CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ontwerp-begroting 2023 Plassenschap

gemeenteraad 12 december 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze op de 2e begrotingswijziging 2022 en de concept begroting 2023 Plassenschap Loosdrecht8.896 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEGROTING 2023 ONTWERP 04 OKTOBER 2022

1

1 Voorwoord Voor u ligt de Programmabegroting Plassenschap Loosdrecht e.o. 2023, opgesteld namens het dagelijks bestuur voor de laatste keer door bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). RMN wordt op 31 december 2022 opgeheven, de taken worden dan overgenomen door de gemeente Wijdemeren. Plassenschap Loosdrecht e.o. is in 2023 een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze BVO werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van publiek toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De gemeente Utrecht is per 1 januari 2023 geen deelnemer meer in het Plassenschap. De taak van het Plassenschap Loosdrecht e.o. ingevolge de nieuwe BVO is het beheer en onderhoud en eventueel de exploitatie van eigendomen van het Plassenschap en de daarop aanwezige voorzieningen, het in stand houden van natuur en landschapsschoon, voor zover samenhangend met deze taak, alsmede het financieel beheer dat met deze taak samenhangt. Het gebied omvat alle wateren van de Loosdrechtse Plassen, de beide Kievitsbuurten een pad en enkele terreinen en paden in het Veenweidegebied ten westen van de A2.

Het plassengebied biedt daarmee publieke mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Het Plassenschap heeft de uitvoering van zijn werkzaamheden belegd bij de gemeente Wijdemeren. De taken op het gebied van Regelgeving, Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving alsmede het bevoegd gezag ingevolge de Scheepvaartverkeerswet zijn daarvan geen onderdeel meer; daarvoor zijn vanaf de wijziging van de regeling de beide gemeenten verantwoordelijk. Omdat het voor de hand ligt dat deze taken- net als voorheen - worden verricht ten dienste van alle deelnemers, zijn de lasten en baten van deze taakuitvoering in de schapsbegroting opgenomen. Deze begroting 2023 is opgesteld in afstemming met de gemeente Wijdemeren en op basis van het aanbod dat de gemeente Wijdemeren het Plassenschap heeft gedaan voor de uitvoering van de taken. De gemeente Wijdemeren heeft daarbij te kennen gegeven dat het jaar 2023 als een overgangsjaar moet worden beschouwd waarin zij diverse zaken verder uitwerkt en inricht. De deelnemers hebben afgesproken dat gedurende de jaren 2023 en 2024 de besparingen die worden gerealiseerd in de bedrijfsvoering worden ingezet ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het product. Na deze twee jaren wordt dit uitgangspunt geëvalueerd.

ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. 7 december 2022

Mevr. C. Larson Voorzitter

Mevr. J. Brand Secretaris

2

INHOUD 1

Voorwoord ....................................................................................................................................... 2

Ondertekening ......................................................................................................................................... 2 Inhoud ...................................................................................................................................................... 3 Beleidsbegroting ...................................................................................................................................... 5 2

Programmaplan ............................................................................................................................... 5 2.1

Inleiding ................................................................................................................................... 5

2.2

Programma 1: Beheer en onderhoud ...................................................................................... 5

2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................... 5

2.2.2

Wat mag het kosten? ....................................................................................................... 6

2.3

Programma 2: Toezicht en handhaving .................................................................................. 7

2.4

Programma 3: Ontwikkeling .................................................................................................... 8

2.4.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................... 8

2.4.2

Wat mag het kosten? ....................................................................................................... 8

2.5

2.5.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................... 9

2.5.2

Wat mag het kosten? ....................................................................................................... 9

2.6

3

Programma 4: Exploitatie ........................................................................................................ 9

Programma 5: Algemeen (incl. overhead) ............................................................................. 11

2.6.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? ............................................................ 11

2.6.2

Wat gaan we daarvoor doen? ....................................................................................... 11

2.6.3

Wat mag het kosten? ..................................................................................................... 11

Paragrafen ..................................................................................................................................... 15 3.1

Paragraaf lokale heffingen ..................................................................................................... 15

3.2

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................... 15

3.2.1

Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit .................................... 17

3.3

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................ 19

3.4

Paragraaf financiering ........................................................................................................... 19

3.4.1

Beleidsuitgangspunten .................................................................................................. 19

3.4.2

Risicobeheer .................................................................................................................. 20

3.4.3

Kasgeldlimiet ................................................................................................................. 20

3.4.4

Renterisiconorm............................................................................................................. 20

3.4.5

Mutaties in de leningenportefeuille ................................................................................ 20

3.4.6

BBV en rentetoerekening .............................................................................................. 20

3.5

Paragraaf bedrijfsvoering ...................................................................................................... 21

3.5.1

Bedrijfsvoering ............................................................................................................... 21

3.5.2

Overhead en toerekening personeelskosten ................................................................. 21

3.6

Paragraaf verbonden partijen ................................................................................................ 21 3

Financiële begroting .............................................................................................................................. 23 4

Overzicht baten en lasten per programma en toelichting .............................................................. 23

5

Overzicht incidentele baten en lasten ........................................................................................... 24

6

7

5.1

Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting ............................................................. 24

5.2

Presentatie van het structureel begrotingssaldo ................................................................... 24

Uiteenzetting van de financiële positie .......................................................................................... 25 6.1

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid..................................................................... 25

6.2

geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar ......................................... 25

6.3

EMU-saldo ............................................................................................................................. 25

6.4

Meerjaren investeringsbegroting ........................................................................................... 26

6.5

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen ............................................................ 27

6.6

Baten en lasten per taakveld ................................................................................................. 28

6.7

Deelnemersbijdrage 2023 ..................................................................................................... 29

Tarieventabel 2023 ........................................................................................................................ 30

4

BELEIDSBEGROTING

2 Programmaplan 2.1 Inleiding Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen gemeenten, provincies en waterschappen publiekrechtelijk samenwerken aan een belang dat verder strekt dan de gemeente- of provinciegrens. Het belang van recreatie, natuur en landschap is regionaal van aard. Vanaf eind jaren ’50 zijn terreinen verworven en ingericht en zijn daarop publieke voorzieningen aangelegd. Het beheer en onderhoud daarvan moet duurzaam geborgd worden. Met dit doel is door wijziging van de bestaande gemeenschappelijke regeling de BVO Plassenschap Loosdrecht e.o. tot stand gekomen. Het oorspronkelijke werkgebied van de samenwerking is ongewijzigd gebleven. Doordat vanaf dit begrotingsjaar de taak beperkter is geworden – met name beleid en ontwikkeling zijn geen taak meer van het Plassenschap – wordt een kostenbesparing verwacht. De beheertaak is overgeheveld van Recreatie Midden Nederland naar de gemeente Wijdemeren. De secretaris- en control functie worden per 1 januari 2023 ondergebracht bij de provincie Utrecht. Met beide wijzigingen wordt een besparing op overheadkosten gerealiseerd. Daarnaast wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit van het beheer en onderhoud door dit bedrijfsmatiger te organiseren en het meerjarenperspectief inzichtelijker te maken. Hoe dit op langere termijn uitpakt kan nu nog niet worden overzien.

Daarom is besloten de op de korte termijn gerealiseerde besparingen niet door te laten werken in de deelnemersbijdragen. Na twee jaar (eind 2024) moet een evaluatie plaatsvinden. Het Plassenschap beheert en onderhoudt de volgende eilanden en terreinen: de Aa, Bijltje, Bosdijk, de Geer, Geitekaai, Fuut, Markus Pos, Meent, Oukoperdijk, Robinson Crusoe, de Strook, Weer en Zwaan. Daarnaast beheert het schap een aantal fiets- en wandelpaden – de Boterwal, fietspad Scheendijk en de Uitweg van Portengen – maar ook diverse vaarwegen en sluizen. Leeswijzer De begroting 2023 is opgebouwd naar de aard van de activiteiten van het schap: • • • • •

Programma 1. Beheer en Onderhoud Programma 2. Toezicht & handhaving Programma 3. Ontwikkeling Programma 4. Exploitatie Programma 5. Algemeen (incl. overhead)

2.2 Programma 1: Beheer en onderhoud 2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het Plassenschap. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst.

5

2.2.1.1 Optimalisatie In 2021 en 2022 is verder gewerkt aan het op orde brengen van de basis door het opstellen/verbeteren van de onderhoudsbestekken voor Dagelijks Onderhoud, het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) de digitalisering van het areaal in het GIS-systeem Geovisia en het opstellen van nieuw beleid en richtlijnen. In 2023 wordt hieraan verder gewerkt en zal het meerjarenperspectief op vervangingsinvesteringen aangescherpt worden 2.2.1.2 Duurzaamheid/natuur De duurzaamheid-thema’s ‘klimaatverandering’/‘klimaatadaptatie’, ‘biodiversiteit’, ‘circulaire economie’ en ‘energietransitie’ staan steeds hoger en prominenter op de politieke agenda’s. Het schap heeft in de afgelopen jaren een aantal stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit en worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. In 2023 streven we naar verdere verduurzaming. Het Natura2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen wordt hierbij betrokken maar natuurbeheerplannen zullen niet worden opgesteld. Het Plassenschap is immers niet ingericht als TBO en ontvangt derhalve ook geen beheervergoedingen.

2.2.2

Wat mag het kosten?

De lasten en baten op dit programma zien er als volgt uit. Programma 1 Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

(x € 1.000)

(x € 1.000)

(x € 1.000)

1.588 1.332 -255 17 478 205

927 844 -83 17 17 -83

1.437 1.236 -201 17 17 -319

2.2.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) zijn in 2023 gebaseerd op de inzet van 3,52 f.t.e. aan formatie voor dagelijks beheer en onderhoud (was gelijk in 2022) en 0,80 f.t.e. aan formatie voor groot onderhoud (is 0,08 f.t.e. meer dan in 2022). De lasten zijn als volgt opgebouwd: Programma 1

Begroting 2023 (x € 1.000)

Doorbelaste personeelskosten Onderhoud en vuilafvoer Dotatie voorziening onderhoud Kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving aan derden Bruto lasten Waarvan transparantie-BTW Netto lasten

516 318 288 315 1.437 218 1.219

In november 2021 is het MJOP vastgesteld. De jaarlijkse dotatie aan de Voorziening Groot Onderhoud is op dat moment verhoogd van € 115.000 naar € 288.000. Bij nadere studie blijkt dit bedrag ontoereikend onder meer vanwege de gestegen kosten voor grondstoffen en energie. Voor 2023 blijft de dotatie niettemin ongewijzigd op € 288.000. We hebben kritisch gekeken naar de onderdelen van het groot onderhoud en hebben geconstateerd dat onderdelen hiervan als (vervangings-) investeringen zijn aan te merken, zoals de elektronica van sluizen en het vervangen van groepen dode bomen. De investeringen zijn uit het Groot Onderhoud gehaald en worden in een meerjareninvesteringsbegroting (MJIP) meegenomen die separaat aan het bestuur zal worden aangeboden in de loop van 2023.(§ 6.4). De uitgaven/ investeringen die voor 2023 onontkoombaar zijn blijven uiteraard gehandhaafd en zijn meegenomen in deze begroting.

6

Nog niet voor alle objecten is een toereikend vervangingsschema opgesteld. Dit betreft bijvoorbeeld de werkhaven Rimboe. Op dit moment is de staat van onderhoud nauwelijks toereikend, de komende jaren zal moeten worden gemonitord wat er dient te gebeuren om dit te verbeteren. Ook dit onderdeel zal in het genoemde MJIP worden meegenomen. De genoemde kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving wordt in de volgende paragraaf toegelicht. 2.2.2.2 Toelichting baten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 1

Begroting 2023 (x € 1.000)

Toegerekende deelnemersbijdrage Instandhoudingsbijdrage Plassengebied Externe baten toezicht en handhaving Bruto baten Waarvan transparantie-BTW Netto baten

802 106 209 1.117 218 899

De genoemde kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving wordt in de volgende paragraaf toegelicht.

2.3 Programma 2: Toezicht en handhaving Vanaf 2023 voert het Plassenschap de taken uit het oude programma Toezicht en Handhaving niet meer uit. In haar vergadering van 24 juni jongstleden heeft het AB besloten een kwaliteitsbijdrage toezicht en handhaving op te nemen in de begroting. De deelnemers besluiten gezien het gemeenschappelijk belang om de kosten voor beheer, onderhoud en exploitatie te beheersen, om deze taken te blijven financieren via de begroting van het Plassenschap. De twee gemeenten ontvangen daarvoor vanuit de begroting van het Plassenschap een vergoeding in de vorm van een kwaliteitsbijdrage Toezicht en Handhaving die overeenkomt met het gebudgetteerde nadeel van de twee gemeenten. In dat geval blijft de begroting van het Plassenschap op dit programma even hoog, wordt door het Plassenschap een kwaliteitsbijdrage verstrekt aan beide gemeenten en kan de verdeelsleutel in stand blijft. Dat betekent verder dat er binnen het Plassenschap bestuurlijke en ambtelijke afstemming is over de werkzaamheden (en het kwaliteitsniveau) van de taken op het gebied van toezicht en handhaving en beide gemeenten rapporteren daarover ook aan het Plassenschap.

De opbrengsten van met name de snelvaarontheffingen komen (€ 284.000) in de begroting 2023 van het Plassenschap te vervallen, daar komt voor terug een kwaliteitsbijdrage van de deelnemers en een instandhoudingsbijdrage voor het gebied vanuit de gemeente Wijdemeren. Deze instandhoudingsbijdrage is afhankelijk van een aantal, in 2023 nog nader uit te werken, factoren. Programma 2 Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

(bedragen in € 1.000)

(bedragen in € 1.000)

(bedragen in € 1.000)

144 604 363 0 0 363

255 580 325 0 0 325

0 0 0 0 0 0

7

2.4 Programma 3: Ontwikkeling 2.4.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

2.4.1.1 Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen Het Plassenschap brengt zelf geen recreatieve ontwikkelingen op gang, maar werkt daaraan wel actief mee. De afwegingskaders voor de haalbaarheid van ruimtelijke ingrepen liggen niet binnen de scope van het Plassenschap. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is mede ondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Binnen het OVP zijn diverse projecten benoemd, waarbij de medewerking van het Plassenschap een rol speelt. Het Plassenschap is daarmee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000. De totale bijdrage dient volgens een vastgesteld kasritme te worden bijgedragen in de periode 2017-2028. Het Plassenschap betaalt met name voor uit te voeren baggerwerkzaamheden. Vanaf 2020 wordt rekening gehouden met een jaarlijks te financieren bedrag van afgerond € 70.900. In het laatste jaar van het Gebiedsakkoord wordt het resterende deel van de bijdrage mogelijk verrekend. 2.4.1.2 Terreinen Plassengebied Er zijn in 2023 geen ontwikkelingen gepland voor de recreatie-eilanden (afgezien van de reguliere beheer & onderhoudswerkzaamheden). 2.4.1.3 Terreinen Veenweidegebieden Er zijn in 2023 geen ontwikkelingen gepland voor de recreatieterreinen (afgezien van de reguliere beheer & onderhoudswerkzaamheden).

2.4.2

Wat mag het kosten?

Programma 3

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

(bedragen in € 1.000)

(bedragen in € 1.000)

(bedragen in € 1.000)

71 59 -11

71 82 -11 2 71 80

71 0 -71 2 71 -2

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

71 59

2.4.2.1 Toelichting lasten De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 3

Begroting 2023 (bedragen in € 1.000)

Bijdrage Plassenschap aan OVP Bruto lasten Waarvan transparantie-BTW Netto lasten

71 71 0 71

De lasten (inclusief mutatie reserves) betreffen de bijdrage (volgens kasritme) van het Plassenschap aan het OVP. 2.4.2.2 Toelichting baten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 3

Begroting 2023 (bedragen in € 1.000)

N.v.t Bruto baten Waarvan transparantie-BTW Netto baten

0 0 0 0 8

2.5 Programma 4: Exploitatie 2.5.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

De exploitatie van het Plassenschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huuren gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en (tegen een symbolisch tarief) eiland Robinson Crusöe. De opstal op eiland Meent wordt verhuurd. Deze exploitanten vormen een belangrijke bron van inkomsten (Mijnden) en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor het gebruik van terreinen door hondenuitlaatservices, het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, suppen etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Verder is het Plassenschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing m.b.t. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via het Routebureau. Het Plassenschap draagt hier in 2023 afgerond € 21.700 aan bij.

Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren.

2.5.2

Wat mag het kosten?

De lasten en baten op dit programma zien er als volgt uit. Programma 4 Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

(x € 1.000)

(x € 1.000)

(x € 1.000)

367 849 482 0 12 494

549 1.206 657 0 0 657

619 993 374 0 0 374

9

2.5.2.1 Toelichting lasten De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 4

Begroting 2023 (x € 1.000)

Doorbelaste personeelskosten Inhuur personeel van derden Rente en afschrijving Bestuur- en apparaatskosten Belastingen en verzekeringen Energie en waterkosten Publiciteits- en overige kosten Bruto lasten Waarvan transparantie-BTW Netto lasten

232 37 311 3 10 24 2 619 94 525

In de tabel is te zien, dat de lasten (inclusief mutatie reserves) voornamelijk uit de rente en afschrijvingen (€ 311.000) en de doorbelaste personele lasten (€ 232.000). De personele lasten zijn gebaseerd op een formatie van 1,55 f.t.e. aan sluiswachters. Aanvullend wordt in de post doorbelaste personeelskosten door de gemeente Wijdemeren rekening gehouden met een bedrag van € 75.000 aan inhuurlasten. Daarnaast wordt rekening gehouden met inhuur van specialisten voor een bedrag van € 37.000, welke afzonderlijk op de schapsbegroting wordt verantwoord. 2.5.2.2 Toelichting baten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 4

Begroting 2023 (x € 1.000)

Toegerekende deelnemersbijdrage Opbrengsten van eigendommen Overige baten Bruto baten Waarvan transparantie-BTW Netto baten

509 423 61 993 94 899

10

2.6 Programma 5: Algemeen (incl. overhead) 2.6.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen?

Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead opgenomen. Het betreft de uitvoering van de reguliere overheadfuncties zoals HRM, financiën en control, ICT, communicatie, management, juridische zaken en archief (DIV). De taken worden grotendeels door eigen formatie dan wel door inhuur worden uitgevoerd. De functies zijn ingebed in de reguliere organisatie van Wijdemeren.

2.6.2

Wat gaan we daarvoor doen?

Programma 5 bestaat uit doorbelasting van personeel en apparaatskosten vanuit de gemeente Wijdemeren. De bedrijfsvoeringsfuncties vervullende de volgende taken: a) b) c) d) e) f) g)

het Management geeft adequate leiding en (bij)sturing aan de uitvoering van werkzaamheden: HRM zorgt voor de personeels- en salarisadministratie alsmede het HR beleidskaders Juridische ondersteuning zorgt voor juridische kaders, juridische beleid en juridische advisering Huisvesting en facilitaire zaken zorgt voor adequate huisvesting en facilitaire ondersteuning. Communicatie zorgt voor adequate informatie aan burgers en bedrijven DIV zorgt voor documentenstromen en archivering ICT zorgt voor de beschikbare kantoorautomatisering, ICT advisering en overige digitale systemen h) Financiën zorgt voor administratie en consolidatie van de inkomsten en uitgaven, financiële advisering van het bestuur en levert de ten behoeve van de jaarstukken benodigde informatie (aan de controller). Vanuit bedrijfsvoering van de gemeente Wijdemeren wordt een relatie gelegd met de secretaris- en controllersfunctie, welke door de provincie Utrecht wordt ingevuld.

2.6.3

Wat mag het kosten?

Programma 5

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

(x € 1.000)

(x € 1.000)

(x € 1.000)

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

907 0 -907 0 0 -907

1.721 111 -1.610 0 0 -1.610

950 780 -170 0 0 -170

2.6.3.1 Toelichting lasten De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 5

Begroting 2023 (x € 1.000)

Doorbelaste personeelskosten Doorbelaste apparaatskosten Rente en afschrijving Bestuur- en apparaatskosten Belastingen en verzekeringen Publiciteits- en overige kosten Bruto lasten Waarvan transparantie-BTW Netto lasten

556 335 5 39 7 8 950 144 806 11

De lasten (inclusief mutatie reserves) bestaan vooral uit doorbelaste personele- en apparaatskosten. Voor de personele lasten wordt uitgegaan van een formatie van 1,72 (fte). Dat is ongeveer 1 f.t.e. minder dan voor LSD in de begroting van 2022 werd doorbelast. 2.6.3.2 Toelichting baten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 5

Begroting 2023 (bedragen in € 1.000)

Toegerekende deelnemersbijdrage Bruto baten Waarvan transparantie-BTW Netto baten

722 722 144 578

12

2.6.3.3 Overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. Het BBV schrijft voor een overzicht algemene dekkingsmiddelen op te nemen. In onderstaand overzicht worden de bedragen voor de begroting van 2022 t/m 2026 weergegeven evenals realisatiecijfers van 2021. Omdat conform de regeling taakvelden de deelnemersbijdrage toegerekend dient te worden aan de taakvelden waaraan zij besteed wordt, is bij het Plassenschap geen sprake van algemene dekkingsmiddelen.

Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen

2021

2022

2023

2024

2025

2026

realisatie

Begroting

begroting

begroting

begroting

begroting

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

13

2.6.3.4 Bedrag onvoorzien Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht het jaarlijks opgenomen bedrag voor onvoorziene lasten in de begroting afzonderlijk te presenteren. De omvang van de post onvoorzien is gebaseerd op circa 0,1% van de totale lasten en bedraagt € 2.900. 2021

2022

2023

2024

2025

2026

realisatie

Begroting na wijziging

begroting

begroting

begroting

begroting

0 0%

2.800 0,1%

3.100 0,1%

3.200 0,1%

3.300 0,1%

3.400 0,1%

Post onvoorzien In % totale lasten

2.6.3.5 Overzicht overhead Met ingang van de begroting 2018 moeten gemeenschappelijke regelingen overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Voor 2022 zijn de kosten voor overhead separaat opgenomen. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden voor het Plassenschap uitgevoerd door de gemeente Wijdemeren. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe het bedrag voor overhead is opgebouwd.

Overhead Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

(x € 1.000)

(x € 1.000)

(x € 1.000)

907 0 -907 0 0 -907

1.718 111 -1.607 0 0 -1.607

948 780 -168 0 0 -168

14

3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragraaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid

Opgenomen Wel Wel Wel Wel Wel Wel Niet

Toelichting Zie §3.1 Zie §3.2 Zie §3.3 Zie §3.4 Zie §3.5 Zie §3.6 LSD voert geen grondbeleid.

3.1 Paragraaf lokale heffingen Het Plassenschap Loosdrecht e.o. verleende ontheffing van een aantal verboden die zijn opgenomen in de Verordening Plassenschap Loosdrecht e.o., het Besluit Motorboten, Voorrangsregeling Mijndense sluis en de Woonschepenverordening. Deze taak is teruggevallen naar de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht, waarbij de gemeente Wijdemeren de uitvoering verzorgt de uitvoering namens beide gemeenten. De gemeente Wijdemeren heeft voor het in behandeling nemen en verstrekken van ontheffingen de door het schap geheven tarieven overgenomen (met indexatie). Beoogd wordt de tarieven zodanig vast te stellen dat de totale kosten die veroorzaakt worden door de behandeling van ontheffingsaanvragen worden gedekt. De belangrijkste vergoedingen en rechten zijn:

Rechten snelvaarontheffingen Rechten motorbootvaren en pleziervaartuigen Overige ontheffingen Voorrangsrecht Mijndense sluis Totaal

€ € € € €

2021 263.200 13.300 1.000 2.600 280.100

€ € € € €

2022 267.400 13.500 1.100 2.700 284.700

2023 € € € € €

0 0 0 0 0

De begrote baten voor 2023 zijn € 0 omdat de VTH-taken (waar deze baten onder werden verantwoord) met de omvorming terug vallen naar de beide gemeenten, Stichtse Vecht en Wijdemeren.

3.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing De risico’s van het Plassenschap hebben zowel betrekking op de te realiseren exploitatieopbrengsten als op de kosten voor beheer & onderhoud vanwege achterstallig onderhoud, klimaatveranderingen en kostenstijging als gevolg van de aantrekkende economie. Het schap onderscheidt de volgende risico’s:

1 2 3 4 5 6 7 8 9

Omschrijving risico Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Marktwerking Uitkomsten inspecties MJOP Hoge inflatie Onvoorziene risico’s Totaal

Bedrag 17.000 6.000 40.000 14.000 40.000 9.000 PM PM 45.000 171.000

Wanneer 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v.

Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks 15

1. Erfpacht en huur De geraamde omzet uit erfpacht en verhuur bedraagt ca. € 334.000. Het risico dat de exploitant niet aan zijn verplichtingen kan voldoen is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet, zijnde € 17.000. 2. Schutgelden Mijndense sluis De omzet die is gerealiseerd met het schutten bij de Mijndense Sluis is in de afgelopen 3 jaar gemiddeld nagenoeg conform de in de begroting geraamde bedragen. Bij normale weersomstandigheden is de raming realistisch. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst zomaar € 10.000 lager uitvallen. Het gemiddelde risico bedraagt € 6.000. 3. Bestrijding overmatige waterplanten Bestrijding van overmatige waterplanten behoort tot het OVP project Exotenbestrijding waarbinnen een gezamenlijk plan van aanpak voor de aanpak van ‘overmatige begroeiing door waterplanten’ is opgesteld. De verschillende beherende overheden dragen hun eigen kosten; voor het uitvoeren van maatregelen bij bedrijven wordt aan 50% cofinanciering gedacht, waarvoor externe dekking wordt gezocht. Ook wordt een fonds gevormd voor bijzondere omstandigheden. Het schap is bereid aan de uitvoering van de plannen mee te werken maar niet bereid extra geld beschikbaar te stellen voor een calamiteitenfonds en een innovatiefonds.

Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten van bestrijding van overmatige waterplanten in vaarwateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Het is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we, op basis van de cijfers uit het hiervoor genoemde plan van aanpak, een bedrag van € 40.000. 4. Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is voor 2023 geraamd op 2,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Een rente van 1,0% hoger dan deze verwachting resulteert in extra lasten van € 14.000 per jaar. 5. Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: • • • •

langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn en extra kosten met zich meebrengen); droogte, waarmee begroeiingen verloren gaan; wateroverlast (beschadiging van oevers, beschoeiingen en beplanting); ontwikkeling van ziektes en exoten.

Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Droogte, extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. Op basis van de ervaringscijfers in eerdere jaren hebben we het risico ingeschat op €40.000. 6. Marktwerking De meeste dagelijkse beheer- en onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd door de gemeente met eigen personeel (al dan niet overgenomen van RMN). Enkele werkzaamheden worden uitbesteed aan aannemers. Gezien de internationale ontwikkelingen stijgen met name de prijzen van energie en van grondstoffen excessief. Leveranciers willen daardoor geen prijzen meer vastleggen – zo de levering al kunnen garanderen. We kunnen moeilijk inschatten met welke prijsstijgingen we voor 2023 rekening moeten houden.

16

7. MJOP In de jaarrekening 2019 is de voorziening groot onderhoud vrijgevallen omdat onvoldoende aansluiting bestond tussen de administratieve en de technische staat van het onderhoud. In 2020 en begin 2021 zijn inspecties uitgevoerd naar de technische staat van het onderhoud. De uitkomsten van deze inspecties geven inzicht in het benodigde onderhoud en worden verwerkt in de herijking van het MJOP. Het risico bestaat dat uit de inspecties blijkt dat de kosten voor onderhoud hoger zullen zijn dan nu in de begroting opgenomen. Omdat via de inspecties dit inzicht verkregen wordt, is het op dit moment niet mogelijk het risico te kwantificeren. Als hiervoor gezegd zijn diverse onderdelen uit het MJOP overgeheveld naar een nog op te stellen MJIP. Dit MJIP wordt in 2023 separaat ter besluitvorming voorgelegd. 8. Hoge inflatie In het vorige begrotingsjaar 2022 heeft het Plassenschap te maken met sterk oplopende inflatiecijfers. In deze begroting is rekening gehouden met de indexering uit de kadernota 2023, dit lijkt echter ruim onvoldoende om alle prijsstijgingen te compenseren. In deze begroting is wel rekening gehouden met autonome prijsstijgingen op energie, maar op de andere kostensoorten bestaat het risico dat door de hogere inflatie de geraamde lasten te laag zijn. 9.

Onvoorziene risico’s Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000. We gaan er vanuit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt een percentage van 90% berekend over het totaal berekende risicobedrag.

3.2.1

Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waarover Plassenschap Loosdracht beschikt om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen. Net als tegenvallers kan ook de weerstandscapaciteit worden onderverdeeld in incidenteel en structureel. Incidentele weerstandscapaciteit is aanwezig in de vorm van begrotingsposten voor onvoorzien en aanwezige reserves met een weerstandsfunctie. Structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Het gaat dan - naast de mogelijkheid van herschikking binnen bestaande budgetten om de heffingscapaciteit van Plassenschap Loosdrecht. De omvang van de incidentele en de structurele weerstandscapaciteit worden hieronder gepresenteerd. 3.2.1.1

Incidentele weerstandscapaciteit

Algemene reserve Stille reserves materiële vaste activa1 Post onvoorzien in de begroting Totaal incidentele weerstandscapaciteit

Begroot 2023 55.800 0 3.100 58.900

1 De materiele vaste activa zijn conform het BBV gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingprijs dan wel

lagere marktwaarde. Indien de marktwaarde echter boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs ligt dan is sprake van een stille reserve. Deze wordt gekapitaliseerd bij verkoop van het betreffende actief.

17

3.2.1.2

Structurele weerstandscapaciteit Beschikbaar 31-122021

Onbenutte ruimte heffingen Heroverweging bestaand beleid Totaal structurele weerstandscapaciteit

Begroot 2023

0 P.M. 0

0 P.M. 0

Onbenutte ruimte leges en heffingen Voor zover de hoogte van leges en andere heffingen niet gebonden is aan landelijk vastgestelde tarieven, is het beleid zoveel mogelijk gericht op 100% kostendekking. Zowel bedrijfseconomische factoren (vraaguitval), draagvlak (relatieve hoogte tarieven in vergelijking tot andere recreatieschappen) en beleidsinhoudelijke argumenten geven in de praktijk een begrenzing aan het volledig benutten van de aanwezige onbenutte capaciteit. Heroverweging bestaand beleid Door bestaand beleid te heroverwegen zijn er mogelijkheden om de structurele nadelen in de begroting op te vangen. 3.2.1.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit.

Weerstandscapaciteit

Risico's

Weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt voor 2023 € 58.900. Het weerstandsvermogen wordt berekend door de risico’s te delen door de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit van € 58.900 en € 171.000 aan risico’s komt het de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s in de begroting 2023 uit op 0,3. Relatie weerstandsvermogen en financiële kengetallen Gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht in de paragraaf weerstandsvermogen een zestal financiële kengetallen op te nemen voor het laatste rekeningjaar, het lopende begrotingsjaar en het nieuwe begrotingsjaar. In onderstaande tabel zijn de betreffende kengetallen opgenomen en vervolgens voorzien van een beoordeling. De kengetallen grondexploitaties en onbenutte belastingcapaciteit zijn als niet van toepassing opgenomen omdat Plassenschap Loosdrecht geen grondexploitaties heeft en geen gemeentelijke belastingen oplegt.

18

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteit Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Onbenutte belastingcapaciteit

2021 49%

2022

2023

2024

2025

2026

106%

128%

144%

128%

115%

49%

106%

128%

144%

128%

115%

30% n.v.t. 6%

12% nvt -21%

9% nvt 0,1%

8% nvt 0,1%

7% nvt 0,1%

6% nvt 0,4%

n.v.t.

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Omdat de kengetallen in de eerste plaats bedoeld zijn om inzicht te geven in de financiële positie ten behoeve de horizontale verantwoording, is een externe normering niet aan de orde. Het is de rol van het dagelijks bestuur om aan de hand van de kengetallen de financiële positie toe te lichten en de rol van het algemeen bestuur om eventueel bijstellingen te verlangen. De plassenraad heeft in dit kader normen gesteld ten aanzien van de financiële kengetallen: -

Schuldquote: Deze mag niet groter zijn dan 130%. Indien de schuldquote groter dan 130% wordt, dient het dagelijks bestuur maatregelen voor te stellen om te waarborgen dat de operationele kasstroom toereikend is om de aflossingsverplichting van de langlopende leningen te kunnen voldoen.

-

Solvabiliteit: Deze moet tenminste 15% bedragen

-

Structurele exploitatieruimte: Deze moet ten minste 0,0% bedragen.

-

Weerstandsvermogen: de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s zoals gekwantificeerd in de risicoparagraaf van de begroting en jaarstukken dient minimaal 1:1 te zijn. Komt de verhouding onder de 1 dan bespreekt het dagelijks bestuur een voorstel met de Plassenraad om te waarborgen dat het weerstandsvermogen weer op een voldoende niveau komt

Op basis van de huidige begroting is het risico groot dat de door de Plassenraad gestelde norm voor de solvabiliteit overschreden worden in de jaren 2023 tot en met 2026. Daarnaast wordt in 2024 de norm voor de netto schuldquote overschreden.

3.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In 2020 is gestart met inspecties om op basis daarvan een nieuw onderhoudsplan op te stellen. Dit onderhoudsplan is opgesteld in 2021 en vorig jaar in uitvoering gebracht. Het MJOP is inmiddels geactualiseerd aan het huidige prijspeil, maar zal in 2023 voor het investeringsdeel nader moeten worden uitgewerkt. Voor een uitgebreide beschrijving van de beleidsvoornemens ten aanzien van het onderhoud van de verschillende kapitaalgoederen verwijzen wij u naar de toelichting bij programma 1 Beheer en onderhoud.

3.4 Paragraaf financiering 3.4.1

Beleidsuitgangspunten

Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

19

3.4.2

Risicobeheer

De Wet financiering decentrale overheden vermeldt twee normen. Het doel is te voorkomen dat bij herfinanciering van leningen bij aanzienlijk hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het schap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.

3.4.3

Kasgeldlimiet

In de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden (UFDO) geeft het ministerie aan tot welk bedrag gemeenschappelijke regelingen mogen financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting, zijnde momenteel 8,2 %. Als de gemeenschappelijke regeling deze kasgeldlimiet structureel overschrijdt, dient ze de kortlopende schuld om te zetten in een langlopende schuld. Met name bij korte financiering is er sprake van een renterisico. Van de ene kant voorkomt de UFDO grote fluctuaties in de rentelasten door deze financieringsvorm in te kaderen. Van de andere kant is het schap sinds de invoering van de Wet FIDO flexibeler en krijgt ze grotere vrijheid om het cashmanagement vorm te geven. De verwachte kasgeldlimiet voor 2023 kan als volgt worden weergegeven: Totaal van de lasten begroting 2023 € 3.077.552. De verwachte limiet is 8,2% zijnde € 252.359.

3.4.4

Renterisiconorm

De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal, met als doel het beperken van de gevolgen van een stijgende rente op de rentelasten van het schap. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De verwachte renterisiconorm voor 2023 kan als volgt worden weergegeven. Totaal van de lasten begroting 2023 € 3.077.552. De verwachte limiet is 20% zijnde € 615.510. De begrote aflossingen voor 2023 zijn € 321.000 zodat deze binnen de limiet van € 615.510 passen. Voor de jaren 2025 en 2026 lijkt de renterisiconorm overschreden te worden.

3.4.5

Mutaties in de leningenportefeuille

Omschrijving (bedragen x €1.000) Stand per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossing Stand per 31 december

2023 3.046 1.370 321 4.095

2024 4.095 1.490 595 4.990

2025 4.990 740 719 5.011

2026 5.011 790 783 5.018

Het uitgangspunt is dat in deze begrotingsperiode in totaal € 4.390.000 aan nieuwe leningen wordt opgenomen. Dit is met name ter afdekking van voorgenomen investeringen en om te waarborgen dat vaste activa ook met vaste passiva worden gefinancierd.

3.4.6

BBV en rentetoerekening

Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het schap heeft geen grondexploitaties zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 treasury. Conform historie wordt er geen renteresultaat begroot en worden de netto rentelasten 100% doorverdeeld naar de activa. Over reserves, voorzieningen en eigen vermogen wordt geen rente toegerekend.

20

3.5 Paragraaf bedrijfsvoering 3.5.1

Bedrijfsvoering

In de begroting van het schap is geen apart programma bedrijfsvoering opgenomen. Dit komt omdat de bedrijfsvoering inclusief al het personeel is ondergebracht bij de gemeente Wijdemeren. Hiertoe worden de personeels- en apparaatskosten binnen de begroting van de gemeente Wijdemeren opgesteld en doorbelast aan het plassenschap.

3.5.2

Overhead en toerekening personeelskosten

Overeenkomstig het BBV dienen de kosten van overhead verantwoord te worden op een afzonderlijk daarvoor aangewezen taakveld. Dit betreft enerzijds (een percentage van) de personele kosten zoals directeur, afdelingshoofden en medewerkers van ondersteunende afdelingen. Anderzijds betreft het apparaatskosten zoals ICT en huisvesting. Direct toewijsbare personeels- en apparaatskosten dienen op het taakveld verantwoord te worden waar deze betrekking op hebben. De verdeling op taakveldniveau is in bijlage 4 van deze begroting opgenomen. De (doorbelaste) overhead voor de begroting 2023 is bepaald op € 947.735 waarvan € 570.285 personeelslasten. De overige kosten van overhead bestaan uit de doorbelaste apparaatslasten vanuit de gemeente Wijdemeren.

3.6 Paragraaf verbonden partijen Het Plassenschap is formeel ook in 2023 nog deelnemer aan de bedrijfsvoering organisatie RMN, de uitvoeringsorganisatie voor twee recreatieschappen LSD en SGL. Hoewel RMN materieel per 1/1/2023 is opgeheven, zal pas later dat jaar RMN formeel-juridisch worden ontbonden. Pas na vereffening van de verplichtingen en het vermogen vervallen alle aanspraken en financiële verplichtingen die de deelnemers in RMN hebben. Recreatie Midden Nederland (RMN) Vestigingsplaats

Utrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling – bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO)

Doelstelling/Publiek belang

Het bieden van een op de behoefte van de recreatieschappen afgestemd uitvoeringsapparaat en het vervullen van de daarmee samenhangende rol van werkgever, alsmede het bevorderen van de onderlinge afstemming tussen de recreatieschappen van de uit te voeren werkzaamheden

Zeggenschap / bestuurlijk belang

Het bestuur van RMN bestaat uit 3 leden en een secretaris. Namens het Plassenschap heeft dhr. A. Wisseborn zitting in het bestuur van RMN.

Samenwerkingspartners

RMN kent drie deelnemers: Recreatieschap Stichtse Groenlanden, Plassenschap Loosdrecht en provincie Utrecht.

Financieel belang

Deelnemers financieren via een deelnemersbijdrage de kosten van RMN en zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten.

Risico's / weerstandsvermogen

Er zijn geen materiële risico’s die effect hebben op de begroting van het Plassenschap. Alle kosten van RMN worden doorbelast aan de deelnemende schappen.

Kerncijfers

Bedragen in € Eigen vermogen

31-12-2020

31-12-2021

0

0 21

Recreatie Midden Nederland (RMN)

Overige informatie / website

Vreemd Vermogen

1.462.162

1.845.428

Resultaat

0

0

https://www.recreatiemiddennederland.nl

22

FINANCIËLE BEGROTING

4 Overzicht baten en lasten per programma en toelichting Programma

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1.588.108

926.800

1.436.714

1.459.690

1.483.123

1.507.026

143.769

255.500

-

-

-

-

70.914 366.968 907.491

70.900 549.000 1.721.000

70.900 619.103 950.835

72.318 666.606 969.889

73.764 741.249 989.323

75.239 748.410 1.009.144

907.491 3.077.250

1.116.225 2.800 601.975 3.523.200

947.735 3.100 3.077.552

966.689 3.200 3.168.503

986.023 3.300 3.287.459

1.005.744 3.400 3.339.819

1.332.160

844.000

1.235.615

1.258.324

1.283.234

1.308.567

442.019

611.600

-

-

-

-

59.485 849.185 -

82.000 1.206.000 110.800

993.047 780.369

1.043.329 798.329

1.117.538 818.166

1.136.379 838.371

2.682.849 -394.401

110.800 2.854.400 -668.800

780.369 3.009.031 -68.521

798.329 3.099.982 -68.521

818.166 3.218.938 -68.521

838.371 3.283.317 -56.502

Mutaties reserves Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Totaal mutaties reserves

17.327 561.904 544.577

17300 88.200 70.900

19.720 88.241 68.521

19.720 88.241 68.521

19.720 88.241 68.521

19.720 88.241 68.521

Geraamd resultaat

150.176

-597.900

-

-

-

12.019

Lasten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemeen (incl. overhead) • Waarvan overhead • Waarvan onvoorzien • Transitie RMN Totaal lasten Baten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemeen (incl. overhead) • Waarvan overhead • Waarvan onvoorzien • Transitie RMN Totaal baten Saldo van baten en lasten

De baten, lasten en mutaties in reserves zijn gebaseerd op de beleidsinhoudelijke doelstellingen zoals per programma opgenomen in het programmaplan. Voor een nadere toelichting verwijzen wij daarom naar de individuele programma’s in het programmaplan.

23

5 Overzicht incidentele baten en lasten 5.1 Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de notitie Incidentele baten en lasten van de Commissie BBV is het verplicht een overzicht op te nemen van de incidentele baten en lasten in de begroting inclusief een toelichting op de belangrijkste posten hieruit.

Incidentele lasten Betaling OVP Totaal incidentele lasten Incidentele baten Totaal incidentele baten Mutaties in reserves Incidentele toevoegingen aan reserves Incidentele onttrekkingen aan reserves Totaal incidentele mutaties in reserves Saldo incidentele baten en lasten

2023

2024

2025

2026

70.914

70.914

70.914

70.914

70.914

70.914

70.914

70.914

0

0

0

0

2.393 70.914 68.521 -2.393

2.393 70.914 68.521 -2.393

2.393 70.914 68.521 -2.393

2.393 70.914 68.521 -2.393

Onderstaand zijn de belangrijkste incidentele baten, lasten en reservemutaties (groter dan €50.000) toegelicht: -

Op basis van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen heeft Plassenschap Loosdrecht een verplichting om in totaal € 906.000 bij te dragen, deze bijdragen loopt volgens een vastgesteld kasritme van € 70.914 tot-en-met 2028. Om dit te bereiken dient er jaarlijks € 2.393 gestort te worden in de reserve.

5.2 Presentatie van het structureel begrotingssaldo Om inzicht te bieden in het structureel begrotingssaldo is onderstaand opgenomen wat het effect is van de incidentele baten en lasten op de begroting 2023-2026. Dit overzicht is gebaseerd op het modeloverzicht zoals geadviseerd door de Commissie BBV in de notitie Incidentele baten en lasten.

Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo (negatief bedrag = tekort)

2023 -68.521 70.900 0 2.393

2024 -68.521 68.521 0 2.393

2025 -68.521 68.521 0 2.393

2026 -56.502 68.521 0 2.393

-2.393

-2.393

-2.393

-2.393

24

6 Uiteenzetting van de financiële positie 6.1 Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid De begroting 2023 is een beleidsarme begroting. Dit mede als gevolg van de transitie waar de bedrijfsvoeringsorganisatie van het Plassenschap, RMN, zich in bevindt. Om die reden is er voor gekozen geen nieuw beleid in de begroting 2023 te verwerken. De begroting 2023 is daarmee volledig gebaseerd op bestaand beleid.

6.2 geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar (Bedragen in €) Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Totaal vaste activa Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal activa Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal vaste passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1.067 3.459.692 3.460.759 1.086.684 103.076 1.398 1.191.158 4.651.917

0 4.207.244 4.207.244 1.800.000 200.000 0 2.000.000 6.207.244

0 5.020.340 5.020.340 1.800.000 200.000 0 2.000.000 7.020.340

0 5.682.363 5.682.363 1.800.000 200.000 0 2.000.000 7.682.363

0 5.406.574 5.406.574 1.800.000 200.000 55.002 2.055.002 7.461.576

0 5.130.785 5.130.785 1.800.000 200.000 406.749 2.406.749 7.537.534

1.386.872 746.447 2.201.787 4.335.106 61.137 255.674 316.811 4.651.917

720.451 456.569 3.046.429 4.223.449 1.180.000 803.795 1.983.795 6.207.244

651.930 523.384 4.095.286 5.270.600 1.160.000 589.741 1.749.741 7.020.341

583.409 644.975 4.990.143 6.218.527 1.166.000 297.837 1.463.837 7.682.364

514.888 769.689 5.011.000 6.295.577 1.166.000 0 1.166.000 7.461.577

458.386 895.291 5.017.857 6.371.534 1.166.000 0 1.166.000 7.537.534

6.3 EMU-saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor de EMU-enquête worden de gemeenten, de provincies en de waterschappen integraal waargenomen. Bij de gemeenschappelijke regelingen wordt een deelwaarneming gedaan. Een gemeenschappelijke regeling valt binnen de deelwaarneming indien het totaal aan baten of lasten op de exploitatierekening groter is dan 20 miljoen euro. Omdat het begrotingstotaal van het Plassenschap onder deze grens van € 20 miljoen ligt is toelichting van het EMU saldo niet verplicht en derhalve niet opgenomen.

25

6.4 Meerjaren investeringsbegroting In de begroting is tevens een meerjaren investeringsbegroting opgenomen. Deze begroting is gebaseerd op de netto investering (investering -/- eventueel van derden ontvangen specifieke bijdrage/subsidie). Op investeringen wordt afgeschreven vanaf het jaar volgend op het jaar van ingebruikname van het activum. Omschrijving (bedrag in €)

Afschrijvingstermijn (jaar)

2023

2024

Beschoeiing de Strook Remmingswerken Sluis Mijnden Overige investeringen Totaal per jaarschijf

40 30 5-30 jaar

659.200 200.000 148.800 1.008.000

879.100

2025

2026

879.100

26

6.5 Stand en verloop van de reserves en voorzieningen Reserves zijn middelen die onder het eigen vermogen vallen en waarvan het algemeen bestuur over de inzet kan besluiten. Onderstaand is per reserve het verloop gedurende de begrotingsperiode weergegeven. Stand ultimo 2022 Algemene reserve Algemene reserve Totaal algemene reserve Bestemmingsreserves Oostelijke Vecht en Plassen Inspecties Totaal bestemmingsreserves Rekeningresultaat Totaal reserves

2023 Af

Bij

Stand ultimo

2024 Af

Bij

Stand ultimo

2025 Af

Bij

Stand ultimo

2026 Af

Bij

Stand ultimo

653.665 653.665

-

597.900 597.900

55.765 55.765

-

-

55.765 55.765

-

-

55.765 55.765

-

-

55.765 55.765

664.686 -

2.393 17.327

70.914 17.327

596.165 -

2.393 17.327

70.914 17.327

527.644 -

2.393 17.327

70.914 17.327

459.123 -

2.393 17.327

70.914 17.327

390.602 -

664.686 -597.900 720.451

19.720 597.900 617.620

88.241 436.048

596.165 651.930

19.720 19.720

88.241 88.241

527.644 583.409

19.720 19.720

88.241 88.241

459.123 514.888

19.720 12.019 31.739

88.241 88.241

390.602 12.019 458.386

Voorzieningen zijn middelen die dienen ter dekking van risico’s en verplichtingen waarvan de omvang redelijkerwijs kan worden ingeschat. Daarnaast kunnen voorzieningen gevormd ter egalisatie van lasten (bijv. groot onderhoud). Onderstaand is per voorziening het verloop gedurende de begrotingsperiode opgenomen:

Voorzieningen Onderhoudsvoorziening Totaal voorzieningen

Stand ultimo 2022

Bij

2023 Af

456.569 456.569

288.000 288.000

221.185 221.185

Stand ultimo

Bij

2024 Af

523.384 523.384

288.000 288.000

166.409 166.409

Stand ultimo

Bij

2025 Af

644.975 644.975

288.000 288.000

163.286 163.286

Stand ultimo

Bij

2026 Af

769.689 769.689

288.000 288.000

162.398 162.398

Stand ultimo

895.291 895.291

27

6.6 Baten en lasten per taakveld Conform artikel 7 lid 3 sub c van het BBV is het verplicht een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld op te nemen in de begroting. Dit overzicht, inclusief de koppeling van taakvelden naar programma’s, is hieronder opgenomen. Taakveld 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 1.2 Openbare orde en veiligheid 2.3 Recreatieve havens 2.4 Economische havens en vaarwegen 3.4 Economische promotie 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie Totaal van de lasten 2.3 Recreatieve havens 2.4 Economische havens en vaarwegen 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie Totaal van de baten Saldo van baten en lasten 0.10 Mutaties reserves (stortingen) 0.10 Mutaties reserves (onttrekkingen) Saldo mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Gerealiseerd resultaat

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

38.000 1.116.200 2.800 167.000 309.100 20.600 3.800 1.865.700 3.523.200 101.500 3.200 2.749.700 2.854.400 -668.800 17.300 88.200 70.900 -597.900 -597.900

38.435 947.735 3.100

39.203 966.689 3.200

39.987 986.023 3.300

40.787 1.005.744 3.400

226.528 20.367 3.821 1.837.566 3.077.552 97.750 3.184 2.908.097 3.009.031 -68.521 19.720 88.241 68.521 0 0

231.059 20.367 3.897 1.904.087 3.168.503 99.705 3.248 2.997.029 3.099.982 -68.521 19.720 88.241 68.521 0 0

235.680 20.367 3.975 1.998.126 3.287.459 101.699 3.313 3.113.926 3.218.938 -68.521 19.720 88.241 68.521 0 0

240.393 20.367 4.055 2.025.073 3.339.819 103.733 3.379 3.176.205 3.283.317 -56.502 19.720 88.241 68.521 12.019 12.019

28

6.7 Deelnemersbijdrage 2023 De deelnemersbijdrage voor 2023 is als volgt: Deelnemersbijdrage LSD

2022

2023 Regulier

Totale deelnemersbijdrage

1.539.180

Gemeente Utrecht Provincie Utrecht

Indexeren 3,3%

Totaal te verdelen

Verschil

1.769.539

2023 Kwaliteitsbijdrage 90.320

320.680

Transparantie BTW* 455.234

196.223 0

0 202.698

0 0

-196.223 202.698

0 55.648

1.342.957

1.566.841

90.320

314.204

399.587

Provincie Utrecht Provincie Noord-Holland Totaal provincies

14,74% 33,58%

197.952 450.965 648.917

230.952 526.145 757.098

13.313 30.330 43.643

46.314 105.510 108.181

58.899 134.181 193.080

Gemeente Wijdemeren Gemeente Stichtse Vecht Totaal gemeenten

31,32% 20,36%

420.614 273.426 694.040

490.735 319.009 809.743

28.288 18.389 46.678

98.409 63.972 115.703

125.151 81.356 206.506

1.539.180

1.769.539

90.320

320.680

455.234

Totale deelnemersbijdrage

* Voor de transparantie-BTW is uitgegaan van het gemiddelde BTW-percentage van 17,36% zoals ook gehanteerd in de begroting van 2022.

29

7 Ontwerp tarieventabel 2023 Behorend bij de regelgeving van Plassenschap Loosdrecht e.o.

Tarieven gebruik werkhaven Rimboe -

Tarief gebruik werkhaven Rimboe per twee uren

€

98,00

-

Tarief gebruik werkhaven Rimboe per dagdeel langer dan 2 uren

€

172,00

-

Tarief gebruik werkhaven Rimboe gehele dag

€

342,00

Tarieven passage Mijndense Sluis -

kano's, rubberboten e.d.

€

3,00

-

boten tot 8 meter

€

5,00

-

boten van 8 tot 12 meter

€

6,00

-

boten van 12 tot 15 meter

€

7,00

-

boten langer dan 15 meter

€

8,00

Uitgangspunten bij de tarieventabel 2023: -

De tarieven worden voor 2023 verhoogd conform de uitgangspunten in de kadernota van 2023 (een stijging met 1,6% t.o.v. 2022)

-

Bij de berekening worden bedragen afgerond op € 1,00.

-

De tarieven voor de Mijndense sluis zijn in 2020 met € 1,00 verhoogd en blijven in 2023 gelijk aan die in 2022.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. gehouden op 7 december 2022 te Loosdrecht,

Mw. C. Larson

Mw. J. Brand

Voorzitter

Secretaris 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12081900/1