CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Nota van Zienswijze geanonimiseerd

gemeenteraad 12 juli 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Afgifte vvgb Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 (Het voorstel is zonder stemming aangenomen)2.716 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijze Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 Blz. 2: Inleiding Blz. 3: de zienswijze ingediend door ARAG namens

xxx, Nieuw-Loosdrechtsedijk 6.

1/8

Inleiding: Het college van burgemeester en wethouders heeft een ontwerp vergunning afgegeven voor het bouwplan om het vm. politieburo aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 te Loosdrecht, te wijzigen in een zorgvilla met 26 appartementen en bijbehorende functies voor dementerende ouderen. Op 18 november 2021 heeft de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen afgegeven voor bovengenoemd plan. Op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is tevens een ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder afgegeven. De ontwerpbesluiten met onderliggende stukken hebben vanaf 8 december 2021 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Hierop is één zienswijze ingediend. De beantwoording hiervan vindt u in deze nota.

2/8

De zienswijze: Door ARAG is namens xxxx, Nieuw-Loosdrechtsedijk 6, een zienswijze ingediend. Appellant heeft op het naastgelegen perceel een veehouderij bedrijf waar tevens paarden gehouden worden. 1. Appellant is van mening dat het zorgcomplex te dicht op de erfgrens is gepland. Tevens dat de gekozen omgeving niet geschikt is. Er wordt gevreesd dat het realiseren van woningen nabij het bedrijf, appellant gaat beperken in zijn bedrijfsvoering. 2. Tevens kan er voor de nieuwe bewoners geen goed woon- en leefklimaat gecreëerd worden nabij zijn bedrijf. De aangehouden richtafstanden zijn te kort om geluid-, geuren lichthinder te voorkomen. De toekomstige bewoners zullen overlast krijgen van het heen en weer rijden van tractoren, graafmachines etc. 3. Appellant vreest geen uitbreidingsmogelijkheden meer te hebben na realisatie van het zorgcentrum. Hij wil in de toekomst een kleinschalige camping realiseren. 4. Het akoestisch onderzoek is onvoldoende. Het houdt o.a. geen rekening met stemgeluid. 5. Op de eigendom van appellant ligt een agrarische bestemming. In de stukken wordt slechts rekening gehouden met bepaalde delen van zijn perceel waar deze bestemming op ligt terwijl het gehele perceel wordt gebruikt. Aan de mogelijke hinder die toekomstige bewoners kunnen ondervinden wordt voorbij gegaan. 6.

Vergunning wet Milieubeheer Er wordt niet voldaan aan de richtafstand van 50 m die door de VNG gehanteerd wordt. 7. De ruimtelijke onderbouwing geeft een te positief beeld, er is met een aantal zaken geen rekening gehouden. 8. Appellant is van mening dat er in het kader van de participatie onvoldoende is geluisterd naar zijn bezwaren tegen de gewenste ontwikkeling. De belangenafweging tussen het belang van appellant en het belang van woningzoekenden is onvoldoende gedaan. 9. Er wordt gevraagd of de situatie aan de Reeweg 2 niet gelijkluidend is. 10. Er is geen planschade risico analyse opgesteld.

Beantwoording zienswijzen: Algemeen: Reeds in de ruimtelijke onderbouwing (rob) bij de plannen is aangegeven dat de gewenste ontwikkeling geen beperkende gevolgen heeft voor de huidige bedrijfsvoering van appellant, die gevestigd is aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 6. Ter plaatse is de uitoefening van een grondgebonden veehouderijbedrijf toegestaan, alsmede enkele niet-agrarische nevenfuncties, waaronder paardrijactiviteiten. In de rob, paragraaf 5.8. e.v., wordt immers het volgende aangegeven: “Een nadere beschouwing van de effecten van het plan is derhalve noodzakelijk. Daarbij zal worden getoetst aan de eisen van het Activiteitenbesluit.

Van de in de Wgv gestelde norm (afstand) mag ingevolge artikel 4 (en artikel 5) van de Wgv worden afgeweken als de afstand tussen de veehouderij en het geurgevoelig object niet afneemt èn het aantal dieren van één of meer diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld niet toeneemt. Ook bij het bepalen van de ‘omgekeerde werking’ mag deze afwijking van artikel 4 van de Wgv worden toegepast. Zo kan ten aanzien van de planlocatie worden gesteld dat reeds in de bestaande

3/8

situatie een politiekantoor is toegestaan. Een politiekantoor wordt in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) aangemerkt als zijnde een geurgevoelig object. Ten aanzien van de naastgelegen veehouderij verandert in de beoogde situatie de situering van het ‘geur gevoelig object’ niet. De afstand tussen de veehouderij en het geurgevoelig object neemt niet af. Daarnaast heeft het plan geen toename van dieren tot gevolg. Voor de volledigheid dient vermeld te worden dat eenzelfde beredenering is gevolgd bij de verlening van de veranderingsvergunning voor de naastgelegen veehouderij op 7 mei 2007. Daarin was de nieuwe paardenstal in de gevraagde vergunning binnen 50 meter gelegen van het politiekantoor. Echter gezien de te slopen paardenstal nog dichter bij het politiekantoor was gelegen dan de nieuwe paardenstal kon de vergunning alsnog, met toepassing van artikel 4 van de Wgv, worden verleend. Het feit dat in 2007 voor de naastgelegen veehouderij een vergunning is verleend voor een stal op minder dan 50 meter van een geurgevoelig object toont aan dat, ondanks niet voldaan wordt aan de vaste afstand, alsnog voldaan kan worden aan de wgv Conclusie Het emissiepunt van de stal van de naastgelegen veehouderij is gelegen binnen 50 meter van de planlocatie. De afstand tussen de gevel van de naastgelegen stal en de gevel van de planlocatie is tevens korter dan 25 meter.

Echter door het planvoornemen nemen deze afstanden niet verder af. De veehouderij op Nieuw-Loosdrechtsedijk 6 wordt derhalve niet onevenredig in zijn ontwikkeling geschaad…. Ad 1: Binnen de huidige maatschappelijke bestemming (politieburo) is geen bouwvlak aangegeven. Dat wil dus zeggen dat er binnen het gehele bestemmingsvlak gebouwd mag worden, dus ook tot aan de erfgrens (art. 13.2.1 van de voorschriften van het het bp “Loosdrecht Landelijk gebied Noord-Oost”). Aan de “footprint” van de huidige bebouwing wordt aan de grens met de NieuwLoosdrechtsedijk 6, ten gunste van de NLD 6, iets gewijzigd. De afstand tot aan de erfgrens wordt namelijk iets vergroot. Er is dus geen sprake van een “verslechtering” maar een verbetering. Het politieburo was reeds een “geurgevoelig object’ en het zorgcentrum is dat ook. Op grond van de artikel 3.117 lid 2 en 3 en 3.119 lid 2 sub c van het Activiteitenbesluit wordt vervolgens bepaalt dat indien in de ‘oude situatie’ de afstand tussen het veehouderijpaardenverblijf en een geurgevoelig object korter zijn dan de richtafstand, deze kortere afstand in de ‘nieuwe situatie’ als uitgangspunt mag gelden. Dit principe mag ook voor de veehouderij gehanteerd worden. Dus doordat op NLD2 gebruik wordt gemaakt van een bestaand pand wat al als een geurgevoelig object aangemerkt wordt, wordt de bedrijfsvoering op NLD6 niet verder beperkt.

Ad 2: Volgens onderzoek en aanvullend onderzoek, d.d. april 2021 en 10 maart 2022, verricht door Van Doormaal Advies, is er sprake van “een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het zorgcomplex voor de zorgcliënten en wordt de naastgelegen veehouderij niet in zijn belangen geschaad. Ook ten aanzien van de voor- en achtergrondbelasting kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat”. Gelet op het voorgaande vormt geurhinder van veehouderijen geen belemmering voor het plan en is er sprake van een goed woon- en leefklimaat van toekomstige bewoners. Het aanvullend onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1. Voorts is er nog een aanvullend akoestisch onderzoek, d.d. 25 maart 2022, naar Industrielawaai door EnviroSpace verricht.

4/8

Geconcludeerd wordt dat er voldaan kan worden aan de geluidsnormen indien er gebruikt gemaakt wordt van Silent Air voorzet ramen en er een geluidsscherm met een hoogte van 2.50 m wordt geplaatst (bijlage 2). Ad 3: Door appellant wordt niet onderbouwd waarom een uitbreiding van het bedrijf van appellant met een kleinschalige camping niet mogelijk zou zijn door de komst van het zorgcentrum. Uit niets blijkt dat dit zo is. Het vigerende bestemmingsplan heeft immers de mogelijkheid voor het realiseren van een ‘kleinschalige camping’ tot een maximum van 2000 m2 op gronden met de bestemming Agrarisch met waarden Natuur en Landschapswaarden opgenomen (art. 4 bp “Landelijk Gebied Noord Oost”). Hieraan wijzigt niets. Ad 4: Het akoestisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden op grond van de Wet geluidhinder richt zich in casu vooral op verkeerslawaai. Op grond hiervan is ook een ontheffing Wgh aangevraagd en verkregen van de Ofgv. De inrichting van appellant valt onder het Activiteitenbesluit. Op grond van het Activiteitenbesluit mag een groot aantal (geluids)bronnen buiten beschouwing gelaten worden (art. 2.18, lid 1 e.v. Activiteitenbesluit). Hieronder vallen onder meer diverse vormen van stemgeluid en geluid ten gevolge van laad- en losactiviteiten etc.

Onder Ad 2 is reeds aangegeven dat door het nemen van maatregelen (voorzet ramen en een geluidsscherm) de bedrijfsvoering op het grond van Industrielawaai evenmin wordt beperkt. Voor wat betreft licht kent het Activiteitenbesluit geen afstandsnormen, in zoverre is de afstand tussen het zorgcomplex en het bedrijf van appellant niet van belang. Nu echter geldt al dat op basis van de zorgplicht en de voorschriften uit de oude milieuvergunning dat appellant er voor zorg dient te dragen dat reeds aanwezige zo gepositioneerd dienen te zijn dat deze geen lichthinder opleveren. Dit is aldus een gegeven. Ad 5: Uit de onderzoeken blijkt dat er een prettig woon- en leefklimaat voor de nieuwe bewoners én appellant kan worden gerealiseerd. Claris zal alles in het werk stellen om dit te realiseren en te behouden. Dan wil ook zeggen dat er aan alle gestelde eisen zal worden voldaan zodat er geen redenen zullen ontstaan om handhavingsverzoeken te gaan indienen. Ad 6: Zoals in de inleiding reeds aangegeven mag in casu de bestaande afstand van het geluidgevoelige object tot aan de in ogenschouw te nemen emissiepunten van de veehouderij worden gehandhaafd omdat het politieburo evenals het zorgcomplex reeds een geluidgevoelige bestemming is. Er is geen sprake van een nieuwe situatie. De afstand van de zorgvilla tot aan NLD 6 wordt zelfs nog iets vergroot en er worden maatregelen genomen.

Bovendien zijn de in de VNG gehanteerde afstanden uitdrukkelijk richtafstanden. Ad 7: Uit het advies van Van Doormaal ( 9 april 2021) en het nadere advies d.d. 10 maart 2022 (aspect geur) en het akoestisch onderzoek naar Industrielawaai d.d. 15 maart 2022 van EnviroSpace is op alle genoemde punten van appellant ingegaan. De belangrijkste zijn: Met betrekking tot de opslag van Kuilvoer/mais het volgende geconcludeerd: Deze stoffen worden op basis van het Activiteitenbesluit gezien als agrarische bedrijfsstoffen. Het opslaan hiervan is een activiteit uit hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit en daarmee meldingsplichtig. Voor de opslag is een minimale afstand van

5/8

25 meter van toepassing, tenzij het opslaan reeds voor 1 januari 2013 plaatsvond en verplaatsing van de opgeslagen bedrijfsstoffen redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Uit de veranderingsvergunning voor de inrichting d.d. 7 mei 2007 blijkt dat de opslag van kuilvoer is vergund op circa 27 meter van de gevel van de huidige bebouwing aan de NieuwLoosdrechtsedijk 2, zie onderstaande afbeelding, zodat formeel voldaan wordt aan deze afstandseis.

Indien deze opslag niet meer op de vergunde plaats aanwezig is en er sprake is van een nieuwe opslaglocatie, dan dient dit gemeld te worden op grond van het Activiteitenbesluit. Berekening emissiepunten: Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactor is opgenomen in artikel 10 van de Wgv en voor zover sprake is van een meldingsplichtige inrichting, wordt de geurhinder beoordeeld op grond van artikel 3.117 van het Activiteitenbesluit (de daarin opgenomen berekeningswijze is gelijk aan die in artikel 4 van de Wgv). In dat geval dient een minimale afstand tussen de veehouderij en het ‘geurgevoelige object’ te worden aangehouden. Op grond van artikel 3.117 Activiteitenbesluit (en artikel 4 Wgv) wordt deze afstand gemeten vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt. In artikel 1 van de Regeling geurhinder en veehouderij is het emissiepunt van een overdekt dierenverblijf gedefinieerd als als: “een punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten het geheel overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht”. In het Milieuonderzoek wordt uitgegaan van één centraal emissiepunt per stal in het midden van die stal. Dit vanwege de te verwachten geurpluim. Hiervan uitgaande bedraagt de afstand tussen de paardenstal en het geurgevoelige object 30 meter, voor de rundveestal bedraagt deze afstand 28 meter.

Gezien de bouw van de stallen is echter aannemelijk dat een relevante hoeveelheid geur pas buiten de stallen treedt ter plaatse van de staldeuren. De deuren van de stallen zijn conform de meest recente milieuvergunning en situatietekening beide gesitueerd in de zuidwest gevel, zoals weergeven op onderstaande afbeelding. Hiervan uitgaande bedraagt de afstand tussen de paardenstal en het geurgevoelige object niet 30, maar 39 meter. De afstand tussen de rundveestal en het geurgevoelige object bedraagt in dat geval 28 meter (gelijk aan het centrale emissiepunt zoals gehanteerd in het Milieuonderzoek).

6/8

Afbeelding 1:

Opslag en afvoer van kadavers. Dit onderwerp is geregeld in paragraaf 3 (artikelen 3.20- 3.26) van de Regeling dierlijke producten. Op basis van deze regeling dienen kadavers uiterlijk een werkdag na sterfte te worden aangemeld bij de ophaaldienst (Rendac Son). De ophaaldienst is overeenkomstig de regeling verplicht om uiterlijk de werkdag daarna het kadaver op te halen. Overlast voor de omgeving is daarmee tot een minimum beperkt en niet van invloed op de beoogde ontwikkeling. Footprint Loosdrechtsedijk 2 De footprint neemt enkel toe in het middenstuk van de westgevel. De inrichting wordt hierdoor niet beperkt, nu het dichtstbijzijnde deel van de gevel van de huidige bebouwing aan Nieuwe Loosdrechtsedijk 2 dichter bij de inrichting ligt. Hierdoor wordt in overeenstemming met artikelen 3.117 lid 2 en 3.119 lid 2 Activiteitenbesluit gehandeld. Sterker nog, de dichtstbijzijnde gevel van het zorgcomplex ligt op grotere afstand van NLD 6 dan de huidige bebouwing aan de NLD 2. Afstanden paardenstal, veestal, (drijf)mestopslag Ten opzichte van de dichtstbijzijnde gevel van het huidige pand aan de NieuwLoosdrechtsedijk 2 neemt de afstand tot de veehouderij (en daarmee tot de paardenstal, veestal en de(drijf)mestopslag) toe. Gelet hierop is sprake van meer milieuruimte voor de inrichting.

Hierdoor is in de nieuwe situatie sprake van een beter woon- en leefklimaat dan in de bestaande situatie het geval is. Afstanden dieseltank en gevaarlijke stoffen De aan te houden afstanden ten opzichte van de tank en de gevaarlijke stoffen zijn geregeld in het Activiteitenbesluit respectievelijk de PGS30 en de PGS15. Iedere inrichting dient hieraan te voldoen zonder dat de risicocontour van deze activiteiten over de erfgrens komt te liggen. Ad 8: De aanvraag is onderbouwd door de ruimtelijke onderbouwing en alle daarbij horende onderzoeken. Op een aantal onderwerpen (geluid) zijn nadere meerdere onderzoeken verricht. Alle onderzoeken zijn bijgevoegd.

7/8

Conclusie uit alle onderzoeken is dat het zorgcentrum er kan worden gerealiseerd en er gezorgd wordt voor een goed woon- en leefklimaat en het naastgelegen bedrijf niet in zijn activiteiten wordt belemmerd. Tevens heeft aanvrager een aantal malen met appellant gesproken. Is er een communicatieverslag opgesteld (zie bijlage) en is van de zijde van de gemeente diverse malen contact geweest. Dit laat onverlet dat appellant de ontwikkeling liever niet ziet. Communicatie/participatie staat echter niet gelijk aan “gelijk krijgen”. Ad 9: De aanvraag/situatie aan de Reeweg is een geheel andere, niet vergelijkbaar. Bij Reeweg 2a/2b ging het om een veehouderij waarin diercategorieën worden gehouden met een geuremissiefactor. In het onderhavige geval is sprake van een paarden/rundveehouderij waar diercategorieën worden gehouden zonder geuremissiefactor; Voorts zag de aanvraag omgevingsvergunning voor Reeweg 2a/2b op de transformatie van een garagebedrijf naar twee woningen. Dit garagebedrijf kwalificeert niet als geurgevoelig object in de zin van het Activiteitenbesluit. Dit betekent dat de veehouderij in die zaak - wat betreft het aspect geur - niet in haar bedrijfsvoering werd belemmerd. In het onderhavige geval is in de bestaande situatie wél sprake van een geurgevoelig object, namelijk het (voormalige) politiebureau aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 2.

De Inrichting wordt in de bestaande situatie dus ook al belemmerd door de aanwezigheid van het gebouw aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 2; Tot slot wordt opgemerkt dat uit de samenvatting en beantwoording zienswijzen op de ontwerp-omgevingsvergunning voor Reeweg 2a/2b blijkt dat de bouw van de twee woningen ook goed mogelijk was buiten de 50-meterzone van de desbetreffende veehouderij. In het onderhavige geval kan het zorgcomplex niet buiten de 50-meterzone worden gerealiseerd, simpelweg omdat het gehele perceel Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 binnen de 50-meterzone van de Inrichting ligt. Ad 10: Er is geen wettelijke grondslag die het opstellen van een planschaderisicoanalyse verplicht. De gemeente heeft deze eventuele kosten overigens middels het sluiten van een overeenkomst bij de ontwikkelaar gelegd en loopt geen financieel risico. Onder de Wro kan een verzoek om planschade ook pas ingediend worden nadat de planologische wijziging onherroepelijk is geworden. Onder de Omgevingswet zelfs pas nadat de plannen daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11598533/1