bijlage 2 Uitspraak Rechtbank
Tekst van het document
uitspraak RECHTBANK MIDDEN.NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknrrrnmer: UTR 23 13356
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 augustus 2024 in de znak tussen Green Spirit 8.V.. gevestigcl in Bilthoven. gemeente De Bilt, eiseres, (gemachtigde: rnr'. C.J.R. van Binsbergen), elt
het college van burgemeester en wethouclers van de gemeente Wijdemeren (het co I Iege ), verrveelder'
(gemachtigde: mr. A. van Dekken). Als derde-partijen nerìlen aan de zaak cleel: - Châtetparc De Vechtoever B.V. (gernachtigcle: mr. C.J.R. van Bitlsbergen), en - de raad van de gemeente Wijclemeren (gemachtigde: ntr. A. van Dekken).
Inleitling I .l . Châletparc De Vechtoever
heeft op 2l oktober 2020 een orrgevingsvergunttittg
aangevraagcl voor het verplaatserr van 33 stanclplaatsen van Châletparc De Vechtoever naar het onbeboulvde terrein op kaclastraal perceelrturnn.ìer 438 dat aansluit op het bestaande recreatiepark aan de Eilandserveg 32 in Neclerhorst clen Berg, gelìleeltte Wijdenreren. Het recreatiepark Châletparc De Vechtoever heeft onclercleel uitgemaakt van Greerr Spirit B.V. en is hiervan afgesplitst. Het is als zelfstandig châletpark de opvolger van Greerr Spirit B.V. l .2. Op l 0 november 2022 heeft het college naar aanleiding vau deze aauvraag eetì ont,werpbesluit vool de weigering van de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) en eet.ì ontwerpbesluit vooluveigering van de otngevingsvergunttiug ter inzage gelegcl voor een periode van zes rveken. Hierop heeft het college een zienswijze van Châletparc De
Vechtoever van l2 decenlber 2022 orrtvangen. I .3. Met het besluit van 25 mei 2023 heeft de gemeetrteraacl de vvgb voor de uitbreiding van
Châletparc De Vechtoever geweigercl. Volgens de gerneenteraad is het realiseren vau de uitbreiding met nieuwe bebouwing in liet kader van de goede ruirntelijke ordening een ongeweuste ontwikkeling van'lvege, koft gezegd, de ligging iu een lveidevogelleefgebied en de aantasting van de universele r.vaarde van de Stelling van Amsterdam. 1.4. Met het een besluit van I juni 2023 (het bestreden besluit) heeft het college de
aant¡evraagde orrgevingsvergtrrrrring geu'eigerd voor cle actìr,iteit "gchruil<en van gronden of boulvr,verken in strijd rrret het besternmingsplan". De aarrvraag is beoordeeld
zaaknr¡rxmer: UTR 23I3356
)
nret toepassillg van aftikel 2.12van cle Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (wabo)' Verder is de aanvraag getoetst aan heiBesluit o,ngeulngrr."lî í. R"g"ting omgevingsrecht. De weigering van de vvgb van de ge,neen"teruuã "nmei 20í3 uun 25
maakt cleel uit van de weigering van cle oingeuin-eru-"rgunning. 1.5. op 4 juli 2023 heeft eiseres beroep ingesterct
tegerr cre weigering van de omgevingsvergunning eu daarrnee cle ,uveigerin[ uo,'r a" uu"gb.
I '6' Het college heefi o¡r 5 oktober 2023
l4 rnaarl 2024 op gc'r.cagecr.cl.
I7
een verweerschrilt ingecliencl. Eiseres heeft hier op
T:! onclerzoek op clc zittirr,q hcefi plaatsgevonclen op 2c) rnei 2024. Eiseres is versclrerrerr
bii haar veftegcn*oorcligcr D.P. van Vlaancleren, bigestaan cloor haar gemachtigcle. Het college elt de clerclc-partijelì lrebben zich laten v.rt"g-:,rru¡,grcligen cloor hun
gernachtigclerr.
Ovenvegingen Overgangsrecht
2' op I januari 2024 is cle wet algemene bepalingen omgevingsrecht (wabo) i¡getrokken en is de omgevings'uvet in lverking getreclen. ornclat uão,
¿iã datunì d" uu¡uråg or' cle
ontgevingsverguntting is ingediencl, is in cleze zaak cle Wabo nret cle onclerliggeãde regelingen llog vall toepassing. Dat volgt uit het overgarìgsreclrt van I
I rr
i'
artikel4.3 van cle
nvoeringsr,vet Om gevingswet.
getrokken beroepsgroltcl Eiseres heeft op clc- zilting cle beroepsgroncl ingetrokken dat het college i¡ cle gevraagde activiteit hacl ktt¡rrlen vt'rolzierr door clã besternining ter plaatse te wijzigen van "Agrarisch lnet rvaarclcll - Natuur - en lanclschups*aor,l"n" in de besteirrning ..Recreatie - Verblilfsrecrc'atie l"' De rechtbank zal d,eze gioncl claar.onr niet vercler b"späke',VA
ll
clc
idi
4. Verder is op tlc zitting rnet paftÜ en besproken dat in clit geval alleen met toepassing artikel 2. 12, eerste licl, o ncler a, sub 3, van cle Wabo (cle buiten planse afwijkingsnr o-sclijkheid) kan worden afgeweken van het bes
clat bij cle beoordelirrg van de vergunningaanv raag
varr
temmingsplan. Dit betekent
v¿ur eiseres de uitgebreide
voorberei dingsprocedure moet worden toegepast. Dit punt
staat niet meer ter discussie
Welke provinciale verorclen in ls van toe sinc? 5. Het college heeft de vergunni ngaanvraag getoetst aan de Verordening van provinciale Staten van de provincie N oord-Holland h ouclende regels omtrent ruimtel ijke ordening (Provinciale Ruimtel ijke Verorclening). Deze verorclening gold van l7 septernber 2019 tot en met l6 november 2020 6
Eiseres voeft aan dat het college de aanvraag aan de omgevi'gsverordening NH2020 had moetetl toetsen. Deze verorclening is op l7 noverr-tu"i zozõ in rverking getreclen en goltl tot crì rnct 3 I clcccntber 2023.
zaakrlrunrner: UTR 23133 56
3
7'. Artikel 12.2, eerste Iid, onder a. van de Orngevingsverorcletting NH2020 bepaalt dat voor lopende procedures het oude rechtvan toepassing is toteen beslLrit onherroepelijk r,vorclt, als voor de inwerkingtreding van de betreffencle bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen trveejaar na de inwerkingtreding is genomerì.
8. Eiseres heeft haar vergunningaaÍìvraag op 2l oktober 2020 ingediend, clus vóór de inr,verkingtreding van cle Omgevingsverordening NH2020 op l7 november 2020. Het beslr¡it r.vaarin het college de vergunningaanvraag heeft geweigerd dateeft van I jmi 2023. Dit is meer dan t,'vee jaar na de inrverkingtreding van de Orngevingsverordening NH2020. Dit betekerit dat cle Omgevingsverordening NH2020 van toepassing is en niet de Provinciale Ruirntelijke Verorclening. Dit levert een
motiveringsgebrek op.
9. De opn-rerking van het college op de zitting clat bij het nernen van het definitieve besluit is voortgeborduurcl op het ontr.verpbesluit staat hier niet aan in cle weg. Volgens cle tekst vau artikel 12.2, eerste lid. oncler a, varì de Onrgevingsverordening NH2020 gaat het om een onherroepelijk besluit. Verder staat in cle toelichting op dit artikel dat de besluitvormiug binuen trvee jaar na cle inrverkingtreding van cle betreffencle bepaling moet zijn afgerond. Hieruit leiclt de rechtbank af dat het om het definitieve besluit gaat. niet orn een ontwerpbeslL¡it.
Weigering van verklarir'ìg van geen bedenkingen 10. Eiseressteltzichverclerophetstandpuntclatdegemeenteraadopdestoel vande provincie is gaan zitten door de weigering van de vvgb uitsluitend te baseren op strrjd met provinciale belangen. De gemeenteraacl heeft volgens eiseres geen zelfstanclige beoorcleling van cle ruirntelijk relevante belangen voor cle gemeente Wijdenieren gemaakt en had dit r.vel moeten cloen. I l. De gelneenteraad heeft op 25 rrei 2023 de vvgb ger,veigerclomdat het realiseren van cle uitbreiding uret nieuwe beboLrrving in het kacler van cle goede ruimtelijk ordetring eeu ongewenste ontwikkeling is vanr.vege de ligging in het rveiclevogelleefgebied. rvaarbi¡rnen geen (uitbreiding van) nieulve bebou'uving kan plaatsvittdenr. Dit is een provinciaal belang. Daarnaast heeft cle geureenteraad de vggb gelveigerd omdat de tuitbreidingswens een aantasting vonnt van cle uitzonderlijke universele waarde van de Stelling van Amsterdaur en van de hierbij behorencle kernkwaliteitenr. Dit betreft ook een provinciaaI belang.
12. Uir rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Stater volgt dat het college in een dergelijk geval in beginsel gehouden is een als verklaring van geel.t bedenkingen aan te merken ontheffìng aan het college van gedeputeerde staten te vragen, terrzij het een andere grond heeft om de gevraagcle omgevingsvergunning te r,veigeren. bijvoorbeeld omdat het boLrwplan niet past binnen het gemeentelijk ruirntelijk beleid.
I Op grond van artil<el 25 r,an cic Provinciale Ruinrtelijke \/erorclening. r Op grond van de artikelen 20 tot en mel22 van de Provinciale Ruimtelrjke Verordening. 'r Zie bijvoorbeeld de r.ritspraak van 8 december202l, ECLI:NL:RVS:2021:2751.
zaaknurntner: UTR 23 133 56
4
l3' De genreeuteraacl heeft geen eigen inlrouclelijke afrveging gemaakt waarorn
cle
vergunning moet r'vorden geweigercl en niet onderboLlwJdãt de vergunningaanvraag iu strijd is met eerl goe'de ruirntelijke grdeníng. op de zitting heeft de
gemeenteraacl aangevoerd dat de r,veigering van
lernach"tigde van cle
cle vvgb ãok is gestãeld op gimeentelijk
ruirntelijk beleid, onrdat de gemeenteiaacl geen bebouiing wil ¡ir het buitËnlebied. De rechtbank stelt Vast dat deze weigeringsgloncl niet als zodãnig in het r.veigerl"ngsu"stuit is opgertotnen. I)e getttaclrtigde heeft óol nier concreet gemaãkt in welkãnd.irigg"na
beleidsstuk clit staat.
l4' Het collcge hce fi cle weigerittg om de orngcvirrusvergunning te verlenen
daarmee
uitslt¡iterrcl gcbasccrcl op provinciaal ruirniclijk beleiã. uet Jollege heeft zich niet uitgelaterr ovcr tlc vraag of'er aanleidin-e t-,csi,rncl een als vvgb aãn te merken ontlieffirrgr aall hct collegc Vatt gcdcpttteerde staten te vragerr. Gelethierop is hetbesl¡itvan 1-f trni 2023 in stIiid ntct clc in artikel 3:4(r van cle Awb neergeiegde motiveringsplicht genonìcn.
Gebreken 15. Het college kan de hiervoor oncler g en l4 genoemde
gebreken herstellen. Het
motiveringsgebrek ten aanzien van cle gewðigerde uug:b kun worclen hersteld cloor eeu als vvgb aarr te t]rerken orìtheffing aan let .oTl"g" uu,ig"J;pr,eercle staten te vragen. In het geval het college tot het oorcleel konlt dat er-een a,rãere'qronci is onr cle geuraãgcle ontgevittgsvergunning te lveigeren behoert het college geenintheffing te vãge'. bn,, kall ltet gebrek worden herstelcl cloor te rnotivererr ¿at rõt college eerlãr.,clere
lroncl olll de gevraagde omgevingsvergunning te lveigereu, bijvoorbeelcl omdat cle vergu''irr-gsaauvraag in strijd is met het gemeentelif k rLrimteliik beleid.
l6' Gelet op het voorgaatlde, behoeven cle overige beroepsgrorrclen geen
heerï
bespreking meer.
Conclusie en gevolgcn
l7' Het beroc¡l is gcglottclorllclat het bestreden heslLrit niet cleugdelijk is gemotiveercl. Dit betekc¡rt dat het bcsluit van I juni 2023 t'úer in srand kan blijven. De rechtbank
vernietigt claarorlr dit besluit. De rechtbank ziet geen aanleiãing om cle rechtsgevolgen van het beslLrit i'stancl te laten of zetf in cle zaaÈte voorzien. Het college,-,-,oãt opni.unu beslisse¡l o¡r cle vergutrtlingaarrvraag nret inachtnerningvau deze Lritspraak. Dit kan ertoe leiclerl dat de gertteenteraacl een als vvgb aan te rnerken ontheffing aan het uan gedepLrteerde staten moet vragen. Ornáat het vragen "otteg" van een cterg-et¡ke ontheffiig de rrodige voorbereidingstijd zal kunnerr vergerì, ziit de rechtbank ù uãn de mogelijîheicl ottl het college meteen tussenuitspraak iride gelegerrheid te stellen om de g.l6r"ken t" herstellen' De rechtbank volstaat daarom rret een kale venlietiging van het bestreden besluit.
l8' ollrclathet beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres
vergoeclen en
krii-ut eiseres ook een vergoeding van rraar proceskãsten. Het coilege moet deze vergoedittg betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,ornclat cle-gemachtigcle
I Op grond van
artikel lj.4 van de Orngevingsverordening NH2020
va'
zaaknunrrìter: UTR 23 13356
5
eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zittirrg treeft deelgenorrerl. Vercler zijn er geen kosten gernaakt die vergoecl kunnen r,','orden.
Beslissing De rechtbank:
- verklaaft het beroep gegrond: - vernietigt het besluit van I juni 2023; - draagt het college op een nieulv besluit te nerneu met iuachtnerning van cleze uitspraak: - bepaalt dat het college het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden; - veroorcleelt het college tot betaling van € I .750,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdarn, voorzitter, eu nlr. N.H.J.M. Veldman-Gielen ett mr. S.C.A. van Kuijeren, leclen, in aanlvezigheid van nir. J.M.T. Bouwur an, griffier. De uitspraak is Lritgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze Lritsplaak is verzonden aau paftijen op:
0
I sEP 202t
Informatie over hoger beroep " Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar cle Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State r,vaarin ',vordt uitgelegcl waarorn deze paftij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet lvorden ingediencl binnen zes rveken na de dag waarop deze Lritspraak is verzonden. Kan cle incliener de behandeling van lret hoger beroep niet afwachten, onrdat cle zaak spoed heeft, clan kan de itrdiener de voorzieningenrecltter van de Afcleling bestuursrechtspraak van c1e Raad van State vragelt otn eell voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
'l.t-",.r-,Jc
,{l
äfr"