CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Programmabegroting Regio GV 2027-2030

gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze Programmabegroting 2027 Regio Gooi & Vechtstreek36.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

7 alinea's met “vreemd”: 1554 1569 1586 1588 1707 1770 1778

-3.049 -19.891 0 -105 -23.045

321

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

321

0

0

0

0

0

0

Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

Toelichting De stijging van de lasten in 2027 komt hoofdzakelijk voort uit indexaties van lonen en prijzen, de actualisatie van de inwoneraantallen en aanpassingen als gevolg van de verhoging van de centrumgemeentemiddelen. De definitieve actualisatie vindt plaats in 2027 op basis van de meicirculaire 2027 en wordt verwerkt in de bestuursrapportage 2027. De centrumgemeentebijdragen integratie uitkering beschermd wonen, decentralisatie uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en actieplan dakloosheid zijn gebaseerd op de decembercirculaire 2025. Decembercirculaire 2025 Beschermd Wonen Maatschappelijke Opvang Vrouwenopvang Actieplan Dakloosheid Bescherming en Opvang

2027 14.446.902

2028 14.446.902

2029 14.446.902

2030 14.446.902

2.259.123 2.862.161 322.834 19.891.020

2.259.123 2.862.161 322.834 19.891.020

2.259.123 2.862.161 322.834 19.891.020

2.259.123 2.862.161 322.834 19.891.020

52

Paragrafen

53

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4 structurele exploitatieruimte; en 5 belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het weerstandsvermogen) tenminste 1,012 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend: • de algemene reserve; • de stille reserves; • het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte; • incidentele begrotingsruimte.

Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit13. Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de delen

12Spelregels

In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 13 Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale

toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.

54

al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld. Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in de bijlage Reserves en Voorzieningen. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting.

Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten. Voor 2027 zou dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 447.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Dit is ook opgenomen in de financiële verordening 2025 van de Regio. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit.

De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal

2027 1.159 5 1.164

2028 1.159 5 1.164

Bedragen x € 1.000 2029 2030 1.159 1.159 5 5 1.164 1.164

55

Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. De Regio wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten.

Het onderstaande overzicht toont de risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 970.000 Bedragen in € Nr. 01. ALG 02. ALG 03. GAD 04. GAD 05. GAD 06. GAD 07. GAD 08. GGD 09. GGD 10. RAV 11. RAV 12. RAV 13. VT 14. VT 15. VT 16. VT

Risico Schending van privacy en gegevensbescherming Uitval van ICT-voorzieningen door informatiebeveiligingsincidenten Uitval van systemen en verbindingen (met name AfvalRis) Lithiumbrand (in containers en bij KCA scheidingsstations) Arbeidsongevallen en gezondheidsschade (voertuigen en afval) Milieu-incidenten en verontreiniging van bodem, water en lucht (brand, lekkage gevaarlijk afval) Fysieke overbelasting van medewerkers Fysieke agressie tegen medewerkers Uitbraak van infectieziekten (zoals griep, mazelen of pandemieën) Discontinuïteit van de IT-omgeving (cyberaanval of uitval meldkamer) Extreme werkdruk bij flitsrampen of pandemieën Verhoogd ziekteverzuim met risico voor personeelsbezetting en paraatheid Verbale agressie tegen medewerkers Psychosociale belasting en werkstress tijdens werkzaamheden bij cliënten Personeelsuitval door ziekte of overbelasting Fysieke agressie tegen medewerkers

Geschat financieel risico 150.000 950.000

Kans op voordoen

Financieel effect

10% 40%

15.000 380.000

50.000 150.000

10% 10%

5.000 15.000

100.000

20%

20.000

150.000

20%

30.000

200.000 150.000 600.000

40% 30% 10%

80.000 45.000 60.000

400.000

10%

40.000

500.000 200.000

10% 40%

50.000 80.000

150.000 150.000

30% 30%

45.000 45.000

150.000 150.000

30% 10%

45.000 15.000 970.000

In deze programmabegroting is rekening gehouden met een loonindex van 5,7%. Hiermee is een belangrijk deel van de verwachte loonontwikkeling afgedekt. Het financiële risico zit echter in het feit dat de uitkomsten van nieuwe CAO-afspraken (huidige CAO loopt tot 31 maart 2027) mogelijk hoger 56

uitvallen dan deze gehanteerde index. Voor dit eventuele verschil is binnen de regiobegroting geen aanvullende voorziening opgenomen. Het is daarom van belang dat gemeenten dit restrisico opnemen in hun eigen risicoparagraaf, zodat zij voorbereid zijn op een mogelijke extra impact op de begroting. Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Risicoprofiel

Beschikbare weerstandscapacit eit

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000

Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)

2027 1.164 970 194 1,20

Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd. Ratio Weerstandsvermogen >2 1,4 < x < 2 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6

A B C D E F

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 1,20 wordt aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment voldoende te noemen. 57

Kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt, doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De berekening is als volgt: Trek de geldelijke bezittingen af van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Deel deze netto schuld door de inkomsten. De uitkomst daarvan (in- en exclusief doorgeleende gelden) wordt uitgedrukt in procenten.

De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is: Beginbalans Eindbalans 2026 2026 A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote D2) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H

Begroting 2027

begroting 2028

begroting 2029

begroting 2030

23.109 5.686 11.382 2.752 -

27.200 5.686 11.382 2.002 -

30.296 5.686 11.382 1.402 -

28.590 5.686 11.382 2 -

27.869 5.686 11.382 2 -

28.409 5.686 11.382 2 -

20.035

19.132

21.038

23.053

24.763

26.150

660 2.353 118.248 12,16% 14,49%

660 2.353 113.732 17,69% 19,45%

660 2.353 119.302 18,37% 19,54%

660 2.353 119.520 16,39% 16,39%

660 2.353 119.533 14,36% 14,36%

660 2.353 119.542 13,65% 13,65%

Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, dan bevindt men zich in de gevarenzone (rood). De netto schuldquote van de Regio is goed te noemen. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de Regio in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt, heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje.

58

De solvabiliteitsratio van de Regio komt uit op: Bedragen x € 1.000 Beginbalans 2026

Eindbalans 2026

Eindbalans 2027

Eindbalans 2028

Eindbalans 2029

Eindbalans 2030

A) Eigen Vermogen

14.131

11.265

10.990

10.909

10.828

10.827

B) Totaal van alle passiva

56.896

58.079

61.192

59.554

59.025

59.796

Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)

24,84%

19,40%

17,96%

18,32%

18,35%

18,11%

De geprognotiseerde solvabiliteitsratio van de Regio is met 17,96% voor 2027 matig te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbaar eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De vraag is in hoeverre de solvabiliteit voor de Regio van toepassing is, gezien het feit dat de Regio een gemeenschappelijke regeling betreft. Gemeenten geven er de voorkeur aan om het eigen vermogen van de Regio niet te groot te laten zijn; zij geven er de voorkeur aan deze middelen op de eigen balans te hebben staan. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal: Realisatie begroting 2025 2026 A) Structurele lasten B) Structurele baten C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D) Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E) Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(DC))/E

begroting 2027

bedragen x € 1.000 begroting begroting begroting 2028 2029 2030

114.063 115.172 118.248

112.178 112.178 113.732

119.027 119.027 119.302

119.439 119.439 119.520

119.452 119.452 119.533

119.541 119.541 119.542

0,94%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

De Regio is in staat haar structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten. Financiële positie De financiële positie van de Regio is voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 100%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig en vereist niet direct ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Het weerstandvermogen is op dit moment net voldoende te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de Regio in staat financiële gevolgen ervan op te vangen.

59

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Het kader voor de paragraaf Onderhoud van kapitaalgoederen wordt onder andere gevormd door artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten dat voorschrijft dat de paragraaf minimaal bevat het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting. Daarnaast schrijft de Financiële verordening 2025 in artikel 25 voor dat deze paragraaf de voortgang van het geplande onderhoud van werken en gebouwen vermeldt én dat het DB tenminste eens in de vier jaar het AB een onderhoudsplan voor kapitaalgoederen aanbiedt. In het plan is het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud opgenomen. In 2021 is het onderhoudsplan voor kapitaalgoederen opgesteld en ter instemming voorgelegd aan het AB. In 2025 zal er een geactualiseerd onderhoudsplan opgesteld en ter instemming voorgelegd worden aan het AB. Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven. Achterstanden in het onderhoud ervan kunnen leiden tot onveilige situaties en/of kapitaalvernietiging. Het is daarom belangrijk om het onderhoud van kapitaalgoederen goed op orde te hebben.

Kapitaalgoederen Regio De vaste activa van de Regio op basis van een inschatting in te delen in de volgende posten: Bedragen x € 1.000

a) gronden terreinen b) bedrijfsgebouwen c) grond—weg- en waterbouwkundige werken d) machines, apparaten en installaties e) vervoermiddelen f) overig Totaal

Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen 31-12-2026 1.234 0 0 10.472 0 -499 257 0 -62 1.369 95 -278 7.545 1.740 -1.739 13.085 5.361 -2.728 33.962 7.196 -5.306

Boekwaarde 31-12-2027 1.234 9.972 194 1.186 7.546 15.718 35.851

We verwijzen naar de bijlage investeringen voor een totaal overzicht van de investeringen voor de jaren 2027-2030. Locaties De Regio heeft een aantal locaties in eigendom. De aanschafwaarde van deze eigendommen is opgenomen onder gronden en terreinen (a), bedrijfsgebouwen (b), grond-, weg- en waterbouwkundige werken (c) en machines, apparaten en installaties (d). Het betreft de volgende locaties: ▪ Het Regiokantoor aan de Burgemeester de Bordesstraat in Bussum ▪ De locatie van de GAD aan de Hooftlaan in Bussum ▪ De twee scheidingsstations van de GAD in Bussum en Huizen Daarnaast heeft de Regio het hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum in eigendom, de grond ervan is in erfpacht. Van de GAD-locatie in Hilversum, waar het scheidingsstation en het overlaadstation zijn gehuisvest is de grond en het terrein niet in eigendom, ook daar ligt een erfpacht op. De inrichting, opstallen en installaties zijn wel eigendom van de Regio. Onderhoud op locaties In 2025 is het meerjarig onderhoudsplan voor het Regiokantoor en de ondergelegen parkeergarage geactualiseerd naar de afschrijvingsperiode (35 jaar). Ook wordt hierin aandacht besteed aan de

60

verdere verduurzaming. De dotatie aan de voorziening is € 305.000. Voor 2027 staat onderhoud gepland voor een bedrag van € 73.532. Voor het onderhoud van het vastgoed op de GAD-locatie Hooftlaan wordt ook gewerkt met een onderhoudsplan. Dit plan heeft een planningshorizon van 7 jaar. Voor 2027 staat geen onderhoud gepland, tenzij onderhoud noodzakelijk en onvermijdelijk is. De kapitaalgoederen bij het overlaadstation en bij de scheidingsstations zijn opgenomen in schema’s; naar bevind van zaken worden deze onderhouden of vervangen. Eind 2022 is gestart met een onderzoek naar de huisvesting van de GAD. De accommodaties van de GAD zijn sterk verouderd en liggen geografisch niet op de meest gunstige plekken binnen de Regio. De huidige locaties zijn namelijk binnenstedelijke locaties en liggen niet dichtbij snelwegen voor een goede logistieke ontsluiting. Dit brengt veel binnenstedelijk vrachtverkeer met zich mee binnen de Regio. Momenteel wordt er gewerkt aan een overzicht met betrekking tot de financiële en operationele impact van het langer in stand houden van de huidige locaties van de GAD. De uit dit onderzoek voortvloeiende onderhoudslasten voor de huidige locaties van de GAD zijn niet in deze programmabegroting opgenomen. Het onderhoudsplan voor hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum is in 2018 opgesteld voor een periode van 20 jaar.

De jaarlijkse dotatie ligt op € 32.775 en wordt bekostigd vanuit de bijdragen van de zorgverzekeraar. Voor 2027 staat er onderhoud gepland voor een bedrag van € 10.935. Onderhoud vervoermiddelen Begin 2026 heeft de Regio de volgende voertuigen: Veilig Thuis GGD RAV GAD Algemeen

2 voertuigen 1 voertuig 11 ambulances, 2 Medium Care ambulances, 1 Rapid Responder Ambulance en 1 piketvoertuig, 2 les voertuigen, 1 voertuig t.b.v. roosterbureau, 1 voertuig t.b.v. facilitair en 1 voertuig t.b.v. ICT 60 voertuigen (waarvan 48 voertuigen die vallen in de categorie ‘zwaar’ >3,5 ton) en 2 aanhangwagens groot vervoer 5 voertuigen

Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen en ambulances is uitbesteed. Voor het jaarlijks onderhoud en voor het incidenteel onderhoud en schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances, deze worden na afschrijving vernieuwd. Uitbreiding en/of vervanging van de bedrijfsvoertuigen wordt opgenomen in het investeringsplan in de begroting. We verwijzen naar de bijlage voor het geactualiseerde investeringsoverzicht voor de jaren 2026-2030. Vanaf 2016 wordt er voor nieuwe ambulances geen onderhoudscontract meer afgesloten. Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de voorziening onderhoud ambulances. De ambulances hebben een levensduur van zes jaar. De onderhoudskosten van nieuwe ambulances zijn in de eerste drie jaren lager dan in de laatste drie jaren. Overige vaste activa Ten behoeve van de inzameling van de grondstoffen en afvalstoffen heeft de GAD veel containers in eigendom, bijvoorbeeld de vele boven- en ondergrondse verzamelcontainers in de wijken en de 61

minicontainers bij de particuliere laagbouwwoningen. Ook in 2027 wordt verder invulling gegeven aan het investeringsprogramma ‘Optimaliseren Inzamelvoorzieningen’ in het kader van het vastgestelde GAD Uitvoeringsplan. De investeringen betreffen niet alleen de aanschaf van de containers, maar ook de plaatsingskosten van de ondergrondse containers. De aandacht verschuift in toenemende mate van realisatie naar onderhoud en beheer en vervanging van de inzamelvoorzieningen. Hiernaast zijn op de vier scheidingsstations en het overlaadstation grotere containers in gebruik. Voor het onderhoud van alle containers zijn budgetten in de begroting opgenomen. Net als bij alle andere kapitaalgoederen wordt steeds gekeken of onderhoud nog economisch verantwoord is of dat het wellicht voordeliger is tot vervanging over te gaan. Onder de overige vaste activa zijn ook ICTvoorzieningen opgenomen.

62

Financiering Inleiding In het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken tegen marktconforme condities om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden). Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s, te beperken.

Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken: ▪ worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; ▪ wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; ▪ worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.

De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta.

63

d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; ▪ Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; ▪ Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen; ▪ De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar.

▪ Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap; ▪ De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt. Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s; ▪ Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig. Leningverstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak.

Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden. Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap is vertegenwoordigd. Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij 64

gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen. Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen is gelijk aan 8,2% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Doelstelling is dat de gemiddelde netto kortlopende schuld van een openbaar lichaam de kasgeldlimiet niet overschrijdt. In de volgende tabel is een vergelijking opgenomen tussen de kasgeldlimiet en de netto kortlopende schuld. Nr.

Omschrijving

2027

2028

2029

2030

119.302

119.520

119.533

119.542

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

9.783

9.801

9.802

9.802

16.531

16.531

16.531

16.531

22.918

24.934

26.643

28.01

-6.387

-8.403

-10.112

-11.500

9.783

9.801

9.802

9.802

-6.387

-8.403

-10.112

-11.500

16.170

18.204

19.914

21.303

BEREKENING KASGELDLIMIET 1 Begrotingstotaal aan lasten 2 Wettelijk percentage 3 Kasgeldlimiet (1 x 2)

BEREKENING NETTO KORTLOPENDE SCHULD 4 Kortlopende schuld 5 Kortlopende middelen 6 Netto kortlopende schuld (4 – 5)

TOETS AAN KASGELDLIMIET 3 Kasgeldlimiet (in bedrag) 6 Netto kortlopende schuld 7 Ruimte (+)/ overschrijding (-)

De kasgeldlimiet wordt bij de Regio niet overschreden. In percentage ten opzichte van de begroting heeft de Regio nog 13,55% ruimte binnen de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet Fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. In de volgende tabel is een en ander voor de jaren 2026 tot en met 2029 in kaart gebracht.

65

Bedragen x €1.000 Nr.

Omschrijving

2027

2028

2029

2030

1 Begrotingstotaal

119.302

119.520

119.533

119.542

2 Wettelijk percentage

20%

20%

20%

20%

3 Renterisiconorm (1 x 2)

23.860

23.904

23.907

23.908

0

0

0

0

4 Renteherzieningen 5 Nieuwe aangetrokken vaste schuld

7.196

3.514

3.601

5.186

6 Aflossingen nieuw aangetrokken schuld

0

1.464

1.816

2.176

7 Aflossingen op vaste opgenomen schuld

4.101

3.756

2.506

1.906

8 Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+6+7)

4.101

5.220

4.322

4.082

9 Ruimte onder renterisiconorm (3 - 8)

19.760

18.684

19.585

19.827

De bedragen aan langlopende leningen waar de Regio de komende jaren een renterisico over loopt, blijven ruimschoots binnen de wettelijke norm (wet Fido), zoals uit de tabel blijkt. Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden bij de schatkist. Gemeenschappelijke Regelingen zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen onder de Wet financiering decentrale overheden. Door de centrale overheid is er wel een drempel ingebouwd. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang. Voor de programmabegroting 2027-2030 kon, gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie een bedrag van ruim € 2.235.000 buiten de schatkist worden aangehouden. Renteontwikkelingen De renteontwikkelingen in de eurozone worden voornamelijk bepaald door het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en de ontwikkeling van inflatie en economische groei. Naar verwachting stabiliseert de inflatie rond de doelstelling van circa 2%. Hierdoor wordt verwacht dat de rente zich in de periode 2027-2030 op een gematigder en relatief stabiel niveau zal bewegen.

Onzekerheden in de economische ontwikkeling en geopolitieke factoren kunnen hierop echter van invloed blijven. Rekenrente Vanaf 2017 is de bepaling van de rekenrente gewijzigd op grond van de nieuwe BBV-regels. De rekenrente wordt bepaald aan de hand van het feitelijke rentepercentage van aangegane leningen. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage bedraagt 1,28% en is berekend door de werkelijke toe te rekenen rente (in Euro's) te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari 2027 (€ 34.557.540) die integraal zijn gefinancierd.

66

In de volgende tabel is uitgewerkt hoe de berekening van het renteresultaat tot stand is gekomen. Bedragen x €1 Renteschema a. b.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

443.003 -200.000 243.003

c1. c2.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

443.003

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

443.003

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-443.003

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

-200.000

c3.

d1. d2.

De verwachting is dat het omslagrentepercentage de komende jaren gaat stijgen. Dit wordt veroorzaakt doordat we rekening houden met het feit dat alle toekomstige investeringen integraal extern worden gefinancierd. Voor de externe financiering houden we rekening met een marktrente van 3,3%. De omslagrente stijgt van 1,28% in 2027 naar 2,31% in 2030. Prognose financieringsbehoefte Het uitgangspunt is dat financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk wordt beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren en het renterisico te beperken. De komende jaren verwachten wij een financieringsbehoefte die wordt veroorzaakt door de doorlopende investeringen, het meerjarig investeringsprogramma en het inzetten van reserves en voorzieningen. De aanname bij de prognose van deze financieringsbehoefte is dat investeringen worden gerealiseerd. Aangezien het eigen vermogen van de Regio beperkt is, moet rekening gehouden worden met het aantrekken van een lening. Het is van belang inzicht te hebben in de planning en de voortgang van de lopende en voorgenomen investeringen om te kunnen anticiperen op de financieringsbehoefte. Wij trachten voortdurend in de rentesfeer te optimaliseren. De huidige rente staat op 3,3%.

Hierdoor wordt het steeds belangrijker om afwijkingen in planning en uitvoering van de voorgenomen investeringen te voorkomen, omdat dit mogelijk een financieringsrisico met zich meebrengt. Voor 2027 verwachten we een nieuwe lening aan te gaan voor een bedrag van € 7.195.500 tegen 3,3% rente. Deze zal worden ingezet ten gunste van de geplande investeringen zoals opgenomen in de bijlage ‘Investeringen’.

67

Bedrijfsvoering Algemene ontwikkelingen Digitalisering en Informatievoorziening In 2027 komt er rust op de aanbestedingen-agenda voor digitale systemen. Medio 2026 wordt de basis gelegd van het werken onder regie met de ICT-dienstverlener van de Regio, wat zich zal manifesteren in 2027 e.v. Dit zal ook een boost geven aan contract- en leveranciersmanagement. De Regio ontwikkelt zich door in datagedreven werken door het verder uitbreiden van de functionaliteiten van de centrale data-omgeving, heeft een goed ontwikkelproces hiervoor ingericht en heeft centraal en decentraal voldoende data-functies beschreven en ingevuld. Voor wat betreft cybersecurity zal 2027 in het teken staan van het contracteren van een nieuwe netwerkleverancier, die we nadrukkelijk gaan bevragen 24x7 monitoring van ons netwerk in te richten. Het ingezette NEN7510-traject van de GGD vraagt (her-)certificering en uitbreiding met andere Regioorganisatieonderdelen in 2027. Ook is er in 2027 inzet een aandacht nodig zijn om de organisatie NIS2/Cbw gereed te krijgen. Financiën De doorontwikkeling van Team Financiën zet zich in 2027 voort. 2027 staat in het teken van de doorontwikkeling van onze financiële advisering en het optimaliseren van de P&C cyclus. Onder andere door het gebruik van vernieuwde dashboards en rapportages ontstaat continue inzicht waardoor beter en sneller gestuurd kan worden.

Met het door ontwikkelen van de P&C cyclus gaan we efficiënter werken en laten we nog beter zien wat wij voor inwoners en met gemeenten doen. Inkoop en aanbesteding In 2027 wordt de interne capaciteit op het gebied van inkoop en contractmanagement structureel versterkt. Deze versterking is noodzakelijk om de toegenomen taken effectief uit te voeren, waaronder het intensievere contractmanagement van de cruciale regionale contracten, en om de verdere professionalisering van de interne inkoop duurzaam te waarborgen. Met deze uitbreiding kan de organisatie beter inspelen op complexe aanbestedingen, kwaliteitsborging van leveranciersrelaties versterken en de interne processen verder optimaliseren, zodat de interne inkoop toekomstbestendig en efficiënt blijft. Dienstverlening en huisvesting In 2027 richt Team Facilitair zich op het toekomstbestendig maken van vastgoed, mobiliteit en facilitaire dienstverlening. Voor het onderhoud van de huidige locaties Crailoo en Hooftlaan hebben we ons de afgelopen jaren gericht op instandhouding, in afwachting van nieuwe locaties. Nu de huidige locaties naar verwachting langer in gebruik blijven moet meer geïnvesteerd worden, bijvoorbeeld in vernieuwing van de verouderde en energie-intensieve technische installatie van het GAD-pand aan de Hooftlaan.

Daarnaast wordt het dienstwagenpark van Team Facilitair vervangen, omdat de voertuigen het einde van hun levensduur hebben bereikt. De nieuwe samenstelling bestaat uit elektrische voertuigen voor regionale inzet en voertuigen met een conventionele aandrijving voor langere ritten. Verder is 2027 het eerste uitvoeringsjaar van de nieuwe regiobrede overeenkomst voor schoonmaak en glasbewassing, met in het eerste kwartaal aandacht voor een zorgvuldige inregeling. De verhuizing van het consultatiebureau in Hilversum van de Edisonstraat naar de Larenseweg is voorzien in 2028; 2027 staat in het teken van voorbereiding.

68

HR en organisatie-ontwikkelagenda Het Strategisch Personeelsbeleid loopt van 2024 – 2026 en wordt met een jaar verlengd. In 2027 zal de evaluatie van dit beleid plaatsvinden omdat de impact van het programma Samen Werken in 2026 dan kan worden betrokken. De ondernemingsraad wordt betrokken bij de evaluatie en de opvolging van het Strategisch Personeelsbeleid gegeven kan worden. Daarnaast loopt er bij HR een groot aantal projecten waarvoor in 2026 de basis is gelegd door middel van aanbestedingen. De uitvoering van deze projecten zal plaatsvinden in 2027 en verder. Denk hierbij aan de implementatie van een E-HRM-systeem, een Arbodienst en On- en offboarding. Uiteraard volgt HR ook de AI-ontwikkelingen op de voet die van invloed kunnen zijn op o.a. de (HR) werkzaamheden binnen de Regio. Juridische zaken Kwaliteit en Control en risicobeheersing Versterking van de interne risicobeheersing is noodzakelijk is om de organisatie duurzaam ‘in control’ te houden. De werklast en complexiteit nemen toe door hogere kwaliteitseisen vanuit het Rijk, onder andere op het gebied van privacy en rechtmatigheid. Met behulp van digitalisering en een goede governance versterken we de opvolging, registratie en borging van beheersmaatregelen. Dit is ook nodig om te voldoen aan de eisen van NEN7510.

We ontwikkelen het risicomanagement met de implementatie van een GRC-applicatie, die het vastleggen, volgen en rapporteren van risico’s en maatregelen ondersteunt en bijdraagt aan meer samenhang in sturing en verantwoording. De rol van kwaliteit, control en rechtmatigheid zal zich meer richten op toetsing en monitoring, terwijl controlewerkzaamheden en het beheer van maatregelen steeds nadrukkelijker onderdeel worden van de reguliere werkzaamheden binnen de organisatie. Bedrijfsvoering, Interne inkoop en Regio lasten Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2026 na wijziging

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

6.203 458 2.375 0 -7.697 305 1.643

6.422 526 1.714 0 -7.975 305 992

6.515 526 1.714 0 -8.065 305 995

7.695 558 2.044 0 -9.634 305 969

7.658 637 2.019 0 -9.700 305 919

7.658 698 2.013 0 -9.755 305 919

7.657 707 2.006 0 -9.756 305 919

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten

-70 0 0 -847 -917

-204 0 0 -738 -942

-207 0 0 -738 -945

-217 0 0 -703 -919

-217 0 0 -703 -919

-217 0 0 -703 -919

-217 0 0 -703 -919

Saldo

726

50

50

50

0

0

0

Reserves Dotaties Onttrekkingen

0 -638

0 -50

0 -50

0 -50

0 0

0 0

0 0

88

0

0

0

0

0

0

Saldo

69

Toelichting Ontwikkelingen in lasten en baten worden in belangrijke mate verklaard door loon- en prijsindexaties, de autonome groei van de organisatie en een aantal inhoudelijke keuzes die samenhangen met het versterken van de bedrijfsvoering en risicobeheersing. In 2025 en 2026 is via incidentele middelen gewerkt aan het opbouwen van een toekomstbestendige basis voor risicobeheersing. Om deze ontwikkeling duurzaam te borgen en de balans tussen opgaven en draagkracht van de organisatie te behouden, is vanaf 2027 structurele versterking opgenomen in de begroting. De personele lasten nemen toe ten opzichte van eerdere jaren. Deze stijging hangt deels samen met reguliere loon- en prijsontwikkelingen en deels met de groei van de organisatie, passend bij de toegenomen opgaven en werkzaamheden. Daarnaast is in de meerjarenraming rekening gehouden met structurele versterking van de organisatie op het gebied van risicobeheersing, bedrijfsvoering en uitbreiding van de interne inkoopfunctie met twee fte. Deze laatste uitbreiding draagt bij aan verdere professionalisering, rechtmatigheid en doelmatigheid van inkoopprocessen en zal zich op termijn naar verwachting ook terugverdienen in kwaliteit en kosten. Kapitaallasten ontwikkelen zich in lijn met eerdere investeringsbeslissingen.

De materiële lasten laten een stijging zien ten opzichte van 2026, onder andere als gevolg van prijsontwikkelingen en investeringen die nodig zijn om de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, zoals benoemd in de kaderbrief 2027. Zoals aangegeven in de kaderbrief 2027, zetten we met het programma Samen Werken in op de doorontwikkeling van onze organisatie: beter worden in wat we doen en hoe we dat doen, en de verbinding met opdrachtgevers en partners versterken. Voor 2026–2028 is incidentele financiering beschikbaar vanuit de reserve Organisatie in ontwikkeling. Voor onderdelen zoals strategisch personeelsbeleid en datasturing is vanaf 2028 structurele financiering nodig. Nog niet alles is nu volledig uitgewerkt of financieel vertaald, maar in 2026 en 2027 gaan we er actief mee aan de slag en worden gemeenten tussentijds geïnformeerd en op de hoogte gehouden.

70

Overhead Bij de Regio onderscheiden we een aantal soorten overhead. 1. Overhead primair proces: dit zijn de kosten van het management en de secretariaten voor het primaire proces. In overeenstemming met de nieuwe notitie Overhead BBV presenteren wij deze overhead onder de programma’s en bij de bijbehorende taakvelden onder de personele lasten. 2. Overhead Regio: dit zijn de algemene kosten van de Regio, de kosten van de staf, het facilitair bedrijf en de centrale inkoop voor de organisatie en worden toegerekend aan de programma’s op basis van aantallen fte’s per RVE. Voor 2027 komt het totaal aan overhead Regio op € 9.633.720. 3. De overhead binnen het programma Beleid en Bestuur worden conform het BBV toegerekend aan het taakveld overhead. Voor de Regio zijn dit echter primaire taken, welke niet worden niet toegerekend aan de overige programma’s.

71

Verbonden partijen Verbonden partijen zijn samenwerkingspartners van de Regio waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft en waarin zij daardoor medeverantwoordelijkheid draagt (‘medeeigenaarschap’). Van een financieel belang is sprake indien de Regio risico loopt met de aan deze partij beschikbaar gestelde middelen of als de Regio aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de Regio zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Conform het BBV is in de paragraaf de visie op verbonden partijen opgenomen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting, als ook het gerealiseerde beleid omtrent verbonden partijen. In deze paragraaf wordt per verbonden partij weergegeven welk bestuurlijk en financieel belang de Regio in een verbonden partij heeft, de "eigenaarsrol". Coöperatieve Vereniging ondersteuning Ambulancevervoer Gooi en Vechtstreek en Flevoland U.A. Algemene informatie

Vanaf 1 januari 2021 hebben de moederorganisaties Regio Gooi en Vechtstreek en de GGD Flevoland de samenwerking tussen hun RAV’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland geborgd door deze in een coöperatie onder te brengen. Middels de Coöperatieve Vereniging ondersteuning Ambulancevervoer Gooi en Vechtstreek en Flevoland U.A. delen zij één directeur en hebben zij één gezamenlijk stafbureau. Hiermee is ook de governance aangepast op de samenwerking. De RAV’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland leveren ambulancezorg volgens de hoogste professionele standaard. Ambulancezorg start bij de meldkamer, krijgt een vervolg wanneer het ambulanceteam zorg verleent en eindigt na de overdracht van de patiënt in het ziekenhuis of aan de huisarts. Voortdurend wordt gewerkt aan verbetering van onze zorg; steeds meer in samenwerking met huisartsen, ziekenhuizen, thuiszorg en organisaties voor geestelijke gezondheidszorg. De patiënt staat hierbij altijd centraal. Programma RAV Beleidsdoelen 1. Spreiding en beschikbaarheid van ambulancezorg 2.

Voldoen aan de landelijke kwaliteitseisen voor ambulancezorg Rechtsvorm Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Eigenaarsrol Gemeenschappelijke regeling GGD Flevoland Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek Opdrachtgeversrol Ledenraad Regio Gooi en Vechtstreek/GGD Flevoland Bestuurlijk belang Er is sprake is van een directeur bestuurder en er zijn per lid twee vertegenwoordigers vanuit het bestuur/de organisatie Aandelenbelang Geen Financieel belang Waarborgen van het salaris van de directeur bestuurder Financiële Beginbalans 01-01-2026 gegevens Eigen vermogen €0 Vreemd vermogen € 30.678 Solvabiliteit nvt Begroot resultaat 2027 €0 Eventuele risico’s De leden van de coöperatie staan garant voor het salaris van de directeur bestuurder met de verhouding 60% GGD Flevoland en 40% Regio Gooi en Vechtstreek.

72

Vervoer Gooi en Vechtstreek BV Algemene informatie

Programma Beleidsdoelen

Rechtsvorm Eigenaarsrol Opdrachtgeversrol Bestuurlijk belang Aandelenbelang Financieel belang

Financiële gegevens

Eventuele risico’s

Vervoer Gooi en Vechtstreek BV is een organisatie van ongeveer 200 mensen, waarbij iedereen (van chauffeurs tot en met de medewerkers van de klantenservice en de administratie) zich inzet om te zorgen voor persoonlijk en betrouwbaar Wmo vervoer, leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. De duurzaamheid staat hierbij hoog in het vaandel. Het wagenpark bestaat voor 80% uit elektrische auto’s. Vervoer Gooi en Vechtstreek 1. Het bieden van vervoersvoorzieningen, waaronder hoofdzakelijk: a. de uitvoering van het Wet maatschappelijke ondersteuning-vervoer als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. de uitvoering van het leerlingenvervoer als bedoeld in de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs; c. de uitvoering van het jeugdhulpvervoer als bedoeld in artikel 2.3 lid 2 van de Jeugdwet; d. de uitvoering van vervoer van en naar dagbesteding zoals bedoeld in artikel 2.1.2 lid 4 sub f van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; e. de uitvoering van soortgelijk doelgroepenvervoer op basis van een wettelijke regeling. Besloten Vennootschap Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek Regio Gooi en Vechtstreek Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek vormt het bestuur.

In de praktijk is het algemeen bestuur van de Regio ook het bestuur van de BV Vervoer Aandeelhouder gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek bezit 100 aandelen en is enig aandeelhouder Regio Gooi en Vechtstreek waarborgt de betaling alle geleverde vervoersvoorzieningen en is als enig aandeelhouder risicodrager van gerealiseerde verliezen en winsten van Vervoer Gooi en Vechtstreek BV Beginbalans 01-01-2026 Eigen vermogen € 321.665 Vreemd vermogen € 3.495.030 Solvabiliteit 8,43% Begroot resultaat 2027 €0 De risico’s liggen binnen de Vervoer GV in de schommelingen van het aantal gebruikers, de krapte op de arbeidsmarkt, schommelingen op de energiemarkt, en beleidsveranderingen door gemeenten en/of Rijk als het gaat om de Wmovoorziening of het aanbieden van leerlingenvervoer.

73

Openbaarheid De Wet open overheid (hierna: Woo) vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. De Woo is een belangrijke stap naar het transparanter maken van het handelen van de overheid. In de wet is als beginsel opgenomen dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie. Daarbij is het uitgangspunt dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij een uitzonderingsgrond aan openbaarmaking in de weg staat. Met een transparantere overheid wordt beoogd het functioneren van de democratie te verbeteren, zijn er meer mogelijkheden om het handelen van de overheid inzichtelijk te maken en te controleren, en wordt de verantwoordingsfunctie en het beter functioneren van de overheid bevorderd. In deze jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van de beleidsvoornemens inzake de wet open overheid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in initiatieven die worden genomen op het gebied van: • Passieve openbaarmaking • Actieve openbaarmaking • Verbetering van de informatiehuishouding Passieve openbaarmaking Ook onder de Woo kan eenieder, net zoals onder de Wob, een verzoek om informatie indienen bij de Regio. Een verzoek moet ook elektronisch kunnen worden ingediend. Deze informatieverzoeken waren al ingeregeld in het kader van de Wob.

Actieve openbaarmaking De Woo legt aan bestuursorganen de algemene inspanningsverplichting op om zoveel mogelijk informatie - voor zover dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is - actief voor iedereen openbaar te maken. In de wet wordt daarnaast een aantal informatiecategorieën gespecificeerd die in ieder geval actief openbaar gemaakt moeten worden. Diverse documenten die hieronder vallen worden nu ook al openbaar gemaakt, zoals bestuursstukken die openbaar zijn op de website. In de wet is voorzien dat de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën gefaseerd verplicht wordt gesteld. De precieze fasering van de verplichting is nog niet vastgesteld; deze zal plaatsvinden volgens een door het Rijk in samenspraak met de VNG vast te stellen meerjarenplan. Vanzelfsprekend worden de ontwikkelingen nauwgezet gevolgd.

74

Bijlagen Kerngegevens De gemeentelijke bijdrage 2027 is gebaseerd op de inwoner- en kindaantallen per 1-1-2025. Bron : demografische kerncijfers per gemeente CBS

Aantal inwoners Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

1-1-2022 12.359 9.450 58.846 91.733 40.938 11.528 24.494 249.348

1-1-2023 12.490 9.598 60.341 93.345 41.252 11.712 24.659 253.397

1-1-2024 12.724 9.755 60.370 94.435 41.193 11.439 24.605 254.521

1-1-2025 12.947 9.927 61.003 94.393 41.196 11.474 24.670 255.610

Aantal kind 0-18 jaar Blaricum Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

1-1-2022 3.029 14.178 19.784 8.100 2.363 4.926 52.380

1-1-2023 3.064 14.525 20.063 8.120 2.394 4.879 53.045

1-1-2024 3.150 14.457 20.082 8.067 2.280 4.825 52.861

1-1-2025 3.172 14.494 19.940 8.001 2.272 4.746 52.625

Aantal leerplichtigen Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

1-1-2022 1.915 1.430 10.157 13.781 5.895 1.712 3.503 38.393

1-1-2023 2.075 1.428 10.284 13.998 5.752 1.739 3.414 38.690

1-1-2024 2.213 1.465 10.335 14.395 5.736 1.722 3.440 39.306

1-1-2025 2.264 1.468 10.348 14.287 5.718 1.720 3.437 39.242

Begrote urgentieverklaringen Blaricum Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

1-1-2022 7 43 148 64 10 15 287

1-1-2023 11 52 190 46 2 18 319

1-1-2024 11 52 190 46 2 18 319

1-1-2025 11 52 190 46 2 18 319

75

Taakvelden

bedragen x € 1.000 Begroting 2027

RVE

Taakveld

GAD

7.3

Lasten Afval-GAD

Grondstoffen en Afvalstoffendienst

Baten

Saldo

2028

2029

2030

Saldo

Saldo

Saldo

38.106

-38.006

-100

0

0

0

38.106

-38.006

-100

0

0

0

GGD

1.1

Crisbeheersing en brandweer (GHOR)

885

-885

GGD

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie (TTK)

722

-722

GGD

6.22

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen jeugd (RET)

592

-592

GGD

7.1

Volksgezondheid (JG en CJG)

12.644

-12.644

GGD

7.1

Volksgezondheid (GGD)

2.840

-2.840

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

17.683

-17.683

0

0

0

0

RAV

16.266

-16.265

-1

-1

-1

-1

Regionale ambulancevoorziening

16.266

-16.265

-1

-1

-1

-1

RBL

2.981

-2.899

-82

-80

-80

-82

-80

-80

0

0

0

0

7.1

Volksgezondheid

4.3

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

WSP 6.5

Arbeidsparticipatie

127

-127

3.108

-3.026

387

-387

Regionaal urgentiebureau

387

-387

0

ZVH

690

-648

-42 -42

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Onderwijs en Werk RUB

8.3

Wonen en Bouwen

1.2

Openbare orde en veiligheid

Zorg en Veiligheidshuis

690

-648

VGV

4.3

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

4.376

-4.376

VGV

6.60

Hulpmiddelen en Diensten (WMO)

5.128

-5.128

9.504

-9.504

551

-551

Vervoer Gooi en Vechtstreek Visit

5.5

Cultureel erfgoed – Visit Gooi en Vecht

551

-551

B&B

0.8

Overige baten en lasten (Regionaal Leerhuis)

39

-39

B&B

3.1

Economische ontwikkeling

504

-504

B&B

5.5

Cultureel erfgoed (Regioconservator)

85

-85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16908661/1