CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Programmabegroting 2026-2029

Gecombineerde commissie 27 mei 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze Gooi en Vechtstreek begroting 2026 en resultaatbestemming35.481 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatie-indicatoren

Realisatie 2024 54 12

Kengetal 2025 65 10

Kengetal 2026 60 10

3. Aantal casussen onbegrepen gedrag en gevaarrisico 4. Aantal casussen radicalisering

37 4

15 4

25 4

5. Meldingen nazorg ex-gedetineerden

287

300

300

1. Aantal casussen top-X 2. Aantal casussen geweld in afhankelijkheidsrelaties

Begroting Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

Begroting 2025 na wijziging

236 0 152 0 79 0 466

339 0 81 0 81 0 502

327 0 81 0 81 0 489

371 0 83 0 87 0 541

377 0 83 0 89 0 549

243 0 84 0 89 0 415

243 0 84 0 89 0 416

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten

-254 -227 0 -102 -582

-256 -245 0 -6 -502

-256 -227 0 -6 -489

-315 -227 0 0 -541

-322 -227 0 0 -549

-317 -99 0 0 -415

-318 -99 0 0 -416

Saldo

-115

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-115

0

0

0

0

0

0

Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

30

Toelichting De stijging van de personele lasten is te verklaren door de toegepaste indexatie en de verwerking van de versterking op de plustaak Radicalisering en Extremisme zoals opgenomen in de kaderbrief 2026. De daling vanaf 2028 is te verklaren door het stoppen van de bijdrage uit de POK-middelen (personen met verward gedrag).

Vervoer Gooi en Vechtstreek De Regio heeft namens de regiogemeenten het doelgroepenvervoer inbesteed bij Vervoer Gooi en Vechtstreek BV. Hier werken 200 mensen, die zich allen (van chauffeurs tot en met de medewerkers van de klantenservice en de administratie) inzetten voor persoonlijk en betrouwbaar Wmo vervoer en leerlingenvervoer. Duurzaamheid, goed werkgeverschap en gezonde financiën staan daarbij hoog in het vaandel. Vanuit Regio Gooi en Vechtstreek wordt het doelgroepenvervoer vormgegeven en aangestuurd. De uitvoering vindt plaats vanuit Vervoer Gooi en Vechtstreek BV.

31

Algemeen

Eemnes

Gooise Meren

Hilversum

Huizen

Laren

Wijdemeren

Taken Wmo vervoer Leerlingenvervoer

Blaricum

Taken

V V

V V

V V

V V

V V

V V

V V

Beleidskader • • • • •

Wet maatschappelijke ondersteuning Wet op primair onderwijs Wet op voortgezet onderwijs Lokale verordening maatschappelijke ondersteuning Lokale verordening leerlingenvervoer

Ontwikkelingen Binnen Vervoer GV worden alle ontwikkelingen langs vier pijlers vormgegeven. Het zijn de pijlers die onder de opdracht van de gemeenten liggen om te komen tot een persoonlijk en betrouwbaar vervoer voor inwoners met een indicatiestelling voor dit type van vervoer. Een betrouwbare en toegankelijke dienstverlening Goed en inclusief werkgeverschap Een financieel gezond vervoer Duurzaam en veilig vervoer Wmo en leerlingen vervoer De verwachting is dat de Wmo vervoersvraag ook in 2025 nog iets zal toenemen en vanaf 2026 weer nagenoeg op hetzelfde niveau komt als voor de Corona pandemie. Dat betekent dat ook in 2026 de nadruk op het continue verbeteren van de dienstverlening zal liggen. In 2025 en 2026 zal een verdere slag worden geslagen in de ICT systemen, doorontwikkeling van de plan- en boekingssystemen, maar ook de overgang naar 365 online. Tegelijkertijd staat persoonlijk en betrouwbaar vervoer altijd centraal. Daar ligt de kracht van Vervoer GV. Samen met de gemeenten wordt er ook gewerkt aan de vroeg signalering voor de Wmo-gebruikers. Onze chauffeurs horen en zien veel en maken zich soms zorgen over het welzijn van de reiziger. Met de gemeentelijke uitvoeringsdiensten wordt continue gekeken hoe om te gaan met deze signalen. Om de dienstverlening te blijven verbeteren zal ook het werken met de klantenpanels worden gecontinueerd.

In deze overleggen zitten Wmo-gebruikers en ouders van leerlingen in het leerlingenvervoer. Met deze panels wordt gesproken over verbeteringen. De uiteindelijke afspraken over de dienstverlening krijgen een plek in de service level agreements die Vervoer GV met de gemeenten overeenkomt. Op deze manier zitten de gemeenten en de inwoners ook aan het stuur van Vervoer GV. De aanbesteding voor de vervanging van het wagenpark in 2025 betekent de levering van de eerste nieuwe voertuigen in 2026. De vervanging zal de komende jaren in fases plaatsvinden. De uitgangspunten 100% elektrische voertuigen en optimale inzet en comfort voor het doelgroepenvervoer zijn hierbij leidend, zodat duurzaamheid, efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid gewaarborgd blijven. Verder zal er in 2025 meer helderheid zijn over de samenwerking tussen de Provincie Noord Holland, Transdev en de gemeenten. Ook hier geldt dat Vervoer graag meedenkt over het verbeteren van de mobiliteitsvraagstukken binnen onze regio. Wel is het helder dat het Wmo en Leerlingenvervoer de primaire opgave blijft voor Vervoer GV. 32

Vervoer van en naar dagbesteding Vervoer GV voert een pilot uit voor het vervoer van ouderen van en naar de dagbesteding. In samenwerking met de gemeenten wordt gekeken naar de toekomst van de dagbesteding in Gooi en Vechtstreek. Onderdeel hiervan is het vervoer en de verbinding met vervoer in de langdurige zorg, omdat het lastig blijkt voor gemeenten en zorgorganisaties het vervoer kwalitatief goed en kostendekkend te organiseren. Op basis van lokale keuzes nemen gemeenten een besluit over de inrichting van de dagbesteding en het vervoer naar de dagbesteding. Vervoer GV staat ook in 2026 klaar om de gemeenten te ondersteunen bij het vervoeren van haar (kwetsbare) inwoners.

Wat willen we bereiken? Met de vervoersvoorziening wil de Regio persoonlijk en betrouwbaar vervoer voor inwoners uit Gooi en Vechtstreek realiseren. Onderstaande prestatie-indicatoren zijn onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst tussen de Regio (het portefeuillehoudersoverleg sociaal domein) en Vervoer Gooi en Vechtstreek BV. Deze indicatoren zijn opgesteld in samenwerking met gemeenten en adviesraden sociaal domein. Wat gaan we daarvoor doen? Prestatie-indicatoren WMO vervoer

Realisatie 2024 8.3

Kengetal 2025 7.5

Kengetal 2026 8,0

2.Punctualiteit (% ritten binnen normtijd) 3.Ritfactor (gemiddeld aantal ritten per uur)

93,2% 1,9

92% 2,3

92% 2

4.No show (percentage loosritten) 5.Aantal gegronde klachten per 1.000 ritten*

1,5% 0,8

2,0% 1

1,6% 0,1%

Realisatie 2024 7.9

Kengetal 2025 7.5

Kengetal 2026 8

90,1% 91,1% 0,12%

93% 95% 0,18%

93% 95% 0,1%

1.Klantoordeel dienstverlening

Prestatie-indicatoren leerlingenvervoer 1.Klantoordeel dienstverlening 2.Aantal ritten binnen ophaal- en afzetmarges 3.Aantal ritten binnen maximale reistijd 4.Aantal ritten met gegronde klachten * Vanaf 2026 wordt het kengetal als percentage weergegeven

33

Begroting Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

Begroting 2025 na wijziging

78 0 8.849 0 0 0 8.927

83 0 8.948 0 0 0 9.031

83 0 8.948 0 0 0 9.031

83 0 8.993 0 0 0 9.076

83 0 8.993 0 0 0 9.076

83 0 8.993 0 0 0 9.076

83 0 8.993 0 0 0 9.076

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten

-8.927 0 0 0 -8.927

-9.031 0 0 0 -9.031

-9.031 0 0 0 -9.031

-9.076 0 0 0 -9.076

-9.076 0 0 0 -9.076

-9.076 0 0 0 -9.076

-9.076 0 0 0 -9.076

Saldo

0

0

0

0

0

0

0

Reserves Dotaties Onttrekkingen

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Saldo

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting De begroting 2026 is verhoogd met een NEA index van 4,62%, zoals opgenomen in de kaderbrief 2026, waarbij in de berekening voor 2026 als basis de begroting 2025 gecorrigeerd is naar de werkelijke NEA-index voor 2025. Voor 2025 wordt deze aanpassing verwerkt in de bestuursrapportage. Bij de tariefsaanpassing in 2023 is de begroting per gemeente aangepast. Er is per gemeente gerekend met een gemiddelde ritprijs vermenigvuldigd met het aantal ritten. Bij de afrekening, op basis van werkelijke ritten, zien we jaarlijks dat de afwijkingen tussen werkelijk en voorschot bij sommige gemeenten hoog is. Om te voorkomen dat gemeenten in de toekomst geconfronteerd blijven worden met een hogere verrekening is de begroting 2026, per gemeente, aangepast. Door deze aanpassing wijzigt ook de totale bijdrage voor WMO en totale bijdrage voor LLV. Totaal blijft de begroting binnen het gestelde kader. De inzet voor dagbesteding King Arthurgroep en dagbesteding jeugd Plezier in Zorg is niet meegenomen. Dit wordt afzonderlijk meegenomen in de bestuursrapportage 2026.

34

Visit Gooi en Vecht Visit Gooi & Vecht is de destinatiemarketing- en managementorganisatie voor het Gooi en de Vechtstreek. In samenwerking met onze (boven)regionale partners zetten wij onze regio op de kaart als Gooi & Vecht, de streek voor levensgenieters. Dit doen we voor bewoners en bezoekers door onder andere het bieden van inspiratie, routes en UIT-tips online (op visitgooivecht.nl) en offline in onze VVV-locaties verspreid over de hele regio.

Algemeen

Gooise Meren

Hilversum

Huizen

Laren

Wijdemeren

V V V V

Eemnes

Taken Informatievoorziening en gastheerschap (incl. VVV dienstverlening) Promotie- en marketingactiviteiten online en offline Productontwikkeling (routes, brochures, projecten) Coördinatie beheer en onderhoud routenetwerken

Blaricum

Taken

V V V V

V V V V

V V V V

V V V V

V V V V

Beleidskader • • • • • •

Strategische Agenda Recreatie & Toerisme RSA Visie Recreatie & Toerisme Gooi en Vechtstreek Merkkompas Visit Gooi & Vecht Visie Recreatie & Toerisme Provincie Noord-Holland Dienstverleningsovereenkomst Stichtse Vecht Dienstverleningsovereenkomst Amsterdam-Weesp

Ontwikkelingen Samenwerking Visit Gooi & Vecht werkt regionaal nauw samen met de zeven regiogemeenten, lokale marketingorganisatie Hilversum Marketing, promotieorganisatie Ontdek Gooise Meren, lokale ondernemers en overige partners en bovenregionaal met o.a. Amsterdam&partners, Destinatie Nederland, Marketing Coöperatie Regio Utrecht, provincie Noord-Holland en provincie Utrecht. Regionaal deelfietsensysteem Naar verwachting wordt in 2026 een regionaal deelfietsensysteem in Gooi en Vechtstreek gerealiseerd. Visit Gooi & Vecht werkt hierin samen met de gemeenten, provincie Noord-Holland en partners. Deelfietsen zijn van groot belang om de bereikbaarheid in de regio voor (inter)nationale bezoekers te verbeteren.

Wat willen we bereiken? Doel 1. Aantrekken waardevolle bezoekers 2. Behouden kwalitatief recreatief routenetwerk (fietsen, wandelen en varen) 3. Een inspirerend platform Toerisme & Recreatie voor inwoners en bezoekers

35

Wat gaan we daarvoor doen? Doel 1. Meer inzicht in bezoekersdata ontwikkelen in samenwerking met boven(regionale) partners 2. Inzetten op Marketing & Communicatie 3. Relatiebeheer versterken en aantrekken nieuwe partners 4. Meldingen routenetwerken opvolgen, faciliteren regiogemeenten en gebiedsbeheerders en uitvoeren inspectierondes op de routenetwerken met vrijwilligers 5.Digitale aanwezigheid uitbreiden (social media, website verder ontwikkelen met routes in Gooi & Vecht) 6.Arrangement- en productontwikkeling (nieuwe brochures en arrangementen rondom recreatie en verblijf) 7.Samenwerking met Regioconservator in de museale samenwerking en van het Erfgoedfestival

Begroting Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

Begroting 2025 na wijziging

235 0 130 0 56 0 421

268 0 142 0 57 0 468

268 0 142 0 57 0 468

277 0 147 0 61 0 485

277 0 147 0 62 0 486

277 0 147 0 62 0 486

277 0 147 0 63 0 487

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten

-310 0 0 -89 -399

-415 0 0 -53 -468

-415 0 0 -53 -468

-432 0 0 -53 -485

-434 0 0 -53 -486

-434 0 0 -53 -486

-434 0 0 -53 -487

Saldo

22

0

0

0

0

0

0

Reserves Dotaties Onttrekkingen

0 -30

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Saldo

-8

0

0

0

0

0

0

Toelichting De stijging van de lasten 2026 komt voort uit de indexaties van lonen en prijzen en actualisatie van de inwoneraantallen.

36

Met gemeenten

37

Beleid en Bestuur Vanuit de eenheid Beleid en Bestuur ondersteunen wij de politieke, bestuurlijke en ambtelijke samenwerking tussen gemeenten, onze diensten en maatschappelijke partners. Deze samenwerking richt zich op de maatschappelijke opgaven, gebiedsopgaven en onze diensten. Wij zorgen dat gemeenten politiek, bestuurlijk en ambtelijk aan het stuur van de regionale opgaven en de Regioorganisatie zitten. Met gemeenten, onze diensten, ondernemers en maatschappelijke organisaties bereiden wij beleid en besluitvorming voor en voeren dat uit. Ook zorgen wij voor de bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging van de regiogemeenten in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), provincie en Rijk. Daarnaast vragen wij waar mogelijk subsidies aan en voeren projecten uit.

Algemeen

Huizen

Laren

Wijdemeren

V

Hilversum

V V

Gooise Meren

V V V V V V

Eemnes

Taken Uitvoering Regionale samenwerkingsagenda Uitvoering uitvoeringsprogramma’s Beleidsvoorbereiding en -uitvoering sociaal domein Beleidsvoorbereiding en -uitvoering fysiek domein Bestuurssecretariaat bestuurlijke en ambtelijke samenwerking Belangenbehartiging, vertegenwoordiging, lobby en strategische communicatie

Blaricum

Taken

V V V V V V

V V V V V V

V V V V V V

V V V V V V

V V V V V V

Beleidskader • • • • • •

Regionale samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek MRA samenwerkingsafspraken en MRA Agenda Provinciale samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek Beleidsplan bescherming en opvang Uitvoeringsprogramma’s op sociaal en fysiek domein Lokaal beleid op sociaal en fysiek domein

Ontwikkelingen Een tijdperk van transities We bevinden ons in een tijdperk van transitie. Fundamentele veranderingen zijn nodig in de manier waarop we als samenleving basale functies in de maatschappij invullen zoals vervoer, voedselproductie, wonen, zorg en energievoorziening. Door de demografische ontwikkeling in Nederland zal in 2050 de helft van de bevolking de zorg voor de andere helft dragen. Ook moeten we ons aanpassen aan de klimaatverandering en hebben we te maken met hoge inflatie en mondiale en economische onzekerheid. Dit alles heeft impact op de inrichting van de maatschappij, de inrichting van het landschap maar ook rechtstreeks op individuele inwoners die hun woonomgeving, koopkracht en positie op de arbeidsmarkt zien veranderen. Onze overkoepelende opgave is om de kansen van de transities te pakken, slim te bundelen en onze omgeving zorgvuldig te begeleiden op weg naar een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Daarbij is het belangrijk iedereen mee te nemen en te laten meeprofiteren; kwetsbare groepen mee te nemen en kansongelijkheid te voorkomen. Maar het is ook goed om in de transitie aandacht te houden voor behoud van het goede en de eerder beschreven polarisatie te voorkomen.

38

Rijksbeleid Het rijksbeleid bevat tal van afspraken en ambities die de gemeentelijke samenwerking in het sociaal en het fysiek domein raken. Denk bijvoorbeeld aan de aanpak van de woningmarktcrisis, investeringen in duurzame mobiliteit, de energietransitie en de aangekondigde wijzigingen van de jeugdzorg. Het rijksbeleid wordt steeds meer getoetst op brede welvaart en ‘sustainable development goals’ in plaats van op economische groei. De consequenties van het rijksbeleid zijn nog niet op alle fronten inzichtelijk en vertaald naar beleidslijnen. Daarmee is de koers van het Rijk op het moment van opstellen van deze begroting voor 2026 nog niet geheel duidelijk. Voor de ruimtelijke opgaven wordt de coördinatie van de uitvoering bij provincies gelegd, bijvoorbeeld op wonen, de ruimtelijke puzzel en de planvorming voor het landelijk gebied. In het sociaal domein is met het Integraal Zorgakkoord en de hervormingsagenda jeugd ingezet op een goed toegankelijke en betaalbare zorg in de toekomst. Hiertoe maakt het Rijk afspraken met een groot aantal partijen in de zorg. Regionale samenwerkingsagenda De Regionale samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek 2023 – 2026 (RSA) beschrijft de opgaven waarop gemeenten regionaal willen en moeten samenwerken en brengt focus aan in de samenwerking tussen de regiogemeenten en hun maatschappelijke partners.

Lokaal en regionaal eigenaarschap van de gemeenteraden op de totstandkoming en uitvoering van de regionale agenda is cruciaal. Een traject naar besluitvorming door de gemeenteraden begint altijd met een startnotitie waarin de gemeenteraden doel, scope en proces van het traject bepalen. Zo worden gemeenteraden vanaf het begin in positie gebracht. Uitvoeringsprogramma’s De zeven portefeuillehoudersoverleggen (Bouwen & Wonen, Economie & Innovatie, Gezondheid & Ondersteuning, Jeugd & Onderwijs, Milieu & Duurzaamheid, Ruimte & Mobiliteit en Werk & Participatie) hebben in 2023 uitvoeringsprogramma’s opgesteld voor de bestuursperiode 2023-2026 waarmee zij uitvoering geven aan de gezamenlijke ambities. De uitvoeringsprogramma’s zijn adaptief en geven inzicht en overzicht op welke thema’s en op welke wijze bestuurlijk wordt samengewerkt. Beschikbare capaciteit en wijzigend of nog ontbrekend rijksbeleid zijn van invloed op de uitvoering van de programma's. Met ingang van 2025 is de coördinatie op het programma Werk & Participatie overgegaan van de Regio naar de gemeente Hilversum. Bovenregionale samenwerking Mobiliteit en bereikbaarheid, woningbouw, stikstof, (drink)water, netcongestie, (duurzame) economische ontwikkeling zijn enkele van de grote maatschappelijke opgaven voor Nederland én daarmee voor de Gooi en Vechtstreek. De opgaven zijn niet los van elkaar te zien.

De uitdaging voor de komende jaren is om deze meer in samenhang te bezien en om tot meer integrale oplossingen te komen. In de samenwerking werken we hier de komende jaren hard aan verder, samen met gemeenten, betrokken (gebieds-)partijen en (boven)regionale partners. Gooi en Vechtstreek is het scharnier richting Flevoland en Utrecht. De afstemming met Flevoland vindt grotendeels plaats binnen de MRA. Met Utrecht wordt samengewerkt vanuit de Gooicorridor en ROM Utrecht. Gooi en Vechtstreek valt binnen twee NOVEX gebieden: NOVEX MRA en NOVEX Groene Hart. Op basis van de in 2023 opgestelde ‘Propositie fysiek domein’ is onze inzet in de bovenregionale belangenbehartiging meer dan voorheen geënt op ons regioprofiel. Vanaf september 2024 werken we aan een verdere professionalisering hiervan, onder meer met de inzet van een regionale lobbyist. In 2024 is de tweede strategische samenwerkingsagenda met de provincie vastgesteld. Met deze agenda sturen provincie en regiogemeenten integraal op de gedeelde gebiedsopgaven in Gooi en Vechtstreek en geven zij aan op welke opgaven zij gezamenlijk een stapje harder lopen. De gemeenten van Gooi en Vechtstreek participeren als deelregio in de MRA.

Door goed samen te werken binnen onze deelregio en te sturen op het versterken van de kwaliteiten van Gooi en Vechtstreek, kunnen we een substantiële bijdrage leveren aan de uitvoering en richting van de MRA samenwerkingsafspraken en MRA agenda. 39

Versterking en borging samenwerking sociaal domein Steeds meer mensen leven steeds langer met chronische gezondheidsklachten en leven steeds langer zelfstandig thuis. Gevolg van de vergrijzing en decentralisatie van grote delen van de zorg thuis is dat de zorgbehoefte onder ouderen steeds meer toeneemt. Ook het gebruik van jeugdzorg neemt jaarlijks toe. De houdbaarheid van de zorg komt voor gemeenten (financieel) en zorgorganisaties (voldoende arbeidskrachten) steeds meer onder druk te staan. De gemeenten staan samen met de diverse (zorg)partners voor de opgave om het zorgstelsel in de regio goed en betaalbaar te houden. Het systeem van sturing en financiering tussen Rijk, zorgverzekeraars en gemeenten verdient een nieuwe aanpak. Om de gewenste verandering te realiseren is een herijking van het systeem nodig en verdere ketensamenwerking tussen gemeenten en andere zorgpartijen. De route naar passende zorg voor onze inwoners wordt steeds meer van een individuele ondersteuning naar een meer collectief aanbod vormgegeven. Dit vraagt sturing en coördinatie om samen met de gemeenten te bepalen hoe individuele voorzieningen worden ingezet en hoe deze voorzieningen zich verhouden tot meer laagdrempelige voorzieningen op buurt- of wijkniveau. De combinatie van de uitvoering van het huidige beleid en de herijking van het beleid sociaal domein zet grote druk op de beschikbare capaciteit.

Voor de periode 2023-2026 is een bestemmingsreserve voor het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein ingesteld om de intensievere samenwerking op het sociaal domein mogelijk te maken. De middelen worden deels ingezet binnen de Regio maar zijn grotendeels bedoeld om gemeenten te compenseren voor het vrijmaken voor extra capaciteit in de samenwerking.

Wat willen we bereiken? Doel 1. Samenwerken vanuit lokaal eigenaarschap op de opgaven die zijn beschreven in de regionale samenwerkingsagenda 2023 – 2026 en de bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s fysiek en sociaal domein 2. Focus in de bovenregionale samenwerking met provincie, binnen de MRA en met Utrecht vanuit de gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven en gebiedsopgaven en in de samenwerking met gemeenten, bedrijven, maatschappelijke partners en medeoverheden 3. Versterking en borging van de samenwerking op het sociaal domein; vanuit een stevige basis inzetten op de ondersteuning van kwetsbare groepen, belangenbehartiging richting rijk en afstemming met ketenpartners

Wat gaan we daarvoor doen? Activiteit 1. Uitvoeren van een door alle gemeenteraden vastgestelde regionale samenwerkingsagenda 2023 – 2026 2. Uitvoeren en verder ontwikkelen van adaptieve uitvoeringsprogramma’s op fysiek en sociaal domein 3. Samenwerken met provincie, MRA en regio Utrecht vanuit gezamenlijke maatschappelijke opgaven 4. Versterken en borgen samenwerking op het sociaal domein, tussen gemeenten en met ketenpartners, door het instellen van regieteams sociaal domein 5. Belangenbehartiging richting Rijk en provincie vanuit onze propositie op het fysiek domein en vanuit onze uitvoeringspraktijk op het sociaal domein

40

Begroting Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

Begroting 2025 na wijziging

2.371 0 2.178 0 470 0 5.020

2.353 0 926 0 483 0 3.761

2.643 0 1.826 0 483 0 4.951

2.827 0 1.592 0 516 0 4.935

2.251 0 1.045 0 526 0 3.822

2.251 0 1.050 0 527 0 3.828

2.251 0 1.051 0 529 0 3.831

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten

-3.238 -187 -478 -39 -3.942

-3.567 0 0 -104 -3.670

-3.567 0 0 -104 -3.670

-3.703 0 0 -104 -3.807

-3.719 0 0 -104 -3.823

-3.724 0 0 -104 -3.828

-3.727 0 0 -104 -3.831

Saldo

1.078

91

1.281

1.128

-0

0

0

Reserves Dotaties Onttrekkingen

0 -1.143

0 -91

0 -1.281

0 -1.128

0 0

0 0

0 0

-65

0

0

0

0

0

0

Saldo

Toelichting Een deel van de stijging van de lasten 2026 komt voort uit de indexaties van lonen en prijzen en actualisatie van de inwoneraantallen. Na 2026 eindigt het uitvoeringsprogramma op het Sociaal Domein, welke gefinancierd wordt uit de bestemmingsreserve. De lasten zullen overeenkomstig afnemen. Op de Regionale Samenwerkingsagenda wordt tot eind 2026 een pilot gefinancierd voor de inzet van een manager Public Affairs/Lobbyist op het fysiek domein.

41

Inkoop en contractbeheer In opdracht van Regio Gooi en Vechtstreek werkt de eenheid Inkoop en Contractbeheer samen voor onze inwoners met ondernemers en maatschappelijke organisaties. Inkoop en contractbeheer is hierbij verantwoordelijk voor het inkopen, contracteren en beheren van alle producten en dienstverlening van bedrijven en organisaties. Inkoop en Contractbeheer voert haar taak op een drietal gebieden: sociaal domein, fysiek domein en facilitaire zaken. Algemeen

Eemnes

Gooise Meren

Hilversum

Huizen

Laren

Wijdemeren

Taken Inkoop sociaal domein, fysiek domein en facilitaire zaken Contractbeheer sociaal domein (incl. verwijsindex, wachtlijstbemiddeling B&O, cliëntervaringsonderzoek, klachtenmeldpunt)

Blaricum

Taken

V V

V V

V V

V V

V V

V V

V V

Beleidskader • • •

Aanbestedingswetgeving Inkoopbeleid gemeenten en Regio Relevante wet- en regelgeving

Ontwikkelingen Financieel gezond sociaal domein Gemeenten hebben tekorten op de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning. Vanuit de Regio beheren de gemeenten tal van voorzieningen op de jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Gemeenten en Regio hebben de afgelopen jaren maatregelen doorgevoerd om deze voorzieningen kwalitatief op peil en financieel toekomstbestendig te houden. De verwachting is dat deze ingezette lijn in 2026 verder wordt doorgezet, waarbij er vanuit de regionale uitvoeringsagenda sociaal domein een aantal producten worden heroverwogen en aanvullende maatregelen doorgevoerd worden. Daarnaast voeren de gemeenten lokaal maatregelen door, die effect hebben op de regionale voorzieningen. Met gemeenten is onderzocht of de Regio ook de maatwerkcontracten individuele voorzieningen kan beheren. De financiële effecten hiervan worden betrokken in de bestuursrapportage 2025. Het gehele pakket aan maatregelen heeft invloed op het werk binnen de eenheid inkoop en contractbeheer. Contractafspraken moeten worden aangepast, relatiemanagement met gecontracteerde zorgorganisaties, mogelijk nieuwe inkooptrajecten, etc. Datagestuurd werken De houdbaarheid van de zorg komt voor gemeenten (financieel) en zorgorganisaties (voldoende arbeidskrachten) steeds meer onder druk te staan.

De gemeenten staan samen met de diverse (zorg)partners voor de opgave om het zorgstelsel in de regio goed en betaalbaar te houden. Enerzijds is er de opgave om cliëntgedreven te werken in plaats van werken vanuit een versnipperd en gestapeld aanbod. Anderzijds is er de opgave om de fors toegenomen kosten in te dammen. Deze opgave vraagt om een transformatie in het sociale domein waarvoor ketensamenwerking noodzakelijk is. Naast het verlenen van betere zorg, kan ketensamenwerking ook leiden tot kortere wachtlijsten, minder interventies en minder escalaties. Daarmee kan ook de druk op onderwijs en huisartsen worden verlaagd. De financiële ontwikkelingen op het sociaal domein laten het belang zien van een goede informatiearchitectuur voor gemeenten. Gemeenten willen weten hoe voorzieningen zich ontwikkelen en welke invloed maatregelen hebben op het gebruik en de kosten. De Regio beheert de gecontracteerde voorzieningen in het digitaal leefplein. Meer dan voorheen vraagt deze data gedreven werkwijze om het uitwisselen van gegevens, zowel binnen het systeemlandschap van de Regio, als 42

daarbuiten. De verwachting is dat, mede door de opkomst van AI, de nadruk nog nadrukkelijker komt te liggen op datagestuurd werken. Om tot een betere kwaliteits- en kostenbeheersing te komen is het noodzakelijk om de regionale data te verrijken met zowel openbare publieke bronnen als andere beschikbare gegevens zodat er een voorspellende waarde ontstaat. Het is daarbij belangrijk om de informatiearchitectuur lokaal en regionaal beter aan elkaar te verbinden en data realtime te ontsluiten. De verwachting is dat investeringen in de lokale en regionale informatiearchitectuur noodzakelijk zijn. Wat willen we bereiken? Doel 1. Een rechtmatige en doelmatige inkoop en beheer van (centrum)gemeentelijke voorzieningen en diensten 2. Een rechtmatige en doelmatige inkoop en beheer van Regio producten, voorzieningen en diensten

Wat gaan we daarvoor doen? Activiteit 1. Een accurate en tijdige informatievoorziening voor gemeenten, Regio en overige stakeholders over regionaal gecontracteerde voorzieningen en diensten 2. Goedkeurende controleverklaring van accountant op regionaal ingekochte voorzieningen, diensten, producten Kengetallen

Realisatie 2024 € 98 miljoen

1.Contractwaarde sociaal domein*

Kengetal 2025 € 102 miljoen

Kengetal 2026 € 110 miljoen

* Op basis van declaratiewaarde zorgaanbieders

Begroting Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

1.261 0 2.609 0 382 0 4.251

1.263 0 2.186 0 392 0 3.841

1.314 0 2.224 0 392 0 3.930

1.369 0 2.440 0 418 0 4.227

1.369 0 2.441 0 426 0 4.236

1.369 0 2.441 0 427 0 4.237

1.369 0 2.442 0 429 0 4.240

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten

-3.682 -477 0 -414 -4.573

-2.584 -969 0 -288 -3.841

-2.673 -969 0 -288 -3.930

-2.753 -1.185 0 -288 -4.227

-2.763 -1.185 0 -288 -4.236

-2.764 -1.185 0 -288 -4.237

-2.766 -1.185 0 -288 -4.240

-322

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-322

0

0

0

0

0

0

Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

Toelichting De stijging van de lasten 2026 komt voort uit de indexaties van lonen en prijzen, actualisatie van de inwoneraantallen en actualisatie van middelen voor Volwasseneneducatie op basis van meest recente beschikking. 43

Bescherming en Opvang (inclusief Veilig Thuis) Bescherming en opvang omvat openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, beschermd wonen (BW), maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO). Gemeenten zijn hiervoor verantwoordelijk vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. Per 2015 kwam daar de bestrijding van kindermishandeling, vanuit de Jeugdwet bij. Het beleid - met de bijbehorende begroting - is opgesteld voor inwoners die zich (tijdelijk) in een kwetsbare positie bevinden, maatschappelijk zijn uitgevallen/of dreigen uit te vallen. De draaglast van ervaren problemen en tegenslagen kan (te) groot zijn voor de bij hen beschikbare draagkracht. Door die disbalans worden zij bedreigd met tijdelijke of langdurige maatschappelijke uitval of sociale uitsluiting. Hierbij spelen stigma en zelfstigma een belangrijke rol. Het gaat veelal om inwoners die (tijdelijk) niet in eigen bestaansvoorwaarden kunnen voorzien, zoals huisvesting, inkomen, sociale contacten, mentale weerbaarheid en zelfverzorging. Vaak spelen er problemen op meerdere leefgebieden. Denk aan een combinatie van schulden, sociaal isolement, psychische problemen, geweld in een afhankelijkheidsrelatie, verwaarlozing, verslaving, vervuiling en/of overlast.

Veilig Thuis (VT) bestaat uit een deskundig team van medewerkers, gedragswetenschappers en vertrouwensartsen. Zij maken zich sterk voor een veilig thuis voor iedereen binnen Gooi en Vechtstreek. Inwoners kunnen terecht met zorgen over zichzelf, de partner, een kind, een gezin of iemand anders uit de omgeving. Ervaren medewerkers staan klaar om inwoners te spreken, van advies te voorzien en eventueel een melding van huiselijk geweld en/of kindermishandeling op te maken. Samen met inwoners werkt Veilig Thuis aan het herstel van een veilige situatie voor iedereen.

Algemeen

Laren

Wijdemeren

V

Huizen

V V

Hilversum

V V V V

Gooise Meren

Eemnes

Taken Preventie en perspectief (waaronder het herstelnetwerk) Beschermd en veilig thuis wonen (waaronder BW/MO/VO) Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid (waaronder VT) Randvoorwaarden goede regionale samenwerking tussen gemeenten en met partners

Blaricum

Taken Bescherming en Opvang

V V V V

V V V V

V V V V

V V V V

V V V V

Beleidskader Bescherming en Opvang • • • • •

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Wet verplichte GGz Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 Uitvoeringsregeling Wmo 2015 Beleidsplan bescherming en Opvang 2022-2025

44

Gooise Meren

Hilversum

Huizen

Laren

Wijdemeren

V V V V V V V V V

Eemnes

Blaricum

Taken Advies en ondersteuning geven Meldingen ontvangen en veiligheidsbeoordeling & onderzoek Onderzoek doen en Veiligheidsvoorwaarden opstellen Overdragen aan ketenpartners Monitoren duurzame veiligheid Risicoscreening Vrouwenopvang 24/7 uitvoering Crisisdienst 18- en HG/KM Coördinatie AWARE Alarmering bij stalking Coördinatie Tijdelijke huisverboden

V V V V V V V V V

V V V V V V V V V

V V V V V V V V V

V V V V V V V V V

V V V V V V V V V

Beleidskader Veilig Thuis • • • • • • •

Wet tijdelijk huisverbod Richtlijnen jeugdbescherming en jeugdhulp Handelingsprotocol veilig thuis Handreiking FMEK Forensische medische expertise bij kindermishandeling Handreiking samenwerken bij strafbare kindermishandeling Samenwerkingsafspraken gemeenten / beleid B&O Visiedocument samenwerken aan veiligheid

Ontwikkelingen Beleidsplan Bescherming en Opvang 2026 - 2033 Het regionale beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ kent een looptijd van vier jaar en loopt 31 december 2025 af. Om te komen tot een nieuw beleidsplan is het huidige beleid in september/begin oktober 2024 geëvalueerd met gemeenten, maatschappelijke partners en met inwoners die vanuit diverse rollen kennis hebben van en ervaring hebben met de uitvoering van dit beleid. De uitkomsten van de evaluatie, het voorgestelde procesvoorstel en de richting voor het nieuwe beleidsplan zijn verwoord in de startnotitie Bescherming en Opvang 2026 – 2033. Het te doorlopen proces wordt naar verwachting 31 december 2025 afgerond. Het nieuwe beleidsplan zal inclusief begroting worden opgeleverd. Uitgangspunt hierbij is dat dit binnen de beschikbare middelen uitgevoerd wordt. Bevorderen van de doorstroom na betrokkenheid Veilig Thuis Alle Veilig Thuis organisaties in Nederland kampen met wachttijden. In 2026 wordt een verbeterplan uitgevoerd wat in 2025 is opgesteld in afstemming met gemeenten en gebaseerd op onderzoek uit 2024. Dit plan is gericht op betere doorstroom na betrokkenheid van Veilig Thuis in de verwachting dat daarmee de wachttijden bij Veilig Thuis voor de komende jaren zullen afnemen.

Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming en Veilig Thuis Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) (hierna, TKS) is een landelijk programma dat gericht is op het verbeteren van de aanpak van structurele onveiligheid bij huishoudens. Het TKS is in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid en VWS opgesteld. Binnen het programma wordt uitgegaan van een nieuwe manier van werken waarbij onveiligheid tijdig wordt gesignaleerd en hulp beter bij inwoners aansluit. Zo komen we 45

tot een systeemgerichte aanpak voor inwoners van 0 tot 100. Een aantal acties binnen het TKS vinden in nauwe samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd plaats. Dit geldt in het bijzonder voor het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. Het TKS erkent de complexiteit van geweld in afhankelijkheidsrelaties en benadrukt de noodzaak van maatwerk. Organisaties en disciplines vanuit het zorg- en veiligheidsdomein werken hiervoor nauw samen. Hierbij wordt rekening gehouden met factoren zoals gender en culturele achtergrond. Dit sluit aan bij de regionale visie van Bescherming en Opvang op preventie en herstel, een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid en de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. TKS maakt weliswaar geen onderdeel uit van het programma Bescherming en Opvang, maar heeft wel een duidelijke verbinding met dit beleidsterrein. Positie Veilig Thuis in het Toekomstscenario Ook Veilig Thuis levert haar bijdrage aan de ontwikkelingen in het licht van het Toekomstscenario en richt zich op het versterken van de lokale teams in de regio. De contouren voor het inrichten van een Regionaal Veiligheidsteam, waarin (een deel van de taken van) Veilig Thuis op zou moeten gaan begint duidelijker vorm te krijgen.

In december 2024 hebben de opdrachtgevers VWS en J&V een richtinggevend besluit genomen om het op te richten RVT (Regionaal VeiligheidsTeam) decentraal te organiseren, onder centrale aansturing van de 25 veiligheidsregio's, met een publieksrechtelijk bestuursorgaan. De besluitvorming in de Tweede Kamer hierover kan vanaf 2026 het takenpakket van Veilig Thuis beïnvloeden. De afronding van de implementatie van het RVT is volgens huidige planning gesteld op 2029. Wat willen we bereiken? Veilig Thuis streeft naar duurzaam herstel van acute en structurele onveiligheid bij geweld in afhankelijkheidsrelaties, in samenwerking met ketenpartners in de Regio Gooi en Vechtstreek. Dit doen we door uitvoering te geven aan onze wettelijke taken en daarnaast een aantal regionale maatwerktaken uit te voeren die passen bij ons streven en de uitvoeringspraktijk versterken. We willen kwalitatief hoogwaardige dienstverlening bieden bij de uitvoering van onze taken en de belangen van kwetsbaren altijd vooropstellen. Voor de lopende beleidsperiode van het beleidsplan Bescherming en Opvang (B&O) 2022 - 20254, hebben inwoners, gemeenten en partners samen focus aangebracht. Gemeenten geven, in samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners, uitvoering aan de volgende (beleids)doelen. Doel 1. Met preventie en perspectief maatschappelijk uitval voorkomen 2.

Beschermd en veilig thuis wonen voor iedereen, die dat nodig heeft, mogelijk maken 3. Dienstverlening vanuit een integrale benadering vanuit wonen, welzijn, zorg en veiligheid 4. Herstel van acute en structurele onveiligheid (VT) 5. Duurzame veiligheid en herstel na huiselijk geweld /kindermishandeling door samenwerking in netwerk (VT)

4 De voorbereidingen om te komen tot een nieuw beleidsplan 2026 - 2033, inclusief begroting, zijn in volle gang.

46

Wat gaan we daarvoor doen? Kengetallen, activiteiten VT

Realisatie 2024 100%

Kengetal 2025 100%

Kengetal 2026 100%

6,5 43%

7,5 85%

7,5 85%

1.

24-7 beschikbaarheidsdienst uitvoeren (incl. uitruk)

2. 3.

36%

65%

65%

5. 6.

Cliëntervaringsonderzoek Voldoen aan wettelijk termijn ‘veiligheidsbeoordeling binnen 5 werkdagen’ Voldoen aan wettelijke termijn beëindiging actieve betrokkenheid binnen 10 weken Advies en ondersteuning Melding en veiligheidsbeoordeling

1.254 1.341

1.600 1.400

1.400 1.400

7. 8. 9.

Veiligheidsvoorwaarden opstellen Onderzoek doen Overdracht naar ketenpartners

207 130 1.273

250 135 880

220 140 880

10. 11.

Monitoren duurzame veiligheid Coördinatie en uitvoering huisverboden

240 14

300 18

300 18

12. 13.

Coördinatie AWARE alarmering Verzoek tot bespreking Overleg Veilig Verder

38 21

45 20

45 20

4.

Activiteit Bescherming en Opvang Het beleidsplan Bescherming en Opvang bestaat uit drie inhoudelijke programmalijnen en in totaal 31 maatregelen: 1. Preventie en perspectief: maatregelen 1 t/m 8 uitvoeren (zoals het herstelnetwerk, de respijtvoorziening en crisiskaart) en daarbij de verbinding tussen gemeenten onderling versterken 2. Beschermd en veilig thuis wonen: maatregelen 9 t/m 22 uitvoeren en daarbij de verbinding tussen zorg en wonen voortzetten en versterken, beweging beschermd wonen naar beschermd thuis 3. Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid: maatregelen 23 t/m 31 uitvoeren en daarbij de verbinding tussen zorg en veiligheid leggen en versterken

Kengetallen (in plekken)

Realisatie 2024

1. Beschermd wonen 2. Beschermd thuis

66 plekken 6 plekken

Kengetal 2025 83 plekken 10 plekken

3. Maatschappelijke opvang 4. Vrouwenopvang

54 plekken 8,3 plekken

54 plekken 8,3 plekken

Kengetal 2026 63 plekken 10 plekken 54 plekken 8,3 plekken

47

Begroting Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

Begroting 2025 na wijziging

4.583 0 14.584 0 769 0 19.936

4.720 0 15.431 0 789 0 20.941

4.720 0 15.431 0 789 0 20.941

4.925 0 15.868 0 843 0 21.637

4.925 5 15.863 0 859 0 21.653

4.925 11 15.862 0 861 0 21.660

4.925 11 15.863 0 865 0 21.664

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten

-1.410 -19.067 0 -180 -20.657

-2.402 -18.433 0 -105 -20.941

-2.402 -18.433 0 -105 -20.941

-2.578 -18.954 0 -105 -21.637

-2.592 -18.956 0 -105 -21.653

-2.599 -18.956 0 -105 -21.660

-2.603 -18.956 0 -105 -21.664

-721

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-721

0

0

0

0

0

0

Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

Toelichting De extra lasten in 2026 komen hoofdzakelijk voort uit de indexaties van lonen en prijzen, actualisatie van de inwoneraantallen en aanpassingen als gevolg van verhoging van centrumgemeentemiddelen. De daadwerkelijke actualisatie en vertaling van nieuwe beleidsplan vindt plaats in 2026 op basis van de meicirculaire 2026 middels de bestuursrapportage 2026. De centrumgemeentebijdragen integratie uitkering beschermd wonen, decentralisatie uitkering maatschappelijke opvang, decentralisatie uitkering vrouwenopvang en dak - en thuisloosheid zijn gebaseerd op de decembercirculaire 2024. Decembercirculaire 2024 Beschermd Wonen Maatschappelijke Opvang Vrouwenopvang Dak- en Thuisloosheid Bescherming en Opvang

2026 13.648.817

2027 13.648.817

2028 13.648.817

2029 13.648.817

2.260.176 2.718.305 326.708 18.954.006

2.260.176 2.720.215 326.708 18.955.916

2.260.176 2.720.215 326.708 18.955.916

2.260.176 2.720.215 326.708 18.955.916

48

Paragrafen

49

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4 structurele exploitatieruimte; en 5 belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het weerstandsvermogen) tenminste 1,05 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend: • de algemene reserve; • de stille reserves; • het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte; • incidentele begrotingsruimte.

Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit6. Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de

5Spelregels

In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ va stgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 6 Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale

toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aa n het financieel toezicht op gemeenten.

50

middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld. Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in de bijlage Reserves en Voorzieningen. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting.

Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten. Voor 2026 zou dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 447.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Dit is ook opgenomen in de financiële verordening 2025 van de regio. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit.

De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief:

Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal

2026 1.159 5 1.164

2027 1.159 5 1.164

Bedragen x € 1.000 2028 2029 1.159 1.159 5 5 1.164 1.164

51

Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. De Regio wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten.

Het onderstaande overzicht toont de risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. 1 ALG

Ontwikkeling materiële kosten

Geschat risico € 125.000

Kans op voordoen 75%

Financieel effect € 93.750

In de Regiobegroting 2026-2029 is ongeveer € 25 mln. aan structurele materiële kosten geraamd (exclusief beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Voor ongeveer 85% van de uitgaven ligt hier een contract aan ten grondslag zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. Voor de prijsontwikkelingen op de materiele kosten is op basis van de septembercirculaire 2024 een indexatiepercentage van 2,2% meegenomen. Mocht de inflatie hoger uitvallen dan de 2,2%, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale materiële lasten. 2 ALG

Privacy en gegevensbescherming

Geschat risico € 250.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 75.000

Bij de Regio vinden in de verschillende RVE’s veel verwerkingen van veelal gevoelige (o.m. bijzondere) persoonsgegevens plaats. Niet alleen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), maar ook de Wet politiegegevens (Wpg) is van toepassing. Dat maakt dat de organisatie zich bewust is van haar verantwoordelijkheid op gebied van de bescherming van persoonsgegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft in haar toezichtwerk 2024 (zie Jaarplan AP 2024 d.d. 21 december 2023) extra aandacht besteed aan 5 thema’s: Algoritmes & AI, Big Tech, Vrijheid & Veiligheid, Datahandel en Digitale Overheid. Al deze thema’s zijn in meer of mindere mate voor de Regio relevant. Wat de focuspunten van de AP zullen zijn voor de periode vanaf 2025 is nog niet bekend. De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio ingevolge art. 82 AVG aansprakelijk worden gesteld door eenieder die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een inbreuk op de AVG door handelen of nalaten van de Regio als verwerkingsverantwoordelijke (of als verwerker). Het is echter lastig om op voorhand de kans en impact daarvan te kwantificeren. Het is daarom van groot belang dat de Regio erop toeziet c.q.

blijft toezien dat passende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om te waarborgen (en te kunnen aantonen) dat verwerkingen in overeenstemming met AVG worden uitgevoerd. Voldoende middelen zijn daarbij van cruciaal belang. Het jaar 2025 is op het gebied van privacy een moment van voorbereiden op verdere doorontwikkeling. De meerjarige doelstelling is om met betere governance en een apart programma gestructureerd 52

(pdca) stappen te zetten naar een hoger volwassenheidsniveau. Kernonderdelen van een goed privacy beleid (van leiderschap & toezicht, risicobeoordelingen, beleid & procedures, tot aan training & awareness en monitoring & controle) zullen in samenhang aandacht krijgen. De samenwerking en integratie met informatieveiligheid dient daarbij meer opgezocht te worden. 3 ALG

Uitval ICT voorzieningen als gevolg van technische oorzaken(exclusief informatiebeveiliging)

Geschat risico € 500.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 125.000

De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door technische incidenten worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere tijd stil komen te liggen. Voorbeelden hiervan zijn: storingen inzake generieke telefonie en internetverbindingen, specifieke dataverbindingen, uitval van SaaS- of Clouddiensten, et cetera. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. 4 ALG

Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s

Geschat risico € 900.000

Kans op voordoen 35%

Financieel effect € 315.000

De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infrasysteeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging verstoord worden. Hierdoor kan een deel of zelfs alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Deze risico's zijn reëel en de verwachting is dat deze met de tijd alleen maar zullen toenemen. Onze digitale informatievoorziening zowel intern als extern neemt toe, wat intern aandacht vraagt om alle aspecten van cybersecurity (mens, proces en techniek) op peil te houden. Met deze toename neemt ook de kans op zowel het voordoen als de impact ervan toe. De Regio neemt beheersmaatregelen die de informatieveiligheid vergroten. Dit vraagt en vergt intern een continue aandacht om alle aspecten van cybersecurity (mens, proces en techniek) op peil te houden. 5 ALG

Krapte op de arbeidsmarkt

Geschat risico € 600.000

Kans op voordoen 20%

Financieel effect € 120.000

De Regio is bij de uitvoering van haar takenpakket in een aantal gevallen afhankelijk van specialistische functies, waarbij de inwerktijd veelal een langere tijd bestrijkt. De krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt niet alleen het aantrekken van zowel intern als extern personeel op deze functies, het is ook lastig om het personeel op deze functies vast te houden. Een deel van deze functies wordt nu nog ingevuld met externe inhuur, wat geen stabiele basis naar de toekomst toe met zich meebrengt. Immers, bij het beëindigen van de inhuur verdwijnt veel kennis en historie uit de organisatie. Tegelijkertijd liggen de kosten van externe inhuur in de meeste gevallen hoger dan dat deze medewerker in dienst zou zijn bij de Regio. Daarmee levert de externe inhuur zowel continuïteitsals financiële issues op (de krapte op de arbeidsmarkt stuwt ook de te betalen tarieven omhoog). Voor de berekening van het geschatte risico wordt rekening gehouden met een percentage inhuur van 10%. Aangezien het tarief van inhuur minimaal 15% boven de gewone personeelskosten van de Regio ligt, wordt het risico geschat op € 600.000 (10% met een hoger kostenpercentage van 15% (4,07 miljoen x 15%). De kans op doordoen van dit risico wordt, gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt geschat op 20%.

53

6 IC

Uitval van systemen (digitaal leefplein)

Geschat risico € 500.000

Kans op voordoen 10%

Financieel effect € 50.000

Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd en worden de declaraties bijna allemaal geautomatiseerd gecontroleerd. Tevens worden hieruit betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. Op het moment dat het systeem zou uitvallen, bijvoorbeeld door een dreiging van cybercriminaliteit of door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het opnieuw opstarten of onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Naast het hierboven genoemde kan het DLP ook uitvallen op het moment dat het berichtenverkeer stil komt te liggen door bijvoorbeeld een software fout. Dit risico kan zich één keer per jaar voordoen na de landelijke update. Voor 2025 staat de overgang naar de nieuwe versie van het Digitaal Leefplein (DLP) 2.0 gepland. 7 GAD

Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten

Geschat risico €1.000.000

Kans op voordoen 35%

Financieel effect € 350.000

De grondstoffenmarkten stonden de afgelopen jaren in het teken van Corona, wat ervoor heeft gezorgd dat deze een zeer volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet helemaal meer af te dekken. De volatiliteit op de grondstofmarkten die al langere tijd heerst is vooralsnog echter gebleven en de risico's zijn navenant aanwezig dan wel toegenomen. Voor de komende jaren is Corona niet meer de ‘katalysator’ maar zijn het andere (mondiale) ontwikkelingen waar deze markten op reageren. Ontwikkelingen en bijbehorende risico’s die soms onvoorspelbaar zijn maken dat onzekerheden en bijbehorende prijsfluctuaties soms niet goed te voorzien zijn. Daarnaast kunnen, na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, in een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs - en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclingscomponenten zijn sterk aan fluctuatie onderhevig. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg aan deze fluctuatie onderhevig blijft. Wel vervalt met ingang van 2025 het risico op de grondstof glas.

Er is hiervoor een verkoopovereenkomst gesloten met een vaste prijs voor 8 jaar tot en met 2032. Ander aspect is een achterblijvend scheidingspercentage wat kan leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden waar mogelijk, binnen aanbesteding(en) geminimaliseerd. Daarnaast zal de macro economische prijsontwikkeling zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven. Tot slot kan er sprake zijn van stijgingen ten aanzien van de CO2-heffing, verbrandingsbelasting of andere toeslagen bij verwerking van grond en afvalstoffen.

54

Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.128.750 #

Risico

1 ALG

Ontwikkeling materiële kosten

Geschat financieel risico 125.000

2 ALG Privacy en gegevensbescherming 3 ALG Uitval ICT voorzieningen agv technische oorzaken 4 5 6 7

ALG Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s ALG Krapte op arbeidsmarkt I&C Uitval van systemen (digitaal leefplein) GAD Ontwikkeling verwerkingstarieven/ recyclingscomponenten Totaal risicoprofiel

In € Kans op voordoen

Financieel effect

75%

93.750

250.000 500.000

30% 25%

75.000 125.000

900.000 600.000 500.000 1.000.000

35% 20% 10% 35%

315.000 120.000 50.000 350.000 1.128.750

Het financiële risico met betrekking tot nieuwe CAO afspraken (huidige CAO loopt tot 31 maart 2025) is niet opgenomen in onze begroting. Het is van belang dat gemeenten dit risico opnemen in hun eigen risicoparagraaf om voorbereid te zijn op potentiële impact op de begroting. Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Risicoprofiel

Beschikbare weerstandscapacit eit

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)

Bedragen x € 1.000 2026 1.164 1.129 35 1,03

Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. 55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15509981/1