CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bindend adviesrecht

gemeenteraad 2 november 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend adviesrecht (Stemming geamendeerde raadsvoorstel: Omdat de stemmen staakten op amendement A-18-4b, wordt ook over het voorstel een volgende vergadering gestemd.)3.626 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij raadsvoorstel adviesrecht

Adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen Omgevingsplan

Versie: 2.5 13 september 2023

Inhoud 1 Inleiding adviesrecht ............................................................................................................................ 2 1.1 Nu en straks ................................................................................................................................... 2 1.2 Het omgevingsplan in het algemeen ............................................................................................. 2 1.3 Wijziging en afwijkingen van het omgevingsplan ......................................................................... 3 1.4 Advies van de gemeenteraad voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ........................... 3 1.5 Op weg naar de nieuwe situatie.................................................................................................... 5 2 Bindende Advieslijst ............................................................................................................................. 6 2.1 Toelichting op het raadsvoorstel ................................................................................................... 6 2.2 Voorstel Lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht ...................................................... 6 3 Omgevingswet & Participatie ...............................................................................................................

9 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 9 3.2 Participatie voor een aanvraag...................................................................................................... 9 3.3 De participatieverplichting uit de Omgevingswet ......................................................................... 9 3.4 Participatienota Wijdemeren ...................................................................................................... 10 3.4 Voorstel Participatie .................................................................................................................... 10

1

1 Inleiding adviesrecht Voor deze inleiding is gebruik gemaakt van de ‘Handreiking Adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan’ van de VNG Het adviesrecht is een nieuw instrument van de gemeenteraad onder de Omgevingswet. Het heeft betrekking op aanvragen die niet passen binnen de regels van het (tijdelijk) omgevingsplan, maar waar het college wel aan wil meewerken: de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

1.1 Nu en straks Nu Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan (buitenplanse afwijkingen) geldt dat het college van burgemeester en wethouders niet mag afwijken zonder toestemming van de gemeenteraad. Deze toestemming wordt gegeven door de afgifte van een verklaring van geen bedenkingen (VVGB). Dit betekent dat alle buitenplanse afwijkingen via de raad verlopen. Om dit werkbaar te houden heeft de raad, in haar besluit van 22 september 2016, gevallen aangewezen waarin die verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Voor alle overige gevallen is deze verklaring wel nodig. Straks Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan mag het college van burgemeester en wethouders zelf besluiten om af te wijken van het (tijdelijke) omgevingsplan, behalve voor die gevallen waarvan de gemeenteraad heeft gesteld dat zij een bindend advies wil geven. Hieraan moet het college zich dan houden. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht (Zie artikel 16.15a lid b. onder 1 Omgevingswet). Onder de Omgevingswet wijst de gemeenteraad gevallen aan waarvoor bindend adviesrecht geldt.

Dit rapport geeft informatie over het bindend adviesrecht van de raad en gaat kort in op de volgende vier onderwerpen:  Het omgevingsplan in het algemeen  Wijzigingen en afwijkingen van het omgevingsplan  Advies van de gemeenteraad voor een buitenplanse omgevingsactiviteit  Op weg naar de nieuwe situatie

1.2 Het omgevingsplan in het algemeen De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad een omgevingsvisie en een omgevingsplan vaststelt. Terwijl de omgevingsvisie gaat over de langere termijn en de opgaven waar de gemeente mee aan de slag gaat, staan in het omgevingsplan concrete regels voor de fysieke leefomgeving. In het omgevingsplan kan, net als nu in het bestemmingsplan, bijvoorbeeld geregeld worden dat een bepaalde activiteit binnen een bepaald gebied of thema wel of niet is toegestaan en onder welke voorwaarden. Het omgevingsplan wordt breder dan de huidige bestemmingsplannen. Er staan ook regels in over bijvoorbeeld geluid, geur en gezondheid. In sommige gevallen heeft de gemeente de ruimte om daarin soepeler of strenger te zijn dan de landelijke norm. Tot de tijd dat er een ‘echt’ omgevingsplan 2

is opgesteld, gelden alle vigerende bestemmingsplannen, tezamen met de lokale verordeningen over de fysieke leefomgeving, als tijdelijke omgevingsplannen. De regels in het omgevingsplan kunnen ‘direct werkende’ algemene regels zijn. Dat wil zeggen dat inwoners en ondernemers activiteiten kunnen uitvoeren die passen binnen deze regels. Er kunnen ook regels worden opgenomen die ‘direct werkend met meldingsplicht’ zijn. In dat geval moeten initiatiefnemers, voordat ze met een activiteit beginnen, dat melden. Bij sommige activiteiten geldt een vergunningplicht. Deze zijn alleen onder specifiek benoemde voorwaarden toegestaan. In dat geval beoordeelt het college van B&W een activiteit inhoudelijk aan de hand van de regels en geeft dan wel of geen vergunning af. Op deze manier is het omgevingsplan het toetsingskader voor vergunningverlening en voor toezicht en handhaving binnen een gemeente.

1.3 Wijziging en afwijkingen van het omgevingsplan Het is onmogelijk om alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van tevoren te voorzien. Inzichten en beleid ontwikkelen zich door de tijd. Daarnaast kunnen initiatiefnemers interessante plannen hebben, die gewenst zijn, maar toch niet passen binnen de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan. Er ontstaat dan de behoefte om (een deel van) het omgevingsplan te herzien of om er van af te wijken met een omgevingsvergunning. In het eerste geval is de raad bevoegd om een nieuw omgevingsplan op te stellen. In het tweede geval is het college van B&W bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen. Dit past bij de intentie van de Omgevingswet die meer dan nu het geval is in haar regelgeving benadrukt dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor de hoofdlijnen en het monitoren van het beleid en het college voor het uitvoeren daarvan. Dit maakt dat het college van B&W bevoegd gezag is voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Het college kan daarmee te allen tijden afwijken van het omgevingsplan. Daarbij hoeft het college geen ‘verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) meer te vragen aan de gemeenteraad. Daarvoor in de plaats krijgt de raad een rol als adviseur en geeft zij aan in welke gevallen zij een bindende adviesbevoegdheid heeft. Het college moet dit advies in acht nemen.

De intentie van de Omgevingswet is dat de gemeenteraad nadruk belast is met de hoofdlijnen en het college met het uitvoeren van het beleid. Wanneer is er sprake van een afwijking van het omgevingsplan? Allereerst moet er een vergunningaanvraag voor afwijken zijn ingediend. Daar is sprake van als er een uitgewerkt plan ligt, dat kan worden vergund zonder gevolgen voor de naastgelegen percelen (bijvoorbeeld zonder dat de milieucategorie van de buurpercelen hoeft te wijzigen). Zijn die gevolgen er namelijk wel, dan moet een omgevingsplan worden opgesteld. Er komt een verzwaard, bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Het college moet het advies van de raad in acht nemen.

1.4 Advies van de gemeenteraad voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Het ligt voor de hand dat de gemeenteraad voor de ingangsdatum van de Omgevingswet een besluit neemt over de gevallen waarin zij advies wil geven; De Lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht. Het huidige raadsbesluit ‘lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen 3

verklaring van geen bedenkingen vereist is’ komt op deze datum te vervallen. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft het college niet meer naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Wordt het besluit later genomen, dan hoeft het college tot dat beslismoment geen advies te vragen aan de raad. De raad moet op tijd een besluit nemen over de gevallen waarin zij advies wil geven. Onder de Omgevingswet is ook bij afwijkingen van het omgevingsplan de reguliere procedure van toepassing. Dat wil zeggen een uiterste proceduretermijn van 8 weken. Binnen deze termijn dient ook het raadsbesluit te worden genomen voor die gevallen waarvoor de raad dat heeft aangegeven (het adviesrecht). Het college heeft de mogelijkheid om deze termijn eenmalig te verlengen met 6 weken. De gemeenteraad moet bij het bepalen van de Lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Dat betekent sturen op hoofdlijnen en niet op detail. De versnelde beslistijd van 8 weken (+ eventueel 6 weken verlenging) vraagt om keuzes over wat echt belangrijk is. Deze termijn om te beslissen kan gevolgen hebben voor de vergadercyclus van de raad.

De raad dient goed te bespreken wat de consequenties zijn van het adviesrecht voor haar vergadercyclus om te kunnen voldoen aan het behalen van de termijn. Hoe ziet de bovengeschetste procedure er concreet uit? In bijlage 1 is een schema opgenomen waarin de procedure via het bindend adviesrecht wordt afgezet tegen de huidige procedure waarin de raad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft. De belangrijkste verschillen zijn: - De procedure. Onder de huidige wetgeving geldt standaard de uitgebreide procedure (26 + 6 weken verlenging), onder de Omgevingswet geldt de reguliere procedure (8 + 6 weken verlenging) - Terinzagelegging. Onder de huidige wetgeving moet er eerst een ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd. Dat geldt onder de Omgevingswet niet. Verlenging beslistermijn Soms kost het inwinnen van extra informatie zoveel tijd dat er gevaar is voor overschrijding van de maximumtermijn van de reguliere procedure. In dat geval kan het bevoegd gezag de beslistermijn verlengen met 6 weken (van 8 naar 14 weken). Omdat de advisering van de raad veel tijd kost, en er wel een zorgvuldig besluit moet worden genomen, is het gewenst om de termijn van de besluitvorming voor aanvragen waarvoor bindend advies is vereist standaard te verlengen met 6 weken. Bezwaar en beroep Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure de standaard.

Dit betekent dat na het besluit van de gemeente over de vergunning nog bezwaar en (hoger) beroep mogelijk is. Uitgebreide procedure Het is onder de Omgevingswet nog altijd mogelijk om gebruik te maken van de uitgebreide procedure. De termijn hiervoor bedraagt 6 maanden. Het college moet na ontvangst van de aanvraag besluiten over de toepassing hiervan. Dit is mogelijk op verzoek van de aanvrager of als er sprake is van aanzienlijke (fysiek-ruimtelijke) gevolgen en/of mogelijke bedenkingen van belanghebbenden. 4

1.5 Op weg naar de nieuwe situatie De Omgevingswet beoogt versterking van lokaal maatwerk. Een open dialoog en goede afspraken intern tussen gemeenteraad, college van B&W, maar ook extern met de gemeenschap zijn van groot belang. De volgende tips (vanuit de VNG) kunnen helpen om het gesprek met elkaar te voeren: • Het advies van de gemeenteraad dient het college in acht te nemen. Het verlenen van vergunningen is een bevoegdheid van het college. Een te ruime invulling van de adviesbevoegdheid van de raad kan leiden tot een verkapte verschuiving van bevoegdheden. Bespreek de wenselijkheid daarvan en let vooral op de noodzakelijke helderheid in de verdeling van taken en rollen. • Zorg dat de informatievoorziening over overwegingen, standpunten en afwegingen door de gemeenteraad en het college van B&W over aanvragen van omgevingsvergunningen die in strijd zijn met het Omgevingsplan, werkbaar, transparant en toegankelijk is. • Onderzoek op welke wijze de gemeenteraad, al vanaf het moment dat een vergunningaanvraag wordt ingediend en gepubliceerd, kan worden geïnformeerd en in positie kan worden gebracht (eventueel met digitale middelen). • Overweeg de instelling van een permanente ‘hoorcommissie’ door de gemeenteraad om initiatiefnemers en betrokkenen de mogelijkheid te bieden hun initiatief, dan wel zienswijze toe te lichten.

• Koppel het besluit ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is’ voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (het adviesrecht), als bedoeld in artikel 16.15a lid b. onder 1’ aan de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. • Koppel het besluit aan de periode van de inwerkingtreding van de wet tot de datum waarop de gemeenteraad een omgevingsplan, zoals bedoeld in de Omgevingswet, heeft vastgesteld. • Maak een lijst die uitgaat van een ondergrens. Activiteiten ‘groter dan’ de ondergrens worden aan de raad voorgelegd ter advisering. Voor activiteiten ‘kleiner dan’ is geen advies van de raad nodig. • Bij dit alles is te bedenken dat de proceduretermijnen binnen de Omgevingswet veel korter zijn en strakker gehanteerd moeten worden dan in de huidige wetgeving het geval is. Met dit in gedachten hebben college en raad op 1 september 2022 samen in een openbare bijeenkomst gesproken over hoe zij met het adviesrecht in de gemeente Wijdemeren willen omgaan. De hoofdlijn van deze bijeenkomst is om de huidige lijst van categorieën voor de VVGB als leidraad te nemen voor de nieuwe lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht. Voorgesteld wordt ook in principe de verplichte participatie, waartoe de raad kan besluiten bij initiatieven, en het van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure hieraan te koppelen.

De inzet is ook om op basis van de ervaringen die gaan worden opgedaan met de Lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht te komen tot eventuele aanpassingen. Hiertoe zal De Lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht na het eerste jaar worden geëvalueerd.

5

2 Bindende Advieslijst 2.1 Toelichting op het raadsvoorstel In de huidige VVGB lijst zijn categorieën van gevallen aangewezen waarvan door de raad is besloten dat het college zonder tussenkomst van de raad op dergelijke (buitenplanse) aanvragen mag besluiten. Over het algemeen zijn dit categorieën van gevallen met weinig impact, zoals: • projecten die in overeenstemming zijn met een vastgestelde structuurvisie, masterplan of ander ruimtelijk kader; • de bouw van 1 woning binnen de kern (of 2 als sprake is van een vrijstaande of twee-ondereen-kap woning); • de bouw van bedrijfsgebouwen binnen bedrijventerreinen en passend binnen de toegelaten milieucategorie. Deze lijst wordt pas gebruikt in het geval sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan met een uitgebreide procedure. Deze procedure vraagt om de opstelling van een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ en dient de uitvoerbaarheid ervan met onderzoek aan te tonen. In de afgelopen acht jaar zijn er zo’n 30 verzoeken om een verklaring van geen bedenkingen geweest. In bijna de helft van de gevallen ging het om woningbouw. Daarnaast ging het met name om verzoeken over woonschepen en bedrijvigheid. In slechts twee gevallen heeft de raad een ander besluit genomen, dan het college heeft voorgesteld.

In de volgende paragraaf wordt de nieuwe ‘Lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht’ toegelicht, zoals deze in het bijbehorende raadsvoorstel is neergelegd. Deze lijst doet recht aan het vinden van een balans tussen een snelle en overzichtelijke procedure en aan de sturing op hoofdlijnen door de raad. Er is daarbij gekeken naar de huidige VVGB-lijst. Deze is echter niet letterlijk omgezet, maar wel in bedoeling praktische vertaald naar een meer heldere en duidelijke regeling.

2.2 Voorstel Lijst met categorieën van gevallen met adviesrecht Wanneer het college van burgemeester en wethouders voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, is een advies van de gemeenteraad hierover vereist in de volgende gevallen: 1. het bouwen van meer dan 3 woningen. 2. functieveranderingen binnen bestaande bebouwing en terreinen met een oppervlakte van meer dan 500 m². 3. bouwprojecten, geen woningbouwprojecten zijnde, met een bebouwingsoppervlakte of plangebied van meer dan 500 m². 4. voorzieningen voor de grootschalige opwekking van energie, zoals windturbines, zonnevelden, biomassacentrales, e.a. 5. projecten waarvoor een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. 6. de aanleg of herinrichting van weg- en waterinfrastructuur. 7. het bouwen van gebouwen of bouwwerken hoger dan 10 meter. 8. initiatieven die vallen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht of een (rijksprovinciaal of gemeentelijk) monument betreffen.

6

Motivering Ad 1) Bouwen van meer dan 3 woningen Vanaf meer dan 3 woningen stelt de Woonvisie 2021-2024 verplichtingen aan het aandeel sociale woningen. Daarmee ziet de raad dit als een heldere grens voor het adviesrecht. De bouw van 1 tot en met 3 woningen is kleinschalig en weinig ingrijpend voor de fysieke leefomgeving. Voor het buitengebied bestaat er geen risico op de toevoeging van meer dan 1 woning door de vigerende provinciale regeling. Ad 2) Functieveranderingen met een oppervlakte van meer dan 500 m² Het gaat hier om gebruikswijzigingen in bestaande gebouwen of op bestaande terreinen. Daarmee geldt het ook voor bijvoorbeeld recreatieterreinen. De grens van 500 m² wordt hiervoor aangehouden omdat dit goed aansluit bij landelijke en provinciale regelgeving bij de bepaling of er sprake is van een zogenaamde ‘stedelijke ontwikkeling’. De raad van Wijdemeren wil hier bij aansluiten. Ad 3) Bouwprojecten, geen woningbouwprojecten zijnde, van meer dan 500 m² Hiermee wordt het advies ook geregeld voor plannen en projecten waar geen sprake is van woningbouw. Dit kan maatschappelijke voorzieningen betreffen, maar ook recreatieterreinen of bedrijventerreinen. Ook hier wordt de grens van 500 m² gehanteerd die aansluit op het begrip stedelijke ontwikkeling.

Ad 4) Voorzieningen voor grootschalige opwekking van energie De raad wil hierbij adviseren, omdat dit projecten kunnen zijn met een grote ruimtelijke en maatschappelijke impact. Met grootschalige opwekking wordt bedoeld dat dat de energieopbrengst het eigen gebruik overstijgt. Dat is ook bewust ten behoeve van de (commerciële) aanlevering van energie aan derden. Ad 5) Projecten of plannen waarvoor een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is In deze gevallen is sprake van projecten of plannen die (aanzienlijke) milieugevolgen (kunnen) hebben. Gezien de aanwezigheid van grote natuurwaarden binnen de gemeente Wijdemeren, wil de raad hierover adviseren. Ad 6) De aanleg of herinrichting van weg- en waterinfrastructuur De raad wil hierbij adviseren, omdat dit projecten kunnen zijn met een grote ruimtelijke en maatschappelijke impact. Ad 7) Hoger bouwen dan 10 meter De bouwhoogte van 10 meter wordt gehanteerd, omdat dit overeenkomt met de bouw van twee bouwlagen met kap (of drie bouwlagen zonder kap). In het coalitieakkoord is dit expliciet benoemd als gewenste hoogte binnen de dorpen. Dit wordt nog als ‘dorps bouwen’ ervaren. Ad 8) Beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten Met bijna 400 monumenten is Wijdemeren één van de grote monumentengemeente in het land. Deze monumenten dragen sterk bij aan het karakter en de omgevingskwaliteit van de gemeente Wijdemeren.

Met deze kwaliteiten dient zorgvuldig omgegaan te worden. Over initiatieven in een beschermd stads- of dorpsgezicht of met een (gemeentelijk, provinciaal of rijks-)monument, wil de raad dan ook adviseren. 7

Kernen en buitengebied Een onderscheid tussen de kernen en buitengebied wordt bij deze regels niet gemaakt. In de praktijk is dat ook niet noodzakelijk. Voor het buitengebied kent de provinciale verordening al een vrij streng beschermingsregime, die bijvoorbeeld de ontwikkeling van (onder voorwaarden) meer dan twee woningen niet toestaat. Daarnaast kent ook het bijzonder provinciaal landschap en het daaraan gekoppelde beschermingsregime. Ook binnen dit regime is er een link met de term ‘stedelijke ontwikkeling’ en daarmee aan de eerder genoemde 500 m².

8

3 Omgevingswet & Participatie 3.1 Inleiding Participatie is een belangrijk onderwerp in de Omgevingswet. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: “het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.” Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. In de Omgevingswet zijn regels over de participatie vastgelegd.

3.2 Participatie voor een aanvraag Uit artikel 16.55, lid 6 van de Omgevingswet en de nadere uitwerking hiervan in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling volgt dat participatie een aanvraagvereiste is bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Aangegeven moet worden of de aanvrager aan participatie heeft gedaan en zo ja, hoe dat is gedaan en wat de resultaten hiervan zijn. Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. Het antwoord op de vraag of er aan participatie is gedaan mag ook 'nee' zijn. Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen, omdat er geen participatie is geweest. Ook mag het bevoegd gezag de aanvraag niet buiten behandeling laten, omdat er te weinig participatie is geweest.

3.3 De participatieverplichting uit de Omgevingswet Er is 1 uitzondering op de regel dat participatie geen verplichting is. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is (artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet). Als de aanvrager bij zo’n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Wel moet het college de aanvrager de gelegenheid geven het gebrek te herstellen (artikel 4:5, Algemene wet bestuursrecht (Awb)). De wetgever heeft niet bepaald wanneer er sprake is van onvoldoende participatie. Ook heeft de wetgever de keuze voor de vorm van participatie bewust bij de aanvrager gelaten. Maar uit het feit dat het hier gaat om verplichte participatie, volgt dat de uitgevoerde participatie wel enige inhoud moet hebben. Verder is het relevant welke activiteit de initiatiefnemer heeft aangevraagd voor de vraag of de participatie voldoende is. Bij een klein initiatief met weinig impact op de omgeving kan een beperkte vorm van participatie volstaan. Bij een project met grote impact op de omgeving zal meer uitgebreide participatie nodig zijn.

De beoordeling of de initiatiefnemer voldoende aan participatie heeft gedaan, is aan het bevoegd gezag. Bij die beoordeling kan het bevoegd gezag gebruikmaken van eventueel vooraf opgestelde beleidsregels over deze beoordelingsbevoegdheid. Als de uitgevoerde participatie niet voldoet aan 9

deze beleidsregels kan dat het bevoegd gezag helpen om te motiveren dat de verrichte participatie onvoldoende is. Uiteindelijk zal uit de jurisprudentie moeten blijken wanneer er in welke gevallen sprake is van (on)voldoende participatie. De gemeenteraad kan ervoor kiezen participatie verplicht te stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

3.4 Participatienota Wijdemeren Hoe verhoudt het bovenstaande zich tot de door de raad vastgestelde ‘Participatienota 2021’? In deze nota wordt participatie verplicht gesteld bij ruimtelijke ontwikkelingen vanaf 4 woningen. Het is dan ook duidelijk dat de participatienota van de gemeente moet worden geactualiseerd voor het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. De rol van de nota lijkt daarbij te veranderen van toetsingskader voor aanvragers naar beoordelingskader voor de gemeente bij de beoordeling van de participatie bij aanvragen. Inhoudelijk hoeft dit echter geen groot verschil te zijn en voor aanvragers is het uiteraard wel goed om te weten waar de gemeente in haar beoordeling op let. De actualisatie van de gemeentelijke participatienota is noodzakelijk om goed te kunnen functioneren onder de Omgevingswet.

3.4 Voorstel Participatie Ten aanzien van participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wordt voorgesteld om voor alle in paragraaf 2.2. genoemde gevallen waarvoor het adviesrecht geldt, ook de participatie verplicht te stellen. Daarnaast zal een afzonderlijke actie zijn de gemeentelijke participatienota te actualiseren en deze geschikt te maken als gemeentelijk beoordelingskader voor gevoerde participatie bij bovengenoemde activiteiten. Voor alle overige aanvragen omgevingsvergunningen stelt de raad participatie aan de voorkant niet verplicht. Wel blijft participatie één van de indieningsvereisten bij een aanvraag. In de geactualiseerde participatienota kunnen hiervoor formats en leidraden worden aangedragen ter stimulering van een goede participatie.

10

Bijlage 1

Proces bindend adviesrecht raad (reguliere procedure)

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13226610/1