Bijlage 4 Nota van beantwoording - adviesraden - conceptbeleidsplan Bescherming en Opvang
Tekst van het document
Nota van beantwoording – adviezen Adviesraden Sociaal Domein t.b.v. het conceptbeleidsplan Bescherming & Opvang 2026-2033 13 oktober 2025 DOC-25013151 Op 23 mei 2025 is de conceptversie van het regionaal beleidsplan Bescherming & Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2026 – 2033, inclusief het uitvoeringsprogramma Bescherming & Opvang 2026-2029, naar de adviesraden sociaal domein verzonden. Met daarbij de gelegenheid om tot uiterlijk 8 september 2025 hun advies kenbaar te maken. In onderstaand schema zijn in de eerste kolom per adviesraad de adviezen opgenomen. In de tweede kolom is de reactie op het advies opgenomen en het eventuele vervolg dat hieraan is/wordt gegeven. Advies van de Adviesraad Werk en Inkomen en Beraad Gooise Meren Nummer Input 1.
2.
Reactie en vervolg
De adviesraden ondersteunen de regionale samenwerking. We hopen dat het de bestuurders lukt die samenwerking solidair, collegiaal en effectief te laten verlopen. We zijn blij dat de samenwerking in grote lijnen goed loopt. Maar we willen waken voor een te ‘bestuurlijke’ kijk op de zaak. Op veel punten zijn de afspraken op papier op het eerste gezicht prima, maar in de praktijk komt er te weinig van de grond. Committeren gemeenten en organisaties zich aan concrete doelen en acties met einddata?
Wij herkennen de door u geschetste kloof die kan ontstaan tussen geschreven beleid en de uitvoering daarvan in praktijk. Dit heeft doorlopend onze aandacht. Daarom committeren gemeenten en partners zich, net als in de voorgaande beleidsperiode, ook voor de beleidsperiode 2026-2033 aan het realiseren van doelen en acties. In het uitvoeringsprogramma is de PDCA-cyclus leidend voor het proces, hiermee zijn we al iets concreter geworden ten opzichte van de nu nog lopende beleidsperiode. Met daarbij de kanttekening dat juist vanwege de weerbarstige uitvoeringspraktijk de realisatie van beleidsmaatregelen meer tijd kan kosten dan voorzien. Voorbeelden hiervan zijn onder andere Keerpunt Noord en In Between Places. Met het voor acht jaar vaststellen van het beleidsplan Bescherming & Opvang 20262033 geven gemeenten een duidelijk signaal af dat zij zich opnieuw committeren om gezamenlijk op te trekken in het realiseren van ondersteuning en opvang voor inwoners met een kwetsbaarheid. Bij veel onderdelen van dit beleidsplan is Aantallen, groei of krimp is binnen dit kader onduidelijk om hoeveel inwoners het erg moeilijk uit te drukken in cijfers. Zeker ook gaat, hoeveel hulpverleners er betrokken daar er zoveel afhankelijkheden zijn zoals zijn. Wordt er groei of krimp van het beschreven bij het hoofdstuk aantal hulpvragenden verwacht? Op Maatschappelijke ontwikkelingen.
Dit gebrek welke termijn? Welke organisatie of aan data speelt overigens niet alleen in onze diensten gaan ermee aan de slag? regio, maar ook bij andere regio’s en heeft dan Wanneer zouden bepaalde resultaten ook landelijk aandacht. Data die we wel zichtbaar moeten zijn? In de hebben zijn ook zoveel als mogelijk genoemd puntsgewijze evaluatie (Startnotitie) in het beleidsplan, het uitvoeringsprogramma komt deze kanttekening ook meerdere en/of worden bij oplevering van de malen naar boven. Dit is een helder en halfjaarlijkse voortgangsrapportages Pagina 1 van 1
urgent signaal aan de wethouders en regiobestuurders.
3.
4.
5.
De adviesraden steunen het voorstel om de beleidsperiode te verlengen. In zijn algemeenheid constateren wij een overvloed aan beleid en minder aandacht voor reflectie op de praktijk en bijstellen van protocollen, methoden enzovoort. Daar zou nu meer ruimte voor moeten ontstaan. Het vraagt wel om een kritische toetsing van resultaten. Heeft iets gewerkt? Waarom wel of niet? Wat kan of moet er veranderen? De voorgenomen planning van twee uitvoeringsprogramma’s en budgettaire reserves geven ruimte aan tussentijdse aanpassingen. Wij adviseren u om de adviesraden in de hele regio jaarlijks actief op de hoogte te houden van resultaten en wijzigingen en hen ook in formele zin om advies te vragen.
Bureaucratie, onduidelijke regelgeving, verkokering etc. bij overheid en instanties leiden nog (te) vaak tot frustratie bij burgers en tot verlies van de grip (zelfregie) die zij ervaren op hun situatie. Inwoners in een vroeg stadium ondersteunen om erger te voorkomen vereist dat zij de lokale overheid en publieke instanties kunnen vinden. Zorg ervoor dat de hulpzoekende inwoner niet verdwaalt in een bureaucratisch doolhof. De adviesraden willen benadrukken dat
genoemd. De planning (welk termijn, welk resultaat) vindt u zo concreet mogelijk terug in het uitvoeringsprogramma, bij alle maatregelen 1 t/m 21. Wij hebben alsnog een aantal aanscherpingen kunnen doen bij de maatregelen/doelen, zoals bij 12, 13 en 14 (omdat we hier al enige voortgang in hebben kunnen boeken vooruitlopend op vaststelling van het definitieve uitvoeringsprogramma). De organisaties die betrokken zijn en later mogelijk gaan worden, staan inderdaad wel in de startnotitie maar niet zo concreet in het beleidsplan, enerzijds daar dit een aanzienlijke lijst is en anderzijds daar er mogelijk nieuwe organisaties bijkomen tijdens de uitvoering van het beleidsplan 2026-2033 (of op termijn misschien ook afvallen gedurende de komende 8 jaar). Dank u wel dat u dit onderschrijft. Aan de hand van de voortgangsrapportages kan de voortgang elk half jaar worden gemonitord. De rapportages geven eveneens inzage in wat goed gaat en wat niet en daar waar mogelijk in het hoe en waarom hiervan.
Aan de hand van de voortgangsrapportages kan de voortgang elk half jaar worden gemonitord. De rapportages geven eveneens inzage in wat goed gaat en wat niet. Het is een instrument voor bestuurders en gemeenteraden om te kunnen sturen. Dit instrument zal doorlopend onder de aandacht worden gebracht. De voortgangsrapportages worden eveneens op Bescherming & Opvang | Regio Gooi en Vechtstreek gepubliceerd. Uiteraard staat het de Adviesraad hierbij vrij om een advies uit te brengen. Juist ook vanwege wat u hier schrijft, hebben wij het domeinoverstijgend samenwerken, het ontschotten, het verbinden en de integrale benadering zoveel aandacht gegeven in het beleidsplan. De focus ligt daarbij op het domeinoverstijgend samenwerken, ontschotten en verbinden tussen gemeenten onderling als ook intern bij gemeenten. Dit alles uiteraard in samenwerking met alle relevante maatschappelijke partners. Daarnaast wordt ook ervaringsdeskundigheid en onafhankelijke cliëntondersteuning ingezet om inwoners naar de juiste ondersteuning toe te leiden. Ook binnen de gemeente Gooise Meren wordt Pagina 2 van 19
6.
voor een inwoner met zorgen de overheid een groot apparaat is. Die burger heeft geen boodschap aan de verschillende wetten, geldstromen, instanties of loketten. Laten we zorgen dat hulpbehoevende burgers in Gooise Meren een behulpzame en betrokken medewerker treffen en dat het loket dat hen ontvangt zorgt voor een warme overdracht als de hulp ergens anders vandaan moet komen. De adviesraden zijn van mening dat ruimhartige hulp in een vroeg stadium de totale maatschappelijke kosten uiteindelijk zal beperken. Kwijtschelding van een kleine schuld, bijvoorbeeld, voorkomt een vicieuze cirkel die tot dakloosheid leidt met alle gevolgen en kosten van dien. Een investering in deze preventieve maatregelen mag niet ten koste gaan van voorzieningen die nu beschikbaar zijn voor inwoners met een hulpvraag. Preventieve maatregelen zorgen op termijn voor vermindering van vraag.
7.
In het beleidsplan missen wij de zorg voor omwonenden en andere betrokkenen (familie), die mogelijk overlast ervaren en/of een rol hebben in de zorg voor of herstel van de doelgroep […] Aandacht voor omwonenden zal de acceptatie van de doelgroep bevorderen en voorlichting vergroot de kans dat zij positief en adequaat reageren op gedrag van hulpbehoevenden. Wij adviseren u dit element toe te voegen.
8.
‘Gewoon meedoen’ vergt een samenleving die voorbereid is op inwoners, die soms hulp nodig hebben of zich ‘anders’ gedragen. Wij adviseren u om te investeren in contact met omwonenden, en ook hun verhaal en hulpvraag ruimhartig te behandelen. Dit uitgangspunt vinden wij van waarde bij herstelvoorzieningen, de crisiskaart, beschermd en veilig thuis wonen.
hard gewerkt aan domeinoverstijgende samenwerking en aan integraal werken. Zowel binnen de gemeentelijke uitvoeringsdienst als ook in de samenwerking tussen de verschillende partnerorganisaties. Helder is dat dit niet alleen een kwestie is van anders organiseren maar vooral ook een cultuur- en mentaliteitsverandering in organisaties die professionals ruimte biedt om integraal ondersteuning te bieden aan onze inwoners. Daar waar preventieve maatregelen de lokale opgaven van gemeenten overstijgen hebben we deze ondergebracht bij dit regionale programma. In Gooise Meren is in de afgelopen beleidsperiode geïnvesteerd in preventieve maatregelen. Denk bijvoorbeeld aan intensivering van de vroeg signalering van schulden en de samenwerking tussen formele en informele partijen rondom mensen met Ernstig Psychiatrische Aandoeningen (EPA). Deze lijn van inzetten op preventie wordt in Gooise Meren in de komende beleidsperiode doorgezet en krijgt ook nog een extra impuls door de beweging van ziekte naar gezondheid in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA). In het conceptbeleidsplan is aandacht voor dit punt. Zo staan bijvoorbeeld de ontwikkeling van de aanpak W in de Wijk, de ontwikkeling van een herstelvoorziening (ook voor naasten en familie!) en specifieke (mantelzorg) ondersteuning van familie en naasten genoemd.
Deze elementen gaan hierover. Maar daar waar dit punt, net als u, dusdanig belangrijk vinden hebben we naar aanleiding van uw advies in de definitieve versie van het beleidsplan ook nog expliciet een aanvullende tekst opgenomen. Dit staat op pagina 19 bij het kopje ‘Zoveel mogelijk (veilig) thuis wonen’. Dit advies onderschrijven wij. Gemeenten investeren daarom lokaal doorlopend in onder andere interventieteams, meldpunten voor overlast en in buurtbemiddeling.
Pagina 3 van 19
9.
Wij adviseren u ruimte te maken voor voorlichting en zorg voor omwonenden. Verwachtingsmanagement is hierbij een belangrijke factor. Wat kan een hulpverlener doen, en welk tijdpad wordt doorlopen. Wat betekent dat voor de direct betrokkenen. Kennis leidt tot begrip en daarmee tot meer acceptatie en welwillendheid bij omwonenden, wat weer helpend is bij het herstel.
10.
Helaas zijn wachtlijsten een realiteit. Wij adviseren de uitvoeringsdiensten en alle betrokken organisaties om na de intake regelmatig contact te zoeken met de inwoners die op hun wachtlijst staan. Om te vragen naar mogelijke veranderingen in hun situatie en hulpvraag. Die hebben immers gevolgen voor de prioriteit. De hulpzoeker krijgt door deze aandacht ook het gevoel dat hij of zij serieus genomen wordt en ertoe doet.
11.
Wij onderschrijven het beleidsuitgangspunt dat een eigen plek in de gemeenschap het ‘hoogste doel’ is. Maar om dat te realiseren zijn er veel randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden. Betaalbare, geschikte woningen zijn zeer schaars. En de adviesraden maken zich zorgen over de ‘schijnbare’ concurrentie tussen doelgroepen die in de publieke opinie opkomt. Ook in onze regio komt dit soms daadwerkelijk voor. De terechte opvang van Oekraïners heeft groot beslag gelegd op de capaciteit binnen onze regio. ‘Wonen eerst’ is dan ook het uitgangspunt dat over dit beleidsplan zou moeten liggen. De adviesraden erkennen dat de regionale en
Het beleidsplan is een regionaal plan maar een aantal onderdelen (zoals dit onderdeel) hebben ook een belangrijk lokaal component. In Gooise Meren kan iedereen terecht bij het meldpunt voor vragen en/of zorgen over inwoners. Het Team Maatschappelijke Zorg biedt dan advies en ondersteuning. Vrij recent is een structurele communicatie-aanpak ontwikkeld om verhalen te delen, kennis te vergroten en begrip te kweken. Graag nemen wij beide lokale onderdelen nog eens met de adviesraad door voor feedback. Daarnaast is via de aanpak W in de Wijk de afgelopen twee jaar in Gooise Meren een aanpak ontwikkeld om inwoners, professionals en vrijwilligers bij allerlei organisaties en clubs handvaten te bieden bij het omgaan met inwoners met ander gedrag/problematiek en ook directe ondersteuning als dat nodig is. Deze aanpak wordt de komende beleidsperiode breder ingezet. Wij onderschrijven uw advies en ten aanzien van de wachtlijsten voor beschermd wonen hebben we hier ook structurele afspraken over gemaakt hoe deze wachtlijsten actueel blijven en/of iedere wachtende wel of niet kan/wil wachten en daarbij overbruggingszorg nodig hebben. De regionale wachtlijstbeheerder stemt hierover met een vaste frequentie af met de gemeentelijke uitvoeringsdiensten.
Dit staat ook beschreven in de halfjaarlijkse voortgangsrapportages van de afgelopen beleidsperiode en straks ook weer in de toekomstige rapportages. Daarnaast is er in de dagelijkse praktijk ook tussentijds contact over de individuele cases, daar waar gewenst en/of nodig. Dank u wel, gemeenten herkennen en erkennen de door u geschetste problematiek en hebben hier ook hun inzet in (primair vanuit het fysieke domein, portefeuille Bouw & Wonen). In de regionale woonzorgstrategie is het uitgangspunt om concurrentie tussen doelgroepen te voorkomen en voor alle groepen (met of zonder zorg) voldoende betaalbare woningen te realiseren.
Dat onderschrijven wij. Het uitgangspunt ‘Wonen eerst’, gekoppeld aan de landelijke én regionale aanpak Dakloosheid, is dan ook een belangrijk uitgangspunt van dit beleidsplan. Pagina 4 van 19
gemeentelijke overheden beperkte mogelijkheden hebben. Maar het is hoog tijd dat de woningnood daadwerkelijk minder wordt. 12.
Vanuit ons perspectief zien wij een sterke noodzaak om afdelingen en organisaties beter te laten samenwerken. Er is weinig overzicht en onderlinge kennis van activiteiten. Er moet meer ruimte komen voor domein overstijgende overleggen en doorbraak gerichte methoden. Wij adviseren een plan te maken met concrete acties die de contacten en samenwerking kunnen verbeteren.
13.
De adviesraden zien het grote nut van het werken met ervaringsdeskundigen. Zij verhogen de kunde van hulpverleners en geven inwoners het vertrouwen dat ze herkend en erkend worden.
14.
De adviesraden zijn positief over het realiseren van herstelvoorzieningen. We maken ons zorgen over de daadwerkelijke capaciteit. Het is noodzakelijk om het bestaan van de voorziening veelvuldig te communiceren. De gebiedsgerichte werkwijze die voor het sociaal domein wordt voorbereid zou hier helpend in moeten zijn. De adviesraden maken zich zorgen over het zicht dat de Overheid heeft op de risicogroepen. Wij juichen het ETHOSlight onderzoek toe. Hoe eerder hoe beter.
Wij onderschrijven uw advies om het bestaan van de herstelvoorziening veelvuldig te communiceren. Over diverse voorzieningen in onze regio wordt regelmatig via (social) media gecommuniceerd. Naast (social) media vormen gemeenteconsulenten een belangrijke schakel in de toeleiding van inwoners naar voorzieningen. De gebiedsgerichte werkwijze zou hierin inderdaad ook helpend in kunnen zijn. Dank voor uw onderschrijving op dit punt.
De privacywetgeving is streng. Maar in eerste instantie bedoeld om burgers te beschermen. Wij adviseren u zorgvuldig en creatief te zijn in manieren om de privacywetgeving terzijde te schuiven als die noodzakelijke hulp in de weg staat. De wet geeft daar ook ruimte voor. Betere communicatie richting inwoners en signalerende instanties (scholen, huisartsen), met brede meldpunten zijn wat ons betreft helpend. Medewerkers van allerlei instanties moeten weten waar en hoe ze een melding kunnen doen.
Daar zijn we van op de hoogte, dank voor uw advies in deze. Wij zoeken altijd naar de juiste balans tussen privacy en veiligheid. En ten aanzien van noodzakelijk hulp hebben we gelukkig ook nog bemoeizorgmogelijkheden.
15.
16.
17.
Wij onderschrijven het belang van goede samenwerking, ook tussen afdelingen binnen de gemeentelijke organisaties. Ten aanzien van dit regionale beleidsplan zijn er diverse overlegtafels, waar domeinoverstijgend wordt samengewerkt en doorbraken tot stand worden gebracht. Een voorbeeld hiervan is het Zorg- en Veiligheidshuis. Specifiek voor Gooise Meren geldt dat hier Sociaal Domein breed (niet alleen B&O) aan gewerkt wordt. De gemeente bespreekt dit graag met de adviesraad voor feedback. Wij waarderen uw input op dit onderwerp en zijn dezelfde mening toegedaan. Herstelgericht werken en de inzet van ervaringsdeskundigheid vormen om die reden de rode draad van het beleidsplan.
De gemeente heeft met de ontwikkeling van de zogenoemde ‘STIP’s’ een eerste stap gezet naar het ontwikkelen van laagdrempelige punten in de wijken waar iedereen terecht kan. Het gaat daarbij niet alleen om vragen op het gebied van gezondheid maar ook om andere vormen van (laagdrempelige en maatwerk) ondersteuning. Deze STIP’s staan nog in de kinderschoenen. Daarnaast zijn er verschillende meldpunten voor inwoners en professionals die zoekende zijn. De gemeente Gooise Meren gaat graag met de adviesraad in gesprek hoe zij de Pagina 5 van 19
‘brede meldpunten’ die hier worden genoemd voor zich zien.
18.
19.
20.
21.
De keten van (arbeidsmatige) dagbesteding tot en met regulier werk is uit dit beleidsterrein verdwenen. Maar de samenhang is groot. Een integraal beeld en een integrale visie op de doelen en het functioneren van deze keten is noodzakelijk.
De samenhang tussen Bescherming & Opvang en de keten van arbeidsmatige dagbesteding en regulier werk is inderdaad groot. Maar daar waar het participatie en toe leiden naar werk betreft valt het buiten de scope van dit beleidsplan. Daar de Participatiewet geen onderdeel uitmaakt van dit beleidskader. Binnen dit beleidskader, bij maatregel/doel 8 Continueren OGGz (arbeidsmatige) dagbesteding wordt in de uitvoering wel de samenwerking gezocht per inwoner die hier gebruik van maakt. Bij de inkoop hiervan, waar u ook uw advies heeft uitgebracht, staat hoe er in de dagelijkse uitvoering samengewerkt dient te worden. De adviesraden benadrukken de waarde Hierbij sluiten wij ons aan. Daarom is van vrijwilligerswerk. Enerzijds om herstelgericht werken de rode draad van het hulpcapaciteit op te bouwen, anderzijds beleidsplan. Herstelgericht werken richt zich als onderdeel van een hersteltraject. op het versterken van de eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners om een betekenisvol leven te leiden. Het doel is het bevorderen van persoonlijk en maatschappelijk herstel. (Vrijwilligers)Werk en een actieve rol in de samenleving worden hierbij gestimuleerd, omdat dit bijdraagt aan het herstelproces en de zelfredzaamheid. Werken als vrijwilliger is een vorm van maatschappelijk herstel.
De gemeente, in samenwerking met Dit valt onder het lokale beleid in het kader andere instanties, dient ervoor te zorgen van de Participatiewet en valt daarmee buiten dat er geen negatieve beleidskeuzes die in dit beleidsplan worden inkomstenseffecten ontstaan wanneer gemaakt. De samenhang met Bescherming & mensen weer (deels) aan het werk gaan. Opvang is echter evident. Integraal beleid ontwikkelen betekent dus ook rekening houden met deze effecten. In het kader van de uitvoering (o.a. Aanpak Dakloosheid) is er steeds afstemming met dit beleidsterrein. De aandacht van de adviesraad hiervoor is helpend om hier scherp op te blijven. Wonen eerst. De adviesraden Hierin zijn wij dezelfde mening toegedaan. onderschrijven de analyse en de Gemeenten zetten hierop in (grotendeels plannen. Maar het begint bij de buiten de scope van de beleidskader) via de beschikbaarheid van betaalbare woondeal, het woonakkoord en de regionale woningen. woonzorgstrategie. Ook vanuit dit plan wordt is en blijft er domeinoverstijgend samengewerkt (tussen het sociale en fysieke domein en tussen B&O en Wonen).
Pagina 6 van 19
22.
23.
24.
De adviesraden onderschrijven het uitgangspunt dat een eigen thuis in een wijk in veel gevallen de voorkeur heeft boven wonen en leven in een instelling. Dat uitgangspunt vraagt van de maatschappij dat zij zwaardere vormen van overlast en gedrag verdraagt en aanvaardt. Er is echter ook een grens aan de draagkracht van buurten. We adviseren de gemeente om alert te zijn op signalen dat die draagkracht overvraagd wordt en daar snel en passend op te reageren. De adviesraden vragen met klem om verbetering in de overdracht van inwoners met een hulpvraag van 18naar 18+. Wij verwachten dat stappen daartoe nu al genomen worden. Het is van het grootste belang om te investeren in jongeren: zij hebben immers nog een heel leven voor zich. Bij iedere jongere die hulp krijgt en boven de 16, zou de overgang naar 18+ actieve aandacht van de instanties moeten krijgen. Ook hier is warme overdracht noodzakelijk. De Gemeente heeft de plicht om hier regie te nemen en per casus te controleren of de overgang goed gaat. De adviesraden zien nog vaak verschil in signalen en handelen tussen hulpverleners en politie. We adviseren om te zoeken naar middelen en protocollen (manieren van werken) die zorgen dat de overheid met één mond spreekt. Dat geldt voor de “zware” gevallen, maar ook bij jonge of nieuwe.
Mensen die langer in een wijk, in een eigen woning, blijven wonen dienen ook in staat te zijn om een goede huurder en een goede buur te zijn dan wel binnen afzienbare tijd te worden, al dan niet voorzien van zorg en hulp. Overlast en onaangepast gedrag hoort niet thuis in een wijk, dat wordt ook zoveel mogelijk voorkomen en op geanticipeerd wanneer dit zich onverhoopt toch voordoet. Er zullen dan ook altijd instellingen nodig blijven en ook woonzorgconcepten zoals skaeve huse (zoals Keerpunt Zuid in Hilversum) die buiten de wijk gesitueerd zijn. Vooruitlopend op de vaststelling van het beleidsplan wordt daar dan ook alvast op ingezet. Dank u wel dat u dat belang zoveel nadruk meegeeft.
De constatering van de adviesraden dat er verschillen bestaan in signalering en handelen tussen hulpverleners en politie is herkenbaar. Deze verschillen zijn vaak het gevolg van uiteenlopende professionele kaders, verantwoordelijkheden en werkwijzen. Waar hulpverleners primair vanuit ondersteuning en herstel denken, richt de politie zich op veiligheid, handhaving en strafrechtelijke kaders. Het beleidsplan Bescherming & Opvang 2026–2033 erkent deze knelpunten en zet in op een integrale benadering van zorg en veiligheid. In het plan wordt benadrukt dat samenwerking tussen domeinen en daartoe behorende relevante ketenpartners essentieel is om kwetsbare burgers effectief te ondersteunen en te beschermen. Dit vraagt om duidelijke afspraken, gezamenlijke werkwijzen en een gedeeld handelingsperspectief. Om dit te realiseren, worden onder andere de volgende acties uitgevoerd: • Regionale samenwerking via Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek. Hier wordt casuïstiek domeinoverstijgend opgepakt. • Ontwikkeling en toepassing van gezamenlijke protocollen en handreikingen. Pagina 7 van 19
•
25.
Wij missen een notie van urgentie in de zoektocht naar interventieopvangplekken of solitaire woonvormen.
26.
Wij zijn positief over de terugkeer van Samenkracht! In het verleden heeft de methode goed gewerkt. Maar ze is ook kwetsbaar. De doelgroepen die in dit beleidsplan een rol spelen zijn kwetsbaar en moeten goed voorgelicht worden. Om beleid en uitvoering te verbeteren zou de gemeente zich ook kunnen wenden tot vertegenwoordigers van cliëntenraden, wijkraden, vertegenwoordigers van zorgprofessionals, uitvoeringsdiensten en de diverse adviesraden in de regio. Organisaties en hulpverleners verschuilen zich nog vaak achter onduidelijke verantwoordelijkheden en geldstromen. Verandering daarin moet komen van bestuurders die heldere context en randvoorwaarden scheppen. De gemeente Gooise Meren heeft de verantwoordelijkheid om zelf te observeren hoe de hulp uiteindelijk werkt in de praktijk. En niet alleen te vertrouwen op de bestuurlijke rapportages van instanties.
27.
Professionalisering en scholing van betrokken professionals, gericht op het herkennen van signalen en het afstemmen van interventies.
Dat betreuren wij. Die urgentie wordt namelijk wel degelijk gevoeld. Dusdanig zelfs dat, vooruitlopend op de ingang van het beleidsplan in 2026, binnen de subsidieaanvraag Grip op Onbegrip bij ZonMW een aanvraag is gedaan voor financiering van een projectleider. Om zo de voorbereiding en realisatie van opvangplekken voor inwoners met multiproblematiek en veiligheidsrisico’s te versnellen (beleidsmaatregel 16 - beleidsplan Bescherming en Opvang 2026-2033). Samenkracht! staat voor het betrekken van inwoners in regio Gooi en Vechtstreek bij het regionale beleid in het gehele sociaal domein. Samenkracht! is daardoor programma overstijgend en reikt daarmee verder dan enkel de scope van Bescherming & Opvang. Onder de paraplu van Samenkracht! kunnen zowel inwoners met ervaringskennis, ervaringsdeskundigen als de door u genoemde actoren worden geraadpleegd.
Hierin delen wij uw standpunt. Het beleidsplan benadrukt daarom het belang van bestuurlijke helderheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid. In het beleidsplan wordt erkend dat diverse inwoners te maken hebben met meervoudige problematiek op verschillende leefgebieden, zoals psychische kwetsbaarheid, dakloosheid, verslaving en huiselijk geweld. Dit vraagt om een integrale benadering, waarbij domeinoverstijgende samenwerking tussen zorg, veiligheid, wonen en welzijn centraal staat. Dit moet leiden tot (een nog) betere samenwerking en met meer samenhang in hulpverlening. Met als doel een effectievere ondersteuning van kwetsbare inwoners. De gemeente Gooise Meren onderschrijft dat zij de verantwoordelijkheid heeft om zelf te observeren hoe hulp in de praktijk werkt. Enerzijds gebeurt dat min of meer vanzelf via de dagelijkse praktijk van de uitvoeringsdienst Sociaal Domein en in de samenwerking met andere organisaties. Anderzijds vraagt dit ook om actieve inspanning van gemeenten.
Pagina 8 van 19
28.
De adviesraad Werk en Inkomen en het Beraad Gooise Meren zijn in zijn algemeen positief over de plannen en uitgangspunten die opgenomen zijn in het Beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’, 2026-2032. De adviesraden zijn positief over de betrokkenheid van wethouders en ambtenaren bij de inwoners. En wensen hen en de betrokken organisaties veel empathie, doorzettingsvermogen, wendbaarheid en wijsheid bij het uitvoeren van alle plannen.
Dank u wel!
Pagina 9 van 19
Gezamenlijk advies van de Adviesraden van Hilversum en Wijdemeren Nummer
Input
Reactie en vervolg
29.
Algemeen inhoudelijk oordeel beleidsplan Voordat het beleidsplan is opgesteld, is de huidige beleidsperiode geëvalueerd. Een belangrijke conclusie was: "Veel gaat goed". Dat is ook te zien in het concept van het beleidsplan 2026-2033. In veel gevallen wordt het beleid voortgezet. Het algehele oordeel van beide adviesraden is dat het beleidsplan goed in elkaar zit en een goede basis is voor een succesvolle uitvoering van de opgaven op het gebied van bescherming en opvang. Taakstelling en meetbaarheid Veel voornemens worden beschreven. Wat het plan sterker zou maken, is het specifiek benoemen van zaken als:
Dank u voor uw positieve oordeel.
30.
• • • • • • 31.
Wie is verantwoordelijk, Wie doet wat, Welk doel wordt beoogd, Om welke aantallen gaat het, In hoeverre zijn de beschreven voornemens effectief, Normstellingen.
Pagina 17 onder 2: Het voornemen is om ten minste één zelfstandige herstelvoorziening. Waarom één en niet meer. Welke capaciteit? Wie gaat dat doen? Aan welke locatie wordt gedacht?
De concretisering van de door u genoemde punten treft u voor zover mogelijk in het uitvoeringsprogramma Bescherming & Opvang 2026-2029. Waarmee wij uw advies zover mogelijk hebben overgenomen en verwerkt, onder andere door een PDCA-cyclus op te nemen. In de halfjaarlijkse voortgangsrapportages wordt over de effectiviteit van de beleidsmaatregelen gerapporteerd. De voortgangsrapportages worden op Bescherming & Opvang | Regio Gooi en Vechtstreek gepubliceerd.
De regio kent meerdere initiatieven rondom herstel. De regiogemeenten en lokale partners werken samen in het Herstelnetwerk. Dit netwerk, bekrachtigd door een convenant, zet zich in om vanuit een gedeelde visie op herstel samen te werken met het doel om inwoners met psychische kwetsbaarheden te ondersteunen. Naast de activiteiten vanuit het Herstelnetwerk organiseren individuele gemeenten en aanbieders ook herstelactiviteiten. Bijvoorbeeld respijtvoorziening Retrovo, Over Leven in Hilversum, NA/AA bijeenkomsten, en cursussen door Kwintes en Leger des Heils. Toch is het wenselijk is dat het bestaande aanbod uitgebreid wordt. En dat deze activiteiten op vaste, specifiek voor dat doel ingerichte, locaties worden uitgevoerd. Financiering van deze voorzieningen vanuit IZA SPUK (specifieke uitkering) en/of het AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) is voorliggend. Dus wanneer deze middelen beschikbaar komen, dan worden deze ten gunste van de herstelvoorziening aan de begroting van Pagina 10 van 19
32.
Pagina 17 onder 3: De crisiskaart. Deze is kleinschalig ingevoerd en is waardevol. Hoeveel behoefte is er en zijn 25 kaarten toereikend?
33.
Pagina 25 onder 13: Meer gerichte aandacht voor middelengebruik en verslaving. "Vanuit deze visie zullen gemeenten inzetten op aanvullende herstelgerichte en herstel ondersteunende vormen van dienstverlening, zoveel mogelijk collectief en laagdrempelig'. Dit klinkt meer als een inspanningsverplichting. Wat is meer? Taakstelling ontbreekt.
34.
Pagina 26 onder 14: Overgang van 18- naar 18+ verbeteren voor jongeren. Gemeenten zullen overgang van 18- en 18+ voor
Bescherming & Opvang toegevoegd. Hiermee ontstaat ruimte voor een mogelijke tweede herstelvoorziening. Er wordt in eerste instantie gestart met één locatie om van daaruit verder te kijken wat nodig en passend is. Op dit moment wordt de geschiktheid van diverse mogelijke locaties onderzocht. De nog te realiseren herstelvoorziening wordt autonoom gerund. Dit is essentieel, omdat er veel partners betrokken zijn die ieder eigen belangen hebben. Om de herstelgedachte- en cultuur goed neer te zetten is een hoge mate van autonomie noodzakelijk. Het streven is om ten minste 500 unieke inwoners per maand te bedienen. In 2024 zijn er vijf nieuwe aanmeldingen geweest. Drie hiervan vonden geen opvolging. In twee gevallen was dit op verzoek van de cliënt zelf. De derde aanmelding betrof een andere regio en is om die reden naar de desbetreffende regio doorverwezen. In totaal zijn er in 2024 twee nieuwe crisiskaarten opgesteld. Eén crisiskaart is herzien. In totaal heeft aanbieder MEE Dichtbij voor onze regio 25 crisiskaarten in hun caseload. De uitgifte van crisiskaarten behoeft meer aandacht. Hierover zijn concrete verbeteringsafspraken met de aanbieder gemaakt. En hierop zetten de regiogemeenten de aankomende periode extra in. (Tekst uit Voortgangsrapportage Bescherming en Opvang 2022 t/m eerste kwartaal 2025, p. 5) Dat klopt.
Dit thema behoort tot de nieuw op te pakken taken in de komende beleidsperiode. Het beleidsplan is op hoofdlijnen vormgegeven en daarmee ook meer gericht op waar gemeenten zich voor zullen blijven en/of (meer) gaan inspannen. In het uitvoeringsprogramma staat een eerste uitwerking op maatregelenniveau bij 13 a. t/m e. Maatregelen 13c. en 13d. moeten onder andere leiden tot het kwantificeren van de problematiek bij inwoners van de regio. In het uitvoeringsprogramma staan tevens de boogde maatschappelijke effecten vermeld per doel/maatregelen, zo ook bij ‘Meer gerichte aandacht voor middelengebruik en verslaving’. De maatregel 13b., in het uitvoeringsprogramma, geeft in de voetnoot een aantal mogelijkheden weer, waar nog nadere verkenning voor nodig is gezien de nieuwe taak. Vooruitlopend op de komende beleidsperiode starten daartoe nu al de eerste verkenningen. Helaas kunnen we op dit moment niet concreter zijn, maar nemen dit zeker voor het vervolg mee (ook bij het opleveren van de halfjaarlijkse voortgangsrapportages). Ook hierbij geldt dat dit een nieuwe taak betreft voor de komende beleidsperiode, waarbij vanuit dit (Wmo) beleidsterrein vooral ook de verbinding met de Jeugdwet gelegd en verbeterd Pagina 11 van 19
jongeren verbeteren door intensiever samen te werken m.b.t. de diverse wetten en door beter passende alternatieven voor de huidige intramurale vormen van ondersteuning te ontwikkelen". Wat staat hier eigenlijk? Wanneer? Hoeveel? Veelvuldig wordt term "inzetten op" gehanteerd. Dit is te vrijblijvend.
35.
De adviesraden hebben gekeken of het uitvoeringsprogramma antwoord biedt op de bovengenoemde vragen en opmerkingen. Dat is niet of in beperkte mate het geval. Als voorbeeld dient 14 Doel: Overgang van 18- naar 18+ verbeteren voor jongeren. Acties: • Opzetten van een ambtelijke werkgroep. Wat wordt de taak van deze werkgroep, wie komen er in te zitten, wat moet die werkgroep opleveren? • Verbinding leggen met het nationaal actieplan. Wat betekent dat? • Verbinding leggen tussen het nationaal actieplan dakloosheid en de zogenoemde perspectiefplannen. Wat betekent dat?
36.
Het advies is zowel het beleidsplan als het uitvoeringsplan aan te vullen, waardoor het meer taakstellend, concreter en beter meetbaar wordt. Het belang daarvan neemt toe, omdat beleidsplan een looptijd van acht jaar heeft. Het uitvoeringsplan
zal worden in het belang van de jongeren met kwetsbaarheden. Een eerste uitwerking staat in het uitvoeringsprogramma, inclusief de daarmee beoogde maatschappelijke effecten. Naar verwachting gaat het om een relatief kleine groep jongeren, die nu bijvoorbeeld dak- of thuisloos worden of in het beschermd wonen terecht komen omdat er geen passend vervolg is bij uitstroom van het jeugdverblijf. In het uitvoeringsprogramma komt het ‘wat en wanneer’ naar voren, de aantallen zijn nu nog niet bekend. Op basis van uw advies hebben we in het uitvoeringsprogramma, bij doel 14 op pagina 13 een extra maatschappelijk effect opgenomen en bij 14c. een extra actie toegevoegd t.b.v. passende (vervolg)huisvesting met ondersteuning. De taak van de werkgroep wordt het verbeteren van de overgang van 18- naar 18+ voor jongeren, om te kunnen komen tot de beoogde maatschappelijke effecten. Wie zitting zullen nemen in deze werkgroep, wordt in Q1 2026 duidelijk (maakt onderdeel uit van het opzetten van deze werkgroep zoals beschreven staat bij 14a. pagina 13 van het uitvoeringsprogramma). Het leggen van de verbinding met het Nationaal Actieplan Dakloosheid betekent dat we ook de aanvullende Nationale jongerenwerkagenda agenderen bij de werkgroep (18-/18+) en de daaruit voortkomende interventies zullen oppakken.
De verbinding tussen het Nationaal Actieplan Dakloosheid en de perspectiefplannen, heeft te maken met dat er bijvoorbeeld vanuit de aanpak dakloosheid gesteld wordt dat regievoering op de Big five (vijf levensdomeinen) van belang is voordat mensen (en dus ook jongeren) uitstromen uit een verblijfsinstelling. Vanuit de jeugdagenda wordt gesteld dat dit volgens perspectiefplannen (ofwel toekomstplannen) moet gebeuren. Het gaat hierbij allemaal over hetzelfde, zie hiervoor ook de toelichting in de voetnoot bij maatregel 14 uit het uitvoeringsprogramma. Zodra de eerste stappen zijn gezet (die in 2026 plaatsvinden), zullen de uitkomsten daarvan verwerkt worden in de halfjaarlijkse voortgangsrapportages waarop het beeld over deze nieuwe taak steeds concretere vormen zal aannemen. Zover mogelijk treft u deze concretisering aan in het uitvoeringsprogramma Bescherming & Opvang 2026-2029. Het beleidsplan gaat – juist ook vanwege de lange looptijd – over de hoofdlijnen en is daarmee bewust algemener geformuleerd. Wat nieuw is ten opzichte van de nu nog lopende beleidsperiode (2022-2025), is Pagina 12 van 19
37.
38.
39.
40.
heeft een looptijd van vier jaar en wordt niet door de gemeenteraden, maar door de colleges vastgesteld. Gemeenteraden kunnen bijsturen door een zienswijze in te dienen over het uitvoeringsplan voor de tweede vier jaar. Dan is het essentieel dat de gemeenteraden beschikken over de goede meetpunten. Populairder gesteld: maak de stukken SMART-er. Beleidsvisie: Herstel de verbinding (beleidsplan pagina 10) Goed dat er een continuüm van zinvolle dagbesteding, ontmoeting en werk is. Op- en afschalen moet mogelijk zijn zonder negatieve (financiële) gevolgen voor de inwoner. Persoonlijk en maatschappelijk herstel centraal (beleidsplan pagina 12) Dat persoonlijk en maatschappelijk herstel een prominente plek innemen in het beleid, wordt door de adviesraden van harte onderschreven. Gemeenteraden sturen bij (beleidsplan pagina 14) De adviesraden zouden graag zien dat ze ook structureel ieder halfjaar over de voortgang worden geïnformeerd.
dat er in het uitvoeringsprogramma gewerkt wordt volgens de PDCA-cyclus. Hiermee hebben we een extra instrument geïntroduceerd om te kunnen monitoren en (bij)sturen.
Fijn dat u dit onderschrijft.
Dank voor uw onderschrijving.
De voortgangsrapportages voor bestuurders en gemeenteraden om te kunnen sturen zullen doorlopend onder de aandacht worden gebracht. Deze halfjaarlijkse rapportages worden eveneens op Bescherming & Opvang | Regio Gooi en Vechtstreek gepubliceerd. Uiteraard staat het de Adviesraad hierbij vrij om een advies uit te brengen. Herstelnetwerk, De regio kent inderdaad meerdere initiatieven herstelvoorzieningen, Retrovo, GGz rondom herstel. Toch is het wenselijk is dat het mantelzorg (beleidsplan pagina's 16, bestaande aanbod uitgebreid wordt. En dat deze 17 en 18) activiteiten op vaste, specifiek voor dat doel Ervaringsdeskundigen ingerichte, locaties worden uitgevoerd. hebben/krijgen een belangrijke Het ideaal daarbij is dat deelnemers autonoom inbreng bij het Herstelnetwerk, de aan hun herstel werken, zonder tussenkomst van laagdrempelige instanties of hulpverleners. Dit kan gaan om het herstelvoorziening(en), Retrovo en herstel van een eenmalige periode van GGz Mantelzorg. Hoe verhouden ontwrichting of het stabiliseren van een leven dat deze projecten zich tot elkaar? Welke door dergelijke periodes is gekenmerkt. Dit wordt sturing/regie kunnen deelnemende gefaciliteerd door een herstelvoorziening. Waar ervaringsdeskundigen aan deze activiteiten plaatsvinden die bij de talenten en projecten geven. passies van de deelnemers aansluiten. Met ondersteuning van ervaringsdeskundigen.
Er zijn geen vaste dagbestedingsactiviteiten; deelnemers krijgen de vrijheid om zelf het aanbod te ontwikkelen en te programmeren. De laagdrempelige herstelvoorziening wordt dus idealiter een onafhankelijke organisatie, gerund door (professionele) ervaringsdeskundigen. Retrovo is een laagdrempelige respijtvoorziening van GGz Centraal die gerund wordt door (professionele) ervaringsdeskundigen die in Pagina 13 van 19
41.
Crisiskaart (pagina 17) De crisiskaart wordt waardevol gevonden. Het plan is om 25 kaarten per jaar te verstrekken. Waarom wordt deze niet breder ingezet? Dekt dit de behoefte? Wie is de aanbieder van de crisiskaart?
42.
Beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis (beleidsplan punt 21 en 22) De adviesraden zijn het eens met deze beweging. VNG heeft recent gecommuniceerd dat het in de eigen omgeving laten wonen van personen met verward gedrag als niet geslaagd moet worden beschouwd. De adviesraden hebben geen oordeel over deze conclusie, maar adviseren om het belang van de omgeving nadrukkelijk mee te wegen bij de plaatsing van personen met verward gedrag.
43.
Aanpakken dak- en thuisloosheid (beleidsplan pagina 24) De beschikbaarheid van woonlocaties blijft een knelpunt. Terecht is opgemerkt dat dit knelpunt niet op korte termijn is op te lossen.
dienst zijn bij GGz Centraal. GGz Mantelzorg producten in het kader van dit beleidsplan zijn ingekocht bij GGz Centraal. Ervaringsdeskundigen vervullen een rol bij de uitvoering van deze producten, maar ze zijn niet uitsluitend door ervaringsdeskundigen opgezet en uitgevoerd zoals de twee eerdergenoemde voorzieningen. Al deze voorzieningen zijn complementair aan elkaar. In 2024 zijn er vijf nieuwe aanmeldingen geweest. Drie hiervan vonden geen opvolging. In twee gevallen was dit op verzoek van de cliënt zelf. De derde aanmelding betrof een andere regio en is om die reden naar de desbetreffende regio doorverwezen. In totaal zijn er in 2024 twee nieuwe crisiskaarten opgesteld. Eén crisiskaart is herzien. In totaal heeft aanbieder MEE Dichtbij voor onze regio 25 crisiskaarten in hun caseload. De uitgifte van crisiskaarten behoeft meer aandacht. Hierover zijn concrete verbeteringsafspraken met de aanbieder gemaakt. En hierop zetten de regiogemeenten de aankomende periode extra in. (Tekst uit Voortgangsrapportage Bescherming en Opvang 2022 t/m eerste kwartaal 2025, p. 5) Dit bericht van de nieuwe VNG-voorzitter Zorg en Veiligheid heeft ons ook bereikt.
Wij blijven de ingezette lijn voortzetten en houden daarbij zeker ook rekening met het belang van de omgeving bij plaatsing van mensen met onbegrepen (verward) gedrag, zeker ook wanneer daarbij aanvullend sprake is van gevaarlijk gedrag. Wanneer iemand echt niet in staat is om zich als goede buur te gedragen, worden er in samenwerking met de zorg- en veiligheidsketen, gemeenten en woningcorporatie alternatieve oplossingen, al dan niet buiten een reguliere woonwijk, gezocht. Een goed voorbeeld van het betrekken van de omgeving vindt momenteel plaats in Gooise Meren, het kader van de regionale wens om een tweede skaeve huse (Keerpunt) te realiseren. Hiervoor loopt een zorgvuldig voorbereid en intensief participatietraject met omwonenden. PS: De mensen die baat hebben bij een skaeve huse behoren overigens niet tot de categorie gevaarlijk gedrag. Dank voor uw onderschrijving.
Pagina 14 van 19
44.
Bestuurlijke afstemming zorg en veiligheid voortzetten en verstevigen (beleidsplan pagina 30) Worden de analyses ook in breder verband gedeeld of bijvoorbeeld gepubliceerd?
45.
(O)GGz bemoeizorg (beleidsplan pagina 31)
De halfjaarlijkse voortgangsrapportages van het beleidsplan Bescherming & Opvang geven een beeld van de uitvoering, resultaten en uitdagingen. De voortgangsrapportages worden op Bescherming & Opvang | Regio Gooi en Vechtstreek gepubliceerd. We hebben uw advies overgenomen. Zie pagina 40 van het beleidsplan.
Graag de definitie opnemen die wordt gehanteerd voor bemoeizorg. 46.
Doorontwikkelen aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties (beleidsplan pagina 32)
Dank voor uw onderschrijving. Waar het onderwerpen betreft die binnen de scope van Bescherming & Opvang vallen, delen wij uw standpunt dat intergenerationele patronen niet Het doorbreken van alleen op het gebied van geweld in intergenerationele geweldspatronen afhankelijkheidsrelaties moeten worden is een prima doelstelling. Het doorbroken. Dit geldt inderdaad ook voor doorbreken van intergenerationele thema’s zoals schulden, verslaving en misbruik. patronen zou zich overigens (voor Deze brede benadering is in zowel de zover dit al niet gebeurt) ook moeten beleidsvisie als ook in de concrete richten op andere terreinen, zoals programmalijnen en acties verankerd. schulden, bijstand, seksueel misbruik, verslaving, etc.
47.
Hoogwaardige zorg voor slachtoffers van seksueel geweld (beleidsplan pagina 33)
Wij delen dit standpunt en houden hier rekening mee bij de uitvoering van het beleidsplan.
Eén van de acties is de inzet van educatieve programma's op scholen. Op zich is dit nuttig. Scholen hebben echter al moeite genoeg om hun standaard lesprogramma's uit te voeren en het advies is om hiermee rekening te houden. 48.
Aanpakken dak- en thuisloosheid — actielijn 5 (uitvoeringsplan pagina 9) Voor zover wij kunnen nagaan wordt hier eenmalig de term ervaringskennis vermeld (zonder toelichting). Daarmee wordt waarschijnlijk bedoeld de kennis van een individuele ervaringsdeskundige.
Dit advies is opgevolgd en verwerkt op pagina 19 van het beleidsplan. Dank u wel voor deze verduidelijkingsvraag.
Er is bestaat echter ook collectieve ervaringskennis als de bundeling van deze individuele ervaringskennis. Wij zouden graag zien dat in het algemene deel van het beleidsplan komt te staan wat onder ervaringsdeskundigheid (inclusief individuele ervaringskennis) en collectieve ervaringskennis wordt verstaan. Waarbij wordt aangegeven wat de positie is van collectieve Pagina 15 van 19
ervaringskennis als kennisbron ten opzichte van de traditionele bronnen wetenschappelijke kennis en vakkennis. Het spreekt voor zich dat een en ander meer geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma terug zou moeten komen.
Pagina 16 van 19
Gezamenlijk advies van de Adviesraden van Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren (HBEL) Nummer
Input
Reactie en vervolg
49.
Wij vinden de inzet van preventieve zorg voor de groep jongeren die 18 jaar wordt en nog niet zelfstandig het burgerschap als volwassene kan invullen van groot belang. Dit kan problemen voorkomen of in elk geval minimaliseren. In het beleidsplan wordt vooral gesproken over jongeren die na jeugdzorg c.q. jeugdverblijf een beroep doen op de Wmo, o.a. op de voorziening beschermd wonen. Er wordt specifiek gesteld dat niet alle jongeren klaar zijn om op hun achttiende jaar, na de jeugdzorg, zelfstandig kunnen gaan wonen. Wij willen u erop wijzen dat er naast de groep jongeren vanuit de jeugdzorg meer kwetsbare jongeren zijn, die niet klaar zijn om zelfstandig te wonen. Ook zij hebben voorlichting en hulp nodig hebben om de stap naar volwassenheid goed te kunnen maken. Wij vinden het van belang ook preventieve zorg voor deze groep in te zetten, teneinde bijvoorbeeld schuldenproblematiek, huisvestingsproblematiek en problemen met een zinvolle dagbesteding of werk te voorkomen. P. 5 e.v. Zoals ook in het beleidsplan wordt opgemerkt, zijn veel van de oplossingen in het kader van bescherming en opvang afhankelijk van huisvesting. Zoals bekend zal de woningmarkt de komende jaren nog sterk onder druk staan. Dit zal de doorstroming in opvanghuizen en beschermd wonen locaties verder verstoppen, waardoor wachtlijsten langer worden.
Er is in het beleidsplan al aangegeven dat de aandachtsgroepen uit het beleidskader enerzijds mee kunnen liften op de uitwerking van de regionale woonzorgopgavestrategie, maar dat gemeenten ook binnen dit beleidskader gericht aandacht moeten geven aan specifiek benodigde woonvoorzieningen. Gezien o.a. het gegeven dat de komende jaren het aantal beschikbare sociale huurwoningen nog te laag zal zijn en het gegeven dat een verhoging van het aantal jongeren te zien is, die een beschermde vorm van wonen nodig hebben, zou in dit beleidsplan naar ons idee meer aandacht moeten komen voor hoe er voor diverse kwetsbare doelgroepen alternatieve, (tijdelijke) woonvormen kunnen worden verwezenlijkt. Omdat zonder deze extra
Dank u wel dat u dit thema ook van groot belang vindt. U wijst er terecht op dat het hier niet alleen gaat om jongeren die vanuit de jeugdzorg afkomstig zijn en een beroep doen op de Wmo, maar dat er meer kwetsbare jongeren zijn die aandacht behoeven voordat zij zelfstandig kunnen gaan wonen. Uw advies om gerichte voorlichting en hulp te bieden, ook vanuit preventieve invalshoek onderschrijven we. Jongeren krijgen vanuit dit beleidskader – de komende 8 jaar – nu ook gerichte aandacht, aanvullend aan wat er al gebeurt vanuit de Jeugdwet, het Onderwijs, de reguliere Wmo (veelal ambulant), Participatiewet, Schuldhulpverlening en wat gemeenten lokaal ontwikkeld hebben voor jongeren.
50.
De door- en uitstroom vanuit de opvang en het beschermd wonen waar u over spreekt verstopt gelukkig niet zozeer vanwege het niet kunnen uitstromen naar een betaalbare sociale huurwoning, mede dankzij de huisvestingsverordening en urgentieregeling van de gemeenten van de Gooi en Vecht (m.u.v. Eemnes daar Eemnes deel uitmaakt van een andere woningmarktregio). Binnen het beleidsplan is de ambitie opgenomen om een tweede skaeve huse (Keerpunt) en een tweede In Between Places (gecombineerde met lichte hulp) te realiseren. Ook worden de mogelijkheden verkend ten aanzien van hospitaverhuur, kamerverhuur en woningsplitsing (al dan niet met behulp van het landelijke concept Onder de Pannen) in het kader van de aanpak Dakloosheid en wordt met het nieuwe beleidsplan inzet gepleegd – ook specifiek voor jongeren - op woonzorgvarianten zoals Kamers met Aandacht, begeleid wonen, kamertraining, friendswoningen e.d. En zijn we voornemens om het huidig (kleinschalige opvang) aanbod voor gezinnen uit te breiden met tussenvoorzieningen; tussen Pagina 17 van 19
woonvormen doelen van het beleidsplan niet gehaald kunnen worden, is het van belang hier middelen voor vrij te maken om deze doelen te kunnen realiseren.
51.
52.
P. 16 Met preventie en vroegsignalering willen gemeenten voorkomen dat problemen verergeren. Er wordt gesteld dat met goede voorlichting en passende instrumenten ernstige crisissituaties kunnen worden voorkomen of beperkt. Hiervoor is naar ons idee belangrijk dat kwetsbare burgers weten waar zij terecht kunnen, hiervoor is een eenvoudige toegang (toegangsknop) belangrijk. Daarnaast is van belang dat er bij contact iemand is die hen zonder doorverbinden, tussenkomst van anderen of opvolgende afspraken, direct te woord kan staan, dit vergt veel ban de toegang. Voor wat betreft ‘het in beeld brengen van risicogroepen’ vraagt de adviesraad zich af of dit gebeurt op basis van bekende cijfers of dat de gemeenten ook de mogelijkheid hebben om ‘verborgen problemen’ aan het licht te brengen. P. 17 De crisiskaart is op kleine schaal ingevoerd en wordt door betrokkenen zeer waardevol gevonden. Vanwege de kleine schaal, is de crisiskaart naar ons oordeel onvoldoende bekend. Nu de kaart naast hulpverleners ook voor omstanders bedoeld is, is bredere inzet en bekendheid naar ons idee essentieel. Wanneer het bestaan hiervan niet bekend is en het een opvouwbaar kaartje is dat in de portemonnee wordt meegenomen, hoe weten anderen van het bestaan? Wij begrijpen dat de crisiskaart de persoon zelf houvast kan geven, maar zien onvoldoende toegelicht hoe anderen hiermee kunnen helpen.
opvang en regulier wonen. Tot slot blijven we het beleid ten aanzien van Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen voortzetten en doorontwikkelen. Wij onderschrijven dan ook zeker uw oproep om meer (tijdelijke) woonvormen te verwezenlijken, ook vanuit dit beleidskader. Ten aanzien van de middelen die daar (al dan niet aanvullend) voor nodig zijn, verwijzen wij u graag naar het financiële hoofdstuk van het beleidsplan, met name bij de paragraaf Reserve, onder het kopje Waarom een reserve. Momenteel is gemeente Huizen bezig met het inrichten van sterke lokale (jeugd) teams en onze toegang. Dit doen we met diverse samenwerkingspartners, zoals Versa Welzijn, huisartsen, het schuldhulpverleningsloket en begeleidingsteam. Daarbij hoort ook het inrichten van de fysieke en digitale communicatie voor en naar de inwoners. We bekijken de huidige meldpunten (informatie en advies, Interventieteam) en welke rol deze in de toegang heeft. Het in beeld brengen van de risicogroepen gebeurt naast de bekende cijfers, ook via onze maatschappelijke partners zoals de wijkagent, Versa, Vrijwilligerscentrale, Haven 5, Bibliotheek, Leefstijlpunt, MEE etc.
De crisiskaart gaat over het bevorderen van zelfregie. Een inwoner stelt samen met een ervaringsdeskundige een crisisplan op met daarbij een crisiskaart waarop staat hoe te handelen als deze persoon in crisis komt. Bij het opstellen van dat plan kijken de kaarthouder en de consulent hoe een crisis zich opbouwt, welke signalen er zijn en hoe verdere ontwikkeling van de crisis is te voorkomen. Het nadenken over de opbouw van een crisis is heel waardevol voor een kaarthouder. De opgedane (zelf)kennis kan de impact van een crisis verminderen of een crisis zelfs voorkomen. Wanneer iemand in een psychische crisis terechtkomt, kan de crisiskaart door de inwoner aan omstanders, de politie of hulpverleners worden overhandigd. Onderdeel van de zelfregie is dat de inwoner zelf besluit de crisiskaart te overhandigen. Daarmee geeft de crisiskaart de persoon de controle, zelfs in een crisis, en ook de Pagina 18 van 19
regie om zelf te voorkomen dat er beslissingen worden genomen op een moment dat men niet meer in staat is helder te denken. 53.
P. 32 e.v. Voor wat betreft de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties wordt ‘voldoende laagdrempelig toegankelijk aanbod gerealiseerd’. Voor wat betreft mensenhandel wordt een regionaal meldpunt mensenhandel ingericht. Wij vragen specifiek aandacht voor de vindbaarheid van het aanbod dat op deze terreinen wordt gerealiseerd en adviseren hierin de doelgroep mee te laten denken om er zo voor te zorgen dat het aanbod wordt gevonden en voldoet aan behoeften.
Wij delen hierin uw standpunt. Wij zullen de vindbaarheid als belangrijk punt meenemen. Uitgangspunt is altijd dat eindgebruikers gehoord worden als we plannen maken en projecten ontwikkelen. Daarvoor wordt regionaal van de werkwijze Samenkracht! gebruik gemaakt. Samenkracht! staat voor het betrekken van inwoners in regio Gooi en Vechtstreek bij het regionale beleid in het sociaal domein. Zowel bij het vormgeven, uitvoeren en evalueren ervan.
Pagina 19 van 19