Bijlage 1 Beleidsplan Bescherming & Opvang Herstel de verbinding 2026-2033
Tekst van het document
Risico’s
Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) heeft eerder besloten om ten behoeve van de kalenderjaren 2024 en 2025 de volume-compensatie behorend tot de Integratie Uitkering Beschermd Wonen (IUBW) niet uit te keren. Vanaf 2026 wordt er structureel 14,9 miljoen euro toegevoegd aan de IUBW. Hiermee wordt de volume indexatie beschermd wonen aangesloten bij de groei van het acress en over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. Omdat nog niet bekend is hoe dit financieel uitpakt houdt de begroting dan ook geen rekening met het uitkeren van deze volume-compensatie, waarmee gemeenten dus geen risico lopen. Gemeenten geven structureel meer uit aan de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang dan zij via de decentralisatie-uitkeringen daarvoor
52
van het Rijk ontvangen. De tekorten worden tot op heden gedekt met de middelen die ontvangen worden via de integratie-uitkering beschermd wonen. Naast de ontoereikende decentralisatie-uitkeringen, worden de loon-/prijs- en volumestijgingen niet via deze uitkeringen gecompenseerd. De indexering van decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vindt op een indirecte wijze plaats. Alle decentralisatie-uitkeringen worden opgeteld bij de Algemene Uitkering. Daarover wordt vervolgens het accres uitgekeerd. Het accres landt bij alle gemeenten en dus niet alleen bij centrumgemeenten. Het ziet ernaar uit dat ook dit niet zal wijzigen als gevolg van het nieuwe financieringssysteem dat per 2026 wordt ingevoerd door de landelijke overheid. De regionale begroting Bescherming & Opvang komt op deze wijze onder druk te staan, daar de voorzieningen uiteraard wel jaarlijks geïndexeerd worden. Hiermee worden de uitgaven hoger, terwijl de opbrengsten uit deze twee uitkeringen niet meestijgen met de kosten. Vooralsnog voldoen gemeenten aan hun wettelijke taken, binnen de daarvoor beschikbare Rijksmiddelen. Het uitgangspunt is dat gemeenten binnen het huidig financieel kader de taken kunnen blijven uitvoeren.
Reserve
De gemeenten zijn risicodragend ten aanzien van het programma Bescherming & Opvang. Dit betekent dat een positief resultaat ten gunste wordt gebracht van de reserve tot het plafond van twee miljoen euro is bereikt, het overgebleven positieve resultaat wordt
op basis van inwonertal over de gemeenten verdeeld. Een negatief resultaat wordt ten laste van de reserve gebracht tot het moment dat deze op nul staat, het overgebleven negatieve resultaat wordt op basis van inwonertal over de gemeenten verdeeld. De reserve kent sinds het eerste regionale beleidsplan, vanaf 2017, een vaststaand plafond van twee miljoen. Gemeenten hebben in 2025 alle regionale reserves geactualiseerd51, waarmee het plafond van de reserve van Bescherming & Opvang wederom een plafond kent van twee miljoen.
Waarom een reserve
Bij het werken met een reserve kunnen onverwachte kosten en/of tegenvallende inkomsten direct opgevangen worden. In dit vastgestelde bestedingsvoorstel staan twee concrete voorbeelden van onverwachte (en/of niet planbare) kosten, bij voorstel 4 en 5. Beleid maken en vervolgens het vastgestelde beleid uitvoeren kan in sommige situaties leiden tot onvoorziene omstandigheden, ook ten aanzien van de inkomsten en uitgaven. Ook met dit beleidsplan zijn er doelstellingen opgenomen, waarvan op voorhand niet bekend is of deze doelen vervolgens ook extra kosten met zich mee zullen brengen en/of hoeveel kosten hiermee gemoeid zullen zijn en wanneer die kosten gemaakt zullen worden. Dit soort kosten kunnen dan in eerste instantie opgevangen worden via de reserve, zodat er geen vertragingen hoeven te ontstaan. Daarnaast zullen er ook doelstellingen bij de uitvoering niet (tijdig en/of volledig) gerealiseerd worden, waarbij er al wel vooraf uitgaven begroot zijn. Hierdoor kan er op een lopende begroting dus ook geld overblijven en incidenteel voor iets anders – passend binnen het beleidskader Bescherming & Opvang en bedoeld voor de daarbij horende doelgroep - ingezet worden of op den duur structureel een andere bestemming krijgen, zoals ook met het hierboven genoemde bestedingsvoorstel is gebeurd.
Financiële ontwikkelingen Doordecentralisatie beschermd wonen
Op dit moment zijn de centrumgemeenten nog altijd verantwoordelijk voor de wettelijke taken en bijbehorende Rijksmiddelen betreffende beschermd wonen (BW) en de maatschappelijke opvang (MO). Vanaf 2023 zouden alle gemeenten gefaseerd verantwoordelijk gemaakt worden voor de uitvoering en bekostiging van beschermd wonen. Vervolgens zou vanaf 2026 de mogelijkheid van de doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang aan de orde
komen52. De invoering van het Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen53, met tegelijkertijd de invoering van het objectief verdeelmodel, is vervolgens een paar keer uitgesteld en ook nu is er nog geen besluit genomen over de invoering daarvan. De doordecentralisatie betreffende de maatschappelijke opvang zal daarmee ook tot nader orde uitgesteld worden. Voor gemeenten in Gooi en Vechtstreek heeft bovengenoemde doordecentralisatie naar verwachting weinig tot geen effect. Gemeenten continueren de huidige samenwerking waarbij zij ook samen invulling blijven geven aan de financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming
Om de beoogde transitie naar het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming (TKS) vorm te geven, stelde het Rijk voor de jaren 2023 tot en met 2025 incidentele middelen beschikbaar. De uitkering hiervan verliep via de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO) die de centrumgemeenten van het Rijk ontvangen. Daar vrouwenopvang een overgedragen taak betreft en centrumgemeente Hilversum de DUVO overhevelt naar de Regio, gebeurde dit ook met de hierboven genoemde incidentele middelen. Met de voorjaarsnota van 2025 vond het kabinet vooralsnog geen ruimte voor de transitiekosten van het TKS voor 2026 en verder. Hiermee eindigen de incidentele middelen die van 2023 tot en met 2025 via de DUVO werden uitgekeerd. Daarmee eindigt ook de financiering van het TKS vanuit de begroting van Bescherming & Opvang.
Financieel ravijnjaar
Vanaf 2026 wordt er een nieuw financieringssysteem ingevoerd door de landelijke overheid. Concreet betekent dit dat het geld uit het gemeentefonds via een nieuwe verdeelsleutel wordt toegekend aan gemeenten. De verwachting was aanvankelijk dat gemeenten gezamenlijk 2,4 miljard euro minder van het Rijk zullen ontvangen, waarbij de taken gelijk blijven. Met het publiceren van de Voorjaarsnota 2025 wordt de terugval in het gemeentefonds deels gecompenseerd met een structureel bedrag van 414 miljoen euro54. Het ziet ernaar uit dat de Rijksmiddelen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang ongemoeid blijven, waardoor gemeenten de wettelijke taken ten aanzien van Bescherming & Opvang binnen het huidig financiële kader kunnen blijven uitvoeren.
53
BIJLAGEN
‘Vanwege de onveilige situatie bij haar ouders thuis, kan en wil ze daar niet meer wonen.‘
54
BIJLAGE 1 ACHTERGRONDINFORMATIE MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN Deze bijlage gaat dieper in op de achtergrond van de maatschappelijke ontwikkelingen die eerder geschetst zijn het hoofdstuk ‘Beleidskader 2026 – 2033’, paragraaf ‘Maatschappelijke ontwikkelingen’.
Van beschermd wonen naar beschermd thuis
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschermd wonen van inwoners met psychische, psychiatrische en/of sociaal-maatschappelijke problemen. Zij wonen bijvoorbeeld in een voorziening met andere inwoners, die ook intensieve begeleiding en toezicht nodig hebben. De beweging van beschermd wonen naar een beschermd thuis zorgt ervoor dat mensen mee kunnen blijven doen in de samenleving en structuur in hun dagelijks leven behouden. Steeds vaker blijven mensen in hun eigen huis wonen en komen de hulpverleners bij hen thuis. In 2015 bracht de commissie Dannenberg, in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), een advies uit over de toekomst van het beschermd wonen. Gemeenten zijn circa tien jaar bezig met deze beweging, zo ook de gemeenten van Gooi en Vechtstreek. Gemeenten geven met ‘een beschermd thuis’ invulling aan een beweging die ten goede komt aan de participatie en zelfregie van inwoners die zelf, of met hulp vanuit de omgeving, moeite hebben om zich in de samenleving staande te houden. De wetgeving is daarbij instrumenteel. De behoeften van de mensen om wie het gaat en de menselijke maat zijn het vertrekpunt. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is de basis van beschermd wonen en daarmee ook van het beleid van gemeenten voor de beweging naar een beschermd thuis (bron: VNG).
De ambitie van de landelijke en lokale overheden is om samen met alle belanghebbenden een duurzame beweging in gang te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp te borgen dicht bij de mensen. Ondanks dat de beweging de nodige kwalitatieve effecten heeft voor inwoners is er landelijk nog altijd sprake van wachtlijsten en wachttijden voor (het klassieke) beschermd wonen55. De vraag naar beschermd wonen is de afgelopen jaren afgenomen. Dit komt voor een groot deel doordat de Wet langdurige
zorg (Wlz) per 2021 werd opengesteld voor mensen met psychische problematiek en een permanente 24 uurszorg behoefte. Circa zestig tot vijfenzestig procent van de inwoners die in onze regio gebruik maakten van beschermd wonen ontvangen sindsdien zorg met verblijf, van veelal dezelfde zorgaanbieders, bekostigd vanuit de Wlz in plaats van uit de Wmo. De vraag naar beschermd wonen is echter ook afgenomen door de werking van het regionale beleid. Zo zijn er regionale toelatingscriteria ontwikkeld, om consulenten handvatten te geven en inwoners een gelijke behandeling te geven. Hiermee worden bijvoorbeeld (enkelvoudige) huisvestings-problemen niet meer opgelost met het inzetten van beschermd wonen. Ook heeft de inzet van de regionaal wachtlijstbeheerder, die nauw samenwerkt met de gecontracteerde aanbieders en met de gemeentelijke uitvoeringsdiensten, geleid tot het actueel houden en (daarmee) inkorten van de wachtlijst voor beschermd wonen, het versnellen van het plaatsingsproces en het mede mogelijk maken van intervisiebijeenkomsten voor consulenten van de diverse uitvoeringsdiensten. De ontwikkeling van diverse alternatieven voor beschermd wonen, waardoor mensen thuis kunnen blijven wonen of eerder het beschermd wonen kunnen verlaten, dragen in toenemende mate bij aan het afnemen van de vraag.
Sinds medio 2024 is het aantal aanvragen voor beschermd wonen voor/door jongeren toegenomen, te weten tien in vier maanden tijd. Het komt voor dat jongeren worden aangemeld voor beschermd wonen, als vervolg op het jeugdverblijf56, waarbij ze deze 24 uurszorg voorziening eigenlijk niet echt nodig hebben. Bij een gebrek of tekort aan passende alternatieven wordt beschermd wonen toch vaak verkozen als best passend vervolg op het jeugdverblijf zodra de jongere (bijna) achttien wordt. Monitoring Net als bij de aanpak dakloosheid is ook dit proces, per regio, in beeld gebracht via het dashboard Beschermd Thuis. Dit dashboard is een vervolg en een verdieping op het dashboard dat in het kader van de Norm van Opdrachtgeverschap57 is opgesteld. Dit dashboard is op centrumgemeenteniveau inzichtelijk gemaakt. Het dasboard van onze regio staat op alle hoofd en sub thema’s op ‘gereed’. Dit betekent dat het beleidsmatig inmiddels minder aandacht vergt, maar tegelijkertijd zeker niet als afgehandeld beschouwt dient te worden. Gemeenten en Regio zullen op alle thema’s blijven acteren en bijsturen daar waar nodig, samen met de betrokken
55
maatschappelijke ervaringskennis.
partners
en
inwoners
met
Onvoldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen
In Gooi en Vechtstreek komen per jaar circa veertienhonderd sociale huurwoningen beschikbaar. Deze woningen worden via Woningnet regionaal aangeboden. Vijftig tot zestig procent hiervan wordt verhuurd aan starters en veertig tot vijftig procent aan doorstromers. Sinds 1 juli 2019 is een Huisvestingsverordening van kracht waarin mensen die uitstromen uit onder andere Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang zijn benoemd als urgentiecategorieën. Mensen die toe zijn aan zelfstandig wonen – al dan niet met ambulante begeleiding – komen na een jaar actief reageren met voorrang in aanmerking voor een passende woning. In de regionale woonzorganalyse hebben gemeenten, samen met woningcorporaties en zorgpartijen de woonbehoefte van inwoners met een zorgvraag in beeld gebracht. Deze behoefte maakt integraal onderdeel uit van de demografische ontwikkelingen en de woningbehoefte zoals berekend door de Provincie Noord Holland. Deze behoefteberekening is één op één vertaald in de woningbouwopgave Gooi en Vechtstreek, zoals ook opgenomen in het regionale Woonakkoord en de Woondeal MRA.
56
Medio 2025 worden de nieuwe prognoses van de provincie verwacht die worden verwerkt in de actuele woningbouwopgave.
Dakloosheid
Dakloosheid kent verschillende oorzaken. Eenmaal dakloos wordt het vaak nog moeilijker om daaraan te werken. Daarom kan dakloosheid ook alleen bestreden worden in samenhang met andere programma’s, zowel nationale programma’s als gemeentelijk beleid en regelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om armoedebeleid, huisvestingsbeleid voor aandachtsgroepen, wijzigingen in de Participatiewet (In Balans) voor werk en inkomen, wijzigingen van de BRP (Burgerzaken) en om de nationale woon- en bouwagenda. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen, waarmee aangesloten wordt bij de Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Inmiddels wordt de haalbaarheid van het beëindigen van dakloosheid in 2030 in twijfel getrokken en als niet realistisch ervaren door gemeenten en partners in het land. Sterker nog, het aantal dak- en thuislozen lijkt alleen maar toe te nemen58. Dit neemt niet weg dat gemeenten wel hoge prioriteit blijven geven aan dit actieplan. Zo ook de gemeenten in Gooi en Vechtstreek, die sinds juni 2024 een plan van aanpak Dakloosheid 2024 – 2025
in uitvoering hebben genomen, aanvullend aan het beleidsplan Bescherming & Opvang 2022 - 2025. Omdat er in Nederland veel jongeren dak- of thuisloos zijn, is hiervoor een aanvullende actie-agenda voor ontwikkeld. De Actie-agenda Voorkomen van jongerendakloosheid (16-27 jaar) is te zien als een addendum bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Het is een nadere uitwerking en concretisering van actielijn 6 van het actieplan, dat aandacht vraagt voor specifieke groepen. Deze actie-agenda gericht op jongeren is nodig, omdat er zorgelijke signalen zijn dat het aantal dakloze jongeren na een dalende trend weer toeneemt. Bovendien blijkt blijvende aandacht en gerichte actie vanuit alle samenwerkende partners voor de groep 16 tot 27-jarigen nodig: zonder specifieke aandacht, dreigen ze van de agenda te vallen. Als er niets gebeurt, is het risico dat het aantal dakloze jongeren verder stijgt. Het doel is om dakloosheid onder jongeren te voorkomen en terug te dringen. De belangrijkste punten uit deze agenda zijn: • Preventie en vroegsignalering: risicofactoren zo snel mogelijk zien door betere en integrale samenwerking onderwijs-jeugdzorgmaatschappelijke organisatie en gemeentelijk preventiebeleid per regio. • Financiële zekerheid: het verbeteren van de financiële situatie van jongeren door aanpassingen in de Participatiewet (-in Balans) en het armoede- en schuldenbeleid.
• Een veilige plek om te wonen: betere samenwerking om jongeren een veilige woonplek te bieden. • Continuïteit van ondersteuning: betere samenwerking om soepele overgangen en continuïteit van ondersteuning te waarborgen ook tussen de systemen en stelsels (18-/18+).
het concreet in beeld brengen van alle dak- en thuislozen aan de hand van de ETHOS-Light59 classificaties en telmethode. Het CBS heeft zich hier onlangs bij aangesloten en heeft over de jaren 2022 en 2023 een uitvraag gedaan bij gemeenten en maatschappelijke opvangorganisaties over de personen die gebruik hebben gemaakt van de noodopvang (ETHOS-Light categorie 2) en de tijdelijke opvang (categorie 3). In december 2024 werden deze gegevens gepubliceerd in de eerste CBS Monitor Dakloosheid. In 2022 hebben 29 centrumregio’s hieraan meegewerkt en in 2023 waren dit er 36. Gooi en Vechtstreek heeft, in samenwerking met de regionale maatschappelijke opvang aanbieder, beide jaren meegedaan. In Gooi en Vechtstreek zijn 0,71 (inwoner) per 1000 inwoners dakloos geweest en hebben daarbij gebruik gemaakt van de maatschappelijke opvang (in 2023). Deze cijfers geven een beter beeld per regio dan de landelijke schattingen van de jaren daarvoor,
De evaluatierapportage kwetsbare EU burgers laat de resultaten van zes pilots in grotere gemeenten zien voor de aanpak van kwetsbare EU-burgers. De resultaten laten zien dat de combinatie van voorlichting (in het thuisland) opvang en begeleiding werkt om dakloosheid te voorkomen. Het advies is om landelijke richtlijnen op te stellen in aansluiting op landelijke toegankelijkheid Wmo en gemeenten hiervoor van extra middelen te voorzien. Monitoring Er is een landelijk dashboard Dakloosheid ontwikkeld waar de voortgang op de aanpak dakloosheid, per regio, in beeld is gebracht en gepubliceerd staat op centrumgemeenteniveau. Onderdeel van het Nationaal Actieplan dakloosheid is
57
maar nog geen compleet beeld. Zelfs niet over alle personen die gebruik hebben gemaakt van de opvangvoorzieningen, vallend onder de ETHOS-Light categorie 2 en 3 en al helemaal niet over alle dak- en thuislozen. Gemeenten zijn in de gelegenheid gesteld om toelichting op de cijfers van de eigen regio te geven. Daar heeft Regio Gooi en Vechtstreek gebruik van gemaakt en deze toelichting is opgenomen in de monitor dakloosheid.
Meer incidenten rondom onbegrepen gedrag
Landelijk stijgt het aantal incidenten met mensen die onbegrepen gedrag vertonen. Een relatief kleine groep is in deze meldingen oververtegenwoordigd. De politie besteedt veel tijd en middelen aan deze meldingen. Dit legt een zware druk op hun capaciteit. Het gaat hierbij enerzijds om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen en waarbij veelal veel problemen tegelijkertijd spelen. Deze problemen gaan al dan niet met een gevarenrisico voor de inwoner zelf of hun omgeving gepaard. Te denken valt aan inwoners met psychische problemen, een licht verstandelijke beperking, dementie en/of verslaving. Maar ook mensen met levensproblemen die hen boven het
58
hoofd dreigen te groeien, kunnen onbegrepen gedrag vertonen. Denk daarbij aan ernstige schulden, dakloos zijn en/of verlies van dierbaren. Anderzijds betreft dit een groep inwoners zonder goede inbedding in het leven die op het randje van justitie en zorg balanceren. Zij veroorzaken vernielingen en/of ernstige overlast, stellen zich dreigend op en vallen andere inwoners lastig. Hoewel dit een hele kleine groep betreft, is de last voor de omgeving zeer groot. Sommigen van hen komen in aanmerking voor gedwongen opname in een GGz-instelling. De door hen gepleegde feiten zijn los van elkaar vaak echter niet ernstig genoeg voor vervolging. Een goede samenwerking tussen politie, GGz, gemeenten en andere betrokken partijen is cruciaal om tot een gecoördineerde aanpak te komen. Hierbij is het van belang ook oog voor de samenleving als geheel te hebben. De impact van (ernstige) gevallen van personen met onbegrepen en/of overlastgevend gedrag op de samenleving en leefbaarheid én op het vertrouwen in de overheid vergt eveneens aandacht. Kortom: er dient sprake te zijn van een balans tussen de bescherming van individuele belangen en de belangen van de samenleving als geheel 60. In heel uitzonderlijke gevallen kan de burgemeester besluiten dat verplichte zorg moet worden opgelegd.
Dat kan alleen in een crisissituatie waarin snel ingegrepen moet worden. De burgemeester geeft dan een zogeheten crisismaatregel af. Dit kan alleen worden opgelegd wanneer een patiënt zich tegen noodzakelijke zorg verzet en er een ernstige dreiging is. Uitgangspunt is dat deze verplichte zorg alleen als laatste redmiddel wordt ingezet. De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is bedoeld om de rechten van mensen die verplichte zorg krijgen te beschermen en om verplichte zorg zo veel mogelijk te voorkomen. De evaluatie van de Wvggz in 2022 toont aan dat de wet samenwerking stimuleert en de aandacht voor de wensen van de betrokkene vergroten. De wetten zijn in de praktijk niet geslaagd op het gebied van toegankelijkheid en werkbaarheid. Op basis van deze bevindingen is een wetsvoorstel ter wijziging van de Wvggz in internetconsultatie gegaan. Na verwerking van de opgehaalde consultatiereacties wordt het wetsvoorstel aangepast. Vervolgens gaat het voorstel naar de Raad van State voor advies. Daarna volgt indiening bij de Tweede Kamer voor behandeling.Doel hiervan is de rechtsbescherming te versterken en de wetten beter uitvoerbaar te maken. Met hierbij oog voor maatwerk en de wensen van de cliënt. De hoorplicht die in het kader van de Wvggz
door de Regio wordt ingekocht, is onderwerp van wijziging in dit wetsvoorstel. De Regio anticipeert op gevolgen van een eventuele wetswijziging. De afgelopen jaren zijn meerdere (calamiteiten) rapporten verschenen over ernstige incidenten waarbij mensen met verward of onbegrepen gedrag betrokken waren. Toezicht Sociaal Domein (TSD), samen met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) doen samen een breed onderzoek naar ernstige en ook dodelijke incidenten waarbij mensen met onbegrepen gedrag de dader of verdachte waren. Deze mensen waren vaak al onder behandeling in de geestelijke gezondheidszorg en/of kregen ondersteuning vanuit hun gemeente. Daarnaast hadden zij soms een justitiële achtergrond. Er wordt onderzocht hoe zorgorganisaties, gemeenten en politie/justitie samenwerken om de juiste zorg en ondersteuning te bieden aan mensen met verward gedrag, en desnoods strafrechtelijk op te treden. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen leiden tot wetswijzigingen en aanpassingen van beleid en procedures waarop Gooi en Vechtstreek moet anticiperen.
59
Geweld in afhankelijkheidsrelaties
In Nederland zijn we er de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd om fundamenteel het verschil te maken in het terugdringen van geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). Dit betekent niet dat er niets gebeurt. De ingezette interventies zijn echter niet genoeg om het geweld te voorkomen, tijdig te herkennen en duurzaam te stoppen. Gooi en Vechtstreek vormt hierop geen uitzondering. Femicide is dodelijk geweld tegen vrouwen en meisjes en komt in alle lagen en delen van de Nederlandse samenleving voor. Het kabinet wil er alles aan doen om femicide en andere vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes te voorkomen. Daarom werd in 2024 het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ gepubliceerd. Bij de meeste gevallen van moord en doodslag op vrouwen is de dader (ex-)partner of familielid. De aanpak van femicide bouw daarom voort op de aanpak van huiselijk geweld, met extra aandacht voor het vergroten van deskundigheid specifiek over femicide en samenwerking tussen betrokken partijen. Het kabinet zet onder andere in op het beter herkennen van geweldssignalen door bijvoorbeeld politie, justitie en Veilig Thuis en eerder ingrijpen bij huiselijk geweld om escalatie te voorkomen.
Bij het maken van de aanpak is intensief samengewerkt met nabestaanden van femicide-slachtoffers, ervaringsdeskundigen van huiselijk geweld en kindermishandeling, organisaties die in de praktijk werken met slachtoffers en plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling en wetenschappelijke instituten. Het plan bestaat uit 4 pijlers waarbinnen 10 prioriteiten zijn benoemd die de komende 2 jaar met voorrang opgepakt worden. Het is belangrijk om signalen beter te herkennen die kunnen wijzen op femicide, zogenaamde rode vlaggen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: stalking, intieme terreur of bedreiging. Het creëren van bewustwording en het bieden van duidelijke handelingsperspectieven zijn hierbij essentieel, voor professionals, mogelijke slachtoffers en omstanders. Bij vermoedens of signalen van geweld of stalking, is een juiste en vooral tijdige reactie van groot belang voor de bescherming van slachtoffers en de aanpak van de plegers. Prioriteiten zijn zowel het verbeteren van de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld als de hulpverlening voor slachtoffers. Het plan wordt samen met gemeenten en partners ook regionaal en lokaal vertaald. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) (hierna, TKS) is een landelijk programma dat gericht is op het verbeteren van de aanpak van
60
structurele onveiligheid bij huishoudens. Het TKS is in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid en VWS opgesteld. Binnen het programma wordt uitgegaan van een nieuwe manier van werken waarbij onveiligheid tijdig wordt gesignaleerd en hulp beter bij inwoners aansluit. Zo komen we tot een systeemgerichte aanpak voor inwoners van 0 tot 100. TKS maakt weliswaar geen onderdeel uit van het programma Bescherming & Opvang, maar heeft wel een duidelijke verbinding heeft met dit beleidsterrein. Het TKS erkent de complexiteit van geweld in afhankelijkheidsrelaties en benadrukt de noodzaak van maatwerk, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals gender en culturele achtergrond. Dit sluit aan bij de regionale visie op preventie en herstel, een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid en de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Een aantal acties binnen het TKS vindt in nauwe samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd plaats. Dit geldt in het bijzonder voor het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. Door gezamenlijk op te treden in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties handelen gemeenten in lijn met de ontwikkelingen binnen de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming (TKS).
Deze ontwikkelingen bieden ons de mogelijkheid om onze aanpak continu te verbeteren en aan de nieuwste inzichten en beleidskaders aan te passen. De cijfers hiernaast zijn een weergave van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag61. Deze monitor is gebaseerd op zelfrapportage. Zelfrapportagecijfers aangaande geweld in afhankelijkheidsrelaties geven het beste de aard en omvang van huiselijk geweld weer. Onderstaand een overzicht van het aantal adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek. Bij een advies denkt Veilig Thuis mee met betrokkenen/of professionals over de ernst van de situatie en wat mogelijke vervolgstappen kunnen zijn. De cliënt blijft anoniem. Bij een melding maakt Veilig Thuis een beoordeling van de veiligheid en wordt met alle betrokkenen actief samengewerkt om de situatie weer veilig te maken. Het aantal adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek ligt beduidend lager dan de zelfrapportagecijfers die in Nederland beschikbaar zijn. Dit verschil in zelfrapportage en
Feiten over geweld in afhankelijkheidsrelaties
•
In 2024 gaf 9% van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder (bijna 1,3 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van één of meerdere vormen van huiselijk geweld. Op basis van het inwoneraantal van Gooi en Vechtstreek betekent dit dat er in de regio ongeveer 22.500 mensen van 16 jaar en ouder zijn die in de afgelopen 12 maanden slachtoffer werden van één of meerdere vormen van huiselijk geweld. Van deze groep is 7% structureel slachtoffer van huiselijk geweld. Dit betekent dat minstens 1.575 van de Gooise inwoners ten minste één vorm van huiselijk geweld (bijna) dagelijks, wekelijks of maandelijks meemaken.
•
1 op de 20 ouderen (65+) ooit te maken krijgt met mishandeling door familie/ mantelzorgers, professionele zorgverleners of vrijwilligers. In Gooi en Vechtstreek zijn dat minstens 2.500 ouderen die worden mishandeld.
•
Naar schatting zijn jaarlijks ongeveer 1,2 miljoen (1 op 5) vrouwen in Nederland slachtoffer van partnergeweld. Dit omvat fysiek, psychisch en seksueel geweld. Ongeveer 13.000 mannen worden jaarlijks slachtoffer van partnergeweld. Hierop gebaseerd zijn jaarlijks ongeveer 24.380 vrouwen en 2.600 mannen in Gooi en Vechstreek slachtoffer van partnergeweld.
Aantal meldingen/adviezen per gemeente 2024 Gemeente
Melding
Advies
Totaal
Blaricum
46
20
66
Gooise Meren
248
235
483
Hilversum
624
574
1198
Huizen
254
206
460
Laren
48
37
85
Wijdemeren
104
83
187
Onbekend
Nvt
74
74
Overige
17
23
40
Totaal
1341
1252
2593
Bron: Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek
61
meldingsbereidheid benadrukt de noodzaak van effectieve preventie, tijdige ondersteuning en goede nazorg.
Integraal Zorgakkoord
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) richt zich op het verbeteren van de zorg in Nederland, inclusief de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz). Het doel is om de zorg toegankelijk, betaalbaar, kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig te houden. Een belangrijk onderdeel van het IZA is het aanpakken van mentale gezondheid. Eén van de speerpunten hiervan is het verbeteren van de toegankelijkheid van zorg voor kwetsbare groepen. Het AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) is een verdieping en verbreding van het IZA. Waar IZA zich vooral richt op de zorgsector, brengt AZWA daar het sociaal domein nadrukkelijk bij. IZA bleek in de praktijk onvoldoende om de complexe zorgvragen op te lossen die ook sociale en maatschappelijke oorzaken hebben. De afspraken uit het IZA blijven van kracht. AZWA versterkt en verdiept deze afspraken. AZWA legt daarbij meer nadruk op samenwerking tussen zorg en welzijn, en op het voorkomen van zorgvraag door inzet op gezondheid. AZWA vult IZA aan door gemeenten en welzijnsorganisaties actief te betrekken, zodat er integraal gewerkt wordt aan gezondheid, ondersteuning en participatie. De ontwikkeling van laagdrempelige zelfregiesteunpunten in het kader van het IZA biedt inwoners met (ernstige) psychische problemen en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheden en hun naasten een fysieke plaats waar zij terechtkunnen.
Om zo te werken aan hun herstel en ontwikkeling en voor informatie, advies en belangenbehartiging. In zelfregiesteunpunten zijn ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers in de lead. Voor de ontwikkelingen binnen het IZA geldt dat er op verschillende thema’s raakvlakken zijn met zowel het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (TKS) als ook met Bescherming & Opvang. Het IZA legt, net als het TKS, nadruk op preventie en vroegsignalering. Beide gaan daarnaast uit van een holistische benadering, waarbij niet alleen zorg, maar ook ondersteuning op andere levensgebieden zoals huisvesting en inkomen wordt meegenomen. Het IZA heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Daar waar het thema ‘mentale gezondheidsnetwerken’ betreft is er een directe relatie met dit beleidsterrein, zowel ten aanzien van de te ontwikkelen laagdrempelige zelfregie steunpunten als ten aanzien van de zogeheten EPA -doelgroep62.
62
BIJLAGE 2 - DEELNAME EEMNES In de onderstaande tabel is per maatregel aangegeven of gemeente Eemnes deelneemt. Maatregel
Eemnes
Preventie en perspectief Continueren en doorontwikkelen Herstelnetwerk
ja
Laagdrempelige zelfregiesteunpunten
ja
Crisiskaart ondersteunt eigen regie
ja
Respijtvoorziening Retrovo
ja
Continueren GGz Mantelzorg
ja
Risicogroepen in beeld
deels
Continueren preventie, vroegsignalering en PHP
ja
Continueren OGGz (arbeidsmatige) dagbesteding
ja
Veilig en beschermd thuis wonen Aanpakken dak- en thuisloosheid
ja
Zorgdragen voldoende (kleinschalige) opvang
ja
De beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis continueren
ja
Meer gerichte aandacht voor middelengebruik en verslaving
ja
Overgang van 18- naar 18+ verbeteren voor jongeren Continueren huisvesting maatschappelijke doelgroepen (HMD)
deels nee
Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid Bestuurlijke afstemming zorg en veiligheid
ja
Doorontwikkelen sluitende aanpak kwetsbare inwoners
ja
(O)GGz bemoeizorg continueren en breder toegankelijk maken
ja
Vrijwillige nazorg (ex-)gedetineerden Doorontwikkelen aanpak GIA
nee deels
Hoogwaardige zorg voor slachtoffers van seksueel geweld
ja
Aanpak uitbuiting en mensenhandel
ja
Regionale samenwerking Gezamenlijke beleidsuitvoering
ja
Gezamenlijke inkoop & contractbeheer
ja
63
BIJLAGE 3 - VOETNOTEN
64
nr.
Vermelding
1.
Wijdemeren gaat fuseren met Hilversum ingaande 1 januari 2027 (ambtelijk per 2026). Weesp heeft in 2022 de regio verlaten, vanwege een fusie met Amsterdam.
2.
Zorgpartners Arkin/Jellinek, Blijf Groep, GGz Centraal, Kwintes + Leger des Heils en andere relevante maatschappelijke partners zoals de woningcorporaties, politie, Zorg en Veiligheidshuis, Veilig Thuis, Zorgkantoor Zilveren kruis, GGD, MEE en HVO Querido.
3.
De vrouwenopvang wordt niet doorgedecentraliseerd.
4.
Het Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen (BW) betekent dat elke gemeente verantwoordelijk wordt voor BW, voor haar eigen inwoners, ook wanneer die naar een andere gemeente verhuizen omdat daar de beste plek voor herstel is.
5.
De VNG is sinds eind 2023 de diverse wachtlijsten en wachttijden inzichtelijk aan het maken en tot een voorstel te komen over hoe landelijk ook het gesprek goed te kunnen gaan voeren met de buitenwereld over wat gemeenten zien, in welke context dat geplaatst moet worden en hoe gemeenten daarop anticiperen, welke knelpunten zij daarbij tegenkomen en wat gemeenten nodig hebben. Een aantal regio’s zijn daar actief bij betrokken, waaronder Gooi en Vechtstreek, via de Regio.
6.
Zowel in andere gemeenten en regio’s als ook in Gooi en Vechtstreek, worden er knelpunten ervaren in het ondersteunen van mensen met een alcohol- en/of drugs verslaving.
7.
Convenantpartners zijn de gemeenten, woningcorporaties en betrokken zorgpartijen.
8.
Samen met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de VNG, woningbouwcorporaties, zorgaanbieders, clientorganisaties en andere belanghebbende partijen
9.
In 2023 12 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant, in 2024 deden 55 gemeenten in 6 regio’s verspreid over Nederland mee en in 2025 57 gemeenten uit 9 regio’s. Het tellen vindt vooralsnog eenmalig op één dag plaats, per regio.
10.
Veilig opvang is - ongeacht genderidenteit - voor alle slachtoffers (vrouw, man, trans, non-binair etc.) van geweld in afhankelijkheidsrelaties beschikbaar.
11.
Ernstige Psychiatrische Aandoeningen
12.
Herstel staat centraal in ons beleid. Herstel gaat over het (leren) leven met een ontwrichtende ervaring, met een aandoening, beperking of kwetsbaarheid waarbij eigen mogelijkheden en eigen kracht centraal staan. Zo krijgen inwoners hoop, perspectief en kunnen zij zich (opnieuw) verbinden met zichzelf, anderen en de samenleving.
13.
Daarnaast krijgen gemeenten, vanaf 2026, er structureel 414 miljoen euro bij om de stijgende kosten van de Jeugdzorg op te vangen en incidenteel een voordeel van ongeveer 950 miljoen, verdeeld over 2026 en 2027 als gevolg van het voornemen om de Hervormingsagenda Jeugd door te schuiven naar 2028).
14.
Het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol en Drugs is hier een onderdeel van.
15
Binnen het sociaal domein tussen Wmo en Jeugdwet en tussen Wmo en Participatiewet. Sociaal domein met fysiek domein (relatie zorg/ondersteuning en wonen). Sociaal domein met Openbare Orde Veiligheid (relatie zorg en veiligheid).
16.
Waardoor bijvoorbeeld de kans op dakloosheid steeds groter is geworden.
17.
Waaronder ook ervaringsdeskundige jongeren, familie/naasten.
18.
Integraal Zorgakkoord (IZA)
19.
Daggasten zijn mensen die over het algemeen voorafgaand aan een tijdelijk verblijf in Retrovo of na afloop daarvan binnen lopen voor een praatje.
20.
Denk aan de Monitor Dakloosheid van het Centraal Bureau voor de Statistieken (CBS), het Dashboard Aanpak Dakloosheid, het Dashboard Beschermd Thuis en ook de Monitor Huisvesting Aandachtsgroepen, Impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling en de Ketenmonitor Wvggz, overzicht en analyse van cijfers uit het zorg-, veiligheids-, huisvestings- en sociaal domein.
21.
Ten aanzien van het PHP wordt momenteel een separaat proces doorlopen, met afwijkende periodes; beleidsplan voor 4 jaar en uitvoeringsprogramma’s voor 2 jaar. Dit plan wordt dan ook apart van dit beleidsplan vastgesteld, uitgevoerd en verantwoord. Tot en met 2025 heet het PHP ‘Alcohol en Drugs’, vanaf 2026 ‘Alcohol en Middelen’ daar gemeenten het thema ‘vapen en roken’ aan het PHP hebben toegevoegd. Ondanks de toevoeging van preventie-activiteiten in het kader van vapen en roken, blijft het PHP binnen het bestaande financiële kader uitgevoerd worden en zal gemeente Eemnes voortaan ook deelnemen aan het PHP van regio Gooi en Vechtstreek.
22.
OGGz staat voor Openbare Geestelijke Gezondheidszorg.
23.
Deze ambitie reikt verder dan alleen beschermd wonen (Wmo). Ook vanuit het programma ‘Een thuis voor Noordje’, waarin gestreefd wordt naar ‘jongeren zo thuis als mogelijk te laten opgroeien’.
24.
IZA staat voor Integraal Zorgakkoord
25.
‘Een kleine groep’ wordt niet nader gekwantificeerd door de commissie Dannenberg. In de intramurale zorgsector wordt dit vaak vormgegeven middels kleinschalige afdelingen en/of woongroepen binnen een wat grotere beschermd wonen voorziening, vergelijkbaar met hoe verpleeghuizen dit vormgeven.
26.
Peildatum 26 april 2023 stonden 64 wachtenden op de lijst waarvan 56 actief en 8 passief wachtend. Peildatum 30 november 2023: 41 wachtenden , waarvan 34 actief en 7 passief wachtend. Peildatum 30 mei 2024: 37 wachtenden, waarvan 28 actief en 9 passief. Peildatum 25 maart 2025: (41 wachtenden waarvan recent 4 zijn afgewezen en daarmee) 37 wachtenden, waarvan 32 actief en 5 passief.
27.
Met dit budget worden tevens de zich voordoende cases Medisch Noodzakelijk Verblijf (op basis van de NZa prestatie Verblijf met Rechtvaardigheidsgrond) bekostigd, conform de daartoe opgestelde afspraken met GGz Centraal ten behoeve van de uitstroom van de long stay kliniek de Mauritzhof in Bussum.
28.
Vergelijkbaar met de Orchidee (6 woonunits voor gezinnen) en de Kotter (1-3 onzelfstandige units voor gezinnen).
29.
Mannelijke slachtoffers worden opgevangen in een landelijk toegankelijke opvang in Amsterdam.
30.
De Mauritzhof (als long stay kliniek) behoort tevens tot deze urgentieregeling.
31.
Big five staat in deze context voor wonen, zorg, financiën, zinvolle daginvulling en netwerk. En lijkt op het ‘Toekomstplan’ van het programma ‘Verbeteren van Instroom, Doorstroom en Uitstroom Jeugd regio Gooi en Vechtstreek (IDU)’, pilot 8.
32.
Voor 5 tot 7 personen; meer is niet wenselijk vanwege de beheersbaarheid op het terrein waar de woningen staan.
33.
Met in totaal 30 woonunits (realisatie: 1 x 30, 2 x 15 of 3 x 10 zelfstandige units)
34.
Kamers met Aandacht is zo’n mogelijkheid die gemeenten al enige jaren inzetten ten behoeve van jongeren.
35.
De term ‘safehouse’ duidt op een veilige en gezonde, abstinente woonomgeving, waarin vaardigheden die essentieel zijn voor blijvend herstel na een verslaving worden aangeleerd en geoefend in een huiselijke omgeving met gelijkgestemden.
36.
Gemeenten gaan hierbij uit van een ‘nee, tenzij’- principe en hanteren hierbij het regionaal afwegingskader voor safehouses.
37.
Comorbiditeit staat voor de aanwezigheid van een aandoening naast een primaire, centraal staande ziekte of aandoening.
38.
Ten aanzien van het PHP wordt momenteel een separaat proces doorlopen, met afwijkende periodes; beleidsplan voor 4 jaar en uitvoeringsprogramma’s voor 2 jaar. Dit plan wordt dan ook apart van dit beleidsplan vastgesteld, uitgevoerd en verantwoord. Tot en met 2025 heet het PHP ‘Alcohol en Drugs’, vanaf 2026 ‘Alcohol en Middelen’ daar gemeenten het thema ‘vapen en roken’ aan het PHP hebben toegevoegd. Ondanks de toevoeging van preventie-activiteiten in het kader van vapen en roken, blijft het PHP binnen het bestaande financiële kader uitgevoerd worden en zal gemeente Eemnes voortaan ook deelnemen aan het PHP van regio Gooi en Vechtstreek.
39.
Bron Rapport Dannenberg: aanbeveling dat beschermd wonen zoveel mogelijk plaatsvindt in kleinschalige woonvormen binnen de wijk. De term kleinschaligheid is daarbij niet gekwantificeerd/in omvang uitgewerkt en zal per initiatief en wijk opnieuw gekeken dienen te worden wat passend is voor de wijk (ten behoeve van draaglast/draagkracht, sociale inclusie, zelfstandigheid en maatschappelijke integratie) en wat haal-/realiseerbaar is voor de betrokken zorgpartij (vergunningen, eisen, betaalbaar en qua personele bezetting ook de organiseerbaarheid).
40.
W in de Wijk is een herstelgerichte aanpak die inclusie van mensen met een psychische kwetsbaarheid bevordert door vrijwilligers, professionals en bewoners zo toe te rusten dat zij eraan bijdragen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zich welkom voelen in hun buurt. Regionaal werken we hierop samen om met elkaar te leren wat werkt in de praktijk. Gooisemeren loopt hierin voorop en deelt met hulp van Trimbos, Phrenos en Movisie, de lessen die zijn geleerd.
41.
En in lijn met het programma ‘Verbeteren van Instroom, Doorstroom en Uitstroom Jeugd regio Gooi en Vechtstreek (IDU)’, zeker ook ten aanzien van pilot 8 ‘Het tijdig realiseren van een kwalitatief goed Toekomstplan voor jeugdigen die verblijven in een residentiele instelling’.
42.
Of via een plustaak aan het Zorg en Veiligheidshuis is toegewezen.
43.
Deze besluitvorming vindt binnen het sociaal domein plaats in het Regionaal Portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein. In het veiligheidsdomein worden besluiten na positief advies van het Districtelijk Veiligheidscollege (DVC) in de twee basisteamdriehoeken (Gooi Noord voor Gooise Meren, Huizen en BEL, Gooi Zuid voor Hilversum & Wijdemeren) bekrachtigd. Aan het DVC nemen alle burgemeesters van de Gooi en Vechtreek samen met Openbaar Ministerie en politie deel. In de basisteamdriehoek zitten de Burgemeester(s), de Gebiedsofficier van Justitie en de Basisteamchef(s) van de Politie. In de basisteamdriehoek worden door de burgemeester en de officier van justitie afspraken gemaakt over lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding. Tevens worden afspraken gemaakt over de inzet van de politie ten behoeve van de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening, alsmede om taken ten dienste van de justitie.
44.
Het voorzien in dergelijke opvangplekken sluit aan bij de maatregelen vanuit de Werkagenda Verbeteren van de aansluiting tussen de forensische zorg en reguliere zorg.
45.
FACT staat voor Flexible Assertive Community Treatment en is een intensieve, outreachende behandelvorm in de psychiatrie voor mensen met ernstige psychische problemen en complexe maatschappelijke problemen. FACT-teams bieden flexibele, langdurige zorg op maat in de leefomgeving van de cliënt, waarbij behandeling, begeleiding en ondersteuning op verschillende levensgebieden hand in hand gaan om herstel te bevorderen en maatschappelijke participatie te stimuleren.
46.
Een aandachtsfunctionaris is binnen een organisatie de deskundige op het gebied van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
47.
De arbeidsmarktkrapte brengt risico’s met zich mee, ook in het kader van zorg en ondersteuning aan inwoners. In het hoofdstuk ‘Maatschappelijke ontwikkelingen’ wordt hier ook op ingegaan en is de relatie gelegd met de beoogde transformatieopgaven binnen het sociaal domein. In geval van personele schaarste herzien maatschappelijke partners in afstemming met hun financiers, waaronder de gemeenten, welke taken cruciaal zijn voor de zorgverlening aan inwoners en welke taken minder essentieel en/of door anderen uitgevoerd kunnen worden. Personele ontwikkelingen staan dan ook standaard op de agenda van de contractgesprekken met de zorgpartners.
48.
Het beleidsplan Bescherming & Opvang richt zich specifiek op inwoners die (dreigen) maatschappelijk uit te vallen. De overgang 18- en 18+ is in de context van dit beleidsplan dus enkel van toepassing waar die overgang een risico op maatschappelijke uitval vormt.
49.
Eemnes werkt op enkele onderdelen met andere regio’s samen (zoals bij de Jeugdwet en Wonen) – zie bijlage 2.
50.
De middelen voor inwoners met een licht verstandelijke beperking beschermd wonen zijn in 2015 niet overgeheveld, ondanks dat gemeenten hiervoor wel verantwoordelijk werden. Nadat de aard en omvang van deze doelgroep onderzocht is, werd bestuurlijk overeengekomen (tussen VWS en VNG) dat er vanaf 2017 een bedrag van 60,4 miljoen euro structureel werd toegevoegd aan de integratie-uitkering Sociaal Domein (en dus niet aan de integratie-uitkering beschermd wonen).
51.
Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor de ‘nota reserves en voorzieningen‘ d.d. 10 april 2025 vastgesteld.
52.
De decentralisatie uitkering vrouwenopvang wordt niet doorgedecentraliseerd.
53.
Het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen (BW) betekent dat elke gemeente verantwoordelijk wordt voor BW, voor haar eigen inwoners, ook wanneer die naar een andere gemeente verhuizen omdat daar de beste plek voor herstel is.
54.
Daarnaast krijgen gemeenten, vanaf 2026, er structureel 414 miljoen euro bij om de stijgende kosten van de Jeugdzorg op te vangen en incidenteel een voordeel van ongeveer 950 miljoen, verdeeld over 2026 en 2027 als gevolg van het voornemen om de Hervormingsagenda Jeugd door te schuiven naar 2028).
55.
De VNG is sinds eind 2023 de diverse wachtlijsten en wachttijden inzichtelijk aan het maken en tot een voorstel te komen over hoe landelijk ook het gesprek goed te kunnen gaan voeren met de buitenwereld over wat gemeenten zien, in welke context dat geplaatst moet worden en hoe gemeenten daarop anticiperen, welke knelpunten zij daarbij tegenkomen en wat gemeenten nodig hebben. Een aantal regio’s zijn daar actief bij betrokken, waaronder Gooi en Vechtstreek, via de Regio.
56.
In het regionale programma IDU Jeugd, bij pilot 8, is het volgende knelpunt benoemd: “Uit de ontwikkellijn Zorg & Wonen is gebleken dat jeugdigen die wonen in residentiele instellingen nu vaak uitstromen zonder passend perspectief of plan. Er wordt tijdens hun verblijf onvoldoende tijdig en gezamenlijk nagedacht en gesproken over hoe terugval te voorkomen… (et cetera)…. Dit heeft als gevolg dat er te weinig tijdig actie wordt ondernomen, waardoor er een risico op doorplaatsing naar elders…(et cetera)..is.”
57.
In de Norm van Opdrachtgeverschap maken gemeenten in een regio richtinggevende afspraken met elkaar over wat zij als regio samendoen, op bijvoorbeeld het gebied van Beschermd Wonen, én over hoe dit lokaal en (boven)regionaal is verbonden.
58.
De eerste ETHOS-telonderzoeken vonden plaats in 2023 in 12 gemeenten in Noordoost-Brabant. In totaal zijn hier 1.498 daken thuislozen geteld. In 2024 deden 55 gemeenten mee in de regio’s Breda, Hart van Brabant, Holland Rijnland, Westelijke Mijnstreek, Gelderland-Zuid en West-Friesland. In totaal zijn hier 6063 dak- en thuisloze mensen geteld.
59.
ETHOS-Light kent 7 classificaties: mensen die leven in de openbare ruimte, in de noodopvang voor daklozen mensen, in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen, mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en of langer in een instellingen verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting, in niet-conventionele woonruimten vanwege gebrek aan passende huisvesting (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning), die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen en mensen met dreigende huisuitzetting.
60
Zie hiervoor het in 2025 verschenen onderzoek ‘De positie van het lokaal bestuur in veiligheidsbestel en veiligheidsbeleid’
61.
Let op: de gepresenteerde aantallen zeggen alleen iets over het aantal zogeheten (E33-)meldingen ‘incidenten onbegrepen (c.q. verward) gedrag’ en niets over het aantal individuele personen met onbegrepen gedrag.
62.
Ernstige Psychiatrische Aandoeningen
65
Auteurs Layla Kramer Sonja Hartkamp
Heeft u vragen of opmerkingen, mail met:
Redactie Gemeentelijke adviseurs Bescherming & Opvang
Sonja Hartkamp s.hartkamp@regiogv.nl Layla Kramer l.kramer@regiogv.nl
Fotografie Beeldbank Regio Gooi en Vechtstreek en gebruikmakend van Het Beelddepot Vormgeving en realisatie Chantal van Erven
Kenmerk: DOC-25013163
Colofon Beleidsplan Herstel de verbinding Bescherming & Opvang 2026-2033