Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a- Geanonimiseerd
Tekst van het document
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2
Situatie in en bij het projectgebied
Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met daarop middels de blauwe ster de locatie van het projectgebied weergegeven.
Afbeelding 4.1
Uitsnede Risicokaart (Bron: risicokaart.nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
De dichtstbijzijnde inrichting met een veiligheidsrisico is Enviem Oil Nederland B.V. aan de Kanaaldijk Oost 11. Dit bedrijf ligt op circa 540 meter afstand van het projectgebied. Ter plaatse wordt meer dan 50.000 ton aan vloeibare brandstoffen opgeslagen. Voor de inrichting geldt dat er geen contour voor het plaatsgebonden risico dan wel een invloedsgebied voor het groepsrisico buiten de grens van de inrichting ligt. Er is daardoor geen strijd met grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico. Ook is geen sprake van een groepsrisico waarvoor verantwoording moet worden afgelegd. Daarbij wordt tevens opgemerkt dat de voorliggende ontwikkeling niet leidt tot een toename in woningen en daarmee ook niet tot een toename van het totaal aantal mensen ter plaatse. Er is daarmee dan ook geen sprake van een toename van het groepsrisico in de gewenste situatie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief 4.4.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
4.5
Milieuzonering
4.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Wijdemeren. Ter plaatse is geen sprake van een matige of sterke functiemenging.
Daarom wordt uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1
Richtafstanden rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m
Richtafstanden gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief 4.2 5.1 5.2 5.3 6
4.5.3
300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie projectgebied
4.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de functie toe? (interne werking).
4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor omwonenden. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 4.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het projectgebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Een woonboot is aan te merken als milieugevoelig object. Dit is echter geen nieuw milieugevoelig object, in de huidige situatie is al een woonboot aanwezig welke als milieugevoelig wordt aangemerkt ten opzichte van omliggende functies. Er is daarmee sprake van een bestaande situatie waarbij er van uit kan worden gegaan dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierbij wordt tevens opgemerkt dat milieubelastende functies, zoals de bedrijfspercelen aan de overzijde van de Vecht (op respectievelijk 60 meter en 70 meter afstand gelegen van het projectgebied), zich op ruime afstand van het projectgebied bevinden. 4.5.4
Conclusie
Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
4.6
Ecologie
4.6.1
Inleiding
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief 4.6.2
Gebiedsbescherming
4.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het projectgebied aan de Eilandseweg 14a is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming. Zoals te zien is in afbeelding 4.2 ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ op een afstand van circa 1,2 kilometer van het projectgebied. Gelet op de afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat er geen sprake is van negatieve effecten (licht- en geluidhinder) op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.
Afbeelding 4.2
Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000 (Bron: PDOK)
Stikstofdepositie op natuurgebieden Ondanks de ruime onderlinge afstand tussen het projectgebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dient het effect van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in ogenschouw genomen te worden. Hierbij dient gekeken te worden naar de stikstofdepositie in de aanlegfase (bouwverkeer) en in de gebruiksfase (verkeersgeneratie). In dit geval bestaat de ontwikkeling concreet uit het verwijderen van het bestaande woonschip en het aanmeren van een nieuw woonschip. Het nieuwe woonschip wordt elders op een scheepswerf gefabriceerd, waardoor de inzet van werktuigen ter plaatse beperkt blijft. De stikstofuitstoot als gevolg van de aanlegfase is daarmee dusdanig beperkt dat, mede gelet op de afstand tot Natura 2000-gebieden, geen significant negatieve effecten te verwachten zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat verkeersbewegingen in de gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief niet toenemen, aangezien reeds een woonschip aanwezig is. Een nader onderzoek naar stikstofdepositie op natuurgebieden wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Al met al wordt geconcludeerd dat gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden en de aard en omvang van de ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie, geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. 4.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Afbeelding 4.3 geeft de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van het NNN weer.
Afbeelding 4.3
Ligging projectgebied t.o.v. NNN (Bron: ArcGIS)
De locatie is ligt niet binnen het concreet begrensde NNN. De dichtstbijzijnde gronden die tot het NNN behoren liggen op circa 26 meter afstand van het projectgebied. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de onderlinge afstand tot de NNN is geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden (er is bijvoorbeeld geen sprake van areaalvermindering en het doorsnijden van structuren). 4.6.3
Soortenbescherming
4.6.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief 4.6.3.2 Situatie projectgebied Het projectgebied heeft reeds een bestemming voor het aanleggen van een woonschip en is al geruime tijd voor wonen in gebruik. Het vervangen van een woonschip door een nieuw woonschip heeft geen negatieve effecten op mogelijk aanwezige beschermde diersoorten. Opgemerkt wordt dat te allen tijde rekening wordt gehouden met de zorgplichtbepaling uit de Wet natuurbescherming. 4.6.4
Conclusie
Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Archeologie & cultuurhistorie
4.7.1
Archeologie
4.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor kan onderzoek noodzakelijk zijn. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied De gemeente Wijdemeren heeft de archeologische verwachtingswaarde van gronden vertaald in de beleidskaart archeologie. Een uitsnede ter plaatse van het projectgebied (rode omlijning) is in afbeelding 4.4 opgenomen.
Afbeelding 4.4
Uitsnede Beleidskaart Archeologie (Bron: Gemeente Wijdemeren)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief Op basis van de archeologische beleidskaart geldt ter plaatse van het projectgebied dat bij plannen groter dan 500 m² en dieper dan 40 cm rekening dient te worden gehouden met archeologische resten. Met voorliggend project zijn geen grondingrepen van betekenis gemoeid. Geconcludeerd wordt dan ook dat geen archeologisch onderzoek benodigd is en dat uit archeologisch oogpunt geen bezwaar bestaat tegen het project. 4.7.2
Cultuurhistorie
4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.7.2.2 Situatie projectgebied Er bevindt zich, op basis van de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland in het projectgebied en haar directe omgeving geen rijksmonument. Wel bevindt het projectgebied zich in de Stelling van Amsterdam, binnen het schootsveld van het fort Nigtevecht. Hiervoor geldt op basis van het provinciale beleid dat er respect moet zijn voor de zichtlijnen en er geen significante aantasting mag plaatsvinden aan het groene en open landschap. Aangezien de voorliggende ontwikkeling uitgaat van het vervangen van een bestaand woonschip, zal geen sprake zijn van een significante aantasting van het groene en open landschap.
Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3 waar hier uitgebreid op in wordt gegaan. Er kan dan ook worden gesteld dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor voorliggend plan. 4.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
4.8
Wateraspecten
4.8.1
Vigerend beleid
4.8.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief 4.8.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 4.8.1.3 Provinciaal beleid De Watervisie 2021 zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen kunnen duurzame integrale afwegingen gemaakt worden. Zo is er op en aan het water rust, maar ook ruimte voor vertier en activiteiten. Waar water en natuur zijn, ontstaat vaak als vanzelf recreatie. En die combinatie biedt weer kansen voor economische ontwikkeling. Met de Watervisie 2021 als zelfbindend document worden kaders gesteld voor wateropgaven in Noord-Holland.
Het lange termijn doel is om heel Noord-Holland in 2050 voor zover redelijkerwijs haalbaar waterrobuust te hebben ingericht. Het gaat hierbij om het zoveel mogelijk: 1. 2. 3.
beperken van het slachtofferrisico als gevolg van overstromingen; voorkomen van grote economische schade; voorkomen van maatschappelijke ontwrichting door het uitvallen van vitale functies en/of het vrijkomen van milieugevaarlijke stoffen.
4.8.1.4 Beleid waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het waterbeheerplan 2016-2021 is op 8 oktober 2015 goedgekeurd door het Algemeen Bestuur van het waterschap en is vanaf 1 januari 2016 van kracht. In het Waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft het waterschap wensbeelden per thema voor 2030, en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 2016-2021 op hoofdlijnen. Hierin staat wat het waterschap doet aan veiligheid, de beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en aan efficiënte zuivering van afvalwater. Ook zet het waterschap zich in voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan. De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn: • • • • • • • • • •
Samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit;' Een klimaatbestendig en daarmee waterrobuust gebied; Steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; Een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; Water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; Gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; Gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; Vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit voor burgers en bedrijven; Afstemming over alle watertaken per stroomgebied (i.c. Rijn-West); Behoud van de zelfstandige bevoegdheid
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief 4.8.2
Waterparagraaf
4.8.2.1 Watertoets Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.8.2.2 Watertoetsproces In het kader van de watertoets is contact opgenomen met het Waternet (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). Deze gaven aan dat het projectgebied is gelegen langs een waterkering met vastgestelde zones waarbinnen beperkingen gelden.
Ten aanzien van de waterkering is het in ieder geval belangrijk dat werkzaamheden binnen de zonering van de waterkering verbonden zijn aan een watervergunning (vergunning op basis van de Keur AGV 2019). Dit geldt bijvoorbeeld voor graafwerkzaamheden en het aanbrengen van werken zoals damwanden. Voor sommige kleinschalige (bouw)werken geldt geen vergunningsplicht vanuit het Keur, maar gelden algemene regels. Deze staan in het Keurbesluit AGV 2019. Bijvoorbeeld het plaatsen van een afrastering/hekwerk. Ten aanzien van het ontwerp van de woonark is het van belang dat de ark qua diepte past en het niet nodig is de vaste waterbodem af te graven. De waterbodem maakt deel uit van de waterkering en zorgt voor de benodigde stabiliteit van het dijklichaam. Het afgraven van die waterbodem is niet toegestaan. Losliggende bagger mag daarentegen wel verwijderd worden. Verder is het waterschap nautisch beheerder op de Vecht. Er geldt een vrij te houden vaarstrook van 21 meter in de Vecht. Rekening houdend met de adviezen van het waterschap bestaat geen bezwaar tegen de ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief
HOOFDSTUK 5 5.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een omgevingsvergunning of bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief
HOOFDSTUK 6 6.1
VOOROVERLEG
Inspraak en burgerparticipatie
Initiatiefnemer is in gesprek gegaan met omwonenden. Er is een verslag opgesteld van de communicatie met de omwonenden. Dit verslag is toegevoegd in bijlage 1. Hier wordt kortheidshalve geconcludeerd dat de er geen bezwaren naar voren zijn gekomen tegen de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast wordt het ontwerpbesluit voor eenieder ter inzage gelegd. Daarbij bestaat de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.
6.2
Vooroverleg
6.2.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 6.2.2
Provincie Noord-Holland
Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling wordt vooroverleg met de provincie niet noodzakelijk geacht. 6.2.3
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
In het kader van de watertoets is er contact geweest met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De uitkomst hiervan is opgenomen in paragraaf 4.8.2.2.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Ruimtelijke onderbouwing Eilandseweg 14a, Nederhorst den Berg Definitief
BIJLAGE 1
VERSLAG OMWONENDEN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Verslag omwonenden Eilandseweg 14a inzake de bestemmingsplanwijziging
Aanvraag betreft: plaatsen dubbele woonark met een maximale maat van 6 meter breed X 20 meter lang en goothoogte van maximaal 450cm (boven de waterlijn)
Onderstaand het verslag dat is opgemaakt na het informeren van de directe omwonenden van Eilandseweg 14a 1394 JE te Nederhorst den Berg, inzake wijziging bestemmingsplan.
Dit verslag is opgemaakt door de bewoners (Fam. D. Bergman), tevens eigenaar van voorgenoemde perceel
Op dinsdag 15 november 2022 heb ik de volgende omwonenden (directe buren) geïnformeerd en de details besproken van de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan:
Eilandseweg nr 12a Fam. Benjamens 06 53341912: Ik heb de bewoner gesproken en hij had geen problemen met de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan op het gebied van het gebruik en de aangepaste maten. Eilandseweg nr 14 Fam. Brunting 06 2424777: Ik heb de bewoner gesproken en hij had geen problemen met de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan op het gebied van het gebruik en de aangepaste maten. Eilandseweg nr 14b Fam. Huibregtse 06 28451997: Ik heb de bewoner gesproken en hij had geen problemen met de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan op het gebied van het gebruik en de aangepaste maten.