Bijlage 1 - Concept Huisvestingsverordening GV 2024
Tekst van het document
Artikel 6.1.7 Criteria voor vergunningverlening 1. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning als bedoeld in artikel 4.1.3, tenzij: a. het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming tot woning gediende belang en het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad niet door het stellen van voorwaarden of voorschriften voldoende kan worden gediend; en/of b. bij het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte(n), vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat het verlenen van de vergunning leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in het gebouw en/of de omgeving van het gebouw, waarop de aanvraag betrekking heeft. Een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- een leefmilieu wordt in ieder geval geacht aanwezig te zijn indien niet wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders gestelde beleidsregels waarin voorwaarden en voorschriften zijn opgenomen die aan de vergunning zijn verbonden. Het gaat daarbij om voorwaarden en voorschriften op het gebied van brandveiligheid, parkeren, wooncomfort, gezondheid en hygiëne. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de vergunning zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning eveneens weigeren indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het aanbieden van compensatie in de vorm van een financiële borgstelling. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien er strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan of het omgevingsplan en er geen planologische afwijking verleend kan worden, er strijd is met de beheersverordening/exploitatieplan of het omgevingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening of Omgevingswet en zij niet bereid zijn om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de artikelen 4.4, 5.1, 5.3 en 5.4 van de Omgevingswet te verlenen.
Artikel 6.1.8 Compensatie 1. Burgemeester en wethouders verbinden aan het verlenen van een onttrekkingsvergunning de voorwaarde van – naar keuze van vergunninghouder – hetzij het bieden van compensatie door het toevoegen aan de woningvoorraad van (een) andere, vervangende woning(en), welke naar hun oordeel gelijkwaardig is/zijn aan de te onttrekken woning(en), hetzij het bieden van een financiële compensatie, overeenkomstig het bepaalde in lid 2. 2. Burgemeester en wethouders kunnen richtlijnen vaststellen met betrekking tot het beschikbaar stellen van vervangende woningen c.q. heffing van een financiële bijdrage bij onttrekking van woningen.
Artikel 6.1.9 Intrekking 1. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning intrekken, indien: a. niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. één of meer aan de vergunning verbonden voorschriften en voorwaarden niet wordt nagekomen, waaronder begrepen de situatie – bij het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte(n) – waarin het aantal onzelfstandige woonruimten dat in het in de vergunning bedoelde pand feitelijk aanwezig is, afwijkt van het in de vergunning vermelde aantal; d. in geval van het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte(n): het pand waarvoor de vergunning is verleend langer dan één jaar niet meer voor onzelfstandige woonruimte(n) in gebruik is of eerder wanneer voldoende aannemelijk is dat dit gebruik definitief is gestaakt; e. de vergunninghouder daartoe een verzoek heeft ingediend; f.
in geval van het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte(n): vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft of van de directe omgeving van dat gebouw.
g.
h.
vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in stand laten van de vergunning zal leiden tot een structureel overlastpatroon, in de vorm van ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu voor de directe omgeving van de woning waarop de vergunning betrekking heeft; de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nagekomen;
2. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat de Vergunninghouder schriftelijk is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken, indien niet een te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, die ervoor zorg dragen dat de overlastgevende situatie wordt beëindigd. 3. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing in het geval bedoeld in het eerste lid onder e.
Artikel 6.1.10 Tijdelijke onttrekking 1. Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke onttrekkingsvergunning verlenen als het belang van de aanvrager slechts voor een bepaalde tijd aanwezig is. 2. Een tijdelijke onttrekkingsvergunning kan worden verleend voor ten hoogste 5 jaar. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voor tijdelijke onttrekking de voorwaarde van financiële compensatie verbinden.
Artikel 6.1.11. Leges Voor het in behandeling nemen van de aanvraag zijn leges verschuldigd. De leges staan in de vigerende legesverordening. Paragraaf 6.2 Organisatie en bevoegdheden Artikel 6.2.1 Mandatering Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van bevoegdheden krachtens hoofdstuk 4 te mandateren aan een door hen aan te wijzen functionaris.
HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen
Artikel 7.1 Nadere bepalingen op grond van evaluatie Burgemeester en wethouders kunnen als het aanbod op de sociale huurwoningenmarkt dreigt vast te lopen als gevolg van de toewijzing aan starters, na evaluatie door gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties, op advies van het regionale pfho Fysiek Domein, Bouwen en Wonen, nadere (tijdelijke) maatregelen nemen (quota) ten aanzien van: 1. artikel 4.1.2 lid 8. Bijzondere maatschappelijke doelgroep; 2 artikel 4.1.3 lid 9. Urgentie onder voorwaarden van een zorgcontract; 3 artikel 5.2 lid 1. en lid 2. Woningverdeling door loting: spoedzoekregeling en jongeren tot 27 jaar. Artikel 7.2 Experimenten Bij wijze van experiment kunnen burgemeester en wethouders besluiten om maximaal 10% van de per kalenderjaar toe te wijzen woningen te verdelen op grond van regels die afwijken van deze verordening. Burgemeester en wethouders besluiten na consultatie van het portefeuillehoudersoverleg Fysiek Domein, Bouwen en Wonen. Artikel 7.3 Hardheidsclausule 1. Burgemeester en wethouders kunnen voor de in artikel 2.1 lid 1. aangewezen woonruimte in de eigen gemeente afwijken van de rangorde als strikte toepassing van de regels zou leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid. 2. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regels voor urgentie indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid. 3.
Afwijkingsbesluiten op grond van dit artikel worden ter kennis van het portefeuillehoudersoverleg Fysiek Domein, Bouwen en Wonen gebracht. Artikel 7.4 Vervallen oude verordening en overgangsrecht 1. De Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2023 vervalt van rechtswege op 31 december 2023. 2. Verleende urgenties, huisvestingsvergunningen en inschrijvingen op grond van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2023 behouden hun gelding onder de Huisverordening Gooi en Vechtstreek 2024. 3. Op beslissingen over aanvragen voor urgenties en huisvestingsvergunningen die zijn ingediend voor 1 januari 2024 blijft de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2023 van toepassing. Artikel 7.5 Toelichting op de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2024 De artikelsgewijze toelichting op de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2024 is onlosmakelijk verbonden met deze verordening. Artikel 7.6 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 en vervalt op 31 december 2027. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: “Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2024”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 november 2023
Bijlage: de artikelsgewijze toelichting op de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2024