Bijlage 3 - Was-wordt tabel Verordening re-integratie Wijdemeren 2023
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijziging verordening Re-integratie Wijdemeren 2023 Artikel 1 Begrippen wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: - wet: Participatiewet - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet, of als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet;
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet;
- grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; - korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; - -interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; - jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; - persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; - voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; - werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; - werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst
arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is;
- prioritaire doelgroepen: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a nummer 1 van de wet, die in het beleid zijn omschreven als zijnde doelgroepen waarop de re-integratie zich primair richt voor wat betreft inzet van voorzieningen en/of personeel. - maatwerk in re-integratie: werkwijze die de inzet van voorzieningen en personeel baseert op persoonlijke omstandigheden en potentie van de bijstandsgerechtigde voor zover dit naar verwachting niet leidt tot overschrijding van het participatiebudget, ook als dit buiten de gestelde kaders voor inzet van voorzieningen gebeurt. - loonwaarde: vastgesteld percentage van het van het rechtens geldende loon voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. - mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
- uitkeringsgerechtigde: persoon die algemene bijstand op grond van de Wet ontvangt, dan wel een uitkering ontvangt op grond van de lOAW of de lOAZ, en die niet tevens een uitkering ontvangt van het UWV; - niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de Wet; - garantiebaan: een baan als bedoeld in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten; - beschut werk: werk in beschutte omgeving en onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in artikel 10b van de wet; De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening en de daarop berustende bepalingen van toepassing. Het opschrift van hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Hoofdstuk 2. Beleid en financiën
Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2. Evenwichtige verdeling en financiering 1. Het college kan een persoon uit de doelgroep een voorziening aanbieden voor zover het college dat noodzakelijk acht.
2. Het college richt zich bij de inzet van voorzieningen en personeel primair op prioritaire doelgroepen, maar kan tevens maatwerk in re-integratie toepassen als de persoonlijke omstandigheden en de verwachte kansen op de arbeidsmarkt hierom vragen. 3. Het college stelt bij het aanbieden van voorzieningen aan de doelgroep prioriteiten rekening houdend met haar financiële mogelijkheden. 4. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 5. Het college kan in beleidsregels aanvullende bepalingen vaststellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening; 6. Het college zendt periodiek aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid.
Nieuwe tekst Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 8, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in artikelen 6, 7 en 12, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
3. Het college stelt bij het aanbieden van voorzieningen aan de doelgroep prioriteiten rekening houdend met haar financiële mogelijkheden. 4. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 5. Het college kan in beleidsregels aanvullende bepalingen vaststellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening; 7. Het college zendt periodiek aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid.
Artikel 3 ‘Budgetplafonds’ blijft ongewijzigd Artikel 4 ‘Algemene bepalingen over voorzieningen’ wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vast waarin
Nieuwe tekst Artikel 4 Algemene bepalingen over voorzieningen
wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2. Een re-integratievoorziening is gericht op volledige uitstroom uit de uitkering door het verkrijgen van een betaalde baan dan wel het bereiken van een grotere deelname aan de reguliere arbeidsmarkt. 3. Een participatievoorziening is gericht op volledige uitstroom uit de uitkering door het verkrijgen van een betaalde baan dan wel het bereiken van een grotere deelname aan de reguliere arbeidsmarkt en, als dit (nog) niet mogelijk is, een grotere maatschappelijke participatie. 4. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2.
Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet , de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in
4. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet ; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.
Artikel 5 ‘Maatwerkvoorzieningen re-integratie gericht op economische zelfredzaamheid’ blijft ongewijzigd. Artikel 6 ‘Werkstage’ blijft ongewijzigd. Artikel 7 ‘Sociale activering’ is een nieuw artikel: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 7. Sociale activering (nieuw) 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
Artikel 8 ‘Detacheringsbaan’ is een nieuw artikel: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 8. Detacheringsbaan (nieuw) 1. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
Artikel 7 ‘Proefplaatsing’ wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Proefplaatsing 1. Het college kan een persoon een proefplaats aanbieden van maximaal 2 maanden 2. Tijdens deze proefplaatsing wordt de uitkering doorbetaald. In deze periode zal, in de situatie dat het een garantiebaan betreft, dan wel een persoon betreft behorend tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook de loonwaarde worden vastgesteld voor het bepalen van de loonkostensubsidie na de proefplaatsing.
Nieuwe tekst Artikel 9. Proefplaatsing 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7 eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen op een proefplaatsing bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging van maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhouding niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn
proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 3. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid van de wet. 4. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten.
Artikel 8 ‘Begeleiding bij leer-werktraject’ wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8. Begeleiding bij leer-werktraject Het college kan begeleiding aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is. Het betreft personen: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969 , nog niet is geëindigd, of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.
Nieuwe tekst Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is. Het betreft personen:: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.
Artikel 9 ‘Loonkostensubsidie’ wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 9. Loonkostensubsidie Artikel 11. Loonkostensubsidie kwetsbare werknemers 1. Het college stelt een loonkostensubsidie 1. Het college kan een loonkostensubsidie, beschikbaar aan werkgevers voor personen die anders dan de loonkostensubsidie bedoeld behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie als in hoofdstuk 3A, verstrekken aan werkgevers bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e van die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare de Participatiewet. werknemer een arbeidsovereenkomst 2. De loonkostensubsidie, die de werkgever sluiten. ontvangt is het verschil tussen wettelijk 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste minimumloon en de loonwaarde, vermeerderd lid, die de werkgever ontvangt is het verschil met een vergoeding voor de werkgeverslasten. tussen wettelijke minimumloon en de Deze bedraagt per 1 januari 2015 maximaal loonwaarde, vermeerderd met een vergoeding 23% van de loonkosten waarover voor de werkgeverslasten (23,5%), gedurende loonkostensubsidie op grond van artikel 10d, maximaal 12 maanden respectievelijk 24 eerste lid, van de Participatiewet wordt verstrekt maanden ten behoeve van de kwetsbare (conform AmvB 2014-0000178543) respectievelijk de uiterst kwetsbare werknemer. 3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a.
voorafgaand aan de indienstneming gedurende [periode (6 maanden)] geen
reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan [leeftijd (50 jaar)]; of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste periode 24 maanden werkloos is geweest. 3. De loonkostensubsidie wordt in principe alleen verstrekt bij een loonwaarde van minimaal 40%.
Vervallen (oude regeling)
4. Als het CAO loon hoger is dan met WML, zijn de meerkosten voor rekening van de werkgever. 5. De duur van de verstrekking van loonkostensubsidie is afhankelijk van de loonwaarde. Elk jaar wordt die opnieuw bepaald. Bij een loonwaarde van 100% WML stopt de subsidie. Wanneer iemand dat nooit bereikt kan de loonkostensubsidie blijven doorgaan. 6.De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhouding niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt. 7. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.] 8. Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, uiterst kwetsbare of gehandicapte werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 9. Het college kan nadere regels ter uitwerking van deze regeling.
5. Als het CAO loon hoger is dan met WML, zijn de meerkosten voor rekening van de werkgever. 6. De duur van de verstrekking van loonkostensubsidie is afhankelijk van de loonwaarde. Elk jaar wordt die opnieuw bepaald. Bij een loonwaarde van 100% WML stopt de subsidie. Wanneer iemand dat nooit bereikt kan de loonkostensubsidie blijven doorgaan. 7. De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 8. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.
Bestaande tekst Artikel 10. Maatwerkvoorziening participatieplaats 1. Het college biedt aan degene die op grond van artikel 10a van de wet additionele werkzaamheden verricht, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan in de vorm van een scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert. Doel van deze scholing of opleiding is het behalen van een diploma of certificaat met minstens het niveau van een startkwalificatie tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of
Nieuwe tekst Artikel 12. Maatwerkvoorziening participatieplaats 1. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig in artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door
Lid 8 vervalt (is opgenomen in lid 1) 9. Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van deze regeling.
opleiding de krachten of bekwaamheden van de het college, de werkgever en de persoon die belanghebbende te boven gaat. additionele werkzaamheden gaat verrichten. 2. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt €300,- per 6 maanden, mits van de wet bedraagt €300,- per 6 maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces in het arbeidsproces. Artikel 10 ‘Maatwerkvoorziening Participatieplaats’ wordt als volgt gewijzigd
Artikel 11 ‘Vastelling loonwaarde’ vervalt. Artikel 12 ‘Re-integratievoorziening no-riskpolis’ vervalt Artikel 13 ‘Participatievoorziening beschut werk wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 13. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college biedt de voorziening beschut werk alleen aan indien door het UWV beoordeeld is, dat de persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
Nieuwe tekst Artikel 15. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding waarvoor Wmo-budget kan worden ingezet]; b. sociale activering als bedoeld in artikel 7; c. scholing als bedoeld in artikel 5; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 16; of e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
2. De datum van het (positief) advies van het UWV is bepalend voor de volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk.
3. De datum van het (positief) advies van het UWV is bepalend voor de volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk.
3. Het aantal jaarlijks te realiseren dienstbetrekking is beperkt tot het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van
4. Het aantal jaarlijks te realiseren dienstbetrekking is beperkt tot het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van
het rijk, dan wel het aantal dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
het rijk, dan wel het aantal dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
4. Wanneer het aantal (positieve) adviezen van het UWV het in enig jaar te realiseren aantal dienstbetrekkingen overtreft, kan het college in overleg met betrokkene(n) een andere voorziening inzetten tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt. Hiertoe behoren sociale activering, scholing, persoonlijke ondersteuning, maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie zoals bedoeld in de Wmo en schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening als mogelijk in te zetten voorzieningen;
Is opgenomen in lid 2
5. Het college wijst een organisatie aan die optreedt als werkgever van de personen in beschut werk.
5. Het college wijst een organisatie aan die optreedt als werkgever van de personen in beschut werk.
6. Om in artikel 10b, lid 1 van de wet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken en te laten voortduren, zet het college waar nodig de volgende voorzieningen in: proefplaatsing, fysieke aanpassingen van de werkplek of werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.
Is opgenomen in lid 1
Bestaande tekst Artikel 14. Maatwerkvoorziening persoonlijke ondersteuning 1. Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. 2. Het college kan in bijzondere omstandigheden aan personen die met een loonkostensubsidie werkzaam zijn persoonlijke ondersteuning aanbieden ter voorkoming van uitval, voor zover de uitval niet is te relateren aan de aan hem opgedragen taken. 3. Het college kan in nadere regels aan de persoonlijke ondersteuning een maximum tijdsduur verbinden.
Nieuwe tekst Artikel 16. Maatwerkvoorziening persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.
Artikel 15 ‘Individuele studietoeslag’ vervalt Het opschrift van Artikel 16 ‘Vergoedingen’ wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16. Vergoedingen
Nieuwe tekst Artikel 18. Vergoedingen
Artikel 17 ‘Persoonlijke voorzieningen bij werk of scholing’ komt te vervallen en wordt opgenomen in hoofdstuk 3A onder artikel 20 Na artikel 19 wordt een artikel en een hoofdstuk ingevoegd (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit), luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Hoofdstuk 3A. Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Artikel 20a. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. 4. Het college stelt binnen [aantal] weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet.
5. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 20b. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van [aantal] uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g.
de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de [maatschappelijke] opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 20c. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen.
2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. [3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen [aantal] weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon.] [4. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist.] 5. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. [7. Het college maakt binnen [aantal] werkdagen na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 8.
Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever.] Artikel 20d. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en
f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Artikel 20e. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach, die per geval wordt ingekocht. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. Artikel 20f. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen vier weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 20g. Jobcoaching 1.
Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan [(de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Bijlage) OF (een van de in de Bijlage genoemde keurmerken)]. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van [(de volgende begeleidingsregiems: [regiems en zwaarte met daarbij bij elk van de regiems een percentage aan begeleiding van het aantal gewerkte uren en de maximale duur van de regiems]) OF (een regiem waarbij de verleende jobcoaching in de eerste drie jaar wordt verleend voor een aantal uren dat maximaal overeenkomt met respectievelijk [percentage van aantal gewerkte uren in het eerste, tweede en derde jaar] van het aantal
uren dat de aan de persoon opgedragen taken in beslag nemen) OF (een regiem waarbij de jobcoaching kan worden verleend voor een aantal uren jobcoaching per halfjaar en wel voor het eerste halfjaar maximaal [aantal uren], voor het tweede halfjaar [aantal uren] en vervolgens voor maximaal [aantal uren] per halfjaar voor de duur van [periode])]. 3. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde maximale [(percentages) OF (uren)] afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 20h. Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 20b tot en met 20g van overeenkomstige toepassing. Artikel 20i. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h, worden verleend als: a.
de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven.
Artikel 20j. Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. Paragraaf 3A.4. Specifieke bepalingen overige voorzieningen Artikel 20k. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woonwerkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
Artikel 20l. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Artikel 20m. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken.
2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Artikel 20n. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. Artikel 19 (artikel I, onderdeel P) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 19. Intrekken oude verordening [en overgangsrecht] 1. De Re-integratieverordening Wijdmeren 2010 wordt ingetrokken ingaande 1 juli 2015.
2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Reintegratieverordening Wijdemeren 2010 die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Re-integratieverordening Wijdemeren 2010 en bijbehorende nadere regelgeving voor de duur: a. van 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
3. In afwijking van het tweede lid kan het college de toegekende voorziening op grond van de Reintegratieverordening Wijdemeren 2010 beëindigen indien inzet van een voorziening op grond van deze verordening naar verwachting leidt tot het sneller bereiken van economische zelfredzaamheid.
Nieuwe tekst Artikel 22. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1. De verordening Re-integratie, loonkostensubsidie en individuele studietoeslag Wijdemeren 2015 wordt ingetrokken ingaande 1 juli 2023. 2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de verordening Re-integratie, loonkostensubsidie en individuele studietoeslag Wijdemeren 2015 die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de verordening Re-integratie, loonkostensubsidie en individuele studietoeslag Wijdemeren 2015 en bijbehorende nadere regelgeving voor de duur: a. van 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. 3. In afwijking van het tweede lid kan het college de toegekende voorziening op grond van de verordening Re-integratie, loonkostensubsidie en individuele studietoeslag Wijdemeren 2015 beëindigen indien inzet van een voorziening op grond van deze verordening naar verwachting leidt tot het sneller bereiken van economische zelfredzaamheid.
4. Het college kan na afloop de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet.
5. De verordening Re-integratie Wijdemeren 2010 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede en vierde lid.
4. Het college kan na afloop van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 5. De verordening Re-integratie, loonkostensubsidie en individuele studietoeslag Wijdemeren 2015 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede en vierde lid.
Artikel 20 ‘Inwerktreding en citeertitel’ wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 20 Inwerktreding en citeertitel
Nieuwe tekst Artikel 23 Inwerktreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Re-integratie, loonkostensubsidie en studietoeslag Wijdemeren 2015.
1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2023 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Re-integratie Wijdemeren 2023.