CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.13 Vormvrije MER-beoordeling

gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Bestemmingsplan 't Laantje 3+4 (12V/6T Aangenomen)5.000 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE Onderwerp:

Vormvrije m.e.r.-beoordeling herontwikkeling woonpercelen ’t Laantje 3 en 4

Auteur:

Simone van Capelle

Datum:

December 2020

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Binnen de gemeente Wijdermeren is sprake van een tekort aan appartementen. Om in een deel van de behoefte naar appartementen te kunnen voorzien wordt de locatie met 2 vrijstaande woningen gewijzigd naar een locatie met 49 appartementen.

BJZ.NU

1. INLEIDING Voorliggende notitie heeft betrekking op een locatie in het dorp Nieuw-Loosdrecht, in de gemeente Wijdemeren. Het betreft een locatie met twee woonpercelen, waar zich op ieder perceel een vrijstaande (vervallen) woning bevindt.

Afbeelding 1: Huidige situatie projectgebied (Bron: Provincie Noord-Holland)

In afbeelding 1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen.

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Vanuit het ruimtelijke spoor is vanwege de aard en omvang een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. Voorliggende notitie voorziet hierin. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven. M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • • •

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

1

Passende beoordeling

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Bij het opstellen van een bestemmingsplan beziet het bevoegd gezag in de zogenoemde ‘voortoets’ of een passende beoordeling van dat plan moet worden gemaakt. Dit is het geval indien de waarschijnlijkheid of het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of meerdere Natura 2000-gebieden. Dat risico bestaat volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie, wanneer deze gevolgen op grond van objectieve gegevens niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Een uitzondering op de verplichting om een passende beoordeling op te stellen is neergelegd in artikel 2.8, lid 1 Wnb. Ingeval het plan een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt, kan ingevolge dat artikel lid een nieuwe passende beoordeling achterwege blijven, voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren omtrent de significante gevolgen ervan. De plan-m.e.r. die voor bestemmingsplannen is gekoppeld aan het opstellen van een passende beoordeling is in deze situatie ook niet nodig. Feitelijk is er dan al een – nog steeds actuele – passende beoordeling aanwezig, die aantoont dat schadelijke effecten als gevolg van het plan zijn uitgesloten. Significantie Bij de voortoets draait het om de vraag of sprake kan zijn van significante gevolgen.

De significantie van de gevolgen voor een gebied van een plan wordt afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Deze zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Omgekeerd moet een plan dat de instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken gebied in gevaar dreigt te brengen, noodzakelijkerwijs worden beschouwd als een plan dat significante gevolgen kan hebben. De significantie van de gevolgen moet met name worden beoordeeld in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het gebied waarop het plan betrekking heeft. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van de depositie leiden. Van plannen, die ten opzichte van de feitelijke situatie op het referentiemoment geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dit geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.

Als uit de voortoets blijkt dat de realisatie van de in het plan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden wel leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitats, waarvan de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden, moet het bevoegd gezag wel een passende beoordeling opstellen. In een passende beoordeling kan als maatregel en onder voorwaarden externe saldering worden toegepast. Zoals uit hoofdstuk 3 van deze notitie blijkt heeft de voorgenomen ontwikkeling geen dusdanige milieugevolgen die het opstellen van een passende beoordeling noodzakelijk maken. Van een directe m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm is in voorliggend geval dan ook geen sprake. Besluit milieueffectrapportage (Besluit MER) Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet bij initiatieven voor (het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In gevallen dat een besluit of plan betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de C- of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit MER) moet bepaald worden welke procedure doorlopen moet worden om mogelijke milieueffecten te beoordelen. In het Besluit m.e.r.

neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

2

Het realiseren van woningen is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het realiseren van woningen is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt:

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

In voorliggend geval is geen sprake van het realiseren van 2000 of meer woningen en wordt de oppervlakte van 100 hectare niet overschreden. Het projectgebied bedraagt namelijk circa 0,3 hectare. Daarnaast gaat het niet om 2000 woningen, maar per saldo slechts 49 woningen. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende oplegnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt met bijbehorende subcriteria. Hierna is de Selectiecriteria Europese richtlijn opgenomen.

Selectiecriteria Europese richtlijn 1.

Kenmerken van de activiteiten

Bij activiteiten met mogelijke significante negatieve milieueffecten moeten de volgende aspecten in het bijzonder in overweging worden genomen: • de omvang van het project/de activiteit; • de cumulatie met andere projecten; • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; • de productie van afvalstoffen; • verontreiniging en hinder; • risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën. 2.

Plaats van de activiteiten

De locatie van een project/activiteit bepaalt mede de impact van dit project. Daarom moet de kwetsbaarheid van een gebied waar het project invloed op heeft in de beoordeling worden betrokken. In het bijzonder moet in overweging worden genomen: • het bestaande gebruik; • de relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen van het gebied, specifiek de kwaliteit en het regeneratievermogen ervan; • het opnamevermogen/de gevoeligheid van het natuurlijk milieu met in het bijzonder aandacht voor de volgende gebieden: o wetlands; o kustgebieden; o berg- en bosgebieden; o reservaten en natuurparken; o gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; o speciale beschermingszones, door de aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG; o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.

Kenmerken van het potentiële effect

In samenhang met de kenmerken en de locatie van de activiteiten/projecten moet bij potentiële effecten van een project in het bijzonder het volgende in overweging worden genomen: • • • • •

het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdend karakter van het effect; de orde van grootte en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

3

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken, waaronder de gemeente Wijdemeren, provincie Noord-Holland en waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van Wijdemeren het bevoegd gezag.

Relatie met (nog te nemen) besluiten Geen relatie met (nog te nemen) besluiten bekend. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de plaats van het plan. Hoofdstuk 4 gaat in op de kenmerken van het potentiële effect. In hoofdstuk 5 is de conclusie opgenomen.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Daarnaast worden de provincie Noord-Holland, het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden.

4

2.

KENMERKEN VAN DE PROJECTEN

De omvang van het project/de activiteit Het voornemen heeft betrekking op twee woonpercelen aan ’t Laantje 3 en 4 in Nieuw-Loosdrecht, gemeente Wijdemeren. De bestaande 2 vrijstaande woningen worden vervangen door 49 appartementen - verdeeld over vier blokken (A t\m D) en een extra laag (E) -, passend bij de behoefte van de gemeente. Ook worden bijgebouwen gerealiseerd. In de volgende afbeelding is een impressie van de voorgenomen ontwikkeling weergegeven.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Bij activiteiten met mogelijke significante negatieve milieueffecten moeten de volgende aspecten in het bijzonder in overweging worden genomen: • de omvang van het project/de activiteit; • de cumulatie met andere projecten; • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; • de productie van afvalstoffen; • verontreiniging en hinder; • risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën.

) Afbeelding 2: Impressie situering binnen het projectgebied (Bron: Valk Architecten)

De cumulatie met andere projecten; In de omgeving van het projectgebied zijn geen andere (grootschalige) ontwikkelingen bekend die van belang kunnen zijn in het kader van voorgenomen ontwikkeling.

5

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De woningen worden gasloos gebouwd, conform de Wet Voortgang Energietransitie.

Verontreiniging en hinder; In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof afkomstig van de bouwplaats en het bouwverkeer dat van en naar het projectgebied beweegt. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de activiteiten geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Zoals in hoofdstuk 3 en 4 wordt geconstateerd is geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

De productie van afvalstoffen; De productie van afvalstoffen betreft voor de beoogde woningen uitsluitend de productie van huishoudelijke afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens te verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval.

6

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

3.

PLAATS VAN DE PROJECTEN

De locatie van een project/activiteit bepaalt mede de impact van dit project. Daarom moet de kwetsbaarheid van een gebied waar het project invloed op heeft in de beoordeling worden betrokken. In het bijzonder moet in overweging worden genomen: • het bestaande gebruik; • de relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen van het gebied, specifiek de kwaliteit en het regeneratievermogen ervan; • het opnamevermogen/de gevoeligheid van het natuurlijk milieu met in het bijzonder aandacht voor de volgende gebieden: o wetlands; o kustgebieden; o berg- en bosgebieden; o reservaten en natuurparken; o gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; o speciale beschermingszones, door de aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG; o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Het bestaande gebruik Het projectgebied ligt geheel binnen grondgebied van de gemeente Wijdemeren, in de kern Nieuw-Loosdrecht. Het gaat in dit geval om een herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie (inbreidingslocatie). Op de locatie bevinden zich 2 vrijstaande woningen. De bestaande bebouwing zal ten behoeve van het voornemen worden gesloopt.

De relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen van het gebied, specifiek de kwaliteit en het regeneratievermogen ervan De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het opnamevermogen/de gevoeligheid van het natuurlijk milieu (natuur, ecologie, archeologie en cultuurhistorie) Het betreft een binnenstedelijke locatie in de kern Nieuw-Loodrecht. Hieronder wordt per thema ingegaan op mogelijke aanwezige waarden in het projectgebied. Ecologie Door Natuurbank Overijssel is een ecologisch onderzoek en vervolgonderzoek uitgevoerd 1, waarbij onder meer getoetst is aan de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Daarnaast is door BJZ.nu een stikstofonderzoek uitgevoerd 2 en is door Copijn Boomspecialisten een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd 3. De belangrijkste conclusies voor het aspect ecologie zijn hierna opgenomen. Soortenbescherming Het projectgebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het projectgebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar vermoedelijk nestelen er vogels, bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats en bezetten vleermuizen een verblijfplaats in de bebouwing.

In het projectgebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Beplanting mag alleen gerooid/betreden worden buiten de voortplantingsperiode van vogels.

1 Quickscan Natuurwaardenonderzoek ’t Laantje 3-4 te Loosdrecht: (projectnr. 1625, versie 1.0, 8 februari 2019, geactualiseerd 16-11-2020). 2 Aerius-berekening Woningbouw, Loosdrecht, ’t Laantje 3 en 4, november 2020. 3 Bomen Effect Analyse Het Laantje 3 en 4 te Loosdrecht, versie 3: (project B7356 en B8704 (aanvulling), 12 maart 2019 en aanvullingen september en oktober 2020).

7

Voor de grondgebonden zoogdier- en/of amfibieënsoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het projectgebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’ (of de soort is niet beschermd). De gebouwen in het projectgebied vormen een potentiële verblijfplaats voor vleermuizen. Vleermuizen en hun verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten scherp te krijgen, is nader onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen verplicht (art. 1.11). Dit nader onderzoek is uitgevoerd 4. In de zomer en najaar van 2019 is de functie van de bebouwing aan ’t Laantje 3-4 te Loosdrecht onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van één of meerdere vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het daarvoor geldende protocol en is volledig en onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat vleermuizen geen verblijfplaats bezetten in de te slopen bebouwing. Het slopen van de bebouwing leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het projectgebied als foerageergebied voor vogels, amfibieën, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, niet aangetast. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om bij uitvoering van de werkzaamheden rekening gehouden te worden met amfibieën in winterrust. Geadviseerd wordt om beplanting te rooien en het projectgebied bouwrijp te maken buiten de winterrustperiode.

De meest geschikte periode om deze werkzaamheden uit te voeren is de nazomer (half augustus-eind september). Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden: Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 190 meter afstand van het projectgebied. In dit geval is er door BJZ.nu een AERIUS-berekening uitgevoerd teneinde de gevolgen van de ontwikkeling ten opzichte van het Natura 2000-gebied in beeld te brengen 5. Uit de AERIUS-berekening volgt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Natuurnetwerk Nederland: Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 190 meter afstand van het projectgebied. Gezien de onderlinge afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling, wordt gesteld dat er geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

4 Vleermuisinventarisatie ’t Laantje 3-4 te Loosdrecht: (projectnr. 2298, versie 1.0, 5 december 2019). 5 Aerius-berekening Woningbouw, Loosdrecht, ’t Laantje 3 en 4, november 2020.

8

Compensatie van gekapte bomen kan slechts gebeuren op een, door de gemeente nader aan te wijzen, herplantlocatie. De randbeplanting kan wel door schaduwminnende soorten worden afgeschermd van de wandelpaden. Dit verdient een nadere uitwerking, waarbij ook de randbomen landmeetkundig worden ingemeten zodat er, in afstemming met de bouwaannemer, een goed afgestemd plan kan worden opgeleverd. Verder is een uitwerking nodig van de boombescherming van overblijvende bomen en adviezen omtrent bemaling. Een en ander zal dan ook nader uitgewerkt worden. Stikstofdepositie De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is n.a.v. de recente uitspraak van de Raad van State (29 mei 2019) niet meer bruikbaar. Het aspect stikstofdepositie dient daarom ten aanzien van Natura 2000-gebieden nader te worden onderzocht. Projecten die stikstofuitstoot met zich meebrengen door een aanleg- en/of bouwfase of door verkeersbewegingen dienen te worden onderzochten. In dit geval is uit de reeds vermeld AERIUS-berekening gebleken dat geen sprake is van negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000 gebieden. Cultuurhistorie In het gebied zijn geen cultuurhistorische elementen aanwezig. Ook in de directe omgeving zijn geen cultuurhistorische objecten aanwezig, waarop het plan invloed zou kunnen hebben.

Archeologie Op basis van de archeologische beleidskaart geldt ter plaatse van het projectgebied dat bij plannen groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm rekening dient te worden gehouden met archeologische resten. In het kader van voorliggend initiatief vinden geen bodemingrepen met een dergelijke omvang plaats. Bovendien zijn de gronden ter plaatse van de bestaande woningen reeds geroerd. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Bomen Effect Analyse (BEA) Het bouwvlak inclusief verdiepte kelderbak vraagt fysieke bouwruimte, waarvoor bomen moeten verdwijnen. Kap van enkele bomen is gerechtvaardigd, vanwege de verminderde kwaliteit. Kap van bomen in het Bos van Sprenger is in eerste instantie niet te rechtvaardigen, vanwege de omvang en de samenhang van dit bos. Bij het nader bekijken van de soortensamenstelling, verdere groei en ontwikkeling van deze rand en de plantwijze en beheerstatus kan ingrijpen in deze rand onder voorwaarden leiden tot een betere uitgangssituatie. Een en ander in samenspraak met de gemeente. Herstel van de rand tot het huidige beeld is echter uitgesloten, omdat er onvoldoende licht toetreedt tot de ondergrond. Met het voornemen kan ontwikkeling van de rand met kleinere (te behouden) bomen en nieuwe heesters plaatsvinden.

9

4.

KENMERKEN VAN HET POTENTIELE EFFECT

In samenhang met de kenmerken en de locatie van de activiteiten/projecten moet bij potentiële effecten van een project in het bijzonder het volgende in overweging worden genomen:

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

• • • • •

het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdend karakter van het effect; de orde van grootte en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, geur, water, ecologie, externe veiligheid en stikstof. De effecten van de hiervoor genoemde aspecten zijn lokaal van aard. Verkeer Ten behoeve van het voornemen is een verkeersonderzoek 6 verricht. Gesteld wordt dat het voornemen geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op het omliggende verkeersnetwerk, mits aandacht wordt geschonken aan het beperkte zicht bij het uitrijden van het plangebied (verkeersveiligheid). Deze aanbeveling zal worden opgevolgd. Ook met de overige aandachtspunten die binnen het onderzoek worden vermeld zal rekening worden gehouden. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie wordt ingeschaald op neutraal. Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat woningen in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden), hiervoor gelden echter geen normen. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de geluidsituatie wordt ingeschaald op neutraal. Luchtkwaliteit De ontwikkeling draagt in niet betekende mate bij aan de luchtkwaliteit. Ten aanzien van luchtkwaliteit is er dan ook sprake van een neutraal effect.

Geur In voorliggend geval worden er geen geurbelastende objecten gerealiseerd. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van geur wordt ingeschaald op neutraal. Ecologie Zoals eerder vermeld behoort het projectgebied vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het projectgebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar vermoedelijk nestelen er vogels, bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats en bezetten vleermuizen een verblijfplaats in de bebouwing. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Beplanting mag alleen gerooid/betreden worden buiten de voortplantingsperiode van vogels. Voor de grondgebonden zoogdier- en/of amfibieënsoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het projectgebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’ (of de soort is niet beschermd). Uit nader onderzoek is gebleken dat vleermuizen geen verblijfplaats bezetten in de te slopen bebouwing.

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het projectgebied als foerageergebied voor vogels, amfibieën, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, niet aangetast. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om bij uitvoering van de werkzaamheden rekening gehouden te worden met amfibieën in winterrust. Geadviseerd wordt om beplanting te rooien en het projectgebied bouwrijp te maken buiten de winterrustperiode. De meest geschikte periode om deze werkzaamheden uit te voeren is de nazomer (half augustus-eind september). Tevens is gebleken dat geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Tot slot is gesteld dat geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

6 Verkeersonderzoek Het Laantje Nieuw-Loosdrecht, Notitie, Roelofs Groep (Documentnummer: N01-D01-61020203-sws2, Definitief/02 17 november 2020).

10

Daarnaast is onderzoek verricht in het kader van de bestaande bomen. Dit verdient een nadere uitwerking, waarbij ook de randbomen landmeetkundig worden ingemeten zodat er, in afstemming met de bouwaannemer, een goed afgestemd plan kan worden opgeleverd. Verder is een uitwerking nodig van de boombescherming van overblijvende bomen en adviezen omtrent bemaling. Een en ander zal dan ook nader uitgewerkt worden. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van ecologie kan op basis van bovenstaand worden ingeschaald op licht negatief.

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

Stikstofdepositie Nogmaals wordt vermeld dat uit de AERIUS-berekening is gebleken dat er zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van stikstofdepositie wordt ingeschaald op neutraal. Externe veiligheid Binnen het projectgebied wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van externe veiligheid is neutraal. Water Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Er is sprake van het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen, zodat diffuse verontreinigingen worden voorkomen. Het hemelwater wordt op een adequate wijze geïnfiltreerd en het afvalwater wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Opgemerkt wordt dat op basis van de Keur een toename van het verhard oppervlak met meer dan 1.000 m² gecompenseerd moet worden. Het projectgebied is in de bestaande situatie reeds deels verhard, waardoor compensatie niet noodzakelijk wordt geacht. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de waterhuishouding wordt ingeschaald op neutraal, aangezien het verharde oppervlak slechts gering toeneemt. Het grensoverschrijdend karakter van het effect De effecten hebben geen landsgrensoverschrijdend karakter.

De orde van grootte en de complexiteit van het effect De effecten die als gevolg van het plan optreden, zijn beperkt en niet complex. Beperkte effecten ontstaan mogelijk ten aanzien van ecologie en water. De waarschijnlijkheid van het effect Het optreden van effecten is waarschijnlijk, echter met inbegrip van voorgestelde maatregelen zijn geen significante negatieve effecten te verwachten.

BJZ.NU

De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect Zoals reeds vermeld zijn negatieve effecten niet te verwachten, waardoor dit niet van toepassing is. Cumulatie van effecten met effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten In de omgeving van het projectgebied zijn geen (grootschalige) ontwikkelingen gepland/bekend welke in vergelijkbare effecten veroorzaken als de voorgenomen ontwikkeling. Cumulatie is daarom niet aan de orde. Maatregelen ter vermindering van potentiële effecten (samenvattend) De milieueffecten van de ontwikkeling van het projectgebied kunnen niet geheel worden voorkomen. De mate waarin de milieueffecten optreden kan wel gemitigeerd of gecompenseerd worden. De milieueffecten zijn zodanig ingeschat dat, met uitzondering van het aspect ecologie, mitigerende maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Compenserende maatregelen zijn mogelijk noodzakelijk voor het aspect water. Ecologie (mitigerend) Tijdens de uitvoering van het voornemen kan flora en fauna hinder ondervinden. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om bij uitvoering van de werkzaamheden rekening gehouden te worden met amfibieën in winterrust. Geadviseerd wordt om beplanting te rooien en het projectgebied bouwrijp te maken buiten de winterrustperiode. De meest geschikte periode om deze werkzaamheden uit te voeren is de nazomer (half augustus-eind september).

Daarnaast is voor het aspect bomen een nader uitwerking nodig. Water (compenserend) Op basis van de Keur moet een toename van het verhard oppervlak met meer dan 1.000 m² gecompenseerd worden. Het projectgebied is in de bestaande situatie reeds deels verhard, waardoor compensatie in eerste instantie niet noodzakelijk wordt geacht. Mocht de oppervlakte toch worden overschreden dan is compensatie noodzakelijk. Mogelijk kan dit worden gecombineerd met de mogelijk te nemen maatregelen in het kader van het creëren van enige groeiruimte ten aanzien van bomen.

11

5.

CONCLUSIE

BJZ.NU

TWENTEPOORT OOST 16A 7609RG ALMELO

De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11008878/1