bijlage 3 nota van beantwoording zienswijzen Nederhorst Noord
Tekst van het document
Beantwoording zienswijzen op de ontwerp beschikking omgevingsvergunning Nederhorst den Berg Noord
Kenmerk Onderwerp
: M/6241/220713/AD Z. 60234 : Beantwoording zienswijzen op de ontwerp beschikking Nederhorst den Berg Noord
Blz. 2: Inleiding Blz. 3: de zienswijze ingediend door Mr. P.H. Revermann namens Kennemerland Beheer B.V. te Haarlem. Blz. 5: de zienswijze ingediend door namens de werkgroep Landschapsbehoud Nederhorst
1/6
Inleiding: In de raadsvergadering van 10 februari 2022 is, op basis van een aangenomen amendement, besloten tot weigering van de benodigde verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een duurzame woonwijk van 150 woningen gelegen aan de noordkant van Nederhorst den Berg. Aan dit besluit ligt ten grondslag dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening indien uitvoering wordt gegeven aan dit bouwplan. Het besluit impliceert tevens dat er geen omgevingsvergunning kan worden afgegeven. De ontwerpbesluiten met onderliggende stukken hebben vanaf 26 mei 2022 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Hierop zijn 2 zienswijzen ingediend. De beantwoording van de zienswijzen vindt u in deze nota.
2/6
De zienswijze van Kennemerland Beheer B.V.: Door het Juridisch en Bestuurlijk Adviescentrum is namens Kennemerland Beheer B.V. een zienswijze ingediend. Kennemerland Beheer B.V. is de ontwikkelaar die de woonwijk ten noorden van de bebouwde kom van Nederhorst den Berg wil realiseren. Naar aanleiding van de weigering om een verklaring van geen bedenkingen af te geven (vvgb) is de ruimtelijke onderbouwing, behorende bij de planontwikkeling, aangevuld. Onderstaand is een verkorte weergave van de ingediende zienswijze. 1. Appellant stelt dat de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is geactualiseerd en dat hieruit blijkt dat de woningbehoefte nog steeds groter wordt. Daarnaast zijn in het Woonakkoord 2021-2025 Regio Gooi en Vechtstreek nieuwe regionale afspraken gemaakt waarbinnen het plan past. 2. Er is een aanvullende en verduidelijkende toetsing aan de wetsartikelen uit de PRV toegevoegd wat betreft art. 5a, 15 en 22 PRV, te weten nieuwe stedelijke ontwikkeling, ruimtelijke kwaliteitseis in landelijk gebieden Unesco-erfgoederen. Door de directe vraag naar grondgebonden woningen is er sprake van een ‘groot openbaar belang’. Daarbij vindt er geen onevenredige aantasting van het Unescowereld erfgoed plaats, is het plan goed inpasbaar en sluit het aan op de bestaande kern.
Verdichting in de bestaande kern kan wegens de bestaande stedelijke dichtheid slechts in de vorm van appartementen hetgeen niet overeenkomt met de vraag naar grondgebonden woningen. Inbreiding in de bestaande kern is derhalve geen optie. 3. Wegens de aanwezigheid van 2 veehouderijen ten noorden van de locatie waren in het oorspronkelijke plan een aantal woningen binnen de afstandsrichtlijnen (100m) voortvloeiende uit de Wet Geur en veehouderij (Wgh) gepositioneerd. De plannen zijn hierop aangepast met als gevolg dat geen enkele woning zich meer binnen de afstandsrichtlijnen bevind en is er geen sprake meer van een knelpunt. 4. De aanwijzing van de locatie door de Provincie als weidevogelleefgebied wordt niet door feiten en/of omstandigheden ondersteund. Voorts is onderdeel van het plan dat er een ruim compensatiegebied wordt aangeboden om daar de nodige landschappelijke inrichtingsvoorzieningen te treffen teneinde het gebied wel bruikbaar te doen zijn als weidevogelleefgebied. Art. 25 PRV is derhalve niet van toepassing en kan geen belemmering opleveren voor de woningbouwplannen. Kennemerland Beheer B.V. komt vervolgens tot de volgende eindconclusie: De geactualiseerde ruimtelijke onderbouwing d.d.
21 april 2022 met bijbehorend afwijkingsplan en voorstel inrichting en beheer nieuw weidevogelleefgebied biedt een nieuwe, complete en actuele grondslag op basis waarvan sprake is van een woningbouwontwikkeling welke evident in het belang van een goede ruimtelijke ordening (art. 6.5 Bor). Beantwoording zienswijzen: Ad 1:
3/6
Het klopt dat de behoefte aan woningen in de regio en dus ook in Wijdemeren groot is. Dit wil niet zeggen dat het direct gewenst is om buitenstedelijk en/of in het open landschap te bouwen. Voorts is het niet zo dat er regionale afspraken zijn gemaakt waarin expliciet is bepaald dat dit project daar onderdeel van uitmaakt en derhalve zou zijn toegestaan. Het is juist dat de regio nog steeds niet heeft ingestemd met de door appellant gewenste ontwikkeling in Nederhorst den Berg Noord. Het belangrijkste is echter dat de woonbehoefte in de regio voornamelijk wordt opgevangen door de gemaakte afspraken in MRA-verband. In de afspraken tussen de MRA en het Rijk is vastgelegd dat verstedelijking en de realisatie van woningen zich vooral concentreert in en rond Hilversum. Het Woonakkoord regio Gooi & Vechtstreek spreekt over “de juiste woning op de juiste plek”. Dit wil in regio verband zeggen bouwen nabij de Gooi corridor en HOV-locaties. 80% van nieuwbouw woningen wordt nabij het spoor gerealiseerd. Met betrekking tot kleine kernen is gesteld dat buitenstedelijke ontwikkelingen in principe niet in nationaal beschermd gebied mogen worden gerealiseerd. Nederhorst den Berg Noord wordt nergens met name genoemd als gepland en gewenst woningbouwplan. Tevens blijkt nergens uit waarom “extra” woningen persé in Nederhorst den Berg noord moeten worden gerealiseerd.
Voorts is er onvoldoende aangetoond dat er met dit bouwplan sprake is van het dienen van een ‘groot openbaar belang’ en waarom de woningen alleen in Nederhorst den Berg kunnen worden gerealiseerd, hetgeen realisatie van het plan toch zou rechtvaardigen. Ad 2: Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het buitengebied zijn inderdaad slechts toegestaan indien voldaan wordt aan een groot aantal voorwaarden. Zo luidt art. 5a Nieuwe stedelijke ontwikkeling van de PRV als volgt: 1 Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2 Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Regionale afstemming staat centraal in dit artikel. Dat is omdat het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) via de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) al regels stelt over 1) aantonen nut en noodzaak en 2) onderzoeken naar binnenstedelijke mogelijkheden. Deze voorwaarden blijven echter onverkort van toepassing. Daarmee komt de regionale afstemming in de PRV centraal te staan als het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Verantwoordelijkheid en afwegingsruimte ligt bij de regio. De gemeenten in de regio zijn het echter niet eens geworden over de ontwikkeling van de locatie Nederhorst den Berg Noord.
Van regionale instemming kan derhalve niet gesproken worden. Voorts wordt de specifieke behoefte naar (grondgebonden) woningen in Nederhorst den Berg onvoldoende onderbouwd. Uit de Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 blijkt dat er groots ingezet wordt op gestapelde bouw en kleine woningen. Voorts is het project Nederhorst den Berg Noord niet opgenomen in het woningbouwprogramma tot 2030. Tevens is er sprake van een aantal binnenstedelijke projecten waardoor reeds een bestendig aantal woningen worden gerealiseerd. Ad 3: Dat het bouwplan is aangepast op de aanwezigheid van de twee nabij gelegen veehouderijbedrijven, waardoor geen enkele woning zich meer bevindt binnen de 100 m afstand van deze bedrijven, is een goede ontwikkeling. Welk meetpunt is gebruikt blijkt echter niet uit de ingediende stukken, de juistheid kan derhalve niet geverifieerd worden.
4/6
Voorts neemt dit de overige bestaande (ruimtelijke) obstakels voor realisatie van de woonwijk niet weg. De gemeenteraad is het bevoegd orgaan inzake het wel of niet afgeven van een vvgb. De raad heeft nog een aantal andere ruimtelijke argumenten om geen medewerking te willen verlenen. Ad 4: Zoals gesteld wijst de provincie Noord-Holland weidevogelleefgebieden aan en is de provincie het bevoegd gezag in deze. Van een voornemen tot herbegrenzing van het weidevogelleefgebied Horn en Kuijerpolder, waardoor de woonwijk eventueel zou kunnen worden gerealiseerd, is thans geen sprake. De provincie stemt niet in met de plannen hetgeen betekent dat er geen medewerking verleend kán worden. Zoals gezegd staat dit nog los van het feit dat de gemeenteraad geen uitbreiding van stedelijke bebouwing in het buitengebied wenst. Conclusie: Zienswijze is ongegrond. 2. De zienswijze van ….. namens de werkgroep Landschapsbehoud Nederhorst 1. De locatie is in de aanvraag beschreven met kadastraal perceel nummers NDHO1 A1769 en NDHO1 A2345. Voor de behandeling in de raad d.d. 10-02-2022 is een aanvullend perceel NDHO1 A2346 opgevoerd. De toevoeging van het perceel is slechts in enkele stukken terug te vinden. Daardoor is de onderbouwing en zijn de onderzoeken zoals opgenomen in de bijlage bij de aanvraag onvolledig, verwarrend en deels onjuist. 2.
Aanvrager KB-wonen is slechts aan te merken als economische eigenaar van de percelen NDHO1, A1769 en NDHO1 A2345. Het juridisch eigendom berust niet bij KB-wonen. Het aanvullend ingebracht perceel NDHO1 2346 is niet (noch economisch, noch juridisch) in eigendom van KB-wonen. Uit geen van de stukken blijkt dat de eigenaar van het later toegevoegde perceel NDHO12346 zijn medewerking wenst te verbinden, noch is een verklaring toegevoegd aan deze aanvraag dat de gesuggereerde "in de toekomst te sluiten overeenkomst" daadwerkelijk tot stand komt. Derhalve is de gewenste situatie met het gebruik van "buurmans-land" slechts een suggestie, zonder onderbouwing. De aanvullend gepresenteerde 3Ha dient uit de onderbouwing te worden genomen. 3.Voor het plan geldt de participatie en communicatie bij ruimtelijk plannen van 2016. Aanvrager heeft op geen enkele wijze kenbaar gemaakt zich te houden aan genoemd (stappen)plan. De gemeente Wijdemeren heeft zich op geen enkele wijze ingespannen om de projectontwikkelaar te wijzen op genoemd stappenplan, en heeft daarmee haar zorgplicht naar de inwoners in algemene zin en naar belanghebbenden in het bijzonder, verwaarloosd. De eerste contouren van het plan dateren van 2017. Het bij de aanvraag ingediende participatie plan dateert van 25-05-2021.
Vooraf en feitelijk tot aan de behandeling van de vvgb heeft noch ontwikkelaar noch de gemeente de stap gezet om inwoners en belanghebbenden daadwerkelijk te betrekken. De in het plan genoemde flyer, de enquête en de z.g. online bijeenkomst zijn slechts bedoeld geweest om een onderwerp "af te vinken" en hebben niets met participatie zoals bedoeld in de nota van 2016 te maken. Het participatieplan dient als onvolledig en niet afdoende aangemerkt te worden.
5/6
Beantwoording zienswijzen Algemeen: Appellant richt zich niet tegen de weigering van de afgifte van de verklaring van geen bedenkingen en de weigering van de omgevingsvergunning maar richt zich voornamelijk op het proces en privaatrechtelijke zaken. Niettemin wordt als volgt op de ingediende standpunten gereageerd. Ad 1: De aanvraag die is ingediend betreft een aanvraag omgevingsvergunning ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, fase 1’. De uitvoering zou in een volgende fase aan de orde komen. De Raad heeft echter geweigerd de verklaring van geen bedenkingen af te geven hetgeen tot gevolg heeft dat er geen omgevingsvergunning verleend kan worden. Wie wel en niet eigenaar is van welk kadastraal object is van privaatrechtelijke aard en in deze fase niet van belang. Ad 2: Voor het indienen van een aanvraag is het nog niet nodig om (volledig) eigenaar te zijn van een perceel. Of een plan daadwerkelijk uitvoerbaar is, in de zin van eigenaar zijn, is van privaatrechtelijk belang en pas later in het proces, indien dit wordt voortgezet, aan de orde. Bovendien is het aan een aanvrager welke stukken worden ingediend. Ad 3: De aanvraag is ingediend in september 2020, in corona tijd. Participatie heeft in die tijd op een andere wijze moeten plaatsvinden. Deze ontwikkelaar heeft gekozen voor een enquête, een flyer en een online bijeenkomst waarbij iedereen welkom was.
Niet ideaal, maar onder de omstandigheden het best mogelijke geprobeerd. Er waren dan ook voor- en tegenstanders van het plan aanwezig. Van deze avond is een communicatieverslag gemaakt en openbaar gemaakt. Indien de procedure zou zijn voortgezet had er zeker nog een participatie moment gekomen. Thans wordt de procedure beeïndigd door het besluit van de gemeenteraad om geen verklaring van geen bedenkingen af te geven. Conclusie: Zienswijze is ongegrond.
6/6