Bijlage 4 Afwegingskader en Selectiecriteria
Tekst van het document
Op weg naar Aardgasvrij BIJLAGE 4 Afwegingskader en selectiecriteria
2022-2026
Inleiding In de visie ‘Op weg naar aardgasvrij’ wordt er een volgorde gekozen waarin elke gemeente buurten aardgasvrij wil maken. Hierbij is het belangrijk om aan te geven voor welke buurten zij voor 2026 willen starten met het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan. Om te komen tot een prioritering van alle buurten, maken we gebruik van een zogeheten afwegingskader. Methode Het afwegingskader is een tabel, waar voor iedere buurt een score is gegeven op basis van een aantal criteria. Aan deze criteria kan een weging worden gehangen waardoor ze zwaarder of minder zwaar kunnen meewegen. De buurt met de hoogste overall score is kansrijker om binnenkort aan te pakken dan een buurt met een lagere score. Alle gemeenten hebben dezelfde criteria in het afwegingskader staan. De wijze waarop deze criteria worden gewogen kunnen per gemeente verschillen. Het afwegingskader geeft een volgorde aan in de buurten, maar de gemeente bepaalt vervolgens nog zelf welke ambitie zij hebben en in hoeveel buurten zij voor 2026 willen starten met het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan. Criteria in het afwegingskader Een buurt kan om verschillende redenen geschikt zijn om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. In de bestuurlijke kadernotitie is vastgesteld welke criteria we hiervoor gebruiken. We lichten deze criteria hieronder verder toe, en geven aan hoe we deze criteria per buurt scoren.
Figuur 1: criteria in het afwegingskader Draagvlak In de bestuurlijke kadernotitie is draagvlak genoemd als een zeer belangrijk criterium om buurten te prioriteren. Echter, draagvlak is lastig te meten voordat er een concrete oplossing of projectvoorstel voor handen is. Draagvlak is dan ook een doorslaggevende voorwaarde bij het opstellen van een uitvoeringsplan in de buurt. Zonder voldoende draagvlak kan een uitvoeringsplan niet worden opgesteld. Bij de prioritering van buurten is draagvlak niet als weegfactor meegenomen, omdat er niet per buurt een uitspraak kan worden gedaan hoe het staat met het draagvlak voor de warmtetransitie.
Betaalbaarheid
Hierbij gaat het over de meerkosten van de maatregelen, de zekerheid van de modelanalyses, etc. Lage nationale kosten Waar zijn de nationale meerkosten van de overstap naar een aardgasvrij alternatief het laagst? Om dit te bepalen is allereerst gekeken naar wat volgens de Startanalyse voor de gemeente de buurt is met de laagste kosten voor een aardgasvrije oplossing. Vanaf dit vertrekpunt kijken we welke buurten qua kosten in de nabijheid liggen van deze goedkoopste oplossing. Dit criterium is bepaald op basis van de kosten uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving. Bepalen van de score • Indien de buurtoplossing max. 10% meer kost dan goedkoopste buurtoplossing in de gemeente, krijgt de buurt 1 punt. • Indien de buurtoplossing max. 25% meer kost dan goedkoopste buurtoplossing gemeente, krijgt de buurt 1/2 punt. • Indien de buurtoplossing meer dan 25% meer kost dan goedkoopste buurtoplossing gemeente, krijgt de buurt 0 punten. Eindgebruikerskosten Waar zijn de meerkosten voor de bewoner het laagst? De eindgebruikerskosten zijn alle kosten die de bewoner betaalt voor de omschakeling naar het aardgasvrij verwarmen van de woning. CE Delft heeft voor alle buurten een inschatting gemaakt van de gemiddelde jaarlijkse eindgebruikerskosten per woning voor de aardgasvrije warmteoplossing. We geven meer prioriteit aan buurten waar deze kosten het laagst zijn.
Bepalen van de score Voor het scoren van de kosten is gekeken naar de gemiddelde meerkosten per techniek, en op basis daarvan een score opgenomen. - Indien de meerkosten ten opzichte van een referentie met een gasketel, minder dan €500/woning/jaar is, krijgt de buurt 1 punt. - Indien de meerkosten ten opzichte van een referentie met een gasketel, tussen de €5001000/woning/jaar is, krijgt de buurt ½ punt. Robuustheid
Als in een buurt een bepaalde aardgasvrije warmteoplossing duidelijk de laagste nationale kosten heeft, biedt dit zekerheid om in deze buurt op deze warmteoplossing in te zetten. We noemen de uitkomst dan robuust (of zeker). De uitkomst in een buurt is robuust als deze in de Startanalyse duidelijk goedkoper is dan andere warmteoplossingen. Bepalen van de score • Indien de techniek met de laagste nationale kosten meer dan 50% kostenafstand heeft met de 2de optie, krijgt de buurt 1 punt. • Indien de techniek met de laagste nationale kosten meer dan 25% kostenafstand heeft met de 2de optie, krijgt de buurt ½ punt. • Indien de techniek met de laagste nationale kosten minder dan 25% kostenafstand heeft met de 2de optie, krijgt de buurt 0 punten.
Sociale kracht
Lokaal buurtinitiatief Wanneer inwoners en/of bedrijven zelf al een initiatief hebben, dan kan dit een goede reden zijn om hier te starten met de warmtetransitie. Lokale initiatieven kunnen namelijk het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente (ECW, 2020). Bepalen van de score - Indien een buurtinitiatief aanwezig is, krijgt de buurt 1 punt. - Is er geen buurtinitiatief aanwezig, dan krijgt de buurt 0 punten. Draagkracht Er kan gestart worden met van bewoners (specifiek particuliere huiseigenaren) die de draagkracht hebben om te investeren, of juist, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, zwakkere buurten als eerste aardgasvrij te maken. De draagkracht is op beide manieren in beeld gebracht. Hiervoor is gebruik gemaakt van gegevens van het CBS over inkomen in de gemeente. Bepalen van de score Er is op drie manieren gekeken naar draagkracht: Buurten met draagkracht om te investeren zijn buurten met hoge inkomens, weinig armoede en hoge woningprijzen: • Buurten met een hoog percentage koopwoningen ten opzichte van de nationale situatie, met een WOZ meer dan 50% boven het landelijk gemiddelde, en die voor minimaal 40% bestaan uit huishoudens die behoren tot de 20% huishoudens van Nederland met het hoogste inkomens, en waarbij maximaal 30% van de huishoudens behoren bij de 40% huishoudens van Nederland met het laagste inkomen, krijgt de buurt 1 punt.
(Indien gegevens ontbreken en de WOZ waarde erg hoog is, krijgt de buurt ook 1 punt toegekend) Buurten met minder draagkracht om te investeren. Dit geeft de kans om de energietransitie te koppelen aan het verbeteren van de financiële positie van huishoudens. • Buurten waarvan minimaal 50% huishoudens behoren tot de 40% huishoudens van Nederland met het laagste inkomen, krijgt de buurt 1 punt. • Buurten waarvan minimaal 40% huishoudens behoren tot de 40% huishoudens van Nederland met het laagste inkomen, krijgt de buurt 1/2 punt. • Buurten waarvan minder dan 40% huishoudens behoren tot de 40% huishoudens van Nederland met het laagste inkomen, krijgt de buurt 0 punten. Buurten met kans op energiearmoede (zegt iets over de ca. zwakste 10% huishoudens van een buurt). Hierbij wordt gekeken naar het percentage bewoners met een hoge energiequote, ofwel hoeveel bewoners meer dan 8% van hun inkomen besteden aan de energierekening. Dit geeft de kans om de energietransitie te koppelen aan het verbeteren van de financiële positie van huishoudens. o Buurten met meer dan 15% huishoudens met een hoge energiequote krijgen 1 punt. o Buurten met meer dan 10% huishoudens met een hoge energiequote krijgen 1/2 punt. o Buurten met minder dan 10% huishoudens met een hoge energiequote krijgen 0 punten.
Werk met werk maken
Bij het prioriteren van buurten letten we ook op de aanwezigheid van meekoppelkansen. Dit zijn momenten in de planning van andere activiteiten in buurten (bijvoorbeeld investeringen in de infrastructuur) 1. Het kan gunstig zijn om de warmtetransitie te beginnen in buurten waar meekoppelkansen zijn. Bij geplande werkzaamheden, bijvoorbeeld aan de riolering of het gasnet, kunnen we dan alvast ruimte vrijhouden voor een warmtenet. Investeringsagenda infrastructuur Waar zijn de komende jaren werkzaamheden gepland in de ondergrond, zoals vervanging van riolering, water- of gasleidingen of andere wegopenbrekingen? Deze gegevens zijn opgevraagd vanuit de gemeentelijke planningen, en de planningen van het drinkwaterbedrijf. Voor de vervanging van gasleidingen is indicatief een inschatting gemaakt op basis van de leeftijd van het gasnet. Deze gegevens komen uit een indexering die eerder is opgesteld door de regio Gooi en Vechtstreek. Wij kiezen ervoor niet de geïntegreerde index weer te geven, maar de index van de verschillende leidingtypen: dit biedt meer inzicht voor het gesprek. Bepalen van de score De score is separaat bepaald voor waterleidingen en rioleringen. Waterleidingen • Indien de waterleidingindex groter is dan 2 (overwegend indicatieve renovatieplanning t/m 2025), krijgt de buurt 1 punt.
• Indien de waterleidingindex groter is dan 1,5 (overwegend indicatieve renovatieplanning 2026-2050), krijgt de buurt 1/2 punt. • Indien de waterleidingindex kleiner is dan 1,5 (overwegend indicatieve renovatieplanning 2026-2050), krijgt de buurt 0 punten. Rioleringen • Indien de rioleringsindex groter is dan 2 (leeftijd riolering overwegend meer dan 60 jaar), krijgt de buurt 1 punt. • Indien de rioleringsindex groter is dan 1,5 (leeftijd riolering overwegend tussen 40 en 60 jaar), krijgt de buurt 1/2 punt. • Indien de rioleringsindex kleiner is dan 1,5 (leeftijd riolering overwegend tussen 40 en 60 jaar), krijgt de buurt 0 punten. Investeringsagenda vastgoedeigenaren De natuurlijke herinvesteringsmomenten van lokale vastgoedeigenaren m.n. woningcorporaties) met betrekking tot het renoveren van vastgoed en/of sloop- en -nieuwbouwplannen. Wij kijken hierbij naar de renovaties die gepland zijn door woningcorporaties. De investeringsplanning van andere vastgoedeigenaren is niet bekend. Bepaling van de score o o
Indien meer dan 25% van het corporatiebezit in de buurt gaat renoveren, krijgt de buurt 1 punt. Indien meer dan 10% van het corporatiebezit in de buurt gaat renoveren, krijgt de buurt 1/2 punt. o Indien minder dan 10% van het corporatiebezit in de buurt gaat renoveren, krijgt de buurt 0 punten. Nieuwbouw en buurtverbetering De gemeente wil in de warmtetransitie aansluiten op bestaande ontwikkelingen. Het is daarom 1
Expertisecentrum Warmte, 2020. Handreiking voor lokale analyse.
belangrijk om aan te sluiten bij gemeentelijke nieuwbouw- of transformatieprojecten. Dit criterium hebben wij niet kunnen invullen: er zijn te weinig goede gegevens, en de gegevens die zijn aangeleverd zijn voor een te korte termijn om deze als criterium mee te laten wegen in de selectie voor de startbuurten. Dit criterium is daarmee komen te vervallen Contracteerbaarheid
In buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt. Dit is met name relevant bij het aanleggen van warmtenetten. Hierbij hebben we met name naar het corporatiebezit gekeken, aangezien er weinig gegeven s zijn over andere grote vastgoedeigenaren in de gemeente. Een groter aandeel corporatiebezit wordt gezien als een hogere score op dit criterium. Bepaling van de score • Indien de buurt voor meer dan 50% uit corporatiebezit bestaat, krijgt de buurt 1 punt. • Indien de buurt voor meer dan 25% uit corporatiebezit bestaat, krijgt de buurt 1/2 punt. • Indien de buurt voor minder dan 25% uit corporatiebezit bestaat, krijgt de buurt 0 punten. Aanvullende criteria
Naast bovenstaande criteria uit de bestuurlijke kadernotitie zijn er gedurende het gesprek met stakeholders en de samenwerkende gemeenten nog een drietal criteria toegevoegd in de afwegingen. Waarde van het gasnet Liander investeert in het gasnet, als het gasnet net is aangelegd heeft deze nog een hoge waarde in de boeken. Het is voor Liander daarom wenselijk om te beginnen in buurten waar de waarde van het gasnet het laagst is. Bepaling van de score • Indien de gasleidingindex groter is dan 2 (aanlegjaar gasleidingen overwegend voor 1985), krijgt de buurt 1 punt. • Indien de gasleidingindex groter is dan 1,5 (aanlegjaar gasleidingen overwegend tussen 19852007), krijgt de buurt 1/2 punt. • Indien de gasleidingindex kleiner is dan 1,5 (aanlegjaar gasleidingen overwegend tussen 1985-2007), krijgt de buurt 0 punten. Gasvrij Er is nog veel onduidelijk over de beschikbaarheid van duurzame gassen voor de verwarming van woningen en gebouwen. We verwachten dat voor de buurten die als eerste van het aardgas af gaan duurzame gassen nog geen haalbare kaart zijn. Buurten met een oplossing op duurzaam gas hebben daarmee een lage geschiktheid als een startbuurt, en worden onderaan geplaatst in het afwegingskader. In een volgende TVW zal opnieuw gekeken worden naar de beschikbaarheid van duurzame gassen, en kan mogelijk wel met deze buurten worden gewerkt aan een WUP.
Collectief De wijkgerichte aanpak, met een organiserende rol van de gemeenten geldt vooral voor de aanleg van warmtenetten. Hierbij moet een hele buurt of wijk op de schop. Bij ontwikkeling van individuele opties heeft de gemeente een faciliterende rol en is een geleidelijke ontwikkeling naar gasvrij mogelijk. Het kan daarom logisch zijn om te starten met buurten waar een collectieve oplossing kansrijk lijkt.
Bepaling van de score - Indien de techniek in het warmtebeeld een warmtenet is, krijgt de buurt 1 punt. - Wanneer de techniek in het warmtebeeld geen warmtenet is, krijgt de buurt 0 punten. Weging van de criteria De bovenstaande criteria zijn niet allemaal even belangrijk. Ook kunnen voor verschillende stakeholders andere criteria doorslaggevend zijn. In een stakeholderbijeenkomst op 23 februari 2021 zijn de criteria besproken, en is geïnventariseerd welke criteria de deelnemers het meest belangrijk vinden. Hieronder beschrijven we beknopt waarom deze criteria in de top 4 zouden moeten staan volgens de stakeholders. Eindgebruikerskosten: De optie dient betaalbaar te zijn voor de bewoners, anders is er ook geen draagvlak. Collectief: Het aansluiten op een collectieve optie heeft vooral meerwaarde wanneer zoveel mogelijk mensen kunnen aansluiten. Als je niet vroegtijdig de kansen van collectieve oplossingen verder uitwerkt hebben mensen al geld besteed aan individuele oplossingen en is een collectieve oplossing niet meer haalbaar of minder betaalbaar voor de minder draagkrachtigen die geen maatregelen kunnen nemen. Werk met werk maken: Het is verstandig om werk met werk te maken. Hierbij is ook veel aandacht gevraagd voor de aanwezigheid van bewonersinitiatieven. Het is krachtig als het initiatief uit een buurt komt.
Contracteerbaarheid: Dit criterium is met name benoemd door woningcorporaties en energiebedrijven, vanuit verschillende visies. Ten eerste vanuit het belang dat je hiermee snel tempo kan maken met een beperkt aantal partijen. Ten tweede vanuit de bewoners: kun je als bewoner een goed contract sluiten met de energieleverancier, zodat inwoners niet te veel betalen? De gemeenten hebben vervolgens de eerste weging aangescherpt naar hun lokale omstandigheden. Op 17 juni is deze weging nogmaals met stakeholders besproken, en bekeken in welke buurten het logisch lijkt om te starten en welke buurten logischerwijs later aan de beurt komen. Draagvlak Alle gemeenten geven aan dat zij draagvlak zeer belangrijk vinden. Echter, draagvlak is lastig te meten voordat er een concrete oplossing voor handen is. Draagvlak wordt daarom door de gemeenten gezien als een randvoorwaarde alvorens kan worden gestart met een uitvoeringsplan. Draagvlak wordt niet als criterium meegenomen in de buurtprioritering. Verdere aanscherping door de gemeente De gemeente Wijdemeren heeft deze eerste weging aangescherpt naar onze lokale omstandigheden. Op basis van deze prioritering is met het afwegingskader gekeken welke buurten hoger scoren en welke buurten lager.
Buurten die hoger scoren in het afwegingskader hebben meer kansen die ertoe kunnen leiden dat de buurt aantrekkelijk is om te starten als verkenningsbuurt. In figuur 2 is weergegeven hoe de buurten in Wijdemeren scoren in het afwegingskader. De top 5 is verder kwantitatief weergegeven in een tabel.
Figuur 2 - Totaalscore in het afwegingskader Buurt 1
Blijkpolder
Sc ore uit het V oorkeursoptie afw egingskader 38% Warmtenet of all-electric
Aantal w oningen 570
2
Ankeveen
29%
Warmtenet (of groengas)
120
3
29%
Warmtenet MT (WKO met TEO)
2709
4
NieuwLoosdrechtsedijk Horstermeer
21%
Warmtenet (of groengas)
290
5
Spiegelpolder
20%
Warmtepomp - buitenlucht
831
In de buurten met hogere totaalscore in het afwegingskader is een warmtenet op dit moment de meest logische warmteoplossing. De eindgebruikerskosten zijn met name laag in de buurten Blijkpolder en Spiegelpolder. In deze buurten is het gasnet meer dan 30 jaar oud, en mogelijk over een aantal jaar aan vervanging toe. Verdere analyse op sub-buurtniveau
Het schaalniveau van CBS buurten in Wijdemeren is te grof om zinvol de keuze voor een verkenningsbuurt of Wijkuitvoeringsplan op te baseren. Om de analyse compleet te maken is er nog dieper gekeken naar de dorpskernen. Samen met de gemeente Wijdemeren zijn deze verdeeld in clusters, met onder andere gelijke woningkenmerken, bouwjaar, isolatieniveau, geografische locatie. De clusterindeling is weergegeven in figuur3.
Figuur 3 Clusterindeling voor de analyse
Voor deze nieuwe clusters is vervolgens aanvullend gekeken naar de eindgebruikerskosten voor de woningeigenaren in deze clusters. De resultaten hiervan zijn weergegeven in figuur 4.
Gemiddelde meerkosten per dorpskerncluster € 2.500
€/woning/jaar
€ 2.000
€ 1.500
€ 1.000
€ 500
€-
All-electric
MT net
LT net
Figuur 4: Meerkosten van een aardgasvrije warmtetechniek ten opzichte van de huidige jaarlijkse kosten voor een eigenaar-bewoner. De analyse is uitgevoerd voor 11 gedefinieerde dorpskernclusters in Wijdemeren waar een collectieve oplossing tot de mogelijkheden behoort.
In figuur 4 is te zien dat alle aardgasvrije alternatieven duurder zijn dan de huidige oplossing van verwarming op aardgas. Verder onderzoek naar aanbod- en vraagbundeling en met (nieuwe) financieringsvormen is nodig om alternatieven financieel concurrerend te maken. In bijna alle dorpskernen is het MT-net inderdaad de oplossing met de laagste meerkosten voor eindgebruikers. Blijkpolder is hiervan het cluster met de laagste meerkosten. Let wel: de eindgebruikerskosten zeggen niets over of er ook daadwerkelijk een businesscase bestaat voor de realisatie van een warmtenet. Dit moet nader worden onderzocht. Het enige cluster waar het MT-net niet de voordeligste aardgasvrije oplossing is voor eindgebruikers is het cluster van nieuwbouwwoningen in Kortenhoef Zuid. Deze woningen zijn over het algemeen goed-geïsoleerd (label A/B) en kunnen dus relatief eenvoudig verwarmen met een warmtepomp. Een LT-net is in alle clusters de optie met de hoogste meerkosten. De woningeigenaar dient hiervoor de woning grondig te isoleren en ook nog een bijdrage te betalen voor aansluiting op een warmtenet. Dit zorgt voor hoge meerkosten voor de eigenaar-bewoner.
Conclusie Met uitzondering van de nieuwbouw in Zuid-Kortenhoef lijkt een warmtenet inderdaad de meest aantrekkelijke optie voor de bewoners van de dorpskernen. Dit onderschrijft de uitkomsten uit de analyse op buurtniveau. De gemeente Wijdemeren wil dan ook van start met verder onderzoek naar de mogelijkheden van een warmtenet in deze dorpskernen. Aangezien modelberekeningen laten zien dat alle aardgasvrije alternatieven op dit moment nog duurder zijn, zal er in dit verder onderzoek goed moeten worden samengewerkt met bewoners in de buurten om te kijken hoe wij in de praktijk wel kunnen komen tot een aantrekkelijke en haalbare businesscase. De gemeente wil daarom als eerste kijken naar die gebieden waar bewoners zich al rond dit onderwerp hebben georganiseerd, zoals in Ankeveen, Kortenhoef-Noord en Nieuw-Loosdrecht Noord. Hiernaast liggen er duidelijke kansen in Blijkpolder (Nederhorst Den Berg), en deze worden ook verder verkend.