Bijlage 5 - Groenbeheerplan 2024-2027
Tekst van het document
Groenbeheerplan 2024 -2027 Gemeente Wijdemeren
Groenbeheerplan 2024 -2027
Colofon Titel:
Groenbeheerplan 2024 -2027
Versie:
Definitief
Datum:
4 augustus 2023
Opdrachtgever:
Gemeente Wijdemeren
Projectleider
Paul Portheine
Opdrachtnemer:
Beheeraccent, www.beheeraccent.nl
Auteur(s):
Maaike Burggraaf / Roland Buijs
2
Groenbeheerplan 2024 -2027
Groenbeheerplan Wijdemeren “Onze groene basis op orde”
3
Groenbeheerplan 2024 -2027
Inhoudsopgave 1
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Doel Scope Leeswijzer
7 7 7 8
2
Kaders & ambities
9
2.1 Opgave 2.2 Wettelijke kaders 2.3 Gemeentelijk beleid
9 10 11
3
14
Visie op groenbeheer
3.1 Klimaatadaptatie 3.2 Biodiversiteit 3.3 Implementatie
14 15 17
4
Areaal en kwaliteit
19
4.1 4.2 4.3 4.4
Inspecties & monitoring Areaal Kwaliteit Conclusie
19 20 21 26
5
Klein- en groot onderhoud
27
5.1 Ambitieniveaus 5.2 Maatregelen 5.3 Kosten
27 27 29
6
Vervangingsinvestering(en)
34
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Technische inspectie groen Benodigde middelen Structurele vervangingsopgave Beschikbare middelen Conclusie
34 36 39 40 40
7
Financieel overzicht
41
7.1 Exploitatie 7.2 Investering 7.3 Dekking
41 42 43
4
Groenbeheerplan 2024 -2027
8
Conclusie & aanbevelingen
44
8.1 Conclusie 8.2 Aanbevelingen
44 45
Bijlagen
48
Bijlage 1, Maatregelenkaarten ‘Technische inspectie Groen’
48
5
Groenbeheerplan 2024 -2027
6
Groenbeheerplan 2024 -2027
1 Inleiding Voor u ligt het ‘Groenbeheerplan, omze groene basis op orde’ van de gemeente Wijdemeren. Dit Groenbeheerplan heeft betrekking op de periode 2024 t/m 2027 en omschrijft de belangrijkste uitgangspunten, doelstellingen, maatregelen en kosten ten aanzien van het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen. Een groene openbare ruimte is steeds belangrijker en speelt een centrale rol bij veel van onze maatschappelijke opgaven. In de ‘Omgevingsvisie Wijdemeren 2040’ zien we het belang van een groene omgeving dan ook terugkomen in de kernopgaven. Met dit Groenbeheerplan borgen we de komende jaren de kwaliteit van onze huidige groenvoorzieningen, zodat we kunnen blijven bijdragen aan alle ‘groene ambities’ van de gemeente Wijdemeren. 1.1
Aanleiding
De gemeente heeft de wettelijke taak om de groenvoorzieningen adequaat te beheren en onderhouden. Dit betekent dat de beheerder moet zorgen dat het kapitaal waarin is geïnvesteerd in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud, waardoor kapitaalvernietiging en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Daarnaast kan met het onderhoud van de groenvoorzieningen een belangrijke bijdrage geleverd worden aan de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte. Denk hierbij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Het is daarom van belang om met elkaar vast te stellen aan welke doelstellingen we met het onderhoud van de groenvoorzieningen bij willen dragen. Dit geeft handvatten bij bijvoorbeeld de programmering van de vervangingsopgave en het uitvoeren van het reguliere beheer en onderhoud.
1.2
Doel
Het doel van het Groenbeheerplan is om voor het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen aan de hand van duidelijke kaders en uitgangspunten de werkwijze en benodigde middelen voor de komende 4 jaar (2024 t/m 2027) vast te stellen.
1.3
Scope
Dit Groenbeheerplan richt zich op het onderhoud van de groenvoorzieningen, welke in beheer en/of eigendom zijn van de gemeente. Onze groenvoorzieningen bestaan uit de categorieën ‘beplanting’ en ‘gras- en kruidachtigen’. De bomen, de sportvelden op de sportparken en de bestrijding van invasieve soorten vallen buiten de scope van dit Groenbeheerplan. Deze krijgen uitwerking in separate en/of andere beheerplannen (bv. Bomenbeheerplan).
7
Groenbeheerplan 2024 -2027
1.4
Leeswijzer
Het Groenbeheerplan omschrijft in hoofdstuk 2 de belangrijkste wet- en regelgeving en de gemeentelijke ambities die relevant zijn voor het groenbeheer. Vervolgens is dit in hoofdstuk 3 vertaald naar de ‘visie op groenbeheer’ met daarin een uitwerking van de belangrijkste speerpunten vanuit het beleid naar concrete maatregelen voor het beheer en onderhoud. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de opbouw en kwaliteit van het huidige areaal aan groenvoorzieningen en op welke manier we de kwaliteit van onze groenvoorzieningen blijven toetsen. Om onze groenvoorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau (ambitie) te blijven onderhouden zijn er onderhoudsmaatregelen nodig, waarbij we onderscheid maken in regulier onderhoud (hoofdstuk 5) en de vervangingsopgave (hoofdstuk 6). Beide hoofdstukken omschrijven de benodigde maatregelen en middelen. Het Groenbeheerplan sluit af met een financieel overzicht (hoofdstuk 7) met daarin de beschikbare en benodigde middelen voor de exploitatie en investering(en). Het resultaat van het Groenbeheerplan is in hoofdstuk 8 samengevat en vertaald naar aanbevelingen voor de implementatie van de opgave de komende 4 jaar. Hoofdstuk
Toelichting
1. Inleiding
Aanleiding, doel, scope en leeswijzer
2. Kaders & ambities
Omschrijving wettelijke kaders / gemeentelijke ambities
3. Visie op groenbeheer
Speerpunten beleid vertaald naar beheermaatregelen
4. Areaal & kwaliteit
Opbouw areaal, inspecties, technische- en beeldkwaliteit
5. Dagelijks beheer en onderhoud
Maatregelen en benodigde middelen
6. Vervangingsinvestering(en)
Maatregelen en benodigde middelen
7. Financieel overzicht
Financieel totaaloverzicht t.b.v. besluitvorming
8. Conclusie & aanbevelingen
Conclusie en aanbeveling voor bv. implementatie
Bijlagen
Relevante achtergrondinformatie
Tabel 1.1: leeswijzer Groenbeheerplan 2024 t/m 2027, gemeente Wijdemeren
8
Groenbeheerplan 2024 -2027
2 Kaders & ambities Bij het voorbereiden en uitvoeren van ons groenbeheer houden we rekening met de wettelijke kaders en regelgeving (bv. in het kader van de Wet Natuurbescherming) alsook onze eigen gemeentelijke ambities (bv. klimaatadaptatie en biodiversiteit). Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de wettelijke kaders en regelgeving die relevant zijn voor het groenbeheer en onze gemeentelijke doelstellingen en ambities. De belangrijkste speerpunten uit ons gemeentelijke beleid zijn vervolgens in hoofdstuk 3 vertaald naar maatregelen voor het beheer en onderhoud in de periode 2024 t/m 2027. 2.1
Opgave
Het coalitie-akkoord 2022-2026, “Alle hens aan dek”, omschrijft de onderwerpen waar de coalitie deze bestuursperiode aan wil gaan werken. Hierbij staat gemeente Wijdemeren vanwege de financiele situatie, voor een lastige opgave de komende jaren. Desondanks werkt de gemeente de komende jaren aan een adequate dienstverlening en de instandhouding van de noodzakelijke voorzieningen. De belangrijkste opgaven zijn: ● Een gedegen financiele strategie; ● Goede en betaalbare dienstverlening; ● Realiseren van ambities; ● Realistisch (financieel gezond en ambtelijke organisatie op orde); ● De basis op orde (integraal werken, goede dienstverlening en balans tussen kosten en kwaliteit); ● Samenwerking met alle betrokkenen (o.a. college, gemeenteraad, inwoners en maatschappelijke organisaties). De gemeente Wijdemeren staat deze bestuursperiode voor de opgave om te komen tot een financieel gezonde strategie, waarbij het maken van keuzes noodzakelijk is. Dit betekent dat de basis op orde moet zijn en blijven, waarbij dienstverlening en samenwerking centraal staan. Daarnaast blijven we werken aan realistische ambities, waarbij er een goede balans moet zijn tussen de ambities, de kosten en de capaciteit vanuit de ambtelijke organisatie. In dit Groenbeheerplan staat het op orde brengen van de basis centraal.
Dit doen we door inzichtelijk te maken welke middelen nodig zijn om onze groenvoorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau te blijven onderhouden. Daarbij proberen we binnen de beschikbare middelen gelijktijdig invulling te geven aan belangrijke ambities, zoals; biodiversiteit en klimaatadaptatie.
9
Groenbeheerplan 2024 -2027
2.2
Wettelijke kaders
De belangrijkste wet- en regelgeving die van invloed is op het beheer en onderhouden van de groenvoorzieningen is vastgelegd in het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) en de Wet Natuurbescherming. Als laatste is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de basis voor de gemeentelijke verslaglegging en de planning en control cyclus. De BBV is daarmee een leidraad voor de financiele verdeling van de kosten (exploitatie, voorziening en investering). 2.2.1 Burgerlijk wetboek Het beheer van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is een wettelijke overheidstaak. Dit is vertaald in de ‘zorgplicht’ die is vastgesteld in het Burgerlijk Wetboek en betekent dat we moeten kunnen aantonen dat de gemeente regelmatig onderhoud pleegt en de technische staat van de groenvoorzieningen inspecteert. Dit alles met als voornaamste doel het borgen van de veiligheid. Als we dit niet of in onvoldoende mate doen, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor nalatigheid. 2.2.2 Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving beschermd Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. In het kader van de Wet Natuurbescherming heeft de gemeente Wijdemeren een zogenaamde ‘zorgplicht’.
Dit betekent dat we voldoende zorg in acht nemen voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving en we geen handelingen verrichten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden, dieren- en plantensoorten. 2.2.3 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ omschrijft de wettelijke eisen die gelden voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening. Een belangrijk onderdeel van de BBV is de ‘paragraaf onderhoud kapitaalgoederen’, welke voor de toezichthouder een essentieel onderdeel is van het begrotingsonderzoek. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen omschrijft het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiele consequenties en de vertaling daarvan naar de begroting (exploitatie, onderhoudsvoorziening en/of investering). Indien er sprake is van achterstallig onderhoud (wanneer het onderhoud niet meer voldoet aan de door de raad vastgestelde minimale kwaliteitsniveau of de wettelijke norm) kan dit leiden tot hogere herstellasten of onveilige situaties. De BBV omschrijft dat achterstallig onderhoud zo snel mogelijk word hersteld, waarvoor de gemeente een voorziening dient te vormen of in bepaalde gevallen door het gehele kapitaalgoed versneld te vervangen.
In het Groenbeheerplan hanteren we de uitgangspunten van de BBV, waarbij we de benodigde middelen berekenen voor de exploitatie, onderhoudsvoorziening(en) en investering(en).
10
Groenbeheerplan 2024 -2027
2.3
Gemeentelijk beleid
De belangrijkste ambities en beleidsuitgangspunten van de gemeente Wijdemeren en specifiek voor de groenvoorzieningen zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie (integrale visie voor de fysieke leefomgeving), Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (scenario’s instandhouding van alle assets), Nota Klimaatadaptatie en het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (bouwstenen voor de inrichting). 2.3.1 Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 In 2021 is de Omgevingsvisie ‘Wijdemeren 2040’ vastgesteld. Dit is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving in de vorm van een toekomstbeeld. De komende jaren zetten we in op drie kernopgaven, namelijk; ● Het creëren van een vitale en gezonde leefomgeving in de kernen; ● Het bieden van ruimte voor ondernemerschap en het versterken van de bereikbaarheid; ● Het vormgeven van een waardevol landschap. Bovengenoemde kernopgaven zijn in de Omgevingsvisie uitgewerkt naar ‘ruimtelijke keuzes’, waarbij een groene openbare ruimte van belang is. De volgende ruimtelijke keuzes zijn van invloed op de toekomstige ontwikkeling van onze groenvoorzieningen: ● Gezonde, duurzame en klimaatadaptieve leefomgeving (o.a. ruimte voor groen en biodiversiteit); ● Focus op inbreiding, transformatie en kwaliteit dorpsranden (o.a. behoud van groen); ● Complementair en onderscheidend ontwikkelen (o.a. natuurinclusief bouwen); ● Versterken natuur- en watersysteem (o.a.
versterking van de biodiversiteit). De ruimtelijke keuzes zijn van invloed op de toekomstige ontwikkeling van onze groenvoorzieningen. Er is behoefte aan een groenere leefomgeving (verminderen van de bestrating) en aan een groeninrichting met aandacht voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. 2.3.2 Integraal Beheerplan Openbare Ruimte Gelijktijdig met het opstellen van dit Groenbeheerplan geven we invulling aan het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR-plan). Het IBOR-plan heeft betrekking op de assets Groen, Verharding, Water, Riolering, Civiele kunstwerken, Meubilair, Openbare verlichting, Recreatie en Reiniging en omschrijft aan de hand van verschillende scenario’s de kosten voor instandhouding van onze openbare ruimte. In het IBOR-plan zijn op basis van beeldkwaliteit een drietal scenario’s voor de exploitatiekosten uitgewerkt. De scenario’s zijn gebaseerd op een indeling in functionele gebieden en bijbehorende kwaliteitskeuzes. Op basis van de kwaliteitskeuzes in de scenario’s zijn de benodigde middelen inzichtelijk gemaakt. Bij de besluitvorming stelt de gemeenteraad het gewenste scenario (ambitieniveau) en de budgetten vast. Dit Groenbeheerplan geeft uitwerking aan scenario 2 uit het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte. Dit betekent dat we de groenvoorzieningen in de gehele gemeente onderhouden op kwaliteitsniveau C.
Uitzondering hierop zijn de parels (winkelgebieden, begraafplaatsen en lintwegen), welke we onderhouden op kwaliteitsniveau B.
11
Groenbeheerplan 2024 -2027
2.3.3 Nota Klimaatadaptatie 2020-2030 Het klimaat veranderd en dit heeft nu al zichtbare gevolgen voor onze gemeente. De doelstelling is dan ook dat onze gemeente in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Dit doen we door: ● Optimale inzet rioolstelsel (gescheiden rioolstelsels en afkoppelen hemelwaterafvoer); ● Stimuleringsmaatregelen bebouwde kom (realiseren groene daken); ● Waterberging bij bouw (waterberging integraal onderdeel bij bouwprojecten); ● Waterberging openbare ruimte (menukaart met voorbeelden waterberging). Met name de opgave voor waterberging in de openbare ruimte zal bij de ontwikkeling van de openbare ruimte leiden tot vergroening, waarbij de verharde oppervlakten plaats maken voor bijvoorbeeld de aanleg van wadi’s. Ook bij het onderhoud en de aanleg van groenvoorzieningen houden we rekening met steeds langere periodes van droogte. Dit doen we bijvoorbeeld door bladafval in beplantingsvakken te laten liggen of door bij nieuwe aanplant te kiezen voor soorten die beter bestand zijn tegen het huidige klimaat. 2.3.4 Handboek Inrichting Openbare Ruimte In het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) zijn de algemene inrichtingseisen voor de openbare ruimte opgenomen. De eisen hebben betrekking op zowel het proces als op het ontwerp, de materiaalkeuze, beheersaspecten en het eindresultaat.
Doel van het handboek is het ontwikkelen van een samenhangende visie op de inrichting van de openbare ruimte in onze gemeente. In het visiedeel worden de uitgangspunten voor de kwaliteit benoemd, zoals; schoon, heel en veilig. In het voorwaardendeel worden de concrete voorschriften benoemd met betrekking tot ontwerp en inrichting. Hiermee omschrijft het handboek bijvoorbeeld uitvoeringsvoorwaarden die bijdragen aan de kwaliteit van onze nieuwe groenvoorzieningen of de bescherming van flora en fauna. Denk bijvoorbeeld aan eisen voor de periode van uitvoering (bv. nieuwe aanplant en snoeimaatregelen) alsook de controle van de werkomgeving op bijzondere fauna (bv. egels).
12
Groenbeheerplan 2024 -2027
13
Groenbeheerplan 2024 -2027
3 Visie op groenbeheer De belangrijkste speerpunten uit het gemeentelijk beleid en specifiek voor het beheer van onze groenvoorzieningen zijn ‘klimaatadaptatie’ en ‘biodiversiteit’. In onze visie op het groenbeheer geven we uitwerking aan de speerpunten vanuit het gemeentelijk beleid door deze te vertalen naar concrete maatregelen voor het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen. 3.1
Klimaatadaptatie
Steeds vaker hebben we te maken met extreme weersomstandigheden, zoals; langere perioden van droogte, hitte en hevigere neerslag. De gemeente wil hier tijdig op inspelen door de openbare ruimte hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door de openbare ruimte te vergroenen, meer ruimte te bieden voor waterberging en de aanplant van meer bomen. Het doel is om uiterlijk in 2050 klimaatbestendig te zijn. Veel van de maatregelen die nodig zijn om onze openbare ruimte klimaatadaptief te maken zijn gericht op de inrichting, zoals; de aanplant van meer bomen en het omvormen van verharde oppervlakken naar groen. Deze maatregelen krijgen uitwerking in andere planvormingsprocessen, zoals in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte, en bij de (integrale) vervangingsopgave(n). Dit Groenbeheerplan omschrijft de manier waarop we de groenvoorzieningen in onze gemeente klimaatadaptief gaan beheren. Hiervoor zullen we gedurende de looptijd van het Groenbeheerplan en binnen de beschikbare middelen uitvoering geven aan de volgende maatregelen: ● De aanplant van klimaatadaptieve beplanting Nieuw beplantingsmateriaal moet bestand zijn tegen de gevolgen van de klimaatverandering, zoals; hitte, droogte en periode van wateroverlast.
Bij de aanplant van nieuwe beplanting is het daarom van belang om te kijken naar de lokale omstandigheden en voor een beplantingssoort te kiezen die daar goed tegen is bestand. In 2024 stellen we hiervoor een lijst op met klimaatadaptieve beplanting, inclusief eigenschappen. Deze lijst dient als basis bij de klein- en grootschalige renovaties en bij de vergroening van de openbare ruimte. Gebaseerd op onze praktijkervaringen en kennisdeling (bv. met dendrologen) blijven we de lijst met klimaatadaptieve beplanting aanvullen en actualiseren. ● Mulchen Het toepassen van een bodembedekking verbetert de bodemstructuur, waardoor voeding, lucht en vocht beter in de bodem dringen. Dit kan aan de hand van ‘mulchen’, waarbij we een laag van versnipperde planten en ander materiaal (bv. bladafval) over de grond aanbrengen. Dit kan bijvoorbeeld door het snoeimateriaal van beplanting te versnipperen tot mulch en deze gelijk weer
14
Groenbeheerplan 2024 -2027
terug te brengen in het beplantingsvak. Een andere mogelijkheid is het versnipperen van bladafval op de grasvelden. Aan de hand van pilots gaan we het mulchen van bladafval toepassen op met name de grotere grasvlakken (een omvang van minimaal 20 m2) en onder boomstructuren. Hiervoor brengen we in 2024 de locaties die hiervoor geschikt zijn in beeld en vertalen dit naar enkele pilotlocaties. Vanaf 2025 starten we binnen de pilotlocaties met het toepassen van het plaatselijk vermulchen van bladafval middels het machinaal verhakselen. Het effect van het mulchen van bladafval maken we aan de hand van de pilots inzichtelijk en vertalen we bij een goed resultaat naar een grootschalige aanpak voor de gehele gemeente. ● Bodemkwaliteit Aanvullend op het mulchen van bladafval op de grasvakken gebruiken we het bladafval in de beplantingsvakken voor het verbeteren van de bodemkwaliteit. Hiervoor selecteren we jaarlijks 1.000 tot 1.500 beplantingsvakken waar we het bladafval tijdens het bladvalseizoen laten liggen en/of het bladafval mulchen en terugbrengen in het beplantingsvak.
Dit heeft de volgende voordelen voor de bodemkwaliteit: • De bladeren beschermen de beplanting tegen de kou; • De bladeren vormen een natuurlijke schuilplaats voor dieren en insecten; • Voedingsstoffen in de bladeren worden opgenomen door de bodem; • Een gezonde bodem houdt meer water vast; • Herfstbladeren verdwijnen vanzelf. Veiligheid speelt een belangrijke rol bij het laten liggen van bladafval in de beplantingsvakken. Bladafval dat gemakkelijk uit de beplantingsvakken kan waaien, ruimen we daarom wel op. Dit voorkomt dat bladafval op plekken terechtkomt, waar dit niet gewenst is.
3.2
Biodiversiteit
Onder ‘biodiversiteit’ verstaan we allerlei verschillende vormen van leven. Dit vraagt om een diversiteit in ecosystemen, soorten en genen. De gemeente Wijdemeren wil de komende jaren de biodiversiteit versterken en vergroten. Dit doen we o.a. door het toepassen van ecologisch beheer en onderhoud. 3.2.1 Ecologisch maaibeheer Steeds meer overheden kiezen voor ecologisch maaibeheer, omdat dit de biodiversiteit, de overlevingskansen van insecten en de belevingswaarde van de bermen vergroot. Bij ecologisch
15
Groenbeheerplan 2024 -2027
maaibeheer maaien we minder vaak en gefaseerd en voeren we het maaisel af. Het maaisel blijft enkele dagen liggen en voeren we daarna af, zodat kruiden de kans krijgen om uit te zaaien. Deze manier van maaien stimuleert de groei van bloeiende planten, welke vervolgens veel insecten aantrekken. De gemeente Wijdemeren is al gestart met het ecologisch beheren van de bermen in het buitengebied. Als vervolg hierop brengen we de potentiële locaties binnen de bebouwde kom in beeld (bv. grasvelden) waar we het ecologisch maaibeheer ook gaan toepassen. Potentiële locaties zijn grotere grasvelden, groenstroken en parken met een extensieve gebruiksfunctie. Bij locaties met een intensieve gebruiksfunctie, zoals speel- en sportplekken en grasstroken bij scholen, staat functionaliteit en veiligheid voorop. Deze locaties blijven we dan ook op de traditionele manier maaien. 3.2.2 Soortkeuze en variatie Bij het renoveren van groenvakken passen we beplantingsmateriaal en zaadmengsels toe die bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit. Dit betekent dat we bij een vervangingsopgave verschillende soorten beplanting toepassen om een monocultuur te voorkomen en kiezen voor beplantingssoorten die bijdragen aan de biodiversiteit (bv. met schermvormige bloemen). Bij het toepassen van zaaigoed kiezen we voor materiaal dat bijdraagt aan het instandhouden en uitbreiden van onze bijenlinten.
Daarbij heeft het de voorkeur om bij de soortkeuze (beplanting en/of zaadmengsels) te kiezen voor inheemse en/of autochtone soorten passend bij de lokale grondslag. 3.2.3 Effectgestuurd beheer De huidige werkwijze voor het beheer en onderhoud is gebaseerd op het beeldgericht werken van CROW, waarbij we het gewenste eindresultaat aan de hand van beelden en prestatie-eisen met elkaar vastleggen. Deze manier van werken sluit echter niet altijd goed aan bij andere doelstellingen, zoals het vergroten van de biodiversiteit. Een goed voorbeeld hiervan is het minder frequent maaien van grasvelden. Het resultaat hiervan sluit niet aan bij de gewenste beeldkwaliteit (het gras is te lang), maar draagt wel bij aan het behouden en vergroten van de biodiversiteit. Het uitgangspunt voor ons beheer en onderhoud blijft het beeldgericht werken op basis van de ambitieniveaus die we met elkaar hebben vastgelegd. Daarbij willen we echter ruimte creëren voor effectgestuurd beheer op de locaties die daarvoor geschikt zijn. Daarbij hebben we naast de beeldkwaliteit ook aandacht voor het effect en/of doel dat we met onze groenvoorzieningen willen bereiken. Dit betekent in de praktijk dat we meer willen gaan differentiëren in de technische prestatieeisen (beeldkwaliteit) om invulling te geven aan de belangrijkste speerpunten vanuit ons beleid.
Belangrijke voorwaarde hierbij is dat dit niet ten koste mag gaan van de belevingskwaliteit, veiligheid en functionaliteit van de openbare ruimte.
16
Groenbeheerplan 2024 -2027
3.3
Implementatie
De looptijd van het Groenbeheerplan (2024 t/m 2027) gebruiken we om aan de hand van pilots onderzoek te doen naar de manier waarop we de speerpunten ‘klimaatadaptie’ en ‘biodiversiteit’ vertalen naar methodieken waarop we het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen organiseren. Het hanteren van andere onderhoudsmethodieken heeft effect op de kosten voor het beheer en onderhoud en de uitstraling (belevingswaarde) van de openbare ruimte. Daarbij zoeken we altijd naar een goede balans tussen de gewenste doelstelling en de functionaliteit en veiligheid van de openbare ruimte. De komende 4 jaar onderzoeken we aan de hand van pilots de mogelijkheden om met het beheer en onderhoud bij te dragen aan ‘klimaatadaptatie’ en het vergroten van de ‘biodiversiteit’. In het nieuw op te stellen Groenbeheerplan (2028 t/m 2031) vertalen we dit naar een voorstel voor het op grote schaal toepassen van verschillende maatregelen. Gelijktijdig maken we per maatregel het volgende inzichtelijk: ● Bijdrage aan de speerpunten ‘klimaatadaptatie’ en ‘biodiversiteit’; ● Effect op de (beeld)kwaliteit en belevingswaarde van de openbare ruimte; ● Effect op de kosten voor het beheer en onderhoud; ● Benodigde communicatie en kansen voor participatie.
Het voorliggende Groenbeheerplan gaat uit van het huidige groenareaal en werkwijze, waarbij we binnen de beschikbare middelen invulling geven aan kansen voor het vergroten van de klimaatadaptie en biodiversiteit. Vanaf 2028 is de doelstelling om planmatig en op grotere schaal invulling te geven aan de speerpunten ‘klimaatadaptatie’ en ‘biodiversiteit’.
17
Groenbeheerplan 2024 -2027
18
Groenbeheerplan 2024 -2027
4 Areaal en kwaliteit Het Groenbeheerplan betreft alle groenvoorzieningen van de gemeente Wijdemeren. Uitzondering hierop zijn de bomen, de sportvelden op de sportparken en de bestrijding van invasieve soorten. Bij de toelichting op de opbouw van het areaal en de huidige kwaliteit maken we onderscheid naar de categorieën ‘beplanting’ en de ‘gras- en kruidachtigen’. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de opbouw van het huidige areaal (kwantiteit en kwaliteit) en de manier waarop we de kwaliteit van onze groenvoorzieningen inspecteren en monitoren. 4.1
Inspecties & monitoring
De kwaliteit van onze groenvoorzieningen inspecteren en monitoren we op basis van de technische inspectie Groen en beeldkwaliteitsmetingen. Beide methoden staan hieronder nader toegelicht. 4.1.1 Technische kwaliteit Ieder groenobject (beplanting en gras- en kruidachtigen) inspecteren we 1x per 4 jaar op basis van de beeldsystematiek van CROW. Dit doen we volgens de landelijke standaard voor de technische inspectie Groen (NEN-2767, groenbeheersystematiek CROW). De inspecteur beoordeeld de technische staat en de vitaliteit van het groenobject aan de hand van verschillende kwaliteitsaspecten (bv. kale plekken, conditie en restlevensduur). Het resultaat van de technische inspectie Groen geeft daarmee inzicht in de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen. Door de beeldsystematiek van CROW als basis te hanteren kunnen we eenvoudig een relatie leggen tussen het resultaat van de technische inspectie en het ambitieniveau. Op die manier verkrijgen we inzicht in de maatregelen die nodig zijn om de groenvoorzieningen op het gewenste niveau te brengen en behouden. In hoofdstuk 6 (vervangingsopgave) van het Groenbeheerplan vertalen we het resultaat van de technische inspectie Groen, uitgevoerd in het voorjaar van 2023, naar onderhoudsmaatregelen en de benodigde middelen om de groenvoorzieningen weer op het gewenste niveau te brengen.
4.1.2 Beeldkwaliteit Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de openbare ruimte is er in het voorjaar van 2023 een beeldkwaliteitsmeting uitgevoerd aan de hand van de beeldmeetlatten van CROW. Deze beeldmeetlatten omschrijven voor de groenvoorzieningen de kwaliteitsscores (A+ t/m D) bij een kwaliteitsaspect (bv. onkruidbeheersing). Het resultaat van deze meting maakt inzichtelijk wat de huidige kwaliteit is van de openbare ruimte en hoe deze zich verhoudt tot de gewenste kwaliteit (ambitieniveau). De beeldkwaliteitsmetingen zijn vooral relevant voor de kwaliteit van het dagelijks beheer en onderhoud. Denk bijvoorbeeld aan de onkruidbeheersing, het snoeien van beplanting en het maaien van de gras- en kruidachtigen.
19
Groenbeheerplan 2024 -2027
4.2
Areaal
Het areaal aan groenvoorzieningen is opgebouwd uit twee categorieën, namelijk; ‘beplanting’ en de ‘grasen kruidachtigen’. De bomen maken geen onderdeel uit van het Groenbeheerplan en zijn daarom buiten beschouwing gelaten. 4.2.1 Beplanting Het areaal aan beplanting is onderverdeeld naar verschillende beheergroepen, zie tabel 4.1. Het overgrote deel van het areaal aan beplanting bestaat uit bosplantsoen en heesters. Het areaal aan vaste planten, rozen en wisselperken is zeer klein. Voor de rozen en wisselperken geldt dat wanneer deze onderdeel uitmaken van de vervangingsopgave we deze beheergroepen vervangen voor beplantingssoorten die minder onderhoudsintensief zijn (bv. heesters of bodembedekkers). BEPLANTING Beheergroep
Eenheid
Totaal
% t.o.v. totaal
Bodembedekkers
m2
11.736
8%
Bosplantsoen
m2
75.300
50%
Heesters
m2
39.864
26%
Haag
m2
21.514
14%
Rozen
m2
42
0,03%
Vaste planten
m2
2.194
1%
Wisselperken
m2
42
0,03%
Totaal
m2
150.692
Tabel 4.1: overzicht opbouw areaal ‘beplanting’
4.2.2 Gras- en kruidachtigen Onder de gras- en kruidachtigen verstaan we terreinen met gras- en/of kruidachtige vegetatie (bv. inheemse kruiden), welke niet in gebruik zijn voor grasproductie. Het areaal aan gras- en kruidachtigen is onderverdeeld naar verschillende beheergroepen, zie tabel 4.2. Het overgrote deel van het areaal aan gras- en kruidachtigen bestaat uit grasveld en ruig gras. GRAS- EN KRUIDACHTIGEN Beheergroep
Eenheid
Bloemrijk gras
m2
Totaal 5.776
% t.o.v. totaal 1%
Gazon met bollen
m2
5.074
1%
Gazon
m2
36.119
7%
Grasveld
m2
210.873
41%
Ruig gras
m2
253.495
49%
Ruigte
m2
4.351
1%
Totaal
m2
515.688
Tabel 4.2: overzicht opbouw areaal ‘gras- en kruidachtigen’
20
Groenbeheerplan 2024 -2027
4.3
Kwaliteit
Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de groenvoorzieningen hebben externe marktpartijen opdracht gekregen om een technische inspectie Groen (technische kwaliteit) en een beeldkwaliteitsmeting (dagelijks beheer en onderhoud) uit te voeren. Het resultaat van beide metingen staat hieronder nader toegelicht. 4.3.1 Ambitieniveau De gemeente Wijdemeren is opgedeeld in de volgende functionele gebieden: ● Bedrijventerrein ● Begraafplaatsen ● Centrum en winkelgebied ● Kernen/wonen ● Lintwegen ● Recreatiegebied Op dit moment is het ambitieniveau voor het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen in alle functionele gebieden een C-kwaliteit. Uitzondering hierop zijn de parels (begraafplaatsen, lintwegen, centrum- en winkelgebieden), welke we onderhouden op kwaliteitsniveau B. De resultaten van de technische inspectie Groen (technische kwaliteit) en de beeldkwaliteitsmeting (dagelijks beheer en onderhoud) zijn vergeleken met het ambitieniveau, waarbij er alleen extra maatregelen nodig zijn indien de groenvoorziening niet meer voldoet aan het ambitieniveau. 4.3.2 Technische kwaliteit Om de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen in beeld te brengen, is er in het voorjaar van 2023 een technische inspectie Groen uitgevoerd. Het resultaat van de technische inspectie Groen geeft kwantitatief en kwalitatief inzicht in het groenareaal.
Hiervoor beoordeelt de inspecteur ieder groenvak op kwalitatieve gegevens (o.a. conditie en kwaliteitsniveau) en kwantitatieve gegevens (o.a. geometrie en administratieve data). Tijdens de inspectie zijn ongeveer 6.000 groenvakken van de gemeente Wijdemeren beoordeeld. Beplanting Uit het resultaat van de technische inspectie blijkt dat 91,1% van het areaal aan beplantingsvakken voldoet aan het ambitieniveau. Van het totale areaal aan beplanting scoort dus slechts 8,9% onder het ambitieniveau. De meest voorkomende schadebeelden/gebreken zijn: ● Kale plekken/geslotenheid; ● Conditie; ● Restlevensduur.
21
Groenbeheerplan 2024 -2027
Op basis van de resultaten van de technische inspectie zijn ten aanzien van de beplantingsvakken de volgende maatregelen nodig om de groenvakken die lager scoren dan het ambitieniveau aan te pakken: ● Herinrichten:
2.633 m2
● Inboeten:
1.962 m2
● Renoveren:
6.937 m2
Dit betekent dat 11.532 m2 aan maatregelen nodig zijn om het areaal aan beplanting weer op het gewenste kwaliteitsniveau te brengen.
Gras- en kruidachtigen Onder gras- en kruidachtigen verstaan we bloemrijk gras, gazons (met bloembollen), grasvelden, ruig gras en ruigte. Uit het resultaat van de technische inspectie blijkt dat 93,9% van de gras- en kruidachtigen voldoen aan het ambitieniveau. Van het totale areaal aan gras- en kruidachtigen scoort dus slechts 6,1% onder het ambitieniveau. De meest voorkomende schadebeelden/gebreken zijn: ● Kale plekken/geslotenheid; ● Vlakheid; ● Beschadigingen; ● Hoogteverschil berm. Op basis van de resultaten van de technische inspectie zijn ten aanzien van de gras- en kruidachtigen de volgende maatregelen nodig om de groenvakken die lager scoren dan het ambitieniveau aan te pakken: ● Herinrichten:
2.923 m2
● Plaatselijk herstellen:
6.526 m2
● Renoveren:
22.140 m2
Dit betekent dat 31.589 m2 aan maatregelen nodig zijn om het areaal aan gras- en kruidachtigen weer op het gewenste kwaliteitsniveau te brengen.
22
Groenbeheerplan 2024 -2027
4.3.3 Beeldkwaliteit In het voorjaar van 2023 is er een beeldkwaliteitsmeting uitgevoerd, waarbij de groenvoorzieningen in de gehele gemeente zijn beoordeeld op verschillende kwaliteitsaspecten. Het totaalresultaat van deze meting voldoet aan een B-kwaliteit en is daarmee hoger dan het ambitieniveau. Beplanting Voor de categorie ‘beplanting’ zijn tijdens de beeldkwaliteitsmeting de volgende kwaliteitsaspecten beoordeeld: ● Kaal oppervlak; ● Onkruidbeheersing; ● Beschadigingen; ● Overgroei randen verharding of gras; ● Snoeibeeld; ● Zwerfafvalbeheersing. Bij het beoordelen van de kwaliteitsaspecten is er onderscheid gemaakt naar verschillende beheergroepen, zoals; vaste planten, heesters en hagen. Uit de meetresultaten blijkt dat alleen het kwaliteitsaspect ‘onkruidbeheersing’ met een D-kwaliteit niet voldoet aan het ambitieniveau. Met uitzondering van de vaste planten geldt dit voor alle beheergroepen, zie afbeelding 4.3. Voor de overige kwaliteitsaspecten geldt dat deze met een C-kwaliteit of hoger voldoen aan het ambitieniveau. Het kaal oppervlak in heestervakken voldoet met een C-kwaliteit aan het ambitieniveau. Alle overige kwaliteitsaspecten en beheergroepen scoren met een A- of B-kwaliteit hoger dan het ambitieniveau. Over het algemeen geldt dat het dagelijks beheer en onderhoud van de beplanting hoger scoort dan het ambitieniveau.
Uitzondering hierop is de onkruidbeheersing in de beplantingsvakken. Mogelijk dat het groeizame weer van het afgelopen voorjaar hier invloed op heeft.
23
Groenbeheerplan 2024 -2027
Afbeelding 4.3: resultaat beeldkwaliteitsmeting 2023, categorie ‘beplanting’ (bron: ‘Memo Wijdemeren voorjaar 2023’, Cyber Advies)
24
Groenbeheerplan 2024 -2027
Gras- en kruidachtigen Voor de categorie ‘gras- en kruidachtigen’ zijn tijdens de beeldkwaliteitsmeting de volgende kwaliteitsaspecten beoordeeld: ● Beschadiging; ● Kaal oppervlak; ● Overgroei randen beplanting en verharding; ● Zwerfafvalbeheersing; ● Bijmaaien rondom obstakels en bomen. Bij de beoordeling van bovengenoemde kwaliteitsaspecten zijn de gazons en grasvelden beoordeeld. Bermen, ruigte en bloemrijk gras maken geen onderdeel uit van de beeldkwaliteitsmeting.
Afbeelding 4.4: resultaat beeldkwaliteitsmeting 2023, categorie ‘gras- en kruidachtigen’ (bron: ‘Memo Wijdemeren voorjaar 2023’, Cyber Advies)
Uit de meetresultaten blijkt dat de overgroei van de grasranden in beplantingsvakken en het bijmaaien rondom obstakels en bomen met een D-kwaliteit niet voldoen aan het ambitieniveau. De overige kwaliteitsaspecten scoren met een B-kwaliteit hoger dan het ambitieniveau, waarbij de beheersing van grof zwerfafval zelfs een A-kwaliteit scoort. Hiermee scoren de gras- en kruidachtigen in totaal hoger dan het ambitieniveau. Het kantensteken en bijmaaien zijn daarbij wel belangrijke aandachtspunten.
25
Groenbeheerplan 2024 -2027
4.4
Conclusie
We brengen de kwaliteit van onze groenvoorzieningen in beeld aan de hand van de technische inspectie Groen en beeldkwaliteitsmetingen. Uit de meest recente meetgegevens blijkt het volgende:
Technische staat ● De technische staat van onze beplanting voldoet met 91,1% aan de gewenste kwaliteit. Voor de resterende 8,9% geldt dat deze beplantingvakken niet meer voldoen aan het ambitieniveau; ● De technische staat van onze gras- en kruidachtigen voldoet met 93,9% aan de gewenste kwaliteit. Voor de resterende 6,1% geldt dat deze beplantingvakken niet meer voldoen aan het ambitieniveau. Over het algemeen geldt dat de technische staat van de groenvoorzieningen voldoet aan het ambitieniveau. Voor de groenvoorzieningen die lager scoren dan het ambitieniveau zijn er maatregelen nodig om deze weer op het gewenste kwaliteitsniveau terug te brengen. Het resultaat van de technische inspectie laat zien dat er sprake is van ‘uitgesteld onderhoud’. Het uitgesteld onderhoud en de structurele vervangingsopgave zijn in hoofdstuk 6 verder uitgewerkt naar maatregelen en kosten.
Dagelijks beheer en onderhoud ● Met uitzondering van de onkruidbeheersing scoort het beheer en onderhoud van alle beplantingsvakken in de beeldkwaliteitsmeting gelijk aan of hoger dan het gewenste ambitieniveau; ● Met uitzondering van de overgroei van grasranden en het bijmaaien rondom obstakels en bomen scoort het beheer en onderhoud van alle gras- en kruidachtigen hoger dan het gewenste ambitieniveau. Uit de beeldkwaliteitsmeting blijkt dat er enkele aandachtspunten zijn in het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen. Hier zullen we bij de inzet van onze medewerkers en aannemer(s) tijdig op in moeten spelen. Daarentegen zijn er meerdere onderhoudsmaatregelen die hoger scoren dan het ambitieniveau. Dit betekent dat we bij deze onderhoudsmaatregelen (mogelijk) teveel inzet plegen met als resultaat dat onze groenvoorzieningen op meerdere kwaliteitsaspecten hoger scoren dan het ambitieniveau.
26
Groenbeheerplan 2024 -2027
5 Klein- en groot onderhoud Onze groenvoorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de buurten en wijken. Daarnaast draagt de groene openbare ruimte voor een belangrijk deel bij aan maatschappelijke opgaven, zoals; klimaatadaptatie, duurzaamheid, biodiversiteit en gezondheid. Het groen is waardevol en om ons groenareaal op orde te houden is onderhoud noodzakelijk. Dit hoofstuk heeft betrekking op het klein- en groot onderhoud, welke gerelateerd zijn aan de exploitatiekosten. We lichten toe op welk ambitieniveau we onze groenvoorzieningen onderhouden, welke maatregelen we uitvoeren en welke budgetten nodig zijn om onze groenvoorzieningen op het gewenst kwaliteitsniveau te blijven onderhouden (onze groene basis op orde). 5.1
Ambitieniveaus
Op basis van de beeldkwaliteit van CROW en een indeling in functionele gebieden zijn de gewenste kwaliteitsniveaus bepaald. Voor de asset Groen staan de ambitieniveaus weergegeven in tabel 5.1. Functioneel gebied
Ambitieniveau
Begraafplaatsen
B-kwaliteit
Winkelgebied
B-kwaliteit
Lintwegen en de rest
B-kwaliteit
Woongebied
C-kwaliteit
Sportterrein en recreatie
C-kwaliteit
Bedrijventerrein
C-kwaliteit
Tabel 5.1: ambitieniveaus asset Groen
Op basis van de meest recente areaalgegevens per functioneel gebied en bovengenoemde ambitieniveaus zijn de kosten voor het klein- en groot onderhoud in het voorjaar van 2023 berekend. De onderbouwing en het resultaat van deze berekening zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht.
5.2
Maatregelen
Om de kosten voor het klein- en groot onderhoud (exploitatie) te berekenen, is voor iedere beheergroep een maatregelenpakket opgesteld. Dit pakket omschrijft de maatregelen die nodig zijn om de beheergroep op het gewenste kwaliteitsniveau te onderhouden. Op basis van kostenkengetallen en de meest actuele areaalgegevens zijn vervolgens de kosten berekend om een maatregel uit te voeren.
27
Groenbeheerplan 2024 -2027
Tabel 5.2 is een voorbeeld van een maatregelenpakket bij een beheergroep. In dit voorbeeld gaat het om het maatregelenpakket van de vaste planten. Op dezelfde wijze zijn alle beheergroepen voorzien van een maatregelenpakket. In het maatregelenpakket is al onderscheid gemaakt naar klein- en groot onderhoud. Paragraaf 5.2.1 en 5.2.2 geven een nadere toelichting op de onderverdeling naar klein onderhoud en groot onderhoud, inclusief bijbehorende maatregelen. Vaste planten Klein onderhoud
Groot onderhoud
Algemene visuele controle
Verwijderen begroeiing – grootschalige inboet
Afhandelen meldingen/klachten (kleinschalig)
Spitten en grondverbetering van plantvakken
Bemesten plantvakken (organische mest)
Grootschalige inboet van vaste planten
Onkruidbeheersing/wieden vaste planten
Watergeven plantvakken – vaste planten
Grond uitwisselen Watergeven plantvakken – vaste planten Inboet opnemen Inboet uitvoeren Tabel 5.2: voorbeeld maatregelenpakket ‘vaste planten’ (bron: Doorrekening beheerkosten Wijdemeren, 19 april 2023)
5.2.1 Klein onderhoud Onder klein onderhoud verstaan we de jaarlijks terugkerende onderhoudsmaatregelen, zoals grasmaaien, onkruidbeheersing en snoeien. Hierbij maken we onderscheid naar verzorgend onderhoud (schoon) en technisch onderhoud (heel & veilig). Het Groenbeheerplan is hoofdzakelijk gericht op het technisch onderhoud van onze groenvoorzieningen. Het verzorgend onderhoud is daarmee beperkt tot onkruidbeheersing in de beplantingsvakken. De zwerfafvalbeheersing maakt geen onderdeel uit van het Groenbeheerplan. Het technisch onderhoud betreft de volgende maatregelen: ● Algemene visuele controle; ● Bemesten; ● Inboet opnemen en uitvoeren; ● Snoeien (bv. randensnoei en snoei hagen); ● Wisselen beplanting in wisselperken en bloembakken; ● Watergeven; ● Afzetten houtsingels; ● Maaien en bijmaaien gras- en kruidachtigen; ● Steken en/of snijden van graskanten.
28
Groenbeheerplan 2024 -2027
5.2.2 Groot onderhoud Onder groot onderhoud verstaan we maatregelen met een planmatige uitvoering en een meer jaarlijkse frequentie (bv. 1x per 3 jaar). Groot onderhoud doet zich pas na een langere periode van gebruik voor, als gevolg van slijtage. Het zijn ingrijpende maatregelen, welke vaak betrekking hebben op een langere periode. Deze maatregelen zijn nodig om de technische staat van de groenvoorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau te houden. Het groot onderhoud in het Groenbeheerplan betreft de volgende maatregelen: ● Verjongingssnoei; ● Terugzetten van hagen; ● Ophogen beplantingsvak wisselperken; ● Grootschalige inboet van vaste planten; ● Watergeven (nazorg); ● Dunnen bosplantsoen en houtsingels; ● Herstel van gazons, recreatieve grasvelden, bermen en bloemrijk gras; ● Slepen, bemesten, beluchten en rollen van gazons; ● Verlagen van bermen (afroven); ● Dunnen paden en randen in natuurlijk bos.
5.3
Kosten
Paragraaf 5.2 maakt inzichtelijk welke maatregelen voor het klein- en groot onderhoud nodig zijn om onze groenvoorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau te blijven onderhouden. Op basis van deze maatregelen is inzichtelijk gemaakt welk middelen nodig zijn het voor klein- en groot onderhoud. Deze paragraaf geeft een toelichting op de benodigde exploitatiekosten. Deze vergelijken we vervolgens met de beschikbare middelen zoals opgenomen in de begroting van 2022. De vervangingsopgave maakt hier geen onderdeel van uit. De benodigde investering(en) voor de vervangingsopgave zijn in hoofdstuk 6 nader toegelicht. 5.3.1 Uitgangspunten De doorrekening van de exploitatiekosten maakt per kapitaalgoed het theoretisch benodigd budget (integrale levenscycluskosten) inzichtelijk. Dit zijn de kosten die jaarlijks gemiddeld nodig zijn voor het klein- en groot onderhoud over de gehele levensduur van de objecten. Bij de berekening van de kosten is rekening gehouden met omstandigheden die specifiek zijn voor de gemeente Wijdemeren, zoals grondsoort, vervuilingssnelheid en stedelijkheidsklasse.
De belangrijkste uitgangspunten bij de berekening van de kosten voor het klein- en groot onderhoud zijn: ● De meest actuele areaalgegevens (voorjaar 2023); ● Het toepassen van landelijke kostenkengetallen (IMAG-normen en GWW-normen), prijspeil 2023; ● De uitgangspunten uit de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018 (KOR 2018); ● De ambitieniveaus volgens scenario 2 uit het IBOR-plan (zie tabel 5.1).
29
Groenbeheerplan 2024 -2027
5.3.2 Benodigde middelen Om de benodigde middelen voor het klein- en groot onderhoud inzichtelijk te maken zijn deze onderverdeeld naar de ‘uitvoeringskosten’ (inzet personeel, materieel en benodigde materialen) en alle ‘aanvullende kosten’ (bv. service en dienstverlening). Uitvoeringskosten De ‘uitvoeringskosten’ zijn op basis van de uitgangspunten in paragraaf 5.3.1 berekend. In dit budget zijn de kosten die direct aan de uitvoeringsmaatregelen voor het klein- en groot onderhoud zijn gekoppeld meegenomen. Dit betreft de kosten voor de productieve arbeidsuren (ook van derden), inzet tractie (maaimachines, tractors, vervoer e.d.), benodigde materialen en stort- en verwerkingskosten. KOSTENCALCULATIE 2023
Eenheid
Areaal
Exploitatiekosten Klein onderhoud
Groot onderhoud
UITVOERINGSKOSTEN
Sierplantsoen
are
754
€
203.411
€
46.885
Sierplantsoen (stuks)
stuk
42
€
7.946
€
-
Bosplantsoen
are
753
€
27.662
€
12.106
Grasvelden
are
2.521
€
129.836
€
5.468
Ruw gras
are
2.578
€
26.797
€
12.062
Bloemrijk grasland
are
58
€
3.246
€
16
Landschappelijke beplanting
are
113
€
132
€
111
€
399.031
€
Totaal uitvoeringskosten, excl. VAT-kosten
€
76.648 475.679
Tabel 5.3: overzicht ‘uitvoeringskosten’ per beheergroep, prijspeil 2023 (bron: ‘Memo doorrekening beheerkosten Wijdemeren’, 19 april 2023)
Het resultaat van de berekening van de ‘uitvoeringskosten’ staat weergegeven in tabel 5.3. De jaarlijkse uitvoeringskosten voor klein- en groot onderhoud bedragen € 475.679, excl. BTW. Aanvullende kosten Naast de uitvoeringskosten bestaat onze dienstverlening uit kosten die niet direct zijn te koppelen aan de uitvoeringskosten. Denk bijvoorbeeld aan de service- en dienstverlening (bv. het afhandelen van meldingen) en de bijdrage aan maatschappelijke initiatieven, zoals ‘Mijn Baas Ruimt Op’. De aanvullende kosten zijn op basis van de begroting 2022 inzichtelijk gemaakt, waarbij ten behoeven van de kostencalculatie de kosten één-op-één zijn overgenomen in het Groenbeheerplan. De jaarlijkse aanvullende kosten op de exploitatie bedragen € 108.000, excl. BTW.
30
Groenbeheerplan 2024 -2027
KOSTENCALCULATIE 2023
Eenheid
Areaal
Exploitatiekosten
AANVULLENDE KOSTEN
Service en dienstverlening
n.v.t.
n.v.t.
€
53.000
Mijn baas ruimt op
n.v.t.
n.v.t.
€
10.000
Appelboom groen
n.v.t.
n.v.t.
€
30.000
Herstel verzakte graven
n.v.t.
n.v.t.
€
15.000
€
108.000
Totaal aanvullende kosten Tabel 5.4: overzicht ‘aanvullende kosten’, begroting 2022 (bron: ‘Memo doorrekening beheerkosten Wijdemeren’, 19 april 2023)
Totaaloverzicht De kosten voor het klein- en groot onderhoud aan onze groenvoorzieningen (excl. bomen) zijn onderverdeeld naar de uitvoeringskosten (o.a. inzet personeel en materieel) en aanvullende kosten. De benodigde middelen voor de exploitatie bedragen vanaf 2024 jaarlijks € 583.679, excl. BTW en indexatie vanaf 2023. 2024
Exploitatie
2025
2026
2027
BENODIGDE MIDDELEN
Uitvoeringskosten
€
475.679
€
475.679
€
475.679
€
475.679
Aanvullende kosten
€
108.000
€
108.000
€
108.000
€
108.000
€
583.679 €
583.679 €
583.679
583.679 €
Tabel 5.5: overzicht benodigde middelen t.b.v. de exploitatie (klein- en groot onderhoud) (bron: ‘Memo doorrekening beheerkosten Wijdemeren’, 19 april 2023)
De benodigde middelen uit tabel 5.5 zijn noodzakelijk om onze groenvoorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau te blijven onderhouden. 5.3.3 Beschikbare middelen De benodigde middelen voor de exploitatie zijn vergeleken met de middelen die op basis van de begroting 2022 beschikbaar zijn. Met de kostencalculatie zijn de ‘uitvoeringskosten’ op basis van actuele areaalgegevens, kostenkengetallen en de ambitieniveaus opnieuw berekend. Alle ‘aanvullende kosten’ zijn bij het berekenen van de benodigde middelen één-op-één overgenomen vanuit de begroting, zie tabel 5.4. Voor de salariskosten geldt dat bij het berekenen van de exploitatiekosten is bepaald welke werkzaamheden binnen de scope van het Groenbeheerplan vallen. Vervolgens zijn de salariskosten van deze werkzaamheden meegenomen in de uitvoeringskosten (budgetnaam: onderhoud).
31
Groenbeheerplan 2024 -2027
BEGROTING 2022
CALCULATIE 2023
Nr. Beheerdomein
FCL
Taak
Budgetnaam
1.
Openbaar Groen
6570500
200057
Onderhoud
€
Budget 379.000
€
475.679
1.
Openbaar Groen
6570500
200057
Onderhoud: service en dienstverlening
€
53.000
€
53.000
1.
Openbaar Groen
6570500
200552
Mijn baas ruimt op
€
10.000
€
10.000
1.
Openbaar Groen
6570500
200543
Appelboom groen
€
30.000
€
30.000
1.
Openbaar Groen
6750500
200117
Herstel verzakte graven
€
15.000
€
15.000
1.
Openbaar Groen
n.v.t.
n.v.t.
Salariskosten openbaar groen
€
298.327
€
-
1.
Openbaar Groen
n.v.t.
n.v.t.
Salariskosten begraafplaatsen onderhoud
€
138.067
€
-
€
923.394
€
583.679
Middelen exploitatie
Kosten
Tabel 5.6: overzicht begroting (beschikbaar budget) en kostencalculatie 2023 (benodigd budget)
Uit tabel 5.6 valt op te maken dat de exploitatiekosten zijn afgenomen van € 923.394 in de begroting naar € 583.679 op basis van de kostencalculatie. Dit resulteert in een jaarlijkse afname van € 339.715 op de exploitatiekosten. 5.3.4 Financieel overzicht Tabel 5.7 geeft een financieel overzicht van de benodigde en beschikbare middelen voor het klein- en groot onderhoud (exploitatie). 2024
Exploitatie
2025
2026
2027
BENODIGDE MIDDELEN
Uitvoeringskosten
€
475.679
€
475.679
€
475.679
€
475.679
Aanvullende kosten
€
108.000
€
108.000
€
108.000
€
108.000
€
583.679 €
583.679 €
583.679 €
583.679
Uitvoeringskosten
€
379.000
€
379.000
€
379.000
€
379.000
Aanvullende kosten
€
544.394
€
544.394
€
544.394
€
544.394
€
923.394 €
923.394 €
923.394 €
923.394
€
339.715 €
339.715 €
339.715 €
339.715
BESCHIKBARE MIDDELEN
Verschil beschikbare en benodigde middelen
Tabel 5.7: benodigde en beschikbare middelen t.b.v. de exploitatie
32
Groenbeheerplan 2024 -2027
33
Groenbeheerplan 2024 -2027
6 Vervangingsinvestering(en) Vervangingsinvesteringen zijn nodig om versleten groenvoorzieningen tijdig te kunnen vernieuwen. Om inzicht te krijgen in welke groenvoorzieningen toe zijn aan vervanging, is er een technische inspectie Groen uitgevoerd. Het resultaat van de technische inspectie Groen dient als input voor het programmeren van de (achterstallige) vervangingsopgave. Hierbij is er een relatie gelegd tussen het gewenste kwaliteitsniveau (ambitie) en de resultaten uit de technische inspectie Groen. Dit resulteert in de maatregelen die nodig zijn om de groenvoorzieningen weer op het gewenste kwaliteitsniveau terug te brengen. Met de structurele vervangingsopgave dragen we er vervolgens zorg voor dat we onze groenvoorzieningen ook op het gewenste kwaliteitsniveau blijven onderhouden. Op die manier houden we ons areaal aan groenvoorzieningen op orde. 6.1
Technische inspectie groen
Groenvoorzieningen verouderen, raken versleten, voldoen niet meer aan het gewenste kwaliteitsbeeld en zijn daarom toe aan vervanging. Om in beeld te brengen welke groenvoorzieningen in aanmerking komen voor vervanging hebben we in het voorjaar van 2023 een technische inspectie Groen laten uitvoeren. Hierbij inspecteren we iedere groenvoorziening afzonderlijk op basis van een ‘gebrekenlijst’. De inspecteur beoordeelt de kwaliteit van de groenvoorzieningen op verschillende gebreken, zoals geslotenheid, conditie en woekeronkruiden. In dit hoofdstuk is het resultaat van de technische inspectie vertaald naar maatregelen en kosten. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met: •
Reeds geprogrammeerde vervangingsopgaven vanuit de asset Groen;
•
De integrale programmering waar de asset Groen mogelijk onderdeel van uitmaakt;
•
De vertaling van het resultaat van de technische inspectie Groen naar een pragmatische aanpak;
•
Het integreren van beleidsdoelstellingen (bv. de aanplant van een andere beplantingssoort die bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit).
Met de vertaling naar een pragmatische aanpak bedoelen we dat er nog niet is gekeken naar wat in de praktijk de beste aanpak van de vervangingsopgave zou zijn. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat we op basis van het resultaat van de technische inspectie Groen 8 van de 10 beplantingsvakken in één straat gaan vervangen, terwijl we in de praktijk ervoor zouden kiezen om in het kader van uniformiteit alle beplantingsvakken (10 van de 10) in de straat gelijktijdig te vervangen.
34
Groenbeheerplan 2024 -2027
Als laatste gaat de technische inspectie Groen en de vertaling naar maatregelen en kosten uit van de huidige opbouw aan groenvoorzieningen. Bij de maatregel ‘renoveren’ gaan we bijvoorbeeld uit van het vervangen van de huidige beplanting voor dezelfde soort aan beplanting. Hierbij is nog niet gekeken naar de belangrijkste beleidsdoelstellingen en het effect van deze beleidsdoelstellingen op bijvoorbeeld de beplantingskeuze en de kosten. 6.1.1 Maatregelen Het resultaat van de technische inspectie Groen geeft inzicht in de aanwezige gebreken en de omvang van het gebrek. De volgende factoren bepalen of er maatregelen nodig zijn om de groenvoorziening weer op het gewenste niveau te brengen en welke maatregel dit zou moeten zijn: ● Huidig kwaliteitsniveau; ● Type gebrek (bv. geslotenheid en conditie); ● Omvang van het gebrek; ● Oorzaak (beheer, inrichting of gebruik). Op basis van bovengenoemde factoren is het resultaat van de technische inspectie Groen vertaald naar de volgende maatregelen: Herinrichten:
Het gehele vak vervangen met een ander soort en/of een aanvullende inrichtingsmaatregelen treffen.
Inboeten:
Een deel van het beplantingsvak vernieuwen met de bestaande soort.
Plaatselijk herstellen:
Een kale plek in het groenvak (gras- en kruidachtigen) opnieuw inzaaien.
Renoveren:
Het gehele vak vernieuwen met de bestaande soort.
Het verschil tussen ‘renoveren’ en ‘inboeten’ is dat bij inboeten slechts een deel van het vak (bv. 5%) wordt vervangen door de bestaande soort, terwijl bij renoveren het gehele vak (100%) wordt vervangen door de bestaande soort. Het verschil tussen renoveren en herinrichten is dat bij renoveren het gehele vak wordt vervangen door dezelfde soort, terwijl bij herinrichten er een andere soort/beheergroep wordt aangeplant óf het vak anders moet worden ingericht (bv. deels bestraat of met verhoogde banden etc.). 6.1.2 Eenheidsprijzen Om de benodigde kosten te berekenen voor de vervangingsopgave hanteren we onderstaande eenheidsprijzen, zie tabel 6.1. De eenheidsprijzen zijn gebaseerd op landelijke normeringen en kostenkengetallen. Inboeten en/of plaatselijk herstellen
Beheergroep
Eenheid
Herinrichten
Renoveren
Beplanting
m2
€
23,53
€
26,90
€
35,00
Gras- en kruidachtigen
m2
€
23,69
€
3,48
€
3,61
Tabel 6.1: eenheidsprijzen vervangingsopgave
35
Groenbeheerplan 2024 -2027
Door het areaal van de benodigde maatregelen te vermenigvuldigen met de eenheidsprijzen uit tabel 6.1 maken we op basis van de technische inspectie Groen inzichtelijk welke middelen nodig zijn om de vervangingsopgave uit te voeren.
Kosten ‘uitgesteld onderhoud’ Het resultaat van de technische inspectie Groen maakt inzichtelijk welke groenvakken niet voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau. We spreken hier over ‘uitgesteld onderhoud’ door het niet tijdig uitvoeren van de benodigde onderhoudsmaatregelen (bv. groot onderhoud). In het Groenbeheerplan vragen we om een eenmalige investering om het uitgesteld onderhoud in een periode van 10 jaar (2024 t/m 2033) weg te werken.
6.2
Benodigde middelen
Bij het bepalen van de maatregelen en het berekenen van het uitgesteld onderhoud is er onderscheid gemaakt naar de categorieën ‘beplanting’ en ‘gras- en kruidachtigen’. Belangrijkste reden hiervoor is dat de maatregelen en eenheidsprijzen voor beide categorieën niet gelijk zijn aan elkaar. In paragraaf 6.2.1 en 6.2.2 staat het resultaat van de technische inspectie Groen per categorie nader toegelicht. 6.2.1 Beplanting Het resultaat van de technische inspectie Groen voor de categorie ‘beplanting’ staat weergegeven in tabel 6.2. De volgende maatregelen nodig zijn om het areaal aan beplanting weer op het gewenste kwaliteitsniveau terug te brengen: ● Herinrichten:
2.633 m2
● Inboeten:
1.962 m2
● Renoveren:
6.937 m2
Totaal
11.533 m2
Dit betekent dat 8,9% van het areaal aan beplanting niet meer voldoet aan het ambitieniveau en er maatregelen nodig zijn om deze weer op de gewenste kwaliteit terug te brengen. Beheergroep
Eenheid
Totaal areaal
Herinrichten
Inboeten
Renoveren
Geen maatregel
Beplanting Bodembedekkers
m2
11.736
37
268
1.572
9.859
Bosplantsoen
m2
54.604
2.596
647
1.695
54.585
Heesters
m2
39.863
0
730
3.212
35.921
Haag
m2
21.514
0
256
373
20.885
Rozen
m2
43
0
8
0
35
Vaste planten
m2
2.195
0
53
85
2.057
Wisselperken
m2
6
0
0
0
6
Totaal
m2
129.961
2.633
1.962
6.937
123.348
Tabel 6.2: areaal t.b.v. vervangingsachterstand ‘beplanting’
De benodigde middelen voor de vervangingsopgave betreft een eenmalige investering verdeeld over 10 jaar. Gebaseerd op het resultaat van de technische inspectie Groen en de eenheidsprijzen uit tabel 6.1.
36
Groenbeheerplan 2024 -2027
bedraagt de eenmalige investering € 365.712, exclusief BTW. De benodigde vervangingskosten voor de categorie beplanting verdelen we over 10 jaar (2024 t/m 2033). Dit betekent dat de jaarlijkse investering € 36.571 bedraagt. Alle genoemde bedragen zijn excl. BTW en indexatie vanaf 2023. De eenmalige investering is inclusief onvoorziene kosten en de kosten voor planvorming (bv. werkvoorbereiding, opdrachtformulering e.d.). De eenmalige en/of onvoorziene kosten zijn nodig voor onvoorziene situaties in het werk die leiden tot meerkosten (bv. vervuilde grond) en om invulling te geven aan een pragmatische aanpak en onze beleidsdoelstellingen, zie paragraaf 6.1. De kosten voor de maatregel ‘inboeten’ zijn meegenomen als groot onderhoud in het exploitatiebudget. Deze maatregel maakt dan ook geen onderdeel uit van het ‘uitgesteld onderhoud’. Beheergroep
Eenheid
Totaal areaal
Herinrichten
Renoveren
Totaal
Beplanting Bodembedekkers
m2
11.736 €
871
€
Bosplantsoen
m2
54.604 €
61.077
Heesters
m2
39.863
€
-
Haag
m2
21.514
€
Rozen
m2
43 €
Vaste planten
m2
Wisselperken
m2
6 €
Subtotaal
m2
129.961 €
2.195
€
55.020
€
55.891
€
59.342
€
120.419
€
112.420
€
112.420
-
€
13.055
€
13.055
-
€
-
€
-
-
€
2.975
€
2.975
-
€
-
€
61.948 €
-
242.812 €
304.760
Eenmalige/onvoorziene kosten (10%)
€
30.476
Kosten planvorming (10%)
€
30.476
Totaal
€
365.712
Tabel 6.3: kosten vervangingsopgave ‘beplanting’, excl. BTW en indexatie vanaf 2023
6.2.2 Gras- en kruidachtigen Het resultaat van de technische inspectie Groen voor de categorie ‘gras- en kruidachtigen’ staat weergegeven in tabel 6.4. Hieruit valt op te maken dat de volgende maatregelen nodig zijn om het areaal aan gras- en kruidachtigen weer op het gewenste kwaliteitsniveau terug te brengen: ● Herinrichten:
2.923 m2
● Plaatselijk herstellen:
6.526 m2
● Renoveren:
22.140 m2
Totaal
31.589 m2
37
Groenbeheerplan 2024 -2027
Dit betekent dat 6,1% van het areaal aan gras- en kruidachtigen niet meer voldoet aan het ambitieniveau en er maatregelen nodig zijn om deze weer op de gewenste kwaliteit terug te brengen. Beheergroep
Totaal areaal
Eenheid
Plaatselijk herstellen
Herinrichten
Renoveren
Geen maatregel
Gras- en kruidachtigen Bloemrijk gras
m2
5.776
0
Gazon met bollen Gazon
15
0
5.761
m2
5.074
m2
36.119
0
8
0
5.067
0
238
0
35.882
Grasveld
m2
Ruig gras
m2
210.873
2.502
3.376
15.983
189.012
253.495
421
2.890
6.157
244.027
Ruigte
m2
4.351
0
0
0
4.351
Totaal
m2
515.688
2.923
6.526
22.140
484.099
Tabel 6.4: areaal t.b.v. vervangingsopgave ‘gras- en kruidachtigen’
De benodigde middelen voor de vervangingsopgave betreft een eenmalige investering verdeeld over 10 jaar. Gebaseerd op het resultaat van de technische inspectie Groen en de eenheidsprijzen uit tabel 6.1 bedraagt de eenmalige investering € 179.006. Dit betreft de benodigde investering excl. BTW en indexatie vanaf 2023 en is inclusief eenmalige en/of onvoorziene kosten en de kosten voor planvorming (bv. werkvoorbereiding, opdrachtformulering e.d.). Beheergroep
Eenheid
Totaal areaal
Herinrichten
Renoveren
Totaal
Gras- en kruidachtigen Bloemrijk gras
m2
5.776
€
-
€
-
€
-
Gazon met bollen Gazon
m2
5.074
€
-
€
-
€
-
m2
36.119
€
-
€
-
€
-
Grasveld
m2
210.873 €
59.273
€
57.699
€
116.972
Ruig gras
m2
253.495 €
9.973
€
22.227
€
32.200
Ruigte
m2
4.351
-
€
-
€
-
Subtotaal
m2
515.688 €
€
79.925 €
149.171
Eenmalige/onvoorziene kosten (10%)
69.246 €
€
14.917
Kosten planvorming (10%)
€
14.917
Totaal
€
179.006
Tabel 6.5: kosten vervangingsopgave ‘gras- en kruidachtigen’, excl. BTW en indexatie vanaf 2023
De benodigde vervangingskosten voor de gras- en kruidachtigen verdelen we over 10 jaar (2024 t/m 2033). Dit betekent dat de jaarlijkse investering € 17.900 bedraagt. Dit is exclusief BTW en indexatie vanaf 2023.
38
Groenbeheerplan 2024 -2027
6.3
Structurele vervangingsopgave
Aan de hand van het resultaat van de technische inspectie Groen zijn de benodigde middelen voor het uitgesteld onderhoud in beeld gebracht. Het uitgesteld onderhoud werken we in een periode van 10 jaar weg. Om de benodigde middelen voor de structurele vervangingsopgave vanaf 2024 inzichtelijk te maken, is er op basis van afschrijvingstermijnen en eenheidsprijzen een berekening gemaakt van de vervangingsopgave vanaf 2024, zie tabel 6.6. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de ‘Beleidsparagraaf Groen’ van de gemeente Wijdemeren. De benodigde middelen vanaf 2024 bedragen voor de structurele vervangingsopgave € 131.449, excl. BTW. Beheergroep