Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing woonboot Hinderdam 1a
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Het
aangevraagde
woonschip
kan
uitsluitend
worden
gerealiseerd
op
basis
van
een
omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c jo. artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wabo. Voorwaarde voor vergunningverlening op grond van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wabo is dat het besluit moet zijn voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. In artikel 5.20 Bor jo. artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald waaraan een goede ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling gemotiveerd aan de hand van de wettelijke eisen.
3.1
Planologisch regime
In het thans geldende bestemmingsplan is de locatie van het woonschip aangegeven op de plankaart (zie onderstaande verbeelding).
Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Nederhorst Den Berg' onherroepelijk geworden op 18 september 2013 De maximaal toegestane afmetingen van woonschepen zijn opgenomen in de planregels. Per bestemmingsvlak is maximaal 1 woonschip toegestaan. Het bestemmingsplan maakt een onderscheid tussen woon- en recreatiewoonschepen (vergelijkbaar met woningen en recreatiewoningen). De aanwezige woonschepenligplaatsen hebben een aparte bestemming gekregen.
1/7
Ingevolge het thans vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Nederhorst Den Berg’, onherroepelijk geworden op 18 september 2013, heeft de ligplaats aan de Hinderdam 1a te Nederhorst ten Berg de enkelbestemming 'Water – Woonschepenligplaats'. Daarnaast gelden de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3 ' en de functieaanduiding 'prostitutie'. De van toepassing zijnde planvoorschriften luiden, voor zover van belang, als volgt:
"Artikel 1 Begrippen 1.27 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.34 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.84 waterpeil: de hoogte van het water;
1.88 woonschip: elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd, als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd, tot dag- en/of nachtverblijf van één of meer personen; een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder eerste punt in aanbouw; een casco dat tot vaar- of drijftuig als bedoeld onder eerste punt kan worden opgebouwd; elk vaar- of drijftuig, waarin of waarop bedrijfsmatige of soortgelijke activiteiten worden uitgeoefend of dat daartoe is ingericht; een vaar- of drijftuig als bedoeld onder bovenstaande punten dat is ingegraven, aangeaard, op de wal getrokken of door andere oorzaak niet onmiddellijk kan varen of drijven; de overblijfselen van een vaar- of drijftuig als bedoeld onder alle bovenstaande punten;
Artikel 2 Wijze van meten 2/7
2.7 de hoogte van een woonschip: gemeten vanaf het waterpeil tot aan het hoogste punt van het woonschip, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antenne-installaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen;
2.8 de lengte en breedte van een woonschip: gemeten over de langste lengte en de langste breedte, inclusief overstekken en loopranden en dergelijke;
2.9 de inhoud van een woonschip: gemeten tussen de buitenzijde van de zijwanden.
Artikel 21 Water – Woonschepenligplaats 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water - Woonschepenligplaats’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ligplaatsen voor woonschepen; b. waterhuishouding; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘prostitutie’ voor één woonschip waarop prostitutie is toegestaan.
21.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter.
21.3 Specifieke gebruiksregels 1. Ter plaatse van de ligplaatsen als bedoeld in lid 21.1 gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak is maximaal één ligplaats toegestaan; b. tenminste één zijde van de ligplaats dient te grenzen aan gronden met de bestemming 'Water'; c. de lengte van woonschepen mag niet meer bedragen dan 20 meter;
3/7
d. voor woonschepen waarvan de lengte niet meer bedraagt dan 17 meter, mag de breedte, goothoogte, bouwhoogte en inhoud niet meer bedragen dan respectievelijk 5 meter, 4 meter gemeten vanaf de waterlijn, 4,5 meter gemeten vanaf de waterlijn en 265 m³; e. voor woonschepen waarvan de lengte meer bedraagt dan 17 meter tot een maximum van 20 meter, mag de breedte en bouwhoogte niet meer bedragen dan respectievelijk
4,5
meter en 4,5 meter gemeten vanaf de waterlijn.
Artikel 27 Waarde – Archeologie 3 27.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) – tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
27.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 27.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 4 meter; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen een rapport heeft overhandigd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor bouwen regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
4/7
1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
Artikel 35 Overige regels 35.1 Bestaande maten a. Indien afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en oppervlakten van bestaande bouwwerken,
woonschepen
en
recreatiewoonschepen
op
het
tijdstip
van
de
terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. Indien afstanden tot bestaande bouwwerken, woonschepen en recreatiewoonschepen op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c.
In
het
geval
van
(her)oprichting
van
gebouwen,
woonschepen
en
recreatiewoonschepen is het bepaalde sub a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
3.2
Omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan
Het aangevraagde woonschip is in strijd met artikel 21.2, artikel 21.3 en artikel 35 van de planvoorschriften:
Artikel 21.2 van de planvoorschriften staat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe. Een woonschip dient immers sinds de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1331) te worden aangemerkt als een bouwwerk. Een woonschip is sindsdien tevens een gebouw in de zin van artikel 1.34 van de planvoorschriften, zodat sprake is van strijd met artikel 21.2 van de planvoorschriften.
De maatvoering van het aangevraagde woonschip is in strijd met artikel 21.3 van de planvoorschriften. Het aangevraagde woonschip heeft – evenals het bestaande woonschip – een lengte van 34,8 meter (inclusief terras) en een breedte van 5,00 meter. De hoogte van het aangevraagde woonschip bedraagt 4,10 meter vanaf de waterlijn. Op grond van de specifieke
5/7
gebruiksregels mag de lengte van woonschepen ter plaatse van ligplaatsen met de bestemming ‘Water – Woonschepenligplaats’ niet meer bedragen dan 20 meter (artikel 21.3, lid 1, sub c van de planvoorschriften), zodat het aangevraagde woonschip in strijd is met deze bepaling.
Er is sprake van strijd met artikel 35 van de planvoorschriften omdat de inhoud van het aangevraagde woonschip groter is dan die van het bestaande woonschip. De inhoud van het bestaande woonschip geldt op grond van artikel 35 van de planvoorschriften als maximaal toelaatbaar. Daarnaast gelden ingevolge artikel 35 van de planvoorschriften de feitelijke, gedifferentieerde hoogten van het bestaande woonschip als maximaal toelaatbaar. Het aangevraagde woonschip heeft over bijna de gehele lengte (exclusief het terras aan de waterzijde en het gedeelte aan de walzijde) een hoogte van 4,10 meter, terwijl het bestaande woonschip grotendeels lager is en uitsluitend de stuurhut een hoogte van 4,10 meter bereikt (te weten maximaal circa 4,20 meter). Aangezien het aangevraagde woonschip de feitelijke, gedifferentieerde maten van het bestaande woonschip overschrijdt, is sprake van strijd met artikel 35 van de planvoorschriften.
De aanvraag ziet op een bouwwerk met een oppervlakte van minder dan 500 m², zodat het verbod van artikel 27.2, onder b, sub 1 en 2, van de planregels niet van toepassing is. Bovenstaande constateringen omtrent de strijdigheid met het bestemmingsplan maken evenwel niet dat niet tot vergunningverlening kan worden overgegaan. Met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wabo wordt de vervanging van het bestaande woonschip door het aangevraagde (nieuwe) woonschip mogelijk gemaakt. Het nieuwe woonschip zal op de bestaande ligplaats zijn gesitueerd. De ruimtelijke inpassing van deze woonschepenligplaats is reeds afgewogen in het kader van het bestemmingsplan 'Buitengebied Nederhorst Den Berg', onherroepelijk geworden op 18 september 2013. Er is geen sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, doch enkel van de vervanging van een bestaand woonschip door een nieuw woonschip met gedeeltelijk andere afmetingen. Een woonschip op deze locatie was ingevolge het bestemmingsplan al toegestaan. De ruimtelijke afweging van een woonschip op deze locatie heeft reeds plaatsgevonden in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Nederhorst Den Berg'. Het beleidskader dat is beschreven in dit bestemmingsplan blijft dan ook onverminderd van kracht.
Kortheidshalve wordt verwezen naar de beschrijving van dit beleidskader in de toelichting van het bestemmingsplan 'Buitengebied Nederhorst Den Berg'.
3.3
Aangevraagd woonschip in overeenstemming met goede ruimtelijke ordening
6/7
Het aangevraagde woonschip wordt uitsluitend gebruikt als woning, zodat van de functieaanduiding 'prostitutie' geen gebruik zal worden gemaakt. Het bestaande woonschip wordt vervangen door een nieuw woonschip met gedeeltelijk andere afmetingen. Het aangevraagde woonschip heeft hetzelfde bebouwde oppervlakte en heeft dezelfde maximale lengte-, breedte- en hoogtematen als het bestaande woonschip, maar heeft een grotere inhoud. Het aangevraagde woonschip heeft dus dezelfde lengte en breedte als het bestaande woonschip, maar heeft over bijna de gehele lengte (exclusief het terras aan de waterzijde en het gedeelte aan de walzijde) een hoogte van 4,10 meter, terwijl het bestaande woonschip gedifferentieerde hoogten heeft en enkel de stuurhut een hoogte van 4,10 meter bereikt (te weten maximaal circa 4,20 meter). De Raad acht het bouwplan niettemin in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij betrekt de Raad in haar overwegingen dat geen sprake is van een nieuwe ontwikkeling, maar dat een woonschip op deze locatie reeds planologisch is toegestaan. De ruimtelijke afweging van een woonschip op deze locatie heeft zoals gezegd reeds plaatsgevonden in het kader van de voorbereiding van het thans vigerende bestemmingsplan. Het aangevraagde woonschip heeft dezelfde lengte en breedte en is ook niet hoger dan het bestaande schip.
Het enige verschil is dat het aangevraagde woonschip over de gehele lengte een hoogte van 4,10 meter heeft, terwijl het bestaande woonschip gedifferentieerde hoogten heeft en enkel de stuurhut een hoogte van 4,10 meter bereikt. De toename in volume op deze locatie acht de Raad in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Naar het oordeel van de Raad wordt het zicht op het water – wegens de toename van de inhoud van het bouwwerk – niet zodanig beperkt dat dit niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarbij betrekt de Raad dat de ligplaats van aanvragers is gelegen in een kromming c.q. inham in de Vecht en de weg (Hinderdam) volgt ter plaatse deze kromming, zodat vanuit de weg voldoende zicht op het water bestaat en blijft bestaan. Het aangevraagde woonschip acht de Raad dan ook in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
3.4
Conclusie ruimtelijke onderbouwing
De vervanging van het bestaande woonschip door het aangevraagde woonschip is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
7/7