CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ontwerpbegroting 2027 Plassenschap

gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze Begroting 2027 Plassenschap Loosdrecht12.680 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONTWERPBEGROTING 2027 30 maart 2026

1

1 Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting 2027 van het Plassenschap Loosdrecht e.o., opgesteld door de gemeente Wijdemeren, in opdracht van het bestuur van het Plassenschap. In 2027 bestaat het Plassenschap Loosdrecht 70 jaar! Dat willen we vieren. Daarnaast is 2027 het jaar waarin de gemeente Hilversum naast uitvoeringsorganisatie tevens deelnemer wordt van het Plassenschap Loosdrecht. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is sinds 1 januari 2023 een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze BVO werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en de provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van publiek toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Omdat per 1 januari 2027 de gemeente Wijdemeren aan de gemeente Hilversum wordt toegevoegd zal de gemeente Hilversum vanaf die datum zowel uitvoeringsorganisatie als deelnemer van het Plassenschap zijn. Ingevolge de in 2022 tussen partijen opgestelde samenwerkingsovereenkomst is de gemeente Wijdemeren nu nog verantwoordelijk voor de taakuitvoering van het Plassenschap, binnen de door het bestuur vastgestelde kaders en budgetten.

De taak van het Plassenschap is het beheer en onderhoud en eventueel de exploitatie van eigendommen van het Plassenschap en de daarop aanwezige voorzieningen, het in stand houden van het natuur en landschapsschoon dat het schap in eigendom heeft, voor zover samenhangend met deze taak, alsmede het financieel beheer dat met deze taak samenhangt. De eigendommen van het Plassenschap zijn divers en omvatten zowel natuurlijke als recreatieve voorzieningen. Ze zijn van groot belang voor het beheer en de ontwikkeling van het gebied, en dragen bij aan de recreatieve mogelijkheden, biodiversiteit en de ecologische waarde van zowel het plassengebied in Wijdemeren als het veenweidegebied in Stichtse Vecht. Het Plassenschap werkt samen met verschillende partners om deze eigendommen te onderhouden en te verbeteren. Conform de afspraken tussen de deelnemers zijn de besparingen die gerealiseerd zijn op de overhead gedurende de jaren 2023, 2024 en 2025 ingezet ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het product. In 2023 heeft het bestuur van het Plassenschap een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), een Meerjareninvesteringsplan (MJIP), een 4-jarig Uitvoeringsplan en een 4-jarig financieel perspectief vastgesteld.

Deze stukken geven een helder en compleet beeld van de werkzaamheden die nodig zijn voor de instandhouding van het Plassengebied op zodanige wijze dat het zijn recreatieve opvangfunctie kan blijven vervullen, nu en in de nabije toekomst. Deze beleidsstukken vormen de basis voor de begroting 2027. Gezien de fasering die plaatsvindt binnen het MJIP, stijgen de komende jaren de deelnemersbijdragen minder snel dan in eerdere (meerjaren-)begrotingen is aangegeven. FUSIE Wijdemeren met Hilversum De gemeenteraden van Hilversum en Wijdemeren hebben op 11 december 2024 het herindelingsontwerp ‘Samen sterker’ vastgesteld voor het toevoegen van de gemeente Wijdemeren aan de gemeente Hilversum per 1 januari 2027. Vooruitlopend op de bestuurlijke fusie zal er met ingang van 2026 sprake zijn van een ambtelijke fusie waarbij het personeel dat nu nog in dienst is bij de gemeente Wijdemeren in dienst komt bij de gemeente Hilversum. Het uitgangspunt is dat de nieuwe gemeente Hilversum de opdrachtnemende rol van de gemeente Wijdemeren overneemt. Hiervoor zal de tekst van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. moeten worden aangepast.

Het is van groot belang dat het beheer, onderhoud, exploitatie en bedrijfsvoering van de eigendommen van het Plassenschap na de samenvoeging zonder onderbreking doorgaan, dat de huidige kwaliteit en efficiëntie van de diensten worden gehandhaafd en de contractuele verplichtingen doorgang vinden. Daarnaast is voor het Plassenschap belangrijk dat er financiële transparantie geboden wordt.

2

ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het bestuur d.d. 1 juli 2026

Dhr. H. van den Akker Voorzitter

Mevr. J. Brand Secretaris a.i.

3

INHOUD

Inhoud 1

Voorwoord ..............................................................................................................................................2

2

Programmaplan ......................................................................................................................................6

2.1 Inleiding ...................................................................................................................................................6 2.1.1. Formatie (binnen en buiten) ...............................................................................................................7 2.1.2 Salarisontwikkeling en prijsindex .......................................................................................................7 2.1.3 Beheerplan ............................................................................................................................................7 2.1.4.

Strategische opgaven 2027 ................................................................................................................9 2.1.4.1 Inleiding ..............................................................................................................................................9 2.1.4.2 Werkhaven Rimboe ...........................................................................................................................9 2.1.4.2.a Bouwkundige staat en urgentie ....................................................................................................9 2.1.4.2.b Functionele heroriëntatie en MJIP-positionering .......................................................................9 2.1.4.3 Plas Zwaan .......................................................................................................................................10 2.1.4.3.a Oorspronkelijke en nieuwe investeringsopgave .......................................................................10 2.1.4.3.b Marktconsultatie: haalbaarheid en financiële dekking .............................................................10 2.1.4.4 Legakkerherstel ..............................................................................................................................10 2.1.4.5 Herijking MJIP en onderhoudsopgave

..........................................................................................10 2.1.4.5.a Financieel perspectief ..................................................................................................................10 2.1.4.5.b Aangevulde investeringsfasering 2026-2035 ............................................................................11 2.1.4.5.c Veenweidegebied .........................................................................................................................11 2.1.4.6 Vooruitblik: nieuw Uitvoeringsplan 2028-2031 .............................................................................11 2.1.4.7 Conclusie .........................................................................................................................................11 2.1.5. Uitvoeringsplan 2026-2029 en herziening meerjareninvesteringsplan. .......................................11 2.1.6. Financieel arrangement toezicht .....................................................................................................12 2.1.7. Routebureau provincie Utrecht ........................................................................................................13 2.1.8. Verhoging tarieven inkomsten .........................................................................................................13 2.1.9.

Vergoeding Wijdemeren in het kader van snelvaarvergunningen ...............................................13 2.1.10. Verhoging eigen inkomsten ...........................................................................................................13 2.1.11. Financiering .....................................................................................................................................13 2.1.12. Weerstandsvermogen .....................................................................................................................14 2.1.13. Deelnemersbijdragen ......................................................................................................................14 2.2 Programma 1: Beheer, onderhoud en exploitatie. .............................................................................15 2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ................................................15

2.2.2

Wat mag het kosten? ...........................................................................................................17

2.3 Programma 2: Algemeen (incl. overhead)...........................................................................................19 4

3

2.3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? .................................................................19

2.3.2

Wat gaan we daarvoor doen? .............................................................................................19

2.3.3

Wat mag het kosten? ...........................................................................................................20

Paragrafen ............................................................................................................................................22 3.1

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................22

3.2

Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit .....................................24

3.3

Weerstandsvermogen .........................................................................................................24

3.4

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.............................................................................26

3.5

Paragraaf financiering .........................................................................................................27

3.6

Paragraaf bedrijfsvoering ....................................................................................................28

3.7

Paragraaf verbonden partijen .............................................................................................28

4

Overzicht baten en lasten per programma en toelichting ................................................................29

5

Overzicht baten en lasten per kostensoort .......................................................................................30

6

Overzicht incidentele baten en lasten ................................................................................................31

7

6.1

Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting................................................................31

6.2

Presentatie van het structureel begrotingssaldo ......................................................................31

Uiteenzetting van de financiële positie ..............................................................................................32 7.1

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid ........................................................................32

7.2

geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar ...........................................32

7.3

EMU-saldo ....................................................................................................................................32

7.4

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen ...............................................................33

7.5

Baten en lasten per taakveld.......................................................................................................35

7.6

Deelnemersbijdrage 2027 ............................................................................................................36

5

BELEIDSBEGROTING

2 Programmaplan 2.1 Inleiding Het Plassenschap richt zich als BVO op een doelmatig beheer van de bezittingen, afgestemd op de wensen van de gebruikers van het gebied. Naast de recreanten en inwoners die er ontspanning zoeken wordt er een aanzienlijke bijdrage aan het economisch klimaat van de regio geleverd. Het Plassenschap is eigenaar van de volgende eilanden: Geitekaai, Markus Pos, Meent, Robinson Crusoe en Weer. Voorts is het Plassenschap eigenaar van de terreinen: de Aa, Bijltje, Bosdijk, de Geer, Fuut, Oukoperdijk, de Strook en Zwaan. Daarnaast bezit het schap een aantal fiets- en wandelpaden: de Boterwal, fietspad Scheendijk en de Uitweg van Portengen – alsmede diverse vaarwegen en alle sluizen die toegang geven tot de Loosdrechtse plassen. Het schap bezit vele legakkers en natuuroevers, zowel in de Loosdrechtse plassen als de Noordelijke- en Zuidelijke Kievitsbuurt. Per 1 januari 2027 draagt de gemeente Wijdemeren de zorg voor het beheer van het Plassenschap over aan de gemeente Hilversum. Keuzes die gemaakt moeten worden, worden afgestemd met de ambtelijke vertegenwoordigers van de vier deelnemers. Waar nodig wordt opgeschaald naar het bestuur, dat zich hoofdzakelijk bezig houdt met kaderstelling (o.a. beeldkwaliteitsnorm) en de vaststelling van de budgetten. Het bestuur wordt ondersteund door een bestuurssecretaris.

Om een integer proces te waarborgen is de functie van bestuurssecretaris ondergebracht bij de provincie Utrecht. Hiermee wordt de overhead slank en doeltreffend georganiseerd. De begroting 2027 is, conform de begroting 2026, opgebouwd naar de aard van de activiteiten van het schap: • •

Programma 1. Beheer, onderhoud en exploitatie (inclusief baggerbijdrage) Programma 2. Algemeen (incl. overhead).

6

Kadernota 2027 Op grond van artikel 18 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. wordt de algemene financiële kadernota (4 jarig financieel perspectief) als apart onderdeel opgenomen in de begroting.

2.1.1. Formatie (binnen en buiten) De formatie, die nodig is voor het uitvoeren van de taken van het Plassenschap is in de vastgestelde begroting 2027 geraamd op afgerond 9,8 fte. De formatie bestaat voor afgerond 5,6 fte. uit medewerkers buitendienst, die fulltime voor het Plassenschap werkzaam zijn: sluiswachters Mijndense Sluis (1,6 fte.), vakspecialisten onderhoud (3,0 fte.) en een areaalbeheerder /opzichter projecten (1,0 fte.). Daarnaast bestaat de formatie voor per saldo 3,9 fte. uit medewerkers uit diverse disciplines van de binnendienst, die een vast percentage van hun dienstverband voor het Plassenschap werken. Het betreft o.a. de programmanager, projectleider, beleidsmedewerker, financieel adviseur en administratief medewerker. Op incidentele basis kunnen overige disciplines ingeschakeld worden, welke op basis van uurtarief worden doorbelast aan het Plassenschap. De medewerkers komen per 1 januari 2026 in dienst bij de gemeente Hilversum. In de huidige situatie speelt ‘het Team’ Plassenschap binnen de gemeente Wijdemeren een cruciale rol in het beheer, onderhoud, exploitatie en bedrijfsvoering van de eigendommen. Op dit moment wordt er hard aan gewerkt om dit team ook binnen de nieuwe gemeente Hilversum een plek te geven waar het zijn expertise en ervaring kan blijven inzetten voor het Plassenschap.

De korte lijnen zijn essentieel voor de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening. Het behoud van dit team zorgt ervoor dat de opgebouwde kennis en ervaring behouden blijven, wat belangrijk is voor de succesvolle voortzetting van de taken. De belangrijkste taak van de bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. is de uitvoering van regulier (Beheerplan) en groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen (Uitvoeringsplan). In 2027 en verder worden deze werkzaamheden conform de planning uitgevoerd (begrotingsposten 1a en 1b deels, 7b, 17 en 19). Voor 2027 blijft de benodigde formatie geraamd op 9,8 fte,. De verdeling van de formatie binnen en buiten blijft ongewijzigd. Voor de salarisontwikkeling gedurende de periode 2027-2030 zie onder 2.1.2.

2.1.2 Salarisontwikkeling en prijsindex De huidige cao gemeenten loopt van 1 april 2025 tot 1 april 2027. In de ramingen van deze begroting 2027-2030 gaan we uit van onderstaande prognoses. De vermelde indexcijfers zijn afkomstig van het CPB, zoals deze door hen zijn geprognosticeerd.

Raming prijsindexen CPB (2026-2030) Nationale consumentenprijsindex (cpi) Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers

2027 2,3% 3,9%

2028 2,4% 3,9%

2029 2,4% 3,9%

2030 2,2% 4,6%

2.1.3. Beheerplan Ten behoeve van het opstellen van een beheerplan heeft in 2023 een complete inventarisatie van het areaal van het plassengebied plaatsgevonden. Op basis van deze inventarisatie zijn de structureel benodigde budgetten voor regulier en groot onderhoud berekend voor het gehele werkgebied op basis van landelijk gehanteerde normbedragen. Deze methode is ook toegepast voor de berekening van de structurele dotatie aan de voorziening groot onderhoud. Dit vastgestelde beheerplan omvat de periode 2024 tot en met 2027. In 7

2027 zal een aanzet gemaakt worden tot het opstellen van een nieuw beheerplan voor wederom een periode van 4 jaar.

8

2.1.4. Strategische opgaven 2027 2.1.4.1 Inleiding De uitvoering van het Uitvoeringsplan 2024-2027 ligt in grote lijnen op koers. In 2024-2025 zijn belangrijke stappen gezet in het wegwerken van achterstanden, zoals de uitvoering van de BVC-maatregelen en de realisatie van omvangrijke oeverprojecten. Zo zijn zowel de beschoeiingen van Eiland Weer als fase 2 van De Strook uitgevoerd, waarmee twee grote onderdelen van het (achterstallige) groot onderhoud zijn weggewerkt. Ook de Weersluis en Kraaienestersluis zijn in 2025 succesvol aanbesteed, waarbij de elektrificatie en constructieve werkzaamheden in uitvoering zijn genomen; oplevering volgt begin april 2026. Tegelijkertijd blijkt dat het programma regelmatig moet worden bijgesteld vanwege ecologische randvoorwaarden, uitvoeringscapaciteit en de zwaarte van de meerjarige vervangingsopgave. De fasering in het veenweidegebied, waaronder de Bosdijk, blijft sterk afhankelijk van flora-faunaonderzoek dat tot eind 2025 liep. Financieel is het beeld stabiel maar kwetsbaar. Incidentele onderschrijdingen, zoals lagere doorbelaste personeelskosten en latere start van afschrijvingen, leiden niet tot structurele verlichting van het onderhoudstekort uit het beheerplan. Eind 2027 wordt een nieuw vierjarig Uitvoeringsplan (2028-2031) opgesteld.

Hiervoor worden in 2027 nieuwe gebiedsinspecties uitgevoerd, met nadruk op verhardingen en paden, omdat hier de grootste verschillen bestaan tussen berekende onderhoudsbehoefte en feitelijke kwaliteit. Delen van de Oukoperdijk verkeren bijvoorbeeld in slechte staat, wat een herbeoordeling vergt van wat via groot onderhoud kan worden opgepakt en welke delen vervangingsinvesteringen worden. In 2026 staan vier strategische dossiers centraal: Rimboe, Plas Zwaan, legakkerherstel Kievitsbuurten en de herijking van het MJIP.

2.1.4.2 Werkhaven Rimboe 2.1.4.2.a Bouwkundige staat en urgentie De bestaande werkhaven Rimboe verkeert in slechte conditie. De voormalige zoutloods toont ernstige constructieve gebreken (corrosie, verzakte spanten, betonrot) en ook andere gebouwen voldoen niet aan ARBO-, veiligheids- en milieu-eisen. Renovatie is niet rendabel; volledige vervanging is noodzakelijk. Een eerder plan uit 2019 om werkhaven Rimboe om te bouwen tot een circulair educatiecentrum bleek omgevingsplantechnisch niet mogelijk. Een volgend plan voor een herinrichting van de werkhaven in opdracht van AOVP uit 2022 is vanwege het ontbreken van financiën niet geagendeerd. Om de herontwikkeling voortvarend op te pakken, wordt een plan van aanpak opgesteld dat in juli 2026 ter besluitvorming aan het bestuur Plassenschap wordt voorgelegd. Vooruitlopend daarop is een eerste budgetraming gemaakt op basis van kengetallen. In dit bedrag zijn de kosten opgenomen voor ontwerp, enginering, leges, onderzoeken, projectmanagement, een post onvoorzien en de terreininrichting. In het nog op te stellen plan van aanpak zullen diverse scenario’s worden uitgewerkt en verder toegelicht. Het huidige bruto vloeroppervlak bedraagt zo’n 310 m2 BVO. Op basis van het programma van eisen van het plan uit 2019 is het ruimtebeslag van 500 m2 BVO bepaald.

De totale investering is in samenwerking met de planeconoom van de gemeente Hilversum geraamd op €1,6 miljoen, gebaseerd op 500m2 BVO (bruto vloeroppervlak).

2.1.4.2.b Functionele heroriëntatie en MJIP-positionering Rimboe is een belangrijke logistieke locatie voor buitendienst, handhaving, vaartuigen, aannemers en waterpartners. De herontwikkeling is gericht op: 9

•

Veilige, toekomstbestendige huisvesting,

•

Efficiënte logistiek en routing,

•

Integratie met regionale werkprocessen.

In de MJIP-actualisatie zijn substantiële investeringen in 2026 opgenomen voor nieuwbouw van vastgoed en terrein.

2.1.4.3 Plas Zwaan 2.1.4.3.a Oorspronkelijke en nieuwe investeringsopgave In het oorspronkelijke MJIP (2023) bedroeg de geraamde investering voor de vervanging van de beschoeiingen van terrein Zwaan circa € 1,5 miljoen. Met de nieuwe koers voor Zwaan – gericht op natuurvriendelijke oevers, ecologische inrichting, sportvisserij, recreatieve kwaliteit en mogelijke inzet van een actieve grondbank – is deze opgave herijkt. In de geactualiseerde MJIP-fasering is daarom € 500.000 gereserveerd als eerste investeringsbandbreedte voor de nieuwe inrichting van Zwaan in combinatie met de inzet van een actieve grondbank.

2.1.4.3.b Marktconsultatie: haalbaarheid en financiële dekking De marktconsultatie die in 2026 wordt opgestart moet inzicht geven in: •

De uitvoerbaarheid van ecologische en recreatieve varianten,

•

De haalbaarheid van een grondbankmodel (inzet van regionale grond- en baggerstromen),

•

De vraag of € 500.000, in combinatie met het terrein Zwaan dat voor drie jaar ter beschikking wordt gesteld, voldoende is om de herinrichting te realiseren,

•

Risico’s, planning en optimale aanbestedingsvormen.

De uitkomsten bepalen of het bedrag moet worden bijgesteld en welke variant financieel-juridisch uitvoerbaar is.

2.1.4.4 Legakkerherstel Kievitsbuurten In 2026 wordt ook het legakkerherstel in de Kievitsbuurten als strategische opgave opgepakt. Omdat veel legakkers in slechte staat verkeren en één gebiedsdekkend beheer- en investeringskader ontbreekt, wordt een Integraal Beheerplan Kievitsbuurten opgesteld. Dit plan vormt de basis voor toekomstige maatregelen en fasering. De uiteindelijke kosten voor legakkerherstel zijn op dit moment onduidelijk, omdat de technische uitwerking en ecologische keuzes door de betrokken partners moeten worden ingebracht; kosten voor maatregelen zoals beschoeiingen, natuurvriendelijke oevers en hersteltechnieken vallen buiten het huidige rekenmodel en worden pas in het beheerplan kwantitatief uitgewerkt. Naar verwachting leidt dit tot een meerjarige investeringsopgave die in de MJIP-herziening en het nieuwe Uitvoeringsplan 2028–2031 wordt opgenomen. Hiermee vormt het legakkerherstel een aanvullende strategische pijler naast Rimboe, Zwaan en de herijking van het MJIP.

2.1.4.5 Herijking MJIP en onderhoudsopgave 2.1.4.5.a Financieel perspectief De jaarrekening 2025 laat een positief resultaat zien (€ 519.126), maar dit is incidenteel en verandert het structurele onderhoudstekort niet. 10

2.1.4.5.b Aangevulde investeringsfasering 2026-2035 De MJIP-actualisatie bevat onder meer: • • • • • •

Concentratie van investeringen 2026-2030 (totaal € 13,2 mln), met piekende kapitaallasten in 20312033. Kalverstraat doorgeschoven naar 2030 en 2031. Nieuwe posten voor Rimboe. Een eerste tranche Zwaan (€ 500.000). Legakkerherstel Kievitsbuurten. Diverse vervroegde materieel- en terreinposten.

2.1.4.5.c Veenweidegebied De Bosdijk (6 ha) wordt meerjarig aangepakt, met een totale raming van circa € 745.000 exclusief voorbereiding. De fasering is ecologisch bepaald en afhankelijk van lopend onderzoek.

2.1.4.6 Vooruitblik: nieuw Uitvoeringsplan 2028-2031 Het nieuwe Uitvoeringsplan (2028-2031) wordt eind 2027 vastgesteld door bestuur Plassenschap en is gebaseerd op: • •

Nieuwe inspecties in 2027 (verhardingen, paden, oeverconstructies, kunstwerken), De herbeoordeling van wat via groot onderhoud kan worden uitgevoerd versus vervangingsinvesteringen, • Prioritering van urgente locaties zoals Oukoperdijk, • Aansluiting op de investeringspiek 2030-2033, Het nieuwe plan vormt de basis voor een realistisch, uitvoerbaar en financieel houdbaar beheerprogramma voor 2028-2031

2.1.4.7 Conclusie De strategische dossiers Rimboe, Plas Zwaan, legakkerherstel Kievitsbuurten en de herijking van het MJIP bepalen de koers voor 2027 en vormen de opmaat naar het nieuwe Uitvoeringsplan 2028-2031. De uitvoering van grote oever- en sluizenprojecten in 2024-2026 toont dat er stevige voortgang wordt geboekt, maar de staat van verhardingen, de verschuiving van Kalverstraat en de noodzakelijke nieuwbouw van Rimboe laten zien dat scherpe keuzes en herijking noodzakelijk blijven.

2.1.5. Uitvoeringsplan 2026-2029 en herziening meerjareninvesteringsplan. In het “Uitvoeringsplan” zijn per jaarschijf de werkzaamheden in het kader van groot onderhoud en de investeringen zichtbaar gemaakt. In 2027 wordt het Meerjareninvesteringsplan (MJIP) geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten over de uitvoering van de periode 2024-2025, de gerealiseerde faseringen uit 2026, ecologische randvoorwaarden, organisatorische ontwikkelingen en de technische staat van het areaal. Uit de jaarrekening 2025 blijkt dat investeringen door latere uitvoering en oplevering structureel later tot afschrijvingslasten leiden, maar dat de omvang van de vervangingsopgave ongewijzigd groot blijft. Het MJIP 2024-2035 kent een totale investeringsopgave van circa € 13,2 miljoen, met piekende kapitaallasten in de periode 2031-2033. De herziening in 2027 richt zich op het verder aanscherpen van de fasering en prioritering om het plan financieel houdbaar en praktisch uitvoerbaar te houden. 11

Belangrijke wijzigingen betreffen: •

Kalverstraat: de omvangrijke vervangingsopgave voor de beschoeiingen is op basis van nieuwe inzichten over de kwaliteit en risico’s doorgeschoven naar 2030 (€ 1.159.200) en 2031 (€ 867.600). Deze herfasering verlicht de druk in de korte termijn, maar legt meer nadruk op de financieringspiek vanaf 2030.

•

Plas Zwaan: de oorspronkelijke investering van circa € 1,5 miljoen (vervanging beschoeiingen) is herijkt. In de actuele programmering is € 500.000 opgenomen voor een nieuwe ecologische/recreatieve inrichting van Zwaan in combinatie met de mogelijke inzet van een actieve grondbank. De in 2026 te starten marktconsultatie moet uitwijzen of dit bedrag – in combinatie met het drie jaar ter beschikking stellen van het terrein – toereikend is en welke uitvoeringsvariant het meest doelmatig is.

•

Rimboe: vanwege de slechte bouwkundige staat van de huidige gebouwen en de van toepassing zijnde arbo-wetgeving zijn in het MJIP aanvullende investeringen opgenomen voor volledige nieuwbouw van de werkhaven.

•

Legakkerherstel Kievitsbuurten: De uiteindelijke kosten voor het legakkerherstel worden pas bepaald na uitwerking van het Integraal Beheerplan, omdat maatregelen en technische keuzes nu nog niet zijn doorgerekend. Daarmee ontstaat naar verwachting een meerjarige investeringsopgave die in de MJIP-herziening en het Uitvoeringsplan 2028–2031 wordt opgenomen

De herziening van het MJIP wordt verder gevoed door de nieuwe inspecties van 2027, die belangrijk zijn voor het nieuwe Uitvoeringsplan 2028-2031. Met name de staat van verhardingen, waaronder de Oukoperdijk, waar paden in slechte conditie verkeren, maakt dat zorgvuldig moet worden bepaald wat binnen het groot onderhoud past en weke onderdelen als vervangingsinvesteringen moeten worden opgenomen. De herziening van het MJIP in 2027 vormt daarmee een essentiële stap naar een realistisch, financieel houdbaar en ecologisch verantwoord investeringsprogramma, passend bij de technische staat van het areaal, de fusieontwikkeling en de strategische koers van het Plassenschap. De uitvoering van het groot onderhoud is niet van invloed op de exploitatie, de uitgaven komen rechtstreeks ten laste van de voorziening groot onderhoud. Voor het investeringsplan zijn de kapitaallasten, die daaruit volgen berekend. Voor het bepalen van de bijbehorende rente is uitgegaan van 3,50% .

2.1.6. Financieel arrangement toezicht Er is in 2023 een financieel arrangement toezicht overeengekomen tussen het Plassenschap en de gemeenten Stichtse Vecht en Wijdemeren. Conform deze afspraak verstrekt het Plassenschap een solidariteitsbijdrage aan beide gemeenten van in totaal € 352.400 (prijspeil 2026). De verdeling is € 211.440 voor Wijdemeren en € 140.960 voor Stichtse Vecht. Wijdemeren brengt conform afspraak een bedrag van € 120.000 excl. BTW in rekening bij de gemeente Stichtse Vecht voor het uitvoeren van toezichttaken in het gebied van Stichtse Vecht. Het resterende bedrag besteedt Stichtse Vecht aan verkeersregelaars bij de Nieuweweg. De door het CPB in de septembercirculaire 2023 opgegeven reeks is ook hier voor de periode 2025-2028 van toepassing. Zie de consumentenprijsindex onder 2. Jaarlijks wordt er een rapportage opgesteld over de uitgevoerde taken op het gebied van toezicht en handhaving in het Loosdrechts plassengebied. In 2026 zal er een evaluatie plaatsvinden van dit financieel arrangement toezicht. Voor de begroting 2027 is vooralsnog rekening gehouden met het ongewijzigd voortzetten van dit arrangement.

12

2.1.7. Routebureau provincie Utrecht In 2023 heeft het Plassenschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht gesloten en is daarmee één van de opdrachtgevers geworden. De eerdere overeenkomst in dit kader liep nog getrapt via Recreatie Midden Nederland. De bijdrage is voor 2027 € 29.000. De routes bevinden zich hoofdzakelijk in het veenweidegebied. De bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de nationale consumentenprijsindex. Zie de consumentenprijsindex onder 2. Vanuit Wijdemeren wordt niet deelgenomen aan de overlegstructuur van het Routebureau Utrecht. Het is wenselijk de deelname aan het Routebureau Utrecht te evalueren voor de fusie met de gemeente Hilversum plaatsvindt. In de begroting 2027 is vooralsnog rekening gehouden van het ongewijzigd voortzetten van deze dienstverleningsovereenkomst.

2.1.8. Verhoging tarieven inkomsten Voor de inkomsten, zoals tarieven voor ligplaatsen, erfpachten, huren en gebruik terreinen etc. wordt een stijgingspercentage van 3,2% voor 2027 t.o.v. 2026 aangehouden. De door het CPB in de septembercirculaire opgegeven reeks is hier voor de periode van toepassing. Zie de consumentenprijsindex onder 2.

2.1.9. Vergoeding Wijdemeren in het kader van snelvaarvergunningen De vergunningverlening voor snelvaren is sinds 1 januari 2023 een taak van de gemeente Wijdemeren. Het aantal verstrekte jaarvergunningen voor particulieren is gemaximaliseerd op 800. Uitgangspunt van deze regeling is dat het Plassenschap het snelvaren in het gebied mede mogelijk maakt en dat het daarmee gerechtvaardigd is om 20% van de totale onderhoudskosten (incl. dotatie aan de voorziening groot onderhoud) van het Plassenschap door te belasten aan de gemeente Wijdemeren.

2.1.10. Verhoging eigen inkomsten Dit onderwerp is in de afgelopen jaren in het voormalige bestuur van het Plassenschap herhaaldelijk aan de orde geweest. De conclusie was steevast dat de mogelijkheden zeer beperkt zijn, omdat het werkgebied van het Plassenschap veelal in “Natura 2000 gebied” ligt In 2025 heeft de gemeente Wijdemeren in het kader van een gemeentelijk financieel herstelpan met als onderdeel een taakstelling op Recreatie en Toerisme eveneens onderzocht hoe de inkomsten verhoogd kunnen worden. Bedoeling is de gebruikers van de voorzieningen (ook die op terreinen van het Plassenschap) hier aan mee te laten betalen. Vooralsnog wordt eerst de evaluatie van het financieel arrangement afgewacht (zie onder 2.1.8.} Er vindt in deze begroting derhalve geen financiële vertaling plaats.

2.1.11. Financiering Het Plassenschap heeft onvoldoende eigen vermogen om de in het investeringsplan geraamde investeringen te kunnen financieren. Om die reden moet er vreemd vermogen worden aangetrokken. De huidige rente op vaste langlopende geldleningen bedraagt ca. 3,5%. In de berekeningen wordt van deze rente uitgegaan over de investeringsbedragen. De financiering van de investeringen met vreemd vermogen heeft gevolgen voor het kengetal nettoschuldquote, die ver boven het maximaal gewenste getal uitstijgt. Zolang de participanten echter de verplichte deelnemersbijdragen betalen is er geen probleem.

13

2.1.12. Weerstandsvermogen Het bestuur van het Plassenschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve fungeert als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. De kaders hiervoor zijn opgenomen in de financiële verordening. In de vastgestelde begroting 2024 is het benodigde weerstandsvermogen berekend op € 155.000, waarbij ook nog posten P.M. zijn geraamd. Het weerstandsvermogen van het Plassenschap is inmiddels ruim voldoende. Gevolg van het resultaat jaarrekening 2025 De voorlopige jaarrekening 2025 geeft een batig saldo aan van € 519.126. Met de toevoeging hiervan aan de algemene reserve, bedraagt deze per 31 december 2025 € 1.050.859. De algemene reserve heeft nu weer voldoende omvang om risico’s op te kunnen vangen en om incidenteel exploitatietekorten op te kunnen vangen. De weerstandsratio komt ruim boven de eerder gestelde 1 uit.

2.1.13. Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen bestaan uit de reguliere bijdragen op basis van de berekeningen volgend uit het financieel perspectief, de berekende transparantie BTW en de kwaliteitsbijdrage. Deze kwaliteitsbijdrage is het saldo van de solidariteitsbijdrage toezicht en handhaving en de ontvangen “Instandhoudingsbijdrage” van de gemeente Wijdemeren. De komende jaren zijn een groot aantal vervangingsinvesteringen gepland. De afschrijvingen en rente, die hieruit volgen resulteren in een sterke toename van deelnemersbijdragen. Als gevolg van herziening van het Meerjareninvesteringsplan, zijn diverse projecten verschoven in de tijd. De deelnemersbijdragen blijven gelijk en kan het geprognosticeerde resultaat worden toegevoegd aan de bestemmingsreserves.

14

2.2 Programma 1: Beheer, onderhoud en exploitatie. 2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

2.2.1.1 Beheer en onderhoud algemeen (beheerplannen regulier en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen). In 2023 zijn beheerplannen opgesteld voor het dagelijks onderhoud, groot onderhoud (MJOP) en een meerjarig investeringsplan (MJIP). Uit deze beheerplannen zijn de werkelijk benodigde budgetten voor regulier jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zichtbaar geworden en is vervolgens, conform de GR, vertaald in een uitvoeringsplan. De uitkomsten zijn verwerkt in een het financieel perspectief 2024-2027 en een eerste begrotingswijziging 2024. De stukken zijn separaat aan het bestuur ter besluitvorming voorgelegd.

2.2.1.2 Beheer & Onderhoud (lasten) Beheer en onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de bezittingen. Het niveau van het beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van het gebruik en de behoefte van de gebruikers. Het bestuur van het Plassenschap heeft het daarbij behorende, gedifferentieerde kwaliteitsniveau vastgesteld. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande paragrafen worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst. 2.2.1.3 Duurzaamheid/natuur De thema’s duurzaamheid ‘klimaatverandering’/‘klimaatadaptatie’, ‘biodiversiteit’, ‘circulaire economie’ en ‘energietransitie’ staan steeds hoger en prominenter op de politieke agenda’s. Het schap heeft in de afgelopen jaren een aantal stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit en worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. In 2027 streven we naar verdere verduurzaming. Het Natura2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen wordt hierbij betrokken maar natuurbeheerplannen zullen niet worden opgesteld. Het Plassenschap is immers niet ingericht als TBO en ontvangt derhalve ook geen beheervergoedingen.

2.2.1.4 Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen De financiële bijdrage van het Plassenschap aan het gebiedsakkoord betreft een aandeel in de kosten van de, in het plassengebied, uit te voeren baggerwerkzaamheden. Het Plassenschap brengt geen recreatieve ontwikkelingen op gang, maar werkt er wel actief aan mee mits dat past binnen zijn verantwoordelijkheid als eigenaar. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is mede ondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Binnen het OVP zijn diverse projecten benoemd, waarbij de medewerking van het Plassenschap een rol speelt. Het Plassenschap is daarmee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000 als bijdrage aan met name de uitgevoerde baggerwerkzaamheden. De totale bijdrage dient volgens een vastgesteld kasritme te worden betaald gedurende de periode 2017-2027. Sinds 2020 is jaarlijks een bijdrage verantwoord van afgerond € 70.900. In het laatste jaar van het gebiedsakkoord wordt het resterende deel van de bijdrage van maximaal € 390.600 verrekend. Vanaf 2023 is het Plassenschap binnen de organen van het Gebiedsakkoord vertegenwoordigd door de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht. Gezien de betrokkenheid van het Plassenschap bij een aantal projecten is het Plassenschap in 2024 toch weer vertegenwoordigd in zowel de Regieroep OVP als de Stuurgroep OVP.

15

2.2.1.5 Routebureau (lasten) Het Plassenschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Een uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing m.b.t. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via dit Routebureau. De bijdrage van het Plassenschap bedraagt in 2027 € 29.000 (2024 afgerond € 20.560). Deze toename wordt veroorzaakt doordat er BTW aan de kosten zijn toegerekend, waar dat voorheen niet het geval was. Deze BTW komt weer terug via de transparantie BTW, zodat deze verhoging netto geen impact heeft. Met het Routebureau moet nog worden geëvalueerd of deze bijdrage nog wel recht doet aan de geleverde diensten. De routes liggen hoofdzakelijk in het veenweidegebied, dat niet behoort tot het schapsgebied. Totdat de evaluatie is afgerond, wordt budget voor het Routebureau geraamd.

2.2.1.6 Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving (lasten) Dit betreft de bijdrage van het Plassenschap aan de gebiedsgemeenten m.b.t. toezicht en handhaving. Daar staat tegenover een van de gemeente Wijdemeren ontvangen instandhoudingsbijdrage. Sinds 1 januari 2023 voert het Plassenschap de taken van Toezicht en Handhaving niet langer uit. In plaats daarvan wordt een “kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving” opgenomen in de begroting. De twee plassengemeenten ontvangen vanuit de begroting van het Plassenschap een vergoeding in de vorm van een “kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving”, die overeenkomt met het gebudgetteerde nadeel van de twee gemeenten. Zie onder 2.1.6.

2.2.1.7 Instandhoudingsbijdrage Wijdemeren en deelnemers (baten) De te betalen vergoeding voor de ontheffing snelvaren omvat naast leges een component ‘instandhoudingsbijdrage’ gerelateerd aan de extra druk die het snelvaren op het gebied legt. Dit bedrag stelt de gemeente Wijdemeren, die deze instandhoudingsbjjdrage feitelijk incasseert, ter beschikking aan het Plassenschap. Deze instandhoudingsbijdrage is afhankelijk van het feitelijk aantal uitgegeven ontheffingen en de kosten die de gemeente maakt voor het verstrekken ervan. Het hier geraamde bedrag kan als gevolg hiervan fluctueren. Zie onder 2.1.9. De instandhoudingsbijdrage is tot stand gekomen bij uitspraak van het DB in november 2022. In deze begroting is deze instandhoudingbijdrage geraamd op € 237.900. Daar staat tegenover dat er een “kwaliteitsbijdrage voor toezicht en handhaving” van totaal € 363.200 (Zie 2.2.1.5) aan de gemeenten wordt verstrekt. Het geraamde saldo van deze twee bedragen bedraagt in 2027 € 125.300. Dit bedrag is als extra bijdrage aan de deelnemersbijdragen toegevoegd.

2.2.1.8 Exploitatie (baten) Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Tegenover de gerealiseerde opbrengsten staan de kosten van onder meer personeel, beheer en onderhoud, kapitaallasten, belasting en verzekeringen, energie en overige kosten. De exploitatie van het Plassenschap is beperkt en betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en (tegen een symbolisch tarief) eiland Robinson Crusöe. De opstal op eiland Meent wordt verhuurd. Deze overeenkomsten vormen een belangrijke bron van inkomsten (met name Recreatiecentrum Mijnden) en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden verder aangegaan voor het gebruik van terreinen door hondenuitlaatservices, het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van de werkhaven Rimboe voor overslag door aannemers, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een 16

scoutingkamp, suppen, etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Behoudens de reguliere contractuele aanpassingen door de prijsindex zijn deze baten stabiel. Verder is er de Mijndense Sluis waar sluiswachters de boten schutten. Voor het schutten worden sluisgelden geïnd, die nadat deze gedurende 5 jaren op een gelijk niveau zijn gebleven, met ingang van 2025 zijn verhoogd met € 1,-- Aanpassing van de tarieven op basis van inflatiecijfers leidt in de praktijk tot onwerkbare situaties. Mogelijkheden voor het verkrijgen van extra inkomsten zijn in het verleden diverse keren onderzocht maar niet haalbaar gebleken In de begroting 2027 zijn geen extra baten geraamd.

2.2.2

Wat mag het kosten?

We presenteren een sluitende begroting. De deelnemersbijdragen dekken per saldo het negatieve resultaat van de programma’s. Bedragen x € 1.000 Programma 1

Begroting 2026

Lasten

€

2.563 €

2.970

Baten

€

2.719 €

2.940

Saldo van baten en lasten

€

-156 €

30

Toevoegingen aan reserves

€

226 €

361

Onttrekkingen aan reserves

€

71 €

391

Gerealiseerd resultaat

€

- €

-

De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 1 a. Doorbelaste personeelskosten beheer en onderhoud en exploitatie b. Inhuur personeel derden

Begroting 2027

Bedragen x € 1.000 Begroting 2026 €

Begroting 2027

595 €

594

€

46 €

50

c. Onderhoud en vuilafvoer

€

701 €

722

d. Routebureau

€

28 €

29

e. Dotatie voorziening groot onderhoud

€

223 €

228

f. Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving

€

352 €

363

g. Kapitaallasten

€

463 €

509

h. Baggerbijdrage OVP (gebiedsakkoord)

€

71 €

391

i. Energie- en waterkosten

€

33 €

34

j. Belastingen en verzekeringen

€

44 €

45

k. Bestuurs-, apparaats-, en overige kosten

€

6 €

6

Totaal lasten

€

2.563 €

2.970

Toevoegingen aan reserves

€

226 €

361

Onttrekkingen aan reserves

€

71 €

390

Saldo

€

2.719 €

2.940

De uitgaven zijn bruto weergegeven, dus daar waar van toepassing inclusief BTW. Deze BTW wordt naar rato doorgeschoven naar de deelnemers. Het aandeel transparantie BTW in de lasten bedraagt 17

voor programma 1 afgerond € 228.500. Dit bedrag is verantwoord bij de baten.

2.2.2.1 Toelichting lasten Ad. a. De lasten zijn in 2027 gebaseerd op de inzet van 4,0 fte. (2026 4,0 fte) aan formatie voor dagelijks beheer en onderhoud en 1,0 fte. aan formatie voor groot onderhoud en vervangings- investeringen. Totaal voor beheer en onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen 5,0 fte. Voor de exploitatie cq. bediening van de Mijndense Sluis is onverminderd 1,55 fte. beschikbaar. Ad. b Betreft een budget van € 50.000 budget voor inhuur van sluiswachters bij de Mijndense Sluis. Het geraamde bedrag is gebaseerd op de werkelijke uitgaven 2025 en de verwachting voor 2027. Ad. c. Betreft het beschikbare budget t.b.v. beheer en onderhoud in het gebied. In 2023 is een beheerplan opgesteld voor regulier beheer en onderhoud. Uit dit beheerplan kwam naar voren dat los van het budget voor eigen personeel, er nog een budget nodig is van € 722.000. Dit budget bedrag is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2026. Voor 2027 is het budget voor onderhoud t.o.v. de begroting 2026 met 2,3% verhoogd. Ad. d. Betreft de bijdrage aan het routebureau. Zie de toelichting bij 2.3.1.5. Ad. e. In 2023 zijn beheerplannen opgesteld voor het dagelijks onderhoud, groot onderhoud (MJOP) en een meerjarig investeringsplan (MJIP).

Uit deze beheerplannen zijn de werkelijk benodigde budgetten voor regulier jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zichtbaar geworden en is vervolgens, conform de GR, vertaald in een vierjarig uitvoeringsplan. Voor groot onderhoud is berekend dat voor 2027 een bedrag van € 227.800 moet worden gedoteerd aan de voorziening groot onderhoud om de werkzaamheden in het gebied cyclisch te kunnen uitvoeren. Ad. f. Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving. Zie de toelichting bij 2.3.1.6. Ad.g. De raming van de kapitaallasten is gebaseerd op de feitelijke investeringen tot en met de jaarrekening 2025, de uitgevoerde/nog uit te voeren investeringen 2026 uit de vastgestelde begroting 2026 en de rente van de in deze begroting opgenomen investeringen 2026 . De rente is berekend op 3,5% en volgt uit de staat van geldleningen. Ad. h. Baggerbijdrage Oostelijke Vechtplassen. De jaarlijkse bijdrage loopt tot en met 2027 en wordt gedekt uit de reserve Oostelijke Vechtplassen. Zie de toelichting bij 2.3.1.4.

2.2.2.2 Toelichting baten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 1 Opbrengsten van eigendommen

Bedragen x € 1.000 Begroting 2026

Begroting 2027

€

447

€

456

Overige baten

€

70

€

71

Instandhoudingsbijdrage Wijdemeren

€

199

€

205

Toegerekende deelnemersbijddragen

€

1.667

€

1.854

Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving

€

121

€

125

Transparantie BTW

€

215

€

229

Totaal baten

€

2.719

€

2.940

Saldo

€

2.719 €

2.940

Deelnemersbijdragen

18

De opbrengsten van eigendommen bestaan uit erfpacht Mijnden, erfpacht Strook en de sluisgelden Mijndense sluis. Deze baten zijn al 90% van de totale opbrengsten. De overige 10% bestaan uit verhuur kiosk eiland Meent, de verhuur van ligplaatsen in de ’s Gravelandsevaart, honden uitlaatservices en overige opbrengsten. Los van deze reguliere inkomsten zijn geen extra inkomsten geraamd.

2.3 Programma 2: Algemeen (incl. overhead) 2.3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen?

Programma 2 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead hier verantwoord. De overhead betreft de uitvoering van de reguliere overheadfuncties zoals HRM, financiën en control, ICT, communicatie, management, juridische zaken en archief (DIV). De functies worden ingebed in de reguliere organisatie van de nieuwe gemeente Hilversum. Deze worden doorbelast op basis van een opslagpercentage. Voor 2027 is, evenals voor 2026, een percentage van 25,2% gehanteerd.

2.3.2

Wat gaan we daarvoor doen?

Programma 2 bestaat hoofdzakelijk uit doorbelasting van personeel en kosten overhead (apparaatskosten) vanuit de gemeente Hilversum. De bedrijfsvoeringsfuncties vervullen de volgende taken: a) het management geeft adequate leiding en (bij)sturing aan de uitvoering van werkzaamheden, deze worden gecoördineerd vanuit het team Beheer Openbare Ruimte. b) HRM zorgt voor de personeels- en salarisadministratie alsmede de HR beleidskaders c) Juridische ondersteuning zorgt voor juridische kaders, juridische beleid en juridische advisering d) Huisvesting en facilitaire zaken zorgt voor adequate huisvesting en facilitaire ondersteuning. e) Communicatie zorgt voor adequate informatie aan burgers en bedrijven; de website van de gemeente Wijdemeren wordt hiervoor ingezet. f) DIV zorgt voor documentenstromen en archivering g) ICT zorgt voor de beschikbare kantoorautomatisering, ICT advisering en overige digitale systemen h) Financiën zorgt voor administratie en consolidatie van de inkomsten en uitgaven, financiële advisering van het bestuur en levert de ten behoeve van de jaarstukken de benodigde informatie. Vanuit bedrijfsvoering van de gemeente Hilversum wordt een bestuurssecretarisfunctie, welke door de provincie Utrecht wordt ingevuld.

relatie

gelegd

met

de

19

2.3.3

Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000

Programma 2

Begroting 2026

Lasten

€

795 €

846

Baten

€

795 €

846

Saldo van baten en lasten

€

- €

-

Toevoegingen aan reserves

€

- €

-

Onttrekkingen aan reserves

€

- €

-

Gerealiseerd resultaat

€

- €

-

Begroting 2027

2.3.3.1 Toelichting lasten en baten De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Bedragen x € 1.000

Programma 2 a. Doorbelaste personeelskosten

Begroting 2026

Begroting 2027

€

410 €

450

b. Doorbelaste overhead (apparaatskosten)

€

229 €

238

c. Inhuur personeel derden

€

54 €

52

d. Rente en afschrijving

€

- €

-

e. Bestuurs- en apparaatskosten

€

91 €

93

f. Belastingen en verzekeringen

€

- €

-

g. Publiciteits- en overige kosten

€

11 €

12

Totaal lasten

€

795 €

846

Saldo

€

795 €

846

Betreft de door de gemeente Hilversum gemaakte kosten t.b.v. de bedrijfsvoering. De lasten bestaan uit doorbelaste kosten personeel en overhead. Betreft alle lasten in kader van overhead. Zie de toelichting bij 2.4.3.4. De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Bedragen x € 1.000

Programma 2 Deelnemersbijdragen

Begroting 2026

Begroting 2027

Rente schatkist

€

6 €

6

Toegerekende deelnemersbijdragen

€

663 €

717

Transparantie BTW

€

126 €

123

Totaal baten

€

795 €

846

Saldo

€

795 €

846

20

2.3.3.2 Overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. Het BBV schrijft voor een overzicht algemene dekkingsmiddelen op te nemen. In onderstaand overzicht worden de bedragen voor de begroting van 2026 t/m 2030 weergegeven evenals realisatiecijfers van 2024. Omdat conform de regeling taakvelden de deelnemersbijdrage toegerekend dient te worden aan de taakvelden waaraan zij besteed wordt, is bij het Plassenschap geen sprake van algemene dekkingsmiddelen.

2024

2026

2027

2028

2029

2030

Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie

0

0

0

0

0

0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Overige algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

0

0

0

Totaal algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

0

0

0

2.3.3.3 Bedrag onvoorzien Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht het jaarlijks opgenomen bedrag voor onvoorziene lasten in de begroting afzonderlijk te presenteren. De omvang van de post onvoorzien is gebaseerd op circa 0,1% van de totale lasten en bedraagt voor 2027 € 4.200.

2024

2026

2027

2028

2029

2030

realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Post onvoorzien In % totale lasten

0 0%

3.600 0,10%

4.200 0,10%

4.100 0,10%

4.200 0,10%

4.200 0,10%

2.3.3.4 Overzicht overhead Sinds de begroting van 2018 moeten gemeenschappelijke regelingen overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Voor 2027 zijn, evenals in voorgaande jaren, de kosten voor overhead separaat opgenomen. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden sinds 2023 voor het Plassenschap uitgevoerd door de gemeente Wijdemeren en vanaf 2027 door de gemeente Hilversum. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen.

Bedragen x € 1.000 Overhead

Begroting 2026

Begroting 2027

Lasten

693

740

Baten

693

740

Saldo van baten en lasten

0

0

Toevoegingen aan reserves

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

Gerealiseerd resultaat

0

0

21

3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid

3.1

Wel/niet opgenomen Niet Wel Wel Wel Wel Niet Niet

Toelichting Niet van toepassing Zie §3.1 en 3.2 Zie §3.3 Zie §3.4 Zie §3.5 Er zijn geen verbonden partijen LSD voert geen grondbeleid.

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

De risico’s van het Plassenschap hebben zowel betrekking op de te realiseren exploitatieopbrengsten als op de kosten voor beheer & onderhoud vanwege achterstanden in het onderhoud, klimaatveranderingen en kostenstijging als gevolg van de diverse problemen in de wereld. Het schap onderscheidt de volgende risico’s: 1 2 3 4 5 6 7 8

Omschrijving risico Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Marktwerking Uitkomsten beheerplan, MJOP en MJIP Onvoorziene risico’s Totaal Totaal bij 50% risico

Bedrag 17.500 10.000 40.000 26.000 40.000 29.000 pm 50.000 212.500 106.250

Wanneer 2027 e.v. 2027 e.v. 2027 e.v. 2027 e.v. 2027 e.v. 2027 e.v. n.v.t. 2027 e.v. en pm

Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks n.v.t. Jaarlijks

We gaan er niet vanuit dat alle onder dit volgnummer genoemde risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt een percentage van 50% berekend over de totaal berekende risicobedragen.

3.1.1 Erfpacht en huur De geraamde omzet uit erfpacht en verhuur bedraagt ca. € 350.000. Het risico dat de exploitant niet aan zijn verplichtingen kan voldoen is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet, zijnde € 17.500. 3.1.2 Schutgelden Mijndense Sluis De omzet die is gerealiseerd met het schutten bij de Mijndense Sluis is in 2024 achtergebleven bij het gemiddelde van de jaren daarvoor. De opbrengsten bij de sluis zijn sterk weersafhankelijk. Bij normale weersomstandigheden is de raming realistisch. Bij tegenvallende weersomstandigheden valt de opbrengst € 10.000 lager uit. Met ingang van 2025 zijn de sluistarieven na een periode van 5 jaar verhoogd met € 1.--.

22

3.1.3 Bestrijding overlastgevende waterplanten Bestrijding van overlastgevende waterplanten is een project van de Aanpak Oostelijke Vechtplassen (AOVP), waarbinnen een gezamenlijk plan is opgesteld. Op dit moment is het Plassenschap verantwoordelijk voor het bevaarbaar houden van de openbare vaarwegen die het schap in eigendom heeft. De bestrijding van overlastgevende waterplanten blijft tot nu toe beperkt tot het 2x per jaar maaien en afvoeren van exotische waterplanten in enkele vaarwegen. Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten van bestrijding van overlastgevende waterplanten in vaarwateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Omdat het onzeker is of en in welke mate waterplanten in de eigendommen van het schap in de toekomst bestreden moeten worden, is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we op basis van aannames een bedrag van € 40.000. 3.1.4 Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is voor 2027 geraamd op 3,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Voor de periode 2024 tot en met 2027 moet naar verwachting per jaar 2,6 miljoen vreemd vermogen worden aangetrokken. Een rente van 1,0% hoger dan de verwachte 3,5% resulteert in structurele extra lasten van € 26.000 per jaar.

3.1.5 Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: -

langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn, die extra kosten met zich meebrengen); droogte, waarmee begroeiingen verloren gaan; wateroverlast (beschadiging van oevers, beschoeiingen en beplanting);

Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Droogte, extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. Op basis van de ervaringscijfers in eerdere jaren hebben we het risico, conform voorgaande jaren, ook voor 2027 ingeschat op € 40.000. 3.1.6 Marktwerking De prijzen zijn redelijk gestabiliseerd na een forse toename in de afgelopen jaren. De opgestelde beheerplannen zijn bepaald op basis van prijspeil 2023. Het CPB verwacht een normale stijging van de kosten in de komende jaren. Als prijsrisico ramen we 5% van het totale jaarlijkse onderhoudsbedrag excl. BTW zijnde € 29.000. 3.1.7 Beheerplan, MJOP en MJIP In 2023 heeft een complete inventarisatie van het gebied plaatsgevonden en zijn de daaruit volgende onderhouds- en vervangingsmaatregelen in een nieuw opgesteld MJOP en MJIP vastgelegd. Deze plannen zijn door het bestuur vastgesteld. Er is sprake van achterstanden in het onderhoud, waarvoor een voorziening groot onderhoud is getroffen. In de periode 2024-2027 zullen de achterstanden in het groot onderhoud worden weggewerkt. Na deze periode zal een reguliere cyclus van groot onderhoud starten. Op basis van deze plannen uit het MJIP en MJOP zijn de risico’s op het gebied van groot onderhoud en vervangingsinvesteringen, zover ons nu bekend, weggenomen. Het risico wordt nu PM geraamd.

3.1.8 Onvoorziene risico’s Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000. 23

3.2 Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waarover Plassenschap Loosdrecht beschikt om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen. Net als tegenvallers kan ook de weerstandscapaciteit worden onderverdeeld in incidenteel en structureel. Incidentele weerstandscapaciteit is aanwezig in de vorm van begrotingsposten voor onvoorzien en aanwezige reserves met een weerstandsfunctie. Structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Het gaat dan om herschikking binnen bestaande budgetten van het Plassenschap Loosdrecht e.o. De omvang van de incidentele en de structurele weerstandscapaciteit worden hieronder gepresenteerd.

3.3.1

Incidentele weerstandscapaciteit Begroot 2025 532 519 0 3 1.054

Algemene reserve (afgerond) per 31-12-2024 Resultaat 2025 Stille reserves materiële vaste activa1 Post onvoorzien in de begroting Totaal incidentele weerstandscapaciteit

3.3.2

Structurele weerstandscapaciteit

Heroverweging bestaand beleid Totaal structurele weerstandscapaciteit

Beschikbaar 31-122025 P.M. 9

Heroverweging bestaand beleid In het transitiejaar 2023 zijn de formatie, het regulier en groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen tegen het licht gehouden. Dit heeft geleid tot beheerplannen en een meerjarig investeringsplan. Dit alles om de basis op orde te krijgen. Van nieuw beleid is geen sprake. De materiele vaste activa zijn conform het BBV gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingprijs dan wel lagere marktwaarde. Indien de marktwaarde echter boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs ligt dan is sprake van een stille reserve. Deze wordt gekapitaliseerd bij verkoop van het betreffende actief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16908835/1