CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. RO Ruimtelijke onderbouwing 21-10-2021

gemeenteraad 16 december 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp VVGB Slotlaan 423.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ruimte in de torenspitsen

De ruimte van de torenspitsen kon via luiken worden bereikt. De beschikbare ruimte zijn deels opgebouwd uit ruwe baksteen en de spits is een houten constructie. In de torens zitten ruime openingen. Ooit is getracht deze openingen af te sloten maar nu waren deze merendeels open waardoor de torenspitsen ruimte bieden aan met name vogels zoals kauw en duiven. De spitsen van de torens lijken geschikte onderkomens voor vleermuizen. Er werden echter geen aanwijzingen gevonden in de vorm van keutels, dode vleermuizen of aanwezige vleermuizen die een verblijf kunnen bevestigen. Er werden geen braakballen gevonden van bijvoorbeeld een kerkuil waarvoor deze ruimten ook geschikt zijn.

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Omdat de torenkamers worden betrokken bij de toekomstige appartementen zullen de ruimten in de spitsen ook onderhanden worden genomen. Wel is het mogelijk dat deze ruimte in de toekomst beschikbaar blijven voor vleermuizen en vogels. Hiervoor is het wel nodig dat woonruimte en ruimte in de torenspits goed van elkaar worden geïsoleerd.

Zolderruimte onder het platte dak

De zolderruimte onder platte dak wordt gevormd door een systeemplafond aan de onderzijde en houten steun constructie waarop het platte dak met balken ligt. De ruimte is afgesloten en het plafond voorzien van losliggende isolatie dekens. Door de ruimte lopen verwarmingsbuizen waardoor ook hier een constante temperatuur heerst. Afgezien van de geslotenheid is de ruimte niet geschikt voor vleermuizen vanwege de temperatuur. Er werden geen andere aanwijzingen gevonden dat vleermuizen de ruimte gebruiken. Een kleine kelderruimte onder de trap van het bordes zou mogelijk ruimte bieden aan vleermuizen. De temperatuur is laag en constant en er is weinig tocht. De invliegopening zit echter laag in een aanliggende ruimte. Ook hier werden geen sporen aangetroffen die wijzen op mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Overige kelderruimte zijn verwarmt en droog. Kelderruimte onder trap van bordes

7

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Het kasteel buitenruimte

Torenspits met leien en zijde van het dak met pannen gedekt. Schoorsteen met rookplaat en tralies.

Het kasteel is in het midden voorzien van een plat dak met bitumen belegd. De vier torenspitsen zijn met leien bedekt en afgewerkt met zink. De zijkant van het platte dak is met pannen gedekt. De aanwezige schoorstenen zijn voorzien van een rookplaat waarbij de ruimte tussen plaat en stenen is afgesloten met tralies. Boven op de plaat staat een windvaan. Tussen pannen, loodschorten en dakbeschot is er ruimte. Voorzover bekend en zichtbaar is er geen vogelschroot aangebracht. Dit maakt de ruimte geschikt voor bijvoorbeeld gierzwaluw. Voor huismus is de dakhoogte mogelijke te groot. Ook vleermuizen kunnen gebruik maken van de ruimte onder de pannen alsmede ruimtes onder de loodschorten. De schoorstenen zijn niet toegankelijk en de rookplaat nu niet geschikt voor ooievaars. Gezien de hoogte van het dak zijn er mogelijkheden voor plaatsen van een kist voor bijvoorbeeld een slechtvalk.

Gracht en buitenmuren

Buiten muren zijn onlangs geschoond en voorzien van nieuwe voegen. Muurplanten kwamen niet voor. Pas op de lange duur is begroeiing weer mogelijk.

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Bijgebouwen buitenzijde De bijgebouwen bestaan uit het koetshuis en aangebouwde lokalen, garage, oud schooltje en een serre. De aangebouwde delen zullen deels worden gesloopt. Het koetshuis is een monument en wordt bewoond. Hier vindt groot onderhoud plaats. De geel gemarkeerde delen op de kaart worden gesloopt. Het grootste deel van de te slopen gebouwen is opgetrokken uit hout met bitumen daken. Rondom de gebouwen zit een dakgoot met deels een omkasting. In deze omkasting zit ruimte die geschikt is voor vogels of vleermuizen. Echter de dikke spinrag rondom de openingen duidt niet op gebruik van deze ruimten door vogels of vleermuizen. Er werden ook geen andere aanwijzingen gevonden van gebruik door vleermuizen of vogels. platte grond koetshuis en bijgebouwen met te slopen deel (geel gemarkeerd)

Hol onder fundering

Onder één van de gebouwen werd een hol aangetroffen. Naast ratten en muizen kan de ruimte onder gebouwen in gebruik zijn door kleine marterachtigen. Pootafdrukken of markeringen werden niet aangetroffen. Voor een klein deel zijn de gebouwen belegd met pannen. Onder de pannen is ruimte voor vogels en vleermuizen.

9

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Een muur en een schutting zijn begroeid met klimhortensia, klimop en kamperfoelie. In de klimhortensia werd een oud merelnest gevonden. De schutting met klimop is zo rijkelijk begroeid dat het vrijwel zeker is dat hierin vogels een nest hebben of zullen bouwen. Het biotoop is geschikt voor huismus door aanwezigheid nestgelegenheid, dekking en mogelijkheid om te zandbaden.

Hortensia met merelnest en rijkelijke klimop begroeiing

3.2 Soorten

Bij de beoordeling van de quickscan horen ook de waarnemingen van soorten die in het recente en langere verleden in de omgeving zijn waargenomen. Waarnemingen ouder dan drie jaar zijn slechts indicatief bruikbaar.

NDFF en waarnemingen

Uit de NDFF (Nationale databank flora en fauna) werd via de “quickscanhulp” een uitdraai opgevraagd. Aan de hand van de uitdraai en de voorkomende biotopen kon een inschatting worden gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten. Het voorkomen van de soorten werd ook nagezien op de verspreidingskaarten van de websites van PGO’s en de Verspreidingsatlas. In bijlage “Overzicht NDFF quickscanhulp Natuurloket BIJ12” is de tabel voor zover het de meest mobiele soorten binnen een afstand van 0-5 km betreft opgenomen en beoordeeld. In de tabel is na analyse een kleurcode ingevoerd welke soorten relevant zijn en in het veldbezoek extra aandacht kregen. Het spreekt voor zich dat in gebouwen maar weinig soorten een geschikt biotoop vinden. Dat de lijst 55 soorten bevat heeft te maken dat binnen de straal van 0 tot 5 km geschikte gebieden liggen waar deze soorten voorkomen of zijn gemeld. Mogelijk in het plangebied voorkomende beschermde en niet van ontheffing vrijgestelde soorten op basis van de aanwezige biotopen in vergelijking met de tabel Wnb soorten en de habitatrichtlijnsoorten betreffen; zoogdieren(7 vleermuizen en 3 kleine marters) en vogels (huismus, gierzwaluw en kerkuil, met jaarrond beschermde nesten).

Andere informatie In het beheerplan dat voor de tuin van het Kasteel De Nederhorst werd opgesteld door Stichting PHB is een lijstje opgenomen met informatie van de eigenaar zonder specifieke plaats aanduiding. Het gaat om: vleermuizen, ringslang, uilen, havik, buizerd en ijsvogel. Vleermuizen zijn in deze lijst de soort die mogelijk ook gebruik maken van de gebouwen.

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Aangetroffen soorten Op 20 februari 2020 vond een locatiebezoek plaats bij half bewolkt weer naar regenbui en temperatuur van 7°C en wind 3 á 4 Bf. zuidwest. Het tijdstip van het jaar, eind februari, is voor het doen van waarnemingen niet optimaal (planten zijn nog afgestorven, dieren nog in winterslaap en zomergasten zoals gierzwaluw zijn afwezig). De gebouwen zijn bovendien voor een flink aantal soorten niet geschikt of zullen zich niet in de gebouwen bevinden. Planten Er werden in het plangebied geen beschermde planten waargenomen. De muren zijn onlangs nog van nieuwe voegen voorzien. Rondom het kasteel ligt grint. Ook hier zullen geen beschermde planten kunnen groeien. Zoogdieren Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen tijdens het bezoek. Ook werden geen sporen of anderszins tekenen gevonden van beschermde zoogdieren. Ondanks is het echter niet uitgesloten dat beschermde soorten gebruik maken de gebouwen. De torenspitsen zijn geschikt voor vleermuizen (gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, grootoorvleermuis en meervleermuis) en ruimte onder de gebouwen voor kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing). Vogels Tijdens het bezoek werden vogels gezien. Het betreft vogels die gebruik maken van het park en de laanbomen. In het bos werden zwarte kraai, boomkruiper, koolmees, halsbandparkiet, ekster en een buizerd gehoord en gezien.

De buizerd heeft een nest aan de rand van het park op ruime afstand van het kasteel. In de torenspitsen werden oude nesten gezien van kauw. In de klimhortensia langs de muur van het koetshuis een oud merelnest. De weelderige klimopbegroeiing over een schutting aan de oostzijde van het koetshuis biedt een geschikt nestplaats voor merel, mezen en mussen. Merelnest in klimhortensia

Verwacht werd dat huismus gebruik zou maken van het koetshuis en de pannendaken. Huismus werd niet waargenomen. Huismus is daarmee niet uitgesloten omdat tijdstip en weersomstandigheden niet geheel geschikt zijn voor waarnemingen. De torenspits zou in gebruik kunnen zijn door kerkuil maar ook deze werd niet waargenomen of sporen van een kerkuil.

11

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Amfibieën en reptielen Het tijdstip van bezoek was nog te vroeg voor het waarnemen van amfibieën en reptielen. Ongetwijfeld maken amfibieën gebruik van de fortgracht en aanliggende waterpartijen. Vooral in de niet beschaduwde delen kan ei-afzetting plaatsvinden. Kleine watersalamander, bruine kikker, meerkikker en gewone pad zullen gebruik maken van het water. Bos en beschaduwd water zijn voor de beschermde rugstreeppad geen geschikt biotoop. De soort komt in de omgeving voor maar wordt niet verwacht in het plangebied. Het zelfde geldt voor de poelkikker. Ringslang komt voor in de omgeving en kan gebruik maken van de wateren om te foerageren en van het bos om te overwinteren. Ringslang schuwt menselijke aanwezigheid en wordt in de omgeving van de gebouwen niet verwacht. Insecten en lagere diersoorten Er zijn beschermde insecten of andere lagere diersoorten aangetroffen tijdens het veldbezoek. In de winterperioden kunnen insecten gebruik maken van gebouwen. Wel werd een hooiwagenspin aangetroffen geïnfecteerd door een schimmel “spinnendoder”.

Spinnendoder

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Wetgeving 4.1 Soortenbescherming In dit hoofdstuk zijn verkorte citaten opgenomen uit de brochure van RVO “Soortenbescherming bij Ruimtelijke ingrepen” 2017 (1) (3) en uit de “bijlage B van de provinciale uitvoeringsverordening Wet Natuurbescherming Noord-Holland 2017”, een voor alle provincies algemeen geldende tekst (2). (1) Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het voorziet in duidelijke en eenvoudige regels ter bescherming van waardevolle natuur en in minder administratieve lasten. De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade wordt gedaan aan beschermde dieren en planten.

In die situaties is het nodig om vooraf te bekijken of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend.

Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

13

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

“Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming. Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een quickscan deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning apart een ontheffing aangevraagd. In het eerste geval geeft de initiatiefnemer bij de aanvraag omgevingsvergunning aan dat er sprake is van handelingen met gevolgen voor beschermde dieren/plantensoorten. Deze werkwijze staat bekend als vrijwillig aanhaken. Het is aan de gemeente (als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning) om te controleren of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager al apart ontheffing heeft aangevraagd. Essentieel is dat de gemeente toetst of de initiatiefnemer al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling gevolgen heeft voor beschermde soorten. Als een initiatiefnemer vooraf géén aparte ontheffing soortenbescherming heeft aangevraagd, dan moet de quickscan aanhaken en kan geen afzonderlijke ontheffing meer worden aangevraagd. Bij aanhaken legt de gemeente de aanvraag voor aan de provincie als het bevoegd gezag voor de quickscan. De provincie geeft op grond van de inhoudelijke toetsing al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af.

Overigens geldt dezelfde procedure bij handelingen met gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden”. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de eerder genoemde drie criteria zijn voldaan. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode”. (2) provinciale verordening; Vrijstelling van het verbod op doden en verstoren bij ruimtelijke ingrepen “Een belangrijke taak die aan de provincies wordt gedecentraliseerd is ontheffingsverlening bij ruimtelijke ingrepen. Op het moment dat een initiatiefnemer voornemens is tot een ruimtelijke ingreep (een schuurtje, bedrijventerrein, weg, windmolenpark, etc.), dient hij middels een ecologische toets te onderzoeken welke dier- of plantsoorten op de desbetreffende locatie aanwezig zijn. Indien beschermde soorten worden gevonden, kan voor de soorten die op de lijst in bijlage 1 bij de wet (de in Nederland beschermde soorten) ontheffing te worden aangevraagd.

Dit is geregeld in artikel 3.10, tweede lid sub a van de wet, dat luidt dat het verbod op doden of vangen kan worden opgeheven “in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied”. Het is ook mogelijk dat uw Staten een lijst opnemen met vrijgestelde soorten, zodat niet bij iedere ingreep opnieuw een ontheffing aangevraagd hoeft te worden”.

Bij ruimtelijke ingrepen zoals wijzigen van een bestemmingsplan kan de “Quickscan” “aanhaken” . De gemeente kan vervolgens de Quickscan voorleggen aan de provincie die beslist of zij een verklaring van geen bezwaar afgeven of dat alsnog een ontheffing vereist is. In geval van habitatrichtlijnsoorten is een ontheffing noodzakelijk op grond van verstoring en vernietiging van het natuurlijke habitat als daar sprake van is.

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

4.2 Gebiedsbescherming De volgende tekst is overgenomen van de internetsite van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ORUDNHN) t.a.v. van de bescherming van het Natura-2000 gebieden en aangepast als algemene tekst voor Nederland. “Voortvloeiend uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is in Nederland een groot aantal gebieden aangewezen als beschermd Natura2000-gebied. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. In Nederland bevinden zich verschillende Natura2000-gebieden. Voor elk van deze gebieden is bepaald welke natuurlijke kenmerken beschermd zijn, behouden moeten blijven of uitgebreid moeten worden. Dit zijn de zogenaamde instandhoudingsdoelen. Het kan daarbij gaan om planten en om dieren. Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden om zonder vergunning activiteiten uit te voeren die een negatieve invloed kunnen hebben op deze instandhoudingsdoelen. Indien dat wel zo is, wordt bij de beoordeling van de vergunningaanvraag een strenge toets aangelegd, waarmee de alternatieven voor de activiteit worden beoordeeld. Voor nieuwe activiteiten of uitbreiding van bestaande activiteiten, moet u mogelijk een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming aanvragen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een nieuwe koeienstal wordt gebouwd of als een groot evenement wordt georganiseerd.

Het kan zijn dat u wilt gaan vliegen met bijvoorbeeld een klein sportvliegtuig, een watervliegtuig, een helikopter en/of een luchtballon. Indien u voor de starts en landingen een zogenaamde TUG-ontheffing moet aanvragen en de locatie voor de starts en landingen ligt nabij een Natura2000-gebied, dient er ook een toetsing plaats te vinden in het kader van de Wet natuurbescherming. U vult hiervoor het Aanvraagformulier Gebiedsbescherming in.” Voorwaarden vergunning “U moet een vergunning aanvragen als: • u projecten wilt realiseren of handelingen wilt verrichten in of nabij een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied; • niet kan worden uitgesloten dat uw activiteiten de kwaliteit aantasten van natuurlijke habitats of de habitats verslechteren; • niet kan worden uitgesloten dat uw activiteiten een negatief effect hebben op de planten- en diersoorten, waarvoor het gebied is aangewezen; • deze activiteiten niet genoemd zijn in een Natura 2000-gebiedbeheerplannen.”

Toetsing van de voorgenomen activiteiten is naast de effecten op de eerder genoemde soorten ook van toepassing op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura-2000 gebied Oostelijke Vechtplassen. De afstand tot het Natura-2000 gebied Oostelijke Vechtplassen is gering. In het kader van de PAS-regeling is daarom onderzoek nodig naar stikstofdepositie. Het park van Kasteel de Nederhorst maakt deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). “Nieuwe activiteiten in het NNN, die per saldo leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot vermindering van het oppervlak van het NNN, of van de samenhang binnen het NNN (lid 3), tenzij er een groot openbaar belang is en reëel alternatieven ontbreken (het ‘nee-tenzij’ beginsel). In dat laatste geval moet de aantasting zoveel mogelijk beperkt worden. Is deze beperking onvoldoende om aantasting te voorkomen, dan is aanvullend compensatie nodig (lid 4). Andere schadelijke activiteiten zijn in beginsel niet toegestaan. Een uitzondering kan onder strikte voorwaarden worden gemaakt voor’ kleinschalige ontwikkelingen’”. Bron: http://bestanden.noordholland.nl/internet/Onderwerpen/Natuur/nnn-wijzer/index.html

15

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Huidig gebruik en voorgenomen activiteiten in het plangebied 5.1 Huidig gebruik en beheer Het kasteel is al meerdere jaren niet meer in gebruik. In het kasteel zijn nog stijlkamers die met enige regelmaat worden bezocht en worden gebruikt voor kamerconcerten. Het overige deel van het kasteel is ingericht als (leegstaande) kantoorruimte en vergaderzalen. Het kasteel wordt verwarmd. Het koetshuis is bewoond. De aangebouwde houten gebouwen staan grotendeels leeg of worden als tijdelijk atelier gebruikt. In de aangebouwde gebouwen wordt niet gestookt. De kasteeltuin is deels toegankelijk voor publiek. Hiervan wordt zeer extensief gebruik gemaakt met uitzondering van een jaarlijkse voorstelling.

5.2 Voorgenomen activiteiten en planning In 2019 werd door Stadsherstel Amsterdam een plan ontwikkelt voor het kasteel en de bijgebouwen. Het plan voorziet in de bouw van appartementen in het kasteel. Sloop van een deel van de bijgebouwen; nieuwbouw ter plekke van deels sociale woningbouw en groot onderhoud aan het koetshuis. Door bureau Rho adviseurs voor de leefruimte werd een planologische toets gemaakt. Hierin zijn de volgende passages opgenomen: “Ecologie Wet natuurbescherming/provinciaal beleid: Het projectgebied ligt de nabijheid van het Natura 2000 gebied Oostelijke Vechtplassen. De ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan de kwaliteiten van deze gebieden. Dat zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn als de ontwikkeling gepaard gaat met stikstofproductie. In dit geval is sprake van een beperkte ontwikkeling, die nagenoeg geen effect op de verkeersgeneratie heeft. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat er geen knelpunten zijn. Op basis van het definitieve programma zal met een Aeriusberekening inzicht gegeven worden in de uitstoot van stikstof. Ecologie Wet natuurbescherming/provinciaal beleid: De ontwikkeling gaat gepaard met bouwwerkzaamheden. Voor het fort en koetshuis betreft dit vooral interne werkzaamheden, die geen gevolgen hebben voor habitats van beschermde soorten. Voor de vernieuwbouw betekent dit dat er ook gesloopt gaat worden.

In dat kader zal onderzocht worden of er beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn.”

Tijdens de verbouwing wordt er overdag gewerkt bij daglicht. De werkzaamheden vinden grotendeels binnen plaats. Er zal een tijdelijke toename van verkeersbewegingen zijn. Het plan zal in 2 fasen worden uitgevoerd. Van belang zijn de isolatie en vervangen van de leiendaken en opnemen van de dakpannen op het kasteel en het koetshuis. Ook het betrekken van de torenkamer en mogelijk spitsen behoort bij de werkzaamheden. Op het moment van schrijven van deze quickscan is er nog geen duidelijk zicht op de planning en exacte werkzaamheden. Er is vooroverleg over de wijziging van het bestemmingsplan waarvan ook dit plan onderdeel uitmaakt. Pas over twee jaar 2022 zal een begin gemaakt kunnen worden met de werkzaamheden.

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Toetsing van de activiteiten Renoveren, herinrichting, slopen en groot onderhoud hebben altijd een zeker effect op planten en dieren. Meestal is sprake van een tijdelijk effect. De effecten van de voorgenomen activiteiten zijn plaatsgebonden. De effecten op de beschermde dieren zijn sterk afhankelijk van het tijdstip van verstoring en welke voorzorgmaatregelen of mitigerende maatregelen worden genomen. Voor het bepalen van de afzonderlijke effecten is gebruik gemaakt van de effectenindicator Min. LNV. In de monitor zijn een beperkt aantal gegeneraliseerde werkzaamheden opgenomen. De effectenindicator soorten werd ingevoerd voor; monument restaureren, veranderen of slopen, slopen en of asbest verwijderen en bouwen van een woning. De effectenindicator gaf aan: “In het door u opgegeven plangebied komende de volgende soorten voor die het meest in geding zijn bij ruimtelijke ingrepen en mogelijk schadelijke effecten ondervinden van de door u geselecteerde activiteit(en).” In de monitor is sprake van ringslang, 1 vogelsoort en 2 zoogdieren”. Zie ook Bijlage effectenmonitor.

Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorsoortenappl2016.aspx?subj=soorten#effecten De conclusie uit de effectenmonitor sluit aan op de uitkomsten van de inventarisatie en de uitdraai uit de NDFF namelijk aanwezigheid van ringslang in het gebied, vleermuizen en een buizerd met een jaarrond beschermt nest en mogelijk huismus. Amfibieën zijn niet uitgesloten. De verwachte amfibieën zijn vrijgesteld van ontheffing of vergunning mits de algemene zorgplicht in acht wordt genomen. Het hol onder één van de gebouwen kan in gebruik zijn door kleine marterachtigen.

6.1 Effecten op soorten De voorgenomen maatregelen kunnen effect hebben vleermuizen, huismus en andere vogels indien ze ook aanwezig zijn. Andere beschermde soorten worden niet verwacht in of op de gebouwen. Wel kunnen in de directe omgeving van de bouwplaats soorten voorkomen of passeren. Omdat de meeste werkzaamheden binnen zullen plaatsvinden wordt hiervan geen effect verwacht. Zo is het jaarrond beschermde nest van de buizerd op ruime afstand van de werkzaamheden gesitueerd. Vleermuizen of sporen van vleermuizen zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek in februari maar kunnen nog niet worden uitgesloten. Indien ze gebruik maken van de gebouwen kunnen verblijfplaatsen tijdelijk niet bruikbaar zijn of permanent verloren gaan. Nader onderzoek op een geschikter tijdstip moet dit uitwijzen. Bij aantreffen van vleermuizen zal dan voortgezet onderzoek nodig zijn om beter inzicht te krijgen in de plaatselijk populatie. Kleine marterachtigen kunnen gebruik maken van de ruimte onder de bijgebouwen. Na sloop kan deze ruimte niet beschikbaar zijn.

17

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Huismus werd niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Het ontbreken van de soort tijdens het veldbezoek en geen aanwijzingen voor nesten maakt dat de soort nog niet geheel is uitgesloten omdat het biotoop voldoet aan alle eisen. Bij aantreffen van huismus is voortgezet onderzoek nodig. De nieuwe daken bieden in de toekomst mogelijkheden voor huismussen. Effecten op andere vogels betreffen met name het verwijderen van klimplanten aan de muur en de schutting waardoor nestgelegenheid verdwijnt. Ondanks dat er geen jaarrond beschermde nesten zijn, zijn alle nesten in de broedtijd beschermd. Verwijderen van het groen dient daarom buiten de broedtijd na minsten15 juli plaats te vinden of voor 15 maart op aanwijzing van de deskundige. Amfibieën en reptielen kunnen de sloop- en bouwplaats bereiken in het bos en oevers rondom de werkplek hetgeen gevaar en tot doden van dieren kan leiden. Verblijfplaatsen onder de bebouwing zijn niet geheel uitgesloten en kunnen na sloop verdwijnen.

6.2 Effecten op Natura-2000 gebied, PAS en NNN Effecten zijn te verwachten op leefgebied van dieren (o.a zeggekorfslak, Grote zegge-moeras) en op stikstofdepositie gevoelige vegetatietypen in het natura-2000 gebied Oostelijke Vechtplassen. Een berekening met AERIUS-calculator geeft inzicht. Uiteindelijk wordt bepaald in hoeverre er sprake is van een significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura-2000 gebied. In de gebiedsanalyse uit 2017 Oostelijke Vechtplassen zijn de volgende passage overgenomen. “Uit de depositieontwikkeling in figuur 14 en de stikstofoverbelastingskaarten en diagrammen in figuur 18 valt af te leiden dat de kritische depositiewaarde (KDW) binnen het gehele verspreidingsgebied van de volgende habitattypen tot aan 2030 permanent wordt overschreden: H4010B Vochtige heiden, H6410 Blauwgraslanden en H7140B Veenmosrietlanden. Vanwege de stikstofoverbelasting (zie fig. 18) van de habitattypen H4010B, H6410, H7140A, H7140A, H7140B, H7210, H91D0 en leefgebied 05 Grote zeggen-moeras, zijn voor al deze relevante habitats PAS-maatregelen nodig om de ISHD te kunnen realiseren. De maatregelen die hiervoor noodzakelijk zijn, worden in hoofdstuk 6 behandeld.”

Uit deze tekst blijkt dat er geen ruimte is voor extra stikstofbelasting. De achtergronddepositie vastgesteld in 2014 is dalende maar overschrijdt tot 2030 ruimschoots de kritische depositie waarden van de meeste habitattypen! Dit betekent dat ontwikkeling van Kasteel de Nederhorst niet kan plaatsvinden zonder vergunning of dat er aangetoond kan worden dat er geen toename is van stikstofdepositie. De huidige stookcapaciteit van beide verwarmingsketels van het kasteel en de verwarming van het koetshuis en bijgebouwen bestonden reeds in 2014 en vallen onder de destijds vastgestelde achtergrondconcentratie. Iedere toename, ook tijdelijk (door sloop en bouwfase en uitbreiding bewoning) is niet mogelijk zonder een vergunning met daarin opgenomen passende maatregelen. NNN Het park van Kasteel de Nederhorst is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. Werkzaamheden in het terrein vinden niet plaats. Wel zal er mogelijk enige invloed zijn tijdens de bouwfase door geluidbelasting en verkeersbewegingen. Er gaat geen gebied verloren in het netwerk; er is geen sprake van versnippering van het netwerk of enige andere invloed die de kwaliteit van het park zal aantasten.

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

6.3 Zorgplicht, mitigerende en compenserende maatregelen Voor beschermde en niet beschermde dieren geldt de algemene zorgplicht. Aanbevolen wordt om de volgende algemene mitigerende maatregelen te nemen om aan de zorgplicht te voldoen:     

Voer de werkzaamheden uit met een door de Rijksoverheid goedgekeurde gedragscode; Voer de werkzaamheden uit buiten de kwetsbare periode voor dieren zoals broedtijd, voortplantingstijd, winterslaap; Voer activiteiten zodanig uit dat dieren de kans krijgen om voor de werkzaamheden te vluchten naar een geschikt onderkomen of buiten de invloedsfeer blijven van de werkzaamheden; Doof bouwlampen in de nachtelijke uren of gebruik gedempt licht; Werk volgens een ecologisch werkprotocol.

In de bijlage maatregelen indicatorsoorten zijn specifieke maatregelen opgenomen t.a.v. ringslang, gewone- en ruige dwergvleermuis en buizerd. Van compenserende maatregelen is sprake op het moment dat duidelijk is dat verblijfplaatsen van beschermde soorten permanent verloren gaan, doden van de dieren onvermijdelijk is of vegetatietypen dreigen te verdwijnen en daarmee het bijbehorende habitat. Er is echter nog beperkt zicht op mogelijke aanwezigheid van dieren. Deels worden effecten voorkomen door de te nemen mitigerende maatregelen zoals bijvoorbeeld werken buiten de broedtijd van vogels. Voor compenserende maatregelen ten aanzien van stikstofdepositie gevoelige vegetatietype kunnen de volgende compenserende PAS-maatregelen soelaas beiden:   

Maaien en afvoeren verruigde vegetatie in Natura-2000gebied; Plaggen en baggeren; Gebruik emissie arme verwarming.

19

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Conclusie en aanbeveling 

Het plangebied bestaat grotendeels uit bebouwing en zeer beperkt deel park. In met name het parkdeel komen beschermde dieren voor (o.a buizerd met jaarrond beschermt nest, ringslang). Verwacht kan worden dat de werkzaamheden in het pand en de beperkte buitenwerkzaamheden geen effect zullen hebben op deze soorten. Andere soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling. Wel geldt altijd de algemene zorgplicht.

I.v.m. de tijd van het jaar waarin het veldbezoek plaatsvond, kon voor beschermde soorten die gebonden zijn aan de gebouwen en waar werkzaamheden zullen plaatsvinden, nog niet worden uitgesloten dat ze hier voorkomen. (o.a. huismus en vleermuizen).

Aanbevolen wordt om in de periode eind april en half mei op een geschikt tijdstip een nacontrole te doen. Aan de hand van deze controle kan worden vastgesteld of voortgezet onderzoek nog zin heeft. De controle geldt als eerste veldbezoek van een eventueel voortgezet onderzoek.

Het plangebied ligt in de nabijheid van Natura-2000gebied Oostelijke Vechtplassen. Verwacht kan worden dat de werkzaamheden en toekomstig gebruik van de gebouwen van directe invloed zijn op het Natura-2000gebied voor stikstofgevoelige vegetatietypen. Reden hiervoor is dat de kritische depositie waarden (KDW)voor stikstofgevoelige vegetatietypen tot zeker 2030 al worden overschreden.

Een berekening in de Aerius moet duidelijk maken in hoeverre de KDW wordt overschreden en welke significante gevolgen die overschrijding heeft op de betreffende vegetaties. Soms is de overschrijding niet significant aantoonbaar en zijn passende maatregelen zoals plaggen, maaien en afvoeren, voldoende voor het instandhouden van voldoende kwaliteit van de vegetaties.

Aanbevolen wordt tot opstellen van een voortoets en te overleggen met de Omgevingsdienst NHN.

Aanbevolen wordt om gebruik te maken van stikstofemissie arme verwarmingsbronnen. Tijdens de sloop en bouwfase kan worden ingezet op emissiearme voertuigen of verkeersbewegingen zoveel als mogelijk te beperken.

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Geraadpleegde bronnen Literatuur Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen min EZ december 2016. Jansen, A. M & Schaminée J.H.J., Europese Natuur in Nederland, Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV uitgeverij, Utrecht, 2008 Jansen, A. M & Schaminée J.H.J., Europese Natuur in Nederland, Z e e e n k u s t N a t u r a 2 0 0 g e b i e d e n KNNV uitgeverij, Utrecht, 2009 Diverse Kennisdocumenten BIJ12, (Huismus, Gierzwaluw, Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger etc.)

Internet Voorzover niet eerder in bronvermeldingen opgenomen: http://www.ndff.nl http://telmee.nl/ http://waarneming.nl http://www.vleermuis.net https://www.pdok.nl/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatormaatregelenappl.aspx?subj=soorten#maatregel en https://www.bij12.nl/

Foto’s en kaarten Fotografie: Kaarten:

N.Daemen pdokservice, Open streetmap, Luchtfoto 2018 Bewerking N.Daemen QGIS 2.14 Essen

21

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Bijlagen Overzicht NDFF quickscanhulp

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied – leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied – levering uit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: ‘© NDFF – quickscanhulp.nl 27 februari 2020’ Op de volgende pagina’s vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van het plangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van Het Natuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: ‘© NDFF – quickscanhulp.nl 27 februari 2020’

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Naam

Groep

Afstand

Bastaardkikker

Amfibieën

0 – 1 km

Boomvalk boombewoner jaarrond 4

Vogels

0 – 1 km

Buizerd boombewoner jaarrond 4

Vogels

0 – 1 km

Egel

Zoogdieren

0 – 1 km

Gewone dwergvleermuis gebouw gebruiker

Zoogdieren

0 – 1 km

Gierzwaluw gebouw bewoner jaarrond 2

Vogels

0 – 1 km

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

0 – 1 km

Huismus gebouw bewoner jaarrond 2

Vogels

0 – 1 km

Laatvlieger gebouw gebruiker

Zoogdieren

0 – 1 km

Meerkikker

Amfibieën

0 – 1 km

Ooievaar geen voorziening aanwezig jaarrond 3

Vogels

0 – 1 km

Ransuil boombewoner jaarrond 4

Vogels

0 – 1 km

Ringslang

Reptielen

0 – 1 km

Roek boombewoner jaarrond 2

Vogels

0 – 1 km

Rosse vleermuis boomholten

Zoogdieren

0 – 1 km

Rugstreeppad

Amfibieën

0 – 1 km

Ruige dwergvleermuis gebouw gebruiker

Zoogdieren

0 – 1 km

Sperwer boombewoner jaarrond 4

Vogels

0 – 1 km

Wezel

Zoogdieren

0 – 1 km

Aardmuis

Zoogdieren

1 – 5 km

Baardvleermuis bomen/gebouw

Zoogdieren

1 – 5 km

Baardvleermuis / Brandts vleermuis bomen/ gebouw

Zoogdieren

1 – 5 km

Boommarter

Zoogdieren

1 – 5 km

Damhert

Zoogdieren

1 – 5 km

Das

Zoogdieren

1 – 5 km

Dwergmuis

Zoogdieren

1 – 5 km

23

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Dwergspitsmuis

Zoogdieren

1 – 5 km

Gestreepte waterroofkever

Kevers

1 – 5 km

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

1 – 5 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis gebouw/bomen

Zoogdieren

1 – 5 km

Gewone grootoorvleermuis gebouw/bomen

Zoogdieren

1 – 5 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis gebouw/bomen/opslag

Zoogdieren

1 – 5 km

Groenknolorchis

Vaatplanten

1 – 5 km

Havik boombewoner jaarrond 4

Vogels

1 – 5 km

Heikikker

Amfibieën

1 – 5 km

Hermelijn

Zoogdieren

1 – 5 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

1 – 5 km

Kerkuil gebouw bewoner jaarrond 3

Vogels

1 – 5 km

Konijn

Zoogdieren

1 – 5 km

Meervleermuis gebouw gebruiker

Zoogdieren

1 – 5 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

1 – 5 km

Otter

Zoogdieren

1 – 5 km

Poelkikker

Amfibieën

1 – 5 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

1 – 5 km

Slechtvalk hoge uitkijkposten jaarrond 3

Vogels

1 – 5 km

Blauw= biotopen ongeschikt Groen = biotopen geschikt, kan voorkomen maar is bij ruimtelijke ontwikkeling vrijgesteld voor ontheffing, wel geldt de algemene zorgplicht Paars = biotopen geschikt, kan voorkomen, komt in directe nabijheid voor, ontheffing verplicht of positieve afwijzing bij het nemen van voldoende mitigerende maatregelen of compensatie Vogels zijn allemaal beschermd Vogel rood ingekleurd = biotopen geschikt, extra controle op aanwezigheid tijdens veldbezoek Onderstaande categorieën gelden voor alle provincies behalve Limburg. Provincie Limburg heeft een andere indeling van categorieën Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust‐ en verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Bron: https://regelink.nl/kenniscentrum/beschermde‐soorten‐wet‐natuurbescherming/#besch_nesten

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Bijlage soorten waarvoor in provincie Noord-Holland een vrijstelling geldt. Amfibieën Zoogdieren

Bruine kikker

Rana temporaria

Aardmuis

Microtus agrestis

Gewone pad

Bufo bufo

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Kleine

Triturus vulgaris

Dwergmuis

Micromys minutus

Meerkikker

Rana ridibunda

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Middelste groene

Rana esculenta

Egel

Erinaceus europaeus

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Haas

Lepus europeus

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Ondergrondse woelmuis

Pitymys subterraneus

Ree

Capreolus capreolus

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Veldmuis

Microtus arvalis

Vos

Vulpes vulpes

Woelrat

Arvicola terrestris

Bron: Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 3 oktober 2016 tot vaststelling van de Verordening vrijstellingen soorten NoordHolland.

25

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Bijlage Effectenindicator soorten

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

27

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

29

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Bron:https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorsoortenappl2016.aspx?subj=soorten

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Bijlage Maatregelenindicator soorten

31

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Bron:https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatormaatregelenappl.aspx?subj=soorten

Bijlage kaart stikstofgevoelige vegetatie

Bron: 95 Oostelijke Vechtplassen gebiedsanalyse M16L 20-06-2017_NH

35

QUICKSCAN Kasteel Nederhorst

Colofon

Andersenhof 8 3446 BS Woerden Internet: www.arda-natuur.nl / n.daemen@arda-natuur.nl T 0348743245 M 0614604974 KvK 34223327 BTW NL71023380B01

De veldwerkzaamheden en rapportage zijn door N.D.Daemen bc. Arda advies voor natuur en landschap verricht. Dhr. Daemen heeft een HBO opleiding milieukunde en is afgestudeerd in richting ecologie en natuurbeheer. Dhr. Daemen heeft ruime ervaring (>20 jaar) met inventarisaties van diverse soortgroepen waaronder vogels, flora, kleine marterachtigen, insecten, amfibieën en reptielen. Arda is niet aangesloten maar onderschrijft wel de gedragscode van het Netwerk Groene Bureaus in samenwerking met bureaus uit dit Netwerk en als zelfstandige onderneming. Voor schade die het gevolg is van besluiten van opdrachtgever op basis van het advies, is ARDA adviesbureau voor natuur, cultuurhistorie en recreatie niet aansprakelijk.

Bijlage 2 Vervolgonderzoek ecologie

VERVOLGONDERZOEK VLEERMUIZEN EN OVERIGE SOORTEN

Oktober 2021

Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten 2020/21Kasteel Nederhorst

16

Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten

Vervolgonderzoek vleermuizen en overige soorten 2020/21Kasteel Nederhorst

Opgesteld door: N.Daemen bc.

In opdracht van: Ruth van der Puijl, projectleider restauratie en planontwikkeling Stadsherstel Amsterdam N.V. Amstelveld 10 1017JD Amsterdam Woerden © 19 oktober 2021

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10794320/1