Bijlage 4. RO LANDGOED Archeologisch bureau onderzoek binnengekomen 15 juli 2021.
Tekst van het document
Kasteel de Nederhorst te Nederhorst den Berg (gemeente Wijdemeren) een bureauonderzoek
I.S.J. Beckers
Colofon IVO·B Rapport 2101 Kasteel de Nederhorst te Nederhorst den Berg (gemeente Wijdemeren) een bureauonderzoek Auteur: I.S.J. Beckers Opdrachtgever: Stadsherstel Amsterdam NV Versie rapport: concept, 25 mei 2021 © IVO·B, Lopik Dit rapport is te gebruiken door de opdrachtgever en is te vermenigvuldigen door de opdrachtgever ten behoeve van eigen gebruik in de eigen organisatie. Door IVO·B verstrekte rapporten mogen niet door derden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van IVO·B openbaar worden gemaakt, verveelvuldigd worden dan wel geëxploiteerd worden of ter kennis van derden worden gebracht.
Autorisatie: I.S.J. Beckers ISSN-nummer 2451-9855 IVO·B, Allround Archeologie Juliana van Stolberglaan 36 3411 XD Lopik 06-83968168 email contact@ivob.nl website www.ivob.nl
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding................................................................................................... 7
2
Bureauonderzoek....................................................................................... 7
3
4
2.1
Beleid ................................................................................................. 7
2.2
Doelstelling en vraagstelling ................................................................... 8
2.3
Methodiek ........................................................................................... 8
Resultaten bureauonderzoek ....................................................................... 9 3.1
Huidige situatie .................................................................................... 9
3.2
Toekomstige situatie ........................................................................... 10
3.3
Landschappelijke situatie van het onderzoeksgebied ................................ 12
3.4
De bekende archeologische gegevens uit het onderzoeksgebied ................. 14
3.5
Historische situatie ............................................................................. 17
3.6
Gespecificeerde archeologische verwachting ........................................... 21
3.7
Effect van de voorgenomen ingreep op de verwachte waarden ................... 22
3.8
Conclusie .......................................................................................... 23
Advies ................................................................................................... 24
Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied. ..................................................................... 7 Afb. 2 Detailkaart van het plangebied. .............................................................. 10 Afb. 3 Definitief ontwerp van de brug in deellocatie 1. ......................................... 11 Afb. 4 Geplande sloopwerkzaamheden in deellocatie 2. ....................................... 11 Afb. 5 Geplande nieuwe situatie in deellocatie 2, boven de maximale variant en beneden de minimale variant. ......................................................................... 12 Afb. 6 Locatie van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). . 13 Afb. 7 Locatie van het plangebied op de archeologische beleidskaart van de gemeente Wijdemeren. ................................................................................................ 15 Afb. 8 Archis-meldingen in het onderzoeksgebied. .............................................. 16 Afb. 9 Tekening van het kasteel de Nederhorst en de boerderij op de locatie van het huidige koetshuiscomplex, door Roelant Roghman uit 1646. ................................. 17 Afb. 10 Kaart van het kasteelterrein van de Nederhorst uit 1700. De deellocaties zijn aangeduid met de rode cirkels en de kaart is westgericht. ................................... 18 Afb.
11 Kaart met de geplande inrichting van het kasteelterrein uit 1713. De deellocaties zijn aangeduid met de rode cirkels en de kaart is westgericht. ............. 19 Afb. 12 Uitsnede van het kadastrale minuutplan uit de periode tussen 1811 en 1832. De twee deellocaties zijn met de zwarte lijnen aangeduid. ................................... 20 Afb. 13 Kadastraal veldwerk uit 1910 met de beoogde situatie bij het koetshuiscomplex.......................................................................................... 21
3
Administratieve gegevens Provincie
Noord-Holland
Gemeente
Wijdemeren
Toponiem
Kasteel Nederhorst den Berg
Kadastrale gegevens
Kadastrale gemeente Nederhorst den Berg, sectie A, perceel 1715
Oppervlakte plangebied
Deellocatie 1: ca. 130 m2 Deellocatie 2: ca. 2.700 m2
Opdrachtgever
Stadsherstel Amsterdam NV
coördinaten
Deellocatie 1: 131.399-474.909 131.401-474.917 131.420-474.909 131.418-474.903 Deellocatie 2: 131.401-474.831 131.416-474.861 131.473-474.800 131.481-474.836
Bevoegde overheid
Gemeente Wijdemeren
Contactpersoon namens de gemeente Wijdemeren
Dhr. A. Debie
Deskundige namens de bevoegde overheid
NMF Erfgoedadvies
ARCHIS-zaakidentificatienummer
5072700100
Beheer en locatie documentatie
IVO·B, Lopik
4
Samenvatting In opdracht van Stadsherstel Amsterdam NV is door IVO·B, Allround Archeologie een bureauonderzoek uitgevoerd van de locatie Kasteel de Nederhorst te Nederhorst den Berg (gemeente Wijdemeren). Het kasteel en de bijgebouwen van het kasteel zullen opgedeeld worden in woningen. Hierbij is een brug aan de westzijde van het kasteel gepland (deellocatie 1) en zijn op de locatie van de bijgebouwen nieuwe woningen gepland (deellocatie 2). In het plangebied worden op basis van het bureauonderzoek de volgende archeologische waarden verwacht: In de ondergrond van het plangebied bevindt zich op ca. 3 m -mv een pakket dekzand. Het dekzandpakket kent veel lokale hoogteverschillen en daarom zijn bij het plangebied sprake kunnen zijn van een dekzandrug waarbij het dekzand veel ondieper voorkomt. In de top van het dekzandpakket kunnen archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum aanwezig zijn. Een eventuele archeologische vindplaats bestaat waarschijnlijk uit de resten van een jachtkamp en zal zich manifesteren als een vondststrooiing van vuursteenartefacten en houtskool in de podzolbodem in de top van het dekzandpakket. Na het Neolithicum maakte het plangebied deel uit van een veenmoeras (Neolithicum-Romeinse tijd) of een komgebied (Romeinse tijd-Vroege Middeleeuwen) en daarom worden uit deze periode geen archeologische waarden verwacht.
Het plangebied is waarschijnlijk in de 13e eeuw in gebruik genomen als kasteelterrein. De oudste kasteelfase bestond waarschijnlijk uit een compact zaaltorenkasteel en de kern van het kasteel was kleiner dan de huidige en bevond zich waarschijnlijk in het zuiden van het grondplan van het huidige kasteel. De slotgracht zal daarom ook meer naar het zuidoosten hebben gelegen; waarschijnlijk het oostelijke deel van deellocatie 1. Of het kasteel ook voorzien was van een voorhof is niet bekend. In de tweede fase, die in 1635 was afgerond, heeft het kasteel de huidige omvang gekregen. De slotgracht is in deze periode waarschijnlijk vergroot tot de huidige omvang. In de 17e eeuw was op de locatie van het koetshuiscomplex (deellocatie 2) nog een (uit de Middeleeuwen daterende?) boerderij aanwezig. Deze boerderij is in de 17e eeuw gesloopt ten faveure van het koetshuis en de nieuwe parkindeling. Het koetshuiscomplex is in de 19e eeuw uitgebreid met de monumentale schuur en enkele bijgebouwen. In de vroege 20e eeuw kwamen er meer bijgebouwen bij. In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw is het complex meer dan verdubbeld in grootte toen Toonder Studio’s zich in het pand vestigde. Hierbij is ook een voormalige sloot gedempt.
Het aanbrengen van grondverdringende heipalen in deellocatie 1 zal waarschijnlijk een gering effect hebben op de slotgrachtvulling omdat de bodem slechts plaatselijk verstoord zal worden. Het aanbrengen van een nieuw landhoofd op de westelijke oever zal de bovengrond op deze locatie enkele decimeters diep verstoren. De kans op het verstoren van archeologische waarden is klein, mede omdat deze oever pas in fase 2 is aangelegd en op de westelijke oever van de slotgracht geen structuren verwacht worden. De kans is ook groot dat door regulier onderhoud aan de oever de oever verstoord is geraakt. De sloop- en bouwactiviteiten in deellocatie 2 beslaan een grotere oppervlakte en diepte. De kans is aanwezig dat hierbij archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verstoord worden. De werkzaamheden kunnen ook een effect hebben op het potentiële archeologische niveau uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum in de ondergrond. Het niveau in de bovengrond is waarschijnlijk verstoord geraakt door recente bouwactiviteiten, maar het is (nog) niet bekend in hoeverre het niveau verstoord is geraakt en of er dan nog archeologische waarden
5
aanwezig kunnen zijn. IVO·B, Allround Archeologie, adviseert om in deellocatie 2 een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek uit te voeren, zodat de diepteligging van eventuele archeologische lagen en de aanwezigheid van mogelijke recente verstoringen onderzocht kan worden. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA). In de overige delen van het plangebied is de kans op verstoring van archeologische waarden gering. Er kunnen echter nog archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Als in het plangebied archeologische resten aangetroffen worden is het verplicht deze te melden bij de bevoegde overheid (de gemeente Wijdemeren), zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet.
6
1
Inleiding
In opdracht van Stadsherstel Amsterdam NV is door IVO·B, Allround Archeologie een bureauonderzoek uitgevoerd van de locatie Kasteel de Nederhorst te Nederhorst den Berg (gemeente Wijdemeren). Het kasteel en de bijgebouwen van het kasteel zullen opgedeeld worden in woningen. Hierbij is een brug aan de westzijde van het kasteel gepland (deellocatie 1) en zijn op de locatie van de bijgebouwen nieuwe woningen gepland (deellocatie 2). Het bureauonderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het bureauonderzoek is uitgevoerd in mei 2021 door I.S.J. Beckers (senior prospector).
Afb. 1 Locatie van het plangebied.
2
Bureauonderzoek
2.1 Beleid Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan Kern Nederhorst den Berg, dat op 27 oktober 2011 door de gemeente Wijdemeren is vastgesteld. In dit bestemmingsplan heeft deellocatie 1 de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie – 1’ gekregen. In deze zone geldt dat archeologisch onderzoek verplicht bij alle bodemingrepen. In de deellocatie 2 is sprake van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’. In de zone met deze dubbelbestemming is archeologische onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 35 cm -mv. Dit bureauonderzoek is gebaseerd op de uitvoeringskaders zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1).1 1
SIKB 2018
7
2.2 Doelstelling en vraagstelling Bureauonderzoek vormt de eerste fase van archeologisch onderzoek in een gebied. Tijdens een bureauonderzoek worden de huidige situatie, de toekomstige situatie, de landschappelijke situatie, de bekende archeologische gegevens uit de omgeving en de historische situatie van het plangebied onderzocht. Door middel van een synthese van de onderzochte gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Als er eenmaal een gespecificeerde verwachting is opgesteld wordt er onderzocht of de verwachte archeologische waarden door de voorgenomen ingreep bedreigd worden en zo ja, op welke wijze en of een verstoring van de potentiële archeologische waarden voorkomen kan worden. Als het niet mogelijk is om een verstoring van de verwachte archeologische waarden te voorkomen, wordt een advies opgesteld voor archeologisch vervolgonderzoek. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld; – Kunnen in de deellocaties archeologische waarden aanwezig zijn uit de periode voordat het gebied in gebruik werd genomen als kasteelterrein? Wat is de diepteligging, complextype van de verwachte archeologische waarden en wat zijn de prospectiekenmerken? -
Worden in de deellocaties resten van het Kasteel de Nederhorst verwacht, en zo ja; waar bestaan deze resten uit?
Als er mogelijke archeologische waarden aanwezig zijn; –
Worden de verwachte archeologische waarden bedreigd door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden?
–
Zijn de deellocaties voldoende onderzocht?
Als de mogelijke archeologische waarden bedreigd worden door de voorgenomen werkzaamheden en het plangebied nog niet voldoende is onderzocht; - Welke vorm van archeologisch onderzoek is de beste manier om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun ligging, aard en datering voldoende te kunnen bepalen om tot een selectiebesluit te komen?
2.3 Methodiek Het bureauonderzoek bestaat uit elf onderdelen; 1.
Aanmelden onderzoek bij Archis,
2.
vermelden (en toepassen) overheidsbeleid,
3. Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en beschrijving huidig gebruik van het plangebied, 4.
beschrijven van de toekomstige situatie,
5.
beschrijven van de landschappelijke situatie van het onderzoeksgebied,
6.
beschrijven van de bekende archeologische gegevens uit het onderzoeksgebied,
7. beschrijven historische situatie (en mogelijk aanwezige bouwhistorische waarden) in het plangebied,
8
8.
opstellen gespecificeerde archeologische verwachting,
9. onderzoeken van de consequenties van de voorgenomen ingreep op de gespecificeerde archeologische verwachting, 10.
afmelden onderzoek bij Archis,
11.
aanleveren digitale gegevens bij het e-depot.
Onderdeel 2 is vermeld in paragraaf 2.1, onderdelen 3 tot en met 9 zijn vermeld in paragrafen 3.1 tot en met 3.7. Op basis van onderdelen 3 tot en met 7 wordt een gespecificeerde verwachting opgesteld; onderdeel 8. Onderdeel 9 is gebaseerd op onderdelen 3 tot en met 8. De processtappen 1, 10 en 11 hebben betrekking op het voor derden openbaar maken van de resultaten van het bureauonderzoek bij onder meer Archis en het e-Depot. Om de landschappelijke en archeologische positie van het plangebied beter in kaart te brengen, worden ook gegevens uit de direct omgeving van het plangebied onderzocht. Hierbij wordt met name naar locaties met een gelijke landschappelijke ligging gekeken. Het onderzoeksgebied kan gedefinieerd worden als een cirkel met een straal van 500 m rondom het plangebied.
3
Resultaten bureauonderzoek
3.1 Huidige situatie Het plangebied ligt op het kasteelterrein van Kasteel de Nederhorst te Nederhorst den Berg, in de gemeente Wijdemeren. Het kasteel staat nu leeg maar zal in de toekomst in gebruik worden genomen als woonruimte en bedrijfsruimte. Het kasteel en de panden van het koetshuis en de monumentale schuur ten zuidoosten van het kasteel zullen behouden blijven; hier zijn alleen inpandige werkzaamheden voorzien. Op het terrein zijn twee bodemverstoringen gepland; het bouwen van een brug vanaf het bordes van het kasteel naar het park ten westen van het kasteel (deellocatie 1) en het slopen van bijgebouwen en bouwen van woningen ten zuiden van het koetshuis (deellocatie 2). Deellocatie 1 beslaat grotendeels de huidige slotgracht ten westen van het kasteel, maar ook een klein deel van de westelijke oever van de slotgracht. Deze deellocatie heeft een oppervlakte van ca. 130 m2. Deellocatie 2 bevindt zich ten zuiden van het voorplein van het kasteel. Het beslaat de locaties van het koetshuis en de monumentale schuur, de omringende bijgebouwen en de tussengelegen erven. Deze deellocatie heeft een oppervlakte van ca. 2.700 m2. De locatie van het plangebied is weergegeven in afbeeldingen 1 en 2.
9
Afb. 2 Detailkaart van het plangebied.
3.2 Toekomstige situatie In deellocatie 1 zal een brug aangelegd worden om het kasteel te verbinden met het westelijke kasteelpark. Ten behoeve van de brug zullen een aantal palen in de slotgracht geheid worden.2 Aan de westzijde zal een nieuw landhoofd gemetseld worden. De brug zal aan het oosteinde aansluiten op het reeds bestaande bordes. In deellocatie 2 zal in de eerste fase de monumentale schuur gerenoveerd worden zodat hier vier woningen gerealiseerd kunnen worden. In fase 2 zullen de bijgebouwen ten zuiden van het koetshuis en de schuur gesloopt worden. Ten zuiden van het koetshuis zal een plein aangelegd worden. Langs de zuidrand van dit plein zijn twee varianten voorzien; een minimale variant waarin alleen aanbouwen aan de westelijke en oostelijke vleugels langs het plein zullen plaatsvinden, en een maximale variant waarin ook enkele woningen ten zuiden van het koetshuis gebouwd zullen worden. Nieuwe bebouwing zal gefundeerd worden op funderingsbalken op heipalen. Ter plaatse van de nieuwe funderingsbalken zal tot ca. 80 cm -mv gegraven worden. Eventuele nieuwe kabels en leidingen zullen in de bestaande kabels- en leidingensleuven aangelegd worden.
2
Volgens het definitieve ontwerp drie paren = zes palen.
10
Afb. 3 Definitief ontwerp van de brug in deellocatie 1.
Afb. 4 Geplande sloopwerkzaamheden in deellocatie 2.
11
Afb. 5 Geplande nieuwe situatie in deellocatie 2, boven de maximale variant en beneden de minimale variant.
3.3 Landschappelijke situatie van het onderzoeksgebied Tijdens het onderzoek naar de landschappelijke ligging van het plangebied binnen het onderzoeksgebied zijn de volgende (hoofd)bronnen gebruikt: •
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)3
•
Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.0004
•
Dinoloket5
•
Geologische kaart van Nederland, schaal 1:50.0006
•
Geomorfologische kaart van Nederland7
•
Limeskaart8
•
Paleomeandergordelkaart9
3
http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ Stichting voor Bodemkartering 1970a 5 http://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen 6 Rijks Geologische Dienst 1988 7 Alterra 2009 8 van Dinther 2013 9 Cohen et al. 2012 4
12
In de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 114.000 tot 9.700 v. Chr.) maakte de omgeving van Nederhorst den Berg net zoals heel Nederland deel uit van een poolwoestijngebied. Door het koude en droge klimaat was er weinig vegetatie en konden grote hoeveelheden zand door de wind getransporteerd worden en afgezet worden. Dit door de wind aangevoerd zand wordt dekzand genoemd. Het dekzandlandschap is aan het einde van de laatste ijstijd vastgelegd. Het landschap kende veel lokale hoogteverschillen, en afwisselend kwamen dekzandruggen- kopjes, -welvingen en -vlaktes voor. Op basis van modellen van het Dinoloket is mogelijk sprake van een dekzandrug in het noorden van de dorpskern van Nederhorst den Berg. Volgens het model bevindt de top van het dekzand (geologisch gerekend tot de Formatie van Boxtel en het Laagpakket van Wierden) zich op ca. 3,6 m -NAP (ca. 3 tot 4 m -mv).10 In het Holoceen, de relatief warme periode waarin we nu nog leven, was sprake van een geleidelijk oplopend klimaat en een geleidelijk stijgende zeewaterspiegel. Het gebied van de Vechtstreek had een relatief hoge ligging en daarom vond hier geen zeesedimentatie plaats. Rond ca. 5.000 v. Chr. werd voor het eerst in het westen van Nederland een gesloten kustlijn gevormd en werd het achterland nog meer beschermd voor zee-inbraken.
In de Vechtstreek en het gebied van de Ronde Venen kon op grote schaal veenvorming plaatsvinden. Het veenpakket wordt tot het Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop gerekend.11
Afb. 6 Locatie van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Vanaf ca. 1.100/900 v. Chr. werd de Vecht in het gebied actief. De Vecht is ontstaan als stroomverlegging van de Oude Rijn en waterde in eerste instantie af in het Flevomeer. Door een stroomverlegging naar het Horstermeer, ten zuiden van 10 11
http://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen de Mulder et al. 2003
13
Nederhorst den Berg in ca. 300 v. Chr. kreeg de Vecht de huidige ligging.12 De stroomgordel van de Vecht bevindt zich op 450 m ten zuidwesten van het plangebied. De stroomgordel van de Vecht is bij Nederhorst den Berg relatief smal.13 In de Romeinse tijd heeft het plangebied waarschijnlijk deel uitgemaakt van een moerasbos ten noordoosten van de Vecht.14 Daarna is een laag klei in het plangebied afgezet, waarschijnlijk komklei. Het plangebied maakt op de Geomorfologische Kaart van Nederland deel uit van een rivierkomvlakte.15 Op de Geologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000, maakt het plangebied deel uit van een zone met kom(en mogelijk oever-)afzettingen op het Hollandveen.16 Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is duidelijk zichtbaar dat het kasteelterrein is opgehoogd ten opzichte van de omgeving van het plangebied (afb. 6). Het bordes en de oever van de westelijke slotgracht in deellocatie 1 bevinden zich op ca. 0,2 m onder het NAP. Het noorden van deellocatie 2 maakt deel uit van een verhoogd voorterrein dat langzaam oploopt naar de toegangsbrug tot het kasteel. Het noordelijke deel van deellocatie 2 heeft een maaiveldhoogte van ca. 0,4 m boven het NAP. Dit loopt geleidelijk naar het zuiden af naar 0,4 m onder het NAP.17 Op de Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, maakt het plangebied deel uit van een zone met kalkloze drechtvaaggronden.
Drechtvaaggronden zijn rivierkleigronden met een zwak humeuze bovengrond en met veen beginnend tussen 40 en 80 cm -mv. Ze liggen op de overgang van het rivierklei- naar het veengebied. Het kleidek bestaat uit zware (kom)klei. De humeuze bovengrond is 10 tot 15 cm dik.18
3.4 De bekende archeologische gegevens uit het onderzoeksgebied Tijdens het onderzoek naar de bekende archeologische gegevens binnen het onderzoeksgebied zijn de volgende (hoofd)bronnen gebruikt: •
Archeologische beleidskaart van de gemeente Wijdemeren19
•
Archeologisch InformatieSysteem (Archis 3.0)20
•
Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie provincie Noord-Holland21
Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Wijdemeren maakt de deellocatie 1 deel uit van een zone waarin bij alle bodemingrepen archeologisch onderzoek noodzakelijk is (afb. 7). De reden hiervoor is de ligging naast het kasteel Nederhorst. In deze zone worden veel archeologische waarden verwacht.22 Deellocatie 2 maakt op de beleidskaart van de gemeente Wijdemeren deel uit van een zone waarin archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 35 cm -mv (afb. 7). de reden hiervoor is de ligging binnen het kasteelterrein van het kasteel Nederhorst. Op de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Nood-Holland is het kasteel de Nederhorst aangemerkt als rijksmonument.23 In feite betreft het hier een complex met 9 rijksmonumenten; nummer 520084 is het kasteelgebouw, Bos 2010 Cohen et al. 2012 14 van Dinther 2013 15 Alterra 2009 16 Rijks Geologische Dienst 1988 17 https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ 18 Stichting voor Bodemkartering 1970b 19 Husken 2010 20 http://archis.cultureelerfgoed.nl 21 https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=ILC 22 Husken 2010 23 https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=ILC 12 13
14
nummer 520085 de historische park- en tuinaanleg, nummer 520087 de toegangsbrug, nummer 520088 het koetshuis, nummer 520089 de schuur in het noordoosten van deellocatie 2, nummer 520090 een set tuinvazen, nummer 520091 het toegangshek, nummer 520092 een brug in het noorden van het kasteelterrein en nummer 520093 de aanlegsteiger aan de Reevaart. Zie het volgende hoofdstuk voor de beschrijving van de geschiedenis van het kasteel en het landgoed.24
Afb. 7 Locatie van het plangebied op de archeologische beleidskaart van de gemeente Wijdemeren. Deellocatie 1 ligt in het AMK-terrein 10882. Dit is een AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het betreft hier het kasteel de Nederhorst en aanverwante archeologische resten. Deellocatie 2 maakt deel uit van het AMK-terrein 13741, een AMK-terrein met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis van een historische kaart uit ca. 1870 is de dorpskern van Nederhorst den Berg aangewezen als AMK-terrein. Het kasteelterrein van kasteel de Nederhorst wordt in de AMK ook gezien als de historische dorpskern van Nederhorst den Berg. Op 140 m ten noorden van het plangebied is de locatie Juliana-Bernardplein onderzocht door middel van een gecombineerd bureau- en booronderzoek. Hieruit bleek dat het dekzand zich grotendeels op dieper dan 2 m -mv bevindt, behalve op één locatie, waar het dekzand op 1,7 m -mv is aangetroffen. Hier was ook een restant van een podzolbodem aanwezig. Deze locatie heeft dus een middelhoge archeologische verwachtingswaarde voor archeologische waarden uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum. Het gebied is daarna erg nat geweest (komklei op veen). Eventuele resten van historische bebouwing in het oosten van het gebied kunnen niet uitgesloten worden maar zijn waarschijnlijk verstoord door de bouw van de 20e eeuwse boerderij.
De locatie kan daarom vrijgegeven worden voor de 24
https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/520084
15
voorgenomen ontwikkeling.25 Op ca. 200 m ten noorden van het plangebied is het terrein van de St. Willibrordkerk aangewezen als AMK-terrein met een zeer hoge archeologische waarde. Op basis van historische bronnen zou de kerk al uit de 9e eeuw dateren. De locatie is nooit archeologisch onderzocht.26 Op ca. 290 m ten noorden van het plangebied is bij graafwerkzaamheden op het Kuijerspad 19 resten gevonden van een kelder, een gang en een put. Deze resten dateren uit de Nieuwe tijd.27
Afb. 8 Archis-meldingen in het onderzoeksgebied. Op 330 m ten westen van het plangebied is de locatie Eilandsestraat onderzocht door middel van een gecombineerd bureau- en booronderzoek. Vanuit het bureauonderzoek werd verwacht dat in de ondergrond van het gebied, in de top van het dekzand, een archeologisch niveau uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum aanwezig kon zijn. In het booronderzoek is binnen 2 m -mv geen dekzand aangetroffen. Eventuele diepere archeologische resten in de top van het dekzand kunnen niet uitgesloten worden. De bovengrond bestaat uit komklei op veen en heeft daarom een lage archeologische verwachtingswaarde. Geadviseerd is voor deze locatie om geen vervolgonderzoek uit te voeren als niet dieper gegraven gaat worden dan 2 m -mv.28 Op 460 m ten noordoosten van het plangebied is een gecombineerd bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor de locatie Vaartweg 20-21. Hier werd het dekzandniveau (met intacte podzolbodem) op ca. 2,6 m -mv aangetroffen. In de ondergrond kunnen daarom nog archeologische waarden uit de periode LaatPaleolithicum-Neolithicum aanwezig zijn. De bovengrond is recent verstoord geraakt Archis-zaakidentificatienummer 2480296100, vondstlocatie 1114018 AMK-terrein 10894 27 Vondstlocatie 1055374 28 Archis-zaakidentificatienummer 2480303100, vondstlocatie 1114020 25 26
16
tot in de top van het Hollandveen waardoor eventuele archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verdwenen zijn. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.29 Op ca. 460 m ten zuiden van het plangebied is de locatie Horn- en Kuijerpolder onderzocht door middel van een gecombineerd bureau- en booronderzoek. Het onderzoeksgebied strekte zich verder naar het noorden uit, langs de Vecht. Op ca. 600 m ten westen van het plangebied is bij dit onderzoek een noordoost-zuidwest liggende dekzandrug aangetroffen. Er zijn karterende boringen gezet in de top van deze dekzandrug en in de bovengrond (oeverafzettingen van de Vecht). Hierbij zijn geen archeologische indicatoren gevonden, dus in de onderzochte gebied worden geen archeologische waarden verwacht. Er werd daarom geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren.30
Afb. 9 Tekening van het kasteel de Nederhorst en de boerderij op de locatie van het huidige koetshuiscomplex, door Roelant Roghman uit 1646.
3.5 Historische situatie Tijdens het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het onderzoeksgebied zijn de volgende (hoofd)bronnen gebruikt: •
Bonnekaarten uit 1873 tot en met 192631
•
Bouwhistorisch onderzoek van het kasteel32 en het koetshuiscomplex33
• Kadastrale minuut en de Oorspronkelijke aanwijzende tafel (OAT) uit 1811183234
Archis-zaakidentificatienummer 4019782100, Warning 2016 Archis-zaakidentificatienummers 2163812100 en 2414434100, Coppens en Wink 2013 31 Bureau Militaire Verkenningen 1873-1926 32 Korenberg en Schaars 2019 33 Korenberg 2019 34 Kadaster 1811-1832 29 30
17
De plaatsnaam Nederhorst den Berg bestaat uit de onderdelen Nederhorst en den Berg. Het deel Den Berg is duidelijk ouder en slaat op het heuveltje waar de St. Willibrordkerk op staat. Deze kerk komt al voor uit bronnen uit de 9e eeuw.35 Het heuveltje is waarschijnlijk de top van een dekzandrug. In de 9e tot en met de 12e eeuw is waarschijnlijk een dorp rondom deze kerk ontstaan, de oudste kern van Nederhorst den Berg.36 Het deel Nederhorst slaat op het kasteel. In Utrecht lagen in de Late Middeleeuwen vier kastelen met de naam ‘de Horst’ en men heeft het kasteel later Nederhorst genoemd om het te onderscheiden.37
Afb. 10 Kaart van het kasteelterrein van de Nederhorst uit 1700. De deellocaties zijn aangeduid met de rode cirkels en de kaart is westgericht. Volgens het bouwhistorisch onderzoek naar het kasteel dateert de oudste kern waarschijnlijk op basis van het baksteenformaat uit de 13e eeuw. In de eerste fase is het kasteel een compact zaaltorenkasteel geweest. Op basis van de iets dikkere muren in het souterrain en enkele opmetingen uit de jaren ’60 van de 20e eeuw van het baksteenformaat vermoeden de onderzoekers dat de Middeleeuwse kern van het kasteel in het zuidwesten van het huidige grondplan van het kasteel heeft gelegen. Deze kern was 13 x15 m groot. Later in de Middeleeuwen zijn aan de noord- en oostzijde enkele aanbouwen gerealiseerd. De slotgracht zal in deze periode iets meer
AMK-terrein 10894. Warning 2016 37 Abrahamse 1993 35 36
18
naar het zuiden hebben gelegen.38 De oudste vermelding van het kasteel dateert uit 1301. In deze periode neemt Alfert van Wulven Guy van Henegouwen als landsheer aan en hij krijgt daarna het kasteel in leen. Later gaat de familie zich Van der Horst noemen, naar het kasteel. In 1560 vererft Gijsbert van der Horst het kasteel aan Dirk van Zuylen van der Haer. In 1579 komt het in handen van Govert van Reede en vervolgens via hem bij de familie Tuyll van Serooskerke. In de vroege 17e eeuw wordt het kasteel sterk vergroot en kreeg het het huidige grondplan. Deze fase werd in 1635 voltooid.39 De slotgracht zal in deze fase naar het noorden zijn verlegd. Op het kaartmateriaal vanaf 1700 (afb. 9, 10 en 11) heeft het kasteel haar huidige omvang. Op het voorblad van dit rapport is een tekening van Abraham de Haen uit 1731 afgebeeld. De achterzijde van het kasteel is op deze prent links. Op de prent is zichtbaar dat het bordes in de 18e eeuw nog niet aanwezig was, en dat op de westelijke oever van de slotgracht geen structuren (steigers ed) stonden.
Afb. 11 Kaart met de geplande inrichting van het kasteelterrein uit 1713. De deellocaties zijn aangeduid met de rode cirkels en de kaart is westgericht. Het kasteel kwam in de 18e eeuw achtereenvolgens in handen van Jan Arend de Vos van Steenwijk (1757) en de bankier John Hope (1774. In 1807 is het gekocht door Hans Hendrik van Haersma, in 1825 komt het in handen van zijn nicht Constantia 38 39
Korenberg en Schaars 2019 Korenberg en Schaars 2019
19
Jacoba Agnes Warin. Na haar overlijden in 1902 werd het geërfd door Godert Jacob Karel van Lynden. Het kasteel is in 1911 gemoderniseerd en onder andere van een stroomaansluiting voorzien. Het onderhoud van het kasteel blijkt erg duur te zijn en in de 20e eeuw wisselt het vaak van eigenaar tot het in 1960 gekocht wordt door Jan Lourens Jonker, die de Harmine-Wolters stichting opricht om het kasteel te restaureren en te onderhouden. In de periode tussen 1961 en 1970 werd het kasteel grondig gerestaureerd. In deze periode is het bordes in het oosten van deellocatie 1 gerealiseerd, deze diende mede als basis voor de steigers. Het kasteel brandde echter grotendeels uit in 1971. In 1973 is het kasteel weer gerestaureerd.40
Afb. 12 Uitsnede van het kadastrale minuutplan uit de periode tussen 1811 en 1832. De twee deellocaties zijn met de zwarte lijnen aangeduid. Op de locatie van het koetshuiscomplex heeft in de 17e eeuw een boerderij gestaan met enkele schuren en een hooiberg. Deze boerderij is op een prent uit 1646 van Roelant Roghman afgebeeld (afb. 9). Op een plattegrond uit 1700 is de boerderij niet meer aanwezig en deze zal dus al gesloopt zijn geweest (afb. 10). Op een kaart van 1713 werden de plannen voor de tuin en het voorplein van het kasteel afgebeeld (afb. 11). Het plan was om een groot voorplein te creëren met aan de noord- en zuidzijde bijgebouwen. Alleen het zuidelijke bijgebouw lijkt gerealiseerd te zijn geweest; het koetshuis. Op de kadastrale minuutkaart uit de periode tussen 1811 en 1832 is het koetshuis en een schuurtje ten oosten daarvan afgebeeld (afb. 12). Het perceel ten zuidwesten van het koetshuis was in gebruik als moestuin. In 1879 zijn twee kleine schuren ten oosten van het koetshuis gebouwd. In 1891 werd op deze locatie de monumentale schuur gerealiseerd. In 1910 werden enkele bijgebouwen gerealiseerd; een aanbouw aan het oosten van het koetshuis, enkele schuren tussen het koetshuis en de monumentale schuur en drie broeibakken en een kleine gasfabriek ten westen van het koetshuis (afb. 13).
In 1912 werd het koetshuis opnieuw vergroot met een aanbouw in het westen (een stal) en werd een schuurtje ten zuidwesten van het koetshuis gebouwd. In 1936 werden de broeibakken verwijderd. In 1967 werd het koetshuis gekocht door Toonder Studio’s en werd een 40
Korenberg en Schaars 2019
20
grote studio ten zuiden van het koetshuis gebouwd. Hierbij werd de sloot ten zuiden van het koetshuis gedempt. Toonder Studio’s en Geesink filmproducties waren in de tweede helft van de 20e eeuw toonaangevende bedrijven in strips, animatie en beeldmateriaal. De studio groeide zo hard dat ten westen van het koetshuis een op de monumentale schuur gelijkend pand gebouwd werd. In de periode van 1971 tot en met 1973 werd dit pand en de monumentale schuur door Lvormige aanbouwen met de studio verbonden. De monumentale schuur is waarschijnlijk in 1967 grootschalig gerenoveerd. Na 1973 werden nog aanbouwen aan het oosten, westen en zuiden van het al grote complex geplaats. Het complex kreeg daarmee zijn huidige omvang.41
Afb. 13 Kadastraal veldwerk uit 1910 met de beoogde situatie bij het koetshuiscomplex.
3.6 Gespecificeerde archeologische verwachting In de deellocaties kunnen twee archeologische niveaus aanwezig zijn; In de ondergrond van het plangebied bevindt zich op ca. 3 m -mv een pakket dekzand. Het dekzandpakket kent veel lokale hoogteverschillen en daarom zijn bij het plangebied sprake kunnen zijn van een dekzandrug waarbij het dekzand veel ondieper voorkomt. In de top van het dekzandpakket kunnen archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum aanwezig zijn. Een eventuele archeologische vindplaats bestaat waarschijnlijk uit de resten van een jachtkamp en zal zich manifesteren als een vondststrooiing van vuursteenartefacten en houtskool in de podzolbodem in de top van het dekzandpakket. Na het Neolithicum maakte het plangebied deel uit van een veenmoeras (Neolithicum-Romeinse tijd) of een komgebied (Romeinse tijd-Vroege Middeleeuwen) en daarom worden uit deze periode geen archeologische waarden verwacht.
41
Korenberg 2019
21
Het plangebied is waarschijnlijk in de 13e eeuw in gebruik genomen als kasteelterrein. De oudste kasteelfase bestond waarschijnlijk uit een compact zaaltorenkasteel en de kern van het kasteel was kleiner dan de huidige en bevond zich waarschijnlijk in het zuiden van het grondplan van het huidige kasteel. De slotgracht zal daarom ook meer naar het zuidoosten hebben gelegen; waarschijnlijk het oostelijke deel van deellocatie 1. Of het kasteel ook voorzien was van een voorhof is niet bekend. In de tweede fase, die in 1635 was afgerond, heeft het kasteel de huidige omvang gekregen. De slotgracht is in deze periode waarschijnlijk vergroot tot de huidige omvang. In de 17e eeuw was op de locatie van het koetshuiscomplex (deellocatie 2) nog een (uit de Middeleeuwen daterende?) boerderij aanwezig. Deze boerderij is in de 17e eeuw gesloopt ten faveure van het koetshuis en de nieuwe parkindeling. Het koetshuiscomplex is in de 19e eeuw uitgebreid met de monumentale schuur en enkele bijgebouwen. In de vroege 20e eeuw kwamen er meer bijgebouwen bij. In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw is het complex meer dan verdubbeld in grootte toen Toonder Studio’s zich in het pand vestigde. Hierbij is ook een voormalige sloot gedempt. In het oosten van deellocatie 1 kan nog een slotgrachtvulling uit de Middeleeuwen aanwezig zijn.
Het westelijke deel van de slotgracht en de westelijke oever zijn aangelegd in de 17e eeuw. In de slotgrachtvullingen kunnen archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. Het is niet bekend in hoeverre de bodem van de slotgracht verstoord is geraakt door baggerwerkzaamheden. Voor zover bekend hebben op de westelijke oever geen structuren (steigers ed) gestaan. In deellocatie 2 kunnen nog resten aanwezig zijn van een mogelijk Middeleeuwse boerderij. Deze resten zullen bestaan uit funderingsresten, resten van beer- en waterputten. In deze deellocatie kunnen nog resten van de vroegere parkindeling aanwezig zijn, in het bijzonder de in de jaren ’60 van de vorige eeuw gedempte sloot. Op deze locatie kunnen nog resten aanwezig zijn van bijgebouwen uit de 19e en vroege 20e eeuw.
3.7 Effect van de voorgenomen ingreep op de verwachte waarden Het aanbrengen van grondverdringende heipalen in deellocatie 1 zal waarschijnlijk een gering effect hebben op de slotgrachtvulling omdat de bodem slechts plaatselijk verstoord zal worden. Het aanbrengen van een nieuw landhoofd op de westelijke oever zal de bovengrond op deze locatie enkele decimeters diep verstoren. De kans op het verstoren van archeologische waarden is klein, mede omdat deze oever pas in fase 2 is aangelegd en op de westelijke oever van de slotgracht geen structuren verwacht worden. De kans is ook groot dat door regulier onderhoud aan de oever de oever verstoord is geraakt. De sloop- en bouwactiviteiten in deellocatie 2 beslaan een grotere oppervlakte en diepte. De kans is aanwezig dat hierbij archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verstoord worden. De werkzaamheden kunnen ook een effect hebben op het potentiële archeologische niveau uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum in de ondergrond. Het niveau in de bovengrond is waarschijnlijk verstoord geraakt door recente bouwactiviteiten, maar het is (nog) niet bekend in hoeverre het niveau verstoord is geraakt en of er dan nog archeologische waarden aanwezig kunnen zijn.
22
3.8 Conclusie Kunnen in de deellocaties archeologische waarden aanwezig zijn uit de periode voordat het gebied in gebruik werd genomen als kasteelterrein? Wat is de diepteligging, complextype van de verwachte archeologische waarden en wat zijn de prospectiekenmerken? In de ondergrond van het plangebied bevindt zich op ca. 3 m -mv een pakket dekzand. Het dekzandpakket kent veel lokale hoogteverschillen en daarom zijn bij het plangebied sprake kunnen zijn van een dekzandrug waarbij het dekzand veel ondieper voorkomt. In de top van het dekzandpakket kunnen archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum aanwezig zijn. Een eventuele archeologische vindplaats bestaat waarschijnlijk uit de resten van een jachtkamp en zal zich manifesteren als een vondststrooiing van vuursteenartefacten en houtskool in de podzolbodem in de top van het dekzandpakket. Na het Neolithicum maakte het plangebied deel uit van een veenmoeras (Neolithicum-Romeinse tijd) of een komgebied (Romeinse tijd-Vroege Middeleeuwen) en daarom worden uit deze periode geen archeologische waarden verwacht. Worden in de deellocaties resten van het Kasteel de Nederhorst verwacht, en zo ja; waar bestaan deze resten uit? In het oosten van deellocatie 1 kan nog een slotgrachtvulling uit de Middeleeuwen aanwezig zijn.
Het westelijke deel van de slotgracht en de westelijke oever zijn aangelegd in de 17e eeuw. In de slotgrachtvullingen kunnen archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. Het is niet bekend in hoeverre de bodem van de slotgracht verstoord is geraakt door baggerwerkzaamheden. Voor zover bekend hebben op de westelijke oever geen structuren (steigers ed) gestaan. In deellocatie 2 kunnen nog resten aanwezig zijn van een mogelijk Middeleeuwse boerderij. Deze boerderij is gesloopt in de 17e eeuw. De resten van de boerderij zullen bestaan uit funderingsresten, resten van beer- en waterputten. In deze deellocatie kunnen nog resten van de vroegere parkindeling aanwezig zijn, in het bijzonder de in de jaren ’60 van de vorige eeuw gedempte sloot. Op deze locatie kunnen nog resten aanwezig zijn van bijgebouwen uit de 19e en vroege 20e eeuw. Als er mogelijke archeologische waarden aanwezig zijn; Worden de verwachte archeologische waarden bedreigd door het uitvoeren van de voorgenomen ingreep in het plangebied? Het aanbrengen van grondverdringende heipalen in deellocatie 1 zal waarschijnlijk een gering effect hebben op de slotgrachtvulling omdat de bodem slechts plaatselijk verstoord zal worden. Het aanbrengen van een nieuw landhoofd op de westelijke oever zal de bovengrond op deze locatie enkele decimeters diep verstoren.
De kans op het verstoren van archeologische waarden is klein, mede omdat deze oever pas in fase 2 is aangelegd en op de westelijke oever van de slotgracht geen structuren verwacht worden. De kans is ook groot dat door regulier onderhoud aan de oever de oever verstoord is geraakt. De sloop- en bouwactiviteiten in deellocatie 2 beslaan een grotere oppervlakte en diepte. De kans is aanwezig dat hierbij archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verstoord worden. De werkzaamheden kunnen ook een effect hebben op het potentiële archeologische niveau uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum in de ondergrond. Het niveau in de bovengrond is waarschijnlijk verstoord geraakt door recente bouwactiviteiten, maar het is (nog) niet bekend in
23
hoeverre het niveau verstoord is geraakt en of er dan nog archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. Is het plangebied voldoende onderzocht? In deellocatie 2 zullen grootschalige bouw- en sloopactiviteiten ontplooit worden. Deze deellocatie is nog niet voldoende onderzocht. De werkzaamheden in deellocatie 1 hebben waarschijnlijk een gering effect op de mogelijke archeologische waarden en daarom is ten behoeve van de bouw van de brug geen verder onderzoek noodzakelijk. Als de mogelijke archeologische waarden bedreigd worden en het plangebied nog niet voldoende is onderzocht; Welke vorm van archeologisch onderzoek is de beste manier om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun ligging, aard en datering voldoende te kunnen bepalen om tot een selectiebesluit te komen? Om eerst inzicht te krijgen in de diepteligging en mate van intactheid van het potentiële archeologische niveau uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum in de ondergrond en inzicht te krijgen in de aanwezigheid en mate van intactheid van het archeologische niveau uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd in de bovengrond is een verkennend archeologisch booronderzoek een geschikte onderzoeksmethode.
Bij dit onderzoek dient wel rekening gehouden te worden dat de archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zich manifesteren als een sporenniveau en dat daarom dit niveau in de boringen niet altijd even zichtbaar hoeft te zijn.
4
Advies
IVO·B, Allround Archeologie, adviseert om in deellocatie 2 een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek uit te voeren, zodat de diepteligging van eventuele archeologische lagen en de aanwezigheid van mogelijke recente verstoringen onderzocht kan worden. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA) of Programma van Eisen (PvE). In de overige delen van het plangebied is de kans op verstoring van archeologische waarden gering. Er kunnen echter nog archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Als in het plangebied archeologische resten aangetroffen worden is het verplicht deze te melden bij de bevoegde overheid (de gemeente Wijdemeren), zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Na het beoordelen van dit rapport zal de bevoegde overheid een selectiebesluit nemen. Het is mogelijk dat de bevoegde overheid hierin afwijkt van het in het bureauonderzoek gegeven advies.
24
Literatuur Abrahamse, C.M. 1993. “De geschiedenis van Nederhorst den Berg.” Tussen Vecht en Eem 11 2. Alterra. 2009. “Digitale Geomorfologische Kaart van Nederland.” . Bos, I.J. 2010. “Distal delta-plain succesions, Architecture en lithofacies of organics en lake fills in the Holocene Rhine-Meuse delta plain, the Netherlands.” . Utrecht: Universiteit Utrecht. Bureau Militaire Verkenningen. 1873. “Bonnekaart, 387, Ankeveen.” . Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A.H. Geurts. 2012. Rhine-Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution en Palaeogeography. Utrecht: Universiteit Utrecht. Coppens, C.F.H., en K. Wink. 2013. Plangebied dijkverbetering Horn en Kuijerpolder Gemeente Wijdemeren, Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). RAAP-rapport 2781. Weesp. van Dinther, M. 2013. The Roman Limes in the Netherlands: how a delta landscape determined the location of the military structures. Utrecht. Husken, S. 2010. Toelichting bij Beleidskaart Archeologie gemeente Wijdemeren. Haarlem. Kadaster. 1811. “Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel, Gemeente Nederhorst den Berg, Sectie A, Blad 02.” . Kars, H., en A. Smit. 2003. Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Geoarchaeological an Bioarchaeological Studies 1. Amsterdam. Korenberg, G. 2019.
Bouwhistorisch onderzoek & waardestelling Koetshuiscomplex Kasteel Nederhorst, Slotlaan 4 Nederhorst den Berg. Nijmegen. Korenberg, G., en D. Schaars. 2019. Bouwhistorisch onderzoek & Waardestelling Kasteel Nederhorst, Slotlaan 4, Nederhorst den Berg. Nijmegen. de Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhoff, en T.E. Wong. 2003. De Ondergrond van Nederland. Geologie van Nederland deel 7. Rijks Geologische Dienst. 1988. “Geologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, Blad 31 Oost Utrecht.” . Haarlem. SIKB. 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.1. Stichting voor Bodemkartering. 1970a. “Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50.000, Blad 31 Oost Utrecht.” . Wageningen: Stichting voor Bodemkartering. ———. 1970b. Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50.000, toelichting bij het kaartblad 31 Oost Utrecht. Wageningen. Warning, S. 2016. Plangebied Vaartweg 20-21 in Nederhorst den Berg Gemeente Wijdemeren, Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-notitie 5739. Weesp.
25
Overzicht van de archeologische perioden Periode Paleolithicum
Mesolithicum
Neolithicum
Bronstijd
IJzertijd
Romeinse tijd
Middeleeuwen
Vroeg
Eind 250.000 BP
Midden
250.000 BP
35.000 v. Chr.
Laat
35.000 v. Chr.
9.700 v. Chr.
Vroeg
9.700 v. Chr.
8.400 v. Chr
Midden
8.400 v. Chr
6.450 v. Chr
Laat
6.450 v. Chr
5.300/4.900 v. Chr.
Vroeg
5.300/4.900 v. Chr. 4.200 v. Chr.
Midden
4.200 v. Chr.
2.850 v. Chr.
Laat
2.850 v. Chr.
2.000 v. Chr.
Vroeg
2.000 v. Chr.
1.800 v. Chr
Midden
1.800 v. Chr
1.100 v. Chr
Laat
1.100 v. Chr
800 v. Chr.
Vroeg
800 v. Chr.
500 v. Chr.
Midden
500 v. Chr.
250 v. Chr.
Laat
250 v. Chr.
15 v. Chr.
Vroeg
15 v. Chr.
70 n. Chr.
Midden
70 n. Chr.
270 n. Chr.
Laat
270 n. Chr.
450 n. Chr.
Vroeg
A 450 n. Chr.
525 n. Chr.
B 525 n. Chr.
725 n. Chr.
C 725 n. Chr.
900 n. Chr.
D 900 n. Chr.
1050 n. Chr.
A 1050 n. Chr.
1250 n. Chr.
B 1250 n. Chr.
1500 n. Chr.
A
1500 n. Chr.
1650 n. Chr.
B
1650 n. Chr.
1850 n. Chr.
C
1850 n. Chr.
heden
Laat Nieuwe Tijd
Begin
26