Bijlage 1. Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11 a Nederhorst den Berg (d.d. 9 mei 2025)
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Middenweg 11a Nederhorst Den Berg.
Datum: 9 mei 2025 Auteur: Dantuma Advies
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 5 1.1 Algemeen..................................................................................................................... 5 1.2 Ligging ......................................................................................................................... 5 1.3 Planologische regeling ................................................................................................. 6 2 Planbeschrijving ................................................................................................................. 7 2.1 Huidige situatie plangebied .......................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie plangebied .................................................................................. 7 3 Beleid ................................................................................................................................. 8 3.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................
8 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................10 3.3 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................13 4 Milieu- en omgevingsaspecten ..........................................................................................15 4.1 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................15 4.2 Geluid .........................................................................................................................17 4.3 Archeologie .................................................................................................................17 4.4 Cultuurhistorie .............................................................................................................19 4.5 Ecologie ......................................................................................................................19 4.6 Bodem ........................................................................................................................21 4.7 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................21 4.8 Externe
veiligheid........................................................................................................21 4.9 Parkeren en verkeer ...................................................................................................22 4.10 Waterhuishouding .....................................................................................................22 5 Uitvoerbaarheid .................................................................................................................25 5.1 Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................25 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...............................................................................25
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
3
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
4
1 Inleiding 1.1 Algemeen De initiatiefnemer heeft de wens kenbaar gemaakt om het gehele perceel Middenweg 11a in Nederhorst Den Berg inclusief bedrijfswoning en de daarbij behorende tuin en oprit voor reguliere wonen te willen gebruiken. Omdat het planvoornemen niet past binnen de vigerende bestemming ‘Bedrijf’, is er gekozen om op grond van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 2o van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), juncto artikel 4, lid 9, Bijlage II BOR af te wijken van het vigerende bestemmingsplan: de zogenaamde Kruimelregeling. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt het beoogde plan omschreven en vindt een toetsing plaats aan het relevante ruimtelijke beleid en aan de wet- en regelgeving op het gebied van de milieu- en omgevingsaspecten. Er is sprake van een reguliere omgevingsvergunning procedure.
1.2 Ligging De woning Middenweg 11a vormt samen met Middenweg 11b een twee-onder-éénkapwoning. Achter deze beide woningen bevindt zich aan de noordzijde het transportbedrijf J.K. van den Broek & Zn B.V. Ten oosten van dit bedrijf bevindt zich de woning Middenweg 13. De woning Middenweg 11a wordt aan de westzijde begrenst door een loonverhuurbedrijf. Tegenover het perceel Middenweg 11a bevinden zich de woningen Middenweg 30 en 30a. Een weg en een forse watergang scheiden de objecten van elkaar.
Figuur 1. Luchtfoto plangebied (bron: Google Earth).
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
5
1.3 Planologische regeling Het perceel Middenweg 11a te Nederhorst Den Berg is gelegen in het bestemmingsplan Horstermeer die op 6 juli 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. Dit perceel heeft de bestemming 'Bedrijf' met de functie aanduiding ‘bedrijfswoning’, waarbij twee bedrijfswoningen zijn toegestaan. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor milieucategorie 1 t/m 3.1 bedrijven die genoemd zijn in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd en dienen achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. De oppervlakte van de bedrijfswoning mag, inclusief bijbehorende bouwwerken en overkappingen, niet meer bedragen dan 190 m². De goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan ‘Horstermeer’.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
6
2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie plangebied Het perceel Middenweg 11a maakt onderdeel uit van de kern Nederhorst Den Berg. De twee-onder-één-kapwoning was voorheen één van de twee bedrijfswoningen behorende bij het achtergelegen transportbedrijf. Dit transportbedrijf heeft de bedrijfswoning als reguliere woning verkocht aan de initiatiefnemer. De behoefte aan een tweede bedrijfswoning was er namelijk niet meer. Hiermee ontbreekt vanaf dat moment wel de functionele binding meer met dit bedrijf. Rondom het perceel staat enige opgaande beplanting in de vorm van hagen. Het perceel wordt aan de voorzijde begrenst door een sloot en wordt ontsloten op de Middenweg middels een dam. Langs de Middenweg is sprake van woon- bedrijfs- en agrarische functies.
Figuur 3.: de huidige situatie.
2.2 Toekomstige situatie plangebied Het voornemen is om het perceel als regulier woonperceel in gebruik te gaan nemen. Van belang is dat nieuwe functies en bebouwing op een goede manier worden ingepast bij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. De inrichting van het perceel blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. Aan de landschappelijke elementen vinden geen aanpassingen plaats. De huidige ruimtelijke kwaliteit wordt hiermee gecontinueerd.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
7
3 Beleid 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • • • •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •
•
•
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Omdat er sprake is van efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte past deze daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro worden een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken:
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
8
• • • • • •
Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op het voorliggende plan. Wel is de term 'Ecologische Hoofdstructuur' gewijzigd in 'Natuurnetwerk Nederland' ('NNN'). De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moeten worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
Of de Ladder Duurzame Verstedelijking van toepassing is op de planlocatie is afhankelijk van de aard en de omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. De Ladder zegt hierover het volgende: Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In de voorgenomen ontwikkeling een bestaande bedrijfswoning getransformeerd tot een burgerwoning. Gezien de kenmerken van de voorgenomen ontwikkeling wordt dit plan niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro. De ontwikkeling aan de Middenweg 11a te Nederhorst Den Berg ondervindt geen belemmeringen uit de Barro of Bro en wordt daarmee met betrekking tot bovenstaand aspect uitvoerbaar geacht. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de NOVI, Barro en de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
9
3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening. Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie NoordHolland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving a. Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; b. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c.
Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten; b. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends; c. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen; d. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie a. De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten en houvast te bieden. Daarvoor wordt een aantal bewegingen voor de toekomst benoemd: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3.
Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem;
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
10
4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio’s vitaal; 5. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. De ambitie van de provincie is onder andere het streven naar een goede balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. Om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te behouden en te versterken is een goed beheer van de bestaande kwaliteiten en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten van belang. Er dient voldaan te worden aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving. Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel de waarden en karakteristieken van het landschap en de cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bestaande bedrijfswoning getransformeerd tot een burgerwoning. Met de ontwikkeling zullen er geen aanpassingen plaats vinden in het uiterlijk van de voormalige bedrijfswoning.
Het karakter en aanzien vanaf de Middenweg zal daarmee onveranderd blijven. Gesteld kan worden dat het beoogde initiatief in lijn is met de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050. Omgevingsverordening NH2020 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie, vastgesteld op 19 november 2018, vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige weten regelgeving. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het Landelijk gebied, Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRAregio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen: • • •
het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken; het behoud en herstel van de biologische diversiteit; het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Daarnaast is het doel om de provinciale regels in meer samenhang en op een meer overzichtelijke manier kenbaar te maken. MRA - Landelijk gebied Op grond van artikel 6.7 van de omgevingsverordening is er sprake van een functiewijziging Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
11
van een stedelijke functie naar wonen in het werkingsgebied landelijk gebied. Deze regel is opgesteld met het oog op het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit door het slopen of van functie wijzigen van voormalige bedrijfsbebouwing. Gezien dat het plangebied is gelegen in het zogenaamde 'MRA - Landelijk gebied' is de bouw van woningen niet toegestaan. Echter wordt in artikel 6.9.2 onder 2 een uitzondering op het verbod onder 1 gemaakt. Een ruimtelijk plan kan voorzien in een functiewijziging van een stedelijke functie naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van de bestaande stedelijke functie is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; b. de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; c. de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en d. een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. Aan de bovenstaande voorwaarden wordt met de beoogde ontwikkeling voldaan.
In het plangebied staan al twee bedrijfswoningen, de functiewijziging beperkt de omringende agrarische bedrijven niet en er is geen sprake van de bouw van een tweede burgerwoning. Derhalve is er geen noodzaak om bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak te slopen. Nieuwe Hollandse Waterlinie Het plangebied bevindt zich in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, één van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde zoals bedoeld in artikel 6.46 van de omgevingsverordening. Een ruimtelijk plan in dergelijk gebied is alleen mogelijk als de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet worden aangetast. Deze kernkwaliteiten zijn: 1. het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigsteeeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem; 2. de grote openheid; 3. het groene en rustige karakter. De beoogde ontwikkeling zal ervoor zorgen dat de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het plangebied niet aangetast worden. Er is louter sprake van een functiewijziging. Feitelijk verandert er niets. Bijzonder provinciaal landschap| Het onderhavige perceel maakt deel uit van het Bijzonder provinciaal landschap VechtstreekZuid, bestaande uit veenpolderlandschap met een uitgebreid stelsel van plassen, petgaten en legakkers (de Vechtplassen). Het plangebied is gelegen in de Horstermeerpolder, een drooggemaakt natuurlijk meer.
De droogmakerij heeft een symmetrische opbouw met een middenas in de lengterichting van de polder. Vanaf deze as zijn de ontginningsblokken zo regelmatig mogelijk uitgezet. De polder heeft vanwege de specifieke waterhuishouding smalle kavels, een vierkante ringsloot om de grootste kwellocatie en een brede hoofdtocht naar het gemaal. Het onderhavige initiatief heeft geen negatieve veranderingen in de fysieke omgeving tot gevolg, waardoor er geen afbreuk wordt gedaan aan de waarden van het Bijzonder provinciaal landschap Vechtstreek-Zuid.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
12
Conclusie Verder zijn er geen relevante aanvullende eisen ten aanzien van het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening NH2020 waarmee gesteld kan worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 Op 16 september 2021 is de omgevingsvisie van de gemeente Wijdemeren vastgesteld. De omgevingsvisie is de komende jaren de gids voor ruimtelijk-maatschappelijke vraagstukken en geeft ruimte aan initiatieven uit de samenleving of markt. Hierin staat hoe de gemeente samen met inwoners, ondernemers en anderen de komende jaren samen verder wil bouwen aan een mooie gemeente. De omgevingsvisie geeft de gemeente aan waar ze op in wil zetten en hoe ze daar op hoofdlijnen uitvoering aan willen geven. De omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. Op basis van de visie op Wijdemeren in 2040 en de diverse trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd. Drie verhaallijnen die ingaan op de uitdagingen die voorliggen en de bijbehorende ambities. Dit zijn: 1. Vitale en gezonde leefomgeving; behoud en versterking van de woon- en leefkwaliteit in de kernen en linten. 2. Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid; het vergroten van het verdienvermogen door ruimte te bieden aan (nieuwe) economische activiteiten en te investeren in bereikbaarheid. 3. Waardevol landschap: vormgeven van natuurbehoud, landschapsbeheer en vergroting van de biodiversiteit.
De gemeente streeft naar inzichtelijk en voorspelbaar beleid voor de woongebieden, werkgebieden en het buitengebied. Per gebied wordt stil gestaan bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. De gebiedsgerichte vertaling biedt de benodigde detaillering voor doorwerking in onder andere programma’s en het omgevingsplan en is essentieel voor de functionaliteit als afwegingskader. Het plangebied is gelegen aan het lint van de Horstermeerpolder. In de omgevingsvisie zijn voor het gebiedsprofiel 'kernen en linten' gebiedseigen uitgangspunten opgenomen. Eén van de uitgangspunten voor de 'kernen en linten' is de focus op inbreiding. De gemeente geeft aan voorkeur te hebben voor inbreiding boven uitbreiding. Doordat de uitbreidingsmogelijkheden in de gemeente relatief gering zijn, wil de gemeente extra inzetten op inbreiding en transformatie. Er liggen verspreid in de kernen en linten mogelijkheden tot transformatie of inbreiding. De beoogde ontwikkeling van een burgerwoning aan het lint van de Middenweg past daarmee binnen de ruimtelijke keuze van de gemeente. Er is immers sprake van een transformatie van een bestaande bedrijfswoning tot burgerwoning. De karakteristieken en de bebouwing aan het lint zullen daarmee worden behouden. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040.
Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 De gemeenteraad van de gemeente Wijdemeren heeft in juni 2021 een nieuwe woonvisie
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
13
vastgesteld, de 'Woonvisie Wijdemeren 2021-2024'. De woningnood in de regio en in de gemeente Wijdemeren is hoog. Het hoofddoel voor de Woonvisie Wijdemeren is gericht op het stimuleren van een divers samengestelde woningvoorraad, nu en in de toekomst, waarbij deze zo goed mogelijk is afgestemd op de samenstelling van de inwoners van Wijdemeren, met extra aandacht voor het behoud van (woon)mogelijkheden voor jongeren en jonge gezinnen. Dit leidt tot drie doelstellingen: 1. focus op nieuwbouw; 2. leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid; 3. duurzame woningvoorraad. Doelstelling 1 focus op nieuwbouw is m.b.t. het onderhavig plan niet relevant. Er is wel aansluiting met de tweede doelstelling, leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid. Met deze doelstelling wordt gestreefd naar een gezonde, duurzame en veilige woonomgeving, met een woningvoorraad die past bij het huishouden, inkomen en de zorgvraag van de inwoners. In de woonvisie zet de gemeente met name in op de doelgroepen jongeren en jonge gezinnen. Door de tweede bedrijfswoning niet te onttrekken uit de woningvoorraad wordt tegemoetgekomen aan de woningbehoefte en kan doorstroming in de woningmarkt op gang worden gebracht.
Er is aansluiting met de derde doelstelling aangezien deze burgerwoning een toevoeging van een woningtype – twee-onder-éénkapwoning – waar enorm vraag naar is en die er te weinig zijn. Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonvisie Wijdemeren 2021-2024. Duurzaamheidsagenda 2018-2021 Het beleid op het gebied van duurzaamheid van de gemeente Wijdemeren is vastgelegd in de Duurzaamheidsagenda 2018-2021. In de duurzaamheidsagenda zijn de plannen en voorbereidingen opgenomen die de gemeente gaat ondernemen. De duurzaamheidsagenda bevat vier thema's: 1. 2. 3. 4.
CO2-reductie en energietransitie; groen, water en klimaatadaptatie; grondstoffen en circulariteit; mobiliteit.
Omdat er alleen sprake is van een functiewijziging is alleen het thema mobiliteit relevant. Het voorgenomen plan heeft echter een te kleine omvang om op het gebied van duurzame mobiliteit direct van betekenis te kunnen zijn. Desondanks dient opgemerkt te worden dat de verkeersgeneratie van de burgerwoning niet zal toenemen. Kruimelbeleid Het college van de gemeente Wijdemeren heeft voor toepassing van de kruimelvergunning beleidsregels opgesteld, waaraan een aanvraag om een kruimelvergunning moet worden getoetst. Ten aanzien van artikel 4, lid 9 Bijlage II is geen beleid vastgesteld. Volgens de beleidsregels is bij toepassing van dit artikel sprake van maatwerk. Zodoende staat het kruimelbeleid niet aan de gebruikswijziging in de weg.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
14
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering Ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat een planvoornemen buiten de invloedssfeer van eventuele hinderlijke activiteiten in de omgeving valt en daarnaast geen belemmeringen oplevert voor nabijgelegen functies. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. In de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd.
Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (de afstandsstap van 100 mag naar 50 meter, van 30 naar 10 en van 10 naar 0). Een bedrijfswoning die bij de inrichting (bedrijf) hoort, is bij vergunningverlening voor de eigen inrichting geen geluidsgevoelig object. Maar andersom geldt dat niet. Zo'n bedrijfswoning moet voor omliggende bedrijven wel als een geluidsgevoelig object worden beschouwd. Immers, de Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning en in die zin wijzigt de situatie inzake de milieuzonering niet ten aanzien van de bedrijfswoning Middenweg 11a niet ten opzichte van het loon- en verhuurbedrijf aan de Middenweg 9. Wel moet onderzocht worden of de woning Middenweg 11a binnen de invloedsfeer komt te liggen van het transportbedrijf Middenweg 11.
Op grond van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering geldt voor een transportbedrijf een richtafstand van 30 meter (gemengd gebied). De woning Middenweg 11a bevindt zich echter op een veel kortere afstand van dit bedrijf. Deze afstand is ingegeven vanuit het aspect geluid. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' is het volgende stappenplan, voor ruimtelijk inpassing met betrekking tot geluid, opgenomen: Stap 1: Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven. Voor transportbedrijven geldt dat op basis van de VNG-Reeks ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dus een normafstand geldt van 30
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
15
meter (gemengd gebied). De voorgenomen woning bevindt zich binnen deze afstand zodat gekeken moet worden naar stap 2. Stap 2 (vanaf deze stap is een akoestisch onderzoek noodzakelijk): Indien de volgende geluidbelastingen op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gebiedstype 'rustige woonwijk' niet wordt overschreden is inpassing mogelijk: • • •
45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.
Op grond van bovenstaande heeft Geluidbureau Valersi onderzoek uitgevoerd naar de geluidsemissie van het transportbedrijf dat is gevestigd aan de Middenweg 11 te Nederhorst Den Berg. Dit geluidsonderzoek is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. In dit onderzoek is getoetst aan de grenswaarden van stap 2 van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering voor gebiedstype ‘gemengd gebied’. Het gevolg hiervan is dat de grenswaarde van 50 dB(A) voor de dagperiode is. Deze grenswaarde is gelijk aan die van het Activiteitenbesluit. Het doel van het onderzoek is om te kunnen aantonen of er sprake is van een goed woonen leefklimaat en hoe dit eruit ziet. De woning op Middenweg 11a wordt voor bedrijfsactiviteiten van het bedrijf op de Middenweg 9 hetzelfde beschermd. Het maakt hierbij niet uit of de woning op nummer 11A een bedrijfswoning is of niet. Het bedrijf op nummer 9 mag op een bedrijfswoning niet meer geluid maken dan op een burgerwoning. Het wijzigen van de bestemming van de woning heeft geen gevolgen voor het bedrijf op nummer 9. Voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn geen overschrijdingen van de grenswaarden van resp. 50/45/40 dB(A) in de nachtperiode op de achtergevel op de tweede verdieping van de Middenweg 11A. Er worden geen grenswaarden overschreden ten gevolge van de activiteiten van het transportbedrijf.
Er hoeven daarom geen maatregelen getroffen te worden. Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is sinds 2007 het landsdekkend beoordelingskader voor geurhinder vanuit veehouderijen. De Wgv schrijft voor op welke wijze de geurhinder vanwege dierenverblijven beoordeeld moet worden indien een veehouderij een milieuvergunning aanvraagt. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten (zoals woningen) en dus voor de ruimtelijke ordening. Dit wordt ook wel de 'omgekeerde werking' genoemd. Voor het onderhavige plangebied is de 'omgekeerde werking' niet van belang omdat de bestaande bedrijfswoning ook al bestempeld kan worden als een geurgevoelig object. In die zin wijzigt de situatie niet. Conclusie Gelet bovenstaande kan het planvoornemen met betrekking tot het aspect Bedrijven en Milieuzonering als uitvoerbaar worden geacht wanneer voorgestelde maatregelen worden genomen. Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
16
4.2 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen geluidgevoelige functies enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Als een geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebied ligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In dit geval is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant. De huidige bedrijfswoning (Middenweg 11a) is reeds een geluidgevoelig object. Aangezien er dus geen nieuw geluidgevoelig object wordt gerealiseerd en de Wet geluidhinder geen bepalingen bevat over het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning, is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect verkeersgeluid vormt geen belemmering voor dit plan.
4.3 Archeologie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Archeologiebeleid Wijdemeren In 2010 heeft de gemeente Wijdemeren een Archeologische Beleidskaart laten maken. De kaart is gebaseerd op een uitgebreide inventarisatie van het gemeentelijk bodemarchief en geeft aan welke gebieden een archeologische verwachting hebben. Per gebied is vastgelegd wanneer bij ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met archeologie.
De regimes die hiervoor gelden zijn weergegeven op de Beleidskaart Archeologie. Voor iedereen is dan in één oogopslag duidelijk aan welke regels moet worden voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen waar archeologische waarden in het geding kunnen zijn. Gebieden waar geen archeologische resten (meer) worden verwacht, worden op de beleidskaart aangeduid als archeologievrij. In de gemeente zijn het Plassengebied en het grootste deel van de Horstermeerpolder archeologievrij. Het perceel Middenweg 11a is als 'Archeologievrij' aangeduid. Derhalve hoeft er bij de beoogde ontwikkeling geen onderzoek plaats te vinden.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
17
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
4.4 Cultuurhistorie Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Ruimtelijke plannen zijn een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het plangebied is gelegen aan de Middenweg te Nederhorst den Berg. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht. In en rondom het plangebied zijn daarbij ook geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Het plangebied is wel gelegen binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hiervoor geldt dat de kernkwaliteiten van het gebied in stand moeten worden gehouden. Openheid is de voornaamste kernkwaliteit ter hoogte van het plangebied. Met voorgestelde functiewijzing van de woning Middenweg 11a wordt de openheid van het gebied niet aangetast. De Horstermeerpolder is tevens cultuurhistorisch waardevol als 19e-eeuwse droogmakerij.
De belangrijkste waarden van deze droogmakerij bestaan uit de openheid en het verkavelingspatroon, dat bepaald wordt door lengtesloten met haaks daarop de Middenweg. De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan deze waarden. Conclusie Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
18
4.5 Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Ter bescherming van de natuurwaarden is per 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingsweg 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: • • •
bescherming van de biodiversiteit in Nederland; decentralisatie van verantwoordelijkheden; vereenvoudiging van regels.
Gebiedsbescherming Wat betreft de gebiedsbescherming richt de Wet natuurbescherming zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Naast de bescherming vanuit de Wet natuurbescherming is in hat kader van de gebiedsbescherming het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van belang. Het NNN vormt een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden in Nederland en omvat bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Het NNN draagt bij aan het bereiken van de hoofddoelstelling van het Nederlandse natuurbeleid, namelijk: 'Natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving'. Hiertoe zijn de volgende uitgangspunten van belang: • • •
vergroten: het areaal natuur uitbreiden en zorgen voor grotere aaneengesloten gebieden; verbinden: natuurgebieden zoveel mogelijk met elkaar verbinden; verbeteren: de omgeving zo beïnvloeden dat in natuurgebieden een zo hoog mogelijke natuurkwaliteit haalbaar is.
Het plangebied ligt op circa 630 meter afstand van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden en de aard en omvang van de gewenste ontwikkeling zijn effecten op Natura 2000-gebieden, met uitzondering van stikstofdepositie, uitgesloten. De dichtstbijzijnde gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland liggen op 390 meter afstand van de planlocatie. De afstand tot weidevogelleefgebieden bedraagt minimaal 55 meter. Bij beide gebieden is geen sprake van externe werking omdat er sprake is van een bestaand bouwwerk. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming is gericht op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten. Op basis van de wet zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten verboden. Waar de voormalige Floraen faunawet echter uitging van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming beschermde soorten in twee groepen:
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
19
• •
strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst.
Ten opzichte van de Flora- en faunawet zijn circa 200 soorten (vooral vaatplanten en vissen) niet langer beschermd en zijn enkele bedreigde soorten (met name bepaalde vlinders en vaatplannen) toegevoegd. Het voorliggende plan voorziet in de transformatie van een bedrijfswoning in een reguliere woning. Er worden geen bomen of andere groenstructuren verwijderd. In het plangebied vinden geen werkzaamheden plaats die invloed hebben op beschermde soorten. Om die reden is een quickscan flora en fauna niet benodigd. Bij het uitvoeren van werkzaamheden dient te allen tijde voldaan te worden aan de algemene zorgplicht. Stikstofdepositie In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van die mogelijk negatieve effecten. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan omtrent de PAS.
De PAS mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming voor ‘activiteiten’. Hiermee is de PAS buiten werking gesteld. gaat in de bouw- en de gebruiksfase gepaard met enige uitstoot van stikstof. Om die reden zijn AERIUS-berekeningen (zie bijlagen bij toelichting bijlage 3) uitgevoerd, gebruik makend van AERIUS Calculator. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er in de bouw- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Daarmee is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Met het oog op de Wet natuurbescherming is het plan uitvoerbaar. Nu het aantal personen wat op het onderhavige perceel kan verblijven met het gewijzigde gebruik niet zal toenemen, er geen sprake is van bouwactiviteiten (aan- of bijbouwen) en de afstand ten aanzien van de omliggende Natura 2000-gebieden dusdanig groot is, kan worden gesteld dat een stikstofdepositie berekening achterwege kan blijven en dat het initiatief met betrekking tot het aspect ecologie inpasbaar is. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de transformatie van de bedrijfswoning Middenweg 11a te Nederhorst Den Berg naar een reguliere woning m.b.t. het aspect ecologie uitvoerbaar geacht moet worden.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
20
4.6 Bodem Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Met deze regelgeving streeft men naar een duurzaam gebruik van de bodem. Uit de regelgeving vloeit voort dat indien het gaat om het realiseren van bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (langer dan twee uur per dag) mensen zullen verblijven, bodemonderzoek nodig kan zijn. Conclusie Omdat in onderhavig geval sprake is van het transformeren van een bedrijfswoning tot een burgerwoning waar mensen voorheen ook al langer dan twee uur per dag verbleven, kan een bodemonderzoek achterwege blijven.
4.7 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Conclusie Het betreft hier louter een wijziging in het gebruik waarbij het aantal personen dat in het plangebied zal verblijven niet zal toenemen. Er hoeft daarom geen onderzoek te worden ingesteld naar de luchtkwaliteit.
4.8 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in:
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
21
• • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden).
Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Conclusie Ter plekke van de projectlocatie zijn conform de professionele risicokaart geen risicobronnen aanwezig waarvan de risicocontouren of de invloedsgebieden over de projectlocatie liggen. De wet- en regelgeving betreffende de externe veiligheid heeft dan ook geen gevolgen voor dit planvoornemen.
4.9 Parkeren en verkeer Het planvoornemen om de bedrijfswoning als burgerwoning te gebruiken betekent dat er geen sprake is van een toename van verkeersbewegingen. De Middenweg heeft ruim voldoende capaciteit voor de nieuwe functie van het perceel. Er wordt gebruik gemaakt van een bestaande aansluiting op deze weg. Aan deze weg worden geen aanpassingen voorgesteld. Ook op eigen erf bevinden zich parkeerplaatsen gerealiseerd/is ruimte om te parkeren. Op grond van de beleidsregel parkeernormen van de gemeente Wijdemeren geldt voor een eengezinswoning in het landelijk gebied de parkeernorm van 2,6 per woning. Echter op grond van artikel 1 van deze beleidsregel geldt dat parkeren op eigen erf niet vereist is wanneer er sprake is van een project ter vervanging van een categorie binnen dezelfde functie, mits dit niet leidt tot een grotere parkeerbehoefte. In dit planvoornemen is hier sprake van. Conclusie Het plan vormt geen belemmering voor het aspect parkeren en verkeer.
4.10 Waterhuishouding Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
22
•
•
vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakteen grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet wordt elke zes jaar een Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is het Rijksplan voor het waterbeleid in Nederland. Op 22 december 2015 wordt het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.
Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Waterschapsbeleid Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens het waterschap voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten. Het verzorgingsgebied van Waternet omvat de gemeente Amsterdam en een groot gebied in de provincie Utrecht en Noord-Holland. Het beleid van AGV is verwoord in het Waterbeheerplan en diverse beleidsnota’s. In de Keur van het waterschap zijn geboden en verboden opgenomen voor de bescherming van de functionaliteit van waterlopen en waterkeringen. Met de Keur wil het waterschap de waterkwaliteit verbeteren, de doorstroming in sloten veiligstellen en de dijken sterk houden. Bij de Keur horen Keurkaarten met informatie over wateren en waterkeringen. Watertoets De watertoets is een standaard overleg met het waterschap dat gevoerd moet worden wanneer de planologische situatie op een locatie wijzigt.
Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
23
Watercompensatie Als een toename van verhard oppervlak van meer dan 1.000 m² aan de orde is, is volgens het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht watercompensatie noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling betreft de transformatie van een bedrijfswoning naar een reguliere woning. Ten opzichte van de oude situatie treedt er geen verhardingstoename op. Watercompensatie zal voor de beoogde ontwikkeling niet nodig zijn. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect water vormt geen belemmering voor het dit planvoornemen.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
24
5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor het voornemen komen ten laste van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt geen planschadeovereenkomst gesloten, waarin vastgelegd wordt dat eventuele planschadekosten, die het gevolg zijn van het project, voor rekening van de initiatiefnemer komen. Op voorhand wordt namelijk een tegemoetkoming in de planschade uitgelsloten.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing wordt in het kader van het omgevingsvergunningtraject voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Eenieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen het plan in te dienen. De resultaten daarvan zullen te zijner tijd in dit hoofdstuk worden verwerkt. De Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking zal treden stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden namelijk op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Anticiperend op de Omgevingswet heeft de initiatiefnemer zijn voornemen om de bedrijfswoning Middenweg om te zetten in den reguliere woning, voorgelegd aan de bewoners/eigenaren van het loon-en verhuurbedrijf dat gevestigd is aan de Middenweg 9 en het transportbedrijf Middenweg 11/11B. Zowel de bewoners/eigenaren van het loon-en verhuurbedrijf als die van het transportbedrijf hebben positief op het planvoornemen gereageerd.
Zij hebben zelfs aangegeven geen bezwaar en/of beroep tegen de functiewijziging van bedrijfswoning naar een reguliere woning aan te tekenen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er vanuit directe omgeving geen bezwaren zijn tegen het planvoornemen.
Ruimtelijke onderbouwing Middenweg 11a Nederhorst Den Berg
25