Bijlage 2 Jaarstukken 2023
Tekst van het document
Het uitrusten van het slachtoffer met een AWARE-aansluiting voegt een gevoel van veiligheid toe en legt in noodgevallen een directe verbinding met de meldkamer van de politie. In 2023 werden 40 personen uitgerust met een actieve AWARE-aansluiting. Door de inzet van AWARE als interventie bij stalking te koppelen aan de reguliere taken van VT kan er in hoog-risicozaken meer veiligheid gecreëerd worden. In 2023 werd de pilot ten behoeve van de inzet van hulp die gelijktijdig met AWARE wordt ingezet door zorgaanbieders geëvalueerd en structureel geborgd. Clienttevredenheid In 2023 is voor het eerst telefonisch clienttevredenheidsonderzoek uitgevoerd, omdat uitvraag per mail onvoldoende respons kreeg. Er is een uitvraag gedaan onder cliënten waarbij na een melding een vervolg bij Veilig Thuis is ingezet in de vorm van een Onderzoek of Voorwaarden en Vervolg dienst. Er hebben 51 voormalig cliënten meegewerkt, zij gaven gemiddeld een 6,5 voor de dienstverlening vanuit Veilig Thuis. Omdat pas in het laatste kwartaal van 2023 gestart is, is het aantal respondenten nog beperkt en de opbrengst daardoor mogelijk beperkt representatief. Deze werkwijze wordt in 2024 voortgezet. Wat hebben we daarvoor gedaan? Kengetallen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
24-7 beschikbaarheidsdienst uitvoeren (incl. uitruk) Cliëntervaringsonderzoek Voldoen aan wettelijke termijn veiligheidsbeoordeling binnen 5 werkdagen Voldoen aan de wettelijke termijn beëindiging actieve betrokkenheid binnen 10 weken Advies en ondersteuning Melding en veiligheidsbeoordeling Veiligheidsvoorwaarden opstellen Onderzoek doen Overdracht naar ketenpartners Monitoren duurzame veiligheid
Realisatie 2022 100% Nb 84%
Kengetal 2023 100% 7,5 90%
Realisatie 2023 100% 6.5 56%
44%
80%
43%
1.302 1.120 260 93 654 278
1.600 1.355 275 61 880 300
1.437 1.266 217 135 781 232 53
11. 12. 13.
Coördinatie en uitvoering huisverboden Coördinatie AWARE alarmering Verzoek tot bespreking Overleg Veilig Verder
Nb 34 69
18 39 25
15 40 11
Bescherming en Opvang Per 1 januari 2023 is een groot deel van de voorzieningen Bescherming en Opvang opnieuw ingekocht. Gedurende het kalenderjaar 2023 is in gezamenlijkheid met de aanbieders invulling gegeven aan de nieuwe contracten. Er is echter één perceel niet opnieuw ingekocht en daarmee ook niet uitgevoerd (te weten, beschermd wonen voor inwoners met een licht verstandelijke beperking in combinatie met autisme). Onderzoek heeft uitgewezen dat de vraag, met het wegvallen van het specifieke aanbod, zo goed als opgedroogd is. Hiermee valt er structureel budget vrij. Ook zijn de gezamenlijke woonzorgopgaven afgelopen kalenderjaar wederom niet tot uitvoering gebracht. NB: De totale ‘beleidsmatige’ voortgang, met betrekking tot Bescherming en Opvang, wordt halfjaarlijks gerapporteerd aan het PFHO Gezondheid & Ondersteuning, waarover ook de gemeenteraden geïnformeerd worden. Daarin staat tevens wat gemeenten wilden bereiken, bereikt hebben en wat daarvoor gedaan is. Wat heeft het gekost? Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2023 na wijziging
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten
3.726.166 2.169 9.233.854 228.074 647.760 13.838.023
4.011.507 0 14.007.549 238.904 680.136 18.938.096
4.215.038 0 13.590.323 265.906 767.841 18.839.108
4.146.340 0 12.934.122 293.975 767.841 18.142.278
-68.698 0 -656.201 28.069 0 -696.830
Baten Gemeentebijdrage Centrumgemeentebijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
-1.772.922 -17.788.669 -685.176 0 -20.246.767
-1.919.948 -16.816.548 -201.600 0 -18.938.096
-190.374 -18.227.961 -420.773 0 -18.839.108
-190.375 -18.396.459 -361.037 0 -18.947.871
-1 -168.498 59.736 0 -108.763
Saldo
-6.408.744
0
0
-805.594
-805.594
490.000 0
0 0
0 0
0 0
0 0
-5.918.744
0
0
-805.594
-805.594
Centrumgemeentetaken
Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo
Realisatie Afwijking 2023 2023 realisatie/raming
Toelichting rekeningcijfers De onderschrijding op de materiële lasten (656.201) wordt grotendeels veroorzaakt door een vrijval van de reservering voor het onderhanden werk. Het onderhanden werk voor een aantal voorzieningen is ten tijde van het opmaken van de reservering te hoog ingeschat, mede door de overgang naar een nieuw contract en de naweeën van de uitnamen met betrekking tot de Wet langdurige Zorg (Wlz) blijken de daadwerkelijke uitgaven met betrekking tot met name beschermd wonen lager te zijn uitgevallen. Met de ingang van de nieuwe contracten is de verwachting dat deze inschatting voor de komende jaren zal verbeteren. Daarnaast heeft de uitrol van een aantal voorzieningen, waaronder beschermd thuis en GGZ mantelzorg, vanuit de nieuwe inkoop vertraging opgelopen. Op een aantal voorzieningen is beduidend minder uitgegeven dan begroot zo zijn er geen nieuwe clusterwoningen gerealiseerd en zijn de uitgaven voor de crisiskaart veel lager dan begroot. Tot slot zijn er na de bestuursrapportage 2023 door het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld in de septembercirculaire. Het nadeel op de overige bijdragen is te verklaren doordat de opbrengsten met betrekking tot eigen bijdragen beschermd wonen lager is uitgevallen.
54
PARAGRAFEN • • • • • •
Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf bedrijfsvoering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf openbaarheid
55
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4 structurele exploitatieruimte; en 5 belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het weerstandsvermogen) tenminste 1,02 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend: • de algemene reserve; • de stille reserves; • het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte; • incidentele begrotingsruimte.
Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit3. Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen.
2Spelregels
In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 3 Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale
toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten. 56
De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld. Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in bijlage 2. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De Regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen.
De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten. Voor 2023 zou op basis van de actuele exploitatie dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 460.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend.
Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal
1-1-2024 1.159 5 1.164
1-1-2025 1.159 5 1.164
1-1-2026 1.159 5 1.164
Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan
57
is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. De Regio wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Het onderstaande overzicht toont de grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. 1 ALG
Ontwikkeling materiële kosten
Geschat financieel risico € 125.000
Kans op voordoen 75%
Financieel effect € 93.750
In de Regiobegroting 2025-2028 is ongeveer € 2 mln. aan materiële kosten geraamd (exclusief beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Voor ongeveer 85% van de uitgaven ligt hier een contract aan ten grondslag zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. Voor de prijsontwikkelingen op de materiele kosten is op basis van de septembercirculaire 2023 een indexatiepercentage van 1,6% meegenomen. Mocht de inflatie hoger uitvallen dan de 1,6%, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale materiële lasten. 2 ALG
Privacy en gegevensbescherming
Geschat financieel Kans op Financieel risico voordoen effect € 250.000 30% € 75.000 De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt in haar toezichtwerk tot en met 2023 extra nadruk op drie focus-gebieden: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie en algoritmes. Met name de focus op de digitale overheid is op de Regio van toepassing4. Wat de focuspunten van de AP zullen zijn voor de periode vanaf 2024 is nog niet bekend. De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio aansprakelijk worden gesteld door de betrokkenen van wie persoonsgegevens zijn gelekt. Het is echter lastig de kans en impact daarvan te kwantificeren. Uit ervaring blijkt dat datalekken vaak ontstaan door menselijk handelen en in mindere mate het gevolg zijn van gebrekkige technische maatregelen. Daarom zal er ook in de periode vanaf 2024 continu aandacht blijven voor privacy verantwoordelijk handelen van de medewerkers door het aanbieden van training en e-learning. Met de invoering van Microsoft365/Office365 nemen de mogelijkheden om informatieveiligheid goed in te regelen flink toe. Een risico hierbij is dat hiervan niet, of niet op tijd, serieus werk wordt gemaakt als gevolg van de grote focus op het operationeel krijgen van de nieuwe IT-infrastructuur.
Doelstelling is om vanaf de start van de nieuwe manier van werken zaken aangaande goed informatiebeheer op orde te hebben (denk aan beschikbaarheid van enkel die MS365applicaties waarmee ook daadwerkelijk een plan is, spelregels bij het gebruik van de Office-applicaties, standaard de minst vergaande rechten uitgeven). Achteraf repareren is veel minder efficiënt. Ook investeert de Regio in een privacy officer (PO), een adviseur op privacygebied, verantwoordelijk voor meerdere operationele zaken aangaande privacy. De PO biedt daarnaast ondersteuning aan de FG om zijn werk beter te kunnen uitvoeren. Bij de Regio worden meerdere soorten persoonsgegevens verwerkt in de verschillende RVE’s, waarbij zowel met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg) rekening moet worden gehouden. Dat maakt dat de organisatie bewust is, van haar verantwoordelijkheid op gebied van de bescherming van persoonsgegevens. 3 ALG
Uitval ICT voorzieningen als gevolg van technische oorzaken
Geschat financieel Kans op Financieel risico voordoen effect € 500.000 25% € 125.000 De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door technische incidenten worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere tijd stil komen te liggen. Voorbeelden hiervan zijn: uitval van servers in de on premise datacenters (tot en met juli 2023), storingen inzake generieke telefonie en internetverbindingen, specifieke dataverbindingen, uitval van SaaS- of Clouddiensten, et cetera. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. Niettemin is de inschatting dat met de migratie naar de Cloud (van ‘on premise’ datacenters naar Azure) de kans verlaagd kan worden van 40% naar 25%.
4 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-de-autoriteit-persoonsgegevens/focus-ap-2020-2023: “Centrale en lokale overheden,
uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen”.
58
4 ALG
Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s
Geschat financieel Kans op Financieel risico voordoen effect € 750.000 25% € 187.500 De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infra- systeeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt ook in dit geval de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. De exposure neemt toe als gevolg van meer oplossingen in de Cloud en de professionalisering van cybercriminaliteit, maar tegelijkertijd neemt de Regio beheersmaatregelen die de informatieveiligheid vergroten, als gevolg waarvan de kans op voordoen gelijk kan blijven. 5 ALG
Krapte op de arbeidsmarkt
6 IC
Uitval van systemen (digitaal leefplein)
7 GAD
Vergoedingen Afvalfonds
8 GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten
Geschat financieel Kans op Financieel risico voordoen effect € 600.000 20% €120.000 De Regio is bij de uitvoering van haar takenpakket in een aantal gevallen afhankelijk van specialistische functies, waarbij de inwerktijd veelal een langere tijd bestrijkt. De krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt niet alleen het aantrekken van zowel intern als extern personeel op deze functies, het is ook lastig om het personeel op deze functies vast te houden. Een deel van deze functies wordt nu nog ingevuld met externe inhuur, wat geen stabiele basis naar de toekomst toe met zich meebrengt. Immers, bij het beëindigen van de inhuur verdwijnt veel kennis en historie uit de organisatie. Tegelijkertijd liggen de kosten van externe inhuur veelal hoger dan een medewerker in dienst bij de Regio. Daarmee levert de externe inhuur zowel continuïteits- als financiële issues op (de krapte op de arbeidsmarkt stuwt ook de te betalen tarieven omhoog). Deze krapte op de arbeidsmarkt brengt ook met zich mee dat bij de inkoop van noodzakelijk personeel de rechtmatigheid niet altijd gegarandeerd kan worden en het inkoopproces vertragingen met zich meebrengt, met mogelijke werkdruk-verhogende effecten bij andere medewerkers. Voor de berekening van het geschatte risico wordt rekening gehouden met een percentage inhuur van 10%.
Aangezien het tarief van inhuur minimaal 15% boven de gewone personeelskosten van de Regio ligt, wordt het risico geschat op € 600.000 (10% met een hoger kostenpercentage van 15% (4,07 miljoen x 15%). De kans op doordoen van dit risico wordt, gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt geschat op 20%. Geschat financieel Kans op Financieel risico voordoen effect € 400.000 10% €40.000 Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Ook kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich één keer per jaar voordoen na de landelijke update.
Geschat financieel Kans op Financieel risico voordoen effect € 250.000 40% € 100.000 Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 afgesloten. In de overeenkomst zijn vergoedingen vastgelegd voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. Het risico bestaat dat de feitelijke vergoeding lager uitvalt, waardoor de exploitatie van de afvalverwerking niet past binnen de begroting. Geschat financieel risico € 1.000.000
Kans op Financieel voordoen effect 33% € 330.000 De afgelopen jaren stonden in het teken van Corona, wat ervoor heeft gezorgd dat de grondstoffenmarkt een volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclingscomponenten bewegen erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg volatiel blijft. Ook kan een achterblijvend scheidings-percentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding 59
geminimaliseerd. De macro economische prijsontwikkeling zal zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven.
Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.071.250. #
Status
Geschat financieel risico
Risico
Kans op voordoen
Financieel effect
1
G
ALG
Ontwikkeling materiële kosten
125.000
75%
2
G
ALG
Privacy en gegevensbescherming
250.000
30%
75.000
3
G
ALG
500.000
25%
125.000
4
N
ALG
Uitval ICT voorzieningen agv technische oorzaken Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s
750.000
25%
187.500
5
O
ALG
Krapte op arbeidsmarkt
600.000
20%
120.000
6
O
IC
Uitval van systemen (digitaal leefplein)
400.000
10%
40.000
7
O
GAD
250.000
40%
100.000
8
G
GAD
Vergoedingen Afvalfonds Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten
1.000.000
33%
330.000
Totaal risicoprofiel
93.750
1.071.250
In deze geactualiseerde risicoparagraaf is besloten om de loonkosten niet langer op te nemen als een bedrijfsrisico. Als verbonden partij van de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en de wijze waarop de gemeenten deze verantwoordelijkheid de afgelopen jaren hebben ingevuld is besloten om deze kostenpost niet langer als financieel risico te presenteren. Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen
Risicoprofiel
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)
2023 1.164 1.071 93 1,09
60
Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd:
A B C D E F
Ratio Weerstandsvermogen >2 1,4 < x < 2 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 1,09 wordt net aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment voldoende te noemen. Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt, doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De berekening is als volgt: Trek de geldelijke bezittingen af van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Deel deze netto schuld door de inkomsten. De uitkomst daarvan (in- en exclusief doorgeleende gelden) wordt uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is: Bedragen x €1.000
A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote D2) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H
Realisatie 2022 33.176 5.658 11.760 5.352
Begroting 2023 40.160 5.870 20.003 4.459
Realisatie 2023 29.820 8.029 11.643 4.495
52
0
45
31.826 657 4.240 113.325 7,52%
24.935 658 2.967 91.443 36,10%
35.796 30 928 106.056 7,77%
12,19%
40,98%
11,97%
61
In vergelijking met de realisatie 2022 is de netto schuldquote nagenoeg gelijk. De Regio heeft in 2023 geen leningen afgesloten. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 100%. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, bevindt men zich in de gevarenzone (rood). De netto schuldquote van de Regio van 7,96% is goed te noemen. Ten opzichte van de begroting is het percentage verbeterd als gevolg van een hoger aantal uitzettingen met tegelijkertijd hogere gerealiseerde baten. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de instelling in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt dan heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood.
Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt (zonder rekening te houden met het gerealiseerde rekeningresultaat) uit op: Bedragen x €1.000
Realisatie 2022 Begroting 2023 Realisatie 2023 A) Eigen Vermogen B) Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)
15.081 74.260 20,31%
9.571 80.360 11,91%
21.754 73.326 29,67%
De solvabiliteitsratio van de Regio is bijna voldoende te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. In 2023 is het mogelijk geweest te financieren met eigen vermogen, als gevolg waarvan het vreemd vermogen is afgenomen. De solvabiliteitsratio ligt met een percentage van 296,7% boven de 20% en is daarmee op basis van het percentage voldoende te noemen. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal: Bedragen x €1.000
Realisatie 2022 A. Structurele lasten B. Structurele baten C. Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D. Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E. Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E
104.847 113.325 0 0 113.325 7,48%
Begroting 2023 105.091 105.091 0 0 109.484 0%
Realisatie 2023 102.284 105.874 0 0 107.373 3,34%
De Regio is in staat geweest om de structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten. Beoordeling financiële positie De financiële positie van de Regio is voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereist geen ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Hierdoor valt de solvabiliteitsratio onder de categorie matig. Het weerstandvermogen is op dit moment voldoende te noemen.
62
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven, waarvoor langlopende investeringen zijn vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren, en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen asset management en risicomanagement. Goed beheer en onderhoud leidt tot een langere levensduur van kapitaalgoederen waardoor die ook op de langere termijn bruikbaar blijven. Het beheer betreft ook het toezien op de staat van onderhoud van het kapitaalgoed, administratie, inspectie, rapporteren binnen de P&C-cyclus, en controles met als doel dat het kwaliteitsniveau van het onderhoud niet zal leiden tot achterstallig onderhoud en/of juridische claims. Beheer en onderhoud is een cyclisch proces. Bouw- en installatiedelen verouderen weer na onderhoudsingrepen, waardoor na verloop van tijd opnieuw onderhoudsingrepen noodzakelijk zijn. Kapitaalgoederen dienen zo lang mogelijk een bijdrage te leveren aan het doel waarvoor zij zijn aangeschaft of vervaardigd.
Voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen wordt veelal gebruik gemaakt van beheerssystemen waarin de relevante data van alle objecten zijn ingebracht. Kapitaalgoederen Regio De Regio heeft twee soorten kapitaalgoederen tot haar beschikking: a. Gebouwen, terreinen en installaties b. Bedrijfsvoertuigen
Ad a) Gebouwen, terreinen en installaties • Hoofdkantoor Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst – Hooftlaan Bussum; • Scheidingsstation Bussum; • Scheidingsstation Hilversum; • Scheidingsstation Huizen; • Scheidingsstation Weesp; • Overlaadstation Crailo; • Hoofdkantoor Regionale Ambulancevoorziening – Laan van Tergooi 6 Hilversum • Hoofdkantoor Regio Gooi en Vechtstreek, Burgemeester de Bordesstraat • Elektrische brancards RAV
Ad b) Bedrijfsvoertuigen • GAD 46 voertuigen + 2 aanhangwagens grootvervoer RAV 17 voertuigen5 • Veilig Thuis 2 voertuigen • GGD 2 voertuigen • Algemeen 5 voertuigen Het wagenpark van Vervoer BV is eigendom van de BV en derhalve niet opgenomen in de paragraaf kapitaalgoederen van de Regio.
Onderhoud gebouwen, terreinen en installaties Voor het onderhoud van de gebouwen, terreinen en installaties wordt onderscheid gemaakt in klein onderhoud, groot/cyclisch onderhoud en (vervangings)investeringen.
5 11 ambulances, 1 Medium Care Ambulance (was Zorgambulance), 1 Rapid Responder Ambulance voertuig, 1 Piket voertuig, 2 Les
voertuigen en 1 roostervoertuig 63
Burgemeester de Bordesstraat, Bussum De benodigde onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd conform het meerjaren onderhoudsplan zoals liftonderhoud, schilderwerk, onderhoud airco. Verder is een aantal periodieke inspecties van de elektrische installatie uitgevoerd. Daarnaast zijn er kleine onderhoudswerkzaamheden aan isolatieruiten en de veiligheidssystemen geweest. Totaal is daartoe € 71.701 onttrokken aan de voorziening. Hooftlaan, Bussum In 2023 zijn de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd conform het meerjarig onderhoudsplan zoals het reinigen van de luchtkanalen, liftonderhoud, klein onderhoud aan het dak en de periodieke inspectie van de elektrische installatie. Vanwege de voorgenomen herhuisvesting ligt de focus op het in stand houden van de huidige situatie, tenzij investeren in vervanging onvermijdelijk is. Totaal is daartoe € 47.452 bekostigd uit de voorziening. Regionale Ambulance Voorziening, Hilversum In januari 2019 heeft de RAV het nieuwe pand aan de Laan van Tergooi in gebruik genomen. Hiervoor is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld, waarbij over 20 jaar een bedrag van € 622.725 aan onderhoud wordt verwacht. Hiervoor is een voorziening getroffen. Jaarlijks wordt € 32.775 gedoteerd aan deze voorziening, met ingang van 2019. Voor 2023 stonden uitgaven vanuit de voorziening gepland ter hoogte van € 6.297. Er is € 26.489 aan onderhoud uitgevoerd.
Het onderhoud dat vanuit het MJOP voorgaande jaren geraamd stond en was doorgeschoven is in 2023 uitgevoerd. Elektrische brancards RAV In 2018 is afgesproken met de zorgverzekeraars dat eenmalig een deel (€ 93.885) van de Vrije Marge gedoteerd mocht worden aan een voorziening elektrische brancards (i.v.m. hogere onderhouds- en afschrijvingskosten ten behoeve van de mechanische brancards). Volgens overeengekomen berekening is ook in 2023 € 13.341 onttrokken aan deze voorziening. Onderhoud bedrijfsvoertuigen Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. De voertuigen worden jaarlijks onderhouden, maar ook voor incidenteel onderhoud en/of schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (de afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances – deze worden wel meteen vervangen. Aanschaf en vervanging van de bedrijfsvoertuigen vindt plaats op basis van het investeringsplan. Vanaf 2016 wordt er voor nieuwe ambulances geen onderhoudscontract meer afgesloten.
Inmiddels zijn alle voertuigen met aanschafdatum tot en met 2015 vervangen. Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de “voorziening onderhoud ambulances”. De ambulances hebben een levensduur van zes jaar. De onderhoudskosten van nieuwe ambulances zijn in de eerste drie jaren lager dan in de laatste drie jaren. De voor deze ambulances gemaakte onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening. In 2023 is er € 86.842 onttrokken aan deze voorziening.
64
Paragraaf financiering Inleiding In het BBV (Besluit Beheer en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningenen uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.
Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken: • worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; • wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; • worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.
De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.
65
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: • Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; • Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; • Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen; • De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar. • Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap; • De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.
Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s; • Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig. Lening verstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden.
Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap vertegenwoordigt. Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen. Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen is gelijk aan 8,2% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting.
Voor 2023 betekende dit bij een begrotingsomvang van € 109 miljoen (lasten) een bedrag voor de kasgeldlimiet van € 8,9 miljoen. Er is gedurende 2023 geen kort geld aangetrokken, met andere woorden de kasgeldlimiet is niet overschreden.
66
Nr. Omschrijving BEREKENING KASGELDLIMIET 1 Begrotingstotaal aan lasten 2 Wettelijk percentage 3 Kasgeldlimiet (1 x 2)
2023
Gewijzigde begroting 2023
103.798 8,2% 8.511
109.270 8,2% 8.960
BEREKENING NETTO KORTLOPENDE SCHULD 4 Kortlopende schuld 5 Kortlopende middelen 6 Netto kortlopende schuld (4 – 5)
7.756 3.982 3.774
4.812 4.239 573
TOETS AAN KASGELDLIMIET 3 Kasgeldlimiet (in bedrag) 6 Netto kortlopende schuld 7 Ruimte (+) / overschrijding (-)
8.511 3.774 4.737
8.960 573 8.387
Bij de bepaling van de kasgeldlimiet is gerekend met het begrotingstotaal van de primitieve begroting. Wanneer voor de berekening de gewijzigde begroting was gebruikt, was de ruimte groter geweest. De kasgeldlimiet wordt in beide gevallen bij de Regio niet overschreden. Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. Bedragen x €1.000
Omschrijving 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm (1*2) Renteherzieningen Nieuwe aangetrokken vaste schuld Aflossingen nieuw aangetrokken schuld Aflossingen vaste opgenomen schuld Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (4+6+7) Ruimte onder renterisiconorm (3-8)
Begroting 2023 92.291 20% 18.458 0 7.600 0 2.506 2.506 15.953
Gewijzigde begroting 2023 109.270 20% 21.854 0 7.600 0 2.506 2.506 19.348
Realisatie 2023 103.798 20% 20.760 0 0 0 3.356 3.356 17.404
Het bedrag aan langlopende leningen, waarover de Regio een renterisico liep, blijft ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO), zoals blijkt uit de tabel. Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden bij de schatkist. Gemeenschappelijke Regelingen zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen onder de Wet financiering decentrale overheden. Door de centrale overheid is er wel een drempel ingebouwd. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang. Voor de programmabegroting 2023-2026 kon, gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie een bedrag van ongeveer € 1.850.000 buiten de schatkist worden aangehouden.
67
Renteontwikkelingen In 2023 kende Nederland een interessante dynamiek op het gebied van renteontwikkelingen. De Europese Centrale Bank (ECB) handhaafde haar beleid van ultralage rentetarieven als reactie op de economische onzekerheden die voortkwamen uit de COVID-19 pandemie. Deze beleidskoers had een neerwaartse druk op de rentetarieven in Nederland, wat gunstig was voor leners maar uitdagend voor spaarders. Echter, tegen het einde van het jaar begonnen er signalen van verandering te verschijnen. De inflatiedruk nam wereldwijd toe, wat leidde tot speculaties over mogelijke renteverhogingen door de ECB om inflatie onder controle te houden. Deze anticipatie zorgde voor een lichte stijging van de rentetarieven op de Nederlandse markt, waardoor er meer balans ontstond tussen leners en spaarders. Dit scenario dwong Nederlandse huishoudens en bedrijven om hun financiële planning aan te passen aan de veranderende rentelandschap. De energiecrisis In 2023 werd Nederland geconfronteerd met een energiecrisis, gekenmerkt door een combinatie van factoren zoals een onverwachte sluiting van enkele kerncentrales vanwege veiligheidsredenen, vertragingen in de uitrol van duurzame energieprojecten en geopolitieke spanningen die de toevoer van fossiele brandstoffen belemmerden.
Dit resulteerde in een stijging van de energieprijzen, tekorten op de markt en bezorgdheid over en energievoorzieningszekerheid. De overheid werd gedwongen maatregelen te nemen om de crisis te beheersen, zoals het stimuleren van energiebesparing, het diversifiëren van de energiemix en het versnellen van investeringen in hernieuwbare energiebronnen. De economische ontwikkelingen In 2023 zag Nederland een gemengd beleid van economische ontwikkelingen. De economie herstelde zich gestaag met een impact van de COVID-19 pandemie, met een groei van naar schatting rond de 2,5. De werkloosheid daalde licht, maar bleef boven het niveau van voor de pandemie. De inflatie bleef stabiel op een relatief laag niveau, geholpen door een matige stijging van de energieprijzen en gematigde loongroei. De huizenmarkt bleef echter onder druk staan, met aanhoudende prijsstijgingen en een tekort aan betaalbare woningen, wat resulteerde in toenemende zorgen over de toegankelijkheid van huisvesting voor jonge gezinnen en starters. De overheid bleef investeren in infrastructuurprojecten en duurzame initiatieven om de economische groei te ondersteunen en de transitie naar een groenere economie te bevorderen. Rekenrente Vanaf 2017 is de bepaling van de rekenrente gewijzigd op grond van de nieuwe BBV-regels. De rekenrente wordt bepaald aan de hand van het feitelijke rentepercentage van aangegane leningen.
Op basis van de gegevens van de ECB en de BNG heeft de Regio er voor gekozen om 1,30% voor de rekenrente aan te houden. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage is binnen een marge van 0,5% afgerond, deze is berekend door de werkelijke toe te rekenen rente (in Euro's) te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari 2023 (€ 32.184.307) die integraal zijn gefinancierd. De rentebaten zijn hoger dan de rentelasten. In feite is er sprake van een rentebaat, omdat op het schatkistbankieren meer rente wordt ontvangen dan aan rente op aangetrokken lange financiering wordt betaald. Deze ‘negatieve’ aan de taakvelden toe te rekenen rente (een ‘negatieve’ renteomslag) is een resultaat van treasurybeleid en beheer en wordt dan ook niet daadwerkelijk aan de taakvelden toegerekend, maar blijft op het taakveld treasury als baat staan.
68
In de volgende tabel is uitgewerkt hoe de berekening van het renteresultaat tot stand is gekomen. Renteschema a. b.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
c1. c2.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van door verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
c3.
251.626 -660.565 -408.939 -
251.626
d1. d2.
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
251.626
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-251.626
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
- 660.565
De verwachting is dat het omslagrentepercentage de komende jaren gaat stijgen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de toekomstig af te sluiten leningen tegen een hoger rentetarief afgesloten worden dan de huidige omslagrente, rekening houdend met de huidige marktrente van. Mocht de marktrente nog verder stijgen heeft dit direct een effect op de omslagrente. Financieringsbehoefte Het uitgangspunt is dat financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk wordt beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren en het renterisico te beperken. De prognose voor het jaar 2023 was dat de Regio een financieringsbehoefte zou hebben van € 3.500.000. De Regio heeft in 2023 echter geen lening afgesloten.
69
Paragraaf bedrijfsvoering Algemeen Al dat belangrijk werk voor inwoners en gemeenten kan alleen worden gedaan als de bedrijfsvoering daaronder op orde is. Met zo’n 70 medewerkers zorgt de concernstaf dat alle werkzaamheden 24/7 365 dagen kan worden uitgevoerd. Hierbij is de interne klantvraag het uitgangspunt. Op deze wijze wordt vanuit de eenheid bedrijfsvoering altijd getracht om zo dienstverlenend mogelijk richting de uitvoerende eenheden te opereren. In 2023 is het team Kwaliteit en Control gevormd als onderdeel van Bedrijfsvoering. De wettelijke verplichtingen en de eisen van verschillende landelijke inspecties en richtlijnen maken dat de aandacht voor kwaliteit en control steeds belangrijker wordt. Denk aan de werkzaamheden op het gebied van kwaliteit, rechtmatigheid en auditing (DPIA’s, wpg, interne audits). Financiën Per 1 januari 2023 is gestart met het nieuwe financieel pakket. De goede inrichting maakt dat de gebruikers zelfstandig de taken binnen het financiële pakket kunnen uitvoeren, als gevolg waarvan het financiële team in haar adviesrol kan blijven. In 2023 zijn de kansen op de doorontwikkeling van het pakket in het kaart gebracht: met verbeteringen in verplichtingenadminstratie, inkoopprocessen en gebruik van gestandaardiseerde CPV-codes.
Verder is samenwerking met HR een grote slag geslagen in het sturen op formatie en bezetting binnen de beschikbare budgetten. Deze informatie wordt via diverse dashboards gepresenteerd. Hiermee kan er actief en tijdig worden gestuurd op zowel de beschikbare formatie als de bezetting. HR Het team HR heeft in 2023 opnieuw een kwalitatieve stap gezet en is formatief op orde aan het komen. De taakverdeling binnen het team is in kaart gebracht en het wordt steeds duidelijker op welke functies versterking nodig is. In 2023 is gestart met aansturen van de teams HR en Financiën door dezelfde teamleider. Hierdoor is een aantal HR en Financiële processen beter op elkaar afgestemd en is de samenwerking tussen de teams versterkt. Dit ook mede dankzij de nieuwe dashboards (formatie/bezetting/verzuim) die steeds verder worden verfijnd. In ons Sociaal Jaarverslag 2023 wordt nader ingegaan op alle (beleids)-ontwikkelingen op het gebied van HR. In 2023 is een start gemaakt met het opstellen van strategisch personeelsbeleid. Het strategisch personeelsbeleid is zo opgesteld dat deze een kapstok vormt, waarbij enerzijds op concernniveau kaders, beleid, regelingen en instrumenten zijn (of worden) vastgesteld.
Anderzijds biedt het, in overeenstemming met de besturingsfilosofie van de Regio, ruimte voor de wens om maatwerk per RVE te leveren, zodat ingespeeld kan worden op de behoefte van medewerkers. Het strategisch personeelsbeleid geeft richting aan de bevindingen uit het in 2023 uitgevoerde medewerkerstevredenheid onderzoek en alle andere onderzoeken en sessies welke in de voorfase van de totstandkoming van strategisch personeelsbeleid hebben plaatsgevonden (zoals een Arbo/verzuimanalyse, strategisch personeelsplanning, MT-sessies en een inloopsessie waarin medewerkers hun input konden geven). Het Strategisch personeelsbeleid geeft richting en brengt samenhang in de ontwikkeling en actualisatie van ons HR-beleid en instrumenten. Bij het onderdeel HR ook aandacht voor de verzuim aanpak binnen de Regio Verzuim-aanpak Het ziekteverzuimpercentage van de Regio lag in de afgelopen jaren hoger dan het landelijk gemiddelde en stijgt nu al enkele jaren op rij. Verzuimaanpak staat bij de directie, het management en de OR hoog op de agenda. In 2023 zijn om die reden diverse initiatieven gestart om het ziekteverzuim in kaart te brengen en om te onderzoeken wat nodig is om het verzuim te verlagen. • Er is door een externe partij een onderzoek uitgevoerd naar het ziekteverzuim binnen de Regio. De belangrijkste uitkomsten hiervan zijn in het eerste kwartaal van 2023 gepresenteerd.
Op basis van deze uitkomsten worden actiepunten geformuleerd en prioriteiten gesteld op het gebied van de aanpak van ziekteverzuim. • Er is een dashboard ontworpen dat voor alle RVE managers en leidinggevenden inzicht biedt in verzuimdata en verzuimsoorten voor de Regio, per RVE en per team. Daarnaast biedt het een ‘toolbox’ met algemene informatie over ziekteverzuim, waaronder de wettelijke verplichtingen, factsheets over diverse 70
verzuimonderwerpen voor leidinggevenden en medewerkers en tips voor leidinggevenden met betrekking tot verzuimbegeleiding, het voeren van frequent verzuimgesprekken en de aanpak van verzuim. Het dashboard is eind december 2022 ter beschikking gesteld aan alle managers en leidinggevenden en kan naar behoefte worden uitgebreid met nieuwe of andere informatie. • In 2023 is tevens een Medewerkers Tevredenheidonderzoek (MTO) gehouden. De uitkomsten van dit onderzoek worden ook meegenomen in de verzuim aanpak. Ziekteverzuim is een vast agendapunt tijdens de regelmatige gesprekken tussen managers, leidinggevenden en HRadviseurs. Informatisering en Automatisering In 2023 is grote vooruitgang geboekt inzake de volledige migratie van de afgeschreven twee datacenters naar de Cloud (Microsoft Azure) en het vernieuwen van de kantoorautomatisering (Microsoft 365, vervanging van laptops, etc.). Dit traject zal worden afgerond in het eerste half jaar van 2024. Deze architectuur ondersteunt de visie van de Regio dat haar informatiehuishouding betrouwbaar, wendbaar en inwoner gedreven dient te zijn. Deze visie vloeit voort uit het in 2023 vastgestelde Informatiebeleid en Strategische Informatiebeveiligingsbeleid; hieruit is tevens een I&A Visie 20242027 ontwikkeld met daarin opgenomen 8 opgaven voor het I&A team.
In 2024 zal onder meer worden ingezet op de afronding van fase 1 naar de migratie naar de cloud, het implementeren van Identity Access Management (IAM) en het door investeren in informatiebeveiliging op het gebied van processen, formatie en het formuleren van tactisch en operationeel beleid. Facilitair In april 2023 heeft Versa Welzijn zijn intrek genomen op de vleugel waar voorheen Gooische Scholen Federatie was gevestigd. In augustus is het Zorg- en Veiligheidshuis GV verhuisd van de Larenseweg naar een plek binnen het Regiokantoor, waar voorheen een externe huurderskantoor hield. Om plaats te bieden aan het wagenpark van Versa Welzijn, zijn er buiten vier nieuwe parkeerplekken met laadpalen gerealiseerd voor de dienstauto's. Hiermee is de locatie de Bordesstraat weer volledig bezet. Vanwege de toegenomen druk op de behandelkamers van AGZ zijn er twee nieuwe behandelkamers gerealiseerd op de locatie van de voormalige prikpost van Tergooi. Bovendien is er geïnvesteerd in de gastvrijheidsbeleving in de entree, waarbij de ontvangstbalie is vervangen en aandacht is besteed aan de algehele uitstraling van de hal. Interne inkoop en aanbesteding Op de juiste wijze inkopen en aanbesteden is voor ons als overheidsorgaan van groot belang. Het draagt bij aan mogelijke besparingen en geeft zichtbare verbetering van kwaliteit van opdrachten.