Bijlage 4 Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
Realisatie 2023 100% 6,5 56% 43%
Kengetal 2024 100% 7,5 80% 60%
Kengetal 2025 100% 7,5 85% 65%
1.437 1.266 217 135 781 232 15 40 11
1.600 1.400 250 135 880 300 18 39 25
1.600 1.400 250 135 880 300 18 45 20
51
Activiteiten Bescherming en Opvang Het beleidsplan bescherming en Opvang bestaat uit 3 inhoudelijke programmalijnen en in totaal 31 maatregelen: 1. Preventie en perspectief: maatregelen 1 t/m 8 uitvoeren (zoals het herstelnetwerk, de respijtvoorziening en crisiskaart) en daarbij de verbinding tussen gemeenten onderling versterken 2. Beschermd en veilig thuis wonen: maatregelen 9 t/m 22 uitvoeren en daarbij de verbinding tussen zorg en wonen voortzetten en versterken, beweging beschermd wonen naar beschermd thuis 3. Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid: maatregelen 23 t/m 31 uitvoeren en daarbij de verbinding tussen zorg en veiligheid leggen en versterken Kengetallen Kengetal Kengetal Kengetal 2023 2024 2025 1. beschermd wonen 83 plekken 83 plekken 83 plekken 2. beschermd thuis 10 plekken 10 plekken 10 plekken 3. maatschappelijke opvang 54 plekken 54 plekken 54 plekken 4. vrouwenopvang 9,0 plekken 8,3 plekken 8,3 plekken
Begroting Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten
4.146 0 12.934 294 768 18.142
4.133 0 14.895 248 765 20.041
4.165 0 14.896 248 769 20.078
4.720 0 15.431 0 789 20.941
4.720 0 15.177 0 780 20.677
4.721 5 15.172 0 771 20.670
4.722 10 15.166 0 767 20.664
Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
-190 -18.396 0 -361 0 -806
-2.110 -17.510 0 -202 -219 -20.041
-2.148 -17.510 0 -202 -219 -20.078
-2.402 -18.433 0 0 -105 -20.941
-2.394 -18.177 0 0 -105 -20.677
-2.388 -18.177 0 0 -105 -20.670
-2.382 -18.177 0 0 -105 -20.664
Lasten Baten Lasten minus baten
18.142 -18.948 -806
20.041 -20.041 0
20.078 -20.078 0
20.941 -20.941 0
20.677 -20.677 0
20.670 -20.670 0
20.664 -20.664 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
-805
0
0
0
0
0
0
Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo
Toelichting De extra lasten in 2025 komen hoofdzakelijk voort uit de indexaties van lonen en prijzen en een actualisatie van de inwoneraantallen. De centrumgemeentebijdragen integratie uitkering beschermd wonen, decentralisatie uitkering maatschappelijke opvang, decentralisatie uitkering vrouwenopvang en dak- en thuisloosheid zijn gebaseerd op de decembercirculaire 2023. Decembercirculaire 2023 Beschermd Wonen Maatschappelijke Opvang
2025 12.836.527 2.287.298
2026 12.841.749 2.287.298
2027 12.841.749 2.287.298
2028 12.841.749 2.287.298
Vrouwenopvang Dak- en Thuisloosheid Bescherming en Opvang
2.991.500 317.741 18.433.066
2.730.633 317.741 18.177.421
2.730.200 317.741 18.176.988
2.730.200 317.741 18.176.988
52
PARAGRAFEN
53
Weerstandvermogen en risicobeheersing Weerst andsv ermogen en ri sicobeheersi ng
Inleiding Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4 structurele exploitatieruimte; en 5 belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het weerstandsvermogen) tenminste 1,03 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend: de algemene reserve; de stille reserves; het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte; incidentele begrotingsruimte.
Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit4. Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze
3Spelregels
In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 4 Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale toezichthouders
gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.
54
bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld.
kunnen
worden
ingezet.
Voor
de
Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in de bijlage Reserves en Voorzieningen. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten.
Voor 2023 zou dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 370.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal
2025 1.159 5 1.164
2026 1.159 5 1.164
2027 1.159 5 1.164
2028 1.159 5 1.164
Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. 55
De Regio wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Het onderstaande overzicht toont de grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. 1 ALG
Ontwikkeling materiële kosten
Geschat risico € 125.000
Kans op voordoen 75%
Financieel effect € 93.750
In de Regiobegroting 2025-2028 is ongeveer € 25 mln. aan materiële kosten geraamd (exclusief beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Voor ongeveer 85% van de uitgaven ligt hier een contract aan ten grondslag zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. Voor de prijsontwikkelingen op de materiele kosten is op basis van de septembercirculaire 2023 een indexatiepercentage van 1,6% meegenomen. Mocht de inflatie hoger uitvallen dan de 1,6%, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 0,5% van de materiële lasten. 2 ALG
Privacy en gegevensbescherming
Geschat risico € 250.000
Kans op voordoen 30%
Financieel effect € 75.000
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt in haar toezichtwerk tot en met 2023 extra nadruk op drie focus-gebieden: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie en algoritmes. Met name de focus op de digitale overheid is op de Regio van toepassing5. Wat de focuspunten van de AP zullen zijn voor de periode vanaf 2024 is nog niet bekend. De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio aansprakelijk worden gesteld door de betrokkenen van wie persoonsgegevens zijn gelekt. Het is echter lastig de kans en impact daarvan te kwantificeren. Uit ervaring blijkt dat datalekken vaak ontstaan door menselijk handelen en in mindere mate het gevolg zijn van gebrekkige technische maatregelen. Daarom zal er ook in de periode vanaf 2025 continu aandacht blijven voor privacy verantwoordelijk handelen van de medewerkers door het aanbieden van training en e-learning. Met de invoering van Microsoft365/Office365 nemen de mogelijkheden om informatieveiligheid goed in te regelen flink toe. Een risico hierbij is dat hiervan niet, of niet op tijd, serieus werk wordt gemaakt als gevolg van de grote focus op het operationeel krijgen van de nieuwe IT-infrastructuur.
Doelstelling is om vanaf de start van de nieuwe manier van werken zaken aangaande goed informatiebeheer op orde te hebben (denk aan beschikbaarheid van enkel die MS365-applicaties waarvoor ook daadwerkelijk een plan is, spelregels bij het gebruik van de Office-applicaties, standaard de minst vergaande rechten uitgeven). Achteraf repareren is veel minder efficiënt. Ook investeert de Regio in een privacy officer (PO), een adviseur op privacygebied, verantwoordelijk voor meerdere operationele zaken aangaande privacy. De PO biedt daarnaast ondersteuning aan de FG om zijn werk beter te kunnen uitvoeren. Bij de Regio worden meerdere soorten persoonsgegevens verwerkt in de verschillende RVE’s, waarbij zowel met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg) rekening moet worden gehouden. Dat maakt dat de organisatie bewust is, van haar verantwoordelijkheid op gebied van de bescherming van persoonsgegevens. 3 ALG
Uitval ICT voorzieningen als gevolg van technische oorzaken
Geschat risico € 500.000
Kans op voordoen 25%
Financieel effect € 125.000
De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door technische incidenten worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere tijd stil komen te liggen. Voorbeelden hiervan zijn: uitval van servers in de on premise datacenters , storingen inzake generieke telefonie en internetverbindingen, specifieke dataverbindingen, uitval van SaaS- of Clouddiensten, et cetera.
5 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-de-autoriteit-persoonsgegevens/focus-ap-2020-2023: “Centrale en lokale overheden,
uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen”.
56
Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. Niettemin is de inschatting dat met de migratie naar de Cloud (van ‘on premise’ datacenters naar Azure) de kans op voordoen gesteld kan worden op 25%. 4 ALG
Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s
Geschat risico € 750.000
Kans op voordoen 25%
Financieel effect € 187.500
De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infrasysteeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt ook in dit geval de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. De exposure neemt toe als gevolg van meer oplossingen in de Cloud en de professionalisering van cybercriminaliteit, maar tegelijkertijd neemt de Regio beheersmaatregelen die de informatieveiligheid vergroten, als gevolg waarvan de kans op voordoen gelijk kan blijven. 5 ALG
Krapte op de arbeidsmarkt
Geschat risico € 600.000
Kans op voordoen 20%
Financieel effect € 120.000
De Regio is bij de uitvoering van haar takenpakket in een aantal gevallen afhankelijk van specialistische functies, waarbij de inwerktijd veelal een langere tijd bestrijkt. De krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt niet alleen het aantrekken van zowel intern als extern personeel op deze functies, het is ook lastig om het personeel op deze functies vast te houden. Een deel van deze functies wordt nu nog ingevuld met externe inhuur, wat geen stabiele basis naar de toekomst toe met zich meebrengt. Immers, bij het beëindigen van de inhuur verdwijnt veel kennis en historie uit de organisatie. Tegelijkertijd liggen de kosten van externe inhuur veelal hoger dan een medewerker in dienst bij de Regio. Daarmee levert de externe inhuur zowel continuïteits- als financiële issues op (de krapte op de arbeidsmarkt stuwt ook de te betalen tarieven omhoog). Deze krapte op de arbeidsmarkt brengt ook met zich mee dat bij de inkoop van noodzakelijk personeel de rechtmatigheid niet altijd gegarandeerd kan worden en het inkoopproces vertragingen met zich meebrengt, met mogelijke werkdruk-verhogende effecten bij andere medewerkers. Voor de berekening van het geschatte risico wordt rekening gehouden met een percentage inhuur van 10%.
Aangezien het tarief van inhuur minimaal 15% boven de gewone personeelskosten van de Regio ligt, wordt het risico geschat op € 600.000 (10% met een hoger kostenpercentage van 15% (4,07 miljoen x 15%). De kans op doordoen van dit risico wordt, gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt geschat op 20%. 6 IC
Uitval van systemen (digitaal leefplein)
Geschat risico € 400.000
Kans op voordoen 10%
Financieel effect € 40.000
Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Ook kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich één keer per jaar voordoen na de landelijke update. 7 GAD
Vergoedingen afvalfonds
Geschat risico € 250.000
Kans op voordoen 40%
Financieel effect € 100.000
Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 afgesloten. In de overeenkomst zijn vergoedingen vastgelegd voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. Het risico bestaat dat de feitelijke vergoeding lager uitvalt, waardoor de exploitatie van de afvalverwerking niet past binnen de begroting. 8 GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten
Geschat risico €1.000.000
Kans op voordoen 33%
Financieel effect € 330.000
De afgelopen jaren stonden in het teken van Corona, wat ervoor heeft gezorgd dat de grondstoffenmarkt een volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van 57
een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclings-componenten bewegen erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg volatiel blijft. Ook kan een achterblijvend scheidings-percentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding geminimaliseerd. De macro economische prijsontwikkeling zal zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven.
Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.071.250 In € #
Status
Risico
Geschat financieel risico
Kans op voordoen
Financieel effect 93.750
1
G
ALG
Ontwikkeling materiële kosten
125.000
75%
2
G
ALG
Privacy en gegevensbescherming
250.000
30%
75.000
3
G
ALG
Uitval ICT voorzieningen agv technische oorzaken
500.000
25%
125.000
4
N
ALG
Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s
750.000
25%
187.500
5
G
ALG
Krapte op arbeidsmarkt
600.000
20%
120.000
6
G
ALG
Uitval van systemen (digitaal leefplein)
400.000
10%
40.000
7
G
ALG
Vergoedingen Afvalfonds
250.000
40%
100.000
8
N
ALG
Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten
1.000.000
33%
330.000
Totaal risicoprofiel
1.071.250
Het financiële risico van mogelijke aanpassingen in de huidige CAO (lopend tot oktober 2024) is momenteel niet opgenomen in onze begroting. Het is van belang dat gemeenten dit risico opnemen in hun eigen risicoparagraaf om voorbereid te zijn op potentiële impact op de begroting.
Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Risicoprofiel
Beschikbare weerstandscapacit eit
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)
2025 1.164 1.071 93 1,09
58
Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd. Ratio Weerstandsvermogen A >2 B 1,4 < x < 2 C 1,0 < x < 1,4 D 0,8 < x < 1,0 E 0,6 < x < 0,8 F < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 1,09 wordt net aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment voldoende te noemen.
Kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuld betreft de totale schuldlast (aangegane leningen). De schuldlast verminderd met alle doorgeleende/verstrekte leningen leidt tot een gecorrigeerde netto schuld (de schuldlast ten opzichte van eigen middelen). De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden.
De netto schuldquote wordt berekend door de geldelijke bezittingen af te trekken van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Door deze netto schuld te delen door de inkomsten wordt de netto schuldquote verkregen (in- en exclusief doorgeleende gelden), uitgedrukt in procenten.
59
De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is: Beginbalans Eindbalans 2024 2024 A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote D2) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H
Begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
35.474 8.029 11.643 3.609 -
37.023 8.029 11.643 2.759 -
37.445 8.029 11.643 2.009 -
36.417 8.029 11.643 9 -
33.253 8.029 11.643 9 -
35.796
33.785
33.813
34.716
36.939
36.627
30 928 106.056 7,77% 11,97%
30 928 98.410 17,07% 20,73%
30 928 106.313 18,03% 20,62%
30 928 106.916 18,18% 20,06%
30 928 107.405 16,93% 16,94%
30 928 107.299 14,29% 14,30%
29.820 8.029 11.643 4.495 45
Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, dan bevindt men zich in de gevarenzone (rood). De netto schuldquote van de Regio is goed te noemen. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de Regio in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt, heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt uit op: Bedragen x € 1.000 Beginbalans 2024
Eindbalans 2024
Eindbalans 2025
Eindbalans 2026
Eindbalans 2027
Eindbalans 2028
A) Eigen Vermogen
21.754
17.861
16.321
15.895
15.744
15.743
B) Totaal van alle passiva
73.326
75.148
75.220
75.303
74.218
71.227
Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)
29,67%
23,77%
21,70%
21,11%
21,21%
22,10%
De geprognotiseerde solvabiliteitsratio van de Regio is met 21.70% voldoende te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De solvabiliteitsratio ligt inmiddels boven de 20% en is daarmee voldoende te noemen. De vraag is, in hoeverre dat ook voor de solvabiliteit van de Regio van toepassing is, gezien het feit dat de Regio een gemeenschappelijke regeling betreft. Gemeenten geven er de voorkeur aan om het eigen vermogen van de Regio niet te groot te laten zijn; zij geven er de voorkeur aan deze middelen op de eigen balans te hebben staan. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage.
60
Voor de Regio is het kengetal:
102.284 105.874 0 0 107.373
begroting 2024 98.255 98.410 0 0 99.716
3,34%
0,15%
2023 A) Structurele lasten B) Structurele baten C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D) Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E) Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(DC))/E
bedragen x 1000 begroting begroting begroting begroting 2025 2026 2027 2028 106.313 106.916 107.405 107.299 106.313 106.916 107.405 107.299 0 0 0 0 0 0 0 0 107.853 107.342 107.556 107.300 0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
De Regio is in staat haar structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten.
Financiële positie De financiële positie van de Regio is voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is voldoende en vereist niet direct ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Het weerstandvermogen is op dit moment net voldoende te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de Regio niet volledig in staat financiële gevolgen ervan op te vangen.
61
Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud k apitaalgoederen
Inleiding Het kader voor de paragraaf Onderhoud van kapitaalgoederen wordt onder andere gevormd door artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten dat voorschrijft dat de paragraaf minimaal bevat het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting. Daarnaast schrijft de Financiële verordening 2022 in artikel 20 voor dat de paragraaf de voortgang van het geplande onderhoud van werken en gebouwen vermeldt én dat het DB tenminste eens in de vier jaar het AB een onderhoudsplan voor kapitaalgoederen aanbiedt. In het plan is het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud opgenomen. In 2021 is het onderhoudsplan voor kapitaalgoederen opgesteld en ter instemming voorgelegd aan het AB. Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven. Achterstanden in het onderhoud ervan kunnen leiden tot onveilige situaties en/of kapitaalvernietiging. Het is daarom belangrijk om het onderhoud van kapitaalgoederen goed op orde te hebben.
Kapitaalgoederen Regio De vaste activa van de Regio zijn naar grove inschatting in te delen in de volgende posten: Bedragen x € 1.000
a) gronden en terreinen b) bedrijfsgebouwen c) grond- weg- en waterbouwkundige werken d) machines, apparaten en installaties e) vervoermiddelen f) overig Totaal
aanschafwaarde eind 2025 1.714 15.317 2.209 3.298 17.057 31.235 70.830
boekwaarde eind 2025 1.714 10.617 319 804 8.161 16.074 37.689
Locaties De Regio heeft een aantal locaties in eigendom. De aanschafwaarde van deze eigendommen is opgenomen onder gronden en terreinen (a), bedrijfsgebouwen (b), grond-, weg- en waterbouwkundige werken (c) en machines, apparaten en installaties (d). Het betreft de volgende locaties: ▪ Het Regiokantoor aan de Burgemeester de Bordesstraat in Bussum ▪ De locatie van de GAD aan de Hooftlaan in Bussum ▪ De twee scheidingsstations van de GAD in Bussum en Huizen Daarnaast heeft de Regio het hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum in eigendom, de grond ervan is in erfpacht. Van de GAD-locatie in Hilversum, waar het scheidingsstation en het overlaadstation zijn gehuisvest is de grond en het terrein niet in eigendom, ook daar ligt een erfpacht op. De inrichting, opstallen en installaties zijn wel eigendom van de Regio. Onderhoud op locaties In 2023 is het meerjarig onderhoudsplan voor het Regiokantoor en de ondergelegen parkeergarage geactualiseerd naar de afschrijvingsperiode (35 jaar). Ook wordt hierin aandacht besteed aan de verdere verduurzaming. De dotatie aan de voorziening is € 305.000. Voor 2025 staat onderhoud gepland voor een bedrag van € 330.579 (excl. btw). Voor het onderhoud van het vastgoed op de GAD-locatie wordt ook gewerkt met een onderhoudsplan (2015) en een voorziening groot onderhoud gebouwen GAD. Dit plan heeft een planningshorizon van 15 jaar.
Voor 2025 staat geen onderhoud gepland, tenzij onderhoud noodzakelijk en onvermijdelijk is. De kapitaalgoederen bij het overlaadstation en bij de scheidingsstations zijn opgenomen in schema’s; naar bevind van zaken worden deze onderhouden of vervangen. Eind 2022 is gestart met een onderzoek naar de huisvesting van de GAD. De accommodaties van de GAD zijn sterk verouderd en liggen geografisch niet op de meest gunstige plekken binnen de Regio.
62
De huidige locaties zijn namelijk binnenstedelijke locaties en liggen niet dichtbij snelwegen voor een goede logistieke ontsluiting. Dit brengt veel binnenstedelijk vrachtverkeer met zich mee binnen de Regio. Deze ontwikkelingen zijn nog niet meegenomen in de Regiobegroting 2025-2028. Het onderhoudsplan voor hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum is in 2018 opgesteld voor een periode van 20 jaar. De jaarlijkse dotatie ligt op € 32.775 en wordt bekostigd vanuit de bijdragen van de zorgverzekeraar. Voor 2025 staat er geen onderhoud gepland. Onderhoud vervoermiddelen Begin 2024 heeft de Regio de volgende voertuigen: Veilig Thuis GGD RAV GAD Algemeen
2 voertuigen 2 voertuigen 11 ambulances, 1 Medium Care ambulances, 1 Rapid Responder Ambulance en 1 Piket-voertuig, 2 les voertuigen en 1 roostervoertuig 46 voertuigen en 2 aanhangwagens groot vervoer 5 voertuigen
Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen en ambulances is uitbesteed. Voor het jaarlijks onderhoud en voor het incidenteel onderhoud en schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances, deze worden na afschrijving vernieuwd. Uitbreiding en/of vervanging van de bedrijfsvoertuigen wordt opgenomen in het investeringsplan in de begroting. Overige vaste activa Ten behoeve van de inzameling van de grondstoffen en afvalstoffen heeft de GAD veel containers in eigendom, bijvoorbeeld de vele boven- en ondergrondse verzamelcontainers in de wijken en de minicontainers bij de particuliere laagbouwwoningen. In het kader van het project Van Afval Naar Grondstof vindt een belangrijke uitbreiding hiervan plaats. De investeringen betreffen niet alleen de aanschaf van de containers, maar ook de plaatsingskosten van de ondergrondse containers. Hiernaast zijn op de vier scheidingsstations en het overlaadstation grotere containers in gebruik.
Voor het onderhoud van alle containers zijn budgetten in de begroting opgenomen. Net als bij alle andere kapitaalgoederen wordt steeds gekeken of onderhoud nog economisch verantwoord is of dat het wellicht voordeliger is tot vervanging over te gaan. Onder de overige vaste activa zijn ook ICTvoorzieningen en meubilair opgenomen.
63
Financiering Financieri ng
Inleiding In het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet.
Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.
Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken: ▪ worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; ▪ wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; ▪ worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.
De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.
64
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; ▪ Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; ▪ Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen; ▪ De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar. ▪ Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap; ▪ De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.
Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s; ▪ Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig.
Leningverstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden. Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap is vertegenwoordigd.
Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen. Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen is gelijk aan 8,2% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Doelstelling is dat de gemiddelde netto kortlopende schuld van een openbaar lichaam de kasgeldlimiet niet overschrijdt. In de volgende tabel is een vergelijking opgenomen tussen de kasgeldlimiet en de netto kortlopende schuld. 65
Nr.
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
99.562
107.853
107.342
107.556
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8.164
8.844
8.802
8.820
8.029
8.029
8.029
8.029
928
928
928
928
-7.101
-7.101
-7.101
-7.101
8.164
8.844
8.802
8.820
BEREKENING KASGELDLIMIET 1 Begrotingstotaal aan lasten 2 Wettelijk percentage 3 Kasgeldlimiet (1 x 2)
BEREKENING NETTO KORTLOPENDE SCHULD 4 Kortlopende schuld 5 Kortlopende middelen 6 Netto kortlopende schuld (4 – 5)
TOETS AAN KASGELDLIMIET 3 Kasgeldlimiet (in bedrag) 6 Netto kortlopende schuld 7 Ruimte (+) / overschrijding (-)
-7.101
-7.101
-7.101
-7.101
15.265
15.945
15.903
15.921
De kasgeldlimiet wordt bij de Regio niet overschreden. In percentage ten opzichte van de begroting heeft de Regio nog 14,8% ruimte binnen de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet Fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. In de volgende tabel is een en ander voor de jaren 2025 tot en met 2028 in kaart gebracht. Bedragen x €1.000
Nr.
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
1 Begrotingstotaal
107.853
107.342
107.556
107.569
20%
20%
20%
20%
21.571
21.468
21.511
21.514
2 Wettelijk percentage 3 Renterisiconorm (1 x 2) 4 Renteherzieningen
0
0
0
0
5.806
5.259
4.336
2.980
6 Aflossingen nieuw aangetrokken schuld
0
0
0
0
7 Aflossingen op vaste opgenomen schuld
4.257
4.837
5.335
5.378
8 Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+6+7)
4.257
4.837
5.335
5.378
9 Ruimte onder renterisiconorm (3 - 8)
17.314
16.631
16.177
16.136
5 Nieuwe aangetrokken vaste schuld
De bedragen aan langlopende leningen waar de Regio de komende jaren een renterisico over loopt, blijven ruimschoots binnen de wettelijke norm (wet Fido), zoals uit de tabel blijkt.
66
Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden bij de schatkist. Gemeenschappelijke Regelingen zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen onder de Wet financiering decentrale overheden. Door de centrale overheid is er wel een drempel ingebouwd. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang. Voor de programmabegroting 2025-2028 kon, gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie een bedrag van ongeveer € 2.150.000 buiten de schatkist worden aangehouden. Renteontwikkelingen In 2023 kende Nederland een interessante dynamiek op het gebied van renteontwikkelingen. De Europese Centrale Bank (ECB) handhaafde haar beleid van ultralage rentetarieven als reactie op de economische onzekerheden die voortkwamen uit de COVID-19 pandemie. Deze beleidskoers had een neerwaartse druk op de rentetarieven in Nederland, wat gunstig was voor leners maar uitdagend voor spaarders. Echter, tegen het einde van het jaar begonnen er signalen van verandering te verschijnen.
De inflatiedruk nam wereldwijd toe, wat leidde tot speculaties over mogelijke renteverhogingen door de ECB om inflatie onder controle te houden. Deze anticipatie zorgde voor een lichte stijging van de rentetarieven op de Nederlandse markt, waardoor er meer balans ontstond tussen leners en spaarders. Dit scenario dwong Nederlandse huishoudens en bedrijven om hun financiële planning aan te passen aan de veranderende rentelandschap. De energiecrisis In 2023 werd Nederland geconfronteerd met een energiecrisis, gekenmerkt door een combinatie van factoren zoals een onverwachte sluiting van enkele kerncentrales vanwege veiligheidsredenen, vertragingen in de uitrol van duurzame energieprojecten en geopolitieke spanningen die de toevoer van fossiele brandstoffen belemmerden. Dit resulteerde in een stijging van de energieprijzen, tekorten op de markt en bezorgdheid over en energievoorzieningszekerheid. De overheid werd gedwongen maatregelen te nemen om de crisis te beheersen, zoals het stimuleren van energiebesparing, het diversifiëren van de energiemix en het versnellen van investeringen in hernieuwbare energiebronnen. In 2025 zal de wereld nog worstelen met deze energiecrisis. De overgang naar duurzame energie verloopt trager dan verwacht, terwijl de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen blijft bestaan. Daarnaast is de energieinfrastructuur een aandachtspunt.
Bij nieuwe ontwikkelingen zoals het inrichten van nieuwe locaties of het elektrificeren van het wagenpark moet rekening worden gehouden met de netcongestie. De economische ontwikkelingen In 2023 zag Nederland een gemengd beleid van economische ontwikkelingen. De economie herstelde zich gestaag met een impact van de COVID-19 pandemie, met een groei van naar schatting rond de 2,5. De werkloosheid daalde licht, maar bleef boven het niveau van voor de pandemie. De inflatie bleef stabiel op een relatief laag niveau, geholpen door een matige stijging van de energieprijzen en gematigde loongroei. De huizenmarkt bleef echter onder druk staan, met aanhoudende prijsstijgingen en een tekort aan betaalbare woningen, wat resulteerde in toenemende zorgen over de toegankelijkheid van huisvesting voor jonge gezinnen en starters. De overheid bleef investeren in infrastructuurprojecten en duurzame initiatieven om de economische groei te ondersteunen en de transitie naar een groenere economie te bevorderen. De verwachting is dat in 2024 de Nederlandse economie opbloeit met een focus op technologische innovatie, vooral in sectoren zoals duurzame energie, gezondheidszorg en digitale technologieën. Werkgelegenheid verschuift naar hoogwaardige dienstverlening en digitale arbeid, waardoor een vraag ontstaat naar gespecialiseerde vaardigheden.
Ook blijft de uitdaging van inkomensongelijkheid en de betaalbaarheid van huisvesting bestaan. Efficiëntie in de landbouw en een toenemende nadruk op circulaire economie zullen bijdragen aan duurzame groei. Rekenrente Vanaf 2017 is de bepaling van de rekenrente gewijzigd op grond van de nieuwe BBV-regels. De rekenrente wordt bepaald aan de hand van het feitelijke rentepercentage van aangegane leningen. Op basis van de gegevens van de ECB en de BNG heeft de Regio er voor gekozen om 1,30% voor de rekenrente aan te houden. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage is binnen een marge van 0,5% afgerond, deze was 1,42% en is berekend door de werkelijke toe te rekenen rente (in Euro's) te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari 2025 (€ 36.795.989) die integraal zijn gefinancierd. 67
In de volgende tabel is uitgewerkt hoe de berekening van het renteresultaat tot stand is gekomen Renteschema a. b.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
c1. c2.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
c3.
521.752 -250.000 271.752 521.752
d1. d2.
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
521.752
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-521.752
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-250.000
De verwachting is dat het omslagrentepercentage de komende jaren gaat stijgen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de toekomstig af te sluiten leningen tegen een hoger rentetarief afgesloten worden dan de huidige omslagrente, rekening houdend met de huidige marktrente van 3,3%. De omslagrente stijgt van 1,42% in 2025 naar 2,51% in 2028. Mocht de marktrente nog verder stijgen heeft dit direct een effect op de omslagrente.
Prognose financieringsbehoefte Het uitgangspunt is dat financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk wordt beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren en het renterisico te beperken. De komende jaren verwachten wij een financieringsbehoefte die wordt veroorzaakt door de doorlopende investeringen, het meerjarig investeringsprogramma en het inzetten van reserves en voorzieningen. De aanname bij de prognose van deze financieringsbehoefte is dat investeringen worden gerealiseerd. Aangezien het eigen vermogen van de Regio beperkt is, moet rekening gehouden worden met het aantrekken van een lening. Het is van belang inzicht te hebben in de planning en de voortgang van de lopende en voorgenomen investeringen om te kunnen anticiperen op de financieringsbehoefte. Wij trachten voortdurend in de rentesfeer te optimaliseren. De rente is inmiddels in een jaar tijd aanzienlijk gestegen; uit navraag blijkt dat de BNG op dit moment lange termijnleningen aanbiedt voor 3,3%, maar ook rentetarieven voor korte termijnleningen liggen in deze lijn. Hierdoor wordt het steeds belangrijker om afwijkingen in planning en uitvoering van de voorgenomen investeringen te voorkomen, omdat dit mogelijk een financieringsrisico met zich meebrengt.
Voor 2025 verwachten we een nieuwe lening aan te gaan voor een bedrag van € 5.806.000 tegen 3,3% rente. Deze zal worden ingezet ten gunste van de geplande investeringen zoals opgenomen in de bijlage ‘Investeringsoverzicht’.
68
Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering
Algemene ontwikkelingen Bedrijfsvoering betreft alle faciliterende activiteiten die de organisatie in staat stelt langdurig te presteren en maatschappelijke waarde te creëren. Denk hierbij aan personeelsbeleid, huisvesting, financiën, ICT, inkoop, kwaliteit en control. Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van en het ‘in control’ zijn over onze primaire taken en bedrijfsprocessen. Steeds meer is bedrijfsvoering gericht op servicegericht werken, flexibiliteit, eigenaarschap en maatwerk. Vakinhoudelijk verschuift de aandacht steeds meer naar het in control zijn, data gedreven werken, strategisch personeelsbeleid, impactgericht denken en werken, duurzaamheid en digitalisering. En dat alles tegen zo laag mogelijke kosten en met een zo hoog mogelijke kwaliteit. Doelmatigheid , en doeltreffendheid en rechtmatigheid zijn de daarbij behorende begrippen waar publieke organisaties zoals de Regio aan gehouden zijn. Bedrijfsvoering zal het handelen volgens deze principes in de gehele organisatie moeten blijven stimuleren.
Bij de Regio wordt hier continu aan gewerkt langs een vijftal thema’s: ▪ De advisering vanuit Bedrijfsvoering op SCOPAFIJTH 6 disciplines is adequaat en ondersteunend van aard ▪ De informatievoorziening is op orde, veilig en speelt in op vragen en ontwikkelingen ▪ Onze financiële bedrijfsvoering is toekomstbestendig, actueel en accuraat ▪ De (interne) dienstverlening is servicegericht, efficiënt en duurzaam ▪ De HR-instrumenten dragen bij aan een professionele eigentijdse werkomgeving
Binnen het veld van de bedrijfsvoering gaat een aantal zaken permanent door. Van administratieve processen tot meer strategische vraagstukken. In navolging van 2024 ligt ook in 2025 het accent op de digitale transformatie en de uitwerking van de strategische huisvestingsvraagstukken. Het is noodzakelijk dat de draagkracht van de organisatie goed in evenwicht is met de opgaven die wij voor inwoners en gemeenten uitvoeren en dat de dienstverlening te allen tijde op een acceptabel niveau blijft. Ook speelt mee dat de (kwaliteits-)eisen vanuit het Rijk op een aantal terreinen steeds verder worden uitgebreid. Naast extra druk op de primaire operatie ontstaat hierbij ook extra werkdruk op de ondersteunende eenheden binnen Bedrijfsvoering. Zowel de uitvoerende als de ondersteunende eenheden zijn kwetsbaar. Hierbij speelt ook de huidige arbeidsmarkt een belangrijke rol. Ook binnen Bedrijfsvoering is veel specialistische kennis nodig, om ondersteuning te kunnen leveren aan de uitvoerende eenheden. Tegelijkertijd vraagt de extra werkdruk op de ondersteunende eenheden om uitbreiding zodat continuïteit gegarandeerd blijft. Met de huidige krappe arbeidsmarkt is het invullen van deze functies een uitdaging gebleken.
ICT en Informatievoorziening In het Informatiebeleid 2023-2026 heeft de Regio aangegeven toe te willen naar informatievoorziening die: a) betrouwbaar is; b) wendbaar is; en c) inwoner gedreven is. Een betrouwbare informatiehuishouding (a) garandeert dat de continuïteit van de bedrijfsprocessen van de Regio 24/7 geborgd is, dat de informatiehuishouding aantoonbaar veilig is en daarmee voldoet aan normen op bijvoorbeeld AVG-, BIO-, ISO- en NEN-gebied.
6 SCOPAFIJTH staat voor de verschillende disciplines op het gebied van Security, Communicatie, Organisatie, Personeel,
Administratieve organisatie en control, Financiën, Informatie, Juridisch, Technologie en Huisvesting 69
Een wendbare informatiehuishouding (b) is noodzakelijk in een continu veranderende samenleving waarop de Regio op een moderne, schaalbare en flexibele wijze dient in te spelen. Dit geldt zowel voor de dienstverlening aan inwoners en gemeenten, maar ook voor de behoefte om medewerkers overal, altijd en veilig te kunnen laten werken. Inwoners moeten kunnen rekenen op een dienstverlening die persoonlijk, toegankelijk en transparant is (c). Hierop dient de informatiehuishouding van de Regio gericht te zijn, waarbij datagedreven zijn het middel is, niet het doel. Voor de begrotingsperiode 2025-2028 betekent dit dat de Regio de in 2023 ingezette stappen op het gebied van Cloud-migratie en het moderniseren van diverse applicaties voortzet. Op de agenda staan onder meer: het afronden van de migratie naar de Azure Cloud-infrastructuur; het inbedden van Cloud-, informatie- en technische architectuur; het investeren in informatiebeveiliging (beleid, bemensing, NEN, etc.); ICT beleidsontwikkeling; het versterken van de digitale weerbaarheid van Regio medewerkers het doorontwikkelen van Business Intelligence; het doorgroeien naar een I&A regie-organisatie; het introduceren van portfolio management inzake projecten. Financiën De basis van een goede financiële bedrijfsvoering begint bij een betrouwbare financiële administratie, doelmatige processen en proactief advies.
De organisatie moet kunnen vertrouwen op een financiële administratie die foutloos is en die overzichtelijke informatie levert. In 2024 is de Regio gestart met een nieuw financieel pakket, Civitas, vanuit de wens om procesverbeteringen door te voeren en processen steeds meer te digitaliseren. In 2025 blijft de doelstelling steeds meer te laten verlopen via een verplichtingenadministratie, die snelheid en efficiëntie in de financiële afhandeling van inkooporders en contracten met zich meebrengt. Tegelijkertijd worden er stappen gezet in het verbeteren van de managementinformatie. Met behulp van Microsoft Power BI wordt het mogelijk om onder andere dashboards en rapportages te maken die de organisatie beter kan voorzien van stuurinformatie. Inkoop en aanbesteding Op de juiste wijze inkopen en aanbesteden is voor ons als overheidsorgaan van groot belang. Op basis van een concernbrede inkoopagenda wordt integraal afgewogen welke contracten aflopen en op welke wijze de inkoop wordt vormgegeven. Het draagt bij aan mogelijke besparingen, geeft een zichtbare verbetering van kwaliteit van opdrachten en/of innovatie. Het rechtmatig zijn van de uitgaven blijft hierbij altijd uitgangspunt, aandachtspunt en prioriteit. We houden ons aan wet- en regelgeving en gaan zo doelmatig en bewust mogelijk om met gemeenschapsgeld.