongelijkbladig vederkruid en cabomba (die nagenoeg in het gehele natuurgebied aanwezig zijn) mogen bij baggeren niet verder worden verspreid, ► De aanwezigheid van de exoot rivierkreeft, ► Nalevering van nutriënten bij het niet volledig verwijderen van de aanwezige sliblaag, ► De optimale (te realiseren) waterdiepte voor de gewenste waterplanten, Versie 4.04
iii
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek ►
►
Het inbrengen (enten) van de gewenste soorten watervegetatie na baggeren (krabbescheer, waterpest, grof hoornblad, etc.), De aanwezige kwelzones die door baggeren van de sliblaag kunnen worden verstoord.
Deze en andere aspecten, die medebepalend zijn voor de baggerstrategie, worden behandeld in de rapportage baggerstrategiebepaling en zijn niet meegenomen in dit rapport.
Versie 4.04
iv
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
Inhoudsopgave Samenvatting .............................................................................................................................................. i 1
Inleiding ............................................................................................................................................ 1
2 2.1 2.2 2.3
Vooronderzoek ................................................................................................................................ 2 Beschrijving onderzoekslocatie .................................................................................................................2 Bevindingen vooronderzoek milieuhygiënische kwaliteit ....................................................................2 Conclusie en hypothese .............................................................................................................................4
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Milieuhygiënisch onderzoek ........................................................................................................... 6 Onderzoekstrategie .....................................................................................................................................6 Veldwerkzaamheden ..................................................................................................................................6 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................7 Resultaten ......................................................................................................................................................8
4
Vooronderzoek en inventarisatie asbest ...................................................................................... 12
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Hoeveelheidsbepaling, diepteligging bodem en waterdiepte .................................................. 13 Meetplan .....................................................................................................................................................13 Veldwerkzaamheden ................................................................................................................................13 Resultaten ....................................................................................................................................................15 Diepteligging bodem en waterdiepten - Puntpeilingen ....................................................................15
6
Verantwoording ............................................................................................................................. 17
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Vooronderzoek NEN 5717:2017 Boorbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsingsresultaten volgens het Besluit bodemkwaliteit: a. Verspreiden b. Toepasbaarheid op of in de landbodem c. Toepasbaarheid als waterbodem d. Toepassen in Grootschalige Bodemtoepassing (GBT) op land e. Toepassen in Grootschalige Bodemtoepassing (GBT) in oppervlaktewater 5. Toetsingsresultaten PFAS volgens Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie 6. Gebruikte normen 7. Dwarsprofielen 8. Hoeveelheidsberekening 9. Foto’s asbestinventarisatie 10. Waterdiepten en sliblaagdikten 11. Opmerkingen veldwerk - dwarsprofielen
Tekeningen
TI21200-WBO-TK-0101_Overzichtstekening_kwaliteiten_profielen TI21200-WBO-TK-0102_Overzichtstekening_incl_Asb_inventarisatie TI21200-WBO-TK-0103_incl_vastepunten_en_opm_verldwerk TI21200-WBO-TK-0201_Puntpeilingen.waterdiepten Alle bijlagen en tekeningen zijn toegevoegd aan dit PDF-rapport met behulp van de ‘paperclip’ functie.
Versie 4.04
0
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
1
Inleiding In opdracht van Natuurmonumenten heeft Tijhuis Ingenieurs BV een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd in watergangen en meren in Natuurgebied ’t Hol in het landelijke gebied rond Kortenhoef. Aanleiding en doelstelling Hoofddoel van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit en de hoeveelheid van de te verwijderen baggerspecie. Op basis van deze gegevens zijn de verwerkingsmogelijkheden op basis van de normen uit het Besluit bodemkwaliteit bepaald. Daarnaast is geïnventariseerd of bij het uitvoeren van baggerwerkzaamheden risico’s als gevolg van de aanwezigheid van asbest kunnen optreden. Leeswijzer Het rapport beschrijft eerst de resultaten van het vooronderzoek. Vervolgens worden de resultaten van het vooronderzoek, de kwaliteit van de baggerspecie, het asbestonderzoek en de hoeveelheidsbepaling beschreven.
Versie 4.04
1
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
2
Vooronderzoek In de voorbereiding van het onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd volgens controlelijst A van de NEN 5717:2017 ‘Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek’. Doel van het vooronderzoek is in kaart brengen van (mogelijke) aanwezige verontreinigingen in de waterbodem en een uitspraak te doen over de verwachte kwaliteit. Het vooronderzoek is de basis voor de hypothese van het veld- en laboratoriumonderzoek en de uiteindelijke monsternamestrategie. Verder worden met de resultaten van het vooronderzoek de veiligheidsrisico’s en te nemen veiligheidsmaatregelen voor de veldwerkers bepaald. In dit hoofdstuk is eerst een beschrijving van de onderzoekslocatie gegeven en vervolgens zijn de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek samengevat.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie Natuurgebied ’t Hol maakt onderdeel uit van de Oostelijke Vechtplassen. Het Hol is een natuurgebied waar nog karakteristieke laagveennatuur aanwezig is. Ooit was het een laagveengebied. Het veen is destijds afgegraven voor de winning van turf. In het natuurgebied zijn verschillende stadia van verlanding: van open water en trilveen tot rietland en bos. De kwaliteit van de natuur gaat echter reeds lange tijd achteruit. De provincie Noord-Holland, Natuurmonumenten en Waternet hebben een plan opgesteld om de natuur te herstellen en de verworven percelen in te richten. Het plan is een voorlopig ontwerp en bevat maatregelen zoals baggeren, plaggen en de aanleg van een installatie die fosfaat aan het water onttrekt. Afbeelding 2.1: ligging onderzoekslocatie (Bron luchtfoto)
Zie tekening TI21200-WBO-TK-0101 in de bijlage voor een gedetailleerde weergave van de te onderzoeken wateren.
2.2
Bevindingen vooronderzoek milieuhygiënische kwaliteit Het vooronderzoek bestaat uit een bureaustudie en een terreinverkenning. Bureaustudie Bij de bureaustudie is informatie opgevraagd over mogelijke verontreinigingsbronnen die invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de waterbodem. Hierbij is informatie geraadpleegd van de opdrachtgever en diverse openbare bronnen (bijlage 1).
Versie 4.04
2
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek Terreinverkenning De locatie is eerst verkend via luchtfoto’s en Streetview. De terreinverkenning is gecombineerd uitgevoerd met het veldwerk: op basis van de beschikbare informatiebronnen zijn de onderzoeksaspecten beoordeeld en was een aparte terreinverkenning niet nodig. In bijlage 1 zijn de complete resultaten uit het vooronderzoek (bureaustudie en terreinverkenning) opgenomen. In onderstaande paragraaf zijn de belangrijkste bevindingen samengevat. Belangrijkste bevindingen vooronderzoek ► Baggerdiepte of ontgravingsdiepte De ontgravingsdiepte is nog niet op voorhand vastgesteld. Aannemelijk is echter dat de watergangen worden gebaggerd tot vaste bodem. Hiervan is uitgegaan in dit onderzoek. Afwezigheid van mogelijke verontreinigingsbronnen in het grootste deel van de wateren (circa 75%). Het grootste deel van de wateren liggen midden in het natuurgebied. Niet belast door wegen, puntbronnen, vaarverkeer, bewoning of andere verontreinigingsbronnen. Deze wateren zijn als onbelast aangemerkt. ► Puntbronnen Er zijn geen overstorten of overige specifieke puntbronnen bekend. ► Via Bodemloket/ Omgevingsdienst zijn de volgende verontreinigingsbronnen in of nabij een aantal wateren aangemerkt: Ter plaatse van de voormalige stortplaats Loenen is een sanering uitgevoerd.
Het is niet bekend of destijds de waterbodem ook gesaneerd is. Ter plaatse van het voormalige stortplaats terrein VET is een sanering uitgevoerd. Het is niet bekend of destijds de waterbodem ook gesaneerd is. In de noordoostelijk deel van het onderzoeksgebied is een kwekerij aanwezig. De waterbodem is onder andere verdacht op het voorkomen van OCB’s. ► Bestrijdingsmiddelen In de noordwestelijk deel van het onderzoeksgebied is een volkstuinencomplex aanwezig. De watergang langs dit perceel is onder andere verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB’s). ► PFAS Op basis van de beschikbare gegevens zijn geen puntbronnen van PFAS of GenX ontdekt die invloed hebben op de waterbodemkwaliteit. Wel moet rekening gehouden worden met een mogelijke diffuse belasting van PFAS. Daarom is besloten (in overeenstemming met Omgevingsdienst en Natuurmonumenten) dat 10% van de waterbodemmonsters wordt onderzocht op PFAS. Hiermee wordt ook voldaan aan de onderzoeksverplichting voor verspreiden van baggerspecie zoals vastgelegd in het Handelingskader PFAS ► Asbest Uit de bureaustudie zijn geen asbestverdachte locaties naar voren gekomen. Bij de terreinverkenning zijn echter vijf asbestverdachte objecten aangetroffen. Het gaat om twee locaties met een asbestverdachte beschoeiing, tweemaal een asbestverdachte dakbedekking en een asbestverdachte dam/beschoeiing.
In hoofdstuk 4 en bijlage 9 is de asbestinventarisatie nader toegelicht. De locaties zijn opgenomen op tekening TI21200-wbo-TK-0102. ► Terreinverkenning Ui de terreinverkenning blijkt dat: De exoten cabomba (waterwaaier) en ongelijkbladig vederkruid in nagenoeg het gehele projectgebied voorkomen, Om de verspreiding van cabomba en ongelijkbladig vederkruid vanuit het Hol naar omliggende wateren tegen te gaan diverse vaarbomen/dammen aangebracht zijn in het water. Echter zijn bij enkele vaarbomen onvolkomenheden geconstateerd en vindt de verspreiding van deze vegetatie al plaats, De rivierkreeft (exoot) op verscheidene locaties in het Hol aanwezig is, Bij diverse watergangen en plassen verlanding en/of overwoekering plaatsvindt of reeds heeft plaatsgevonden. ► Niet gesprongen explosieven (NGE) en archeologische waarden
Versie 4.04
3
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek Bij het baggeren van de watergang wordt geen vaste bodem verwijderd. In de watergang worden op basis van de onderhoudshistorie en de historie van het gebied geen NGE of archeologische waarden verwacht. Een onderzoek naar NGE of archeologische waarden is niet uitgevoerd. Voor de overige watergangen zijn uit het vooronderzoek geen bijzonderheden naar voren gekomen die invloed hebben op de kwaliteit van de waterbodem.
2.3
Conclusie en hypothese Watertype De wateren zijn aangemerkt als klein regionaal oppervlaktewater. De wateren zijn ingedeeld in het watertype: lintvormig water en overig water. Typen deellocatie De onderzoeklocatie is verdeeld in de volgende typen deellocaties: ► Onbelast ► Diffuus belast, landelijk gebied ► Diffuus belast, stedelijk/ industriegebied ► Specifiek belast Bemonsteringsdiepte Aangenomen wordt dat de watergangen worden gebaggerd tot vaste bodem, de volledige sliblaag is in het onderzoek meegenomen. Verontreinigde matrix Voor nagenoeg alle wateren zijn op basis van het grondgebruik, de afwezigheid van bebouwing, de afwezigheid van puntbronnen en de waterhuishouding onbelast. Er wordt een lichte homogene verontreiniging van de sliblaag verwacht. De verwachting is dat de baggerspecie verspreidbaar is op aangrenzend perceel. Ter plaatse van de voormalige stortplaatsen, de kwekerij (bedrijvigheid), de provinciale weg N201, en volkstuinen wordt een heterogene verontreiniging verwacht. Er wordt geen overschrijding van de interventiewaarde verwacht. De verwachting is dat de verontreiniging in verticale richting homogeen is. Samenstellen mengmonsters De monsters van alle locaties worden samengevoegd in het veld. Analysepakket De onverdachte locaties worden onderzocht op Pakket A: Standaard waterbodem regionale wateren, en 10 % van de monsters worden onderzocht op PFAS.
De overige locaties nabij voormalige stortplaatsen, volkstuinen, de N201 en kwekerij worden onderzocht op Pakket C2: Baggerspecie uit zoet oppervlaktewater voor toepassing buiten Rijksoppervlaktewater en 10 % van de monsters op PFAS. Asbest Er zijn vijf locaties aangemerkt als asbestverdacht. Dit wordt in dit onderzoek verder niet onderzocht.
Versie 4.04
4
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek Samenvatting milieuhygiënisch vooronderzoek In de onderstaande tabellen zijn de belangrijkste uitkomsten van het milieuhygiënisch vooronderzoek samengevat. Tabel 2.2a: samenvatting vooronderzoek Deellocatie
Watertype
Lengte (m) / Opp (m2)
Hypothese kwaliteit
Hypothese en aard te verwachten stoffen
Aanvullende Analysepakket analyses PFAS (**) (10%)
Normale onderzoeksinspanning Vijvers nabij de N201
Overig
668 m / 25.042 m2*
Minerale olie
Pakket C2
PFAS (1 vak)
Watergang bij Lintvormig 722 m OCB’s Pakket C2 Geen volkstuinen Watergang parallel aan Lintvormig 782 m Minerale olie Pakket C2 Geen N201 Watergang van OCB’s / minerale olie kwekerij naar Lintvormig 189 m Pakket C2 Geen / PAK N201 Watergang Niet verspreidbaar Arseen, zware langs voormalig Lintvormig 472 m metalen, minerale Pakket C2 PFAS Stortplaats van olie, PAK Loenen Watergang ten westen van Minerale olie, zware Lintvormig 458 m Pakket C2 Geen voormalige metalen, PAK stortplaats VET Watergang bij Lintvormig 305 m OCB’s Pakket C2 Geen kwekerij Watergang Minerale olie, zware nabij Pakket C2 Geen Lintvormig 1.478 m metalen, PAK voormalige stortplaats VET * Bij overig water wordt het aantal monstervakken bepaald op basis van wateroppervlak. Zie hoofdstuk 3. ** Pakket C2 = droge stof, organisch stof, lutum, metalen (As, Ba, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn), minerale olie (C10-C40), PAK 10 VROM, PCB, Pentachloorbenzeen, Pentachloorfenol, OCB,
Tabel 2.2b: samenvatting vooronderzoek Deellocatie
Watertype
Lengte (m) / Opp (m2)
Hypothese kwaliteit
Hypothese en aard te verwachten stoffen
Aanvullende Analysepakket analyses PFAS (**) (10%)
Lichte onderzoeksinspanning Plassen Zuidwestelijk deel van ‘t Hol
Overig
5.268 m / 156.186 m2*
-
Pakket A
1 vak PFAS
Watergang Moleneind – Verspreidbaar Lintvormig 450 m Pakket A Geen Kromme Rade ZW Overige onverdachte Lintvormig 26.894 m Pakket A 2 vakken PFAS lintvormige watergangen * Bij overig water wordt het aantal monstervakken bepaald op basis van wateroppervlak. Zie hoofdstuk 3. ** Pakket A = droge stof, organisch stof, lutum, metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn), minerale olie (C10-C40), PAK 10 VROM, PCB
Versie 4.04
5
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
3
Milieuhygiënisch onderzoek In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het vooronderzoek vertaald naar de onderzoeksstrategie en het bemonsteringsplan. Aansluitend is beschreven op welke wijze het veld- en laboratoriumonderzoek is uitgevoerd. Vervolgens wordt ingegaan op de resultaten van het milieuhygiënisch onderzoek.
3.1
Onderzoekstrategie Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek zijn conform NEN 5720:2017 de volgende onderzoeksstrategieën vastgesteld: ► Lintvormig water, lichte onderzoeksinspanning (LL) ► Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN) ► Overig water, lichte onderzoeksinspanning (OL) ► Overig water, normale onderzoeksinspanning (ON) In tabel 3.1 is beschreven op welke wijze de onderzoeksstrategie conform NEN 5720 wordt vertaald naar de bemonsteringsstrategie. In tabel 3.2 de monsternamestrategie met het aantal monstervakken en boringen per deellocatie weergegeven. Tabel 3.1: Vertaling onderzoeksstrategie naar bemonsteringsstrategie Onderzoeksstrategie
Bemonsteringsstrategie Aantal monstervakken (am)
Opmerkingen
Aantal boringen per monstervak
LL
L / 2.500
10
am afronden naar boven, L in meter
LN
L / 500
10
am afronden naar boven, L in meter
OL
√A
6
am afronden naar boven, A in hectare
ON
2√A
6
am afronden naar boven, A in hectare
Tabel 3.2: Samenvatting onderzoeksinspanning Lengte (m) Oppervlakte (m2)
Aantal boringen
Bemonsteringsdiepte
14
84
Tot vaste bodem
16
160
Tot vaste bodem
668 m2
4
24
Tot vaste bodem
4.406 m
11
110
Tot vaste bodem
37.686
45
378
Deellocatie
Onderzoeksstrategie
Onverdacht
OL
5.268 m2
Onverdacht
LL
27.344 m
Verdacht
ON
Verdacht
LN
TOTAAL
Aantal monstervakken
* Voor overig water is de oppervlakte en ligging t.o.v. potentiële verontreinigingsbronnen bepalend voor het vaststellen van aantal monstervakken, niet de lengte.
In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op het verkennend asbestonderzoek.
3.2
Veldwerkzaamheden Voor aanvang van het veldwerk is een boorplan opgesteld. De boringen in de monstervakken zijn in de lengterichting van het vak op een gelijkmatige afstand en in de breedte aselect verdeeld. Het veldwerk is tussen 18 oktober 2021 en 3 december 2021 uitgevoerd door de gecertificeerde veldwerkers A. Hoosbeek en M. van der Meij en de veldwerker in opleiding R. Westra. Het veldwerk en de bijbehorende veldregistraties zijn uitgevoerd volgens BRL 2000, protocol 2003. Om contaminatie van het monstermateriaal te voorkomen is de bemonstering uitgevoerd volgens de richtlijnen zoals opgenomen in het document ‘Handreiking PFAS bemonsteren’ van het Expertisecentrum PFAS.
Versie 4.04
6
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek Boringen en monstername Op de aangegeven boorpunten van het boorplan zijn in totaal 378 boringen geplaatst. De plaatsbepaling van de boorpunten is bepaald met rtk-GPS. De rtk-GPS heeft een nauwkeurigheid van circa 0,03 m in x, y en z-richting. De boringen zijn uitgevoerd met een zuigerboor en doorgezet tot 0,1 m in de vaste bodem. Per boring is een monster genomen van de sliblaag. Vaste bodem is niet in het monster opgenomen. Het opgeboorde materiaal is zintuiglijk onderzocht, gekarakteriseerd en in boorprofielen beschreven. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. Er zijn zintuiglijk geen bijzonderheden geconstateerd die relevant zijn voor de uitkomsten en interpretatie van het onderzoek. Er zijn geen asbestverdachte materialen in of nabij de onderzoekslocatie en in de bemonsterde sliblaag aangetroffen. Bij de uitvoering van de bemonstering zijn geen bijzonderheden geconstateerd: de monsters zijn samengevoegd in het veld. Per boring is de sliblaag separaat bemonsterd en aan het laboratorium aangeleverd. Afwijkingen op NEN-5720 en BRL 2000 protocol 2003 Tijdens het veldwerk is niet afgeweken van de NEN 5720 of de BRL 2000 protocol 2003.
Ten opzichte van de in paragraaf 3.1 genoemde strategie hebben de volgende wijzigingen plaatsgevonden: ► In MV_OL_01a zijn twee extra boringen (boring 7 en 8) geplaatst om ook van de diepere sliblaag (s2) 6 aparte monsters te kunnen nemen, ► Bij MV_LL_08 is een extra boring geplaatst (boorpunt 11) voor het bemonsteren van de diepere sliblaag (s2), ► In MV_LL_10 is boorpunt 9 verplaatst naar andere locatie in het monstervak - ten opzichte van het boorplan - omdat de watergang op de oorspronkelijk voorziene plek totaal was dichtgegroeid, ► In MV_LL_13 is afgeweken van het boorplan omdat delen van de watergangen waren verland of volledig waren dichtgegroeid. In dit vak is een boorpunt verplaatst naar een locatie waar wel een monster genomen kon worden (boorpunt 11 genomen i.p.v. boorpunt 2), ► MV_LL_15 is opgesplitst in MV_LL_15 en MV_LL_15a. De vakken vertoonden verschillende karakteristieken die mogelijk duiden op een andere verontreinigingssituatie. MV_LL_15a heeft een aanzienlijk dikkere sliblaag en sedimentatiepatroon. In MV_LL_15a is de sliblaag in 3 lagen onderzocht (s1, s2 en s3),
3.3
Laboratoriumonderzoek De monsters zijn samengevoegd in het veld en na monstername gekoeld getransporteerd, opgeslagen en overgedragen aan het laboratorium. De monsters zijn chemisch onderzocht door Eurofins Analytico B.V. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de RVA. Standaard waterbodempakket De monsters zijn voorbehandeld conform AS3000 en grotendeels onderzocht op het standaardpakket voor regionale wateren (pakket A). Het onderzochte pakket bevat de volgende componenten: ► Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) ► Polycyclische aromatisch koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM) ► Minerale olie (GC-gefractioneerd) ► Polychloorbifenylen (PCB’s) ► Droge stof, organische stof (gloeiverlies) en lutum (fractie < 2 µm)
Versie 4.04
7
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek De overige monsters (die conform normale inspanning zijn onderzocht) zijn onderzocht op het standaardpakket waterbodem zoet oppervlaktewater (pakket C2). Het onderzochte pakket bevat de volgende componenten: ► Arseen en zware metalen (barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) ► Polycyclische aromatisch koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM) ► Minerale olie (GC-gefractioneerd) ► Polychloorbifenylen (PCB’s) ► Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) ► Pentachloorbenzeen en pentachloorfenol ► Droge stof, organische stof (gloeiverlies), lutum (fractie < 2 µm) PFAS 10% van de monsters zijn voorbehandeld conform AS3000 en onderzocht op het Pakket PFAS 28 verbindingen voor perfluorverbindingen analyse in waterbodem. Het onderzochte pakket bevat de volgende componenten: ► Perfluorsulfonzuren (PFOS) ► Perfluorcarbonzuren (PFOA) ► Perfluorverbindingen precursors (Overige PFAS) De monsters zijn niet aanvullend onderzocht op GenX. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Disclaimers In de certificaten zijn in bijlage B enkele disclaimers opgenomen. De volgende disclaimer heeft invloed op het eindoordeel van de analyse: ►
3.4
Humusachtige verbindingen aangetoond In veenachtig gebied zoals het Hol zijn van nature humuszuren aanwezig in de baggerspecie. Deze humuszuren kunnen verstoringen geven bij de analyse op minerale oliën. Op basis van het oliechromatogram en de oliefractieverdeling zijn de verhoogde gehalten minerale olie in de betreffende monstervakken (met deze disclaimer) een gevolg van de aanwezige humuszuren (natuurlijke omstandigheden).
Resultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende normen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de bijbehorende regeling: ► Verspreidbaarheid van baggerspecie ► Toepasbaarheid baggerspecie in of op landbodem ► Toepasbaarheid baggerspecie in oppervlaktewater ► Toepasbaarheid in grootschalige bodemtoepassing (GBT) op landbodem ► Toepasbaarheid in grootschalige bodemtoepassing (GBT) in oppervlaktewater De volledige toetsing is opgenomen in bijlage 4. De gebruikte normen zijn opgenomen in bijlage 6. Samenvatting In tabel 3.3 is een samenvatting van de toetsingsresultaten opgenomen. Hieruit blijkt dat de onderzochte waterbodem: ► De kwaliteit van de waterbodem in het algemeen voldoet aan de normen voor Verspreidbaarheid, klasse Wonen/Industrie en Klasse A, ► In 2 monstervakken de baggerspecie beoordeeld is als ‘Niet verspreidbaar’, vanwege een overschrijding van de msPAF metalen, ► In monstervak MV_LN_28 de baggerspecie beoordeeld is als ‘Niet verspreidbaar’, en ‘Niet toepasbaar’ op landbodem en in oppervlaktewater vanwege een overschrijding van de interventiewaarde voor Arseen,
Versie 4.04
8
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek ►
De monsters MV_LN_28 en MV_LN_30 voldoen niet aan de emissiewaarden voor toepassing in een grootschalige bodemtoepassing.
In onderstaande is een samenvatting van de toetsresultaten opgenomen. Toetsing hypothese verspreidbaarheid (normale onderzoeksinspanning) Voor dit deel van de onderzochte watergangen is uitgegaan van de hypothese: ‘niet verspreidbaar’. Gezien het aangetroffen verontreinigingsbeeld wordt deze hypothese in het onderzoek voor het merendeel van de monstervakken niet bevestigd. Alleen voor monstervakken MV_LN_28 en MV_LN_30 wordt de hypothese bevestigd. De waterbodem wordt in deze vakken als niet verspreidbaar aangemerkt De watergangen zijn onderzocht volgens de normale onderzoeksinspanning. Er is geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Dit dient nog te worden uitgevoerd voor MV_LN_28 om de Arseenverontreiniging af te perken. Het onderzoek is voor de overige vakken geschikt om voor de geplande baggerwerkzaamheden gebruikt te worden. Tabel 3.3a: Samenvatting toetsingsresultaten monstervakken, normale onderzoeksinspanning Monstervak
Verspreiden (msPAF)
Toepassen
In oppervlaktewater Deellocaties onderzocht conform 'normale' onderzoeksinspanning MV_ON_07a Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A
GBT landbodem
GBT waterbodem
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_ON_07b
Verspreidbaar
Klasse industrie
Klasse B (As)
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_ON_07c MV_ON_07d MV_LN_23 MV_LN_24 MV_LN_25 MV_LN_26 MV_LN_27
Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar
Klasse industrie Klasse industrie Altijd toepasbaar Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie
Klasse B (As) Klasse B (As) Altijd toepasbaar Klasse A Klasse A Klasse A Klasse A
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
MV_LN_28
Nooit verspreidbaar (As)
Niet Toepasbaar > I (As)
Nooit toepasbaar (As)
Niet toepasbaar > I
Nooit toepasbaar > B
MV_LN_29
Verspreidbaar
Klasse industrie
Klasse A
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_LN_30
Niet verspreidbaar (msPAF metalen)
Klasse industrie
Klasse A
Overschrijding emissietoetswaarde
Overschrijding emissietoetswaarde
MV_LN_31
Verspreidbaar
Altijd toepasbaar
Toepasbaar in GBT
MV_LN_32
Verspreidbaar
Klasse industrie
MV_LN_33
Verspreidbaar
Altijd toepasbaar
Altijd toepasbaar Toepasbaar in GBT Klasse B Toepasbaar in GBT (Pentachloorfenol) Altijd toepasbaar Toepasbaar in GBT
Op/ in landbodem
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Toetsing hypothese verspreidbaarheid, lichte onderzoeksspanning Voor de meerderheid van de onderzochte wateren is uitgegaan van de hypothese: ‘verspreidbaar’. Gezien het aangetroffen verontreinigingsbeeld wordt deze hypothese in het onderzoek voor nagenoeg alle monstervakken bevestigd. Alleen voor monstervak MV_LL_08_s1 wordt de hypothese niet bevestigd. De waterbodem wordt in dit vak als niet verspreidbaar aangemerkt. De wateren zijn onderzocht volgens de lichte onderzoeksinspanning. Er is geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Voor MV_LL_08_s1 dient voorafgaand aan het baggeren aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden volgens de
Versie 4.04
9
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek normale onderzoeksinspanning. Het onderzoek is voor de overige monstervakken geschikt om voor de geplande baggerwerkzaamheden gebruikt te worden. De verhoogde gehalten (> achtergrondwaarde) aan minerale olie is deels te relateren aan de aanwezigheid van humuszuren (natuurlijke omstandigheden). Zie hoofdstuk 3.3 voor de uitleg over deze in veenbodem aanwezige humuszuren. Tabel 3.3b: Samenvatting toetsingsresultaten monstervakken, lichte onderzoeksinspanning Toepassen Op/ in In landbodem oppervlaktewater Deellocaties onderzocht conform 'lichte' onderzoeksinspanning MV_OL_01a_s1 Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_01a_s2 Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_01b Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_02a Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_02b Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_03a Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_03b Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_03c Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_04 Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A MV_OL_05a Verspreidbaar Klasse industrie Klasse A
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
MV_OL_05b
Verspreidbaar
Klasse industrie
Klasse A
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_OL_05c MV_OL_06a MV_OL_06b MV_OL_06c
Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie
Klasse A Klasse A Klasse A Klasse A
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Klasse industrie
Klasse A
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_LL_08_s2
Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar (msPAF metalen) Verspreidbaar
Klasse industrie
Klasse A
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_LL_09
Verspreidbaar
Klasse industrie
Klasse A
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_LL_10 MV_LL_11 MV_LL_12 MV_LL_13 MV_LL_14 MV_LL_15 MV_LL_15a_s1 MV_LL_15a_s2 MV_LL_15a_s3 MV_LL_16_s1 MV_LL_16_s2 MV_LL_16_s3 MV_LL_17
Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar
Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Altijd toepasbaar Klasse wonen Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie
Klasse A Klasse A Klasse A Klasse A Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse A Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse A Klasse A Klasse A
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
MV_LL_18
Verspreidbaar
Altijd toepasbaar
Altijd toepasbaar
Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT
MV_LL_19 MV_LL_20 MV_LL_21 MV_LL_22
Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar
Klasse industrie Altijd toepasbaar Klasse industrie Altijd toepasbaar
Klasse A Altijd toepasbaar Klasse A Altijd toepasbaar
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT Toepasbaar in GBT
Monstervak
MV_LL_08_s1
Verspreiden (msPAF)
GBT landbodem
GBT waterbodem
Toepassing GBT Enkel de baggerspecie in monstervak MV_LN_28 is beoordeeld als niet toepasbaar in grootschalige toepassingen. Voor monstervak MV_LN_30 geldt dat de emissietoetswaarde wordt overschreden voor toepassing in een grootschalige toepassing. Indien de baggerspecie zal worden toegepast in een GBT dan
Versie 4.04
10
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek dient een aanvullend uitloogonderzoek te worden uitgevoerd. Hiervoor dient MV_LN_30 opnieuw bemonsterd te worden. Resultaten PFAS De analyseresultaten van het PFAS-onderzoek zijn getoetst aan de normen zoals vastgesteld in het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van december 2021. De normen zijn opgenomen in bijlage 6. De analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage 3 en de toetsingsresultaten in bijlage 5. In tabel 3.4 is een samenvatting van de toetsingsresultaten opgenomen. In deze tabel is voor het toepassingskader ‘Toepassen op landbodem’ onderscheid gemaakt in de functieklassen (van de ontvangende bodem) Landbouw/ natuur en Wonen/ Industrie. Uit de toetsing blijkt dat de vastgestelde normen niet worden overschreden. Tabel 3.4: Samenvatting analyseresultaten toetsing toepassingsnormen PFAS
Monstervak
MV_ON_07b MV_LN_28 MV_OL_05b MV_LL_09 MV_LL_18
Versie 4.04
Verspreiden op aangrenzend perceel (Cat 4.2)
Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet
Resultaat toetsing Handelingskader PFAS (versie van december 2021) Toepassen op land Toepassen in ander oppervlaktewater niet-Rijkswater Rijkswater (Cat 4.8.2) (Cat 4.8.2) functieklasse functieklasse niet-vrijliggende diepe landbouw/natuur wonen of industrie andere diepe plas dan plas in open verbinding (Cat. 4.1) (Cat 4.1) bedoeld onder 4.9.1 met Rijkswater (Cat (Cat 4.9.2) 4.9.1) Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet
11
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
4
Vooronderzoek en inventarisatie asbest Er zijn gedurende het veldwerk enkele asbestverdachte locaties aangemerkt. Wanneer is vastgesteld wat de baggerstrategie is en waar en wanneer gebaggerd gaat worden dient op deze locaties een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd te worden. Deze locaties zijn aangeduid als Asb01 t/m Asb05. Foto’s en omschrijvingen van deze asbestverdachte bron zijn opgenomen in bijlage 9. De locaties van deze potentiële asbestbronnen zijn weergegeven op tekening TI21200-wbo-TK-0102. De asbest deellocaties zijn hierbij onderscheiden en vastgelegd. Voorafgaand aan de baggerwerkzaamheden dienen aanvullend de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: ► Bemonstering van de waterbodem ► Laboratoriumonderzoek Het onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens NEN5720:2017. Het gehalte gewogen asbest ten opzichte van de interventiewaarde is hierbij leidend. In bijlage 2 van de Circulaire Bodemsanering 2009 zijn de volgende normeringen vastgelegd: ► Een interventiewaarde voor asbest in bodem, grond en baggerspecie van 100 mg/kg gewogen asbest ► De restconcentratienorm voor de toepassing en het gebruik van alle asbest-bevattende materialen (inclusief grond, baggerspecie en puin (granulaat) van 100 mg/kg gewogen asbest.
Versie 4.04
12
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
5
Hoeveelheidsbepaling, diepteligging bodem en waterdiepte Dit hoofdstuk gaat in op de totale hoeveelheid baggerspecie in het onderzoeksgebied. De totale hoeveelheid slib is bepaald tot vaste bodem.
5.1
Meetplan De meetstrategie is bepaald volgens de Richtlijn Baggervolumebepalingen op basis van handmatige metingen. Watertype De te onderzoeken watergangen vallen zowel de watertypen: lintvormig water en niet lintvormig water (overig water). Dwarsprofielen Het doel van de hoeveelheidsbepaling is ’voorgenomen baggerwerkzaamheden’: ► Baggerspecie wordt naar alle waarschijnlijkheid niet op aanliggend perceel verspreid: Raaiafstand is op plaatsen met een grillig verloop van de oevers maximaal 50 meter. Geschatte hoeveelheid > 3 m3/m: raaiafstand is maximaal 100 meter. ►
Gehanteerde uitgangspunten in ’t Hol: In monstervakken die onderzocht zijn conform lichte onderzoeksinspanning zijn profielen veelal om de 100 meter ingemeten wanneer verloop van watergang dat toeliet voor een representatieve hoeveelheidsbepaling, In monstervakken die onderzocht zijn conform normale onderzoeksinspanning zijn profielen om de 50 meter ingemeten,
Voor aanvang van het veldwerk is een meetplan opgesteld met de geplande locaties van de profielen. Puntpeilingen Om een vlakdekkend beeld te krijgen van de aanwezige sliblaagdikte en waterkolom is naast dwarsprofielen ook om de 25 meter een puntpeiling uitgevoerd.
5.2
Veldwerkzaamheden Voor het inmeten van de profielen is gebruik gemaakt van de rtk-GPS in combinatie met de veldwerkapplicatie WIT-metingen. Met WIT metingen kan de veldwerker de resultaten en de kwaliteit van zijn werk in het veld (geautomatiseerd) controleren en visualiseren. De metingen zijn tussen 18-10-2021 en 03-12-2021 uitgevoerd door de veldwerkers A. Hoosbeek en M. van der Meij. De metingen zijn uitgevoerd met rtk-GPS/ in combinatie met handmatige metingen. De rtk-GPS heeft een nauwkeurigheid van circa 0,03 m in x, y en z-richting. Om te controleren of de rtk-GPS goed is ingesteld, geen defecten heeft en of de gevraagde nauwkeurigheid kan worden gehaald wordt de rtk-GPS dagelijks, op herleidbare wijze nauwkeurig gekalibreerd op een kernnetpunt of footprintpunt. In totaal zijn 569 dwarsprofielen en 1.184 puntpeilingen gemeten. Hierbij is de volgende werkwijze gehanteerd: ► Inmeten waterstand ten opzichte van NAP De waterstand is per profiel aan beide zijden gemeten. Indien de GPS onvoldoende bereik had is op andere punten in dezelfde watergang de waterstand ingemeten.
Versie 4.04
13
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek ►
► ►
In een dwarsprofiel is de ligging van de boven- en onderkant van de sliblaag ten opzichte van de waterspiegel gemeten. Hierbij zijn afhankelijk van de breedte van de watergang de volgende afstanden tussen de meetpunten aangehouden: In watergangen < 5 meter zijn alle metingen om de 0,5 meter verricht. In watergangen tussen de 5 en 20 meter zijn de metingen in de taluds om de 0,5/1 meter en in het midden om de 1,0 meter verricht. In watergangen > 20 meter zijn de metingen in de taluds om de 0,5/1 meter en in het midden om de 2,0 tot 5,0 meter verricht. Per profiel is de breedte van de watergang op de waterlijn vastgesteld. De bovenkant van de sliblaag is gemeten door een peilstok met een voetplaat zonder externe druk op de waterbodem te laten rusten. De vaste bodem is bepaald door de peilstok zonder voetplaat door te duwen tot de vaste bodem.
Afbeelding 5.1: peilstok (met opstaand randje voor peilen in veengebied) en voetplaat
►
►
Ter controle en ijking van de metingen van de vaste bodem zijn minimaal elke 5 profielenmetingen met een zuigerboor verificatie-boringen verricht. Van deze boringen is een boorbeschrijving gemaakt en is de overgang van de sliblaag naar de vaste bodem ingemeten en vastgelegd. Van de puntpeilingen is de locatie vastgelegd. Vervolgens is op die locatie de waterlijn (in NAP), boven- en onderkant slib ingemeten met GPS. Bij slecht gps-ontvangst is de boven- en onderkant slib handmatig ingemeten t.o.v. het waterpeil.
Afbeelding 5.2: Veldwerkers meten dwarsprofiel in ’t Hol
Versie 4.04
14
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek De dwarsprofielen 43, 134, 184, 313, 314, 606, 608 en 610 zijn niet ingemeten vanwege een volledig dichtgegroeide- of verlandde watergang. Op tekening TI21200-WBO-TK-0101 is de ligging van de dwarsprofielen weergegeven (zwarte pijlen). Ook de niet ingemeten profielen zijn weergegeven (bruine pijlen). Hierdoor is goed inzichtelijk welke delen in ’t Hol zijn verland of dichtgegroeid met overhangend groen. In bijlage 7 zijn de gemeten dwarsprofielen opgenomen. In bijlage11 is aangemerkt wanneer een profiel is verplaatst ten opzichte van het oorspronkelijke meetplan vanwege slecht bereik en/of dichte begroeiing wat het inmeten bemoeilijkt. Ook de overige waarnemingen, bij het inmeten van de dwarsprofielen, zijn opgenomen in deze bijlage. Afwijkingen ten opzicht van de richtlijn handmatige baggervolumebepalingen. Op de volgende punten is afgeweken van de richtlijn handmatige baggervolumebepalingen: ► De niet-lintvormige watergangen (plassen/vijvers) zijn ingemeten volgens de strategie voor lintvormige watergangen in plaats van met rastermetingen. Om de hoeveelheid baggerspecie te berekenen, is de gemiddelde slibdikte vermenigvuldigd met het representatieve oppervlak. ► Het aantal controleboringen zijn afgestemd op het bodemtype.
In slappe veen- en kleibodem wordt elke 2 dwarsprofielen een boring geplaatst. Bij de harde zand-, veen- en kleibodem waar de overgang duidelijk te bepalen is, wordt elke 10 dwarsprofielen een controleboring geplaatst. ► In de ‘lichte onderzoeksinspanning’ monstervakken is een raaiafstand van maximaal 100 meter aangehouden, mits de watergangen een eenduidig verloop en bodemopbouw hadden.
5.3
Resultaten De gemeten dwarsprofielen zijn opgenomen in bijlage 7. Door elk profiel representatief te stellen voor een bepaalde lengte van de watergang of de representatieve oppervlakte van de vijverpartij, is uit de meetgegevens de totale hoeveelheid baggerspecie berekend. De resultaten van de hoeveelheidsberekeningen per profiel zijn opgenomen in bijlage 8. Uit de berekeningen blijkt dat: ► Er in totaal circa 220.000 m3 slib in de watergangen aanwezig is, ► De gemiddelde sliblaagdikte 0,54 meter bedraagt. Enkele watergangen in het onderzoeksgebied die zijn verland of compleet dichtgegroeid zijn niet opgenomen in de hoeveelhedenbepaling. Dit is toegelicht per profiel in bijlage 8. In de onderstaande tabel zijn de hoeveelheden per toetsingsklasse van verspreidbaarheid samengevat. Tabel 5.2: Hoeveelheid baggerspecie (in situ) per klasse Hoeveelheid slib tot vaste bodem Deellocatie
5.4
Lengte (m)
m3
Gemiddelde slibdikte (m)
Verspreidbaar
36.279
210.271
0,53
Niet verspreidbaar
1.227
10.754
0,64
Totaal
37.506
221.025
Diepteligging bodem en waterdiepten - Puntpeilingen In de opdrachtomschrijving van Natuurmonumenten wordt het belang van de waterdiepten in Het Hol aangemerkt: ‘Van belang is om de oppervlakte te definiëren waar na baggeren een grotere diepte ontstaat dan 130 -150 cm. Waternet heeft als uitgangspunt dat deze grotere dieptes niet mogen ontstaan,
Versie 4.04
15
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek omdat Waternet zich wil richten op een zo groot mogelijke oppervlakte die geschikt is voor H3150. Natuurmonumenten heeft echter het standpunt dat niet alles voor H3150 geschikt hoeft te zijn én dat grotere waterdieptes hier en daar kansen kunnen bieden voor vissoorten of opvang van nieuwe bagger.’ Puntpeilingen Op tekening TI21200-wbo-TK-0201 zijn de waterdiepten van de ingemeten puntpeilingen weergegeven. Hierdoor is inzichtelijk wat op dit moment de waterdiepten in ’t Hol zijn. In bijlage 10 is de sliblaagdikte en waterdiepte op basis van de ingemeten puntpeilingen weergegeven.
Versie 4.04
16
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek
6
Verantwoording Kwaliteitsborging Tijhuis Ingenieurs BV is voor het uitvoeren van veldwerk voor waterbodemonderzoek gecertificeerd volgens de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” en het bijbehorende protocol 2003 ‘Veldwerk bij Milieuhygiënisch Waterbodemonderzoek’. Het procescertificaat van Tijhuis Ingenieurs en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op het veldwerk ten behoeve van monstername en overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium en de daarbij behorende veldwerkregistraties. Tijhuis Ingenieurs BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever Natuurmonumenten. De verklaringen van de erkende veldwerkers, met betrekking tot onafhankelijkheid ten opzichte van de opdrachtgever en de uitvoering van het veldwerk conform de eisen van BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2003, zijn opgenomen in het onderstaande. Verklaring Functiescheiding Ik verklaar dat het veldwerk ten behoeve van monstername en overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium en de daarbij behorende veldwerkregistraties, onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2003.
Arie Hoosbeek
M. van der Meij
Geldigheidsduur kwalitatief waterbodemonderzoek De watergangen van dit verkennend waterbodemonderzoek bevinden zich in een statisch watersysteem. Dit verkennend waterbodemonderzoek heeft daarom een geldigheidsduur van 5 jaar. De geldigheidsduur kan korter zijn als gevolg van bijzondere gebeurtenissen zoals (illegale) lozingen en/of calamiteiten en/of tussentijds baggeren. In deze gevallen dient een nieuw onderzoek plaats te vinden. Geldigheidsduur kwantitatief waterbodemonderzoek Conform de Richtlijn Baggervolumebepalingen, heeft de hoeveelheidsbepaling een standaard geldigheidsduur van 18 maanden gerekend na de uitvoering van het veldwerk. Partijdigheid/onafhankelijkheid Ten behoeve van de uit te voeren werkzaamheden is geen sprake van partijdigheid. Tijhuis Ingenieurs is geen eigenaar van de onderzoekslocatie, is onafhankelijk van de opdrachtgever en heeft geen belang bij de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek of rapportages, er wordt geen 'eigen grond onderzocht'. Uitvoeren veldwerk Bij de uitvoering van het veldwerk zijn door Tijhuis Ingenieurs de volgende protocollen gehanteerd: ► BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, versie 6 van 12-2018. ► Protocol 2003 “Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”, versie 6, 1-2-2018. ► NPR 5741 Bodem.
Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment, en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek.
Versie 4.04
17
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek ►
►
►
►
►
NEN 5742 Bodem. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken. NEN-EN-ISO 14688-1+A1/C11 Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving, NEN 5706 Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek. NEN 5720 Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, december 2017. Richtlijn SIKB 2501, Richtlijn Baggervolumebepalingen, versie 2.1, 26 maart 2020
Verantwoordelijkheid Voorliggend waterbodemonderzoek is met zorgvuldigheid en volgens geldende wet- en regelgeving uitgevoerd. Omdat met een voorgeschreven en gelimiteerd aantal boringen en monsters wordt gewerkt, blijft het altijd mogelijk dat lokale afwijkingen in de waterbodem aanwezig zijn, die niet tijdens dit onderzoek naar voren komen. Dit onderzoek betreft een momentopname. Een eventuele beïnvloeding van de waterbodem na die tijd wordt niet meegenomen. Tijhuis Ingenieurs acht zich niet verantwoordelijk voor eventuele schade of gevolgen voortvloeiend uit dit waterbodemonderzoek. Laboratoriumonderzoek De uit te voeren analyses t.b.v. het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit en het asbestgehalte zijn verricht door Eurofins te Barneveld. Dit laboratorium is NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd door de RvA onder nummer L010. Referenties ► NEN 5720:2017, Bodem – Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut (ICS 13.080.05), december 2017. ► NEN 5717:2017, Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut (ISC 13.080.05), december 2017. ► Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit), Staatsblad 2007, nr. 469. ► Regeling van 13 december 2007 (nr.
DJZ2007124397), houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem (Regeling Bodemkwaliteit), Staatscourant 2007, nr. 247. ► Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 22 maart 2012 tot wijziging van de Regeling bodemkwaliteit (actualisering verwijzingen normdocumenten en technische aanpassingen 2012), Staatscourant 2012, nr. 6111. ► Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 29 november 2018 tot wijziging van de Regeling bodemkwaliteit (actualisering verwijzingen normdocumenten 2018.2) en enkele andere regelingen (verwijzing naar normdocumenten), Staatscourant 2018, nr. 68042 ► Protocol 2003 “Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”, versie 2.2, 10-03-2016. ► NPR 5741 Bodem. Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment, en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek. ► NEN 5742 Bodem. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken. ► NEN-EN-ISO 14688-1+A1/C11 Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving, ► NEN 5706 Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek.
► Richtlijn Baggervolumebepalingen, Richtlijn SIKB 2501, Versie 2.1, 26 maart 2020. ► Een handelingskader voor PFAS, Mogelijkheden voor het omgaan met PFAS in grond en grondwater, Experticecentrum PFAS, juni 2018. ► Risicogrenzen voor PFAS, PFOS en GenX, RIVM, maart 2019. ► Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, RIVM, 8 juli 2019.
Versie 4.04
18
Voorbereiding baggeren Natuurgebied ’t Hol - Natuurmonumenten Verkennend waterbodemonderzoek ►
► ►
Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, geactualiseerde versie van 29 november 2019/ daarna 2 juli 2020. Handreiking PFAS bemonsteren, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2020. Aanpassingen beleid PFAS, kamerbrief van 1 juli 2020, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Versie 4.04
19
TIJHUIS INGENIEURS BV
info@tijhuisingenieurs.nl www.tijhuisingenieurs.nl Dampten 24C · 1624 NR HOORN 0229 272 000 Softwareweg 4B · 3821 BP AMERSFOORT 030 686 80 60 Madame Curieweg 27 · 8501 XC JOURE 0513 61 80 80
Versie 4.02