Bijlage 3. Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning jachthaven n.a.v. uitspraak rechtbank 260511
Tekst van het document
[Invoegen geadresseerden en verzendwijze
Onderwerp:
ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning
Geachte [invullen], Bij besluit van 28 september 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan de heer R.W. van der Wurf voor het afmeren van 36 vaartuigen, bestaande uit een steiger, meerpalen en een golfbreker (kort gezegd een jachthaven), naast de locatie Boegspriet 7 te Loosdrecht. Tegen de omgevingsvergunning is bezwaar gemaakt door diverse partijen. In heroverweging heeft het college de omgevingsvergunning bij besluit van 11 november 2022 (verzonden op 18 november 2022) alsnog geweigerd. De daartegen ingestelde beroepen zijn door de rechtbank Midden-Nederland op 21 januari 2025 ter zitting behandeld. Bij uitspraken van 7 maart 2025 heeft de rechtbank de beroepen van omwonenden ongegrond verklaard (UTR 22/5925 en UTR 23/684). In de uitspraak van 20 maart 2025 (UTR
22/5886)
oordeelt
de
rechtbank
Midden-Nederland
echter
dat
het
beroep
van
vergunningaanvrager slaagt en dat het college een nieuw besluit op de bezwaren moet nemen. Ook geeft de rechtbank in overweging dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht moet worden gevolgd voor een nieuw besluit op de aanvraag. Dit besluit treft u hierbij aan. Daarbij heeft het college rekening gehouden met de instructies die de rechtbank heeft gegeven. Ontwerpbesluit De vergunning voor de ontwikkeling kan niet worden verleend als de gemeenteraad aangeeft bedenkingen te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Bijgevoegd vindt u de voorgenomen weigering van de omgevingsvergunning (het ontwerpbesluit) en de voorgenomen weigering van de verklaring van geen bedenkingen (de ontwerp verklaring van geen bedenkingen). Wij zijn voornemens 1/16
CONCEPT
Datum, kenmerk, behandelaar en contactgegevens/briefpapier gemeente]
om de vergunning te weigeren. Voor de motivering van voornoemde ontwerpen verwijzen wij naar de overwegingen die horen bij deze ontwerpen. Publicatie Het ontwerpbesluit en bijbehorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht door ons van [datum tot en met datum] ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen indienen.
CONCEPT
[Ondertekening]
Wijdemeren, [datum besluit] namens burgemeester en wethouders van Wijdemeren,
[ondertekening]
Bijlages: -
ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning
-
ontwerpbesluit weigering verklaring van geen bedenkingen
2/16
Ontwerpbesluit Wij hebben op 15 november 2020, aangevuld op 2 en 8 september 2021, een aanvraag ontvangen voor een omgevingsvergunning voor een jachthaven bestaande uit de mogelijkheid tot het afmeren van 36 vaartuigen, een steiger, meerpalen en een golfbreker. Deze aanvraag heeft geleid tot een verleende omgevingsvergunning van 28 september 2021. Tegen dit besluit zijn verschillende bezwaren ingediend. Het college heeft op deze bezwaren beslist door op 11 november 2022 de omgevingsvergunning te herroepen en alsnog te weigeren. Tegen deze beslissing zijn verschillende beroepen ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, die in maart 2025 uitspraak heeft gedaan.
het college opnieuw op de aanvraag beslissen. Dit heeft geresulteerd in onderhavig ontwerpbesluit. Dit ontwerpbesluit is volgens de uitgebreide procedure tot stand gekomen (artikel 3.10 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 4.3 onder a Invoeringswet Omgevingswet). Ontwerpbesluit Wij zijn voornemens om de aanvraag af te wijzen. Verklaring van geen bedenkingen Op grond van artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht dient de raad een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Op [datum] heeft de raad besloten de ontwerpverklaring van
geen
bedenkingen
te
weigeren.
Nu
deze
verklaring
geweigerd
is,
dient
ook
de
omgevingsvergunning te worden geweigerd. De geweigerde ontwerpverklaring van geen bedenkingen maakt onderdeel uit van dit besluit. Indiening van zienswijzen De aanvraag, dit ontwerpbesluit en bijbehorende stukken liggen op grond van de algemene wet bestuursrecht met ingang van [datum] zes weken ter inzage. Gedurende deze zes weken kan eenieder schriftelijk of mondeling gemotiveerde zienswijzen kenbaar maken bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijdemeren. Dat geldt expliciet ook voor de partijen die beroep hebben ingesteld tegen de besluiten van 28 september 2021 en 11 november 2022 bij de rechtbank MiddenNederland en hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 7 en 20 maart 2025 bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Schriftelijke zienswijzen dienen ten minste te bevatten: − − −
uw naam en adres, datum en handtekening; een omschrijving, datum en kenmerk van dit ontwerpbesluit; de reden(en) waarom u het niet eens bent met dit ontwerpbesluit.
Degene die zienswijzen kenbaar maakt, kan verzoeken zijn persoonlijke gegevens niet bekend te maken. Wij hebben wel/geen zienswijzen ontvangen. 3/16
CONCEPT
Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland met kenmerk UTR 22/5886, moet
[invoegen reactie op zienswijzen] Leeswijzer
1.
Procedure
2.
Overwegingen, opgedeeld in; 1.
Feiten
2.
Beoordeling
3.
Conclusie
4.
Ondertekening en verzending
CONCEPT
Dit besluit bestaat uit de volgende onderdelen:
4/16
1
PROCEDURE
De aanvraag om een omgevingsvergunning dateert van voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op grond van artikel 4.3 onder a Invoeringswet Omgevingswet, blijft daarop het oude recht van voor de Omgevingswet van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. In het dictum van de uitspraak van 20 maart 2025 geeft de rechtbank Midden-Nederland ons in overweging om toepassing te geven aan de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.3 Wabo. Hieraan geven wij in dit besluit gehoor, wat betekent dat de gemeenteraad om een verklaring van geen bedenkingen is gevraagd met betrekking tot de activiteit 'het gebruiken van gronden Het ontwerp van deze verklaring van geen bedenking is gelijktijdig met dit ontwerpbesluit ter inzage gelegd. De aanvraag is beoordeeld op de activiteiten zoals genoemd in de artikelen 2.10 en 2.12 Wabo. Voorts is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). 2
OVERWEGINGEN
2.1
Feiten
Op 15 november 2020 hebben wij een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van de aanvrager, die is aangevuld op 2 en 8 september 2021. Het betreft een aanvraag voor het afmeren van 36 vaartuigen, bestaande uit een steiger, meerpalen en een golfbreker (kort gezegd een jachthaven), naast de locatie Boegspriet 7 te Loosdrecht. De aanvraag van de aanvrager ziet op een ontwikkeling die niet past binnen de ter plaatse geldende bestemmingsplannen 'Dorpscentrum Oud-Loosdrecht', vastgesteld op 26 februari 2009; het bestemmingsplan
'Plassengebied
Loosdrecht
2013',
vastgesteld
op
7
juli
2016
(hierna:
bestemmingsplan Plassengebied); en het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019', vastgesteld op 4 februari 2021 en in werking getreden op 9 juni 2022 (hierna: Parapluplan parkeren). Bij besluit van 28 september 2021 hebben wij in eerste instantie de omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, lid 1, onderdelen a en c Wabo jo. artikel 2.12, lid 1, onderdeel a, sub 2° Wabo jo. artikel 2.7 Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) jo. artikel 4, onderdeel 3, onder b, bijlage II bij het Bor (hierna gezamenlijk ook wel aangeduid als kruimelgevallenregeling). In deze omgevingsvergunning werd afgeweken van het bestemmingsplan Plassengebied, wegens strijd met de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemming 'Water'. Na vergunningverlening is ook het Parapluplan Parkeren in werking getreden. De aanvraag is ook met dat bestemmingsplan in strijd en van dat bestemmingsplan kan alleen worden afgeweken met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onderdeel a, sub 3° Wabo.
5/16
CONCEPT
of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan' als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, c van de Wabo.
Bezwaar Tegen de omgevingsvergunning is bezwaar gemaakt door diverse omwonenden. De bezwaarschriftencommissie van Wijdemeren (hierna: de commissie) heeft een hoorzitting gehouden op 14 februari 2022 in het gemeentehuis van de gemeente Wijdemeren. De commissie heeft op 18 mei 2022 haar advies uitgebracht aan het college. De commissie adviseert de meeste bezwaren ontvankelijk te verklaren en het besluit van 28 september 2021 te herroepen. De commissie adviseert om twee bezwaarmakers proceskostenvergoeding toe te kennen.
Op bovenstaande bezwaren is aanvankelijk op 11 november 2022 beslist, welke beslissing is verzonden op 18 november 2022. De bezwaren zijn deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. Wel heeft het college in heroverweging besloten de gevraagde vergunning alsnog te weigeren. De reden daarvoor is dat het college meent dat er niet kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de jachthaven. De gemeente had ten tijde van het primaire besluit nog plannen om middels herinrichting van de openbare parkeerplaats aan het Vuntusplein te voorzien in de parkeerbehoefte van de jachthaven, maar is teruggekomen van dit plan toen bleek dat deze herinrichting niet aansloot bij de ambities van de gemeente voor een kwalitatief hoogwaardiger openbaar gebied. Rechtbankprocedure Tegen de beslissing op bezwaar van 11 november 2022 zijn beroepen ingediend door bezwaarmakers. Hoewel zij het eens met het herroepen en het alsnog weigeren van de vergunning, menen zij dat de vergunning ook om andere redenen had moeten geweigerd en dat hun bezwaarkosten hadden moeten worden vergoed. Deze beroepen zijn door de rechtbank Midden-Nederland ongegrond verklaard bij uitspraken van 7 maart 2025 (UTR 22/5925 en UTR 23/684). De aanvrager heeft ook beroep ingesteld tegen de weigering van de door hem gevraagde omgevingsvergunning.
Bij uitspraak van 20 maart 2025 (UTR 22/5886) heeft de rechtbank MiddenNederland het beroep van de aanvrager gegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat het college bij de aanvrager het vertrouwen heeft gewekt dat de parkeerplaatsen van de jachthaven in de openbare ruimte zouden worden gerealiseerd. Het college had de schending van dit gerechtvaardigde vertrouwen moeten
meenemen
in
haar
belangenafweging over het
al
dan niet verlenen van
de
omgevingsvergunning. Ook had het college nader moeten onderzoeken of de parkeerproblematiek op een andere manier had kunnen worden opgelost, namelijk door ligplaatsen te verhuren/verkopen aan omwonenden. De rechtbank heeft de beslissing op bezwaar van 11 november 2022 daarom vernietigd en draagt het college op om opnieuw te beslissen op de bezwaren. Bij de nieuw te nemen beslissing op de bezwaren, moet het college in de belangenafweging ook het gerechtvaardigde vertrouwen dat bij de aanvrager is gewekt met de toezegging betrekken. Zo nodig moet met de aanvrager worden besproken of de aanvraag moet worden aangevuld met een beschrijving van de wijze waarop de haven zal worden 6/16
CONCEPT
Beslissing op de bezwaren
geëxploiteerd, zodat de parkeerbehoefte daarop kan worden afgestemd. Als blijkt dat de vergunning, ondanks het gewekte vertrouwen, niet of niet op deze wijze kan worden verleend, moet ook worden ingegaan op de vergoeding van de mogelijk door hem geleden schade De rechtbank geeft daarbij in overweging dat niet het college bevoegd is om te beslissen op de aanvraag maar de gemeenteraad, vanwege de inwerkingtreding van het Parapluplan Parkeren. Aan deze opdracht wordt met dit besluit tegemoetgekomen. Hoger beroep
Midden-Nederland van 7 en 20 maart 2025. Het onderhavige besluit strekt ter vervanging van de eerdere beslissingen op de aanvraag. De hoger beroepen hebben van rechtswege betrekking op het onderhavige besluit (artikel 6:19 Awb). Beoordeling Bestemmingsplannen Op de locatie waarop de vergunning betrekking heeft, gelden drie bestemmingsplannen: bestemmingsplan 'Dorpscentrum Oud-Loosdrecht', het bestemmingsplan Plassengebied; en het Parapluplan parkeren. Het deel van de haven dat in het bestemmingsplan Plassengebied ligt is in strijd met de bestemming 'Water', nu daar geen verhuur en verkoop van vaartuigen dan wel ligplaatsen is toegestaan op grond van artikel 17.1 planvoorschriften van bestemmingsplan Plassengebied. Het bestemmingsplan Plassengebied kent geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. De omgevingsvergunning is in eerste instantie verleend met toepassing van artikel 2.10 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) en de kruimelgevallenregeling. Parkeren Opmerking vooraf Alvorens inhoudelijk wordt ingegaan op de kwestie parkeren, wijzen we erop dat het uitgangspunt bij de herontwikkeling van de Porseleinhaven altijd is geweest dat een jachthaven bij de Boegspriet voor 2/3 zou worden verhuurd aan bewoners van de Porseleinhaven, zoals ook blijkt uit de toelichting bij het bestemmingsplan Dorpscentrum Oud-Loosdrecht.
De overige 1/3 zou als verkoophaven fungeren, wat inhoudt dat 1/3 van de ligplaatsen verkocht zouden worden aan derden. Met deze verdeling is beoogd te voorkomen dat de parkeerdruk op het dorp door de aanwezigheid van de haven onevenredig toeneemt. De bewoners zijn immers al in het bezit van een parkeerplek. Deze verdeling is ook opgenomen in de ruilovereenkomst met de aanvrager, die aan de herontwikkeling van de Porseleinhaven ten grondslag ligt.
7/16
CONCEPT
Door diverse partijen is hoger beroep ingesteld tegen de respectievelijke uitspraken van de rechtbank
Het verkleinen van de parkeerbehoefte door verhuur/verkoop aan omwonenden is een pragmatische oplossing voor het parkeerprobleem. In diverse gesprekken met de aanvrager is, conform de rechtbankuitspraak, aan de aanvrager voorgehouden dat het maximaal aantal benodigde parkeerplaatsen – hoogstwaarschijnlijk – niet gerealiseerd zou kunnen worden in de openbare ruimte. De aanvrager is gelet daarop gevraagd om te beslissen of zijn aanvraag in dat geval ongewijzigd moet blijven, of dat met verkoop en verhuur aan omwonenden de parkeerbehoefte aanzienlijk kan worden beperkt. Deze overleggen vonden plaats op 30 juni 2025, 3 juli 2025 en 15 augustus 2025. Ten tijde van deze gesprekken is er ook een mailwisseling geweest met de aanvrager.
procedure om tot dit besluit te komen, alsnog bindende afspraken met bewoners te maken over de verhuur/ verkoop van ligplaatsen voor een deel van de jachthaven. Naar aanleiding van de gesprekken is de aanvrager op 11 juli 2025 bericht, waarin nogmaals is gevraagd om verduidelijking van zijn standpunt met betrekking tot zijn bereidheid om tot bindende afspraken te komen met omwonenden. In deze mail is hem medegedeeld dat, voor zover hij hier niet toe bereid is, in de besluitvorming geen rekening gehouden zou kunnen worden met eventuele bindende afspraken en een in dat verband afgenomen parkeerbehoefte. Er zijn geen afspraken gemaakt tussen de aanvrager en omwonenden. De aanvrager heeft verder aangegeven alleen open te staan voor verhuur/verkoop van ligplaatsen aan buurtbewoners indien hij "compensatie" zou ontvangen van de gemeente per ligplaats, in het geval het niet zou lukken om alle ligplaatsen aan buurtbewoners te verhuren/verkopen. De aanvrager gaf ook aan open te staan voor een verkleining van de jachthaven, maar was van mening dat de ligplaatsen die niet (kunnen) worden gerealiseerd, financieel moeten worden gecompenseerd door de gemeente en dat de gemeente met een voorstel over aanpassing van de aanvraag zou moeten komen. De gemeente heeft in dat verband geprobeerd (financiële) overeenstemming te bereiken met de aanvrager en hem een aanbod gedaan.
Overeenstemming is tot nu toe niet bereikt en lijkt ook niet aannemelijk op (afzienbare) termijn. Daarmee is de aanvraag ongewijzigd gebleven. Parkeernormen Uit het eerdergenoemde Parapluplan Parkeren volgt dat middels een voorwaardelijke verplichting moet worden gezorgd voor voldoende parkeergelegenheid conform de Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren (hierna: Beleidsregel parkeren) (artikel 3.1, onder a, Parapluplan). De Beleidsregel parkeren bevat parkeernormen en schrijft voor dat parkeervoorzieningen op het erf behorende bij de functie moeten worden aangebracht. Voor de aangevraagde jachthaven met 36 ligplaatsen geldt op grond van de Beleidsregel parkeren dat er 24 parkeerplaatsen gerealiseerd zullen moeten worden. Er kan niet worden voldaan aan Parapluplan wegens te weinig parkeerruimte op eigen terrein De aanvrager heeft niet de mogelijkheid om op zijn perceel in een (groot deel) van de benodigde parkeerplaatsen te voorzien. We wijzen erop dat het woonperceel van de aanvrager losstaat van
8/16
CONCEPT
De aanvrager bleek in deze gesprekken/correspondentie niet bereid (of in staat) om gedurende de
onderhavige ontwikkeling en dat de jachthaven daar ook niet op wordt gerealiseerd (de aanvraag heeft hier evenmin betrekking op). De aanvraag ziet namelijk op een perceel met de bestemming water, waarop een jachthaven is aangevraagd. Daarnaast wijzen we erop dat het perceel niet groot is genoeg om te voorzien in de benodigde parkeerplaatsen. Voor zover al gebruik zou moeten worden gemaakt van het woonperceel van de aanvrager ten behoeve van parkeren voor de jachthaven, geldt bovendien dat artikel 6 van de planregels van bestemmingsplan Dorpscentrum Oud-Loosdrecht hieraan in de weg staat. Het betreft hier immers een woonbestemming waar geen parkeervoorzieningen zijn toegestaan. Zelfs als het woonperceel van parkeervraag, dan kan dit niet worden vergund zonder hiervoor af te wijken van het bestemmingsplan Dorpscentrum Oud-Loosdrecht. Dit is niet aangevraagd en ook niet de wens van de aanvrager. Geen afwijkingsmogelijkheid Parapluplan Ingevolge artikel 3.1, onder c, van de planregels van het Parapluplan kan alleen binnenplans van het Parapluplan worden afgeweken als wordt voldaan aan de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de Beleidsregel parkeernormen. De Beleidsregel parkeernormen bevat echter geen inhoudelijke criteria om te kunnen afwijken van de parkeernorm als bedoeld in de Beleidsregel parkeren.
Dit betekent dat feitelijk geen gebruik kan worden gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 3.1, onder c, van de planregels van het Parapluplan. Parkeerbehoefte kan ook niet worden voorzien op het Vuntusplein Wij waren aanvankelijk voornemens om de bestaande parkeervoorziening aan het Vuntusplein opnieuw in te richten en zo het huidige aantal van 112 parkeerplaatsen te verhogen naar 139 (met 27 nieuwe, waarvan 3 boventallige, extra parkeerplaatsen). Inmiddels is echter gebleken dat de herinrichting van het Vuntusplein met 24 extra – laat staan met 27 –parkeerplaatsen, alleen gerealiseerd kan worden als nagenoeg alle bomen en bestaand groen worden verwijderd. In een inrichting waarin het benodigde aantal extra parkeerplekken wordt gerealiseerd, is praktisch geen ruimte meer voor nieuw, te herplanten, groen. Wij achten het verwijderen van groen niet wenselijk. Bij de herinrichting van het Vuntusplein zal geen groen worden geruimd om plaats te maken voor parkeerplaatsen. Een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen ten behoeve van de realisatie van de parkeerplaatsen voor de jachthaven zal dan ook geweigerd worden, gelet op het volgende. Wijdemeren heeft een uniek landschap dat wordt gedomineerd door water en groen. De gemeente wil dit landschap en de uitstraling daarvan beschermen.
Het groen in lintbebouwing in de kernen, waaronder Loosdrecht, vormt een overgang naar het landschap en draagt bij aan de groene uitstraling van de gemeente als geheel. Een groene leefomgeving hoort bij Wijdemeren. Vermindering van openbaar groen past daar niet bij. Daarnaast zet de gemeente in op het realiseren van een toegankelijke, gezonde, duurzame en klimaatadaptieve leefomgeving, zodat mensen ook in de
9/16
CONCEPT
de aanvrager aan de Boegspriet aldus betrokken zou kunnen worden bij de oplossing van de
toekomst naar tevredenheid, in geluk en gezondheid kunnen wonen in Wijdemeren. De belevings- en gebruikswaarde van de publieke ruimte staat daarbij hoog in het vaandel voor de gemeente. Er moet ruimte zijn om te ontmoeten en te bewegen. Dat vraagt om openbare ruimten met veel groen en ook om verbetering van de kwaliteit van (de gebruikswaarde) van groen. Bomen zijn sfeerbepalend. Ook in dit verband is afname van openbaar groen niet gewenst. Zie ook de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 en het Bomenbeleidsplan Wijdemeren 2011-2035 en de Groene Kaart van Wijdemeren. Daarbij is van belang dat het bestaande groen aan het Vuntusplein voor de omwonenden daarvan fungeert als 'buffer' tussen hen en de bedrijven aan de oostzijde van het Vuntusplein. De bosschages het ook om die reden functioneel. Het groen draagt bij aan het goede woon- en leefklimaat van de omgeving en is mede om die reden beschermd rond en op het Vuntusplein. Bovendien hebben de omwonenden van het Vuntusplein in het kader van de herinrichting aangegeven juist behoefte te hebben aan méér groen. Minder groen verdraagt zich niet met het voorgaande. De individuele bomen aan het Vuntusplein (naast het bedrijventerrein) zijn daarnaast gezond en hebben een naar verwachting nog lange levensduur. Zij kunnen alleen gekapt worden bij een zwaarwegend maatschappelijk belang.
Daarnaast kunnen aan het Vuntusplein alleen parkeerplaatsen worden toegevoegd indien deze parkeerplaatsen qua afmetingen niet voldoen aan de CROW-normen voor parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen zouden in dat geval aldus kwalitatief ondermaats zijn. Al met al constateren wij dat op het Vuntusplein niet kan worden voorzien in de parkeerbehoefte voor de jachthaven zoals die is aangevraagd. Er is geen alternatieve inrichting van het parkeerterrein op het Vuntusplein denkbaar waarbij wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de jachthaven zoals die is aangevraagd, mét genoeg groen. Wij merken verder op dat wij inmiddels hebben besloten dat het Vuntusplein heringericht moet worden met het doel om een kwalitatieve verbetering van de parkeerplaats te bewerkstelligen. Dit betekent concreet dat de parkeervakken op een andere manier vorm worden gegeven, waarbij de meest recente CROW-normen in acht worden genomen. Dit zal leiden tot een parkeerplaats met beter bruikbare parkeervakken. De nieuwe inrichting van het Vuntusplein zorgt evenwel voor een vermindering van het aantal parkeerplaatsen op dit plein. Dit achten wij acceptabel in verband met de (broodnodige) kwalitatieve vooruitgang dit op dit terrein wordt geboekt.
Dit benadrukt dat een herinrichting van het Vuntusplein waarbij het voor de jachthaven benodigde aantal parkeerplaatsen zou worden gerealiseerd, onmogelijk te rijmen is met kwalitatieve vooruitgang van de parkeerplaats. Openbare ruimte kan niet voorzien in parkeervraag Verder is onderzocht of het mogelijk is om de parkeervraag voor de jachthaven op een andere plek in de gemeente in te passen. Hiertoe is een onderzoek uitgevoerd naar de drukte die in Oud-Loosdrecht wordt ervaren tijdens de momenten dat de jachthaven het drukst bezocht zal zijn. Uit dit parkeerdrukonderzoek en bijbehorende oplegnotitie, die zijn bijgevoegd als bijlage bij dit besluit, blijkt dat er in Oud-Loosdrecht op dagen met mooi weer sprake is van zeer ernstige parkeeroverlast, welke 10/16
CONCEPT
en bomen geven een gevoel van privacy. Daarnaast worden veel hondjes uitgelaten in het groen en is
tot grote hinder leidt. Er is op deze momenten een groot gebrek aan parkeerplaatsen. Deze verkeershinder is zelfs zo erg dat de doorstroming van het verkeer in Oud-Loosdrecht dusdanig gehinderd wordt dat er een risico bestaat op gevaarlijke situaties doordat hulpdiensten problemen kunnen ondervinden met tijdig door het dorpscentrum rijden. Deze problemen worden veroorzaakt door foutparkeerders en door bezoekers aan het dorpscentrum die, op zoek naar een vrijkomende parkeerplek, door het centrum blijven rijden. Dit betekent dat er op momenten met goed weer, het maatgevende moment voor een jachthaven, geen enkele parkeerplek beschikbaar is in de omgeving van de aangevraagde jachthaven.
Zoals reeds aangegeven in de paragraaf 'opmerking vooraf', zijn verschillende pogingen ondernomen om consensus met de aanvrager (en tussen hem en de omgeving) te bereiken over een plan met een kleinere parkeerbehoefte. De aanvrager bleek echter niet bereid (of in staat) om bindende afspraken te maken met buurtbewoners. De aanvrager gaf wel aan bereid te zijn een kleinere jachthaven aan te vragen met minder parkeerbehoefte. De aanvrager gaf echter niet aan welke grootte van een jachthaven hij dan minimaal zou wensen. De aanvrager is van mening dat de gemeente hier een voorstel (voor vergoeding) voor moet doen. Een verkleining van de jachthaven gaat logischerwijs gepaard met een kleinere parkeerbehoefte, maar zal deze parkeerbehoefte niet volledig oplossen. Dat zou anders zijn indien deze verkleining wordt gecombineerd met verhuur/ verkoop van ligplaatsen aan omwonenden. Zonder verhuur/ verkoop aan omwonenden zal de jachthaven namelijk altijd een parkeervraag opleveren, die niet kan worden voorzien in de openbare ruimte. Zonder bindende afspraken over de verhuur/verkoop van ligplaatsen, waartoe de aanvrager niet bereid/in staat is gebleken, zal de jachthaven altijd negatieve gevolgen hebben voor de parkeerdruk in het al zeer drukke dorpscentrum van Oud-Loosdrecht. 3
BELANGENAFWEGING
3.1
Bevoegdheid gemeenteraad
Uit het voorgaande volgt dat de omgevingsvergunning niet voldoet aan het Parapluplan Parkeren en dat afwijken van het Parapluplan Parkeren enkel mogelijk is met gebruik van een grote buitenplanse afwijking. Dit betekent dat de gemeenteraad moet afwegen of het aangevraagde project in strijd is met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Hiertoe heeft de gemeenteraad een belangenafweging te maken. De gemeenteraad beslist zelfstandig over deze belangenafweging door al dan niet in te stemmen met de gelijktijdig met dit besluit in ontwerp voorgelegde ontwerp-verklaring van geen bedenkingen. Voor het geval in rechte zou komen vast te staan dat de bevoegdheid om af te wijken van het Parapluplan Parkeren geen raadsbevoegdheid, maar een collegebevoegdheid behelst, is hierna 11/16
CONCEPT
Alternatieve oplossingen parkeervraag
hieromtrent een belangenafweging opgenomen. Deze moet worden gezien als een aanvulling op de motivering van het besluit van 11 november 2022. Indien in rechte komt vast te staan dat niet het college maar de raad aan zet is, betreft het een afweging ten overvloede. Wij merken expliciet op dat het mogelijk is dat de gemeenteraad op grond van dezelfde feiten en omstandigheden een andere belangafweging maakt. 3.2
Belangenafweging college ten overvloede
Het college is allereerst van mening dat er veel gewicht moet worden toegekend aan het feit dat 93 omwonenden bezwaar hebben gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning voor de jachthaven. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat door (verkeers)hinder en parkeeroverlast (ook bij voldoende parkeergelegenheid op het Vuntusplein) als gevolg van de (verkeers)aantrekkende werking van de jachthaven. Vanwege het waterrijke en groene karakter van de gemeente, is thans sprake van veel aanloop van toeristen en dagjesmensen. Zeker op dagen dat het mooier weer is, zoeken mensen ook van buiten de gemeente ontspanning op het water. Dat leidt in de huidige situatie tot grote drukte in de openbare ruimte en foutparkeren. Auto's staan rijen dik geparkeerd en blokkeren doorgaande wegen en andere voertuigen. Dat heeft een nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling. Bewoners en bezoekers worden hierdoor gehinderd. In de huidige situatie bestaat dit probleem al. Dat probleem neemt toe met de komst van een nieuwe jachthaven, waar volgens de Beleidsregel parkeren 2 parkeerplaatsen nodig zijn per 3 ligplaatsen (24 parkeerplekken voor 36 ligplaatsen). Als toestemming zou worden verleend om minder parkeerplaatsen te realiseren in afwijking van de Beleidsregel parkeren c.q.
het Parapluplan, verandert de behoefte aan die plaatsen niet omdat die immers is gekoppeld aan de aangevraagde omvang van de jachthaven. Met andere woorden: dan zijn er wel ligplaatsen maar niet genoeg parkeerplaatsen. Daarmee zou de bestaande (parkeer)druk op de openbare ruimte verder toenemen. Het college acht dit onwenselijk en vindt het onredelijk om de omgeving hiermee te belasten ten gunste van het belang van één individu. Bovendien leidt dit mogelijk tot precedentwerking, hetgeen het college wil voorkomen. Overigens benadrukt het college volledigheidshalve dat zij niet van mening is dat het bestaande (historische) parkeertekort opgelost hoeft te worden met de komst van de jachthaven, maar dat zij van mening is dat de parkeerdruk niet verder toe mag nemen. Van een toename van de parkeerdruk zou wel sprake zijn bij afwijking van de parkeernorm. Zoals hierboven reeds toegelicht, blijkt ook uit verkeerskundig onderzoek dat het niet mogelijk is om de parkeerplaatsen van de jachthaven af te wentelen op de openbare ruimte, hiervoor is simpelweg geen plek. Er is ook geen alternatief gevonden om de parkeerdruk van de jachthaven op te lossen.
12/16
CONCEPT
Belangen omgeving tegen verlening
Het in afwijking van de geldende parkeernorm toestaan van de jachthaven, zou derhalve tot gevolg hebben dat de parkeerdruk in Oud-Loosdrecht nog verder stijgt. Gelet op de reeds bestaande parkeerdruk, hecht het college veel waarde aan dit belang. Belangen de aanvrager Tegenover voornoemde belangen staan die van de aanvrager. Het belang van de aanvrager bij realisatie van de jachthaven bestaat allereerst uit de mogelijkheid van in de toekomst mogelijk te genereren inkomsten uit de exploitatie van de jachthaven. Deze mogelijkheid is het resultaat van gemaakte afspraken tussen de aanvrager en de gemeente in verband met de herlocatie van De
Verder speelt bij het belang van de aanvrager mee dat hem in het verleden is toegezegd dat de gemeente zorg zou dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen. De aanvrager had er volgens de rechtbank vanuit mogen gaan dat de parkeerplaatsen voor de jachthaven in het openbaar gebied zouden worden gerealiseerd en dat hem niet tegengeworpen zou worden dat er te weinig parkeerplekken voor de jachthaven beschikbaar zouden zijn. De aanvrager verkeerde in dit vertrouwen vanaf het moment van de gedane toezeggingen, volgens de rechtbank voor het eerst op 28 april 2021, tot het moment van de vernietigde beslissing op de bezwaren op 11 november 2022. Deze omstandigheid weegt zeer zwaar mee in de belangenafweging, omdat burgers ervan uit mogen gaan dat het college zich houdt aan gedane toezeggingen. Dat betekent echter niet dat deze toezeggingen te allen tijde moeten worden gehonoreerd. Het college verwijst in dit verband naar het kopje 'belangen omgeving tegen verlening' en het feit dat de benodigde parkeerruimte simpelweg niet gevonden kan worden in de openbare ruimte. In het kader van de belangen van de aanvrager moet ook eventueel door de aanvrager geleden schade als gevolg van het gewekte vertrouwen worden meegewogen, de zogenoemde 'dispositieschade'.
De door de aanvrager gemaakte kosten in verband met het gewekte vertrouwen bestaan uit de investeringen die hij in de periode tussen 28 april 2021 en 11 november 2022 heeft gedaan in de jachthaven. Uit het gesprek met de aanvrager van 3 juli 2025 blijkt echter dat de aanvrager dergelijke kosten niet heeft gemaakt. Van vergoeding van geleden schade kan op dit punt dus geen sprake zijn. Overige zaken die het college betrekt bij de belangenafweging Het college merkt verder op dat in de oude situatie (voorafgaand aan de herontwikkeling van de Porseleinhaven) de aanvrager geen jachthaven had. Hij beschikte toen over (een omgevingsvergunning voor) enkele steigers waar nooit (bedrijfsmatige) exploitatie heeft plaatsgevonden. Er zijn door hem ook geen investeringen gedaan in de nieuwe jachthaven, los van eventueel gewekt vertrouwen. Het college betrekt in de belangenafweging voorts dat de gemeente bij het maken van de afspraken steeds heeft benadrukt dat de gemeente gebonden is aan het geldende publiekrechtelijk kader en dat de belangen van de omgeving moeten worden betrokken in de besluitvorming.
13/16
CONCEPT
aanvrager in het kader van de herontwikkeling van de Porseleinhaven.
Het belang van waterrecreatie voor het karakter van Wijdemeren en de inkomsten die hieruit voortkomen voor ondernemers in de gemeente wegen ook mee in de belangenafweging. De gemeente kent echter al veel waterrecreatie. De eventuele inkomsten van jachthavens als deze door aantrekkende werking op toeristen of bezoekers zijn niet groot omdat de gemiddelde jachthavengebruiker zijn eigen eten en drinken meeneemt. Passantenhavens (met overnachtingsmogelijkheid) dragen daarentegen wel bij aan de levendigheid van het dorpscentrum c.q. de economie. Deze specifieke jachthaven is dan ook niet nodig voor de (ondernemers en inwoners van de) gemeente om te kunnen functioneren op dagelijkse basis of om eventuele toekomstvisies te realiseren zodat hier ook geen doorslaggevend
Voor de belangenafweging is tenslotte relevant dat herhaaldelijk onderzocht is of de aanvrager bereid is om een deel van de ligplaatsen te verhuren aan bewoners, waarmee sprake zou zijn van minder parkeerdruk en geen/minder verkeersaantrekkende werking. Blijkens de toelichting op het bestemmingsplan Dorpscentrum was het altijd wel de bedoeling om 2/3 van de ligplaatsen te verhuren aan bewoners van het dorpscentrum. Ook na uitspraak van de rechtbank is wederom in overleg getreden met de aanvrager om te onderzoeken of er bereidheid bestaat bij de aanvrager om in bindende afspraken vast te leggen dat de ligplaatsen verhuurd/verkocht zullen worden aan bewoners van de Porseleinhaven. Ook is overlegd over het aanvragen van een kleinere jachthaven, waarmee eveneens sprake zou zijn van minder parkeerdruk. Zoals gezegd heeft de aanvrager hier niet aan meegewerkt (in bindende afspraken). Het college ziet daarmee geen mogelijkheden voor een alternatieve invulling van het plan c.q. de parkeerproblematiek. Gewekt vertrouwen Het college heeft vertrouwen gewekt bij de aanvrager dat hij niet zelf zou hoeven voorzien in de parkeerplaatsen voor de jachthaven. Dit vertrouwen weegt voor het college zoals reeds aangegeven zwaar mee in haar belangenafweging, maar is niet van doorslaggevend belang. Daaraan staan de hierboven belangen van derden in de weg.
Hierbij kent het college in het bijzonder de belangen van de bewoners van Oud-Loosdrecht die door de parkeervraag van de jachthaven geconfronteerd zullen worden met een verergering van de al bestaande parkeerproblematiek een zwaarder gewicht toe dan de gedane toezegging. Conclusie belangenafweging Het is, gelet op het bovenstaande, volgens het college in strijd met een goede ruimtelijke ordening om in het centrum van Oud-Loosdrecht een nieuwe jachthaven zonder eigen parkeervoorzieningen toe te staan, in het bijzonder omdat een dergelijke jachthaven juist op de piekmomenten een grote parkeervraag genereert. Er is geen mogelijkheid om deze parkeervraag op te vangen in de openbare ruimte. De jachthaven zou dan ook juist op de momenten dat de openbare parkeervoorzieningen het meest (over)belast zijn, de bestaande problemen verergeren. Dit is ruimtelijk onaanvaardbaar.
14/16
CONCEPT
gewicht aan toekomt.
Het college ziet geen mogelijkheden een omgevingsvergunning te verlenen in de zin van artikel 2.1, lid 1, onder c, jo. 2.12, lid 1, onder a, onderdeel 3, Wabo voor het afwijken van artikel 3.1, onder a, Parapluplan en derhalve een lagere parkeernorm te hanteren. De gemeenteraad beslist zelfstandig over deze belangenafweging door al dan niet in te stemmen met de gelijktijdig met dit besluit in ontwerp voorgelegde ontwerp-vvgb. CONCLUSIE
voornemens om de aangevraagde omgevingsvergunning te weigeren. WAT ALS U HET NIET EENS BENT MET DIT BESLUIT? *LET OP: DEZE BEROEPSCLAUSULE GELDT PAS BIJ HET DEFINITIEVE BESLUIT* Dit besluit maakt onderdeel uit van een al lopende procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, gelet op artikel 6:19 Awb. De hoger beroepen hebben daar van rechtswege betrekking op (artikel 6:19 Awb). Indien u het niet eens bent met dit besluit, kunt u daartegen een beroepschrift indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Postbus 20019, 2500 EA te 's-Gravenhage). Het beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag, volgend op de datum van verzending van dit besluit. In het beroepschrift moet staan: • • • • •
de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift is gericht (u kunt bijvoorbeeld datum en kenmerk van dit besluit vermelden of een kopie meezenden); de redenen waarop het beroepschrift is gebaseerd; de handtekening van de indiener.
Aan het indienen van een beroepschrift zijn kosten verbonden. U kunt in plaats van schriftelijk ook digitaal beroep instellen. Meer informatie over het digitaal instellen van beroep vindt u via https://www.raadvanstate.nl/bestuursrechtspraakprocederen/procederen/burger/ . Tijdens de beroepsprocedure geldt de genomen beslissing. Het kan zijn dat deze beslissing intussen onherstelbare gevolgen voor u heeft. In dat geval kunt u tegelijk met het indienen van het beroepschrift of kort daarna de rechter vragen om een voorlopige voorziening. Dit betekent dat een regeling kan worden getroffen voor de periode gedurende welke het beroepschrift in behandeling is. Er moet dan wel sprake zijn van ‘onverwijlde spoed’. Een verzoek om een voorlopige voorziening dient u ook in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook aan het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Als u nog vragen hebt kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar van het team B&O via telefoonnummer 14035 of via info@wiidemeren.nl.
15/16
CONCEPT
De vereiste verklaring van geen bedenkingen is geweigerd door de gemeenteraad. De gemeente is
Wanneer u schriftelijk reageert verzoeken wij u ons kenmerk te vermelden.
Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Wijdemeren, de burgemeester,
CONCEPT
de secretaris,
Bijlage(n): - Notitie p-onderzoek Porseleinhaven Oud-Loosdrechtsedijk - Rapportage p-ond. Oud-Loosdrecht – Mei-Juni - Rapportage p-ond. Oud-Loosdrecht – Juli-Aug
16/16