Bijlage 3 Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek, 12 juli 2018
Tekst van het document
ACTUALISEREND EN AANVULLEND (BODEM)ONDERZOEK conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 in verband met de voorgenomen overdracht en potentiele nieuwbouw op een locatie aan de
Eilandseweg 14b te Nederhorst den Berg
Klantgegevens: opdrachtgever contactpersoon adres
: H & H Ontwikkeling B.V. : de heer J. Huibregtse : Middenweg 157 1394 AH Nederhorst den Berg
Projectgegevens rapportnummer rapportdatum
: 184.083.BR.11.ROS : 12 juli 2018
uitgevoerd door
: de heren K. Zaaijer en R. Schuurman
(beiden erkend veldwerker, protocollen 2001, 2002 en 2018
rapport opgesteld door : de heer ing. R. Schuurman rapport beoordeeld door : de heer ing. J.A.H. Roozen
PROTOCOL 2001, 2002 & 2018 m.b.t. NEN5740-/NEN5707-onderzoek
Amos Milieutechniek B.V. Uraniumweg 27e 3542 AK Postbus 40328 3504 AC Utrecht
tel: 030-2412425 email: info@amos.nl web: www.amos.nl
Kvk, Utrecht: 30139120 ABN AMRO-bank: 49.73.64.107 IBAN: NL31 ABNA 0497364107 BTW nr: NL 805620047.B01
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ............................................................................................................... 3
1.1 1.2 1.3 1.4
Opdracht ................................................................................................................. 3 Aanleiding en doel .................................................................................................... 3 Kwaliteit .................................................................................................................. 3 Onafhankelijkheid ..................................................................................................... 3
2
BESCHIKBARE MILIEUHYGIENISCHE KWALITEITSGEGEVENS ......................................... 4
2.1 2.2 2.3
Vooronderzoek (Grondslag) ........................................................................................ 4 Uitkomsten bodemonderzoek (Grondslag) .................................................................... 4 Visuele inspectie en gegevens opdrachtgever ............................................................... 5
3
ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 6
3.1
Onderzoeksstrategie en hypothese.............................................................................. 6
4
UITVOERING BODEMONDERZOEK ............................................................................... 7
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Zeeftest ophoogmateriaal .......................................................................................... 7 Asbest in puin onderzoek, NEN 5897 ........................................................................... 7 Aanvullend chemisch onderzoek en inkaderend bodemonderzoek ................................... 8 Aanvullend NEN 5707 onderzoek nabij B118 en B120 .................................................... 8 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................. 9
5
INTERPRETATIE EN TOETSING ................................................................................. 10
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Toetsingsnormen en terminologie ............................................................................. 10 Toetsing analyseresultaten puin (asbest) ................................................................... 10 Toetsing analyseresultaten grond (chemisch) ............................................................. 11 Toetsing analyseresultaten grond (asbest) ................................................................. 14 Toetsing analyseresultaten grondwater ...................................................................... 15
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 16
6.1 6.2 6.3
Onderzoek ............................................................................................................. 16 Conclusies ............................................................................................................. 16 Aanbevelingen ........................................................................................................ 17
I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII. IX.
BIJLAGEN Kadastrale omgevingskaart Kadastrale kaart Kadastrale eigendomsinformatie Rapportage bodemonderzoek Grondslag 2017 Fotoreportage Situatietekeningen Boorstaten Sleufbeschrijvingen Analysecertificaten
184.083.BR.11.ROS Pagina 2 van 17
1
INLEIDING
1.1
Opdracht
In opdracht van de heer J. Huibregtse is door Amos Milieutechniek B.V. een actualiserend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Eilandseweg 14b te Nederhorst den Berg. 1.2
Aanleiding en doel
Het onderzoek vindt plaats in verband met de voorgenomen overdracht van de locatie en potentiele nieuwbouw op de locatie. Dit actualiserend en aanvullend bodemonderzoek (deels conform NEN 5740 en deels conform NEN 5707) is uitgevoerd in aanvulling op een verkennend bodem- en asbestonderzoek welke in 2017 door Grondslag is uitgevoerd. De rapportage dateert van 10 januari 2017 en heeft het kenmerk 26440. Onderhavig onderzoek kent meerdere doelen: 1. Het bepalen of de bovengrond/-laag op de locatie puinhoudende grond of puin betreft. 2. Het bepalen van het gehalte aan asbest in de puinhoudende bovengrond of puinlaag. 3. Het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de onderlaag / onderliggende bodem ter plaatse van het over te dragen terrein. 4. Het actualiseren / inkaderen van een verontreiniging met zware metalen en PAK in de ondergrond uit B11. 1.3
Kwaliteit
Amos Milieutechniek B.V. streeft er naar om in het veld representatieve grond- en /of grondwatermonsters te nemen. Daartoe worden de veldwerkzaamheden en analysemethodes uitgevoerd conform de (aangepaste) voorlopige praktijkrichtlijnen (VPR) dan wel conform de in de NEN 5740 opgenomen NPR / NVN / NEN-normen en conform de BRL SIKB 2000. Amos Milieutechniek B.V. is in het bezit van een kwaliteitssysteem dat voldoet aan ISO-9001 hetgeen gecontroleerd en gecertificeerd is door KIWA. Daarnaast worden de grond- en grondwateranalyses uitgevoerd door het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Eurofins- Omegam B.V. te Amsterdam. Toch wijst Amos Milieutechniek B.V. u er op dat het hier een steekproef betreft conform de uitgangspunten van het betreffende onderzoeksprotocol, waardoor niet kan worden uitgesloten dat locale afwijkingen in de bodem (met mogelijk hierin aanwezige verontreiniging(en)) niet zijn herkend. Tevens dient rekening te worden gehouden met de beperkte geldigheid van het onderzoek in verband met mogelijke (bedrijfs-)activiteiten op de onderzoekslocatie welke van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de bodem. 1.4
Onafhankelijkheid
Het adviesbureau mag geen “eigen grond” keuren. Amos Milieutechniek B.V. heeft geen grond in eigendom. Amos Milieutechniek B.V. is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever. Het milieuhygiënisch verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 wordt onder certificaat van de BRL SIKB 2000 uitgevoerd met toepassing van de protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden behorend bij een eventueel uit te voeren verkennend onderzoek asbest in grond conform de NEN 5707 wordt onder certificaat van de BRL SIKB 2000 uitgevoerd met toepassing van het protocol 2018. De werkzaamheden met betrekking tot een eventueel uit te voeren onderzoek naar de puinfunderingslaag conform NEN 5897 vallen niet onder enig certificaat of protocollen.
184.083.BR.11.ROS Pagina 3 van 17
2
BESCHIKBARE MILIEUHYGIENISCHE KWALITEITSGEGEVENS
2.1
Vooronderzoek (Grondslag)
Voorafgaand aan het bodemonderzoek uit 2017 is reeds een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd. De locatie is gelegen op het kadastrale perceel 848, gelegen in de kadastrale gemeente Nederhorst den Berg, sectie A. Uit het onderzoek komt naar voren dat het terrein vanaf 1987 in gebruik is geweest als opslagterrein voor een aannemersbedrijf (Zanen Verstoep, welke in 1988 is overgenomen door Boskalis). Op de locatie bevindt zich momenteel een woonark. Naast de woonark bevindt zich een 3.000 liter bovengrondse dieseltank. Op basis van de Nota Bodembeheer van de gemeente Wijdemeren worden er hoogstens lichte verontreinigingen in de bodem verwacht. 2.2
Uitkomsten bodemonderzoek (Grondslag)
Het bodemonderzoek van Grondslag heeft zich gericht op het gehele kadastrale perceel. Het perceel zal in het kader van de overdracht worden gesplitst in twee delen (Eilandseweg 14a en Eilandseweg 14b). Onderhavig onderzoek zal zich enkel richten op het deel welke mogelijk door de opdrachtgever zal worden aangekocht. Bij het onderzoek van Grondslag zijn verdeeld over het perceel in totaal 20 boringen verricht. Er zijn 11 boringen verricht ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. Naast de bovengrondse dieseltank is een peilbuis geplaatst. Er zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging door olieproducten. Aangegeven wordt dat op de locatie een geroerde (opgebrachte) puinhoudende zandlaag aanwezig is met een dikte welke varieert van 0,5 tot 1,0 meter. Onder de geroerde laag bevindt zich kleigrond. In de toplaag van de kleilaag komen plaatselijk nog geringe bijmenging met bodemvreemde materialen (baksteen) voor. Er zijn 5 grondmengmonsters samengesteld ter analyse, waarvan 2 van de puinhoudende zandige bovengrond en 3 van de kleiige baksteen/kolengruis/kalksteenhoudende ondergrond. Uit de analyses komt naar voren dat de puinhoudende zandlaag sterk verontreinigd is met zware metalen en PAK. Twee van de grondmengmonsters van de kleigrond blijken licht verontreinigd te zijn met zware metalen, PAK en/of minerale olie.
In één grondmengmonster van de baksteenhoudende kleigrond (direct onder de sterk puinhoudende zandlaag) uit de boringen B02 (buiten de huidige onderzoekslocatie) en B11 (binnen de huidige onderzoekslocatie) zijn matige en sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK aangetoond. Uitsplitsing van het grondmengmonster of verdere inkadering van de verontreiniging heeft niet plaatsgevonden. Het grondwater uit peilbuis P01 (naast dieseltank) is enkel geanalyseerd op de aanwezigheid van minerale olie en aromaten. Er is geen verontreiniging aangetoond. Ter plaatse van de oprit van het terrein is in de puinhoudende zandige bovengrond een asbest in grond onderzoek conform de NEN 5707 plaatsgevonden. Er zijn 3 gaten gegraven. Zowel visueel als analytisch is geen asbest aangetoond. Hoewel wordt geconcludeerd dat de bovengrond sterke bodemverontreiniging met zware metalen en PAK bevat, wordt wel aanbevolen om te bepalen of er sprake is van grond (< 50% bodemvreemd materiaal) of een verhardingslaag. Als er sprake is van een verhardingslaag vervallen de conclusies met betrekking tot de aanwezigheid van sterke verontreiniging (in de zin van de Wet bodembescherming) aangezien een verhardingslaag geen onderdeel uitmaakt van de bodem.
184.083.BR.11.ROS Pagina 4 van 17
2.3
Visuele inspectie en gegevens opdrachtgever
Op 25 mei 2018 heeft voorafgaand aan het uitvoeren van de veldwerkzaamheden een visuele inspectie plaatsgevonden. De locatie is grotendeels begroeid met gras. Inspectie van het maaiveld op de mogelijke aanwezigheid van asbest was niet mogelijk. Op de locatie is een woonark aanwezig. De ark ligt op het maaiveld (niet in het water). Rondom de ark zijn enkele kleine opstallen gerealiseerd. In één van de afdakjes bevindt zich de bovengrondse dieseltank welke ook genoemd wordt in het bodemonderzoek van Grondslag. Er zijn visueel geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging met olieproducten. Tussen de dieseltank en de woonark is de peilbuis van Grondslag uit 2017 aanwezig. De peilbuis bevindt zich in goede staat. Het is duidelijk zichtbaar dat het terrein op het oostelijke deel van de locatie (oprit, erf en rondom de bebouwingen) hoger ligt als het westelijke deel van het terrein. De ophoging binnen de onderzoekslocatie is aanwezig over een oppervlak van circa 1.600 á 1.650 m2. In de westelijke punt van de locatie is een klein schuurtje aanwezig. Ten zuiden van het schuurtje zijn wat glooiingen in het maaiveld zichtbaar. Daarnaast zijn op één punt enkele brokken beton en puin op het maaiveld zichtbaar. Tussen het puin is geen asbestverdacht materiaal waargenomen.
Wel is de bodem ter plaatse van deze ‘puntbron’ formeel verdacht voor verontreiniging met asbest indien de bijmengingen tevens in de bodem aanwezig zijn. Eén van de schuurtjes op de locatie bevat asbestverdachte dakbedekking (golfplaten). Het betreft het schuurtje waar door Grondslag in 2017 een onderzoek naar asbest in grond is uitgevoerd.
184.083.BR.11.ROS Pagina 5 van 17
3
ONDERZOEKSOPZET
3.1
Onderzoeksstrategie en hypothese
Het aantal te verrichten boringen en te nemen grond- en grondwatermonsters is afhankelijk van de gekozen onderzoeksstrategie en van de oppervlakte van de onderzoekslocatie. Gezien de doelen van het onderzoek worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: 1.
Zeeftest van de bovengrond/laag ter bepaling of het verhoogde deel van de locatie bestaat uit grond of puinverharding. Afhankelijk van de uitkomsten dient bepaald te worden of de toplaag op asbest onderzocht dient te worden conform de NEN 5707 (bij grond) of de NEN 5897 (bij puinverharding).
2.
Het uitvoeren van een NEN 5707 (paragraaf 6.4.5) of NEN 5897 (paragraaf 6.5.2) onderzoek ter plaatse van de opgebrachte grond of puinlaag. Hiertoe dienen er verdeeld over de ophoging in totaal 12 gaten (0,3 x 0,3 meter) gegraven te worden tot circa 0,5 meter in de verdachte laag of tot aan de onderzijde van de verdachte laag. Uitkomend materiaal wordt gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 20 mm. De grove fractie wordt visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne fractie worden 2 grondmengmonsters van > 10 kgds (grond) of > 25 kgds (puin) samengesteld ter analyse op de aanwezigheid van asbest conform NEN 5898.
3.
Het uitvoeren van een aanvullend chemisch onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie. Bij het onderzoek van Grondslag in 2017 is het gehele perceel onderzocht. In dit geval wordt enkel het terrein onderzocht welke in de toekomst behoord tot het adres Eilandseweg 14b. De opdrachtgever heeft de wens om voor zijn locatie een volledig onderzoek ter beschikking te hebben. Daarnaast zijn kwaliteitsgegevens gewenst van de ondergrond ter plaatse van de mogelijke toekomstige nieuwbouwlocatie in het kader van de mogelijke aanleg van een kelder en de herbruikbaarheid van vrijkomende grond. Conform paragraaf 5.6 van de NEN 5740 (onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie) worden er verdeeld over de locatie tenminste 13 boringen verricht. Het betreft 10 boringen tot 0,5 meter in de verdachte laag en 2 boringen tot de onderzijde van de verdachte bodemlaag / tot maximaal 2 m-mv. Voor het bepalen van de grondwaterkwaliteit wordt een nieuw grondwatermonster verkregen uit de bestaande peilbuis (P01) welke in 2017 door Grondslag (onder certificering/erkenning) is geplaatst. Ter vervanging van deze boring wordt een extra boring tot minimaal 2 m-mv verricht.
4.
Het uitvoeren van een actualiserend en/of afperkend bodemonderzoek naar matige/sterke verontreiniging door zware metalen en PAK nabij boring B11. Bij het onderzoek van Grondslag in 2017 zijn in een grondmengmonster van de baksteenhoudende kleigrond uit de boringen B02 (buiten huidige locatie) en B11 (binnen de huidige locatie) matige/sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK aangetoond. Nabij B11 wordt een nieuwe boring verricht en een vergelijkbare bodemlaag wordt geanalyseerd ter reproductie van de eerder aangetoonde verontreiniging. Rondom de voormalige boring B11 worden 4 nieuwe boringen verricht ter inkadering van een eventuele aanwezige verontreiniging.
184.083.BR.11.ROS Pagina 6 van 17
4
UITVOERING BODEMONDERZOEK
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 25 mei 2018. 4.1
Zeeftest ophoogmateriaal
Ter bepaling welke onderzoeksstrategie gehanteerd dient te worden zijn verdeeld over het verhoogde deel van de locatie 3 gaten gegraven (gaten G101, G109 en G112 op de situatietekening). Van het uitkomend materiaal is middels een ISO-schep een in het veld bepaald gewicht verkregen, welke vervolgens is gezeefd over een maaswijdte van 16 en 10 mm. De achterblijvende fracties zijn gewogen, waarna de percentages zijn bepaald: G101: Er is een monster verkregen van 15,01 kg. De fractie > 16 mm is bepaald op 6,79 kg. De fractie > 10 mm is bepaald op 8,10 kg. Percentage bodemvreemd materiaal > 10 mm is bepaald op: 8,10 / 15,01 x 100 = 54%. In het kader van het onderzoek naar asbest in puin is tevens een zeeftest van de fractie > 20 mm uitgevoerd (ten behoeve van de concentratieberekeningen). De fractie > 20 mm betreft in dit geval 6,56 kg (=44%). G109: Er is een monster verkregen van 14,84 kg. De fractie > 16 mm is bepaald op 7,55 kg. De fractie > 10 mm is bepaald op 8,92 kg. Percentage bodemvreemd materiaal > 10 mm is bepaald op: 8,92 / 14,84 x 100 = 60%. G112: Er is een monster verkregen van 16,32 kg. De fractie > 16 mm is bepaald op 6,81 kg. De fractie > 10 mm is bepaald op 8,46 kg. Percentage bodemvreemd materiaal > 10 mm is bepaald op: 8,46 / 16,32 x 100 = 52%.
Conclusie zeeftest: Op basis van de uitgevoerde zeeftesten blijkt dat de percentage bodemvreemd materiaal in de ophoging varieert tussen 50 en 60% . Er is geen sprake van bodem zoals aangegeven in de Wet Bodembescherming. De ophoging betreft in dit geval een (open) halfverhardingslaag met daarin grote hoeveelheden zandbijmenging. 4.2
Asbest in puin onderzoek, NEN 5897
Ter bepaling of de aanwezig halfverhardingslaag verontreiniging met asbest bevat is deze onderzocht conform paragraaf 6.5.2. van de NEN 5897. Visuele inspectie van het maaiveld was vanwege de hoeveelheid begroeiing niet mogelijk. Er wordt echter geen afwijkende situatie verwacht ten opzichte van hetgeen ín de halfverhardingslaag aangetoond wordt. Verdeeld over de ophoging zijn voor het NEN 5897-onderzoek in totaal 12 gaten (G101 t/m G112) gegraven. De gaten hebben een oppervlak van 0,3 x 0,3 meter en zijn doorgezet tot onderzijde van de puinverharding. Per gat is de uitkomend materiaal gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 20 mm. Ter plaatse van één gat is visueel asbestverdacht materiaal waargenomen: -
Ter plaatse van G101 is in puinfunderingslaag 1 stukje asbestverdacht materiaal (M1: plaatmateriaal) aangetroffen in de fractie > 20 mm. Het materiaal heeft een gewicht van circa 9 gram.
Het aangetroffen materiaal M1 is meegenomen ter analyse conform de NEN 5896. Conform de NEN 5897 zijn er in totaal 3 puinmengmonsters samengesteld ter analyse: - AMM1 betreft de fijne fractie uit gat G101, waarin het asbestverdachte materiaal M1 is aangetroffen. - AMM2 betreft de fijne fractie uit de gaten G103, G104, G105, G106, G107 en G112 op het noordelijke deel van de locatie waar mogelijk herinrichting gaat plaatsvinden. Hier is visueel geen verdacht materiaal aangetroffen in de grove fractie. - AMM3 betreft de fijne fractie uit de gaten G102, G108, G109, G110 en G111 op het zuidelijke deel van de locatie waar mogelijk herinrichting gaat plaatsvinden. Hier is visueel geen verdacht materiaal aangetroffen in de grove fractie. 184.083.BR.11.ROS Pagina 7 van 17
De puinmengmonsters zijn ter analyse conform de NEN 5898 aangeboden aan het door de RvA geaccrediteerd laboratorium van Eurofins-Omegam B.V. De monsters zijn conform de AS3000 voorbehandeld en vervolgens geanalyseerd conform de NEN 5898. Beschrijving van de gaten is opgenomen in de sleufbeschrijvingen in de bijlage. Ook is een situatietekening met daarop de locaties van de gaten opgenomen in de bijlagen. 4.3
Aanvullend chemisch onderzoek en inkaderend bodemonderzoek
Ten behoeve van het bepalen van de chemische kwaliteit van de bodem op de locatie zijn verdeeld over de locatie in totaal 20 boringen (B101 t/m B120) verricht. De boringen B101 t/m B115 bevinden zich op het hoger gelegen deel van de locatie en zijn allen doorgezet tot tenminste een halve meter onder de aangetroffen puinfunderingslaag. De boringen B104, B106 en B107 zijn doorgezet tot circa 3 m-mv ter bepaling van de bodemopbouw en de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem ter plaatse van mogelijke toekomstige nieuwbouwlocatie. Boring B103 is geplaatst nabij de voormalige boring B11 uit het onderzoek van Grondslag uit 2017 ter bepaling of de eerder aangetoonde verontreinigingen met lood en PAK reproduceerbaar zijn. Aanvullend zijn de boringen B102, B104, B105 en B114 in de 4 windrichtingen rondom B103 verricht ter eventuele inkadering van een aanwezige verontreiniging. De boringen B116 t/m B120 zijn verdeeld over het lager gelegen deel van de locatie en doorgezet tot dieptes variërend van 0,5 tot 1,1 m-mv. Ter plaatse van de boringen B118 en B120 is in de bovengrond zand aangetroffen, hetgeen niet gebiedseigen grond betreft. De zandgrond gaat gepaard met zwakke bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen en puin). Boring B119 is verricht in een ophoging in het maaiveld. Tot de geboorde diepte van 1 m-mv is onverdachte en zintuiglijk schone kleigrond aangetroffen.
De bestaande aanwezige peilbuis (geplaatst bij het onderzoek in 2017) is langdurig schoongepompt, waarna een grondwatermonster is verkregen ter bepaling van de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater op de locatie. Het grondwater op de locatie is aangetroffen op een diepte van circa 1 m-mv. In de bestaande peilbuis is een stijghoogte van circa 0,8 m-mv aangetroffen. Bij de grondwatermonstername zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van verontreinigingen. Er zijn geen afwijkende pH of Ec waarden gemeten. De locaties van de boringen en de bestaande peilbuis zijn aangegeven op de situatietekening in de bijlagen. Voor een gedetailleerde bodembeschrijving wordt verwezen naar de in de bijlagen opgenomen boorstaten. 4.4
Aanvullend NEN 5707 onderzoek nabij B118 en B120
Omdat ter plaatse van de boringen B118 en B120 in de bovengrond bijmenging met (ongedefinieerd) puin is aangetroffen heeft hier aanvullend een verkennend onderzoek asbest in grond conform de NEN 5707 plaatsgevonden. Conform paragraaf 6.4.4 van de NEN 5707 worden nabij de boringen B118 en B120 twee gaten (G118 en G120) gegraven met een afmeting van 0,3 x 0,3 meter en tot de onderzijde van de potentieel verdachte laag (aanwezig tot circa 0,5 m-mv, gegraven tot circa 0,7 á 1,0 m-mv). Uitkomend materiaal is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 20 mm. De grove fractie (> 20 mm, G118 = 4,35 kg en G120 = 3,99 kg, overeenkomend met circa 5 á 7% bodemvreemd materiaal) is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. Visueel blijkt er geen asbestverdacht materiaal waarneembaar aanwezig te zijn. Van de fijne fractie (< 20 mm) is één grondmengmonsters (AMM4) van > 10 kgds samengesteld ter analyse op de aanwezigheid van asbest conform NEN 5898. 184.083.BR.11.ROS Pagina 8 van 17
Beschrijving van de gaten is opgenomen in de sleufbeschrijvingen in de bijlage. Ook is een situatietekening met daarop de locaties van de gaten opgenomen in de bijlagen. 4.5
Laboratoriumonderzoek
De op 25 mei 2018 in het veld verzamelde grond- en puin(meng)monsters zijn ter analyse aangeboden aan het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Eurofins-Omegam B.V. Het in het veld verkregen materiaalmonster M1 is ter analyse aangeboden aan het RvA geaccrediteerde laboratorium van Amos Milieutechniek B.V. Aan de laboratoria is opdracht gegeven om onderstaande selectie aan monsters (grond, puin, grondwater en materiaalmonster conform de geldende wet en regelgeving op de verdachte parameters te analyseren. Het is waarschijnlijk dat de ophooglaag bij verwerking elders gezeefd wordt om het zand en het puin van elkaar te schreiden en daarmee 2 (bruikbare) stromen te creëren. Ter bepaling van de te verwachten kwaliteit en herbruikbaarheid van het zand in de ophoging is een extra grondmonster (MM6) verkregen van het fijne zandige materiaal in de ophoging. Tabel 4.1: Selectie grond/grondwater/puin en materiaalmonsters voor analyse. Monsternr.*
Analysepakket
MM1
STD grond AS3000
MM2
STD grond AS3000
MM3
STD grond AS3000
MM4
STD grond AS3000
MM5
STD grond AS3000
B118 (0-40), B120 (0-50)
MM6
STD grond AS3000
B101 (20-70), B102 (20-70), B106 (10-60), B108 (0-50), B109 (10-60), B110 (20-70), B111 (20-70), B112 (20-70), B113 (20-70), B115 (20-70)
B103 (90-110)
Zware metalen en PAK AS3000
B103 (90-110)
Pbestaand M1
STD grondwater AS3000 NEN 5896
Bestaande peilbuis (filter 130-230 cm-mv) G101
AMM1
NEN 5898 (puin)
AMM2
NEN 5898 (puin)
AMM3
NEN 5898 (puin)
AMM4
NEN 5898 (grond)
Boring + bodemlaag (cm-mv) B104 (0-30), B105 (5-30), B107 (0-10) B106 (90-120), B108 (70-100), B109 (90-130) B101 (75-120), B105 (140-190), B110 (80-120), B111 (90-120), B112 (80-120), B114 (100-150), B117 (50-100), B118 (70-110), B119 (50-100) B104 (150-240), B106 (120-170), B106 (220-300), B107 (140-290)
G101 (0-75) G103 (0-90), G104 (30-90), G105 (30-120), G106 (10-90), G107 (10-50), G112 (0-80) G102 (0-80), G108 (0-70), G109 (0-90), G110 (0-80), G111 (0-90) G118 (0-40), G120 (0-50)
Motivatie Plaatselijk aanwezige zandlaag bovenop puinfunderingslaag Sporen baksteenhoudende kleigrond
Zintuiglijk schone kleigrond
Zintuiglijk schone kleigrond bij mogelijke nieuwbouwlocatie / kelder Puin/baksteenhoudende zandige bovengrond westelijk deel terrein Extra monster van zandgrond tussen puinfundering (indicatie herbruikbaarheid) Reproductie metalen en PAK verontreiniging mengmonster 3 bodemonderzoek 2017 grondwater Asbestverdachte beplating G101 Fijne fractie G101, waar M1 is aangetroffen Fijne fractie puinfundering noordelijk deel locatie Fijne fractie puinfundering zuidelijk deel locatie Puinhoudende zandgrond westelijk deel terrein
184.083.BR.11.ROS Pagina 9 van 17
5
INTERPRETATIE EN TOETSING
5.1
Toetsingsnormen en terminologie
In de circulaire bodemsanering zijn voor de grond- en grondwaterconcentratie van een groot aantal stoffen generieke (landelijke) toetsingsnormen opgenomen. De volgende toetsingswaarden worden gehanteerd: - Achtergrond- / streefwaarde: de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuuren landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarde is afgeleid van een studie van TNO. Voor bepaalde stoffen geldt de detectielimiet van de laboratoriumanalyse als A-waarde. Een stofconcentratie lager dan of gelijk aan de A-waarde wordt als niet verontreinigd aangeduid; - Tussenwaarde: het stofgehalte, dat gebruikt wordt als prioriteitsstelling voor de noodzaak tot het verrichten van nader onderzoek naar de mate en omvang van de stofverontreiniging. De T-waarde ligt midden tussen de A-waarde en I-waarde in en wordt berekend volgens: (A+I)/2. Een stofconcentratie lager dan de T-waarde en hoger dan de A-waarde wordt als licht verontreinigd aangeduid; - Interventiewaarde: het minimale stofgehalte, dat als criterium geldt voor de noodzaak tot het vaststellen van de ernst en (eventuele) saneringsurgentie van de bodemverontreiniging. Indien de I-waarde wordt overschreden mist de bodem in belangrijke mate functionele en essentiële eigenschappen.
Een stofconcentratie lager dan de I-waarde en hoger dan de T-waarde wordt als matig verontreinigd aangeduid; een concentratie boven de I-waarde wordt een ernstige verontreiniging genoemd. Alvorens toetsing voor grond plaatsvindt dienen de analyseresultaten te worden genormaliseerd vanwege verschillen in stofgedrag per bodemtype (bodemprocessen als adsorptie, complexatie, coagulatie, et cetera). Dit gebeurt door middel van empirische correctieformules met het lutum- en organisch stofgehalte als belangrijkste variabelen. Naast de ATI-waarden wordt in dit specifieke geval aanvullend getoetst aan de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse Wonen en Industrie (BBK-waarden, besluit bodemkwaliteit). De uitkomsten worden gebruikt voor het bepalen van een eventuele bestemming en/of keuringsstrategie voor eventueel vrijkomende grondstromen. 5.2
Toetsing analyseresultaten puin (asbest)
Het verkregen materiaalmonster M1 (uit gat G101) is ter analyse aangeboden aan het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Amos Milieutechniek B.V. te Utrecht. Aan het laboratorium is opdracht gegeven het materiaalmonster conform NEN 5896 op asbest te analyseren. Uit analyse blijkt het monster asbest bevat (15-30% chrysotiel). Het analysecertificaat is opgenomen in de bijlagen. De verkregen puinmengmonsters AMM1 t/m AMM3 zijn ter analyse aangeboden aan het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam. Aan het laboratorium is opdracht gegeven om de puinmengmonsters conform de NEN 5898 op asbest te onderzoeken. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de puinmengmonsters AMM1 en AMM2 geen asbest boven de bepalingsgrens (respectievelijk < 2,0 en < 0,6 mg/kgds) aantoonbaar aanwezig is. In het puinmengmonster AMM3 is een gehalte van 0,1 mg/kgds aangetoond. Het certificaat is opgenomen in de bijlagen. Toetsing gemiddelde concentratie halfverhardingslaag De gemiddelde concentratie aan asbest is bepaald op basis van de hoeveelheid onderzochte opgegraven materiaal in verhouding tot met de aangetoonde gehalten in de grove fractie (> 20 mm), opgeteld met de aangetoonde concentratie in de fijne fractie (< 20 mm). Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van een geschatte dichtheid van 1,8 ton/m3.
184.083.BR.11.ROS Pagina 10 van 17
Ter plaatse van gat G101 Ter plaatse van gat G101 is in de grove fractie (> 20 mm) éen stukje asbesthoudend (15-30% chrysotiel) materiaal aangetroffen met een totaal gewicht van 9 gram. In het grondmengmonster AMM1 van de fijne fractie (< 20 mm) is geen asbest aantoonbaar aanwezig (< 2 mg/kgds). De fractie > 20 mm betreft 44% van het totale gewicht. Op basis van het asbestverdachte materiaal uit de grove fractie is het gewogen gehalte berekend op 48,4 mg/kgds. In de fijne fractie (56% van het totale materiaal uit G101) is het asbestgehalte bepaald op < 2 mg/kgds. Het totale gehalte asbest in de fijne en grove fractie bij elkaar opgeteld betreft in dit geval (48,4 + (0,56 × 2)=) 49,5 mg/kgds. (met een ondergrens van 0,7 mg/kgds en een bovengrens van 376 mg/kgds)1. Noordelijke deel locatie (AMM2) In het grondmengmonster AMM2 is geen asbest aangetoond (< 0,6 mg/kgds). Ook in de grove fractie is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zuidelijk deel locatie (AMM3) In het grondmengmonster AMM3 is een zeer laag gehalte aan asbest aangetoond (0,1 mg/kgds). In de grove fractie is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Rekeninghoudend met de correctie tussen grof en fijn materiaal betreft het daadwerkelijke gehalte in dit geval < 0,1 mg/kgds.
Voortzetten nader onderzoek naar asbest in halfverhardingslaag Op het noordelijke deel van de locatie, op het zuidelijke deel van de locatie en ter plaatse van G101 ligt het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest onder de 50 mg/kgds. Derhalve wordt aanvullend nader onderzoek niet voorgeschreven. Op basis van de uitkomsten van onderhavig onderzoek kan worden aangenomen dat de halfverhardingslaag een kleine hoeveelheid asbest bevat, echter onder de toegestane restconcentratienorm (100 mg/kgds). 5.3
Toetsing analyseresultaten grond (chemisch)
In de tabellen 5.1 t/m 5.7 staan de toetsingen van de grondmonsters aan de ATI-waarden vermeld. De analyseresultaten zijn met behulp van de rekenregels uit bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit gecorrigeerd naar de standaard organische stof,- en lutumpercentages (resp. 10% en 25%). In het kader van de voorgenomen graafwerkzaamheden op de locatie zijn de grondmengmonsters aanvullend getoetst aan de maximale waarden voor de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie (Bbkwaarden, Besluit bodemkwaliteit) (betreffende een indicatie van de kwaliteitsklasse bij afvoer).
1
Omdat het onderzoek altijd een steekproef betreft dient conform de NEN 5897 naast het berekende gemiddelde gewogen gehalte ook de 95%-betrouwbaarheidsinterval (de onder- en bovengrens) te worden weergegeven. De norm schrijft voor dat bij de toetsing het berekende gewogen gehalte bepalend is.
184.083.BR.11.ROS Pagina 11 van 17
Tabel 5.1
Plaatselijke aanwezige zandlaag bovenop puinfunderingslaag (MM1)
Componenten
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie (C10-C40) Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster gehalte in mg/kgds
0,7 1,3 < 20 < 0.20 < 3.0 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 5 < 20 < 35 0,5 0,005
Tabel 5.2
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 50 0,24 7,4 7 0,05 11 1,0 15 30 120 0,5 0,0245
Achtergrondwaarde
Toetsing WBB Toetsing BBK (ontvangende bodem) Tussen- InterventieToets Toets Wonen Industrie waarde waarde circulaire BBK
( ) 0,60 6,8 13 15,0 102,5 190 40 115 190 0,15 18,08 36 50 290 530 1,5 95,75 190 35 67,5 100 140 430 720 190 2595 5000 1,5 20,75 40 0,020 0,51 1 ~ Voldoet aan de achtergrondwaarde
( ) 1,2 4,3 35 190 54 190 0,83 4,8 210 530 88 190 39 100 200 720 190 500 6,8 40 0,040 0,5 ~ AW2000 / Vrij toepasbaar
sporen baksteenhoudende kleigrond, direct onder puinfundering (MM2)
Componenten
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie (C10-C40) Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster gehalte in mg/kgds
5,9 23,2 86 < 0.20 7,4 13 0,15 30 < 1.5 18 53 100 1,4 0,005
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 90 0,16 7,8 14 0,16 32 1,0 19 60 170 1,4 0,0083
Achtergrondwaarde
Toetsing WBB Toetsing BBK (ontvangende bodem) Tussen- InterventieToets Toets Wonen Industrie waarde waarde circulaire BBK
( ) 0,60 6,8 13 15,0 102,5 190 40 115 190 0,15 18,08 36 * 50 290 530 1,5 95,75 190 35 67,5 100 140 430 720 190 2595 5000 1,5 20,75 40 0,020 0,51 1 Voldoet aan de achtergrondwaarde 1
( ) 1,2 4,3 35 190 54 190 0,83 4,8 # 210 530 88 190 39 100 200 720 190 500 6,8 40 0,040 0,5 AW2000 / Vrij toepasbaar1
1
Hoewel het gemiddelde gecorrigeerde analysegehalte kwik de achtergrondwaarde overschrijdt, blijkt het monster in zijn geheel, volgens de toetsingsregels zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit en de bijbehorende wijzigingen, te voldoen aan de achtergrondwaarde (= ‘schone grond’).
Tabel 5.3 Componenten
zintuiglijk schone kleigrond (MM3) Analyse
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 120 0,18 8,0 20 0,19 34 1,0 19 70 290 0,6 0,0163
Achtergrondwaarde
Toetsing WBB Toetsing BBK (ontvangende bodem) Tussen- InterventieToets Toets Wonen Industrie waarde waarde circulaire BBK
Org. stof % (w/w) 3 Lutum % (w/w) 19,3 Barium 95 ( ) ( ) Cadmium < 0.20 0,60 6,8 13 1,2 4,3 Kobalt 6,6 15,0 102,5 190 35 190 Koper 16 40 115 190 54 190 Kwik 0,17 0,15 18,08 36 * 0,83 4,8 # Lood 29 50 290 530 210 530 Molybdeen < 1.5 1,5 95,75 190 88 190 Nikkel 16 35 67,5 100 39 100 Zink 60 140 430 720 200 720 Minerale olie (C10-C40) 88 190 2595 5000 * 190 500 ## Totaal PAK 10 VROM 0,6 1,5 20,75 40 6,8 40 Som PCB´s 0,005 0,020 0,51 1 0,040 0,5 Toetsing monster Overschrijding van de achtergrondwaarde Industrie gehalte in mg/kgds ~ = gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens */# = overschrijding van de achtergrondwaarde ** = overschrijding van de tussenwaarde *** = overschrijding van de interventiewaarde ## = overschrijding maximale waarde klasse wonen ### = overschrijding maximale waarde klasse industrie ( ) = De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde. In dit geval is er geen significante antropogene bron aan te wijzen. 184.083.BR.11.ROS Pagina 12 van 17
Tabel 5.4
zintuiglijk schone kleigrond eventuele nieuwbouw locatie (MM4)
Componenten
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie (C10-C40) Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster gehalte in mg/kgds
3,2 12,9 60 < 0.20 4,1 8,1 0,07 11 < 1.5 13 31 63 0,4 0,005
Tabel 5.5
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie (C10-C40) Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster gehalte in mg/kgds
5,7 1,6 28 0,74 < 3.0 24 0,42 950 < 1.5 6 660 250 22,0 0,007
Componenten
Achtergrondwaarde
Toetsing WBB Toetsing BBK (ontvangende bodem) Tussen- InterventieToets Toets Wonen Industrie waarde waarde circulaire BBK
( ) 0,60 6,8 13 15,0 102,5 190 40 115 190 0,15 18,08 36 50 290 530 1,5 95,75 190 35 67,5 100 140 430 720 190 2595 5000 * 1,5 20,75 40 0,020 0,51 1 Overschrijding van de achtergrondwaarde
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
( ) ## Industrie
puin/baksteenhoudende zandgrond westelijk deel locatie (MM5)
Componenten
Tabel 5.6
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 100 0,20 6,6 12 0,08 14 1,0 20 50 200 0,4 0,0153
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 110 1,09 7,4 44 0,59 1399 1,0 18 1430 440 22,0 0,0114
Achtergrondwaarde
Toetsing WBB Toetsing BBK (ontvangende bodem) Tussen- InterventieToets Toets Wonen Industrie waarde waarde circulaire BBK
( ) 0,60 6,8 13 * 15,0 102,5 190 40 115 190 * 0,15 18,08 36 * 50 290 530 *** 1,5 95,75 190 35 67,5 100 140 430 720 *** 190 2595 5000 * 1,5 20,75 40 ** 0,020 0,51 1 Overschrijding van de Interventiewaarde
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
( ) # # # ### ### ## ## Niet toepasbaar
zandgrond tussen puinfundering (MM6) Analyse
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 540 1,14 20,0 120 4,50 1006 1,0 41 1180 590 27,0 0,0107
Achtergrondwaarde
Toetsing WBB Toetsing BBK (ontvangende bodem) Tussen- InterventieToets Toets Wonen Industrie waarde waarde circulaire BBK
Org. stof % (w/w) 4,6 Lutum % (w/w) 1,2 Barium 140 ( ) ( ) Cadmium 0,74 0,60 6,8 13 * 1,2 4,3 # Kobalt 5,7 15,0 102,5 190 * 35 190 # Koper 63 40 115 190 ** 54 190 ## Kwik 3,20 0,15 18,08 36 * 0,83 4,8 # Lood 670 50 290 530 *** 210 530 ### Molybdeen < 1.5 1,5 95,75 190 88 190 Nikkel 14 35 67,5 100 * 39 100 ## Zink 530 140 430 720 *** 200 720 ### Minerale olie (C10-C40) 270 190 2595 5000 * 190 500 ### Totaal PAK 10 VROM 27,0 1,5 20,75 40 ** 6,8 40 ## Som PCB´s 0,005 0,020 0,51 1 0,040 0,5 Toetsing monster Overschrijding van de Interventiewaarde Niet toepasbaar gehalte in mg/kgds ~ = gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens */# = overschrijding van de achtergrondwaarde ** = overschrijding van de tussenwaarde *** = overschrijding van de interventiewaarde ## = overschrijding maximale waarde klasse wonen ### = overschrijding maximale waarde klasse industrie ( ) = De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde. In dit geval is er geen significante antropogene bron aan te wijzen.
184.083.BR.11.ROS Pagina 13 van 17
Tabel 5.7
Componenten
resten baksteenhoudende kleigrond, direct onder puinfundering, reproductie verontreinigingen mengmonster 3 uit onderzoek 2017 (B103 (90-110)) Analyse
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 110 0,14 7,4 22 0,29 52 1,0 22 110 0,6
Achtergrondwaarde
Toetsing WBB Toetsing BBK (ontvangende bodem) Tussen- InterventieToets Toets Wonen Industrie waarde waarde circulaire BBK
Org. stof % (w/w) 10,5 Lutum % (w/w) 24,5 Barium 110 ( ) ( ) Cadmium < 0.20 0,60 6,8 13 1,2 4,3 Kobalt 7,3 15,0 102,5 190 35 190 Koper 22 40 115 190 54 190 Kwik 0,29 0,15 18,08 36 * 0,83 4,8 # Lood 52 50 290 530 * 210 530 # Molybdeen < 1.5 1,5 95,75 190 88 190 Nikkel 22 35 67,5 100 39 100 Zink 110 140 430 720 200 720 Totaal PAK 10 VROM 0,6 1,5 20,75 40 6,8 40 Toetsing monster Voldoet aan de achtergrondwaarde 2 AW2000 / Vrij toepasbaar2 gehalte in mg/kgds ~ = gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens */# = overschrijding van de achtergrondwaarde ** = overschrijding van de tussenwaarde *** = overschrijding van de interventiewaarde ## = overschrijding maximale waarde klasse wonen ### = overschrijding maximale waarde klasse industrie ( ) = De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde. In dit geval is er geen significante antropogene bron aan te wijzen. 2
Hoewel de gemiddelde gecorrigeerde analysegehalten kwik en lood de achtergrondwaarde overschrijden, blijkt het monster in zijn geheel, volgens de toetsingsregels zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit en de bijbehorende wijzigingen, te voldoen aan de achtergrondwaarde (= ‘schone grond’).
Bespreking analyseresultaten Uit toetsing van het grondmengmonsters MM1 blijkt dat de zandlaag op de aanwezige puinfundering niet verontreinigd is. In de grondmengmonsters MM2, MM3, MM4 en B103 (90-110) blijkt dat de kleigrond op de locatie licht verhoogde gehalten aan kwik, lood en minerale olie bevat. Aangenomen kan worden dat de kleigrond bij afvoer overeenkomt als kwaliteitsklasse ‘Industrie’ (ook in MM2, samengesteld uit 3 deelmonsters, overschrijdt minerale olie namelijk bijna de maximale waarde voor klasse Wonen). De eerder aangetoonde matige/sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK ter plaatse van B11 (onderzoek 2017) kan niet worden gereproduceerd. Er zijn hoogstens lichte verontreinigingen aanwezig. Mogelijk is de in 2017 aangetoonde sterke verontreiniging enkel aanwezig in destijds geplaatste boring B02 (naastliggend terrein) of heeft destijds menging met materiaal afkomstig uit de ophooglaag plaatsgevonden. Uit toetsing van het grondmengmonster MM5 blijkt dat de puin- en baksteenhoudende zandige bovengrond op het westelijke deel van het terrein (boringen B118 en B120) sterk verontreinigd is met zware metalen en matig verontreinigd is met PAK. Uit toetsing van het extra verkregen grondmengmonster MM6 blijkt dat het zand tussen de puinfundering sterk verontreinigd is met zware metalen en matig verontreinigd is met PAK.
De situatie komt overeen met hetgeen in 2017 bij het onderzoek van Grondslag is aangetoond. 5.4
Toetsing analyseresultaten grond (asbest)
Het verkregen grondmengmonster AMM4, samengesteld van de fijne fractie van de puinhoudende zandgrond uit de gaten G118 en G120, is ter analyse aangeboden aan het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam. Aan het laboratorium is opdracht gegeven om het grondmengmonster conform de NEN 5898 op asbest te onderzoeken. Bij de analyse is geen asbest boven de bepalingsgrens (< 0,4 mg/kgds) aangetoond. Het certificaat is opgenomen in de bijlagen. Ook in de grove fractie uit de gaten is visueel geen asbest verdacht materiaal waargenomen. Er is geen vermoeden voor de aanwezigheid van verontreiniging door asbest en er geen aanleiding tot het verrichten van nader onderzoek.
184.083.BR.11.ROS Pagina 14 van 17
5.5
Toetsing analyseresultaten grondwater
In tabel 5.8 staan het toetsingsresultaat van het grondwater uit de bestaande peilbuis. Uit de resultaten blijkt dat enkel dat barium een licht verhoogde concentratie aanwezig is. Barium wordt regelmatig in kleien veengronden aangetoond en betreft waarschijnlijk een van nature verhoogde achtergrondwaarde. Tabel 5.8 Componenten
Toetsingstabel grondwatermonster Pbestaand Streef waarde
Tussenwaarde
Interventiewaarde
Analyse en overschrijding
Pbestaand Geleidbaarheid (Ec) 900 µS/cm Zuurgraad (pH) 7,24 Doorzicht (FTU) veldmetingen 4,97 Doorloop matig Beluchting opgetreden? nee Arseen 10 35 60 <5 Barium 50 338 625 94 * Cadmium 0,4 3,2 6 < 0,2 Chroom 1 15,5 30 <1 Kobalt 20 60 100 <2 Koper 15 45 75 11 Kwik 0,05 0,18 0,3 < 0,05 Lood 15 45 75 <2 Molybdeen 5 153 300 <2 Nikkel 15 45 75 <3 Zink 65 433 800 38 Minerale olie 50 325 600 < 50 Styreen (vinylbenzeen) 6 153 300 < 0,2 Benzeen 0,2 15 30 < 0,2 Tolueen 7 504 1000 < 0,2 Ethylbenzeen 4 77 150 < 0,2 Naftaleen 0,01 35 70 < 0,02 Xylenen (som) 0,2 35 70 0,21 ~ Dichloormethaan 0,01 500 1000 < 0,2 1,1-Dichloorethaan 7 454 900 < 0,2 1,2-Dichloorethaan 7 204 400 < 0,2 1,1-Dichlooretheen 0,01 5 10 < 0,1 Trichloormethaan 6 203 400 < 0,2 Tetrachloormethaan 0,01 5 10 < 0,1 1,1,1-Trichloorethaan 0,01 150 300 < 0,1 1,1,2-Trichloorethaan 0,01 65 130 < 0,1 Trichlooretheen 24 262 500 < 0,2 Tetrachlooretheen 0,01 20 40 < 0,1 Vinylchloride 0,01 2,5 5 < 0,2 Dichlooretheen C+T (som) 0,01 10 20 0,1 ~ Dichloorpropanen (som) 0,8 40 80 0,4 Tribroommethaan n.v.t. 315 630 < 0,2 Concentratie in μg/l ~ = gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens * = overschrijding van de streefwaarde ** = overschrijding van de tussenwaarde *** = overschrijding van de interventiewaarde
184.083.BR.11.ROS Pagina 15 van 17
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1
Onderzoek
In opdracht van de heer J. Huibregtse is door Amos Milieutechniek B.V. een actualiserend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Eilandseweg 14b te Nederhorst den Berg. Het onderzoek vindt plaats in verband met de voorgenomen overdracht van de locatie en potentiele nieuwbouw op de locatie. Dit actualiserend en aanvullend bodemonderzoek (deels conform NEN 5740 en deels conform NEN 5707) is uitgevoerd in aanvulling op een verkennend bodem- en asbestonderzoek welke in 2017 door Grondslag is uitgevoerd. De rapportage dateert van 10 januari 2017 en heeft het kenmerk 26440. Middels onderhavig onderzoek wordt getracht te bepalen of de aanwezige ophooglaag grond of puin bereft. Daarnaast dient bepaald te worden of deze laag asbest bevat. Bovendien wordt getracht om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie te bepalen. Bij het onderzoek zijn in totaal 14 gaten van 0,3 x 0,3 meter en tot dieptes variërend van 0,5 tot maximaal 1,2 m-mv gegraven. Er zijn tevens 20 boringen verricht tot dieptes variërend van 0,5 tot 3,0 m-mv. Voor het grondwateronderzoek is gebruik gemaakt van een bestaande peilbuis welke bij het onderzoek van Grondslag uit 2017 volgens de geldende richtlijnen is geplaatst. Een groot deel van de locatie (circa 1.600 á 1.650 m 2) is verhoogd met een ophooglaag.
De ophooglaag heeft een gemiddelde dikte van circa 80 cm en bestaat uit een mengsel van puin en zand. Onder de ophooglaag is gebiedseigen kleigrond aanwezig. Plaatselijk zijn in de toplaag van de kleigrond nog geringe bijmengingen met sporen baksteen aangetroffen. In de westhoek van het terrein is verdeeld over een aantal vierkante meters enkele stukken baksteen en puin op het maaiveld zichtbaar. Ook in de bovengrond (40 á 50 cm) worden deze bijmengingen aangetroffen. Het grondwater is aangetroffen op een diepte van circa 1 m-mv. 6.2
Conclusies
Ophooglaag Middels het uitvoeren van enkele zeeftesten is bepaald dat de ophooglaag gedefinieerd kan worden als een halfverhardingslaag (> 50% bodemvreemd materiaal in de fractie > 1 cm). Middels een onderzoek naar asbest in puin conform de NEN 5897 is vastgesteld dat het materiaal een kleine hoeveelheid asbest bevat. De aangetoonde gehalten overschrijden echter niet de restconcentratienorm van 100 mg/kgds en op basis van de aangetoonde gehalten bestaat er ook geen aanleiding tot het verrichten van een nader onderzoek. Van de fijne zandfractie uit de ophooglaag is het mengmonster MM6 samengesteld en geanalyseerd. Vergelijkbaar met het onderzoek uit 2017 blijkt het monster sterk verontreinigd te zijn met zware metalen en matig verontreinigd met PAK. Milieuhygiënische kwaliteit grond Middels de analyse van de grondmengmonsters MM1, MM2, MM3, MM4 en B103 (90-110) blijkt dat de vaste bodem (grond) op het overgrote deel van de locatie niet of slechts licht verontreinigd is. De matige/sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK welke bij het onderzoek uit 2017 in het mengmonster 3 was aangetoond, blijkt niet reproduceerbaar te zijn. In de westhoek van het perceel is op het maaiveld en in de zandige bovengrond een sterke verontreiniging met zware metalen en een matige verontreiniging met PAK aangetoond in MM5.
Visueel en analytisch blijkt deze laag geen verontreiniging met asbest te bevatten. Milieuhygiënische kwaliteit grondwater Middels analyse van een grondwatermonster uit de bestaande peilbuis kan worden gesteld dat het grondwater enkel een licht verhoogde concentratie aan barium bevat, hetgeen waarschijnlijk te wijten is aan een van nature verhoogde achtergrondwaarde, welke vrijwel bij alle onderzoeken in klei- en veengronden wordt aangetoond. 184.083.BR.11.ROS Pagina 16 van 17
6.3
Aanbevelingen
De opdrachtgever heeft aangegeven dat eventuele nieuwbouw zal plaatsvinden nabij de huidige aanwezige woonark. Op dit deel van het terrein zijn in de bodem (grond en grondwater) ten hoogste lichte verontreinigingen in de bodem aangetoond, welke formeel geen belemmering vormt voor de voorgenomen nieuwbouw. Wel dient rekening te worden gehouden met de aanwezige ophooglaag. Formeel betreft deze laag geen bodem aangezien er meer dan 50% bodemvreemd materiaal aanwezig is. Bij zowel het onderzoek uit 2017 als onderhavig onderzoek is vastgesteld dat het zandige materiaal in de ophoging sterk verontreinigd is met zware metalen en PAK. Bij het werken in het materiaal dient rekening te worden gehouden met de te nemen veiligheidsmaatregelen en de beperkte hergebruiksmogelijkheden van het materiaal. Door de grote hoeveelheden zand wordt het materiaal ook niet geschikt geacht voor (hergebruik) als funderingslaag. Geadviseerd wordt om het materiaal in de ophooglaag (1.650 m 2 x 0,8 = circa 1.320 m3) bij herinrichting aan te bieden aan een erkende verwerker, welke het materiaal kan zeven, waarna 2 stromen (puin en (verontreinigd) zand) ontstaan, welke vervolgens verder kunnen worden verwerkt/gereinigd. In de bossage aan de westzijde van het terrein zijn ter plaatse van de boringen B118 en B120 sterke verontreinigingen met zware metalen en matige verontreiniging met PAK aangetoond.
Formeel wordt nader onderzoek geadviseerd om te bepalen of hier sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (indien > 25 m3 grond sterk verontreinigd is). Indien (niet of licht verontreinigde) grond van de locatie wordt afgevoerd voor hergebruik op een andere locatie dan is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Dat houdt in dat de kwaliteit van de grond bekend dient te zijn en dient te voldoen aan de samenstellings- en immissiewaarden uit dit besluit. Rekening dient te worden gehouden dat de kleiige ondergrond op de locatie vanwege de aanwezige lichte verontreinigingen naar verwachting in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. Klasse Industrie grond kan niet overal worden hergebruikt.
184.083.BR.11.ROS Pagina 17 van 17
Bijlagen Kadastrale omgevingskaart Kadastrale kaart Kadastrale eigendomsinformatie Rapportage bodemonderzoek Grondslag 2017 Fotoreportage Situatietekeningen Boorstaten Sleufbeschrijvingen Analysecertificaten
Omgevingskaart
Klantreferentie: 184.083
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object NEDERHORST DEN BERG A 2405 Eilandseweg 14, 1394 JE NEDERHORST DEN BERG CC-BY Kadaster.
Uittreksel Kadastrale Kaart
40
1612
864
1424
38
863
1563
1239
124 0
1343
161 1
1342
36
1425 1426
1223
Uw referentie: 184.083 D or 34a
1564
1235
1238
1561
1200
873 1221
869
1199
983
1236
982
34
859 861
14b
2405 14
2406 1835
2227
1590
2328
13
2228 183 0
n Ei l a w eg d se 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 15 juni 2018 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
10 m
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
NEDERHORST DEN BERG A 2405
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
p sst
ra
BETREFT
Nederhorst den Berg A 2405 UW REFERENTIE
184.083 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
15-06-2018 - 11:36
S11007696074
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
14-06-2018
07-06-2018
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Nederhorst den Berg A 2405 Kadastrale objectidentificatie : 013560240570000
Locaties Eilandseweg 14
1394 JE Nederhorst den Berg Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
Eilandseweg 14 b 1394 JE Nederhorst den Berg Grootte 4.342 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 130272 - 476121 Omschrijving Wonen
Erf - Tuin Ontstaan uit Nederhorst den Berg A 848
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB.
RECHTEN 1 Eigendom belast met Opstalrecht Nutsvoorzieningen op gedeelte van perceel
(1.1) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 3236/64 Amsterdam Naam gerechtigde Zanen Verstoep B.V. Adres Rosmolenweg 20
3356 LK PAPENDRECHT Statutaire zetel PAPENDRECHT KvK-nummer 23059918 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
1.1 Opstalrecht Nutsvoorzieningen op gedeelte van perceel Afkomstig uit stuk Hyp4 57756/110 Naam gerechtigde Gemeente Wijdemeren
Ingeschreven op 11-01-2010
BETREFT
Nederhorst den Berg A 2405 UW REFERENTIE
184.083 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
15-06-2018 - 11:36
S11007696074
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
14-06-2018
07-06-2018
BLAD
2 van 2
Adres Rading 1
1231 KB LOOSDRECHT Postadres Postbus 190
1230 AD LOOSDRECHT Statutaire zetel LOOSDRECHT KvK-nummer 32165063 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met het Klantcontactcenter.
PROJECT 26440 VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK EILANDSEWEG 14 EN 14B TE NEDERHORST DEN BERG
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 26440
Titel
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Eilandseweg 14 en 14b te Nederhorst den Berg
Projectleider
Dhr. ing. P. de Vries
Adviseur
Dhr. J.A. van de Wolfshaar, MSc.
Datum rapport
10 januari 2017
Opdrachtgever
Boskalis Nederland BV Waalhaven Oostzijde 85 3087 BM Rotterdam
Contactpersoon
Dhr. A.L.P. van Mourik
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 26440
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet
1 1 1 2 2 2
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
3 3 4 4 4
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Toetsingskader 4.2 Analyses grond 4.3 Analyses grondwater 4.4. Analyses asbest
5 5 6 7 7
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen
8 8 9
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Verklarende woordenlijst
1
1
Project 26440
INLEIDING EN DOEL Door Boskalis Nederland BV is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek op het perceel Eilandseweg 14 en 14b te Nederhorst den Berg. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen verkoop van de locatie. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Het asbestonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN5707 (Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond, 2015) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek).
2
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht, waarbij het niveau van een ‘standaard vooronderzoek’ is gehanteerd. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie Het perceel Eilandseweg 14 en 14b is kadastraal bekend als gemeente Nederhorst den Berg, sectie A, nummer 848. De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 130,2 en 476,1. Het perceel heeft een oppervlakte van 4.589 m². De onderzoekslocatie bestaat uit het gehele perceel Eilandseweg 14 en 14b. In werkelijkheid is het perceel aan de zijde van de Vecht iets breder dan het kadastraal perceel. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Huidige situatie Op de locatie zijn een woonhuis (Eilandseweg 14), een woonark (Eilandseweg 14b), een schuur en diverse kleine opstallen aanwezig. Ten zuiden van de woonark is een bovengrondse dieseltank aanwezig (3.000 liter). De oprit naar Eilandseweg 14b is verhard met klinkers. De oprit bij Eilandseweg 14 bestaat uit grind. Ter plaatse van de schuur is geen verharding aanwezig. De locatie is buitendijks gelegen langs de Vecht. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2
2.3
Project 26440
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - huurder Eilandseweg 14b - opdrachtgever - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl Het terrein is vanaf 1987 eigendom van aannemersbedrijf Zanen Verstoep (in 1988 overgenomen door Boskalis). Het terrein is voornamelijk in gebruik geweest als opslagterrein voor dit aannemersbedrijf. In de schuur bij Eilandseweg 14 werden reparatiewerkzaamheden verricht aan machines. Naast de woonark van Eilandseweg 14b is een bovengrondse dieseltank aanwezig met een omvang van 3.000 liter. In verband met de ligging direct naast de Vecht is het niet uitgesloten dat er bij baggerwerkzaamheden verontreinigde bagger op het terrein terecht is gekomen. Gezien het gebruik als opslagterrein is het buitendijkse gebied vermoedelijk (meerdere malen) opgehoogd op eventueel wegzakken van de bodem te voorkomen. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend. Bij www.bodemloket.nl is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend.
De locatie bevindt zich binnen zone ‘buitengebied’ van de Nota bodembeheer van de gemeente Wijdemeren. In dit gebied worden hooguit lichte verhogingen verwacht.
2.4
Toekomstige situatie Men is voornemens de onderzoekslocatie te verkopen. De toekomstige inrichting is onbekend.
2.5
Hypothese en onderzoeksopzet Verkennend bodemonderzoek Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank kunnen verhogingen aan minerale olie en/of aromaten niet worden uitgesloten. De onderzoeksopzet volgt de opzet de "Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)" van de NEN 5740. Op het perceel kunnen verhogingen aan diverse verontreinigingen worden verwacht als gevolg van eventuele opgebrachte baggerspecie uit de Vecht of andere ophogingen uit het verleden. De locatie wordt derhalve als verdacht aangemerkt. De onderzoeksopzet wordt gebaseerd op de "Onderzoeksstrategie voor een heterogeen verdachte locatie (VED-HE-NL)" van de NEN 5740.