Bijlage 1b - Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
weergegeven. Hierin zijn retailfuncties, woonfuncties en twee supermarkten opgenomen. functie
omvang
eenheid
kantoor
1.321
m2 bvo
huur, appartement midden
14
woningen
fullservice supermarkten
4.527
m2 bvo
dorpcentrum
2.959
m2 bvo
Tabel 3.1: Huidig functieprogramma winkelcentrum De Meenthof Kortenhoef 4
5
CROW is een landelijke kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid. CROW publicatie 381 – Toekomstbestendig parkeren (December 2018). Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
9
Functieprogramma uitbreiding De herontwikkeling van het winkelcentrum De Meenthof wordt in twee fasen uitgevoerd. De eerste fase van dit project is al uitgewerkt en uitvoerbaar. De tweede fase bevindt zich nog in de ontwerpfase. Hierdoor is de definitieve functieverdeling van de ontwikkeling alleen voor fase 1 bekend. Fase 2 is
kaderstellend en nog niet concreet uitgewerkt en maakt daarom geen onderdeel uit van de in deze rapportage beschreven analyse. In Tabel 3.2 is het
functieprogramma gepresenteerd zoals voorzien is door de ontwikkelaar. Hierbij is alleen de uitbreiding en sloop van de bestaande functies weergegeven. functie
omvang
eenheid
theater/filmhuis (De Dobber)
-569
m² bvo
uitbreiding buurtwinkel
19
m2 bvo
uitbreiding Albert Heijn
685
m2 bvo
woningen sociale huur
3
woningen
woningen vrije sector huur
20
woningen
Tabel 3.2: Te realiseren functieprogramma winkelcentrum De Meenthof Kortenhoef CROW-Kencijfers verkeersgeneratie Het gemeentelijk beleid heeft geen kencijfers met betrekking tot verkeersgeneratie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling wordt aangesloten bij kencijfers van CROW. Binnen de kencijfers wordt onderscheid gemaakt naar
stedelijkheidsgraad 6 en de locatie van de planontwikkeling. Bij het bepalen van de
stedelijkheidsgraad en de ligging sluit deze rapportage bij het parkeerbeleid 7 van
de gemeente Wijdemeren aan. Hierin is omschreven dat voor de bepaling van de
kencijfers voor de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ en ligging ‘schil’ is gekozen. In Tabel 3.3 zijn de te hanteren kencijfers voor verkeersgeneratie weergegeven. De
waarden betreffen motorvoertuigenbewegingen (mvt) per etmaal voor een
gemiddelde weekdag. CROW hanteert bandbreedtes (minimum en maximum) voor verkeersgeneratiecijfers. Voor deze studie is gebruik gemaakt van de minimum kencijfers uit de bandbreedte aansluitend bij het gemeentelijk parkeerbeleid. functie conform CROW
huur, appartement, duur huur, appartement, midden (incl. sociale huur) fullservice supermarkt dorpcentrum (buurtwinkel)
theater/filmhuis (De Dobber) kantoor
kencijfers verkeersgeneratie
eenheid
3,7
per woning
89,9
100 m2 bvo
11,5
100 m2 bvo
5,5
36,2
100 m2 bvo
7,4
Tabel 3.3: Gehanteerde verkeersgeneratiecijfers (weekdag)
6 7
per woning
100 m2 bvo
De stedelijkheidsgraad wordt uitgedrukt in aantallen huishoudens per km². Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren, 2015 Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
10
Omrekenfactoren De kencijfers voor verkeersgeneratie in CROW betreft de verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag. In deze studie is gebruik gemaakt van de werkdagperioden. De werkdagperioden zijn voor de woonfuncties verkeerskundig maatgevend en sluiten goed aan bij de cijfers die Goudappel beschikbaar heeft over
verkeersintensiteiten van het omliggende wegennet. CROW heeft omrekenfactoren opgesteld voor de omrekening van week- naar werkdagetmalen.
Conform CROW worden binnen deze studie de volgende omrekenfactoren gehanteerd voor de omrekening van week- naar werkdagperioden: Omrekenfactor kantoren: 1,33
•
Omrekenfactor wonen: 1,11
•
Omrekenfactor supermarkt, detailhandel en theater/filmhuis: 0,9
•
Verdeling verkeersgeneratie Daarnaast maakt CROW ook onderscheid in vertrek en aankomst voor het drukste
uur voor zowel de ochtend- als de avondspits. Deze zijn weergegeven in Tabel 3.4. functie
ochtendspits
overige woonmilieus overige supermarkten detailhandel milieus alle kantoorlocat ies
drukste uur
vertrek
aankomst
8%
89%
2%
10%
avondspits drukste uur
vertrek
aankomst
11%
9%
20%
80%
50%
50%
8%
50%
50%
9%
91%
9%
90%
10%
Tabel 3.4: Verdeling verkeersgeneratie naar spitsuur
3.3
Resultaat
Verkeergeneratie huidige situatie Op basis van het functieprogramma en de CROW-kencijfers voor verkeersgeneratie is de verkeersgeneratie van het huidige winkelcentrum bepaald.
In Tabel 3.5 is de verkeersgeneratie voor het huidige winkelcentrum inzichtelijk
gemaakt. Gedurende een weekdagetmaal genereert de ontwikkeling circa 5.360
mvt/weekdagetmaal. Op werkdagen genereert de ontwikkeling circa 4.890 mvt per
etmaal.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
11
functie huur, appartement midden kantoor fullservice supermarkt dorpcentrum totaal
kencijfers
eenheid
omvang
intensiteiten weekdag
intensiteiten werkdag
5,5
woning
14
77
86
3,7
100 m2 bvo
1.321
98
130
89,9
100 m2 bvo
4.527
4.088
3.679
36,2
100 m2 bvo
2.959
1.071
964
5.334
4.859
Tabel 3.5: Verkeersgeneratie huidig in motorvoertuigbewegingen week- en werkdagetmaal Op basis van de berekende verkeersgeneratie voor de huidige situatie is een vertaling gemaakt naar verkeersgeneratie per dagdeel. De resultaten van de
verkeersgeneratie per dagdeel zijn weergegeven in Tabel 3.8. In de ochtendspits genereert het winkelcentrum circa 208 mvt, waarvan 102 vertrekkende en 106 aankomende bewegingen. In het drukste uur in de avondspits genereert het
winkelcentrum circa 765 mvt; waarvan 384 vertrekkende en 381 aankomende bewegingen.
periode etmaal ochtendspits vertrek aankomst avondspits vertrek aankomst
verkeersintensiteiten 4.859 208 102 106 765 384 381
Tabel 3.6: Verkeersgeneratie naar periode Verkeergeneratie toekomstige situatie Op basis van het functieprogramma en de CROW-kencijfers voor verkeersgeneratie voor het toekomstige functioneren bepaald. Voor de toekomstige situatie is de
verkeersgeneratie alleen voor de uitbreiding en de sloop van de functies bepaald.
De berekeningen zijn zowel voor de woonfunctie als voor de winkelfuncties opgesteld.
In Tabel 3.7 is de verkeersgeneratie voor de toekomstige situatie voor de
ontwikkeling berekend. Gedurende een weekdagetmaal genereert de ontwikkeling circa 680 mvt/weekdagetmaal. Op werkdagen genereert de ontwikkeling circa 640 mvt per etmaal.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
12
functie huur, appartement, duur huur, appartement midden fullservice supermarkt buurtwinkel sloop De Dobber totaal
kencijfers
eenheid
omvang
intensiteiten weekdag
intensiteiten werkdag
5,5
woning
20
110
122
3,7
woning
3
11
12
89,9
100 m2 bvo
685
539
485
36,2
100 m2 bvo
19
84
75
11,5
100 m2 bvo
-569
-86
-77
678
636
Tabel 3.7: Verkeersgeneratie toekomstig in motorvoertuigbewegingen week- en werkdagetmaal
De berekende verkeersgeneratie in Tabel 3.7 betreft een theoretische waarde
op basis van de CROW kentallen, die gelden in geval van een solitaire functie. In dit geval betreft de ontwikkeling de uitbreiding van een bestaande supermarkt. Ten opzichte van het huidige functioneren blijft het
verzorgingsgebied van de supermarkt gelijk en is de uitbreiding vooral bedoeld om de kwaliteit van de winkel te vergroten (bredere gangpaden, ruimere opzet etc.). Dit betekent dat het aandeel bezoekers ten opzichte van de huidige
situatie niet één op één toeneemt. Desondanks is de verkeersgeneratie wel als zodanig berekend en meegenomen als volledig nieuw verkeer in de analyse.
Op basis van de berekende verkeersgeneratie voor de toekomstige situatie is een
vertaling gemaakt naar verkeersgeneratie per dagdeel. De resultaten van de
verkeersgeneratie per dagdeel zijn weergegeven in Tabel 3.8. In de ochtendspits genereert de ontwikkeling circa 31 mvt, waarvan 20 vertrekkende en 11
aankomende bewegingen. In het drukste uur in de avondspits genereert de ontwikkeling circa 93 mvt; waarvan 43 vertrekkende en 50 aankomende bewegingen.
periode etmaal ochtendspits vertrek aankomst avondspits vertrek aankomst
verkeersintensiteiten 636 31 20 11 93 43 50
Tabel 3.8: Verkeersgeneratie naar periode
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
13
Verkeersgeneratie theoretisch totaal Vervolgens is op basis van de berekeningen voor de verkeersgeneratie van de
huidige en van de toekomstige ontwikkeling het theoretisch totaal gegenereerde verkeer berekend. De resultaten hiervan zijn weergegeven in Tabel 3.9. weekdag etmaal
fase
werkdag etmaal
ochtendspits
avondspits
drukste uur
vertrek
aankomst
208
102
106
31
20
11
drukste uur
vertrek
aankomst
765
384
381
93
43
50
huidig
5334
4884
uitbreiding
678
636
totaal
6012
5520
239
122
117
858
427
431
Verhoging in %
13%
13%
15%
20%
10%
12%
11%
13%
Tabel 3.9: Verkeersgeneratie theoretisch totaal per etmaal en periode Hieruit blijkt dat de ontwikkeling tot een lichte toename van 13% op een werkdag
leidt. Deze toename betekent overigens niet automatisch een toename van 13% op
de Kerklaan en op de kruispunt aan de Smidsbrug. Immers verdeelt zich het verkeer over het omliggende wegennet. En gedetailleerdere analyse van de verkeersstromen is omschreven in Hoofdstuk 4.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
14
4. Planeffect & Verkeersafwikkeling 4.1
Verkeersafwikkeling ontwikkellocatie
In Hoofdstuk 3 is berekend hoeveel extra verkeer de ontwikkeling van De Meenthof
naar verwachting genereert. Hieruit blijkt dat door de herontwikkeling het aantal motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal toeneemt met circa 640
motorvoertuigbewegingen. Hiervan worden circa 134 motorvoertuigbewegingen gegenereerd door de woningen en 502 motorvoertuigbewegingen door het
winkelcentrum. Dit is vertaald naar in- en uitgaande verkeersbewegingen tijdens de ochtend- en avondspits. In deze paragraaf is beschreven hoe het extra verkeer zich over het omliggende wegennet zal verdelen. Hierbij is gekeken naar reistijden (zie Figuur 4.1) en op basis van ‘expert judgement’ ingeschat hoe het verkeer van de
woningen en het winkelcentrum zich zal verplaatsen in de toekomstige situatie.
Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de situatie met en zonder het doortrekken van de Hoflaan. Routing In Figuur 4.1 is de reistijd en routering naar verschillende grote steden in Nederland
vanuit de ontwikkellocatie weergegeven. De gele en groene routes geven
alternatieve ontsluitingsrouten aan, die gebruikt kunnen worden als het verkeer op de Kerklaan vertraging oploopt. Deze sluiproutes zullen echter op een gemiddelde dag weinig gebruikt worden. Bovendien zijn de extra verkeersintensiteiten per werkdagetmaal door de ontwikkeling op de Kortenhoefsedijk en de Kerklaan weergegeven.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
15
Figuur 4.1: Reistijd en routering vanuit het winkelcentrum naar verschillende bestemmingen Routering woningen Voor het bepalen van de verkeersafwikkeling van de woningen is aangenomen dat alle motorvoertuigbewegingen die de woningen genereren tot buiten Kortenhoef
gaan. Ingeschat is dat ongeveer driekwart van het verkeer zich via de Kerklaan over de Smidsbrug verplaatst. Het overige deel van het verkeer zal via de Kerklaan naar de Kortenhoefsedijk richting de N201 gaan. Ondanks de kortere reistijden naar Amsterdam via de Kortenhoefsedijk (zie afbeelding 4.1), is deze route minder logisch vanwege de inrichting van de Kortenhoefsedijk.
In Tabel 4.1 zijn de resultaten van de woningen opgenomen op basis van de
hierboven omschreven uitgangspunten. Hieruit blijkt dat door toedoen van de
woningen het aantal motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal op de Kerklaan met circa 101 aantal motorvoertuigbewegingen toeneemt, dit komt neer op 1
inkomende en 7 uitgaande verkeersbewegingen tijdens de ochtendspits. Tijdens de avondspits bedraagt het aantal inkomende en uitgaande verkeersbewegingen respectievelijk 7 en 2 motorvoertuigbewegingen.
Richting
Aandeel
Werkdagetmaal
OS in
Kerklaan tot buiten Kortenhoef
75%
101
1
OS uit 7
Kortenhoefsedijk
25%
33
0
2
Kerklaan binnen Kortenhoef Overig
0% 0%
0 0
0 0
0 0
7
AS uit 2
2
1
AS in 0 0
0 0
Tabel 4.1: Verdeling van het door de uitbreiding van de woningen gegenereerde verkeer Indien de Hoflaan wordt doorgetrokken treden er geen grote veranderingen op in routering. De verwachting is dat de route via de Kortenhoefsedijk iets
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
16
aantrekkelijker wordt. Hierdoor is ingeschat dat ongeveer 30% van het verkeer van
de woningen via de Kortenhoefsedijk zal gaan, de resterende 70% gaat nog steeds
via de Smidsbrug Kortenhoef uit. Het verschil door het doortrekken van de Hoflaan
en aansluiten op de Kerklaan is minimaal en leidt niet tot andere
verkeersintensiteiten op de Smidsbrug en Kortenhoefsedijk. Routering winkelcentrum
Het winkelcentrum zal voornamelijk gericht zijn op inwoners van Kortenhoef en zal naar verwachting slechts een beperkt aantal bezoekers van buiten Kortenhoef
trekken. Om deze reden is de aanname gedaan dat 25% van het verkeer via de Kerklaan over de Smidsbrug zal rijden. De helft van het aantal
motorvoertuigbewegingen zal zich via de Kerklaan naar andere locaties binnen Kortenhoef bewegen en de resterende 25% zal direct de wijk rondom het
winkelcentrum inrijden. Indien de Hoflaan wordt doorgetrokken treden er wat
betreft de verkeersafwikkeling van het winkelcentrum geen wijzigingen op in de verdeling van het verkeer over de Kerklaan of Kortenhoefsedijk. In de wijk zal mogelijk minder zoekverkeer zijn doordat er meer aansluitingen zijn op de Kerklaan.
In Tabel 4.2 zijn de resultaten van het winkelcentrum opgenomen op basis van de hierboven omschreven uitgangspunten. Hieruit blijkt dat door toedoen van de ontwikkeling het aantal motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal op de
Kerklaan toeneemt met 376 aantal motorvoertuigbewegingen (waarvan 121 tot aan
de Smidsbrug), dit komt neer om 8 inkomende en 8 uitgaande
verkeersbewegingen tijdens de ochtendspits.
Tijdens de avondspits bedraagt het aantal inkomende en uitgaande
verkeersbewegingen respectievelijk 30 en 30 motorvoertuigbewegingen. In de
praktijk zal de verkeersgeneratie nog lager zijn en niet leiden tot een waarneembaar effect op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Richting Kerklaan tot buiten Kortenhoef Kerklaan binnen Kortenhoef Kortenhoefsedijk Overig
Aandeel
Werkdagetmaal
OS in
OS uit
AS in
AS uit
25%
126
3
3
10
10
50%
250
5
5
20
20
0%
0
0
0
0
0
25%
126
3
3
10
10
Tabel 4.2: Verdeling van het door de uitbreiding van de supermarkt gegenereerde verkeer
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
17
4.2
Planeffect
In een eerdere studie 8 heeft Goudappel onderzocht wat er op het gebied van
verkeer nodig is op de Smidsbrug om een grote ontwikkeling van 250 woningen
aan de Emmaweg mogelijk te maken. Hierin is vooral naar de verkeersintensiteiten
op de belangrijkste wegvakken in Kortenhoef en de kwaliteit van de
verkeersafwikkeling gekeken en aandacht besteed aan de verkeersveiligheid voor het langzaam verkeer. Ten behoeve van deze studie zijn verkeerstellingen uitgevoerd op de Kerklaan en Kortenhoefsedijk. Hieruit blijkt dat de
verkeersintensiteit in 2019 op de Kerklaan circa 6.700 mvt/etmaal bedroeg en circa 3.700 mvt/etmaal op de Kortenhoefsedijk. In de spitsuren bedroeg de
verkeersintensiteit respectievelijk circa 460 mvt/uur in de ochtend- en 600 mvt/uur
in het avondspitsuur op de Kerklaan en 280 mvt/uur om 350 mvt/uur in de ochtend- en avondspits op de Kortenhoefsedijk.
In paragraaf 4.1 is naar de verkeersafwikkeling van de uitbreiding van het
winkelcentrum gekeken. Hieruit is geconcludeerd dat zich door de uitbreiding van
de functies circa 477 motorvoertuigen per etmaal meer op de Kerklaan en circa 33 motorvoertuigen per etmaal meer op de Kortenhoefsedijk verplaatsen. Hierdoor neemt de intensiteit op de Kerklaan met ongeveer 7% en op de Kortenhoefsdijk met circa 1% op etmaal basis toe. Deze toenames betreffen de theoretische
toename hoofdzakelijk veroorzaakt door de uitbreiding van de supermarkt. Een
uitbreiding leidt in de praktijk niet tot een recht evenredige toename van het aantal bezoekers. Het verzorgingsgebied van het winkelcentrum blijft immers gelijk aan
de huidige situatie. In de praktijk zal de toename lager zijn. Ten opzichte van de
huidige verkeersintensiteiten zijn de toenames beperkt en passend bij de fluctuatie
van de verkeersintensiteit over de dagen van de week en de maanden in een jaar.
Het planeffect is daarmee beperkt.
4.3
Wegenscan
Om de verkeersafwikkeling op wegvakniveau te beoordelen heeft Goudappel de
Wegenscan ontwikkeld. Met behulp van de Wegenscan wordt inzicht verkregen in
de maximaal wenselijke verkeersintensiteit op de belangrijkste wegvakken rondom de ontwikkellocatie. De toekomstige verkeersintensiteit bestaande uit de huidige
verkeersintensiteit en de verrekende verkeersgeneratie op wegvakniveau, wordt afgezet tegen de maximaal wenselijke verkeersintensiteit.
Daar waar sprake is van een mismatch, wordt aangegeven op welke criteria de huidige vormgeving niet voldoet. Hierbij wordt gekeken naar de Kerklaan,
Kortenhoefsedijk en de Hoflaan ter hoogte van de ontwikkellocatie. De gegevens betreffende de vormgeving zijn tijdens het uitvoeren van de schouw en door de 8
Woningbouw Kortenhoef – Actualisatie verkeersveiligheid en -afwikkeling, januari 2020. Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
18
eerder uitgevoerde studie in Kortenhoef opgehaald. Kerklaan De Kerklaan valt onder de categorie gebiedsontsluitingsweg, zoals omschreven in paragraaf 2.3. De Kerklaan heeft vooral de hoofdfunctie om de woonkern
Kortenhoef op het omliggende hoofdwegennet te ontsluiten. Daarom past de huidige snelheid van 50 km/u goed bij de hoofdfunctie van de Kerklaan. Desniettemin ligt de toekomstige verkeersintensiteit ter hoogte van het winkelcentrum met circa 7.175 mvt/etmaal aan de hoge kant, maar van
verkeerskundige knelpunten is geen sprake.
Idealiter kan de oversteekbaarheid voor fietsverkeer nabij het winkelcentrum
verbetert worden. Fietsverkeer heeft echter ook als alternatief de mogelijkheid om
over te steken bij de verkeersregelinstallatie (VRI) op de kruispunt
Beatrixweg/Kerklaan of kunnen met afstappen gebruik maken van de zebrapad ter
hoogte van het winkelcentrum. Daarmee is de oversteekbaarheid eveneens gegarandeerd.
Bij een verkeersintensiteit vanaf circa 4.000 mvt/etmaal kan er bij het halteren van de bus op de rijbaan hinder ontstaan. Achterop komend verkeer zal even moeten wachten, of kan op rustige momenten de bus passeren. Bij de toekomstige
verkeersintensiteit zal er op drukke momenten sprake zijn van enige hinder op het moment dat een bus halteert, maar van verkeerskundige knelpunten is geenszins
sprake.
Kortenhoefsedijk Het grootste deel van de Kortenhoefsedijk valt onder de categorie erftoegangsweg binnen de bebouwde kom (ander deel buiten bebouwde kom). Uit de Wegenscan
blijkt dat de Kortenhoefsedijk de verkeersintensiteit van 3.900 mvt/etmaal plus circa 30 mvt/etmaal extra door de ontwikkeling goed kan
afwikkelen. Omdat de Kortenhoefsedijk, zoals de naam al zegt, op veen is gebouwd is de meest beperkende factor de oplopende bermschade door de
verkeerintensiteiten. Bij hogere verkeersintensiteiten zal de weg vaker
onderhouden worden. Aangezien er op dit moment werkzaamheden aan de
houten beschoeiing en stalen damwanden plaatsvinden zal dit voor de korte termijn geen probleem vormen. Hoflaan De Hoflaan valt onder de categorie erftoegangsweg. Uit de analyse van de Wegenscan blijkt dat de Hoflaan de intensiteit van ongeveer 1.500
motorvoertuigen per etmaal goed kan afwikkelen. Het is niet te verwachten dat na herinrichten en doortrekken van de Hoflaan de verkeersintensiteiten dusdanig toenemen dat de verkeer niet meer goed afgewikkeld kan worden.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
19
4.4
Kruispuntanalyse Smidsbrug
Uit de eerdere studie uitgevoerd door Goudappel 9 is reeds geconcludeerd dat de Smidsbrug (kruispunt Kerklaan – Emmaweg – Koninginneweg – Noordereinde –
Zuidereinde – Leeuwenlaan) in de huidige situatie in het ochtendspitsuur een
verkeerskundig knelpunt vormt in Kortenhoef. Vanuit de gemeente Wijdemeren is aangegeven dat, omdat dit reeds een knelpunt is, een verdere toename van de
verkeersintensiteit op dit kruispunt niet gewenst is. Door de geplande ontwikkeling rondom het winkelcentrum kan echter niet uitgesloten worden dat de
verkeersintensiteit op de Kerklaan toeneemt. Dit zal het knelpunt, in de vorm van
een te hoge verliestijd en lange wachtrijen op de Emmaweg en Koninginneweg, in de toekomst verder doen laten toenemen. Het becijferde planeffect is echter
dermate minimaal, bestaande uit 6 ritten in het drukste uur (gemiddeld 1 extra
auto per 10 minuten), dat dit in de praktijk niet leidt tot een waarneembaar effect. In de vorige studie is ook een oplossingsrichting uitgewerkt. De voorkeursvariant uit deze verkeersstudie is nader uitgewerkt in een haalbaarheidsonderzoek door
RHDHV 10. De voorkeursvariant bestaat uit een aanpassing van het kruispunt tot een voorrangsplein in combinatie met een bypass, tussen het Zuidereinde en de Leeuwenlaan (waarin het bestaande fietspad wordt opgewaardeerd voor
gemotoriseerd verkeer). In de verkeersstudie van Goudappel is geconcludeerd dat in de voorkeursvariant de verliestijden en wachtrijlengtes in de voorkeursvariant
gering zijn. Deze vormgeving heeft een forse restcapaciteit en functioneert ook, na realisatie van de planontwikkeling rondom De Meenthof, goed. In de
haalbaarheidsstudie is geconcludeerd dat het benodigde ruimtegebruik in te
passen is in de omgeving, mits de daarvoor benodigde aanvullende gronden beschikbaar komen of er gekozen wordt voor de acceptatie van geringe afwijkingen van de richtlijnen.
4.5
Overige vervoerswijzen
Deze rapportage omschrijft de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling van de Meenthof voor het auto en het effect hiervan. Het winkelcentrum en de
supermarkten vervullen een behoefte voor winkelen en boodschappen niet alleen in Kortenhoef zelf maar voor de hele regio Wijdemeren.
Voor de inwoners van Kortenhoef zelf is de reisafstand naar het winkelcentrum
nooit groter dan 1 kilometer. Dit maakt het ook een aantrekkelijke locatie voor fietsen of lopen.
De persoon die lopend is, heeft de kleinste voetafdruk op de openbare ruimte. Om
de wandelaar te verleiden te voet te komen, is het van belang om het centrum met
9 10
Woningbouw Kortenhoef – Actualisatie verkeersveiligheid en -afwikkeling, januari 2020. Notitie Haalbaarheidsonderzoek verkeersontsluiting Kortenhoef RHDHV d.d. 22 februari 2021. Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
20
de omliggende woonwijken met aantrekkelijk voetgangersroutes te verbinden.
Daarbij kan het wenselijk zijn om rustpunten in te richten met bijvoorbeeld bankjes.
Voor de fietsers is het aanbieden van voldoende stallingsplekken voor fietsen is een essentiële toevoeging op het vervoersaanbod. De (elektrische) fiets blijkt steeds vaker een prima alternatief te zijn voor de auto. Dit geldt niet alleen voor de elektrische fiets, maar ook voor de andere vormen van fietsen die inmiddels
gemeengoed zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de driewieler en de bakfiets. Deze dienen voldoende stallingsruimte te krijgen. Dan vormen ze geen obstakel in de openbare ruimte en vormen dan ook een serieus alternatief voor de auto.
Verkeersveiligheid en bereikbaarheid per fiets ook aandachtspunt: niet tussen inen uitparkerende auto’s doorslingeren
Uiteraard is het van belang om dit in het juiste kader te plaatsen. De fiets moet vooral een goed alternatief zijn voor ritjes naar de Meenthof voor de (kleinere) boodschappen voor bewoners van Kortenhoef, ’s-Graveland en misschien
Ankeveen. Uiteraard dient dan dus zowel de route als het stallen voor hen wel goed gefaciliteerd te worden.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
21
5. Expeditie supermarkten Naast de verkeersgeneratie en het beoordelen van de verkeerssituatie en de
verkeersstromen op de Hoflaan en het omliggende wegennet is ook de expeditie van de supermarkten in de toekomstige situatie voor de beide supermarkten
geanalyseerd. Hiervoor zijn de rijcurves 11 van de vrachtwagenleveringen naar de
expeditie van de Albert Heijn en de Jumbo in Cursim 12 opgesteld. De afbeeldingen
van de verschillende rijcurves zijn opgenomen in Bijlage A.
5.1
Expeditie Albert Heijn conform IP
Op de eerste twee pagina’s van de bijlage zijn de rijcurves voor de
vrachtwagenmanoeuvres gesimuleerd conform het ontwerp in het inrichtingsplan. Dit ontwerp komt overheen met de belevering in de huidige situatie. In het algemeen laat zich concluderen dat met de vormgeving conform het
inrichtingsplan de inrit iets naar het westen toe moet opschuiven om het expediëren met een vrachtwagen mogelijk te maken. Aankomst Op de eerste afbeelding zijn twee manoeuvres voor de aankomende vrachtwagen ingetekend: Een scherpe bocht en een meer vloeiende bocht. In het algemeen
geldt in beide varianten dat de chauffeur eerst een manoeuvre moet uitvoeren
waarbij de wagen de inrit voorbijsteekt om vervolgens achteruit in te draaien. Voor
het uitvoeren van de manoeuvre is de volledige rijbaanbreedte benodigd. Voor het
veilig achteruitsteken adviseren wij om een persoon buiten het voertuig te hebben, die actief gaat begeleiden om, vooral het fietsverkeer, in de gaten te houden
tijdens het manoeuvre. Er zijn twee manieren voor het achteruitsteken mogelijk: een vloeiende beweging waar bij de wagen in een mooie vloeiende lijn naar de
deuropening rijdt of een scherpe bocht waarbij de wagen zolang mogelijk recht
achteruit rijdt waardoor er minder ruimte nodig is. Hierbij is wel de aandachtspunt
dat de trailer bij de inrit van de Kerklaan meer dan haaks moet indraaien en
vervolgens weer moet tegensturen om de expeditie in te rijden. Bij de scherpe
variant is dus minder aanpassing van de inrit nodig maar deze is wel aanzienlijk
moeilijker en heeft daardoor ook meer gevaar op aanrijding. In de praktijk zullen de chauffeurs vaak nog een keer extra vooruit/achteruit steken. Vertrek Op de tweede pagina van de bijlage is de vertrek van de vrachtwagen ingetekend. Bij vertrek naar het westen toe haalt de wagen de bocht niet, maar dat lijkt ook
Met rijcurves wordt het benodigde ruimtebeslag met een bepaald voertuig in beeld gebracht. Cursim is een tool in AutoCAD, waarmee voor de verschillende voertuigtypen het ruimtebeslag gevisualiseerd kan worden.
11 12
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
22
geen logische vertrekrichting. Naar het oosten toe kan de wagen wel makkelijk wegdraaien.
5.2
Expeditie Albert Heijn via parkeerterrein
Naast de hierboven omschreven variant is er ook een scenario onderzocht waarbij
het expediëren van de Albert Heijn via het parkeerterrein gebeurt. De rijcurves van
deze variant zijn weergegeven op de 3e pagina van de bijlage. Dit scenario heeft als
voordeel dat er niet op de Kerklaan achteruit gestoken hoeft te worden.
Uit de ontwerptekeningen blijkt dat vooral de aankomende richting een grote
impact heeft op de inrichting van het parkeerterrein en zelfs op de bushalte aan de
Kerklaan ter hoogte van de Hoflaan. Goudappel raadt daardoor ook af om op deze wijze te expediëren. Een ander nadeel is ook dat een vrachtwagen over een
parkeerterrein moet rijden waarbij je kruisende verkeersbewegingen van langzaam
verkeer hebt. Dit verhoogt de kans voor onveilige verkeerssituaties met parkerende auto’s, fietsers en voetgangers.
5.3
Expeditie Jumbo conform IP
Ook aan de zijde van de Jumbo wordt het parkeerterrein aangepast (zie Figuur 1.1). Daarom is gekeken of de expeditie van de Jumbo nog steeds kan functioneren als in de huidige situatie. De rijcurves voor de aankomende en vertrekkende richting zijn respectievelijk op pagina 4 en pagina 5 van de bijlage weergegeven.
Uit de ontwerptekeningen blijkt dat de manoeuvres met de toekomstige inrichting
goed uitgevoerd kunnen worden. Bij aankomst gaat de vrachtwagen helemaal naar de overkant van de weg (zuidzijde). Dat heeft twee “voordelen”: 1.
2.
Omdat de achterkant van de trailer “na-ijlt” wordt daarmee tegemoetkomend
verkeer gedwongen voor de wagen te wachten waardoor deze bij het achteruit draaien niet klem komt te zitten;
Bij het achteruit draaien kan de vrachtwagen ruim vrij blijven van de fietsstrook
aan de noordzijde van de tekening – dat zijn fietsers die in de dode hoek zitten.
Uit de simulatie blijkt dat de vrachtwagen in de nieuwe situatie tijdens het laden en lossen niet zoals in de huidige situatie (zie Figuur 5.1.) van de rijbaan op het
parkeerterrein gebruik moet maken. Dit is daarmee een verbetering ten opzichte van de huidige situatie.
Voor een klein optimalisatie adviseren wij voor het ontwerp conform het nieuwe
inrichtingsplan een markering zoals weergegeven op pagina 4 van de bijlage toe te voegen. De bedoeling van de markering is om auto’s hier te laten wachten op de
momenten dat een vrachtwagen aan het manoeuvreren is. In aankomende richting heeft de chauffeur namelijk in deze richting beperkt zicht tijdens het manoeuvre.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
23
Figuur 5.1: Expeditie Jumbo huidige situatie
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
24
6. Conclusies Uit de beschreven analyse worden de volgende conclusies getrokken: •
De Hoflaan zal na het opnieuw inrichten en doortrekken, als verbinding tussen de Dodaarslaan en de Kerklaan, voor gemotoriseerd verkeer in één richting
ontsloten worden. Dit zal tot een verwachte verkeersintensiteit op dit wegvak
van circa 750 tot 1.250 mvt/etmaal leiden. Dit betreft verkeer dat in de huidige
situatie gebruik maakt van de Curtevenneweg en Krabbescheer, welke door de aansluiting rustiger worden.
•
De beoogde verkeersintensiteit op de Hoflaan is passend bij de functie van een
erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, met een maximum snelheid van 30 km/uur. De vormgeving dient aan te sluiten bij de vormgeving van een
erftoegangsweg met eenrichtingverkeer voor de auto met een rijbaanbreedte
tussen 3,40m en 3,80m. Hierbij gaat het om een rijbaan voor gemengd verkeer van auto- en fiets voorzien van een trottoir. Parkeren dient bij voorkeur naast
de rijbaan plaats te vinden. Om overzicht te waarborgen op de aansluiting van de Hoflaan op het parkeerterrein en de aansluiting op de Kerklaan (in
combinatie met het expeditieverkeer) adviseren wij om verkeer in één richting toe te staan (zoals ook beoogd).
•
De verkeersgeneratie van de geplande ontwikkelingen bij winkelcentrum De
Meenthof bedraagt circa 680 mvt/etmaal op een weekdag en 640 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. In het ochtendspitsuur bedraagt de toename circa 31 mvt/uur en in de avondspits circa 93 mvt/uur. Dit betreft een theoretische waarde die in de praktijk naar verwachting lager ligt.
•
Op wegvakniveau neemt de verkeersintensiteit op de Kerklaan met circa 7%
toe en op de Kortenhoefsedijk met circa 1%. Het planeffect is daarmee beperkt. Ten opzichte van de huidige verkeersintensiteiten zijn de toenames beperkt en passend bij de fluctuatie van de verkeersintensiteit over de dagen van de week en de maanden in een jaar.
•
De resultaten uit de Wegenscan laten zien dat de onderzochte wegen de verkeersintensiteiten kunnen afwikkelen waarbij op de Kerklaan de
oversteekbaarheid voor langzaam verkeer wordt gegarandeerd bij het
aanwezige verkeerslicht en/of het zebrapad. De meest beperkende factor voor de Kortenhoefsedijk is de mogelijke bermschade aan de dijk. De Hoflaan kan de verkeersintensiteiten goed afwikkelen.
•
Het expediëren van de supermarkten kan conform inrichtingsplan. Wel zijn de westerlijke inrit van de Kerklaan en het achteruitsteken van de chauffeur met begeleiding aandachtspunten.
•
Een zeer beperkte toename, van gemiddeld circa 1 extra auto per 10 minuten, op de Smidsburg wordt niet uitgesloten. Deze toename is echter dermate beperkt dat dit in de praktijk niet leidt tot een waarneembaar effect.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
25
Bijlage A.
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
2
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
2
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
2
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
2
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
3
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenlandSnipperlingsdijk 4 Postbus 161 7417 BJ Deventer The Netherlands
+31(0) 570 666 222
BTW
NL 0072 11 879 B01
The Netherlands
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
3801 7479
Actualisatie Verkeersonderzoek De Meenthof - 16 mei 2023
1
bestemmingsplan Meenthof, 1e fase
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
64
bestemmingsplan "Meenthof, 1e fase" (ontwerp)
VERKENNEND BODEMONDERZOEK KERKLAAN (ONG.) TE KORTENHOEF
Rapportage verkennend bodemonderzoek Kerklaan (ong.) te Kortenhoef Opdrachtgever
PartnersRO Julianaplein 8 5211 BC 's-Hertogenbosch
Rapportnummer Versienummer
9812.001 D2
Status
Eindrapportage
Datum
27 augustus 2021
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller
De heer H.W. Looman, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. M.S.H. Niemarkt
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 4 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 4 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 4 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 5 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 5
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 6 5.1 5.2
5.3
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 8 6.1 6.2 6.3 6.4
7
Algemeen.......................................................................................................................... 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 6 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 7 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 7 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 7
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 8 Toetsingskader ................................................................................................................. 8 Resultaten grond- en grondwatermonsters .................................................................... 10 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 10
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 11
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5. 6.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Informatie vooronderzoek 9812.001
1
INLEIDING
PartnersRO heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Kerklaan (ong.) te Kortenhoef. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging (gedeeltelijk) alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor bestemmingsplanwijziging en nieubouw. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 5.000 m²) is gelegen aan de Kerklaan te Kortenhoef (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Kortenhoef, sectie B, nummers 6140, 6149, 6707 (ged.), 6751, 6753 en 6875 (ged.). Een deel van de kadastrale percelen zal (op termijn) nog gesplitst en/of vernummerd worden. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 1,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 136.270, Y = 472.290.
R 9812.001 versie D2
Pagina 1 van 12
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon mevrouw I. de Lange), 7 mei 2021
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) (contactpersoon mevrouw M. van Eunen), 31 mei 2021
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl broloket.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, 10 juni 2021
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
In de figuren 1 t/m 6 is een aantal historische topografische kaartjes opgenomen, dat een indruk geeft van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie en haar omgeving in de periode 1950 - 2015.
Figuur 1. ca. 1950
Figuur 2. ca. 1975
Figuur 3. ca. 1985
Figuur 4. ca. 1995
Figuur 5. ca. 2000
Figuur 6. ca. 2015
R 9812.001 versie D2
Pagina 2 van 12
Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie tot circa 1975 altijd onbebouwd is geweest en voor zover bekend een agrarische bestemming heeft gehad. Vanaf circa 1975 is een deel van de onderzoekslocatie bebouwd met een winkelcentrum en een dorpshuis en is ook in de directe omgeving geleidelijk meer bebouwing gerealiseerd. In de huidige situatie is de onderzoekslocatie bebouwd met een winkelcentrum (“De Meenthof”) daterend van 1997 (bron: BAG-viewer Kadaster). In het winkelcentrum bevinden zich onder meer een supermarkt (Albert Heijn) en enkele andere winkels. De directe omgeving van het winkelcentrum is verhard met klinkers/tegels en/of stelconplaten en is deels in gebruik als parkeerplaats. Voor zover bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Bij de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de bestaande supermarkt uit te breiden en bovenwoningen te realiseren. Hiertoe wordt een deel van de aanwezige bebouwing (MFC De Dobber) gesloopt. In figuur 7 is een impressie van de nieuwbouw weergegeven. De bestemming van het noordelijke terreindeel wordt gewijzigd van “Maatschappelijk” naar “Detailhandel” (zie figuur 8 voor de huidige bestemmingssituatie). Voor de woningen aan de Hoflaan wordt de bestemming “Wonen” opgenomen. De bestemming van het overige terreindeel (Detailhandel) blijft in de toekomstige situatie ongewijzigd.
Figuur 8. Huidige bestemming (bruin = maatschappelijk; rood = detailhandel)
Figuur 7. Situatie nieuwbouw (bron: Sum Architecten, 2021)
R 9812.001 versie D2
Pagina 3 van 12
3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
In 1994 is ten behoeve van een revitalisering van winkelcentrum “De Meenthof” een verkennend bodemonderzoek op de onderzoekslocatie uitgevoerd (BKH Adviesbureau, BA2642027/2140L/G, 4 maart 1994). Aanleiding was destijds de sloop en nieuwbouw van een dorpshuis en enkele garageboxen en de nieuwbouw/uitbreiding van een supermarkt. De onderzoekslocatie betrof destijds een groter terrein verdeeld in separate deellocaties. In het rapport wordt vermeld dat bij het bouwrijp maken van het terrein geen gebruik is gemaakt van ophogingen en dat aan de westzijde van de locatie geen sloten zijn gedempt (aan de oostzijde mogelijk wel). In een aantal boringen werd destijds bodemvreemd materiaal (puin, sintels, dakgrit) aangetroffen. Over het algemeen werden destijds in de boven- en ondergrond ten hoogste lichte verontreinigingen aan zware metalen en/of minerale olie aangetoond. In het grondwater werden destijds lichte verontreinigingen aan tolueen en/of xylenen aangetoond. Zie bijlage 6 voor de tekst en tekeningen van de betreffende rapportage. Het onderzoek is gedateerd en, mede gezien de nieuwbouw/uitbreiding, niet meer actueel. Verder zijn op de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordzijde bevindt zich de Kerklaan; aan de oost- en zuidzijde bevinden zich diverse winkels van winkelcentrum “De Meenthof”; aan de westzijde bevinden zich woonhuizen met bijbehorende siertuinen.
Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt niet dat er vanuit de omliggende percelen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen.
R 9812.001 versie D2
Pagina 4 van 12
3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Bebouwd en buitengebied”, van het gebied waarvoor de gemeenten Wijdemeren een “Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart” hebben opgesteld (LievenseCSO, project 14M1252, 30 oktober 2015). Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Overige gebieden”. De bodemkwaliteitsklasse voor beide zones is ‘Wonen’. In de bovenen ondergrond komen verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of PCB voor. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. PFAS Op 2 juli 2020 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen.
Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. De gemeente Wijdemeren volgt vooralsnog het generieke beleid ten aanzien van PFAS. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheden betreffen Moerige podzolgronden met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag en Laarpodzolgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk zijn opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.
R 9812.001 versie D2
Pagina 5 van 12
PFAS Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFASverontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2 5.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 10 juni 2021 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer J.T. Bouwman. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor / zuigerboor 15 boringen geplaatst; 11 boringen tot maximaal 1,0 m -mv, 3 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 3,0 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien plaatselijk zwak tot matig humeus en/of zwak grindig. Plaatselijk zijn sterk zandige veenlagen aanwezig in de ondergrond. De boven- en ondergrond is plaatselijk zwak baksteenhoudend en/of zwak tot matig puinhoudend. Enkele boringen zijn gestaakt op kabels/leidingen of een onbekende massieve laag. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen.
R 9812.001 versie D2
Pagina 6 van 12
Tabel 2 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 2.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Boornummer
Einddiepte boring (cm -mv)
Traject (cm -mv)
02
110
50-60
06
50
-
08
210
Waargenomen verontreinigingen zwak baksteenhoudend - (gestaakt op kabels en leidingen)
25-70
zwak baksteenhoudend
120-160
zwak baksteenhoudend
09
100
7-50
zwak puinhoudend
10
110
30-60
matig puinhoudend
11
100
7-50
zwak puinhoudend
12
200
7-50
zwak puinhoudend
13
100
7-40
zwak puinhoudend
15
80
-
- (gestaakt op iets massiefs)
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, asbestverdachte materialen (puin) aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, namelijk het aantreffen van puin(resten) in de bodem, kan (een deel van) de onderzoekslocatie formeel gezien niet meer als onverdacht worden beschouwd, waardoor Econsultancy geadviseerd heeft dat voor een deel van de onderzoekslocatie, met name het oostelijke deel van de onderzoekslocatie, de strategie conform de NEN 5740 herzien dient te worden van “onverdacht, niet lijnvormig” (ONV-NL) naar: “verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging” (VED-HE). Naar aanleiding van de aangetroffen zintuiglijke bijmengingen met puin is tevens geadviseerd om minimaal ter plaatse van het oostelijk deel van de onderzoekslocatie een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te laten voeren. Gezien de bouwperiode (< 1993) van de voormalige bebouwing is het puin mogelijk asbestverdacht.
Op aangeven van de opdrachtgever is vooralsnog geen aanvullend onderzoek verricht, aangezien ter plaatse van het oostelijke terreindeel (in de huidige plannen) geen grondwerkzaamheden en bestemmingswijzigingen zijn voorzien. 5.3
Grondwateronderzoek
5.3.1
Uitvoering veldwerk
Stroomafwaarts van het winkelcentrum is een peilbuis (filterstelling 1,9-2,9 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 10 juni 2021 is ingeschat. 5.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 17 juni 2021 uitgevoerd door de heer M.M. Timmermans. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek".
R 9812.001 versie D2
Pagina 7 van 12
De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 3 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 3.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
01
stroomafwaarts van winkelcentrum
6 6.1
Filterstelling Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) 1,9-2,9
1,40
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
1.091
26
6,6
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 3 grondmengmonsters samengesteld (2 grondmengmonsters van de bovengrond en 1 grondmengmonster van de ondergrond). De 3 grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Tabel 4 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel 4.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
6.2
Traject (cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM1
01 (20-50) + 02 (4-50) + 04 (8-30) + 05 (4-50)
standaardpakket
bovengrond westelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM2
08 (25-70) + 10 (30-60) + 11 (7-50) + 13 (7-40)
standaardpakket
bovengrond oostelijk terreindeel (zwak baksteenhoudend, zwak tot matig puinhoudend)
MM3
01 (100-120) + 01 (120-170) + 05 (50-100) + 12 (50-100)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus:
R 9812.001 versie D2
Pagina 8 van 12
-
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd: