Bijlage 5. Natuurtoets
Tekst van het document
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg
natuurtoets
colofon 12 mei 2020 - tekst
dr. A.J.M. Schenkeveld
- productie
bureau Schenkeveld Visstraat 1, 4101 AC Culemborg Telefoon: 0345- 534245, E: 06-28307831 Email: bramschenkeveld@ziggo.nl
- opdrachtgever
Onroerend Goed Mij Jansen en Blom BV, Kortenhoef
- contactpersonen
Jan Blom van Onroerend Goed Mij Jansen en Blom BV
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
Inhoudsopgave 1 2 3 4
Inleiding................................................................................................ 3 Methode ............................................................................................... 7 Gebiedsbeschrijving ............................................................................ 7 Flora en fauna ...................................................................................... 8 Flora en vegetatie............................................................................................... 8 Vogels ................................................................................................................ 8 Vissen, amfibieën en reptielen ......................................................................... 10 Ongewervelde dieren ....................................................................................... 10 Conclusie ......................................................................................................... 10
5 Ingreep ............................................................................................... 12 Initiatief ............................................................................................................. 12 Effecten ............................................................................................................ 12
6 Conclusie ........................................................................................... 12 7 Bijlagen ...................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
2
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
1
Inleiding Initiatief Onroerend Goed Mij Jansen en Blom BV te Kortenhoef is van plan op een kavel aan de Reeweg 2/2 in Nederhorst den Berg op de plek van een oud bedrijfsgebouw twee nieuwe woningen te bouwen. Ligging Het plangebied ligt aan de Reeweg, het bebouwingslint aan de westzijde van de nu gedempte Reevaart. De betreffende kavel ligt op het talud van de dijk van de Horn- en Kuijerpolder. Aan de zuid- en noordzijde grenst het plangebied aan bestaande woonkavels. Het plangebied is ca. 7 are groot.
figuur 1: ligging plangebied aan de Reeweg te Nederhorst den Berg Planologisch kader Ten behoeve van de woningbouw is een partiele herziening van het bestemmingsplan ‘Nederhorst den Berg 2013’ nodig. Hiervoor wordt door buRO, bureau voor ruimtelijke ordening en advies te Amersfoort een nieuw plan met toelichting opgesteld. Hierin is ook aandacht voor het aspect natuur. Volgens de huidige wetgeving moet elke ruimtelijke ingreep getoetst worden aan voorheen de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en overig relevant natuurbeleid. Sedert 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt sedert 1 januari 2017 de bescherming van waardevolle natuur. Ze vervangt de oude Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. In de wet zijn artikelen opgenomen ter bescherming van soorten (hoofdstuk 3), gebieden (hoofdstuk 2) en houtopstanden (hoofdstuk 4). Bij een ruimtelijke ingreep moet voor handelingen met schadelijke gevolgen
3
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
voor Natura 2000-gebieden of waarbij verbodsbepalingen worden overtreden betreffende soorten Vogelrichtlijn, soorten Habitatrichtlijn of andere nationaal beschermde planten- en diersoorten bij de provincie een ontheffing worden aangevraagd. De onderzoeksplicht rust bij de initiatiefnemer. Het is de gewoonte om voorafgaand aan een uitgebreide beoordeling te onderzoeken of er met betrekking tot het initiatief überhaupt broed- en wintervogels, andere planten-, diersoorten en habitattypen, waarvoor de nieuwe wet is bedoeld in het geding zijn. Dit verslag is de weergave van een dergelijk verkennend onderzoek ook wel quick scan of voortoets genoemd. Een dergelijke voortoets wordt ook uitgevoerd voor projecten, die buiten de eigenlijke begrenzing van een Natura 2000gebied liggen, maar wier effecten zich mogelijk wel doen gelden op de verderop gelegen natuurwaarden (‘externe werking’). EHS of NNN Inmiddels is de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland (EHS) zo goed als afgerond. Na de herijking in 2011 en de naamsverandering in 2014 in Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt het in de bedoeling alle begrensde kavels voor 2027 te verwerven en in te richten en te beheren als beschermd natuurgebied. De verwerving gebeurt vooralsnog op vrijwillige basis. Voor gebieden in de EHS geldt het nee, tenzij...principe.
Ingrepen hierin kunnen alleen doorgang vinden, als er geen alternatieven zijn en het initiatief van groot openbaar belang is. Het nee, tenzij-beleid is een getrapte benadering. De basis voor deze stappenbenadering is een goede beschrijving van de in het gebied voorkomende wezenlijke kenmerken en waarden. Uit onderzoek moet vervolgens blijken of deze wezenlijke waarden en kenmerken significante schade ondervinden door de ingreep.
De kavel is geen onderdeel van de ecologische hoofdstructuur van Nederland / Natuurnetwerk Nederland (EHS/NNN). Het water van de Spiegelpolder ten oosten is dat wel. Het betreft bestaande natuur onderdeel van het NNN, aangewezen als Zoete plas (N04.02) en enkele restanten legakker met Moeras (N05.01) en Hoog- en laagveenbos (N14.02)(zie figuur 2). Het plangebied grenst niet direct aan Natura 2000, het Europees netwerk van natuurgebieden (zie figuur Het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied zijn dezelfde restanten legakker en het (diepe)water van de Spiegelpolder op ongeveer 250 m naar het oosten. Deze vallen zowel onder de Vogel- als Habitatrichtlijn. Tenslotte moet vermeld worden dat het plangebied onderdeel is van zogenaamd weidevogelleefgebied. Deze omvat de hele Horn- en Kuijerpolder plus de groenstrook van de gedempte Reevaart, maar exclusief de bebouwing (zie figuur 4). Probleemstelling In deze notitie wordt onderzocht in hoeverre de sloop en nieuwbouw in strijd is met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming en of er dientengevolge ontheffing van de verbodsbepalingen of een Vvgb (volgens de WABO) voor de omgevingsvergunning (handelingen met gevolgen voor beschermde gebieden, planten en dieren) moet worden aangevraagd.
De ingreep wordt niet alleen getoetst aan wetgeving op het gebied van soortbescherming (artikel 3.1-3.41), maar ook aan die op het gebied van gebiedsbescherming (artikelen 2.1-2.11). Dit betekent dat de effecten van de nieuwbouw op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen worden beoordeeld. Toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening Noord-Holland 2019 is waarschijnlijk niet relevant voor wat betreft artikel 19 (Natuurnetwerk Nederland), omdat het dichtstbijzijnde bestaande natuurgebied binnen de begrenzing van het NNN op meer dan 200 m ligt en in de bepalingen van deze verordening geen externe werking wordt onderscheiden. Alleen bestemmingsveranderingen binnen het NNN zelf moeten worden getoetst. De ingreep moet mogelijk wel getoetst worden aan artikel 25a van de PRV, omdat deze stelt: ‘Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op weidevogelleefgebieden voorziet niet in de mogelijkheid van nieuwe bebouwing, anders dan binnen een bestaand bouwblok of een uitbreiding daarvan.’ De natuurtoets is onderdeel van de ruimtelijke toelichting bij het nieuwe bestemmingsplan.
4
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
Natuurbeheerplan 2020 beheertypen Legenda N-type N01.01 Zee en wad N01.02 Duin- en kwelderlandschap N01.03 Rivier- en moeraslandschap N02.01 Rivier N03.01 Beek en Bron N04.01 Kranswierwater N04.02 Zoete Plas N04.03 Brak water N04.04 Afgesloten zeearm N05.01 Moeras N05.02 Gemaaid rietland N06.01 Veenmosrietland en moerasheide N06.02 Trilveen N06.04 Vochtige heide N06.05 Zwakgebufferd ven N06.06 Zuur ven en hoogveenven N07.01 Droge heide N07.02 Zandverstuiving N08.01 Strand en embryonaal duin N08.02 Open duin N08.03 Vochtige duinvallei N08.04 Duinheide N09.01 Schor of kwelder N10.01 Nat schraalland N10.02 Vochtig hooiland N11.01 Droog schraalgrasland N12.01 Bloemdijk N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N12.03 Glanshaverhooiland N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland N12.05 Kruiden- of faunarijke akker N12.06 Ruigteveld N13.01 Vochtig weidevogelgrasland N13.02 Wintergastenweide N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos N14.02 Hoog- en laagveenbos N14.03 Haagbeuken- en essenbos N15.01 Duinbos N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos N16.03 Droog bos met productie N16.04 Vochtig bos met productie N17.02 Droog hakhout N17.03 Park- of stinzenbos N17.04 Eendenkooi N17.06 Vochtig en hellinghakhout
Datum:
11-05-2020
Schaal:
1:12.000
Copyright © 2018 Provincie Noord-Holland
figuur 2: situering plangebied (rood omcirkeld) in relatie de beheertypen binnen het NNN.
5
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
figuur 3: situering plangebied (rood omcirkeld) in relatie tot Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen
figuur 4: situering plangebied (rood omcirkeld) in relatie tot het NNN (grijsbruin) en weidevogelleefgebied (olijfgroen)
6
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
2
Methode Op 23 april 2020 is het terrein bezocht om de beschermde planten en dieren, die het plangebied en directe omgeving bewonen en gebruiken te inventariseren. Daarnaast is in de literatuur en via internet gezocht naar gegevens over de verspreiding van bijzondere soorten in de (wijde) omgeving. Voorafgaand aan het veldbezoek is een lijst van potentieel in het gebied aanwezige bijzondere soorten opgesteld aan de hand van de diverse atlassen. Deze bronnen worden vermeld onder de diverse soortengroepen. Deze lijst is dus in het veld getoetst aan de hand van de directe waarnemingen, aangetroffen sporen en de gebiedskenmerken.
3
Gebiedsbeschrijving De Reevaart of Nieuwe Vecht is gegraven in 1629 om een bocht van de Vecht af te snijden. Door het kanaal werd het dorp in tweeën gedeeld. Aan weerzijden van de vaart ontstond mede vanwege het drukke scheepvaartverkeer bedrijvigheid en bebouwing. Na het gereedkomen van het Merwedekanaal in 1892 nam het verkeer drastisch af. De vaart werd in de tweede helft van de twintigste eeuw successievelijk gedempt. Ter hoogte van het plangebied is de ruimte ingevuld met groen: bomen in kort gras. De bebouwing langs de Reevaart tussen het dorp en de Vecht beperkte zich eerder tot een korenmolen, maar verdichtte zich in de twintigste eeuw. De kavel van het plangebied is vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw bebouwd. Het huidige bedrijfsgebouw is in fasen neergezet. De voorzijde betreft een soort noodgebouw/bouwkeet ingericht als kantoor/winkel. Het heeft een dubbele ingang aan de straat. De wanden zijn van kunststof met enkele raampartijen. Het dak is plat, met 3 dakvensters en bedekt met bitumen. De loods achter het kantoor heeft een grote garagedeur voor in de zijgevel. De voet van de wanden bestaat uit gemetselde spouwmuur, de bovenkant is bekleed met houten rabatdelen. Het platte dak steekt over. De ombouw van het overstekend dak is bekleed met trespaplaten. Het dak is bedekt met bitumen, het westelijk deel bestrooid met grind.
De buitenruimte is verhard met grind, betonplaat en -tegels. Achterop het erf staat een zeecontainer. In de slootkant aan de westzijde van het plangebied staat een exemplaar Ruwe berk. De noordelijke gevel is ten dele begroeid met Klimop. In de groenstrook tussen Ree- en Dammerweg staat een rij forse exemplaren Canadese populier. Deze is ter hoogte van het plangebied aangevuld met enkele jongere exemplaren Moeraseik. Iets zuidelijker in de rij staat een fors exemplaar Zomereik.
Voorgevel met dubbele ingang
7
Zuidgevel met garagedeur
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
Noordwestelijke punt van het plangebied met Ruwe berk en Klimop
4
Reeweg met groenstrook ter hoogte van plangebied
Flora en fauna Flora en vegetatie Alleen de slootkant is begroeid met wilde planten. Het betreft vooral soorten van natte strooiselruigtes (32) zoals Echte valeriaan, Grote brandnetel, Harig wilgenroosje, Kleefkruid, Koninginnekruid, Liesgras, Pitrus, Ruw beemdgras, Waterzuring. Er komen in het plangebied geen plantensoorten van de Rode lijst (2015), bijlage IV van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) of genoemd in de bijlage behorend bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming voor. De restanten legakkers en petgaten aan de oostzijde van de Dammerweg zijn alleen voor de volgende kwalificerende plantensoorten en habitattypen belangrijk1: - Kranswierwateren (H3140): matig en goed Vogels Tijdens het veldbezoek d.d. 23 april 2020 zijn de volgende soorten gehoord of gezien: Ekster, Huismus, Kauw, Koolmees, Meerkoet, Merel, Scholekster, Wilde eend. Hiervan broeden Kauw en Scholekster in het plangebied. De kauwtjes hebben een nest op tenminste 2 plekken in de westelijke gevel. Hier zitten gaten in het overstekend dak en de houten wand. Scholekster broedt in het grind op het dak. Huismus broedt in de aangrenzende woningen in de directe omgeving (nummer 2 en 3). De aanwezigheid van Huismus in het bedrijfsgebouw is niet helemaal uit te sluiten. Hetzelfde geldt voor Gierzwaluw. De nesten van Gierzwaluw en Huismus zijn jaarrond beschermd (categorie 3).
Bij de beoordeling van de mogelijk in het plangebied broedende soorten is gebruik gemaakt van de laatste atlasgegevens van SOVON2. In uurhok 130-475 broeden de volgende vogelsoorten met categorie 1-4 jaarrond beschermde nesten: Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Havik, Huismus, Ooievaar, Ransuil, Sperwer. Hiervan hebben alleen Gierzwaluw en Huismus mogelijk een nest in het plangebied. De Horn- en Kuijerpolder is weliswaar door de provincie Noord-Holland aangewezen als weidevogelleefgebied. De kwaliteit daarvan is matig3. Alleen het noordelijk deel is redelijk (zie ook figuur 5). Het plangebied en wijde omgeving (bebouwingslint Nederhorst den Berg en restanten legakkers en petgaten ten oosten van de Dammerweg) is van alle vogelsoorten, waarvoor de Oostelijke Vechtplassen zijn aangewezen als Natura 2000-gebied alleen belangrijk voor Grote karekiet, IJsvogel, Snor en Zwarte stern. Deze soorten broeden in het laagveenbos, op beschut water en in de rietkragen ten oosten van het bebouwingslint van Nederhorst den Berg met respectievelijk 1, 1, 2 en 1-10 paren4. De Spiegelplas is matig belangrijk als slaapplek voor kwalificerende watervogelsoorten als Grauwe gans, Kolgans, Krakeend, Nonnetje, Slobeend, Smient, Tafeleend.
1
Atlas Natura 2000-gebied Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen Actualisatie, 2019; provincie Noord-Holland, Haarlem. http://www.vogelatlas.nl/ 3 https://maps.noord-holland.nl/kaartenportaal/apps/webappviewer/index.html?id=fd6a3bfefe9c4b4fabfd8099bbb14d00 4 Atlas Natura 2000-gebied Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen Actualisatie, 2019; provincie Noord-Holland, Haarlem. 2
8
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
figuur 5: weidevogeldichtheid Horn- en Kuijerpolder Zoogdieren Er zijn in het plangebied en omgeving alleen sporen gezien van Bruine rat. Deze soort is niet beschermd. Vleermuizen zijn streng beschermd (Habitatrichtlijn). Er zijn van de omgeving, waarnemingsgebieden Horn- en Kuijerpolder en Nederhorst den Berg, maar 1 recente (< 3 jaar) waarneming en wel van een foeragerende Gewone dwergvleermuis bekend5. In het betreffende uurhok (130-475) zijn sedert 1990 de volgende soorten waargenomen: Baardvleermuis, Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige vleermuis, Tweekleurige vleermuis, Watervleermuis6. Van deze soorten kan het plangebied functioneel (vliegroute, verblijfplaats, foerageergebied) zijn voor algemene, minder verstoringsgevoelige soorten als Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger en Ruige dwergvleermuis. Deze vleermuizen zijn gebouwbewonend, maar kunnen ook (individuele) verblijfplaatsen hebben in boomholtes en -spleten. Ze hebben kraamkolonies op zolders, in spouwmuren en achter boeiborden. Ze verblijven soms tijdelijk achter luiken en onder scheef liggende pannen. Het bedrijfsgebouw is daarom afgezocht op aanwezigheid van sporen van vleermuizen, met name keutels langs de gevel en op de raamkozijnen. Ook zijn alle potentiële verblijfplaatsen voor zover toegankelijk bekeken.
Er zijn geen sporen gevonden. Er zijn wel geschikte plekken, met name is de ruimte achter de houten wanden. Hierin zitten op veel plekken gaten. Voor zover bekend is het plangebied niet belangrijk als trekroute voor de Meervleermuis7. De westelijke rand van de Spiegelplas is vanwege de beschutte ligging wel belangrijk foerageergebied voor Meervleermuis. Er zijn in de omgeving van Nederhorst den Berg geen waarnemingen van Noordse woelmuis gedaan8. Beide habitatrichtlijnsoorten kwalificeren het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.
5
www.waarneming.nl https://www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren 7 Haarsma, A-J, 2011: De Meervleermuis in Nederland; Zoogdiervereniging, Nijmegen. 8 Atlas Natura 2000-gebied Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen Actualisatie, 2019; provincie Noord-Holland, Haarlem. 6
9
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
Westelijke gevel met gaten waarachter nesten Kauw en gaten bij overstekend dak
Vissen, amfibieën en reptielen In het plangebied zelf is geen water. De aangrenzende sloot is met een schepnet bemonsterd. Er zijn alleen larven van Gewone pad aangetroffen. De Spiegelplas is belangrijk voor de kwalificerende vissoorten Bittervoorn, Kleine modderkruiper en Rivierdonderpad9. In de Horn- en Kuijerpolder is over de afgelopen 10 jaar Ringslang en Rugstreeppad waargenomen, Rugstreeppad zelfs heel dichtbij (zie https://waarneming.nl/observation/175878391/ ). Rugstreeppad is beschermd onder artikel 3.5, Ringslang onder artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek d.d. 23 april 2020 zijn alleen (dode) huisvliegen, hooiwagens en spinnen gezien. In de moerasstrook ten oosten van de Dammerweg zijn waarnemingen gedaan van de volgende kwalificerende ongewervelde habitatrichtlijnsoorten: - Zeggekorfslak (net achter de RK kerk) Conclusie Het plangebied heeft zelf nauwelijks natuurwaarde. De oude opstallen worden gebruikt als nestelplek van Kauw en Scholekster en mogelijk Gierzwaluw en Huismus. Verder is niet uit te sluiten dat de bebouwing verblijfplaatsen van vleermuizen herbergt. Een en ander dient nader onderzocht te worden. De direct aangrenzende Horn- en Kuijerpolder is matig weidevogelgebied. Deze is verder hoewel in lage dichtheid leefgebied van de streng beschermde Ringslang en Rugstreeppad.
De Spiegelplas ten oosten van de huiskavels aan de Dammerweg is onderdeel van het Natura 2000gebied Oostelijke Vechtplassen. De Spiegelplas zelf is alleen belangrijk voor vissen en watervogels. In de 9
idem
10
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
westelijke rand liggen ter hoogte van het plangebied nog enkele eilandjes met moeras en laagveenbos. Deze eilandjes en het omringende water zijn min of meer belangrijk voor: - Kranswiervegetatie - Zeggekorfslak - Meervleermuis (alleen foerageergebied) - Grote karekiet - IJsvogel - Snor - Zwarte stern
11
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
5
Ingreep Initiatief De ruimtelijke ingreep betreft de realisering van twee nieuwe woningen. Er is nog geen ontwerp. Effecten De belangrijkste ecologische gevolgen van het initiatief hangen samen met de sloop van de bebouwing (1), het grondverzet (2), de nieuwbouw (3), de herinrichting van de buitenruimte (4) en de verandering van het gebruik (5)
6
Ad 1)
In het te slopen gebouw zijn wel/geen jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van nationaal of communautair beschermde diersoorten vastgesteld. Hun aanwezigheid kan op basis van de quickscan nog niet worden uitgesloten. Er is verder onderzoek naar vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus nodig.
Ad 2)
Bij het grondverzet voor het bouwrijp maken verdwijnen er geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten en worden er ook geen verblijfplaatsen van (inter)nationaal beschermde diersoorten vernietigd. De grondwerkzaamheden betreffen ook alleen de plek van het bedrijfsgebouw en de buitenruimte met verharding aan de zuidzijde. Het is wel belangrijk beschermde amfibie- en reptielsoorten als Rugstreeppad en Ringslang van de bouwplaats weg te houden door een amfibiescherm op te richten aan de westzijde.
Ad 3)
Tijdens de bouw van de huizen treedt door lawaai, bouwlampen, trilling, bewegingen verstoring van de natuur in de omgeving op. De kwalificerende soorten en habitattypen, die met mate gevoelig zijn voor deze storingsfactoren (13-16, zie figuur 6) en binnen een straal van 500 m voorkomen zijn Meervleermuis, Grote karekiet, IJsvogel, Snor en Zwarte stern. Eigenlijk is alleen Meervleermuis extra gevoelig voor alleen de storingsfactor licht. Verlichting van de bouwplaats is niet per se noodzakelijk. Deze kan ook een verstorend effect hebben op andere (streng beschermde) vleermuissoorten. Het gebruik van bouwlampen in de periode tussen 1 april en 1 november moet daarom zoveel mogelijk beperkt worden. Voorgesteld wordt een werkprotocol op te stellen waarin alle beperkingen tijdens de bouwfase zijn vastgelegd. Deze is onderdeel van de omgevingsvergunning. Tijdens de bouw treedt ook stikstofuitstoot op. De hoeveelheid emissie van NOx en NH3 is beide minder dan 1 kg/jaar. De doorrekening van het effect hiervan op de stikstofdepositie op hiervoor gevoelige habitattypen is minder dan 0,00 ml/ha/jaar (zie Aerius-berekening in de aanlegfase bij de toelichting).
Ad 4)
(het ontwerp voor de buitenruimte wordt nog aangeleverd)
Ad 5)
Het nieuwe woongebruik betekent geen vermeerdering van de verstoring door geluid, licht, trilling en (auto)bewegingen op de aangrenzende natuur. In de oude situatie (aannemerij ?) was er vaker zwaar geluid en trilling. De hoeveelheid autobewegingen was in de oude situatie ook hoger. Het woongebruik en de daarmee verbonden hoeveelheid autobewegingen betekent geen toename van de stikstofuitstoot. De woningen worden gasloos gebouwd en met de eerdere functie gingen meer autobewegingen gepaard. De uitstoot in de nieuwe situatie is zelfs minder dan 1 kg NOx en 1 kg NH3 per jaar (zie Aerius-berekening in de nieuwe situatie bij de toelichting).
Conclusie Door de woningbouw worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurtype Zoete plas (N04.02) en enkele restanten legakker met Moeras (N05.01) en Hoog- en laagveenbos (N14.02) onderdeel van het NNN op een afstand van 250 m in oostelijke richting niet meer aangetast als in de huidige situatie. Overigens hebben de verbodsbepalingen van de PRV alleen betrekking op bestemmingsveranderingen binnen het NNN zelf. Dat is hier niet aan de orde. Er is wel sprake van bestemmingsverandering binnen zogenaamd Weidevogelleefgebied. Woningbouw binnen een bestaand bouwvlak is echter toegestaan (artikel 25a). De woningbouw zal ook geen extra verstorend effect hebben op de (matige) weidevogelkwaliteit van het aangrenzend grasland dan in de huidige situatie als bedrijfsterrein. Door de woningbouw worden waarschijnlijk ook geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming op het gebied van soortbescherming (artikel 3.1-3.41) overtreden. Hiervoor geldt wel dat de afwezigheid
12
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
van verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van Gierzwaluw en Huismus nog wel moet worden geverifieerd door nader onderzoek. Verder geldt als voorwaarde dat de bouwplaats wordt afgeschermd om met name Rugstreeppad buiten te houden. Deze soort bezoekt graag bouwterrein om zich voort te planten in ondiepe plassen of te overwinteren in zandhopen. De woningbouw heeft tenslotte ook geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Er geldt geen vergunningplicht, omdat er zowel in de aanleg- als gebruiksfase sprake is van een bijdrage < 0,00 mol/ha/jaar in de depositie van stikstof op hiervoor gevoelige habitattypen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.
13
bureau Schenkeveld - Culemborg
Reeweg 2/2a Nederhorst den Berg – natuurtoets
figuur 6: effectenindicator Natura 2000-gebied 'Oostelijke Vechtplassen' en activiteit 'Woningbouw'.
14
bureau Schenkeveld - Culemborg