CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting BP Loosdrecht, het Laantje 3 en 4 vastgesteld (23-12-2021)

gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Bestemmingsplan 't Laantje 3+4 (12V/6T Aangenomen)17.745 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

’t Laantje 3 en 4

December 2021

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

Bestemmingsplan ’t Laantje 3 en 4

Plannaam:

‘t Laantje 3 en 4

Plantype:

Bestemmingsplan

Status:

Vastgesteld

IMRO-nummer: NL.IMRO.1696.BP7800tLntje342020-va00 Datum:

December 2021

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIEM ................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 2.1 2.2

BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 8

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 4 MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 24 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEM.................................................................................................................................................... 25 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 27 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37

HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 39 5.1 5.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 PLANGEBIED ............................................................................................................................................. 40

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 42 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 42 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 44

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 46 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, PARTICIPATIE EN ZIENSWIJZEN ................................... 47 8.1 8.2 8.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 47 PARTICIPATIE ............................................................................................................................................ 47 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 47

BIJLAGEN

............................................................................................... 48

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

(VOGELVLUCHT)IMPRESSIES ................................................................................................................. 49 BEZONNINGSSTUDIE ........................................................................................................................... 50 BOMEN EFFECT ANALYSE .................................................................................................................... 51 VERKEERSONDERZOEK......................................................................................................................... 52 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 53 VERKENNEND BODEMONDERZOEK NR. 3 (GEDEELTELIJK) EN NR. 4 ............................................................... 54 NADER BODEMONDERZOEK NR. 3 (GEDEELTELIJK) EN NR. 4 ........................................................................ 55 BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14 BIJLAGE 15

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NR. 3 (GEDEELTELIJK) EN PFAS............................................................... 56 AKOESTISCH ONDERZOEK EFFECTEN OP OMGEVING ................................................................................... 57 AERIUS BEREKENING ......................................................................................................................... 58 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 59 VLEERMUIZENONDERZOEK ................................................................................................................... 60 VORMVRIJE MER-BEOORDELING .......................................................................................................... 61 PARTICIPATIEVERSLAG......................................................................................................................... 62 ZIENSWIJZENNOTA ............................................................................................................................. 63

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Ter plaatse van de twee percelen ’t Laantje 3 en 4, gelegen in het dorp Nieuw-Loosdrecht (gemeente Wijdemeren), bevinden zich twee vrijstaande woningen. De gemeente kampt met een tekort aan verscheidende woningtypen, met name aan het type appartementen. De percelen met de vrijstaande woningen zijn, gezien de ligging, zeer geschikt om in een deel van de behoefte aan appartementen te kunnen voorzien. Initiatiefnemer is dan ook voornemens om de bestaande woonbebouwing te slopen en ter plaatse een appartementengebouw met in totaal 49 huur- en/of koopappartementen te realiseren, in verscheidene segmenten. Onder de appartementen wordt een kelder gerealiseerd met parkeerplaatsen en bergingen. Op maaiveldniveau worden eveneens parkeerplaatsen gerealiseerd. De gewenste ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Voor overeenstemming met het bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling ter plaatse vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied omvat de twee percelen ‘t Laantje 3 en 4. Deze zijn gelegen in het dorp Nieuw-Loosdrecht (gemeente Wijdemeren). De ligging van het plangebied in Nieuw-Loosdrecht wordt weergegeven in afbeelding 1.1, waarin het plangebied met de rode belijning en de rode ster indicatief wordt aangegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: ArcGIS)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ’t Laantje 3 en 4 bestaat uit de volgende stukken: •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1696.BP7800tLntje342020-va00) en een renvooi;

•

regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

1.4

Huidige planologische regiem

1.4.1

Algemeen

Het plangebied bevindt zich binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Kernen Ankeveen, Kortenhoef en Nieuw-Loosdrecht’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27 september 2012 door de gemeenteraad van Wijdemeren. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven, hierin is het plangebied met de rode belijning indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen’ met een bouwvlak en maatvoeringseisen ten behoeve van de goothoogte, de bestemming ‘Tuin’, de bestemming ‘Groen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’. In onderstaande tekst wordt per (dubbel)bestemming aangegeven welke regels hierbij horen. ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor bed & breakfast of aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Daarnaast zijn bij de bestemming behorende voorzieningen toegestaan, zoals erven, tuinen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd en te voldoen aan de maatvoeringseisen. Voor de bouwhoogte geldt een maximale hoogte van 9 meter, voor de goothoogte zijn ter plaatse aanduidingen opgenomen (Laantje 3: maximaal 4 meter, Laantje 4: maximaal 4 en 6 meter). Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen gestapelde woningen, zoals appartementen, worden gebouwd. ‘Tuin’ De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Daarnaast zijn al dan niet verharde paden en erfontsluitingswegen toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld Gronden die aan een hoofdgebouw grenzen mogen voor bepaalde maten beschikken over ondergeschikte onderdelen die tot het hoofdgebouw behoren. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden verschillende maximale bouwhoogtes van 1 meter tot 5 meter. ‘Groen’ De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groen, bij deze bestemming behorende voorzieningen (zoals speel- en recreatieve voorzieningen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en water) en particuliere tuinen. Op deze gronden mogen gebouwen tot een oppervlak van ten hoogste 5 m² per gebouw en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter worden gebouwd. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ter plaatse ten hoogste 3 m en de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ter plaatse ten hoogste 1 meter. ‘Waarde – Archeologie – 5’ De voor 'Waarde - Archeologie - 5' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op gronden met deze dubbelbestemmingen mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 4 meter.

Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 5' geldt een archeologische onderzoeksplicht bij een oppervlakte van meer dan 2.500 m² en een diepte van meer dan 40 cm.

1.4.3

Strijdigheid

Het voornemen is om de twee bestaande woningen te vervangen door een appartementengebouw met in totaal 49 appartementen. Dit is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie NoordHolland en de gemeente Wijdemeren beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg, participatie en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

BESCHRIJVING PLANGEBIED

Huidige situatie

Het plangebied ligt, zoals vermeld, aan ‘t Laantje 3 en 4, in het dorp Nieuw-Loosdrecht (gemeente Wijdemeren). In de directe omgeving van het plangebied zijn aan verscheidende zijden woningen met tuinen, groen en maatschappelijke functies aanwezig. Tevens is in de nabijheid een locatie voor een bedrijf aanwezig (ten westen van ’t Laantje 1), het gebouw ter plaatse wordt momenteel gebruikt als bijgebouw bij de naastgelegen woning. Ten noorden en ten westen van het plangebied ligt het Bosje van Sprenger met enkele monumentale bomen, het bos is gemeentelijk eigendom en is vrij toegankelijk. Ten oosten bevindt zich de Luitgardeweg, met daarachter het appartementencomplex Godelindehof. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich ’t Laantje: een voetgangers- en fietsersverbinding tussen de Luitgardeweg en de Nieuw-Loosdrechtsedijk. Ten zuiden van ’t Laantje bevindt zich tot slot een woongebied. Ter plaatse van het plangebied zijn twee vrijstaande woningen met erfverharding, tuinen en bomen aanwezig. Afbeelding 2.1 geeft met luchtfoto een helder beeld van de huidige situatie ter plaatse (rode omlijning).

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: Provincie Noord-Holland)

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Voorgenomen ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen en de locatie te herontwikkelen. Het plan voorziet concreet in de realisatie van een appartementengebouw met 49 appartementen, een en ander met bijbehorende (parkeer)voorzieningen. Het gaat om 16 sociale huurappartementen, 17 huurappartementen - waarvan 11 in het middensegment - en 16 koopappartementen in de vrije sector. Vanwege de omvang, locatie en toegankelijkheid (lift) zijn deze geschikt voor zowel starters en doorstromers als voor senioren.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld Bij het bepalen van de situering en bij het ontwerp van het appartementengebouw is rekening gehouden met de kenmerken van de naastgelegen bebouwing, teneinde te komen tot een stedenbouwkundige aanvaardbare situatie. Het gebouw bestaat uit maximaal vijf bouwlagen, inclusief de kelder, en beschikt over verschillende blokken (A t/m D, waarbij bovenste bouwlaag doorlopend is). Er is sprake van een variërende bouwhoogte, waarvan het grootste deel een bouwhoogte van maximaal 13 meter heeft. De appartementen krijgen allen een terras (begane grond) of balkon/dakterras (verdiepingen) en zijn op de verdiepingen te bereiken via een trappenhuis en/of per lift. In afbeelding 2.2 is de situatietekening van de gewenste situatie binnen het plangebied opgenomen. Afbeelding 2.3 omvat een impressie van de voorgevel en een vogelvluchtimpressie. Voor meer impressies wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.

Afbeelding 2.2: Situatietekening gewenste situatie binnen het plangebied (Bron: Valk Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

Afbeelding 2.3: (Vogelvlucht)Impressies (Bron: Bouw Advies)

In de kelder wordt een parkeergarage met een capaciteit van 50 parkeerplaatsen gerealiseerd. In deze kelder worden tevens bergingen voor de appartementen gerealiseerd. Rondom de bebouwing wordt tevens in 18 parkeerplaatsen en een fietsenstalling voorzien. Het plangebied wordt in het zuidoosten ontsloten op de Luitgardeweg.

2.2.2

Bezonning

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan het van belang zijn om de zon- en schaduweffecten op de directe omgeving te bepalen. In dit geval is dit wenselijk vanwege de hoogte van het gebouw en de afstand tot nabijgelegen woningen. Valk Architecten heeft in voorliggend geval een bezonningstudie gemaakt. Uit deze studie blijkt dat geen sprake is van onevenredige schaduwwerking op omliggende woonpercelen. Dit komt doordat ten noorden van het plangebied, waar de meeste schaduwwerking plaatsvindt, geen woonpercelen gelegen zijn. Schaduwwerking van het gebouw is veelal beperkt tot uur/enkele uren in de avondperiode. Overigens wordt opgemerkt dat de bestaande te behouden bomen ook voor schaduw zullen zorgen en de schaduwwerking ten gevolge van het gebouw dan ook per saldo beperkter is dan in de studie is weergegeven. Voor de beelden wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze toelichting. Wat betreft de gevolgen van schaduwwerking op het ten noorden gelegen Bosje van Sprenger wordt verwezen naar de bomeneffectanalyse (zie par. 2.2.4). Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld 2.2.3

Duurzaamheid

Binnen het voornemen wordt eveneens aandacht besteed aan het aspect duurzaamheid. De appartementen zullen gasloos worden uitgevoerd. Ook wordt de bovenste verdieping van de appartementen voorzien van zonnepanelen. Tevens wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met circulair bouwen. Op deze aspecten wordt in onderstaande tekst nader ingegaan. Gasloos De overheid wenst om geen gebruik meer te maken van gas. Dit onder meer vanwege de wens om de globale temperatuurstijging te beperken en de CO2 uitstoot te verminderen, maar ook vanwege het feit dat gas een eindig product is en de gevolgen die de gaswinning heeft voor de directe omgeving. In voorliggend geval wordt de nieuwe bebouwing, conform de huidige wetgeving, dan ook niet op het aardgasnetwerk aangesloten. Zonnepanelen Met de beoogde zonnepanelen op het dak van de bebouwing kan energie uit de zon worden omgezet in stroom. Het toepassen van deze panelen draagt bij aan het beschermen van het klimaat: bij deze vorm van elektriciteitsopwekking is namelijk geen sprake van vrijkomende milieuvervuilende stoffen of broeikasgassen. De opbrengst van zonnepanelen verschilt door het jaar heen, aangezien de stralingsintensiteit per periode verschilt.

Deze is in de maanden mei, juni en juli vele malen hoger dan in de maanden november, december en januari, waardoor een zonuur in de eerst vermelde maanden meer bijdraagt aan de opbrengst dan een zonuur in de laatst vermelde maanden. Circulair bouwen Binnen het voornemen wordt daarnaast zoveel mogelijk rekening gehouden met circulair bouwen. In het algemeen worden bij het realiseren van gebouwen veelal grondstoffen gewonnen, waarna deze worden verwerkt tot producten en vervolgens - wanneer de producten niet meer bruikbaar zijn - worden vernietigd. Deze vorm van bouwen kan echter niet oneindig worden toegepast, aangezien grondstoffen uiteindelijk op zullen raken. Met het oog op de toekomst wordt bij circulair bouwen op een andere manier gebruik gemaakt van grondstoffen en producten. Hierbij is namelijk sprake van een (gesloten) kringloop, waarbij grondstoffen, producten en goederen slim worden gebruikt (bijvoorbeeld minimaal gebruik/hergebruik grondstoffen en levensduurverlening). Hierdoor kunnen deze oneindig hergebruikt worden. Onbruikbare producten kunnen hierbij nuttig worden ingezet in een ander product, zonder dat sprake is van kwaliteitsverlies of restproducten.

2.2.4

Bomen en Bosje van Sprenger

In het kader van het voornemen is door Copijn Boomspecialisten een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd ten behoeve de bomen op en rond het plangebied. De BEA is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Hieronder worden kort het advies beschreven. Het bouwvlak inclusief verdiepte kelderbak vraagt fysieke bouwruimte waarvoor bomen moeten verdwijnen. Kap van enkele bomen is gerechtvaardigd vanwege de verminderde kwaliteit. Kap van bomen in het Bos van Sprenger is in eerste instantie niet te rechtvaardigen vanwege de omvang en de samenhang van dit bos. Bij het nader bekijken van de soortensamenstelling, verdere groei en ontwikkeling van deze rand en de plantwijze en beheerstatus kan ingrijpen in deze rand onder voorwaarden leiden tot een betere uitgangssituatie. Alles in samenspraak met de gemeente. Herstel van de rand tot het huidige beeld is echter uitgesloten omdat er onvoldoende licht toetreedt tot de ondergrond. Door de verschuiving van 2 m kan ontwikkeling van de rand met kleinere (te behouden) bomen en nieuwe heesters wel plaatsvinden. Compensatie van gekapte bomen kan slechts gebeuren op een, door de gemeente nader aan te wijzen, herplantlocatie. De randbeplanting kan wel door schaduw minnende soorten worden afgeschermd van de wandelpaden.

Dit verdient een nadere uitwerking waarbij ook de randbomen landmeetkundig worden ingemeten zodat er, in afstemming met de bouwaannemer, een goed afgestemd plan kan worden opgeleverd.

Aanvulling toenemende schaduw Met het oog op de toenemende schaduwvorming door de nieuwbouw veranderd de groeiplaats van de bomen. Verwachting is dat bij bomen met een matige conditie groeistagnatie optreedt en sneller dood houtvorming. Het merendeel van de bomen zal zich aanpassen aan de nieuwe situatie omdat de BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

boomkroon niet de hele dag in de schaduw komt en boven het gebouw uit gaat groeien (of al hoger is). Zaailingen die opkomen in de nieuwe situatie kunnen begeleidt worden in de nieuwe situatie. Hetzelfde geldt voor herplant. De jonge bomen groeien minder hard dan wanneer ze meer zonlicht krijgen maar groeien wel. Voorkeur gaat uit naar boomsoorten die het op een schaduwrijke standplaats ook prima doen zoals de gewone beuk (Fagus sylvatica). Aanvulling bronbemaling Het advies is het toepassen van retourbemaling omdat er met een gesloten bouwkuip gewerkt gaat worden. Op basis van de bewortelingsdiepte en de aangetroffen grondwaterstand is het advies om een drietal vochtsensoren te plaatsen in het Bos van Sprenger tot 1,00 meter diepte om extra waarborg te hebben dat de bemaling niet leidt tot vochttekorten in het groeiseizoen. Samen met de geplaatste peilbuis is het voldoende grip op de situatie omtrent bemaling bij gebruik van een gesloten damwandkuip. Wanneer het definitieve bemalingsplan bekend is kan deze door een European Tree Technician worden getoetst. Daaruit volgen eventueel randvoorwaarden en kan een toezichthouder bomen worden aangesteld voor tijdens de uitvoering om eventueel nog maatregelen te treffen in de vorm van watergeven. Het advies om retourbemaling toe te passen wordt opgevolgd. 2.2.5

Extra kwaliteitsimpuls

Naast de kwaliteitsimpuls die de in de omgeving passende nieuwe bebouwing met zich meebrengt zal er een extra kwaliteitsimpuls plaatsvinden. Dit betreft de herinrichting van een deel van de bestaande voetgangersen fietsersverbinding ’t Laantje. Het voornemen is om in samenwerking met de gemeente en eventueel aanwonenden te komen tot de meest optimale invulling, waarbij de bestaande functie blijft behouden. Dit zal een extra positief effect hebben op de uitstraling van de directe omgeving. De herinrichting zal via een anterieure overeenkomst bekostigd worden door de initiatiefnemer.

2.2.6

Verkeer en parkeren

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. De planologische wijziging van dit plan leidt tot een verhoging van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte. Ten behoeve van het voornemen is door Roelofs Groep een verkeersonderzoek uitgevoerd in het kader van de verkeerseffecten (zie bijlage 4 bij deze toelichting). De aspecten parkeren en verkeer en de kern van het onderzoek worden in onderstaande tekst nader beschreven. Opgemerkt wordt dat nadien de inrichting van het plangebied qua parkeren in beperkte mate is gewijzigd, per saldo komen er meer parkeerplaatsen bij hetgeen verwerkt is in onderstaande tekst. Parkeerbehoefte De beleidsregel ‘Parkeernormen gemeente Wijdemeren’ d.d. 31-03-2015 bevat de gemeentelijke parkeernormering. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen de kernen en het landelijk gebied. Parkeervoorzieningen moeten in eerste instantie op het erf, behorende bij de functie, worden aangebracht. In voorliggend initiatief leidt dit tot de volgende parkeerbehoefte: • 16 sociale huurappartementen * 1,0 parkeerplaats = 16,0 parkeerplaatsen • 17 huurappartementen vrije sector * 1,3 parkeerplaats = 22,1 parkeerplaatsen • 16 koopappartementen * 1,3 parkeerplaats = 20,8 parkeerplaatsen Dit zijn in totaal 58,9 parkeerplaatsen.

De totale parkeerbehoefte is afgerond 59 parkeerplaatsen. Omdat de planontwikkeling alleen de functie ‘wonen’ betreft is dubbelgebruik niet mogelijk, waarmee de feitelijke parkeervraag ook 59 parkeerplaatsen is. Daarnaast moet ter plaatse ook de parkeerbehoefte voor een viertal parkeerplaatsen worden opgevangen, aangezien dit aan de Luitgardeweg vervalt als gevolg van de ontwikkeling (i.v.m. toegankelijkheid grote

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld voertuigen hulpdiensten etc.). Evenals een tweetal parkeerplaatsen dat vervalt als gevolg van de plaatsing van containers van de Grondstoffen- en Afvalstoffen Dienst aan de Luitgardeweg, waarvan ook de bewoners van de appartementen binnen plangebied gebruik kunnen maken. Er is daarmee sprake van een behoefte van 65 parkeerplaatsen. Met de beoogde 68 parkeerplaatsen binnen het plangebied (50 in de kelder en 18 op het maaiveld) is voldoende parkeercapaciteit beschikbaar om deze parkeervraag te faciliteren. Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie van het planvoornemen te berekenen is gebruik gemaakt van de kencijfers voor verkeersgeneratie, zoals opgenomen in CROW publicatie 381. Voor de aanwezige functies is hierbij uitgegaan van het ‘minimale kencijfer’ voor de ‘schil’ in ‘weinig stedelijk’ gebied. Dit uitgangspunt komt overeen met de gemeentelijke beleidsregel voor parkeernormering, waarbij voor de parkeernormen voor locaties in de ‘kern’ ook is gekozen voor het ‘minimum’. De parkeerbehoefte heeft namelijk een directe relatie met de mobiliteitsbehoefte (verkeersgeneratie).

Op basis hiervan leidt planontwikkeling tot de volgende verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag: • 16 sociale huurappartementen * 3,7 mvt/etmaal = 59,2 mvt/etmaal • 17 huurappartementen vrije sector * 3,7 mvt/etmaal = 62,9 mvt/etmaal • 16 koopappartementen * 5,5 mvt/etmaal = 88,0 mvt/etmaal Dit zijn in totaal 210,1 mvt/etmaal. Het plangebied heeft in de huidige situatie ook een (planologische) verkeersgeneratie, deze komt te vervallen. Het gaat om de volgende verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag in de huidige situatie: •

2 vrijstaande woningen * 7,7 mvt/etmaal = 15,4 mvt/etmaal

Per saldo leidt het planvoornemen voor dan ook tot een toename van 194,7 mvt/etmaal. Naar boven afgerond komt dit neer op circa 200 extra verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag. Het verkeer van/naar het plangebied verdeelt zich over het ontsluitende wegennet. Voor wat betreft de verkeersveiligheid geldt dat het planvoornemen leidt tot extra verkeer op het omliggende wegennet. Hiermee wordt de kans op een ongeval in theorie groter. Op basis van de lage basisintensiteiten is het risico op een conflict echter gering en daarmee acceptabel. Ook het snelheidsbeeld geeft geen substantiële veiligheidsrisico’s voor de verschillende weggebruikers. Voor voetgangers zijn er met de aanwezige trottoirs voldoende aparte voorzieningen aanwezig. Ook de toegankelijkheid voor mindervaliden vormt hierbij geen probleem. Fietsverkeer heeft geen eigen plek op de rijbaan. Op basis van de hoeveelheid verkeer en de snelheden levert dit na verwachting echter geen problemen op. Het beperkte zicht bij het uitrijden van het plangebied vormt wel een aandachtspunt voor de verkeersveiligheid. Voor uitgaand verkeer is het van belang goed zicht te hebben op het gemotoriseerd- en fietsverkeer op de Luitgardeweg, maar ook voetgangers op het trottoir. Resumerend geldt dat het planvoornemen, met bovengenoemde ontsluitingsmaatregel, vanuit de verkeersveiligheid acceptabel is.

Conclusie Op basis van voorgaand verkeersonderzoek voor het appartementencomplex ‘Het Laantje’ volgen de volgende conclusies/aanbevelingen: • parkeren: de voorgenomen 68 parkeerplaatsen volstaan om te voorzien in de parkeerbehoefte van 65 parkeerplaatsen. Hierbij is er ook voldoende capaciteit voor bezoekersparkeren en compensatie van vervallen parkeerplaatsen aan de Luitgardeweg; • verkeersgeneratie: de voorgenomen ontwikkeling kent een verkeersgeneratie van 210 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. Met aftrek van de huidige (planologische) verkeersgeneratie, volgt een toename van circa 200 verkeersbewegingen per weekdag; • verkeersontsluiting: het plangebied kent met de Luitgardeweg/Nootweg, Luitgardeweg/Tjalk en de Van Mijdenlaan goede ontsluitingsmogelijkheden voor gemotoriseerd verkeer. Deze verbindingen zorgen ook voor goede ontsluitingsmogelijkheden voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Tevens voorziet ‘t Laantje in een goede extra ontsluitingsroute voor fietsers en voetgangers in westelijke richting;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld •

•

•

verkeersafwikkeling: wanneer de verkeersgeneratie van de voorgenomen ontwikkeling op het ontsluitende verkeerstructuur wordt toegedeeld, volgen voor de Luitgardeweg geprognotiseerde intensiteiten van 2.000 tot 1.200 mvt/weekdag. Voor de Van Mijndenlaan is de prognose 660 mvt/weekdag. Het ontsluitende wegennet ruim voldoende restcapaciteit om te voorzien in een acceptabele verkeersafwikkeling; verkeersveiligheid: op basis van de geringe verkeerstoename, de weginrichting en rijsnelheden zijn er op het omliggende wegennet geen onaanvaardbare verkeersveiligheidsrisico’s. Het zicht en voorrangssituatie bij het uitrijden van het plangebied brengt wel een veiligheidsrisico met zich mee. In de nadere uitwerking dient dit nader vorm te krijgen; aandachtspunten: bij de nadere uitwerking van het planvoornemen zijn er een aantal verkeerskundige aandachtspunten. Aanbevolen wordt rekening te houden met: 1. vormgeving ontsluiting plangebied (i.v.m. bestaande drempelplateau); 2. flexibiliteit t.b.v. invalideparkeerplaatsen; 3. parkeerverbod t.p.v. ontsluiting plangebied (i.v.m. toegankelijkheid); 4. toegankelijkheidseisen mindervaliden.

In een nadere uitwerking van het voornemen is aandacht voor bovenstaande aanbevelingen. Gesteld wordt dat het voornemen geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op het omliggende verkeersnetwerk.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid en conclusie

Voor wat betreft het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) wordt opgemerkt dat het plangebied zich binnen het radarverstoringsgebied van Soesterberg bevindt, echter vormt dit gelet op de beperkte hoogte van de bebouwing geen belemmering. De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De herontwikkeling raakt dan ook geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. In onderstaande tekst wordt de ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt bijvoorbeeld vanaf twaalf woningen dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld De Afdeling is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van de herontwikkeling van twee percelen met twee vrijstaande woningen naar een locatie met een appartementengebouw voor 49 woningen. Per saldo is dan ook sprake van een toename van 47 woningen. Gelet op het feit dat er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd, wordt geconcludeerd dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan gelet op de lokale behoefte aan appartementen worden beperkt tot de gemeente Wijdemeren.

Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling In 2010 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de provinciale woonvisie 'Goed wonen in NoordHolland 2010-2020' vastgesteld. Voor de uitvoering van de woonvisie zijn door de regio’s in de provincie met de provincie Regionale Actieprogramma's Wonen (RAP's) ontwikkeld. In het Regionaal Actieprogramma Wonen Gooi- en Vechtstreek 2016-2020 (2017) is de regionale behoefte aangetoond en regionaal afgestemd. Tot 2030 zijn binnen de regio waartoe de gemeente Wijdemeren behoort nog 9.250 nieuwbouwwoningen nodig, dit zijn in de periode 2015 tot 2020 750 nieuwbouwwoningen per jaar en de tien daaropvolgende jaren 550 nieuwbouwwoningen per jaar. Belangrijke thema’s binnen de regio zijn beschikbaarheid en betaalbaarheid. De volgende punten zijn aansluitend hierop of aanvullend hierop het meest van belang, op basis van regionaal en gemeentelijk woonbeleid (zie ook paragraaf 3.3.2): • • • •

Minimaal 1/3e betaalbaar (huur tot € 710 en koop tot € 180.000) en minimaal 2/5e deel gestapelde bouw. Waar mogelijk inzetten op het middensegment (huur van € 710 tot € 850 euro); Rekening houden met variatie, duurzaamheid en levensloopbestendigheid; Stevig inzetten op verjonging van de kleine kernen door het vasthouden en aantrekken van jongeren. Prioriteit geven aan starters en doorstromers uit de buurt en dit vastleggen; Strategisch inzetten bij nieuwbouw (tekorten, leefbaarheid, doorstroming en duurzaamheid).

Het toevoegen van de 49 gewenste woningen past qua aantallen binnen het woningbouwprogramma. Qua type en segment voorziet het plan in appartementen in verschillende segmenten. Circa één derde hiervan, namelijk 16 woningen, betreft sociale huur. De overige appartementen zijn onderverdeeld in 11 huurappartementen in het middensegment, 6 huurappartementen in de vrije sector en 16 koopappartementen de vrije sector. Bij de realisatie wordt tevens rekening gehouden met duurzaamheid (gasloos bouwen en zonnepanelen) en levensloopbestendigheid (appartementen zijn bewoonbaar voor bewoners in verscheidende levensfasen). Gelet op het vorenstaande draagt het plan bij aan de ambities ten aanzien van betaalbaarheid van woningen, het toevoegen van appartementen, het inzetten op onder meer het middensegment, het rekening houden met variatie, duurzaamheid en levensloopbestendigheid en het aantrekken van starters en doorstromers. Tevens wordt met de appartementen gericht op de doelgroep senioren. Resumerend wordt dan ook gesteld dat het plan zowel voorziet in de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Ter plaatse van het plangebied kan voor een deel in de reeds beschreven behoefte worden voorzien. Hierbij is sprake van herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied, de herontwikkeling vindt plaats ter plaatse van percelen met twee vrijstaande woningen. Nadere motivering op dit onderdeel is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat sprake is van een behoefte en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Hiermee voldoet het voornemen aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Omgevingsverordening Noord-Holland 2050.

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

3.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd.

Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.

2.

3.

Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld 4. 5.

Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten.

3.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Het voornemen voorziet in het realiseren van 49 appartementen binnen bestaand bebouwd gebied , waarbij het per saldo gaat om een toevoeging van 47 woningen. De ontwikkeling is passend bij de rol van de kern en voorziet in de vraag op basis van de meest actuele cijfers (zie ook paragrafen 3.1.2 en 3.3.2 van deze toelichting). Als gevolg van het voornemen wordt bijgedragen aan de diversiteit en variatie binnen woonmilieus en de leefbaarheid in de kern. Het plangebied bevindt zich daarnaast op korte afstand van een Ov-punt en is vanaf de omliggende wegen goed bereikbaar. Tevens betreft het een goed ingepaste ontwikkeling (zie paragraaf 2.2.5 van deze toelichting) en is sprake van het realiseren van duurzame en gasloze woningen, waarbij tevens sprake is van het opwekken van energie en waar zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met circulair bouwen (zie paragraaf 2.2.3 van deze toelichting). Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de provinciale omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland 2050

3.2.2.1 Algemeen Bij de Omgevingsvisie hoort een Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening staan de regels waaraan bestemmingsplannen in Noord-Holland moeten voldoen. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de verordening regelmatig aangepast. De meest recente versie is in 2020 in werking getreden.

3.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsverordening In voorliggend geval is uitsluitend artikel 6.3 (nieuwe stedelijke ontwikkeling) van toepassing. Hierna wordt nader op dit artikel ingegaan.

Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. In de Omgevingsverordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ als volgt gedefinieerd: ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening. In het Besluit ruimtelijke ordening is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ nader gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan artikel 6.3 van de Provinciale Omgevingsverordening De in voorliggend plan besloten ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke en regionale woonvisie en daarmee met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (zie paragraaf 3.3.2). Vermeld wordt dat afstemming binnen de regio heeft plaatsgevonden, met opname op de provinciale woningbouwcapaciteitenlijst. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 6.3 van de Provinciale Omgevingsverordening.

3.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale beleidsambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2050.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Wijdemeren

3.3.1.1 Algemeen In 2012 heeft de gemeenteraad van Wijdemeren de Structuurvisie Wijdemeren vastgesteld. In het document is aan hand van verschillende aspecten een huidige ruimtelijke structuur en een visie voor de gehele gemeente opgesteld. De structuurvisie gaat op in op de ruimtelijke structuur voor een periode van 10 tot 40 jaar. Het speerpunt in het gemeentelijk beleid is gelegen in het versterken van de toeristisch-recreatieve positie van Wijdemeren in het Groene Hart. In voorliggend geval is het onderdeel ‘wonen’ van belang.

3.3.1.2 Wonen Huidige situatie Ankeveen, Kortenhoef, Nederhorst den Berg en Nieuw-Loosdrecht zijn de grotere plaatsen in de gemeente. Wijdemeren bestaat uit kernen die zijn ontstaan aan de linten. Daarnaast concentreert de bebouwing zich vooral in de linten. Hier zijn over het algemeen de woningen uit het duurdere segment te vinden. Knelpunten: 1. Stagnatie in de woningmarkt: De woningmarkt functioneert niet optimaal en dit heeft tot gevolg dat in het algemeen de keuzemogelijkheden voor woningzoekenden te beperkt zijn. Doorstroming is beperkt, omdat mensen die door te verhuizen geschikte woningen voor andere woningzoekenden vrij kunnen maken, door het gebrek aan keuzemogelijkheden niet verhuizen. 2. Bouwproductie onevenwichtig: Een te kleine, “schoksgewijze” bouwproductie (pieken en dalen) die bovendien eenzijdig kan worden genoemd (relatief veel eengezinskoopwoningen), draagt niet bij aan een verbetering van de reeds beschreven situatie. 3. Voorraad past onvoldoende bij vraag > doelgroepen in de knel: De woningvoorraad bestaat vooral uit eengezinswoningen, met name in de koopsector. De voorraad past onvoldoende bij de woonwensen op korte en lange termijn. Dit levert knelpunten op voor: • Jongeren: Er is een blijvende behoefte aan passende woningen onder jongeren.

• Ouderen: De gemeente heeft een behoorlijk oude leeftijdsopbouw en krijgt in de toekomst te maken met vergrijzing. De meerderheid van de ouderen in Wijdemeren wil zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, ook als er onverhoopt zorg nodig is. Pas op latere leeftijd (75+) komen alternatieven in beeld: aanleunwoningen, verzorgings- of verpleeghuis. Op dit

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld moment is een tekort aan passende huisvesting voor deze doelgroep, en dat tekort loopt de komende jaren verder op als geen passend antwoord wordt gevonden. •

Mensen met fysieke/verstandelijke beperkingen: Bijzondere aandacht is nodig voor mensen met fysieke/verstandelijke beperkingen. Er is een toenemende behoefte aan kleinschalige woonvormen waar wonen, zorg en welzijn worden gecombineerd. De nadruk ligt hierbij op zelfstandige (levensloopbestendige) woningen, al dan niet met (thuis)zorg. In deze woningen kunnen mensen in principe lang zelfstandig blijven wonen. Een goed pakket van welzijn en zorg moet dan echter wel voorhanden zijn op het moment dat daar behoefte aan ontstaat.

Visie De gemeente heeft als uitgangspunt voor de structuurvisie geformuleerd: ‘een beperkte ontwikkeling met behoud van het goede’. De gemeente hecht sterk aan het belang van openheid en landschappelijke kwaliteit. Bouwplannen buiten Bestaand Bebouwd Gebied worden getoetst aan strenge kwalitatieve criteria. Belangrijke voorwaarden zijn dat wonen en landschap met elkaar worden verbonden en elkaar versterken en dat de bouwplannen aansluiten bij de landschappelijke context en de cultuurhistorie. Te denken valt aan het recreatief ontsluiten van het landschap, het maken van doorzichten naar het water en het maken van openbare ruimte aan het water. Nieuwbouw is dorps van karakter en schaal. Het percentage sociale woningbouw in bouwprojecten is in principe 33% (1/3e), waarmee tegemoet wordt gekomen aan de woonvisie.

3.3.1.3 Toetsing aan de Structuurvisie Wijdemeren Binnen de ontwikkeling is van aantasting van de openheid en de landschappelijke kwaliteit, vanwege de locatie binnen bestaand bebouwd gebied, geen sprake. Zoals in de visie aangegeven is vraag naar passende woningen voor onder meer jongeren en ouderen. Binnen het voornemen worden daarom 49 appartementen gerealiseerd, passend bij de vraag van de vermelde verscheidende doelgroepen. De appartementen zijn levensloopbestendig en worden onderverdeeld in sociale huurwoningen (16 woningen, circa 1/3e sociaal) en woningen in de vrije (huur- en koop)sector. De te realiseren bebouwing wordt qua karakter en schaal stedenbouwkundig aangesloten op de bestaande bebouwing en kenmerken in de omgeving (zie ook paragraaf 2.2.1 van deze toelichting). De realisatie van de passende bebouwing heeft een positief effect op de uitstraling van het plangebied en de directe omgeving: de bestaande bebouwing maakt plaats voor in de omgeving passende bebouwing. Daarnaast wordt een ruimtelijke impuls gegeven aan een deel van ’t Laantje (zie paragraaf 2.2.5 van deze toelichting). Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen aansluit bij de beleidsuitgangspunten zoals genoemd in de ‘Structuurvisie Wijdemeren’.

3.3.2

Woonvisie Wijdemeren 2021-2024

3.3.2.1 Algemeen Met de Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 geeft de gemeente Wijdemeren vorm en kleur aan het volkshuisvestelijk beleid in Wijdemeren. Deze lokale woonvisie staat niet op zich, maar moet in samenhang worden gezien met de regionale woonvisie. Samen vormen deze woonvisies het volkshuisvestingsbeleid voor de komende jaren.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Bestemmingsplan ‘t Laantje 3 en 4 Vastgesteld 3.3.2.2 Doelstelling en beleid Hoofddoel voor de woonvisie Wijdemeren 2021-2024 is gericht op het stimuleren van een divers samengestelde woningvoorraad, nu en in de toekomst, waarbij deze zo goed mogelijk is afgestemd op de samenstelling van de inwoners van Wijdemeren, met extra aandacht voor het behoud van (woon)mogelijkheden voor jongeren en jonge gezinnen. Dit doel leidt tot de 3 volgende doelstellingen. 1. Focus op Nieuwbouw: De focus op betaalbare nieuwbouw om er voor te zorgen dat aanwezige plannen worden gerealiseerd en er meer diversiteit komt in de woningvoorraad. We willen een betere aansluiting op de vraag en meer kansen voor specifieke doelgroepen creëren. We vergroten hiermee de beschikbaarheid van betaalbare en gelijkvloerse woningen en geven mogelijkheden om te wonen aan inwoners met een laag tot gemiddeld inkomen. 2. Leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid: We streven naar een gezonde, duurzame en veilige woonomgeving, met een woningvoorraad die past bij het huishouden, inkomen en de zorgvraag van de inwoners. Extra aandacht willen we voor huisvesting van jongeren en jonge gezinnen door het o.a. creëren van doorstroming voor senioren naar passende gelijkvloerse woningen.

We geven hiermee mogelijkheden voor verhuizing aan een deel van onze oudere bevolking die gelijkvloers wil wonen en voor jonge gezinnen die ruimer willen wonen en dragen bij aan een evenwichtige samenstelling van onze kernen en versterken daarmee de leefbaarheid in kleine kernen. 3. Duurzame woningvoorraad: Duurzaam in de meest brede zin van het woord. Niet alleen gericht op energieverbruik en circulariteit van bouwmaterialen maar ook wat betreft de samenstelling van de woningvoorraad, zodat verschillende groepen blijvend een plaats vinden in onze woonkernen. Dit betekent niet alleen transformatie naar energie zuinig maar ook divers samengesteld en flexibel, door toevoeging van woningtypes die er te weinig zijn. We willen gestapelde woningen toevoegen die passend zijn in de omgeving en woningen aanpassen om de ouder wordende bevolking te kunnen huisvesten, zodat zij in hun eigen kern kunnen blijven wonen.

3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke woonvisie Per saldo worden 47 woningen toegevoegd, uitsluitend in de vorm van gestapelde bouw. Dit is aansluitend op de behoefte van onder meer starters en doorstromers. Circa één derde deel (16 woningen) hiervan betreft een sociale huurwoning. Voor nadere informatie wordt kortheidshalve terugverwezen naar de toetsing in paragraaf 3.1.2. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid.

3.3.3

Welstandsnota Wijdemeren (2013)

3.3.3.1 Algemeen In de Welstandsnota Wijdemeren staan de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. De Welstandsnota is van toepassing op omgevingsvergunningplichtige bouwwerken. In de nota is sprake van de volgende welstandscriteria: 1. sneltoetscriteria voor ‘veel voorkomende bouwwerken’, zoals aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en dakkappellen (absolute criteria). 2. gebiedsgerichte criteria, voor bouwwerken die niet onder 1 vallen, deze beschrijven de samenhang en het karakter van een bepaald gebied waaruit een reeks aandachtspunten of beoordelingscriteria volgen. Ook worden eventueel aanwezige bijzondere kwaliteiten van een gebied aangegeven en de benodigde extra inspanningen voor het handhaven van deze basiskwaliteiten (relatieve criteria, met ruimte voor een beoordeling).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11008868/1