Bijlage 2. RO Ruimtelijke onderbouwing 21-10-2021
Tekst van het document
KASTEEL NEDERHORST Ruimtelijke onderbouwing 21 oktober 2021
1/3
DATUM KENMERK
21 oktober 2021--20210009_0021
PROJECT PROJECTLEIDER
20201555 ir. R.J.M.M. Schram OPDRACHTGEVER Stadsherstel Amsterdam N.V. PROJECTNUMMER 20201555 AUTEUR STATUS
2/3
drs. W. Kraaijeveld Ontwerp
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
4
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging projectgebied
5
1.3
Afwijking geldend bestemmingsplan
6
1.4
Omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan
7
1.5
Leeswijzer
8
Planbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie projectgebied
9
2.2
Beoogde ontwikkeling
10
Ruimtelijk beleidskader
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Rijksbeleid
17
3.3
Provinciaal beleid
28
3.4
Gemeentelijk beleid
32
Toetsing aan de omgevingsaspecten
37
4.1
Milieueffectrapportage
37
4.2
Water en bodem
37
4.3
Luchtkwaliteit
38
4.4
Verkeer en parkeren
39
4.5
Geluid
41
4.6
Externe veiligheid
42
4.7
Kabels en leidingen
43
4.8
Bedrijven en milieuhinder
44
4.9
Archeologie
45
4.10
Cultuurhistorie
48
4.11
Ecologie
51
Uitvoerbaarheid
55
5.1
Economische uitvoerbaarheid
55
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
55
Conclusie
58
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
2/69
Bijlagen
59
Bijlage 1
Quickscan ecologie
61
Bijlage 2
Vervolgonderzoek ecologie
63
Bijlage 3
Memo stikstofberekening
65
Bijlage 4
Verschilberekening stikstofdepositie gebruik
67
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
69
3/69
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Kasteel Nederhorst in Nederhorst ten Berg is een rijksmonument dat al enige tijd leeg staat. Stadsherstel Amsterdam N.V. is voornemens woningen te realiseren in het monumentale kasteel en de bijgebouwen zodat dit bijzondere erfgoed ook voor de volgende generaties duurzaam wordt behouden. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient afgeweken te worden van het bestemmingsplan. Dit is mogelijk op grond van artikel 2.12 lid 1 Wabo. De beoogde ontwikkeling mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Dit moet worden aangetoond door middel van een ruimtelijke onderbouwing, één van de indieningsvereisten bij de omgevingsvergunningaanvraag. Deze onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied betreft het adres Slotlaan 4. Dit ligt aan de zuidwestzijde van de kern Nederhorst den Berg. De kern Nederhorst den Berg ligt ten westen van de Spiegel- en Blijkpolderplas, in het Groene Hart. Nederhorst den Berg maakt sinds 1 januari 2002 deel uit van de gemeente Wijdemeren. Deze gemeente ligt in het zuidoosten van de provincie Noord-Holland, tussen de rivier de Vecht en het Gooi. Nederhorst den Berg is een van de kernen van de gemeente Wijdemeren en is gelegen in veenweidegebied, te midden van natuur- en recreatiegebied. Zie figuur 1.1 voor de ligging van het projectgebied.
Figuur 1.1: Ligging projectgebied (bron: arcgis)
5/69
1.3
Afwijking geldend bestemmingsplan
Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan 'Kern Nederhorst Den Berg' geldig (vastgesteld op 27 oktober 2011).
Figuur 1.2: Vigerend bestemmingsplan 'Nederhorst Den Berg' ter plaatse van het projectgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Op de gronden gelden de enkelbestemming 'Gemengd - 2' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 3'. De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de instandhouding en het beheer van de cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken; b. de instandhouding en het beheer van de landschaps-, cultuurhistorische en natuurwaarden; c. kantoren; d. cultureel-educatieve doeleinden;
6/69
e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': één bedrijfswoning met aan-huis-verbonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, tuinen, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water. Strijdigheid bestemmingsplan Binnen de geldende bestemming zijn geen woningen toegestaan.
1.4
Omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan
Deze ruimtelijke onderbouwing is bedoeld als onderbouwing bij een omgevingsvergunning om af te wijken van de vigerende bestemmingsplannen (de zogenoemde c-activiteit; artikel 2.1, eerste lid onder c Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)). Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 Wabo is een goede ruimtelijke onderbouwing nodig. Omdat bij deze omgevingsvergunning nog geen vergunning wordt verleend voor concrete bouwplannen, zal de verleende omgevingsvergunning op een later moment dienen als planologisch toetsingskader voor bouwplannen. Het afwijkingsbesluit vervult daarbij feitelijk de functie van toetsingskader om een goede ruimtelijke ordening te borgen. Het toetsingskader voor een omgevingsvergunning voor het bouwen is als volgt: 1. Fase 1: Realisatie van maximaal 15 woningen in het kasteel en 2 semi openbare ruimtes voor vergaderingen en kleine (muziek)bijeenkomsten (1a), alsmede 3 woningen in de monumentale schuur (1b) 2. Fase 2: Realisatie van maximaal 13 woningen in de bijgebouwen; 3. Fase 3: Realisatie van maximaal 4 woningen in het koetshuis en behoud bedrijfsfunctie; Eén en ander als verbeeld op figuur 1.2.
7/69
Figuur 1.2 Toetsingskader omgevingsvergunning
1.5
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit: Wettelijke vereisten
Waar in dit document?
Een beschrijving van het project
Hoofdstuk 2
De conclusies van het onderzoek naar het beleid en de omgevingsaspecten
Hoofdstuk 3 en 4
De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid, inclusief kostenverhaal
Hoofdstuk 5
8/69
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie projectgebied
Het projectgebied omvat het kasteel Nederhorst met het koetshuis en aanliggende gebouwen. Het kasteel stamt uit de 14e eeuw (maar een oudere oorsprong wordt niet uitgesloten) en werd rond 1635 herbouwd door de kasteelheer Godert van Reede, waarmee het zijn huidige vorm kreeg. De westzijde van het kasteel herinnert aan de 14e-eeuwse woontoren en een classicistische ingangspartij aan de zuidzijde die in 1973 werd voltooid. De tuinaanleg komt nog grotendeels overeen met de ontwerptekening uit ongeveer 1700. Achter het kasteel ligt een 19e-eeuws wandelbos met slingerende paden. Op het terrein staat ook een 18e-eeuws koetshuis dat aan het begin van de vorige eeuw met twee vleugels aan weerszijden is uitgebreid. Het kasteel raakte na de oorlog zwaar in verval. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het kasteel gerestaureerd, waarna het op 10 januari 1971, toen de restauratie bijna achter de rug was, afbrandde. De restauratie werd hervat en in 1973 was ze voltooid.
Figuur 2.1 Luchtfoto projectgebied Het kasteel bestaat uit 4 bouwlagen (met de 4e laag in de kap). Het heeft vier torens gedekt met leien. Rondom het kasteel ligt een gracht. Het kasteel is via een toegangsbrug toegankelijk. Het kasteel ligt centraal op het landgoed. De verharding van de laanstructuren bestaat hoofdzakelijk uit grind en zandpaden. De formele hoofdentree ligt aan de Slotlaan / Nieuwe Overmeerseweg. Vanaf de monumentale poort loopt een met bomen begeleide toegangsweg recht op het kasteel af. Ten noorden van het landgoed, nabij de historische Willibrordkerk, ligt het Juliana-Bernhardplein van waaruit een tweede een ontsluiting ligt die eindigt op een ruime parkeerplaats.
9/69
Ten zuiden van het kasteel staat het voormalige koetshuis, met daarachter de bijgebouwen (onder andere de voormalige (Maarten) Toonder studio's). Het monumentale koetshuis is uit baksteen opgetrokken met pannen gedekte daken. De overige gebouwen zijn van hout met bitumen bedekte daken.
Figuur 2.2 Foto kasteel Nederhorst, koetshuis en bijgebouwen (bron: google streetview) Op het kasteel en het landgoed vinden incidenteel evenementen plaats, waaronder opera en openlucht theatervoorstellingen. In het koetshuis is een geluidsstudio gevestigd. In de bijgebouwen rechts van het koetshuis is het kantoor gevestigd van de huidige exploitant. Het kasteel en bijgebouwen waren tot 2002 in gebruik bij de Toonder studios. Daarna is er geen duurzame functie meer voor het complex gevonden. In totaal kan het complex worden gebruikt voor 2.200 m2 bvo kantoorruimte.
2.2
Beoogde ontwikkeling
Ontwikkelingsstrategie Stadsherstel Amsterdam N.V. heeft als doel het bewaren van gebouwd erfgoed voor volgende generaties. Zij is voornemens het kasteel te gaan exploiteren. Daarbij wordt uitgegaan van een woonfunctie voor de gebouwen. Met het toevoegen van deze functie kan het kasteel en landgoed duurzaam onderhouden en behouden blijven. Naast de verbouwing van het kasteelgebouw tot appartementen zullen nieuwe bouwwerken zorgvuldig op het terrein worden ingepast. De tuin- en parkaanleg speelt bij deze herbestemming een belangrijke rol en transformeert van een vrij gesloten kasteelpark naar een voor bewoners toegankelijke tuin- en parkaanleg met openstelling voor publiek. Het woonprogramma stelt nieuwe eisen aan de woonomgeving en buitenruimte, zoals een duidelijke afbakening van privé en openbare terreindelen en een adequate parkeervoorziening, die zorgvuldig ingepast dienen te worden zonder aantasting van de monumentale waarden. Het voorterrein leent zich voor dagelijkse openstellingen, waardoor het kasteel 'aanraakbaar' wordt. Ook het achterterrein zal worden opengesteld tijdens rondleidingen en open dagen.
10/69
Daarnaast veranderd het gebruik van tuin– en park: er is behoefte aan meer wandelmogelijkheden over duidelijk afgebakende paden die jaarrond goed en veilig begaanbaar zijn, ook deels voor mindervaliden. Er is een mogelijkheid tot inpassing van voldoende zitplekken, bijvoorbeeld in de schaduw van het parkbos en in de zon aan de gazons. Er zijn tevens eisen vanuit het groenbeheer voor de instandhouding van de aanleg: er is behoefte aan bergruimte voor tuinmaterialen, een overwinteringsplaats voor kuipplanten, en ruimte als schuil- en ontvangstmogelijkheid voor hoveniers en tuinvrijwilligers. Fasering Zoals beschreven in paragraaf 1.4 bestaat de ontwikkeling uit een aantal onderdelen. Deze betreffen: 1. Fase 1: Realisatie van maximaal 15 woningen in het kasteel en 2 semi openbare ruimtes voor vergaderingen en kleine (muziek)bijeenkomsten (1a), alsmede 3 woningen in de monumentale schuur (1b) 2. Fase 2: Realisatie van maximaal 13 woningen in de bijgebouwen; 3. Fase 3: Realisatie van maximaal 4 woningen in het koetshuis en behoud bedrijfsfunctie; Ten behoeve van het project zullen meerdere bijgebouwen worden gesloopt. Daarnaast vindt restauratie en revitalisatie plaats van de tuin- en parkaanleg.
Fase 1 Kasteel en monumentale schuur Het kasteel wordt geschikt gemaakt voor bewoning in appartementen en krijgt deels een openbare functie met ruimtes voor culturele uitingen en maatschappelijk gebruik (zoals bijvoorbeeld kamermuziekconcerten, lezingen, vergadering, etc.); Het kasteel wordt inpandig verbouwd waarbij maximaal 15 woningen worden gerealiseerd. Aan de gevels worden enkel wijzigingen doorgevoerd die noodzakelijk zijn voor het duurzaam beheer. Zo worden de zinken gootbekleding en het loodwerk van de dakkapellen vervangen en wordt een nieuwe bitumineuze dakbekleding op isolatie aangebracht. Het kasteel bestaat uit een souterrain, begane grondlaag en 2 verdiepingen. Op iedere bouwlaag worden binnen de bestaande indeling woon- en slaapkamers gerealiseerd. Op de begane grondlaag zijn 2 ruimtes gereserveerd voor semi openbare bijeenkomsten zoals vergaderingen en kamermuziekbijeenkomsten etc.. Dit zijn ruimtes met een historische interieurs, die, samen met de centrale hal, op deze wijze op bepaalde momenten toegankelijk kunnen blijven voor het publiek.
11/69
Figuur 2.3 Concept bouwtekening begane grond kasteel (bron: Verlaan & Bouwstra Architecten) Daarnaast wordt een nieuwe brug over de gracht aan de achterzijde van het kasteel gerealiseerd. In de monumentale schuur worden maximaal 3 woningen gerealiseerd.
12/69
Figuur 2.4 Schetsontwerp monumentale schuur (bron: Verlaan & Bouwstra Architecten) In de moestuin komt een nieuwe berging/werkschuur voor tuinmaterialen en de fietsen van bewoners van het kasteel, qua vormgeving in samenhang met de schutting (zie figuur 2.5).
Figuur 2.5 Fietsenbergingen bewoners kasteel (bron: Verlaan & Bouwstra Architecten)
13/69
Fase 2 Bijgebouwen De bijgebouwen (inclusief de voormalige studio) staan aan de zij- en achterkant van het koetshuis. In de bijgebouwen worden maximaal 13 woningen gerealiseerd. Op figuur 2.6 en 2.77 is de bestaande en nieuwe toestand weergegeven. Te zien is dat meerdere gebouwen zonder monumentale waarde worden gesloopt. Hierdoor ontstaat een meer aantrekkelijke plek waarbij het gevoel van een hofachtige plek beter wordt benadrukt.
Figuur 2.6
Bestaande toestand koetshuis en bijgebouwen
Figuur 2.7 Concept nieuwe toestand bij variant met maximaal 13 woningen in de bijgebouwen en 4 in het koetshuis
14/69
Fase 3 Koetshuis Het koetshuis voorziet in maximaal 4 woningen die inpandig worden gerealiseerd. Vanwege de monumentale waarde worden ook aan het koetshuis enkel maatregelen aan de gevels doorgevoerd waar dit vanuit duurzaamheid noodzakelijk is. De woningen worden net als bij het kasteel binnen de bestaande indeling gerealiseerd. Hierdoor blijft het monumentale karakter van het koetshuis behouden. Restauratie en revitalisatie tuin- en parkaanleg Naast de transformatie, sloop en nieuwbouw vindt ook restauratie en revitalisatie van de historische tuin- en parkaanleg plaats. Hiervoor is een streefbeeld opgesteld (zie figuur 2.8). Het streefbeeld bevat een set van verschillende maatregelen die er gezamenlijk voor zorgen dat historische karakter van de tuin en het park worden hersteld en de gebruiksvriendelijkheid wordt vergroot. De maatregelen betreffen: herstel van het voorplein met vloeiende contouren, gazons en groepen bloemrijke sierheesters en vaste planten; herstel aanspanplaats en aanplant van lindes; nieuwe brug aan de achterzijde van het kasteel naar de monumentale Vechtstoep; herstel van het parkbos in 'De Oude Tuyn' als onderdeel van de nieuwe rondwandeling.
Met sintzenplanten in open middenzone; herstel van de noordelijke toegangsweg met grasbermen en laanbomen (lindes) langs beide zijden; herstel van het parkbos, vergroten botanische rijkdom en heraanleg van paden inclusief het herstel van de rondwandeling; herstel van de oorspronkelijke breedte van de Pronklaan, waarbij de grasbermen beheerd worden als bloemrijk grasland met stinzenplanten; herstel van de samenhang tussen voormalig diensterf en moestuin; moestuinen voor kasteelbewoners geïnspireerd op de inrichting van de kasteelmoestuin op deze locatie; herstel van de gedempte gracht lans deel van de zuidelijke singel; heraanleg halfcirkelvormig gazon met stinzenplanten en paden in halfverharding, plaatsing sokkels en vazen; parkbosrand met zitjes en sierheersters; herstel laanbeplanting langs westelijke singel; herinrichting parkeerplaats in voormalige bongerd overeenomstig parkeereis (46 parkeerplaatsen), inclusief opstelplek voor containers (circa 5 x 10 m2) en aanplant van fruitbomen; realisatie fietsparkeerplek voor gasten (circa 2,5 x 5 m); extra parkeermogelijkheid in weiland voor incidenteel gebruik, waarbij geen verharding wordt aangelegd en toegang plaatsvindt via het bestaande hek; (fiets)bergingen voor bewoners van kasteel (circa 2 x 3m2).
De fietsenbergingen voor bewoners van fase 2 en 3 worden gerealiseerd binnen het bebouwde oppervlak; gazon met (bestaand) tuinhuis als ontvangstlocatie voor vrijwilligers.
15/69
Figuur 2.8 Streefbeeld restauratie en revitalisatie tuin- en parkaanleg (bron: Stichting in Arcadië)
16/69
Hoofdstuk 3 3.1
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk is de ontwikkeling getoetst aan het relevante beleidskader van rijk, provincie en gemeente.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt niet alleen regels met betrekking op de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing Voor dit project is het aspect Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde uit het Barro relevant. Op kaart 7 bij het Barro zijn de gronden aangeduid als gebied binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Uitsnede kaart 7 Barro (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
17/69
Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde worden beschreven in titel 2.13. Eén van de erfgoederen die aangewezen is als erfgoed van uitzonderlijke waarde betreft de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze is gelegen ter plaatse van het plangebied. Inmiddels is de Nieuwe Hollandse Waterlinie ook door UNESCO aangewezen als bijzonder erfgoed. Volgens het Barro hebben Provinciale Staten de opdracht de begrenzing van de erfgoederen nader uit te werken. In het kader van de toetsing aan de provinciale ruimtelijke verordening komt dit onderwerp daarom nader aan bod, zie paragraaf 3.3.2.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Stedelijke ontwikkeling Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wel of geen stedelijke ontwikkeling Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwontwikkeling vanaf 12 woningen is aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Het beoogde initiatief maakt 35 nieuwe woningen mogelijk en wordt daarom aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling.
De Provincie Noord-Holland stelt in Artikel 5a van de Provinciale ruimtelijke verordening nadere eisen aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In de Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkelingen 2017 zijn nadere eisen aan de regionale afstemming gesteld. Als basis voor de toetsing is gebruik gemaakt van het relevante onderliggende beleid en onderzoek. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. In dit geval is sprake van uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied.
18/69
Woningbehoefte Voor de onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte zijn onder meer de actuele provinciale Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040, de Monitor Woningbouw 2019, regionale afspraken en het gemeentelijk beleidskader relevant. De behoefte is beschreven op basis van deze onderzoeken en beleidsstukken. De bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 is de meest actuele prognose die voor de provincie vertrekpunt is bij het toetsen van regionale afspraken. Gemeente Wijdemeren is onderdeel van de woonregio Gooi en Vechtstreek.
Figuur 3.2. Relevante woonregio Gooi en Vechtstreek Een vereiste in de ladder voor duurzame verstedelijking is het aantonen van nut en noodzaak van de geplande ontwikkeling. Figuur 2.2 geeft voor de periode 2019-2030 hiervoor de kwantitatieve basis zoals die voortkomt uit deze prognose. Regio's kunnen deze tabel gebruiken bij het actualiseren van hun regionale afspraken. Voor de provincie vormen ze het uitgangspunt voor het beoordelen van nut en noodzaak van nieuwe woningbouwontwikkelingen. Hieruit blijkt dat de prognose voor de regio uitkomt op 8.300 woningen in de periode 2019-2030. De prognose voor Wijdemeren komt uit op 800.
19/69
Figuur 3.3 Woningbehoefte Regio Gooi en Vechtstreek 2019-2030 In de bijlage 'Uitkomsten per gemeente/regio' komt voor Wijdemeren iets hoger uit, namelijk op 1.000 woningen tot 2030 en 100 in de periode 2030-2040.
Figuur 3.4 Bevolking- en huishoudensprognose gemeente Wijdemeren In de kwalitatieve behoefte is relevant dat er in de regio vooral sprake is van een grote toename in het aantal alleenstaande 65+ers, een oudergezinnen en paren zonder kinderen.
20/69
Figuur 3.5. Kwalitatieve woningbehoefte Conclusie De woningbehoefte is 800 a 1.000 woningen in de periode 2019-2030. Er is in de regio en gemeente vooral behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens. De beoogde woningen zijn relatief klein qua oppervlakte en beschikken over maximaal 2 slaapkamers (een in een enkel geval 3 slaapkamers). De woningen sluiten daarom goed aan op de woningbehoefte in de regio waarbij vooral behoefte is aan woningen voor kleinere huishoudens. Woningbehoefte per kern De woningbehoefte in de gemeente Wijdemeren (800-1.000 woningen in de periode 2019-2030) is niet uitgesplitst per kern. Wanneer je de behoefte zou verdelen op basis van het huidige aantal inwoners per kern, dan zou 23% van de behoefte in Nederhorst den Berg moeten worden gefaciliteerd. Dat zou neerkomen op 184 tot 230 woningen. De woningbehoefte is echter groter in voorzieningenkernen omdat meer mensen in kernen met basisvoorzieningen willen wonen (vooral senioren). Drie kernen hebben voldoende inwoners als draagvlak voor voorzieningen. De woningbehoefte in Kortenhoef, Nieuw-Loosdrecht en Nederhorst den Berg zal naar verwachting groter zijn dan in de kleine kernen.
Figuur 3.6. Inwoners en huishoudens per kern 1-1-2019 (bron: cbs, 2020)
21/69
Conclusie In de voorzieningenkernen is sprake van de grootste woningbehoefte. De woningbehoefte in Nederhorst den Berg is in de periode 2019-2030 minimaal 184-230 woningen. Plancapaciteit regio De plancapaciteit in de regio is onderzocht in de Monitor woningbouw 2019. Hieruit blijkt dat er in de regio in totaal wel voldoende plannen zijn, maar dat de harde plancapaciteit onvoldoende is om in de behoefte te kunnen voorzien.
Figuur 3.7. Woningbehoefte en plancapaciteit regio Gooi en Vechtstreek Conclusie Er is in de regio onvoldoende harde plancapaciteit om in de behoefte te kunnen voorzien. Regionale afspraken De regio heeft in de Woonvisie regio Gooi en Vechtstreek 2016-2030 afspraken gemaakt over het aantal en soort woningen. Vanaf 2020 is een nieuwbouwproductie van 550 woningen per jaar nodig. Eenderde van de woningtoevoegingen moeten in het betaalbare segment worden gerealiseerd. Dit betekent voor huurwoningen een huurprijs tot maximaal 737,14 (prijspeil 2020). Voor de periode 2020 tot 2030 gaat de regio uit van gemiddeld 140 transformaties per jaar Regionaal gezien kan het woningbouwprogramma tot 2030 gerealiseerd worden binnen de nu voorziene plannen, mits de zachte plancapaciteit ook kan worden gerealiseerd. In de gemeente Wijdemeren vraagt de huisvesting van jongeren en jonge gezinnen en het vinden van kleinschalige bouwlocaties in en nabij de verschillende woonkernen specifieke aandacht. Daarmee wil Wijdemeren de kleine groene dorpen leefbaar houden. Verder is er een beperkt aantal huurwoningen en is de druk op de sociale huurwoningen groot. In de Monitor woningbouw 2019 is aangegeven dat de netto groei van de woningvoorraad de afgelopen jaren hoger was dan de RAP-afspraak.
22/69
Figuur 3.8. Bruto productie ten opzichte van RAP-afspraak Aan het begin van een nieuwe bestuursperiode stellen de gemeenteraden Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren de regionale samenwerkingsagenda op. Er zijn vijf speerpunten voor de regionale samenwerkingsagenda 2019-2022: 1. Een bereikbaar Gooi en Vechtstreek 2. Een duurzaam Gooi en Vechtstreek 3. Een aantrekkelijk woon-werk klimaat 4. Versterking sociaal domein 5. Regionale omgevingsvisie 2040 De gemeenten werken in regionaal verband samen aan een nieuwe omgevingsvisie. Na iedere fase wordt besloten of er aanleiding is voor een vervolg. Er wordt gewerkt aan een koersdocument met ontwikkelperspectieven vanuit verschillende invalshoeken. De rol van de verschillende gemeenten in de woningbouwopgave wordt geactualiseerd. Dit kan ook leiden tot heroverweging van minder kansrijke locaties of de keuze voor een grotere bovenregionale opvangfunctie. Vooralsnog is in deze ladderonderbouwing geen rekening gehouden met een andere rol van de gemeente in de woningbouwopgave en een eventuele bovenregionale opvangfunctie. Conclusie Er is onvoldoende harde plancapaciteit om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Eenderde van de woningen moeten in het betaalbare segment worden gerealiseerd. Er is in Wijdemeren grote behoefte aan betaalbare woningen, zowel huur als koop.
De RAP-afspraken zijn aan actualisatie toe. Ondanks de hogere productie van de afgelopen jaren is sprake van krapte op de woningmarkt. Dat blijkt uit cijfers van de NVM.
23/69
Gemeentelijk woonbeleid De belangrijkste doelstelling van het lokale woonbeleid, zoals het in de Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 is verwoord, is om de woningvoorraad, nu en in de toekomst, zo goed mogelijk af te stemmen op de woonwensen van de inwoners van Wijdemeren. Daarnaast verdient de leefbaarheid van de kleine kernen in de gemeente bijzondere en blijvende aandacht. Een belangrijke uitkomst uit het Woningbehoefteonderzoek Wijdemeren (december 2015) is dat er toen al vooral behoefte was aan betaalbare woningen in de koop en woningen in de huur. De grootste behoefte bevindt zich aan de onderkant van de woningmarkt. Eén van de aanbevelingen uit het woningbehoefteonderzoek is om de vraag vanuit starters/jonge huishoudens en senioren te faciliteren. Het aantal woningen voor jongeren en jonge gezinnen moet vergroot worden om de leefbaarheid in de kernen te versterken. Het is aan te bevelen woningen toe te voegen die geschikt zijn voor meer levensfasen en zodoende daarmee geschikt voor een brede doelgroep. Er is ook behoefte aan grondgebonden woningen in alle segmenten. De duurdere prijsklasse kan de doorstroming bevorderen, waardoor betaalbare woningen voor starters vrij kunnen komen. Conclusie Het toevoegen van woningen in Kasteel Nederhorst geeft invulling aan het beleid uit de woonvisie, gericht op betaalbaar wonen, leefbaarheid en het aantrekken en vasthouden van jongeren.
In de bijgebouwen en monumentale schuur bestaat een derde van de woningen uit sociale huur/koop. In het kasteel worden woningen in het midden en hoge segment gerealiseerd, waardoor de doorstroom naar de duurdere prijsklasse wordt gefaciliteerd. Plancapaciteit gemeente Wijdemeren Op plancapaciteit.nl worden de woningbouwlocaties door de gemeente bijgehouden. In Wijdemeren betreft een groot deel van de locaties sloop-nieuwbouw, waarbij per saldo geen woningen worden toegevoegd. Eind oktober gaat het om 20 plannen.
24/69
Figuur 3.9. Inventarisatie plannen (plancapaciteit.nl, bewerking Rho) Er is in de gemeente te weinig harde plancapaciteit om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. De behoefte is minimaal 184-230 woningen in Nederhorst den Berg en er zijn harde plannen voor 12 woningen. Binnen de gemeente Wijdemeren is het totaal aan harde plancapaciteit 48 woningen. Conclusie woningbehoefte Er is grote behoefte aan nieuwe plannen in Wijdemeren en specifiek in Nederhorst den Berg. Dit project geeft daar mede invulling aan met een gedifferentieerd programma. Onderdeel van de laddermotivering voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een motivering waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is. In dit geval gaat het om een locatie buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom is de locatiekeuze gemotiveerd. Locatieafweging Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied Er is in totaal behoefte aan circa 800 woningen in de gemeente Wijdemeren in de periode 2019-2030. Feitelijk gezien ligt het kasteel Nederhorst buiten bestaand stedelijk gebied. Toch draagt de ontwikkeling bij aan het leefbaar houden van de kernen van Nederhorst. Het kasteel ligt namelijk tussen de twee woongebieden van Nederhorst en voegt hier 35 woningen in verschillende prijssegmenten aan toe.
Door middel van de transformatie van het kasteel hoeft de woningdichtheid in de kern niet te worden verhoogd en daarnaast kan op deze manier het kasteel duurzaam in stand worden gehouden.
25/69
Bij de locatiekeuze buiten bestaand stedelijk gebied speelt het beleidskader een belangrijke rol. Daarom wordt hierna ingegaan op het relevante ruimtelijke beleid. Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) Het project sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050, vooral ten aanzien van de ontwikkeling van woonlocaties aansluitend aacheckn bestaand stedelijk gebied het is in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Zie paragraaf 3.3.1. Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerd 2019) In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. Het projectgebied is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In paragraaf 4.10 is het initiatief getoetst aan artikel 15 PRV. Hieruit blijkt dat rekening wordt gehouden met de genoemde ambities en ontwikkelprincipes. Structuurvisie Wijdemeren De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van Wijdemeren tot 2030. 'Beheerste ontwikkeling met behoud van het goede' is het motto. De structuurvisie geeft antwoord op de vragen als: Waar is nog ruimte voor natuur, wonen, werken, verkeer en recreatie. In structuurvisie Wijdemeren is de gewenste toekomstige ruimtelijke structuur beschreven. De locatie is op de kaart Wonen specifiek opgenomen als 'Herontwikkeling bestaande bebouwing'.
In de structuurvisie uit 2012 rekening gehouden met de herontwikkeling van het kasteel en de bijgebouwen. Het plan voldoet aan de uitgangspunten die daaraan worden gesteld omdat er nagenoeg uitsluitend inpandige werkzaamheden plaatsvinden. Niet historisch waardevolle bebouwing wordt gesloopt waardoor het erfgoed in de nieuwe situatie nog beter tot zijn recht komt. Omgevingsvisie 2040 De omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. De gemeente wil initiatieven - van inwoners, van de markt of van maatschappelijke partners - inspireren en vroegtijdig in goede banen leiden. Hiermee wil de gemeente partijen stimuleren om een bijdrage te leveren aan de verschillende opgaven waarvoor men staat en onderdeel te worden van de nieuwe samenwerkingen die daarbij wordt gezocht. Het plan draagt bij aan 1 van de 3 kernopgaven zoals die benoemd zijn de Omgevingsvisie. Het betreft de kernopgave A 'Vitale en gezonde leefomgeving'. Geconcludeerd wordt dat het beoogde plan draagt bij aan de woonbehoefte waarbij wordt ingezet op gewenste transformatie. Het beoogde project is aangeduid als 'complementair en onderscheidend ontwikkelen'. Conclusie locatiekeuze De locatie ligt aansluitend aan de bestaande kernen van Nederhorst en voorziet in een transformatie van bestaande bebouwing.
Dit is in lijn met de gemeentelijke structuurvisie waarbij het kasteel is aangewezen als locatie voor herontwikkeling.
26/69
Het voorliggend initiatief zorgt voor een duurzame instandhouding van het monument Kasteel Nederhorst. Daarnaast geeft het op een unieke wijze invulling aan de woningbehoefte in de regio. 3.2.4 Nationale Omgevingsvisie (ontwerp) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren.
Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
27/69
Toetsing In dit geval worden woningen gerealiseerd aansluitend op de bestaande bebouwing. Dit draagt bij aan de grote woningbehoefte en het versterken van de leefbaarheid in de kern. Door niet alles vol te bouwen in de kern, blijft er voldoende groen en water en ruimte om te bewegen. 3.2.5 Conclusie rijksbeleid Het plan is niet in strijd met het rijksbeleid.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.
Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.
28/69
Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 een richting uitgezet om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem; 4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal; 5. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Toetsing Het project sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050, vooral ten aanzien van de ontwikkeling van woonlocaties aansluitend aan bestaand stedelijk gebied, waterrobuust, energieneutraal en in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.
3.3.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie 2019) In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast. Op korte termijn treedt de nieuwe Omgevingsverordening in werking. Toetsing Voor het projectgebied zijn de volgende onderwerpen uit de PRV van toepassing: 1. UNESCO; 2. Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. ad. 1 UNESCO Het projectgebied is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ontwikkelingen zijn hier alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.9. ad. 2 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied Voor het projectgebied is relevant dat de ontwikkeling is gelegen in landelijk gebied. Artikel 15 PRV is daarom van toepassing: 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening wordt gehouden met:
29/69
de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, en; de ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren, en; b. hierbij wordt betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes, en; de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, en; de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren. 3. De toelichting van een bestemmingsplan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 4. Gedeputeerde Staten kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) om advies vragen over ontwikkelingen die een grote impact kunnen hebben op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden of indien wordt afgeweken van de ontwikkelprincipes als bedoeld in het tweede lid onder a. Provinciale leidraad Landschap en cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ontwikkelingen met het doel te werken aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De leidraad beschrijft de kernkwaliteiten van de verschillende NoordHollandse landschappen. Gemeentelijke plannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen dienen rekening te houden met deze karakteristieke eigenschappen.
Het basis uitgangspunt is dan ook 'behoud door ontwikkeling' Artikel 15 PRV is alleen direct van toepassing als het projectgebied gekwalificeerd wordt als landelijk gebied’ als gedefinieerd in artikel 2 aa PRV. Hiervan is in onderhavig project sprake. In paragraaf 4.9 is het initiatief getoetst aan artikel 15 PRV. Hieruit blijkt dat rekening wordt gehouden met de genoemde ambities en ontwikkkelprincipes. Conclusie Het initiatief voldoet aan de provinciale ruimtelijke verordening.
3.3.3 Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (2019) Het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen is in december 2019 getekend door 21 partijen, waaronder de Provincie Noord-Holland en de gemeente Wijdemeren. Het Oostelijke Vechtplassengebied kampt met grote problemen op gebied van recreatie, natuur en landschap. Veranderingen in het gebied zijn nodig om landschap te verbeteren, natuur te versterken en de recreatie een economisch vitale sector te maken. Partijen beseften dat aanpak van hun losse problemen geen oplossing zou bieden, maar dat samenwerken in een grotere gebiedsontwikkeling nodig is om de problemen op te lossen. In het akkoord zijn ambities en doelen beschreven en er is een uitvoeringsprogramma met uitwerkingen opgesteld. De doelen, ambities en uitwerkingen hebben betrekking op de ontwikkeling van het vrijetijdslandschap, de ontwikkeling van topnatuur en de transformatie van de recreatiesector. Idee binnen het gebiedsakkoord is dat het realiseren van deze drie zaken in goede balans gebeurt. Alle werkwijzen binnen de uitvoering van het Gebiedsakkoord zijn daarop gericht en het is ook terug te zien in de wijze waarop ambities en doelen zijn beschreven. Daarbij is sprake van open plan processen waarbij alle belangen aan tafel uitgangspunt zijn.
30/69
Ambitie De ambitie van de partijen is om, naar vermogen, zelf en gezamenlijk, de onderscheidende kwaliteiten van de Oostelijke Vechtplassen te versterken. Deze kwaliteiten zijn: Cultuurlandschap; Verveningscultuur; Rijke historie; Topnatuur; Een breed aanbod aan recreatiemogelijkheden, waaronder recreatieve routenetwerken en de relatie land -water, om volop te kunnen genieten van het bijzondere gebied; Een door de grote verhuurvloot en zeilwedstrijden bekendstaand laagdrempelig instapgebied voor waterrecreatie. Grote diversiteit in het gebied, zowel wat betreft natuur, landschap als recreatieve mogelijkheden. De partners hebben de ambitie om via een duurzame gebiedsontwikkeling met samenhangende investeringen, onderhoud en duurzame exploitatie bovengenoemde kwaliteiten te vergroten en behouden. Zo willen zij komen tot waardevermeerdering op zowel economisch, sociaal (o.a. leefbaarheid) als ecologisch vlak. Doelen en concrete uitwerkingen De ambities zijn vertaald in doelstellingen en concrete uitwerkingen. Wanneer een uitwerking om wat voor reden dan ook niet haalbaar blijkt, wordt in samenspraak met alle partners gezocht naar een andere concrete uitwerking die opgepakt kan worden, om daarmee de vastgelegde balans tussen de onderliggende belangen te behouden.
Toetsing In het Gebiedsakkoord is als ambitie voor de transformatie van de recreatiesector beschreven dat ten minste één extra buitenplaats dient te worden opengesteld voor recreatief bezoek. Vanuit dit akkoord bestaat de wens het aanbod aan recreatieve en toeristische voorzieningen te vergroten en bestaande voorzieningen te verbeteren en beter toegankelijk te maken. Dat geldt ook voor culturele voorzieningen. De ambitie is om minimaal één extra locatie in een historische buitenplaats beschikbaar te stellen als B&B , hotel, horeca, museum of met een andere duurzame publieksfunctie. Het beoogde plan voorziet in transformatie van kasteel en bijgebouwen naar een woonfunctie. Op de begane grondlaag van het kasteel zijn 2 ruimtes gereserveerd voor semi openbare bijeenkomsten zoals vergaderingen en kamermuziekbijeenkomsten etc. Dit zijn ruimtes met een historische interieurs, die, samen met de centrale hal, op deze wijze op bepaalde momenten toegankelijk kunnen blijven voor het publiek. Hierdoor blijft het kasteel gedeeltelijk duurzaam toegankelijk voor de toekomst maar draagt het daarnaast bij aan de woningbouwopgave. Het toevoegen van woningen in Kasteel Nederhorst geeft invulling aan het beleid uit de woonvisie, gericht op betaalbaar wonen, leefbaarheid en het aantrekken en vasthouden van jongeren.
In de bijgebouwen en monumentale schuur bestaat een derde van de woningen uit sociale huur/koop. In het kasteel worden woningen in het midden en hoge segment gerealiseerd, waardoor de doorstroom naar de duurdere prijsklasse wordt gefaciliteerd. Tot slot wordt door sloop van een deel van de niet historische bebouwing de buitenplaats in een betere context geplaatst, waardoor de cultuurhistorische waarden beter zichtbaar worden.
31/69
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Wijdemeren (2013) 'Beheerste ontwikkeling met behoud van het goede' is het motto van de structuurvisie. De structuurvisie geeft onder andere antwoord op de vragen als waar is nog ruimte voor natuur, wonen, werken, verkeer en recreatie. Toetsing In structuurvisie Wijdemeren is de gewenste toekomstige ruimtelijke structuur beschreven. De locatie is is op de kaart Wonen specifiek opgenomen als 'Herontwikkeling bestaande bebouwing'.
Figuur 3.2: Uitsnede structuurvisiekaart (bron: structuurvisie Wijdemeren) De gemeente heeft als uitgangspunt voor de structuurvisie geformuleerd: ‘een beperkte ontwikkeling met behoud van het goede’. De gemeente hecht sterk aan het belang van openheid en landschappelijke kwaliteit en conformeert zich daarom aan het beleid van de Provincie over wonen, zoals neergelegd in de Structuurvisie 2040. De gemeente neemt de ‘ja, mits’ benadering over van de Provincie. Bouwplannen buiten BBG worden getoetst aan strenge kwalitatieve criteria. Belangrijke voorwaarden zijn dat wonen en landschap met elkaar worden verbonden en elkaar versterken en dat de bouwplannen aansluiten bij de landschappelijke context en de cultuurhistorie. De herontwikkeling van het kasteel en de bijgebouwen vindt plaats met respect voor de cultuurhistorische waarden. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten uit de structuurvisie. Conclusie In de structuurvisie uit 2012 rekening gehouden met de herontwikkeling van het kasteel en de bijgebouwen. Het plan voldoet aan de uitgangspunten die in de structuurvisie worden genoemd. Niet historische en minder waardevolle bebouwing wordt gesloopt waardoor het erfgoed in de nieuwe situatie nog beter tot zijn recht komt.
32/69
3.4.2 Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 De omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. De gemeente wil initiatieven - van inwoners, van de markt of van maatschappelijke partners - inspireren en vroegtijdig in goede banen leiden. Hiermee wil de gemeente partijen stimuleren om een bijdrage te leveren aan de verschillende opgaven waarvoor men staat en onderdeel te worden van de nieuwe samenwerkingen die daarbij wordt gezocht. Ook kan de gemeente tegenstellingen of juist belangen die elkaar versterken, vroegtijdig identificeren. Zoals de relatie tussen de fysieke leefomgeving en sociaal maatschappelijke opgaven. Daarnaast zoekt de gemeente de verbinding met ruimtelijke opgaven in de regio en de provincie. Vanuit het verhaal van Wijdemeren wordt aangesloten op het Regionale Koersdocument Gooi en Vechtstreek, het Gebiedsakkoord Oostelijk Vechtplassen en de Provinciale Omgevingsvisie. Op basis van de visie op Wijdemeren in 2040 en de diverse trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd. Drie verhaallijnen die ingaan op de uitdagingen die voorliggen en de bijbehorende ambities. De drie kernopgaven zijn: A. Vitale en gezonde leefomgeving: behoud en versterking van de woon- en leefkwaliteit in de kernen en linten. B.
Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid: het vergroten van het verdienvermogen door ruimte te bieden voor (nieuwe) economische activiteiten en te investeren in bereikbaarheid. C. Waardevol landschap: Vormgeven aan natuurbehoud, landschapsbeheer en vergroting van de biodiversiteit. Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de kernopgave A. Volgens kernopgave A wordt een vitale en gezonde leefomgeving onder andere bereikt door te voorzien in de woonbehoeften. De steeds grotere groep ouderen in de gemeente heeft behoefte aan levensloopbestendige woningen en een levensloopbestendige woonomgeving waarin zij zelfstandig kunnen functioneren. Om op korte en langere termijn te kunnen voorzien in de woonbehoefte is een woningbouwprogramma nodig dat niet alleen aansluit op de behoefte van vandaag, maar ook rekening houdt met de vraag van morgen. Doordat de uitbreidingsmogelijkheden relatief gering zijn, zet de gemeente extra in op inbreiding en transformatie. Er liggen verspreid in onze kernen en linten mogelijkheden tot transformatie of inbreiding. Dit kan zowel kleinschalig gebeuren - door een enkele toevoeging van een (extra) woning, het splitsen van woningen of door het transformeren van panden.
Ook zet de gemeente in op een zorgvuldige afronding van de dorpsranden, door ruimte te bieden voor ontwikkelingen die het karakter en aanzicht van de kernen versterkt en een relatie legt tussen het landschap en de dorpen. Soms betekent dit dat de gemeente de grens ertussen wil versterken, op andere plekken liggen er kansen om dorp en landschap beter te verweven. Nieuwbouw biedt volgens de Omgevingsvisie mogelijkheden om tekorten in bepaalde segmenten van de woningmarkt aan te vullen en de doorstroming naar passende woningen te bevorderen. Wijdemeren zet in op het creëren van diverse woonmilieus op de geplande uitbreidingslocaties die aansluiten op zowel de lokale als regionale behoefte. Daarin wil de gemeente in regionaal opzicht complementair en onderscheidend zijn, en een uniek aanbod toevoegen. We zien daarbij extra kansen om woningen en woonmilieus toe te voegen die passen bij de ruimtelijke kwaliteit van Wijdemeren, ook met oog op klimaatadaptatie en duurzaamheid.
33/69
Geconcludeerd wordt dat het beoogde plan draagt bij aan de woonbehoefte waarbij wordt ingezet op gewenste transformatie (zie figuur 3.3).
Figuur 3.3 Uitsnede omgevingsvisie - ruimtelijke vertaling van kernopgave A 3.4.3 Woonvisie 2021-2024 Hoofddoel voor de woonvisie Wijdemeren 2021-2024 is gericht op het stimuleren van een divers samengestelde woningvoorraad, nu en in de toekomst, waarbij deze zo goed mogelijk is afgestemd op de samenstelling van de inwoners van Wijdemeren, met extra aandacht voor het behoud van (woon)mogelijkheden voor jongeren en jonge gezinnen. Dit doel leidt tot de 3 volgende doelstellingen: 1. Focus op Nieuwbouw: De focus op betaalbare nieuwbouw om er voor te zorgen dat aanwezige plannen worden gerealiseerd en er meer diversiteit komt in de woningvoorraad. We willen een betere aansluiting op de vraag en meer kansen voor specifieke doelgroepen creëren. We vergroten hiermee de beschikbaarheid van betaalbare en gelijkvloerse woningen en geven mogelijkheden om te wonen aan inwoners met een laag tot gemiddeld inkomen.
34/69
2. Leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid: gemeente streeft naar een gezonde, duurzame en veilige woonomgeving, met een woningvoorraad die past bij het huishouden, inkomen en de zorgvraag van de inwoners. Extra aandacht wil de gemeente voor huisvesting van jongeren en jonge gezinnen door het o.a. creëren van doorstroming voor senioren naar passende gelijkvloerse woningen. Gemeente geeft hiermee mogelijkheden voor verhuizing aan een deel van onze oudere bevolking die gelijkvloers wil wonen en voor jonge gezinnen die ruimer willen wonen en dragen bij aan een evenwichtige samenstelling van onze kernen en versterken daarmee de leefbaarheid in kleine kernen. 3. Duurzame woningvoorraad: Duurzaam in de meest brede zin van het woord. Niet alleen gericht op energieverbruik en circulariteit van bouwmaterialen maar ook wat betreft de samenstelling van de woningvoorraad, zodat verschillende groepen blijvend een plaats vinden in de woonkernen. Dit betekent niet alleen transformatie naar energie zuinig maar ook divers samengesteld en flexibel, door toevoeging van woningtypes die er te weinig zijn. Gemeente wil gestapelde woningen toevoegen die passend zijn in de omgeving en woningen aanpassen om de ouder wordende bevolking te kunnen huisvesten, zodat zij in hun eigen kern kunnen blijven wonen.
Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de transformatie van bestaand erfgoed naar woningbouw. Het programma bestaat zowel uit een mix van goedkope en duurdere appartementen. Hiermee wordt een positieve bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de Woonvisie. Door het toevoegen van gestapelde woningen passend binnen de omgeving wordt doorstroming binnen de woningvoorraad bevorderd. 3.4.4 Nota Klimaatadaptatie 2020-2030 Om - ook in de toekomst - prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, investeert de gemeente Wijdemeren stap voor stap in een klimaatbestendige en waterrobuuste buitenruimte. In de Nota Klimaatapadatie zijn de ambities vastgelegd. Dit betekent concreet dat in 2050: 100 millimeter regen in 24 uur niet tot schade of wateroverlast leidt. bij hevige regen er geen vuilwater op straat, in tuinen of in de natuur terecht komt. tropische temperaturen en langdurige droogte de leefbaarheid beperkt negatief beïnvloeden. Met deze nota wil de gemeente het risico op wateroverlast in de bebouwde omgeving verminderen. Dit hangt samen met het voorkomen van droogte, hittestress en bodemdaling. Met deze nota geeft de gemeente invulling aan de gezamenlijke opgave met een combinatie van maatregelen. Deze zijn: 1. Optimale inzet rioolstelsel: Gemeente legt een gescheiden rioolstelsel aan. In 2020 heeft na schatting 10% va de huishouden een gescheiden afvoer.
Het doel is dat in 2030 45% van alle huishoudens is aangesloten op het gescheiden rioolstelsel. In 2050 moet dit 90% zijn. Een hemelwaterverordening helpt hierbij. 2. Groene daken:. Groene (sedum) daken zijn effectief in het bergen en vertraagd afvoeren van regenwater. Daarnaast is het goed als dakisolatie, verlegt de levensduur van het dak en geeft het verkoeling in de zomer. Met een subsidie op groene daken stimuleren wij de aanleg van 4000 vierkante meter groene dakoppervlakte per jaar. Daarmee kunnen alle inwoners een schuur of tuinhuis van 40 vierkante meter bedekken. 3. Waterberging bij bouw: Alle nieuwbouw-, uitbouw- en renovatieprojecten in Wijdemeren dragen vanaf 2021 bij aan het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de bebouwde omgeving. Tenminste 40 millimeter van gesloten verhardoppervlakte afstromend regenwater wordt op het eigen perceel geborgen.
35/69
4. Waterberging openbare ruimte: Herinrichtingsprojecten van de gemeente zijn bij oplevering klimaatbestendig en waterrobuust. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is de ambitie opgenomen om 100 millimeter regenwater in de openbare ruimte te kunnen bergen of afvoeren. Toetsing De ontwikkeling voorziet in sloop van een deel van de bebouwing en transformatie. Per saldo wordt minder bebouwd oppervlak gecreëerd wat de waterhuishoudkundige situatie verbetert. In de overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer zullen afspraken worden gemaakt over de waterberging. Bij de uitwerking van het plan zal het gebruik van groene daken overwogen kunnen worden. Het plan voldoet aan de uitgangspunten uit de Nota Klimaatadapatie.
3.4.5 Laadpalenbeleid 2020-2025 Om aan de toekomstige laadbehoefte te voldoen, is een versnelling in het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte nodig. Dit beleid is opgesteld om deze versnelling mogelijk te maken. De gewenste versnelling realiseert de gemeente als volgt: 1. Het huidige proces van aanvraag tot plaatsing is lang. Dit proces wordt aanzienlijk verkort. 2. Het is niet altijd mogelijk om op korte afstand van thuis of werk een nieuwe laadpaal in de openbare ruimte te plaatsen. Met dit beleid beantwoordt de gemeente een aanvraag met: “ja, mits…" . De gemeente stelt nieuwe kaders voor de toekenning van een laadpaal in de openbare ruimte. 3. Vooralsnog plaatst de gemeente laadpalen in de openbare ruimte op aanvraag. Bij herinrichtingsprojecten plaatst de gemeente laadpalen in de openbare ruimte ook proactief. Toetsing Het initiatief wordt op private grond gerealiseerd. Bij de aansluiting van nieuwe laadpalen in de openbare ruimte wordt een verzoek ingediend bij de gemeente.
36/69
Hoofdstuk 4 4.1
Toetsing aan de omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit mer is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek Het voorliggend plan maakt de nieuwbouw van maximaal 35 woningen mogelijk. Dit valt onder de activiteit 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen' genoemd in onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. De ontwikkeling blijft wel onder de drempelwaarden (een oppervlakte =100 ha, een aaneengesloten gebied en =2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte =200.000 m2). Er moet daarom beoordeeld worden of belangrijke nadelige milieueffecten kunnen worden uitgesloten door middel van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Bij deze ruimtelijke onderbouwing is tevens een aanmeldnotitie voor de vormvrije m.e.r-beoordeling opgesteld waarin is vastgesteld dat geen MER nodig is voor dit project. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.