Bijlage 3 - Ontwerpbesluit Wet Geluidhinder
Tekst van het document
ONTWERPBESLUIT WET GELUIDHINDER Vaststelling hogere waarden artikel 83 en 110a Wet geluidhinder vanwege partiële herziening bestemmingsplan Rading 128 in Loosdrecht
Ontwerpbesluit Wet geluidhinder
Besluit op grond van artikel 83 en 110a van de Wet geluidhinder met betrekking tot vaststelling van hogere waarden in verband met de partiële herziening bestemmingsplan Rading 128 in Loosdrecht
Beschikking Wet geluidhinder vaststelling hogere waarden kenmerk: Z2019-011426.
2
Inhoud 1. BESLUIT ......................................................................................... 4 2. INLEIDING ..................................................................................... 5 2.1 Aanleiding ..................................................................................... 5 2.3 Ontvankelijkheid ........................................................................... 5 2.4 Procedure ..................................................................................... 5 3. OVERWEGINGEN ............................................................................ 6 3.1 Maatschappelijke noodzaak........................................................... 6 3.2 Het akoestisch onderzoek ............................................................. 6 3.3 Afweging bron- en overdrachtsmaatregelen .................................. 6 3.4 Cumulatie ...................................................................................... 7 3.5 Waarborging binnengeluidsniveau ................................................ 7
Beschikking Wet geluidhinder vaststelling hogere waarden kenmerk: Z2019-011426.
3
1. BESLUIT Gelet op artikel 83 van de Wet geluidhinder, artikel 110a van de Wet geluidhinder en op bovenstaande overwegingen hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren besloten in ontwerp de volgende hogere waarden vast te stellen: Geluidbelasting (dB) inclusief aftrek art. 110g Wgh (5 dB) Woningen Rading 128 (gemerkt conform omschrijving in akoestisch onderzoek) Appartement 1E Appartement 2E Appartement 1F Appartement 2F
Geluidbelasting (Lden) ten gevolge van de Rading 56 56 56 56
Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren, Namens deze de directeur van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek, Namens deze,
J.Jongstra Teamleider Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
Kenmerk: Z2019-011426/D2019-213896. Lelystad, 24-12-2019
Beschikking Wet geluidhinder vaststelling hogere waarden kenmerk: Z2019-011426.
4
2. INLEIDING 2.1 Aanleiding De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) heeft op 21 november 2019 een verzoek ontvangen om een hogere waardenprocedure te voeren. Bij het verzoek is een akoestisch rapport gevoegd met kenmerk B02.1 9.026-RM van 4 maart 2019. Dit rapport is opgesteld ten behoeve van een partiële herziening bestemmingsplan Rading 128 in Loosdrecht. De aanvraag richt zich op de realisatie van 12 appartementen aan de Rading 128. Het akoestisch onderzoek richt zich op toetsing aan de voorkeursgrenswaarde overeenkomstig artikel 82 Wet geluidhinder en eventueel vast te stellen hogere waarden Wet geluidhinder overeenkomstig artikel 83 Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB en de maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde vanwege de Rading wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Met dit besluit wordt vanwege de Rading, voor 4 woningen hogere waarden vastgesteld. Het gaat om gedeelten van de kadastrale percelen gemeente Loosdrecht, sectie C, nummer(s) 6206. 2.2 Verstrekte gegevens De volgende gegevens zijn verstrekt: Het akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege de wegen d.d. 4 maart 2019 met kenmerk B02.1 9.026-RM.
De regels, toelichting en de verbeelding van het bestemmingsplan; Het verzoek om een hogere waardenprocedure te doorlopen van 21 november 2019. 2.3 Ontvankelijkheid Het akoestisch onderzoek is beoordeeld op volledigheid en juistheid. Het akoestisch rapport is (gezamenlijk met de overig aangeleverde informatie) compleet en ontvankelijk voor een hogere waardenprocedure. Wel is het nodig om de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek (bouwkundige afschermende maatregelen) te borgen in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Dit is separaat gecommuniceerd aan Wijdemeren. 2.4 Procedure De procedure is en wordt overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VIIIa van de Wet geluidhinder en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht uitgevoerd.
Beschikking Wet geluidhinder vaststelling hogere waarden kenmerk: Z2019-011426.
5
3. OVERWEGINGEN 3.1 Maatschappelijke noodzaak 3.2 Het akoestisch onderzoek Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vier van de twaalf beoogde woningen een geluidbelasting ondervinden hoger dan de voorkeursgrenswaarde als bedoeld in artikel 82 van de Wet geluidhinder. De voorkeurgrenswaarde bedraagt voor wegverkeer 48 dB. Het ten hoogst toegestane geluidsniveau waarvoor het college van B&W een hogere waarde kan vaststellen bedraagt 63 dB. De geluidbelasting op de beoogde woningen overschrijdt deze maximale ontheffingswaarde niet. Dit is voor het college aanleiding om, rekening houdend met aspecten als mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, overeenkomstig art. 83 van de Wet geluidhinder en hoofdstuk VIIIa van de Wet geluidhinder, voor de te bestemmen woningen hogere waarden Wet geluidhinder vast te stellen. 3.3 Afweging bron- en overdrachtsmaatregelen De Wet geluidhinder (artikel 77 lid 2) stelt een verplichting om mogelijke toepassing van bron- en overdrachtsmaatregelen te beschouwen. Artikel 110a lid 5 stelt dat er pas hogere waarden kunnen worden vastgesteld als bron- en overdrachtsmaatregelen worden getroffen. Bron- en overdrachtsmaatregelen hoeven niet te worden getroffen als ze onvoldoende doeltreffend zijn of als er sprake is van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
De (on)mogelijkheden tot het treffen van maatregelen zijn hieronder beschreven. Mogelijke bronmaatregelen zijn het verlagen van de intensiteit en van de maximum snelheid van het wegverkeer en het toepassen van geluidsarm asfalt op de Rading. De betreffende weg heeft de functie van een ontsluitingsweg. Het verlagen van de verkeersintensiteit en het verlagen van de maximum snelheid kan alleen als de functie van de weg verandert en er elders alternatieven zijn. Die zijn er niet. Verlaging van de verkeersintensiteit en/of de maximum snelheid stuit op overwegende bezwaren van verkeerskundige aard. Met de omgevingsvergunning wordt de komst van 12 woningen mogelijk gemaakt waarvan er bij 4 woningen de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Het toepassen van geluidarm asfalt teneinde bij 4 woningen een geluidreductie te realiseren van 3 tot 4 dB is financieel niet haalbaar. Toepassing van geluidarm asfalt stuit op bezwaren van financiële aard. Mogelijke overdrachtsmaatregelen zijn het vergroten van de afstand van het plan tot de wegen en het afschermen van geluidgevoelige bestemmingen met behulp van een geluidscherm of een afschermend gebouw en het afschermen van (een deel van) een geluidgevoelige bestemming middels een gebouw gebonden voorziening. Het vergroten van de afstand van het plan tot de weg is niet mogelijk vanwege de gebondenheid aan de betreffende locatie.
Toepassing van een geluidsscherm tussen de Rading en de beoogde woningen op die locatie stuit op stedenbouwkundige (en financiële) bezwaren. Om te voorzien in een geluidluwe gevel voor die woningen waar hogere waarden voor worden vastgesteld, gaat het akoestisch onderzoek uit van gebouw gebonden geluidschermen. Om toepassing van deze voorzieningen te borgen is het nodig om de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan hierop in te richten. Dit is aan de gemeente geadviseerd. Beschikking Wet geluidhinder vaststelling hogere waarden kenmerk: Z2019-011426.
6
Geconcludeerd kan worden dat maatregelen om de geluidbelasting op de te projecteren woningen terug te dringen, anders dan de gebouw gebonden maatregelen, op overwegende bezwaren stuiten. De Wet geluidhinder vereist daarom geen bron- en/of overdrachtsmaatregelen bij het vaststellen van de hogere waarden, anders dan de gebouw gebonden maatregelen waar in het akoestisch onderzoek vanuit is gegaan. 3.4 Cumulatie De Wet geluidhinder schrijft voor dat bij vaststelling van hogere waarden een oordeel moet worden gegeven over de aanvaardbaarheid van de gecumuleerde geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. De hoogste geluidbelasting vanwege de Rading zonder aftrek artikel 110g Wgh bedraagt 61 dB. Er zijn geen andere relevante geluidsbronnen in de omgeving die zouden kunnen dragen tot een hogere gecumuleerde geluidbelasting. Nu er geen sprake is van een hogere gecumuleerde geluidbelasting dan de geluidbelasting die met dit besluit wordt vastgesteld wordt de gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar geacht. 3.5 Waarborging binnengeluidsniveau Het Bouwbesluit 2012 waaraan het bouwplan moet voldoen stelt eisen ten aanzien van de geluidwering van de gevels teneinde een geluidsniveau in de woningen van 33 dB te waarborgen.
Voor wat betreft de dove gevels stelt de Wet geluidhinder naast het feit dat geveldelen niet te openen mogen zijn, dezelfde eisen als het Bouwbesluit 2012 aan de geluidwering van de gevels. Eén van de indieningsvereisten voor de omgevingsvergunning is een akoestisch rapport van het onderzoek wat zich richt op de noodzakelijke maatregelen om aan het Bouwbesluit te voldoen voor wat betreft geluidwering van de gevels. Met de bouw moet rekening worden gehouden met de noodzakelijke gevelmaatregelen. Door bij verlening van de omgevingsvergunning en toezicht op de uitvoering van de bouw bovenstaande in acht te nemen wordt het binnengeluidsniveau, zoals genoemd in het Bouwbesluit, gewaarborgd. Het uitgangspunt voor toetsing aan het Bouwbesluit is de feitelijke geluidbelasting exclusief aftrek artikel 110g (dus de vastgestelde hogere waarde vermeerderd met de aftrek art. 110g Wgh). Dit is geregeld in artikel 3.4 van het Reken en meetvoorschrift 2012.
Beschikking Wet geluidhinder vaststelling hogere waarden kenmerk: Z2019-011426.
7