CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Natuurtoets

gemeenteraad 8 april 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan partiële herziening Oud-Loosdrechtsedijk 242-2443.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht

natuurtoets

colofon

10 juli 2019 en aangepast 11 januari 2021 - tekst

dr. A.J.M. Schenkeveld

- productie

bureau Schenkeveld Visstraat 1, 4101 AC Culemborg Telefoon: 0345- 534245, E: 06-28307831 Email: bramschenkeveld@ziggo.nl

- opdrachtgever

Erdna Beheer BV, Hilversum

- contactpersonen

ir. W. Noom van buRO, Amersfoort

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

Inhoudsopgave 1 2 3 4

Inleiding................................................................................................ 3 Methode ............................................................................................... 6 Gebiedsbeschrijving ............................................................................ 6 Flora en fauna ...................................................................................... 7 Flora en vegetatie............................................................................................... 7 Vogels ................................................................................................................ 7 Vissen, amfibieën en reptielen ........................................................................... 8 Ongewervelde dieren ......................................................................................... 8 Conclusie ........................................................................................................... 9

5 Ingreep ............................................................................................... 10 Initiatief ............................................................................................................. 10 Effecten ............................................................................................................ 10

6 Conclusie ........................................................................................... 13 7 Bijlagen .............................................................................................. 13

2

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

1

Inleiding Initiatief Erdna Beheer BV is van plan op 2 kavels aan de Oud-Loosdrechtsedijk een appartementencomplex en twee woningen te bouwen. Beide kavels waren in gebruik als woning, horecagelegenheid, bedrijf (schoonmaak ?), recreatiewoning en watersportvoorziening. Ligging Het plangebied ligt ten noorden van de Oud-Loosdrechtsedijk iets ten westen van de doorvaart tussen de Vuntus en de Eerste Plas bij de Horregatbrug. De betreffende kavels liggen direct aan de weg en grenzen aan de noordzijde aan het water van de Vuntus. Aan de west- en oostzijde grenst het plangebied aan bestaande woon-/winkelkavels. Het plangebied is inclusief water ca. 16 are groot.

figuur 1: ligging plangebied aan de Oud-Loosdrechtsedijk te Loosdrecht

figuur 2: begrenzing plangebied en kadastrale kavelnummers

3

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

Planologisch kader Ten behoeve van de woningbouw is een partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Plassengebied Loosdrecht 2013’ nodig. Ten behoeve hiervan wordt door buRO, bureau voor ruimtelijke ordening en advies te Amersfoort een nieuw plan met toelichting opgesteld. Hierin is ook aandacht voor het aspect natuur. Volgens de huidige wetgeving moet elke ruimtelijke ingreep getoetst worden aan voorheen de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en overig relevant natuurbeleid. Sedert 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt sedert 1 januari 2017 de bescherming van waardevolle natuur. Ze vervangt de oude Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. In de wet zijn artikelen opgenomen ter bescherming van soorten (hoofdstuk 3), gebieden (hoofdstuk 2) en houtopstanden (hoofdstuk 4). Bij een ruimtelijke ingreep moet voor handelingen met schadelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of waarbij verbodsbepalingen worden overtreden betreffende soorten Vogelrichtlijn, soorten Habitatrichtlijn of andere nationaal beschermde planten- en diersoorten bij de provincie een ontheffing worden aangevraagd. De onderzoeksplicht rust bij de initiatiefnemer.

Het is de gewoonte om voorafgaand aan een uitgebreide beoordeling te onderzoeken of er met betrekking tot het initiatief überhaupt broed- en wintervogels, andere planten-, diersoorten en habitattypen, waarvoor de nieuwe wet is bedoeld in het geding zijn. Dit verslag is de weergave van een dergelijk verkennend onderzoek ook wel quick scan of voortoets genoemd. Een dergelijke voortoets wordt ook uitgevoerd voor projecten, die buiten de eigenlijke begrenzing van een Natura 2000gebied liggen, maar wier effecten zich mogelijk wel doen gelden op de verderop gelegen natuurwaarden (‘externe werking’). EHS of NNN Inmiddels is de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland (EHS) zo goed als afgerond. Na de herijking in 2011 en de naamsverandering in 2014 in Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt het in de bedoeling alle begrensde kavels voor 2027 te verwerven en in te richten en te beheren als beschermd natuurgebied. De verwerving gebeurt vooralsnog op vrijwillige basis. Voor gebieden in de EHS geldt het nee, tenzij...principe. Ingrepen hierin kunnen alleen doorgang vinden, als er geen alternatieven zijn en het initiatief van groot openbaar belang is. Het nee, tenzij-beleid is een getrapte benadering. De basis voor deze stappenbenadering is een goede beschrijving van de in het gebied voorkomende wezenlijke kenmerken en waarden.

Uit onderzoek moet vervolgens blijken of deze wezenlijke waarden en kenmerken significante schade ondervinden door de ingreep.

Het perceel is geen onderdeel van de ecologische hoofdstructuur van Nederland / Natuurnetwerk Nederland (EHS/NNN). Het water ten noorden direct aansluitend op de westelijke kavel (2135) is dat wel. Het betreft bestaande natuur onderdeel van het NNN, aangewezen als Zoete plas (N04.02). Het plangebied grenst ook direct aan Natura 2000, het Europees netwerk van natuurgebieden (zie figuur 4). Het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied zijn de oeverlanden en het open water van de Vuntus direct achter de bebouwing aan de westzijde van kavel 2135. Probleemstelling In deze notitie wordt onderzocht in hoeverre de nieuwbouw en de verandering van het gebruik (van bedrijvigheid/horeca naar wonen) in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming en of er dientengevolge ontheffing van de verbodsbepalingen of een Vvgb (volgens de WABO) voor de omgevingsvergunning (handelingen met gevolgen voor beschermde gebieden, planten en dieren) moet worden aangevraagd. De ingreep wordt niet alleen getoetst aan wetgeving op het gebied van soortbescherming (artikel 3.1-3.41), maar ook aan die op het gebied van gebiedsbescherming (artikelen 2.1-2.11). Dit betekent dat de effecten van de nieuwbouw en het andere gebruik op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen worden beoordeeld.

Toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening NoordHolland 2018 is mogelijk ook relevant, omdat het dichtstbijzijnde bestaande natuurgebied binnen de begrenzing van de EHS of NNN direct grenst aan het plangebied en er door de ingreep mogelijkerwijs wezenlijke waarden en kenmerken worden aangetast. De natuurtoets is onderdeel van de toelichting bij het nieuwe bestemmingsplan.

4

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

figuur 3: Situering plangebied (rood omcirkeld) in relatie de EHS/NNN (olijfgroen, PRV 2019)

figuur 4: situering plangebied (rood omcirkeld) in relatie tot Natura 2000 (licht groen)

5

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

2

Methode Op 24 juni 2019 is het terrein bezocht om de beschermde planten en dieren, die het plangebied en directe omgeving bewonen en gebruiken te inventariseren. Daarnaast is in de literatuur en via internet gezocht naar gegevens over de verspreiding van bijzondere soorten in de (wijde) omgeving. Voorafgaand aan het veldbezoek is een lijst van potentieel in het gebied aanwezige bijzondere soorten opgesteld aan de hand van de diverse atlassen. Deze bronnen worden vermeld onder de diverse soortengroepen. Deze lijst is dus in het veld getoetst aan de hand van de directe waarnemingen, aangetroffen sporen en de gebiedskenmerken.

3

Gebiedsbeschrijving De Oud-Loosdrechtsedijk is de noordelijke bedijking van het moerasgebied De Ster, dat na de ontginning in de dertiende eeuw in gebruik werd genomen als landbouwgebied. Ten gevolge van de bodemdaling is men vanaf de zestiende eeuw het gebied gaan vervenen, eerst in het droge, maar vanaf de zeventiende eeuw in het natte. Door overexploitatie werden de smalle legakkers bij storm weggevaagd en ontstonden de grote open watervlaktes van de Eerste en Tweede Plas. Ook het westelijk deel van de Vuntus veranderde zo in een waterplas. Vanaf begin twintigste eeuw ontwikkelde zich de waterrecreatie plus bijhorende bedrijvigheid. Ter plekke van het plangebied staat al in begin negentiende eeuw bebouwing. De woningen/ het café op de kop van de kavel zijn ouder dan 80 jaar. Op dit moment bestaat het plangebied uit een horecagelegenheid annex woning van 1 verdieping met een dubbele kap, waarvan de achterste een mansarde. Aan de voorzijde heeft de woning een grote doorlopende luifel en twee dakkapellen. De kap is bedekt met keramische pannen. Achter de woning ligt een bijgebouw, waaraan gekoppeld een volgende woning van maar 1 verdieping. Bijgebouw en woning hebben een kap, die bedekt is met keramische pannen. Aan de oostelijke zijgevel van het langgerekte huis is een houten bijgebouw met plat dak geplaatst.

Aan de westzijde van de kavel achter de woning op nummer 246 staan 2 bedrijfsgebouwen, ook deels van hout en steen, deels met een schuin en deels met een plat dak. De dakbedekking is van bitumen. Achterop de kavel staan tenslotte nog twee vervallen recreatiewoningen. Aan de waterkant staat een houten steiger. De oeverbeschoeiing is eveneens van hout. Aan de oever staan ook enkele bomen als Zwarte els en Ruwe berk. De oorspronkelijke tuin is geheel verruigd met riet.

Woning/café aan de voorzijde

6

Tweede woning aan de achterzijde

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

Bedrijfsgebouw

4

Recreatiewoning

Flora en fauna Flora en vegetatie De meeste soorten in de verruigde tuin zijn kenmerkend voor natte strooiselruigtes. Karakteristiek zijn Geoorde wilg, Gevleugeld hertshooi, Grote brandnetel, Haagwinde, Harig wilgenroosje, Hennegras, Kattestaart, Koninginnekruid, Lidrus, Moerasvergeet-mij-nietje, Moeraswalstro, Pitrus, Viltig kruiskruid. Aan de waterkant aan de westzijde staat een houtachtige begroeiing met Gewone es, Hop, Klimop, Ruwe berk, Schietwilg, Zwarte els. In het water groeien Gele plomp, Smalle lisdodde.

Kattestaart en Koninginnekruid

Gevleugeld hertshooi en Koninginnekruid

Er komen in het plangebied geen plantensoorten van de Rode lijst (2015), bijlage IV van de Habitatrichtlijn of genoemd in de bijlage behorend bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming voor. De aangrenzende Vuntus is alleen voor de volgende kwalificerende plantensoorten en habitattypen belangrijk: - Groenknolorchis: matig - Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden (H3159): zwak - Galigaanmoeras (H7210): matig Vogels Tijdens het veldbezoek d.d. 24 juni 2019 zijn de volgende soorten gehoord of gezien: Blauwe reiger, Boerenzwaluw, Ekster, Huismus, Kauw, Meerkoet, Wilde eend. Geen hiervan broedt in het plangebied. Huismus broedt wel op de woningen in de directe omgeving. Het plangebied is alleen potentieel broedgebied voor weinig verstoringsgevoelige soorten als Merel en Wilde eend. Bij de beoordeling van de mogelijk in het plangebied broedende soorten is gebruik gemaakt van de laatste

7

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

atlasgegevens van SOVON1. In uurhok 130-465 broeden de volgende vogelsoorten met categorie 1-4 jaarrond beschermde nesten: Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Havik, Huismus, Kerkuil, Ooievaar, Ransuil, Sperwer. Geen van deze vogels heeft een nest in het plangebied Het plangebied en wijde omgeving (bebouwingslint Oud-Loosdrecht) is van alle vogelsoorten, waarvoor de Oostelijke Vechtplassen zijn aangewezen als Natura 2000-gebied alleen belangrijk voor Grote karekiet en IJsvogel. Beide soorten broeden hier in de oeverzone2. De Vuntus is verder belangrijk voor Rietzanger, Snor en Zwarte stern Zoogdieren Er zijn in het plangebied en omgeving alleen sporen gezien van Mol en Woelrat. Deze soorten zijn beschermd, maar hebben in de provincie Noord-Holland een algemene vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen.. Vleermuizen zijn streng beschermd (Habitatrichtlijn). Er zijn van de omgeving, waarnemingsgebied Oud-Loosdrecht, geen recente (< 3 jaar) waarnemingen van vleermuizen bekend3. In het betreffende uurhok (130-465) zijn sedert 1990 de volgende soorten waargenomen: Baardvleermuis, Bosvleermuis, Franjestaart, Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige vleermuis, Watervleermuis4.

Van deze soorten kan het plangebied functioneel (vliegroute, verblijfplaats, foerageergebied) zijn voor algemene, minder verstoringsgevoelige soorten als Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger en Ruige dwergvleermuis. Deze vleermuizen zijn gebouwbewonend, maar kunnen ook (individuele) verblijfplaatsen hebben in boomholtes en -spleten. Ze hebben kraamkolonies op zolders, in spouwmuren en achter boeiborden. Ze verblijven soms tijdelijk achter luiken en onder scheef liggende pannen. De diverse gebouwen zijn daarom afgezocht op aanwezigheid van sporen van vleermuizen, met name keutels langs de gevel en op de raamkozijnen. Ook zijn alle potentiële verblijfplaatsen voor zover toegankelijk bekeken. Er zijn geen sporen gevonden. Er zijn ook weinig geschikte plekken. De zolders zijn ontoegankelijk. De buitenschil van de gebouwen is enkelwandig. De enkele spouwmuur heeft geen open stootvoegen. Verder zijn ook alle gebouwen laag. De bomen zijn nog jong en hebben geen gaten of spleten. Voor zover bekend is het plangebied niet belangrijk als trekroute voor de Meervleermuis5. Er zijn in de Vuntus waarnemingen van Noordse woelmuis gedaan6. Beide habitatrichtlijnsoorten kwalificeren het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.

Vissen, amfibieën en reptielen In het kader van deze natuurtoets is er alleen op land gezocht naar mogelijk aanwezige amfibie- en reptielsoorten. Deze zijn niet aangetroffen. Er is geen veldonderzoek gedaan naar vissoorten, omdat de ingreep zich beperkt tot het land en de bestaande oever ongewijzigd blijft. In het waarnemingsgebied Oud-Loosdrecht (zie www.waarneming.nl) zijn de afgelopen drie jaar alleen Bastaardkikker (1x), Bruine kikker (1x) en Ringslang (1x) gezien. Verderop in de Vuntus wordt Ringslang wel regelmatig waargenomen. Deze is hier de afgelopen 3 jaar zevenmaal gezien (zie www.waarneming.nl). Deze soort is nationaal beschermd en staat op de rode lijst van in Nederland bedreigde reptielsoorten (categorie kwetsbaar) 2009. Het plangebied is vanwege de houten steile beschoeiing tamelijk ontoegankelijk voor Ringslang en vanwege de verharding en bebouwing alleen geschikt als leefgebied (landbiotoop) voor Bruine kikker en Gewone pad. De wateren rond het plangebied zijn niet bekend als zijnde belangrijk voor de kwalificerende vissoorten Bittervoorn, Kleine en Grote modderkruiper, Rivierdonderpad7. Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek d.d. 24 juni 2019 zijn de volgende insecten waargenomen: Atalanta, Blauwe glazenmaker, Bont zandoogje, Distelvlinder, Gewone oeverlibel, Klein koolwitje, Lantaarntje.

In de Vuntus zijn waarnemingen gedaan van de volgende kwalificerende ongewervelde habitatrichtlijnsoorten: 1

http://www.vogelatlas.nl/ Atlas Natura 2000-gebied Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen Actualisatie, 2019; provincie Noord-Holland, Haarlem. 3 www.waarneming.nl 4 https://www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren 5 Haarsma, A-J, 2011: De Meervleermuis in Nederland; Zoogdiervereniging, Nijmegen. 6 Atlas Natura 2000-gebied Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen Actualisatie, 2019; provincie Noord-Holland, Haarlem. 7 idem 2

8

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

-

Gevlekte witsnuitlibel Zeggekorfslak

Conclusie Het plangebied heeft zelf nauwelijks natuurwaarde, maar wordt wel omringd door Natura 2000-gebied. Aan de zuidzijde ligt deze verder weg (> 1 km), maar aan de noordzijde grenst deze bijna direct aan het plangebied. De Vuntus, het plasdeel in het bijzonder, is overigens veel minder dan het daaraan ten noorden gelegen natuurgebied ‘Hol’ belangrijk leefgebied voor kwalificerende soorten en habitattypen. Het betreft alleen de volgende habitattypen en soorten: - Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden* - Galigaanmoerassen - Noordse woelmuis - Gevlekte witsnuitlibel* - Groenknolorchis - Kleine modderkruiper* - Meervleermuis (alleen foerageergebied)* - Rivierdonderpad* - Grote karekiet* - IJsvogel* - Rietzanger* - Snor - Zwarte stern De soorten met een * komen voor binnen een afstand van 500 m vanaf het plangebied. De belangrijkste natuurwaarde van het plangebied zelf betreft de aanwezigheid van een aantal minder algemene ruigtesoorten als Viltig kruiskruid en Gevleugeld hertshooi. Er zijn in het plangebied geen verblijfplaatsen van beschermde soorten of jaarrond (categorie 1-4) beschermde nesten vastgesteld. De aanwezigheid hiervan in de te slopen opstallen en te kappen bomen kan ook worden uitgesloten.

9

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

5

Ingreep Initiatief De ruimtelijke ingreep betreft de realisering van een nieuw gebouw met 2 etages aan de OudLoosdrechtsedijk. Op de begane grond krijgt het gebouw gedeeltelijk een centrumfunctie (winkel of kantoor) en gedeeltelijk een functie voor de bovenliggende 6 (3 op elke verdieping) appartementen (entree en bergingen). Op de plek van de recreatiewoningen worden 2 nieuwe woningen gebouwd.

figuur 5: stedenbouwkundig ontwerp Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht Effecten De belangrijkste ecologische gevolgen van het initiatief hangen samen met het opruimen van de beplanting (1), de sloop van de bebouwing (2), het grondverzet (3), de nieuwbouw (4), de herinrichting van de buitenruimte (5) en de verandering van het gebruik (6). Ad 1)

In de te verwijderen bomen en struiken nestelen mogelijkerwijs in het voorjaar vogels. De beplanting moet daarom buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden weggehaald of in het broedseizoen eerst gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nestelende vogels. Geadviseerd wordt in ieder geval te onderzoeken of de beplanting aan de westzijde kan blijven staan.

Ad 2)

In de te slopen gebouwen zijn geen jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van nationaal of communautair beschermde diersoorten vastgesteld. Hun aanwezigheid kan ook zo goed als worden uitgesloten.

Ad 3)

Bij het grondverzet voor het bouwrijp maken verdwijnen er geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, maar worden mogelijk wel verblijfplaatsen van nationaal beschermde diersoorten als Gewone pad, Mol en Veldmuis vernietigd. Voor deze soorten geldt in de provincie NoordHolland een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Vanwege de in de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplicht wordt aanbevolen het gebied voorafgaand aan het bouwrijp maken af te zoeken op deze soorten, deze te verzamelen en in de directe omgeving terug te zetten.

10

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

Ad 4)

Tijdens de bouw van de huizen treedt door lawaai, bouwlampen, trilling, bewegingen verstoring van de natuur in de omgeving op. De kwalificerende soorten en habitattypen, die extra gevoelig zijn voor deze storingsfactoren (13-16, zie figuur 6) en binnen een straal van 500 m voorkomen zijn Kleine modderkruiper en Meervleermuis. De betreffende vissoort is vooral gevoelig voor geluid en trilling, de vleermuissoort vooral voor licht. Geluid en trilling zijn vooral in het begin van de bouw aan de orde. Deze zijn onvermijdelijk, maar van korte duur. Aangenomen wordt dat de vissen tijdelijk wegtrekken, maar ook weer terugkeren na de eerste bouwfase. Dit effect heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van Kleine modderkruiper in het gebied. Deze is nu goed en zal zich makkelijk herstellen. Verlichting van de bouwplaats is niet per se noodzakelijk. Deze kan ook een verstorend effect hebben op andere (streng beschermde) vleermuissoorten. Het gebruik van bouwlampen in de periode tussen 1 april en 1 november moet daarom zoveel mogelijk beperkt worden. Voorgesteld wordt een werkprotocol op te stellen waarin alle beperkingen tijdens de bouwfase zijn vastgelegd. Deze is onderdeel van de omgevingsvergunning. Tijdens de bouw treedt ook stikstofuitstoot op. De doorrekening van het effect hiervan is uitgevoerd door buRO uit Amersfoort.

Hun uitgangspunten leveren geen rekenresultaat hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op (zie bijlage 1).

Ad 5)

De inrichting van de buitenruimte heeft waarschijnlijk een stenig karakter. Alleen aan de randen is enige ruimte voor groen. Aanbevolen wordt zoveel mogelijk bomen te laten staan of dezelfde soorten, Zwarte els, Schietwilg, Gewone es en Ruwe berk, terug te planten en wel langs de randen om de uitstraling van licht en geluid te dempen.

Ad 6)

Het nieuwe woongebruik en de kantoorfunctie betekenen een lichte vermeerdering van de verstoring door geluid, licht, trilling en (auto)bewegingen op de aangrenzende natuur. Vooral de ligging van beide woningen op de kop van de kavel zorgt voor uitstraling. Dit betekent dat er in het ontwerp van de woning voorzieningen moeten worden opgenomen deze uitstraling van licht te beperken. Hierbij kan gedacht worden aan minder raamoppervlak aan de noordzijde, geblindeerd of verduisterd glas, geen buitenverlichting en dergelijke. Voorgesteld wordt in de omgevingsvergunning een passage op te nemen die garandeert dat de toename van de lichtsterkte op 10 m afstand van het plangebied niet groter is dan 0,5 lux. De intensivering van het woongebruik en de kantoorfunctie en de daarmee verbonden hoeveelheid autobewegingen betekenen geen toename van de stikstofuitstoot. De woningen worden gasloos gebouwd en ook met de eerdere functie (bedrijf, verblijfsrecreatie) gingen autobewegingen gepaard. De uitstoot is dan ook minder dan in de oude situatie (zie bijlage 2). De uitgevoerde berekening met de Aerius calculator geeft als resultaat dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

11

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

figuur 6: effectenindicator Natura 2000-gebied 'Oostelijke Vechtplassen' en activiteit 'Woningbouw'.

12

bureau Schenkeveld - Culemborg

Oud-Loosdrechtsedijk 242/244 Loosdrecht – natuurtoets

6

Conclusie Door de woningbouw worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurtype Zoete plas (N04.02) onderdeel van het NNN direct ten noorden van het plangebied nauwelijks aangetast. Een eventueel effect betreft alleen verstoring door licht van hiervoor gevoelige soorten als vleermuizen en in mindere mate vissen en vogels. Dit betekent dat lichtuitstraling in de aanleg- en gebruiksfase moet worden beperkt (zie verder hieronder). Overigens hebben de verbodsbepalingen van de PRV alleen betrekking op bestemmingsveranderingen binnen het NNN zelf. Deze worden dus niet overtreden. Door de woningbouw worden ook geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming op het gebied van soortbescherming (artikel 3.1-3.41) overtreden. Als voorwaarden voor deze conclusie gelden wel dat de bomen en struiken buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden weggehaald of in het broedseizoen eerst gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nestelende vogels en dat voorafgaand aan het grondverzet het terrein wordt afgezocht op aanwezigheid van al dan niet beschermde dieren, deze worden weggevangen en daarna in de omgeving worden teruggezet. De woningbouw heeft tenslotte ook geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Deze conclusie is wel aan voorwaarden gebonden. Deze luiden: -

In de aanlegfase wordt in de periode van 1 april tot 1 november geen kunstlicht gebruikt. In de gebruiksfase mag de toename van lichtsterkte in de periode van 1 april tot 1 november door het gebruik van kunstlicht op 10 m afstand van het plangebied in noordelijke richting niet groter zijn dan 0,5 lux. Dit kan worden bereikt door het afschermen van het woongebied met een elzenhaag, door de verduistering van de ramen aan de noordzijde of de plaatsing en afscherming van de buitenverlichting.

Deze voorwaarden hebben vooral betrekking op de uitstraling van licht naar het noorden en kunnen worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Als dit op deze manier voldoende kan worden gewaarborgd is geen Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) bij de regionale uitvoeringsdienst (RUD) Noord-Holland Noord of een losse vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming (artikel 2.7) nodig.

7

Bijlagen -

13

Bijlage 1: Uitgangspunten AERIUS-berekening aanlegfase Oud-Loosdrechtsedijk 242-244, december 2019; buRO, Amersfoort. Bijlage 2: Uitgangspunten AERIUS-berekening gebruiksfase Oud-Loosdrechtsedijk 242-244, december 2019; buRO, Amersfoort.

bureau Schenkeveld - Culemborg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9765713/1