CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ontwerpbegroting 2026 - versie 1 - 10 maart 2025

gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze Plassenschap (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)11.884 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2026 27 februari 2025

1

1 Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting 2026 van het Plassenschap Loosdrecht e.o., opgesteld door de gemeente Wijdemeren, in opdracht van het bestuur van het Plassenschap. Ingevolge de in 2022 tussen partijen opgestelde Samenwerkingsovereenkomst is de gemeente Wijdemeren verantwoordelijk voor de taakuitvoering van het Plassenschap, binnen de door het bestuur vastgestelde kaders en budgetten. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is sinds 1 januari 2023 een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze BVO werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van publiek toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De taak van het Plassenschap is het beheer en onderhoud en eventueel de exploitatie van eigendommen van het Plassenschap en de daarop aanwezige voorzieningen, het in stand houden van het natuur en landschapsschoon dat het schap in eigendom heeft, voor zover samenhangend met deze taak, alsmede het financieel beheer dat met deze taak samenhangt. De eigendommen van het Plassenschap zijn divers en omvatten zowel natuurlijke als recreatieve voorzieningen.

Ze zijn van groot belang voor het beheer en de ontwikkeling van het gebied, en dragen bij aan de recreatieve mogelijkheden, biodiversiteit en de ecologische waarde van zowel het plassengebied in Wijdemeren als het veenweidegebied in Stichtse Vecht. Het Plassenschap werkt samen met verschillende partners om deze eigendommen te onderhouden en te verbeteren. Conform de afspraken tussen de deelnemers zijn de besparingen die gerealiseerd zijn op de overhead gedurende de jaren 2023 en 2024 ingezet ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het product. In 2023 heeft het bestuur van het Plassenschap een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), een Meerjareninvesteringsplan (MJIP), een 4-jarig Uitvoeringsplan en een 4-jarig financieel perspectief vastgesteld. Deze stukken geven een helder en compleet beeld van de werkzaamheden die nodig zijn voor de instandhouding van het Plassengebied op zodanige wijze dat het zijn recreatieve opvangfunctie kan blijven vervullen, nu en in de nabije toekomst. Deze beleidsstukken vormen tevens de basis voor de begroting 2026 FUSIE Wijdemeren met HILVERSUM De gemeenteraden van Hilversum en Wijdemeren hebben op 11 december 2024 het herindelingsontwerp ‘Samen sterker’ vastgesteld voor het toevoegen van de gemeente Wijdemeren aan de gemeente Hilversum per 1 januari 2027.

Vooruitlopend op de bestuurlijke fusie zal er met ingang van 2026 sprake zijn van een ambtelijke fusie waarbij het personeel dat nu nog in dienst is bij de gemeente Wijdemeren in dienst komt bij de gemeente Hilversum. Het uitgangspunt is dat de nieuwe gemeente Hilversum de opdrachtnemende rol van de gemeente Wijdemeren overneemt. Hiervoor zal de tekst van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. moeten worden aangepast. Het is van groot belang dat het beheer, onderhoud, exploitatie en bedrijfsvoering van de eigendommen van het Plassenschap na de samenvoeging zonder onderbreking doorgaan, dat de huidige kwaliteit en efficiëntie van de diensten worden gehandhaafd en de contractuele verplichtingen doorgang vinden. Daarnaast is voor het Plassenschap belangrijk dat er financiële transparantie geboden wordt.

ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het bestuur d.d. 10 juli 2025

Dhr. H. van den Akker Voorzitter

Mevr. J. Brand Secretaris a.i. 2

INHOUD

Inhoud 1

Voorwoord ................................................................................................................................................2

2

Programmaplan........................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................5

2.1.1. Formatie (binnen en buiten) ...............................................................................................................6 2.1.2 Salarisontwikkeling en prijsindex .......................................................................................................6 2.1.4. Uitvoeringsplan 2024-2028. Extra toegevoegd jaarschijf 2029. ......................................................7 2.1.5. Financieel arrangement toezicht .......................................................................................................8 2.1.6. Routebureau provincie Utrecht ..........................................................................................................8 2.1.7. Verhoging tarieven inkomsten ...........................................................................................................9 2.1.8. Vergoeding Wijdemeren i.h.k.v. snelvaarvergunningen .................................................................9 2.1.9. Verhoging eigen inkomsten ...............................................................................................................9 2.1.10. Financiering .......................................................................................................................................9 2.1.11.

Weerstandsvermogen .......................................................................................................................9 2.1.12. Deelnemersbijdragen ......................................................................................................................10 2.2 2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ......................................................11

2.2.2

Wat mag het kosten? .............................................................................................................13

2.3

3

Programma 1: Beheer, onderhoud en exploitatie. .........................................................................11

Programma 2: Algemeen (incl. overhead) .....................................................................................15

2.3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? .....................................................................15

2.3.2

Wat gaan we daarvoor doen? ................................................................................................15

2.3.3

Wat mag het kosten? .............................................................................................................17

Paragrafen .............................................................................................................................................20 3.1 3.2

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ..............................................................20 Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit .............................................22

3.4

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................24

3.5

Paragraaf financiering .................................................................................................................25

3.5.1

Beleidsuitgangspunten ...........................................................................................................25

3.5.2

Risicobeheer ..........................................................................................................................25

3.5.3

Kasgeldlimiet ..........................................................................................................................25

3.5.4

Renterisiconorm .....................................................................................................................25

3.5.5

Mutaties in de leningenportefeuille .........................................................................................25

3.5.6

BBV en rentetoerekening .......................................................................................................26

3.6 3.6.1

Paragraaf bedrijfsvoering ............................................................................................................26 Bedrijfsvoering........................................................................................................................26 3

3.6.2 3.7

Overhead en toerekening personeelskosten ..........................................................................26 Paragraaf verbonden partijen .....................................................................................................26

4

Overzicht baten en lasten per programma en toelichting.......................................................................27

5

Overzicht baten en lasten per kostensoort.............................................................................................28

6

Overzicht incidentele baten en lasten ....................................................................................................29

7

6.3

Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting ......................................................................29

6.4

Presentatie van het structureel begrotingssaldo ............................................................................29

Uiteenzetting van de financiële positie ...................................................................................................30 7.3

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid ........................................................................30

7.4

geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar ...........................................30

7.5

EMU-saldo ....................................................................................................................................30

7.6

Meerjaren investeringsbegroting (MJIP 2025-2029) ..................................................................31

7.7

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen ...............................................................32

7.8

Baten en lasten per taakveld.......................................................................................................34

7.9

Deelnemersbijdrage 2026 ............................................................................................................35

4

BELEIDSBEGROTING

2 Programmaplan 2.1 Inleiding Het Plassenschap richt zich als BVO op een doelmatig beheer van de bezittingen, afgestemd op de wensen van de gebruikers van het gebied. Naast de recreanten en inwoners die er ontspanning zoeken wordt er een aanzienlijke bijdrage aan het economisch klimaat van de regio geleverd. Het Plassenschap is eigenaar van de volgende eilanden: Geitekaai, Markus Pos, Meent, Robinson Crusoe en Weer. Verder de terreinen: de Aa, Bijltje, Bosdijk, de Geer, Fuut, Oukoperdijk, de Strook en Zwaan. Daarnaast bezit het schap een aantal fiets- en wandelpaden – de Boterwal, fietspad Scheendijk en de Uitweg van Portengen – alsmede diverse vaarwegen en alle sluizen die toegang geven tot de Loosdrechtse plassen. Het schap bezit vele legakkers en natuuroevers, zowel in de Loosdrechtse plassen als de Noordelijke- en Zuidelijke Kievitsbuurt. De gemeente Wijdemeren verzorgt het beheer voor het Plassenschap, maar stemt keuzes die gemaakt moeten worden af met ambtelijke vertegenwoordigers van de vier deelnemers. Waar nodig wordt opgeschaald naar het bestuur, dat zich hoofdzakelijk bezig houdt met kaderstelling (o.a. beeldkwaliteitsnorm) en de vaststelling van de budgetten. Het bestuur wordt ondersteund door een bestuurssecretaris. Om een integer proces te waarborgen is de bestuurssecretarisfunctie ondergebracht bij de provincie Utrecht.

Hiermee wordt de overhead slank en doeltreffend georganiseerd. De begroting 2026 is, conform de begroting 2025, opgebouwd naar de aard van de activiteiten van het schap: • •

Programma 1. Beheer, onderhoud en exploitatie (inclusief baggerbijdrage) Programma 2. Algemeen (incl. overhead).

5

Kadernota 2026 Op grond van artikel 18 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. wordt de algemene financiële kadernota (4 jarig financieel perspectief) als apart onderdeel opgenomen in de begroting.

2.1.1. Formatie (binnen en buiten) De formatie, die nodig is voor het uitvoeren van de taken van het Plassenschap is in de vastgestelde begroting 2025 geraamd op afgerond 9,8 fte. De formatie bestaat voor afgerond 5,6 fte. uit medewerkers buitendienst, die fulltime voor het Plassenschap werkzaam zijn: sluiswachters Mijndense Sluis (1,6 fte.), vakspecialisten onderhoud (3,0 fte.) en een areaalbeheerder /opzichter projecten (1,0 fte.). Daarnaast bestaat de formatie voor per saldo 3,9 fte. uit medewerkers uit diverse disciplines van de binnendienst, die op uurbasis voor het Plassenschap werken. Het betreft o.a. de programmanager Plassenschap en een projectleider investeringen. Het betreft verder medewerkers beleid en ontwikkeling, communicatie, financiën, personeelszaken, juridisch adviseur etc. De medewerkers komen per 1 januari 2026 in dienst bij de gemeente Hilversum. In de huidige situatie speelt ‘het Team’ Plassenschap binnen de gemeente Wijdemeren een cruciale rol in het beheer, onderhoud, exploitatie en bedrijfsvoering van de eigendommen. Wij gaan ervan uit dat dit team ook binnen de nieuwe gemeente Hilversum een plek krijgt en zijn expertise en ervaring kan blijven inzetten voor het Plassenschap. De korte lijnen zijn essentieel voor de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening.

Het behoud van dit team zorgt ervoor dat de opgebouwde kennis en ervaring behouden blijven, wat belangrijk is voor de succesvolle voortzetting van de taken. De belangrijkste taak van de bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. is de uitvoering van regulier (Beheerplan) en groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen (Uitvoeringsplan). In 2026 en verder worden deze werkzaamheden conform de planning uitgevoerd (begrotingsposten 1a en 1b deels, 7b, 17 en 19). Voor 2026 blijft de de benodigde formatie geraamd op 9,8 fte,. De verdeling van de formatie binnen en buiten blijft ongewijzigd. Voor de salarisontwikkeling gedurende de periode 2026-2028 zie onder 2.

2.1.2 Salarisontwikkeling en prijsindex Op moment van schrijven zijn er onderhandelingen gaande tussen de bonden én de VNG omtrent een nieuwe cao gemeenten. De huidige cao loopt tot 1 april 2025. In de ramingen van deze begroting 2026-2028 gaan we uit van onderstaande prognoses. Voor 2029 zijn vooralsnog dezelfde cijfers als die van 2028 gehanteerd.

Prijsindexen CPB, MEV 2025 en CEP 2024 (2026-2028) Nationale consumentenprijsindex (cpi) Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers

2026 2,4% 4,5%

2027 2,3% 3,9%

2028 2,4% 3,9%

2029 2,4% 3,9%

2.1.3. Beheerplan Ten behoeve van het opstellen van een beheerplan heeft in 2023 een complete inventarisatie van het areaal van het plassengebied plaatsgevonden. Op basis van deze inventarisatie zijn de structureel benodigde budgetten voor regulier en groot onderhoud berekend voor het gehele werkgebied op basis van landelijk gehanteerde normbedragen. Deze methode is ook toegepast voor de berekening van de structurele dotatie aan de voorziening groot onderhoud. Vanaf 2024 neemt het benodigde budget voor regulier onderhoud fors toe t.o.v. de eerder vastgestelde raming 2024. De structurele dotatie voor uitvoering van groot onderhoud neemt daarentegen af. Rekening is 6

gehouden met de nieuwe salaris- en prijsontwikkeling zoals het CPB heeft aangegeven (zie onder punt 2 en 3). In de eerste van onderstaande tabellen zijn weergegeven de budgetten 2024-2027 voor regulier onderhoud exclusief BTW en dotatie groot onderhoud (geen BTW), zoals ook in het beheerplan opgenomen. In de tweede tabel zijn dezelfde budgetten 2024-2027 opgenomen waarbij het budget voor regulier onderhoud inclusief BTW is verantwoord. Na aftrek van de transparantie BTW zijn de budgetten op totaal niveau weer aan elkaar gelijk. Dit resulteert in de volgende overzichten m.b.t. de budgetten regulier en groot onderhoud: Budgetten exclusief BTW Post Omschrijving 1 Tot. 3 fte. (excl. Overhead , excl. BTW) 17 Onderhoudsbudget (exclusief BTW) 17 Niet uitgev. werkzaamheden (excl. BTW) 17 Onderhoud pilot legakkers (excl. BTW) 19 Dotatie groot onderhoud (geen BTW) Beschikbaar excl. BTW

Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 € 212.600 € 221.500 € 230.300 € 239.500 € 287.900 € 294.800 € 301.900 € 309.200 € - € - € - € € - € - € - € € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 788.500 € 804.300 € 820.200 € 836.700

Verschil Budgetten inclusief BTW Post Omschrijving 1 tot. 3 fte. (excl. Overhead , incl. BTW) 17 Onderhoudsbudget (inclusief BTW) 17 Niet uitgev. werkzaamheden (incl. BTW) 17 Onderhoud pilot legakkers (incl. BTW) 19 Dotatie groot onderhoud (geen BTW) Beschikbaar incl. BTW Af: Transparantie BTW Beschikbaar excl. BTW Verschil

Budget Budget Budget Budget 2025 2026 2027 2028 € 215.000 € 224.600 € 233.400 € 242.500 € 494.000 € 505.900 € 517.500 € 529.400 € 56.400 € 57.800 € 59.100 € 60.500 € 29.000 € 29.700 € 30.400 € 31.100 € 217.500 € 222.700 € 227.800 € 233.000 € 1.011.900 € 1.040.700 € 1.068.200 € 1.096.500 € 223.400 € 236.400 € 248.000 € 259.800

Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 € 257.200 € 268.000 € 278.700 € 289.800 € 333.400 € 341.400 € 349.600 € 358.000 € - € - € - € € - € - € - € € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 288.000 € 878.600 € 897.400 € 916.300 € 935.800 € 90.100 € 93.100 € 96.100 € 99.100 € 788.500 € 804.300 € 820.200 € 836.700

Budget Budget Budget Budget 2025 2026 2027 2028 € 260.200 € 271.800 € 282.400 € 293.400 € 581.600 € 595.600 € 609.300 € 623.300 € 68.200 € 69.900 € 71.500 € 73.200 € 35.100 € 35.900 € 36.800 € 37.600 € 217.500 € 222.700 € 227.800 € 233.000 € 1.162.600 € 1.195.900 € 1.227.800 € 1.260.500 € 150.700 € 155.200 € 159.600 € 164.000 € 1.011.900 € 1.040.700 € 1.068.200 € 1.096.500 € 223.400 € 236.400 € 248.000 € 259.800

2.1.4. Uitvoeringsplan 2024-2028. Extra toegevoegd jaarschijf 2029. In het “Uitvoeringsplan” zijn per jaarschijf de werkzaamheden in het kader van groot onderhoud en de investeringen zichtbaar gemaakt. In het meerjareninvesteringsplan zijn opgenomen, de in de komende jaren in het gebied noodzakelijke investeringen op het gebied van beschoeiingen, sluizen, landterreinen, materieel en vastgoed. Bij de toekomstige vervangingsinvestering van beschoeiingen zal in tegenstelling tot eerdere projecten geen gebruik worden gemaakt van kunststof, maar van hardhout. Dit is aanzienlijk goedkoper dan kunststof, de afschrijvingstermijn is korter (kunststof 40 jaar, hardhout 30 jaar). De uitvoering van het groot onderhoud is niet van invloed op de exploitatie, de uitgaven komen rechtstreeks ten laste van de voorziening groot onderhoud. Voor het investeringsplan zijn de kapitaallasten, die daaruit volgen berekend. Voor het bepalen van de bijbehorende rente is uitgegaan van 2,90% (basis marktrente per ultimo november 2024) . Onderstaande tabellen bevatten de geraamde investeringen 2025-2029 en de daaruit volgende kapitaallasten 2025-2029. Voor de totale omvang van de kapitaallasten moeten in de ramingen nog de kapitaallasten van de gerealiseerde investeringen worden toegevoegd.

7

Overzicht investeringen 2025-2029 Jaar

Beschoeiingen

2025 2026 2027 2028 2029 Eindtotaal

€ € € € € €

Sluizen

2.544.200 1.159.200 1.281.600 1.674.000 1.575.000 8.234.000

€ 308.900 € 744.400 € 649.200 € 3.400 € 3.000 € 1.708.900

Facilitair: Landmaterieel en Eindtotaal terreinen vastgoed € 350.000 € 60.000 € 3.263.100 € 400.000 € 110.500 € 2.414.100 € 30.000 € 1.960.800 € 64.000 € 1.741.400 € 1.578.000 € 750.000 € 264.500 € 10.957.400

Kapitaallasten horend bij investeringsplan 2025-2029 Jaar 2025 2026 2027 2028 2029

€ € € € €

Afschrijving 58.000 103.200 237.400 316.600 367.400

€ € € € €

Rente 2,9% 87.400 167.400 225.900 271.500 309.700

€ € € € €

Totaal 145.400 270.600 463.300 588.100 677.100

2.1.5. Financieel arrangement toezicht Er is in 2023 een financieel arrangement toezicht overeengekomen tussen het Plassenschap en de gemeenten Stichtse Vecht en Wijdemeren. Conform deze afspraak verstrekt het Plassenschap een solidariteitsbijdrage aan beide gemeenten van in totaal € 325.000 (prijspeil 2024). De verdeling is € 195.000 voor Wijdemeren en € 130.000 voor Stichtse Vecht. Wijdemeren brengt conform afspraak een bedrag van € 120.000 excl. BTW in rekening bij de gemeente Stichtse Vecht voor het uitvoeren van toezichttaken in het gebied van Stichtse Vecht. De resterende € 10.000 besteedt Stichtse Vecht aan verkeersregelaars bij de Nieuweweg. De door het CPB in de septembercirculaire 2023 opgegeven reeks is ook hier voor de periode 2025-2028 van toepassing. Zie de consumentenprijsindex onder 2. Jaarlijks wordt er een rapportage opgesteld over de uitgevoerde taken op het gebied van toezicht en handhaving in het Loosdrechts plassengebied. Voordat de fusie met Hilversum plaatsvindt is het wenselijk het financieel arrangement toezicht te evalueren.

2.1.6. Routebureau provincie Utrecht In 2023 heeft het Plassenschap een nieuwe dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht gesloten en is daarmee één van de opdrachtgevers geworden. De eerdere overeenkomst in dit kader liep nog getrapt via Recreatie Midden Nederland. De bijdrage is voor 2024 € 20.560 exclusief BTW). De routes bevinden zich hoofdzakelijk in het veenweidegebied. De bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de nationale consumentenprijsindex. Zie de consumentenprijsindex onder 2. Vanuit Wijdemeren wordt niet deelgenomen aan de overlegstructuur van het Routebureau Utrecht. Het is wenselijk de deelname aan het Routebureau Utrecht te evalueren voor de fusie met de gemeente Hilversum plaatsvindt.

8

2.1.7. Verhoging tarieven inkomsten Voor de inkomsten, zoals tarieven voor ligplaatsen, erfpachten, huren en gebruik terreinen etc. wordt een stijgingspercentage van 2,9% voor 2026 t.o.v. 2025 aangehouden. De door het CPB in de septembercirculaire opgegeven reeks is hier voor de periode van toepassing. Zie de consumentenprijsindex onder 2.

2.1.8. Vergoeding Wijdemeren i.h.k.v. snelvaarvergunningen De vergunningverlening voor snelvaren is sinds 1 januari 2023 een taak van de gemeente Wijdemeren. Het aantal verstrekte jaarvergunningen voor particulieren is gemaximaliseerd op 800. De gerealiseerde opbrengst vloeit, na aftrek van de in het kader van de vergunningverlening gemaakte kosten, conform de met het college van de gemeente Wijdemeren gemaakte afspraak, terug naar het Plassenschap Loosdrecht e.o.. Uitgangspunt van deze regeling is dat het Plassenschap het snelvaren in het gebied mede mogelijk maakt en dat het daarmee gerechtvaardigd is om een deel van de beheer en onderhoudskosten (20%) van het Plassenschap door te belasten aan de gemeente Wijdemeren. Ook deze regeling vraagt samen met het onder 5.1.2. genoemde financieel arrangement om een evaluatie voordat de gemeente Wijdemeren gaat fuseren met de gemeente Hilversum.

2.1.9. Verhoging eigen inkomsten Dit onderwerp is in de afgelopen jaren in het voormalige bestuur van het Plassenschap herhaaldelijk aan de orde geweest. De conclusie was steevast dat de mogelijkheden zeer beperkt zijn, omdat het werkgebied van het Plassenschap veelal in “Natura 2000 gebied” ligt. Het bestuur van het Plassenschap heeft toch een aantal nader te onderzoeken inkomstenverhogende maatregelen benoemd: a. Verhoging sluisgelden (structureel) b. Invoering liggelden bij de eilanden (structureel c. Verkoop recreatieterreinen (incidenteel, bijkomend voordeel lagere lasten) d. Verkoop niet-strategische percelen, w.o. legakkers (incidenteel, mogelijk voordeel lagere lasten) Er vindt in deze begroting geen financiële vertaling plaats.

2.1.10. Financiering Het Plassenschap heeft onvoldoende eigen vermogen om de in het investeringsplan geraamde investeringen te kunnen financieren. Om die reden moet er vreemd vermogen worden aangetrokken. De huidige rente op vaste langlopende geldleningen bedraagt ca. 2,9%. In de berekeningen wordt van deze rente uitgegaan over de investeringsbedragen. De financiering van de investeringen met vreemd vermogen heeft gevolgen voor het kengetal nettoschuldquote, die ver boven het maximaal gewenste getal uitstijgt. Zolang de participanten echter de verplichte deelnemersbijdragen betalen is er geen probleem.

2.1.11. Weerstandsvermogen Het bestuur van het Plassenschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve fungeert als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. 9

Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. De kaders hiervoor zijn opgenomen in de financiële verordening. In de vastgestelde begroting 2024 is het benodigde weerstandsvermogen berekend op € 155.000, waarbij ook nog posten P.M. zijn geraamd. Per 1-1-2023 was de algemene reserve dus minstens € 97.000 te laag. Het bestuur heeft uitgesproken dat het weerstandsvermogen weer op peil moet worden gebracht. Het weerstandsvermogen is op peil wanneer de verhouding beschikbaar weerstandsvermogen en aanwezige risico’s minimaal 1,0 bedraagt. Het bestuur streeft ernaar om dit niveau te bereiken uiterlijk per ultimo 2026. Gevolg van voorlopig resultaat jaarrekening 2024 De concept-jaarrekening 2024 geeft een voorlopig batig saldo te zien van € 400.000. Door resultaatbestemming kan dit bedrag aan de algemene reserve worden toegevoegd. De algemene reserve heeft dan weer voldoende omvang om risico’s op te kunnen vangen en om incidenteel exploitatietekorten op te kunnen vangen. De weerstandsratio komt ruim boven de eerder gestelde 1 uit. De hiervoor genoemde extra verhoging van de deelnemersbijdragen kan achterwege blijven.

2.1.12. Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen bestaan uit de reguliere bijdragen op basis van de berekeningen volgend uit het financieel perspectief, de berekende transparantie BTW en de kwaliteitsbijdrage. Deze kwaliteitsbijdrage is het saldo van de solidariteitsbijdrage toezicht en handhaving en de ontvangen “Instandhoudingsbijdrage” van de gemeente Wijdemeren. De komende jaren zijn een groot aantal vervangingsinvesteringen gepland. De afschrijvingen en rente, die hieruit volgen resulteren in een sterke toename van deelnemersbijdragen.

10

2.2 Programma 1: Beheer, onderhoud en exploitatie. 2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

2.2.1.1 Beheer en onderhoud algemeen (beheerplannen regulier en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen). In 2023 zijn beheerplannen opgesteld voor het dagelijks onderhoud, groot onderhoud (MJOP) en een meerjarig investeringsplan (MJIP). Uit deze beheerplannen zijn de werkelijk benodigde budgetten voor regulier jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zichtbaar geworden en is vervolgens, conform de GR, vertaald in een uitvoeringsplan. De uitkomsten zijn verwerkt in een het financieel perspectief 2024-2027 en een eerste begrotingswijziging 2024. De stukken zijn separaat aan het bestuur ter besluitvorming voorgelegd. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de hier verantwoorde budgetten.

2.2.1.2 Beheer & Onderhoud (lasten) Beheer en onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de bezittingen. Het niveau van het beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van het gebruik en de behoefte van de gebruikers. Het bestuur van het Plassenschap heeft het daarbij behorende, gedifferentieerde kwaliteitsniveau vastgesteld. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande paragrafen worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst. Om efficiënter te kunnen werken is, uit de besparingen op overhead ,de onderhoudsploeg m.i.v. 2023 reeds versterkt met een coördinerend schipper, naast twee 'gewone' schippers. 2.2.1.3 Duurzaamheid/natuur De thema’s duurzaamheid ‘klimaatverandering’/‘klimaatadaptatie’, ‘biodiversiteit’, ‘circulaire economie’ en ‘energietransitie’ staan steeds hoger en prominenter op de politieke agenda’s. Het schap heeft in de afgelopen jaren een aantal stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit en worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. In 2025 streven we naar verdere verduurzaming.

Het Natura2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen wordt hierbij betrokken maar natuurbeheerplannen zullen niet worden opgesteld. Het Plassenschap is immers niet ingericht als TBO en ontvangt derhalve ook geen beheervergoedingen.

2.2.1.4 Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen De financiële bijdrage van het Plassenschap aan het gebiedsakkoord betreft een aandeel in de kosten van, de in het plassengebied, uit te voeren baggerwerkzaamheden. Zie hierna. Het Plassenschap brengt geen recreatieve ontwikkelingen op gang, maar werkt er wel actief aan mee mits dat past binnen zijn verantwoordelijkheid als eigenaar. De afwegingskaders voor de haalbaarheid van ruimtelijke ingrepen liggen niet binnen de scope van het Plassenschap. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is mede ondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Binnen het OVP zijn diverse projecten benoemd, waarbij de medewerking van het Plassenschap een rol speelt. Het Plassenschap is daarmee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000 als bijdrage aan de uit te voeren baggerwerkzaamheden. De totale bijdrage dient volgens een vastgesteld kasritme te worden bijgedragen in de periode 2017-2027 Sinds 2020 wordt jaarlijks een bijdrage verantwoord van afgerond € 70.900. In het laatste jaar van het baggerproject wordt het resterende deel van de bijdrage van maximaal € 390.600 verrekend. Vanaf 2023 is het Plassenschap binnen de organen van het Gebiedsakkoord vertegenwoordigd door 11

de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht. Gezien de betrokkenheid van het Plassenschap bij een aantal projecten is het Plassenschap in 2024 toch weer vertegenwoordigd in de Regieroep OVP en de Stuurgroep OVP.

2.2.1.5 Routebureau (lasten) Het Plassenschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Een uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing m.b.t. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via het Routebureau. De bijdrage van het Plassenschap bedraagt, op basis van de cijfers 2023, in 2025 € 27.300 (2024 afgerond € 20.560). Deze toename wordt veroorzaakt doordat er BTW aan de kosten zijn toegerekend, waar dat voorheen niet het geval was. Deze BTW komt weer terug via de transparantie B.T.W., zodat deze verhoging netto geen impact heeft. Met het Routebureau moet nog worden geëvalueerd of deze bijdrage nog wel recht doet aan de geleverde diensten. De routes liggen hoofdzakelijk in het veenweidegebied, dat niet behoort tot het schapsgebied. Totdat de evaluatie is afgerond, wordt budget voor het Routebureau geraamd.

2.2.1.6 Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving (lasten) Dit betreft de bijdrage van het Plassenschap aan de gebiedsgemeenten m.b.t. toezicht en handhaving. Daar staat tegenover een van de gemeente Wijdemeren ontvangen instandhoudingsbijdrage. Sinds 1 januari 2023 voert het Plassenschap de taken van Toezicht en Handhaving niet langer uit. In plaats daarvan wordt een “kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving” opgenomen in de begroting. De twee plassengemeenten ontvangen vanuit de begroting van het Plassenschap een vergoeding in de vorm van een “kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving”, die overeenkomt met het gebudgetteerde nadeel van de twee gemeenten. Zie onder 2.1.5

2.2.1.7 Instandhoudingsbijdrage Wijdemeren en deelnemers (baten) De te betalen vergoeding voor de ontheffing snelvaren omvat naast leges een component ‘instandhoudingsbijdrage’ gerelateerd aan de extra druk die het snelvaren op het gebied legt. Dit bedrag stelt de gemeente Wijdemeren, die deze instandhoudingsbjjdrage feitelijk incasseert, ter beschikking aan het Plassenschap. Deze instandhoudingsbijdrage is afhankelijk van het feitelijk aantal uitgegeven ontheffingen en de kosten die de gemeente maakt voor het verstrekken ervan. Het hier geraamde bedrag kan als gevolg hiervan fluctueren. Zie onder 2.1.8 De instandhoudingsbijdrage is tot stand gekomen bij uitspraak van het DB in november 2022. In deze begroting is deze instandhoudingbijdrage geraamd op € 229.500. Daar staat tegenover dat er een “kwaliteitsbijdrage voor toezicht en handhaving” van totaal € 345.900 (Zie 2.2.1.5) aan de gemeenten wordt verstrekt. Het geraamde saldo van deze twee bedragen bedraagt in 2026 € 116.400. Dit bedrag is als extra bijdrage aan de deelnemersbijdragen toegevoegd.

2.2.1.8 Exploitatie (baten) Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Tegenover de gerealiseerde opbrengsten staan de kosten van onder meer personeel, beheer en onderhoud, kapitaallasten, belasting en verzekeringen, energie en overige kosten. De exploitatie van het Plassenschap is zeer beperkt en betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en (tegen een symbolisch tarief) eiland Robinson Crusöe. De opstal op eiland Meent wordt verhuurd. Deze 12

overeenkomsten vormen een belangrijke bron van inkomsten (met name Recreatiecentrum Mijnden) en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden verder aangegaan voor het gebruik van terreinen door hondenuitlaatservices, het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van de werkhaven Rimboe voor overslag door aannemers, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, suppen etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Behoudens de reguliere contractuele aanpassingen door de prijsindex zijn deze baten stabiel. Verder is er de Mijndense Sluis waar sluiswachters de boten schutten. Voor het schutten worden sluisgelden geïnd, die na 5 jaren op op een gelijk niveau zijn gebleven, met ingang van 2025 verhoogd met € 1,-- Aanpassing van de tarieven op basis van inflatiecijfers leidt in de praktijk tot onwerkbare situaties. Mogelijkheden voor het verkrijgen van extra inkomsten zijn in het verleden diverse keren onderzocht maar niet haalbaar gebleken In de begroting 20256en verder zijn geen extra baten geraamd.

2.2.2

Wat mag het kosten?

We presenteren een sluitende begroting. De deelnemersbijdragen dekken per saldo het negatieve resultaat van de programma’s. Bedragen x € 1.000 Programma 1

Begroting 2025

Begroting 2026

Lasten

€

2.628 €

2.836

Baten

€

2.560 €

2.768

Saldo van baten en lasten

€

68 €

68

Toevoegingen aan reserves

€

3 €

3

Onttrekkingen aan reserves

€

71 €

71

Gerealiseerd resultaat

€

- €

-

13

De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 1 a. Doorbelaste personeelskosten beheer en onderhoud en exploitatie b. Inhuur personeel derden

Begroting 2025

Begroting 2026

€

643 €

672

€

45 €

46

c. Onderhoud en vuilafvoer

€

685 €

701

d. Routebureau

€

27 €

28

e. Dotatie voorziening groot onderhoud

€

218 €

223

f. Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving

€

341 €

352

g. Kapitaallasten

€

517 €

659

h. Baggerbijdrage OVP (gebiedsakkoord)

€

71 €

71

i. Energie- en waterkosten

€

33 €

33

j. Belastingen en verzekeringen

€

43 €

44

k. Bestuurs-, apparaats-, en overige kosten

€

5 €

6

Totaal lasten

€

2.628 €

2.836

Toevoegingen aan reserves

€

3 €

3

Onttrekkingen aan reserves

€

71 €

71

Saldo

€

2.560 €

2.768

De uitgaven zijn bruto weergegeven, dus daar waar van toepassing inclusief BTW. Deze BTW wordt naar rato doorgeschoven naar de deelnemers. Het aandeel transparantie BTW in de lasten bedraagt voor programma 1 afgerond € 215.000. Dit bedrag is verantwoord bij de baten.

2.2.2.1 Toelichting lasten Ad. a. De lasten zijn in 2025 gebaseerd op de inzet van 4,0 fte. (2024 4,0 fte) aan formatie voor dagelijks beheer en onderhoud en 1,0 fte. aan formatie voor groot onderhoud en vervangings- investeringen. Totaal voor beheer en onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen 5,0 fte. Voor de exploitatie cq. bediening van de Mijndense Sluis is onverminderd 1,55 fte. beschikbaar. Ad. b Betreft een budget van € 46.300 budget voor inhuur van sluiswachters bij de Mijndense Sluis. Het geraamde bedrag is gebaseerd op de werkelijke uitgaven 2023 en de verwachting voor 2026. Ad. c. Betreft het beschikbare budget t.b.v. beheer en onderhoud in het gebied. In 2023 is een beheerplan opgesteld voor regulier beheer en onderhoud. Uit dit beheerplan kwam naar voren dat los van het budget voor eigen personeel, er nog een budget nodig is van € 668.300. Dit budget bedrag is vastgesteld in de eerste wijziging 2024. Voor 2026 is het budget voor onderhoud t.o.v. de begroting 2025, conform het financieel perspectief 2024-2027, met 2,3% verhoogd. Ad. d. Betreft de bijdrage aan het routebureau. Zie de toelichting bij 2.3.1.5. Ad. e. In 2023 zijn beheerplannen opgesteld voor het dagelijks onderhoud, groot onderhoud (MJOP) en een meerjarig investeringsplan (MJIP).

Uit deze beheerplannen zijn de werkelijk benodigde budgetten voor regulier jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zichtbaar geworden en is vervolgens, conform de GR, vertaald in een vierjarig uitvoeringsplan. Voor groot onderhoud is berekend dat een structureel bedrag van € 217.500 (prijspeil 2025) moet worden gedoteerd aan de voorziening groot onderhoud om de werkzaamheden in het gebied cyclisch te kunnen uitvoeren. Ad. f. Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving. Zie de toelichting bij 2.3.1.6. 14

Ad.g. De raming van de kapitaallasten is gebaseerd op de feitelijke investeringen tot en met de jaarrekening 2023, de uitgevoerde/nog uit te voeren investeringen 2024 uit de vastgestelde begroting 2024 en de rente van de in deze begroting opgenomen investeringen 2025 . De rente is berekend op 3,5% en volgt uit de staat van geldleningen. Ad. h. Baggerbijdrage Oostelijke Vechtplassen. De jaarlijkse bijdrage loopt tot en met 2027 en wordt gedekt uit de reserve Oostelijke Vechtplassen. Zie de toelichting bij 2.3.1.4.

2.2.2.2 Toelichting baten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 1 Opbrengsten van eigendommen

Begroting 2025

Begroting 2026

€

425 €

434

Overige baten

€

67 €

68

Instandhoudingsbijdrage Wijdemeren

€

224 €

231

Toegerekende deelnemersbijddragen

€

1.520 €

1.699

Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving

€

117 €

121

Transparantie BTW

€

207 €

215

Totaal baten

€

2.560 €

2.768

Saldo

€

2.560 €

2.768

Deelnemersbijdragen

De opbrengsten van eigendommen bestaan uit erfpacht Mijnden, erfpacht Strook en de sluisgelden Mijndense sluis. Deze baten zijn al 90% van de totale opbrengsten. De overige 10% bestaan uit verhuur kiosk eiland Meent, de verhuur van ligplaatsen in de ’s Gravelandse Vaart, honden- uitlaatservices en overige opbrengsten. Los van deze reguliere inkomsten zijn geen extra inkomsten geraamd.

2.3 Programma 2: Algemeen (incl. overhead) 2.3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen?

Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead hier verantwoord. De overhead betreft de uitvoering van de reguliere overheadfuncties zoals HRM, financiën en control, ICT, communicatie, management, juridische zaken en archief (DIV). De functies zijn ingebed in de reguliere organisatie van Wijdemeren. Deze worden doorbelast op basis van een opslagpercentage. Voor 2026 is een percentage van 25,2% gehanteerd.

2.3.2

Wat gaan we daarvoor doen?

Programma 5 bestaat hoofdzakelijk uit doorbelasting van personeel en kosten overhead (apparaatskosten) vanuit de gemeente Wijdemeren. De bedrijfsvoeringsfuncties vervullen de volgende taken: a) het management geeft adequate leiding en (bij)sturing aan de uitvoering van werkzaamheden, deze worden gecoördineerd vanuit het team Beheer Openbare Ruimte. b) HRM zorgt voor de personeels- en salarisadministratie alsmede de HR beleidskaders c) Juridische ondersteuning zorgt voor juridische kaders, juridische beleid en juridische advisering 15

d) Huisvesting en facilitaire zaken zorgt voor adequate huisvesting en facilitaire ondersteuning. e) Communicatie zorgt voor adequate informatie aan burgers en bedrijven; de website van de gemeente Wijdemeren wordt hiervoor ingezet. f) DIV zorgt voor documentenstromen en archivering g) ICT zorgt voor de beschikbare kantoorautomatisering, ICT advisering en overige digitale systemen h) Financiën zorgt voor administratie en consolidatie van de inkomsten en uitgaven, financiële advisering van het bestuur en levert de ten behoeve van de jaarstukken de benodigde informatie. Vanuit bedrijfsvoering van de gemeente Wijdemeren wordt een bestuurssecretarisfunctie, welke door de provincie Utrecht wordt ingevuld.

relatie

gelegd

met

de

16

2.3.3

Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000

Programma 2

Begroting 2025

Begroting 2026

Lasten

€

731 €

763

Baten

€

731 €

763

Saldo van baten en lasten

€

-

€

-

Toevoegingen aan reserves

€

-

€

-

Onttrekkingen aan reserves

€

-

€

-

Gerealiseerd resultaat

€

-

€

-

2.3.3.1 Toelichting lasten en baten Bedragen x € 1.000

De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden Programma 2

Begroting 2025

Begroting 2026

a. Doorbelaste personeelskosten

€

414 €

433

b. Doorbelaste overhead (apparaatskosten)

€

267 €

279

c. Rente en afschrijving

€

-

€

-

d. Bestuurs- en apparaatskosten

€

41

€

42

e. Belastingen en verzekeringen

€

-

€

-

f. Publiciteits- en overige kosten

€

9

€

9

Totaal lasten

€ €

731 € 731 €

763 763

Saldo

Betreft de door de gemeente Wijdemeren gemaakte kosten t.b.v. de bedrijfsvoering. De lasten bestaan uit doorbelaste kosten personeel en overhead. Betreft alle lasten in kader van overhead. Zie de toelichting bij 2.4.3.4. Bedragen x € 1.000

De baten kunnen als volgt gespeciiceerd worden Programma 2

Begroting 2025

Begroting 2026

Deelnemersbijdragen Rente schatkist

€

8

€

6

Toegerekende deelnemersbijdragen

€

602 €

631

Transparantie BTW

€

121 €

126

Totaal baten

€ €

731 € 731 €

763 763

Saldo

17

2.3.3.2 Overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. Het BBV schrijft voor een overzicht algemene dekkingsmiddelen op te nemen. In onderstaand overzicht worden de bedragen voor de begroting van 2024 t/m 2028 weergegeven evenals realisatiecijfers van 2023. Omdat conform de regeling taakvelden de deelnemersbijdrage toegerekend dient te worden aan de taakvelden waaraan zij besteed wordt, is bij het Plassenschap geen sprake van algemene dekkingsmiddelen. 2023

2025

2026

2027

2028

2029

Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Dividend

0

0

0

0

0

0

Saldo financieringsfunctie

0

0

0

0

0

0

Overige algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

0

0

0

Totaal algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

0

0

0

2.3.3.3 Bedrag onvoorzien Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht het jaarlijks opgenomen bedrag voor onvoorziene lasten in de begroting afzonderlijk te presenteren. De omvang van de post onvoorzien is gebaseerd op circa 0,1% van de totale lasten en bedraagt voor 2026 € 3.600. 2023

2025

2026

2027

2028

2029

realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Post onvoorzien

0

3.400

3.600

4.200

4.100

4.200

In % totale lasten

0%

0,10%

0,10%

0,10%

0,10%

0,10%

2.3.3.4 Overzicht overhead Sinds de begroting van 2018 moeten gemeenschappelijke regelingen overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Voor 2026 zijn, evenals in voorgaande jaren, de kosten voor overhead separaat opgenomen. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden sinds 2023 voor het Plassenschap uitgevoerd door de gemeente Wijdemeren. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen.

18

Bedragen x € 1.000 Overhead

Begroting 2025

Begroting 2026

Lasten

674

706

Baten

674

706

Saldo van baten en lasten

0

0

Toevoegingen aan reserves

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

Gerealiseerd resultaat

0

0

19

3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid

3.1

Wel/niet opgenomen Niet Wel Wel Wel Wel Wel Niet

Toelichting Niet van toepassing Zie §3.1 en 3.2 Zie §3.3 Zie §3.4 Zie §3.5 Er zijn geen verbonden partijen LSD voert geen grondbeleid.

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

De risico’s van het Plassenschap hebben zowel betrekking op de te realiseren exploitatieopbrengsten als op de kosten voor beheer & onderhoud vanwege achterstanden in het onderhoud, klimaatveranderingen en kostenstijging als gevolg van de diverse problemen in de wereld. Het schap onderscheidt de volgende risico’s:

1 2 3 4 5 6 7 8

Omschrijving risico Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Marktwerking Uitkomsten beheerplan, MJOP en MJIP Onvoorziene risico’s Totaal Totaal bij 50% risico

Bedrag 17.000 10.000 40.000 26.000 40.000 29.000 PM 50.000 212.000 106.000

Wanneer 2026 e.v. 2026 e.v. 2026 e.v. 2026 e.v. 2026 e.v. 2026 e.v. n.v.t. 2026 e.v. en P.M.

Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks n.v.t. Jaarlijks

We gaan er niet vanuit dat alle onder dit volgnummer genoemde risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt een percentage van 50% berekend over het totaal berekende risicobedragen. Deze verlaging van het percentage uit de begroting 2023 van 90% naar 50% sluit meer aan bij de realiteit.

3.1.1 Erfpacht en huur De geraamde omzet uit erfpacht en verhuur bedraagt ca. € 340.000. Het risico dat de exploitant niet aan zijn verplichtingen kan voldoen is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet, zijnde € 17.000.

3.1.2 Schutgelden Mijndense Sluis De omzet die is gerealiseerd met het schutten bij de Mijndense Sluis is in 2023 achtergebleven bij het gemiddelde van de jaren daarvoor. De opbrengsten bij de sluis zijn sterk weersafhankelijk. Bij normale weersomstandigheden is de raming realistisch. Bij tegenvallende weersomstandigheden valt de opbrengst € 10.000 lager uit. Met ingang van 2025 zijn de sluistarieven na een periode van 5 jaar verhoogd met € 1.--.

20

3.1.3 Bestrijding overlastgevende waterplanten Bestrijding van overlastgevende waterplanten is een project van de Aanpak Oostelijke Vechtplassen (AOVP), waarbinnen een gezamenlijk plan – thans nog concept - wordt opgesteld. Op dit moment is het Plassenschap verantwoordelijk voor het bevaarbaar houden van de openbare vaarwegen die het schap in eigendom heeft. De bestrijding van overlastgevende waterplanten blijft tot nu toe beperkt tot het 2x per jaar maaien en afvoeren van exotische waterplanten in de Raaisloot. Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten van bestrijding van overlastgevende waterplanten in vaarwateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Omdat het onzeker is of en in welke mate waterplanten in de eigendommen van het schap in de toekomst bestreden moeten worden, is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we op basis van aannames een bedrag van € 40.000.

3.1.4 Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is voor 2026 geraamd op 3,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Voor de periode 2024 tot en met 2027 moet naar verwachting per jaar 2,6 miljoen vreemd vermogen worden aangetrokken. Een rente van 1,0% hoger dan de verwachte 3,5% resulteert in structurele extra lasten van € 26.000 per jaar.

3.1.5 Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: -

langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn, die extra kosten met zich meebrengen); droogte, waarmee begroeiingen verloren gaan; wateroverlast (beschadiging van oevers, beschoeiingen en beplanting);

Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Droogte, extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. Op basis van de ervaringscijfers in eerdere jaren hebben we het risico, conform voorgaande jaren, ook voor 2025 ingeschat op € 40.000. 3.1.6 Marktwerking De prijzen zijn redelijk gestabiliseerd na een forse toename in de afgelopen jaren. De opgestelde beheerplannen zijn bepaald op basis van prijspeil 2023. Het CPB verwacht een normale stijging van de kosten in de komende jaren. Als prijsrisico ramen we 5% van het totale jaarlijkse onderhoudsbedrag excl. BTW zijnde € 29.000. 3.1.7 Beheerplan, MJOP en MJIP In 2023 heeft een complete inventarisatie van het gebied plaatsgevonden en zijn de daaruit volgende onderhouds- en vervangingsmaatregelen in een nieuw opgesteld MJOP en MJIP vastgelegd. Deze plannen zijn door het bestuur vastgesteld. Er is sprake van achterstanden in het onderhoud, waarvoor een voorziening groot onderhoud is getroffen. In de periode 2024-2027 zullen de achterstanden in het groot onderhoud worden weggewerkt. Na deze periode zal een reguliere cyclus van groot onderhoud starten. Op basis van deze plannen uit het MJIP en MJOP zijn de risico’s op het gebied van groot onderhoud en vervangingsinvesteringen, zover ons nu bekend, weggenomen. Het risico wordt nu PM geraamd.

3.1.8 Onvoorziene risico’s 21

Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000.

3.2 Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waarover Plassenschap Loosdrecht beschikt om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen. Net als tegenvallers kan ook de weerstandscapaciteit worden onderverdeeld in incidenteel en structureel. Incidentele weerstandscapaciteit is aanwezig in de vorm van begrotingsposten voor onvoorzien en aanwezige reserves met een weerstandsfunctie. Structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Het gaat dan om herschikking binnen bestaande budgetten van het Plassenschap Loosdrecht e.o. De omvang van de incidentele en de structurele weerstandscapaciteit worden hieronder gepresenteerd.

3.3.1

Incidentele weerstandscapaciteit Begroot 2025 58 429 0 3 490

Algemene reserve (afgerond) Resultaat 2023 Stille reserves materiële vaste activa1 Post onvoorzien in de begroting Totaal incidentele weerstandscapaciteit

3.3.2

Structurele weerstandscapaciteit

Heroverweging bestaand beleid Totaal structurele weerstandscapaciteit

Beschikbaar 31-122023 P.M. 0

Heroverweging bestaand beleid In het transitiejaar 2023 zijn de formatie, het regulier en groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen tegen het licht gehouden. Dit heeft geleid tot beheerplannen en een meerjarig investeringsplan. Dit alles om de basis op orde te krijgen. Van nieuw beleid is geen sprake. De materiele vaste activa zijn conform het BBV gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingprijs dan wel lagere marktwaarde. Indien de marktwaarde echter boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs ligt dan is sprake van een stille reserve. Deze wordt gekapitaliseerd bij verkoop van het betreffende actief.

22

3.3.2.1 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit.

Weerstandscapaciteit

Risico's

Weerstandsvermogen

Het bestuur heeft al in de kadernota 2024 vastgelegd dat per ultimo 2026 de algemene reserve minimaal gelijk moet zijn aan de omvang van de gekwantificeerde risico’s. Door het (waarschijnlijk) batig resultaat over 2024 van naar verwachting ca. € 400.000, kan door het resultaat te bestemmen ten behoeve van de algemene reserve, de weerstandspositie van het Plassenschap wederom sterk worden verbeterd. Hierdoor kunnen de afgesproken extra stortingen in de algemene reserve, in ieder geval voorlopig, achterwege blijven. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, inclusief het te verwachten resultaat over 2024, voor 2026 begroot op € 890.000. De weerstandsratio wordt berekend door de risico’s te delen door de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit van afgerond € 890.000 en op basis van de berekende risico’s van per saldo € 106.000 komt de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s in de begroting 2026 uit op 8,4.

Relatie weerstandsvermogen en financiële kengetallen Gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht in de paragraaf weerstandsvermogen een zestal financiële kengetallen op te nemen voor het laatste rekeningjaar, het lopende begrotingsjaar en het nieuwe begrotingsjaar. In onderstaande tabel zijn de betreffende kengetallen opgenomen en vervolgens voorzien van een beoordeling. De kengetallen grondexploitaties en onbenutte belastingcapaciteit zijn als niet van toepassing opgenomen omdat het Plassenschap Loosdrecht geen grondexploitaties heeft en geen gemeentelijke belastingen oplegt. 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Netto schuldquote

8%

203%

282%

327%

347%

358%

Netto schuldquote gecorrigeerd

118%

203%

282%

327%

347%

358%

Solvabiliteit

14%

12%

8%

6%

3%

3%

Kengetal grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Structurele exploitatieruimte

15%

0%

0%

0%

0%

0%

Onbenutte belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

23

Omdat de kengetallen in de eerste plaats bedoeld zijn om inzicht te geven in de financiële positie ten behoeve van de horizontale verantwoording is een externe normering niet aan de orde. Het is de rol van het bestuur om aan de hand van de kengetallen de financiële positie te duiden en indien nodig bijstellingen voor te stellen. Het bestuur volgt de tot nog toe gestelde normen ten aanzien van de financiële kengetallen: -

3.4

Schuldquote: Indien de schuldquote groter dan 130% wordt is het zaak te beoordelen of maatregelen nodig zijn. Situatie Plassenschap. De netto schuldquote komt de komende jaren structureel ver boven 130% uit. De belangrijkste taak van het Plassenschap is de instandhouding van het gebied inclusief de daarmee gepaard gaande vervangingsinvesteringen. Doordat er de komende jaren een omvangrijk investeringspakket ligt in het gebied en het schap nauwelijks eigen vermogen heeft, lijkt een sterke toename van de netto schuldquote onontkoombaar. Vervanging van beschoeiingen, investeringen in sluizen, gebouwen en materieel zullen plaatsvinden met behulp van vreemd vermogen, de daaruit volgende kapitaallasten vormen een belangrijk onderdeel van het totale budget van het Plassenschap. Het tekort van de exploitatie van het Plassenschap is een verplichte bijdrage voor de deelnemers. Zolang zij die bijdrage voldoen zegt het kengetal dat er veel extern is gefinancierd, maar is er geen reden om investeringen te temporiseren of te stoppen. Een mogelijke optie is dat (een deel van) de deelnemers ervoor kiest om hun aandeel in investeringen ineens te betalen, op die manier wordt een lagere netto schuldquote bereikt.

-

Solvabiliteit: Deze moet tenminste 15% bedragen. Ook hier geldt door een sterk toegenomen vreemd vermogenspositie, zonder dat het eigen vermogen toeneemt, volgt in een sterke afname van het solvabiliteitsratio.

-

Structurele exploitatieruimte: Deze moet ten minste 0,0% bedragen.

-

Weerstandsvermogen: de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s zoals gekwantificeerd in de risicoparagraaf van de begroting en jaarstukken dient minimaal 1:1 te zijn. Afgesproken is dat het weerstandsvermogen per ultimo 2026 weer een ratio van 1 moet hebben. Doordat de rekening 2024 sluit met een batig saldo van (waarschijnlijk) bijna € 400.000, kan door resultaatbestemming de algemene reserve worden versterkt en stijgt de ratio tot ver boven de 1.

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

In 2023 zijn samen met een viertal adviesbureaus op basis van onder andere een tweetal schouwen en nadere inspecties, drie beheerplannen opgesteld. Het betreft het Beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht e.o. (voor de terreinen, eilanden en vaarwegen), het “Beheerplan Vastgoed” en het “Beheerplan Sluizen”. Daarnaast is er op basis van eerdere inspecties en kennis bij het huidige personeel een bureaustudie gedaan naar de staat van onderhoud van de beschoeiingen. Op basis van de hierboven genoemde beheerplannen en bureaustudies zijn de benodigde budgetten voor het Dagelijks Onderhoud (DO) en het Groot Onderhoud (GO) berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief.

24

3.5

Paragraaf financiering

3.5.1 Beleidsuitgangspunten Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

3.5.2 Risicobeheer De Wet financiering decentrale overheden vermeldt twee normen. Het doel is te voorkomen dat bij herfinanciering van leningen bij aanzienlijk hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het schap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.

3.5.3 Kasgeldlimiet In de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden (UFDO) geeft het ministerie aan tot welk bedrag gemeenschappelijke regelingen mogen financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting, zijnde momenteel 8,2 %. Als de gemeenschappelijke regeling deze kasgeldlimiet structureel overschrijdt, dient ze de kortlopende schuld om te zetten in een langlopende schuld. Met name bij korte financiering is er sprake van een renterisico. De verwachte kasgeldlimiet voor 2026 kan als volgt worden weergegeven: Totaal van de lasten begroting 2026 € 3.598.900 (2025 € 3.359.100). De verwachte limiet is 8,2% zijnde afgerond € 295.800 (2025 € 275.400).

3.5.4 Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal, met als doel het beperken van de gevolgen van een stijgende rente op de rentelasten van het schap. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De verwachte renterisiconorm voor 2026 kan als volgt worden weergegeven. Totaal van de lasten begroting 2026 € 3.598.900 (2025 € 3.359.100). De limiet is 20% zijnde afgerond € 719.800 (2025 € 671.800). De begrote aflossingen voor 2026 zijn € 345.000 (2025 € 285.000) zodat deze binnen de limiet passen.

3.5.5 Mutaties in de leningenportefeuille Omschrijving (bedragen x €1.000)

2026

2027

2028

2029

Stand per 1 januari

9.281

11.350

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15657844/1