Bijlage 1 Beleidsplan Bescherming & Opvang Herstel de verbinding 2026-2033
Tekst van het document
BELEIDSPLAN
HERSTEL DE VERBINDING Bescherming & Opvang 2026 - 2033
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Inleiding
4
Welke wettelijke taken behoren tot dit beleidskader?
4
Waarom een regionaal beleidsplan?
4
Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen?
5
Hoe is dit beleidsplan opgebouwd?
5
Uitvoeringsprogramma’s
5
Beleidskader 2026-2033
6
Maatschappelijke ontwikkelingen
7
Beleidsvisie: ‘Herstel de verbinding’
16
Beleidsuitgangspunten
16
Beleidsdoelen
19
Gemeenteraden sturen bij
20
Beleidsprogrammalijnen
22
Programmalijn 1 - Preventie en perspectief
23
Programmalijn 2 - Beschermd en veilig thuis wonen
29
Programmalijn 3 - Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid
38
Regionale samenwerking Samenkracht!
47
Samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners verstevigen
47
Domeinoverstijgende samenwerking
47
Bestuur
48
Gezamenlijke beleidsuitvoering
48
Gezamenlijke inkoop en contractbeheer
49
Voorgenomen fusie Wijdemeren-Hilversum
49
Financiën 2026-2033
50
Financieel kader
51
Sturing
52
Risico’s
52
Reserve
52
Financiële ontwikkelingen
53
Bijlagen
2
46
54
Bijlage 1 - Achtergrondinformatie maatschappelijke ontwikkelingen
55
Bijlage 2 - Deelname Eemnes
63
Bijlage 3 - Voetnoten
64
Voorwoord In onze regio streven we naar een samenleving waarin iedereen zich veilig voelt en waarin iedereen mee kan doen. De meeste inwoners vinden hun weg op eigen kracht, maar sommige mensen hebben tijdelijk bescherming en opvang nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die na een heftige gebeurtenis of ontwrichtende situatie steun kunnen gebruiken. Maar ook voor inwoners die kampen met een verslaving, met psychische problematiek, die geen huis hebben of te maken hebben met huiselijk geweld of kindermishandeling. Als gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek hebben we de verantwoordelijkheid om deze inwoners niet alleen op te vangen, maar ook perspectief te bieden op herstel en een toekomst waarin zij weer de regie over hun leven kunnen nemen. Dit beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek is een gezamenlijke inspanning van de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren. Het is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met ervaringsdeskundigen, inwoners, cliëntvertegenwoordigers, adviesraden sociaal domein, zorg- en welzijnsorganisaties, Veilig Thuis, politie, woningcorporaties en het Zorg- en Veiligheidshuis. We bouwen hiermee voort op de samenwerking die we de afgelopen jaren hebben opgezet. Herstel staat centraal in ons beleid.
Herstel gaat over het (leren) leven met een ontwrichtende ervaring, met een aandoening, beperking of kwetsbaarheid waarbij
eigen mogelijkheden en eigen kracht centraal staan. Zo krijgen inwoners hoop, perspectief en kunnen zij zich (opnieuw) verbinden met zichzelf, anderen en de samenleving. Dat betekent dat we niet alleen zorgen voor bescherming en opvang, maar ook werken aan structurele oplossingen. We willen mensen helpen om hun kracht terug te vinden en hen ondersteunen bij het opbouwen van een stabiele toekomst. Het is voor ons belangrijk dat inwoners weten: er is altijd een luisterend oor. Niemand hoeft er alleen voor te staan. Alleen samen, met professionals, ervaringsdeskundigen en inwoners, kunnen we ervoor zorgen dat mensen weer perspectief zien en kracht vinden om verder te gaan. Wij zijn dankbaar voor de inzet van alle mensen die zich dagelijks inspannen voor de bescherming en opvang van onze inwoners. Dankzij hun toewijding en professionaliteit kunnen we samen het verschil maken. Met dit plan zetten we opnieuw een belangrijke stap richting een regio waarin iedereen de ondersteuning krijgt die nodig is om weer mee te kunnen doen. Omdat niemand van ons onkwetsbaar is. Met vriendelijke groet, namens alle portefeuillehouders Bescherming & Opvang, Barbara Boudewijnse & Gerben van Voorden Coördinerend wethouders Bescherming & Opvang regio Gooi en Vechtstreek
3
Inleiding Dit beleidsplan is opgesteld voor inwoners die zich (tijdelijk) in een kwetsbare positie bevinden, maatschappelijk zijn uitgevallen of dreigen uit te vallen. De draaglast van problemen en tegenslagen kan (te) groot zijn voor de beschikbare draagkracht. Door die disbalans worden zij bedreigd met tijdelijke of langdurige maatschappelijke uitval of sociale uitsluiting. Hierbij spelen stigma en zelfstigma een belangrijke rol. Het gaat veelal om inwoners die (tijdelijk) niet in eigen bestaansvoorwaarden kunnen voorzien, zoals huisvesting, inkomen, sociale contacten, mentale weerbaarheid en zelfverzorging. Vaak spelen er problemen op meerdere leefgebieden. Denk aan een combinatie van schulden, sociaal isolement, psychische problemen, geweld in een afhankelijkheidsrelatie, verwaarlozing, verslaving, vervuiling, dakloosheid en/of overlast.
Welke wettelijke taken behoren tot dit beleidskader?
Bescherming & Opvang omvat de openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingspreventie en ondersteuning van mensen met verslavingsproblematiek, de aanpak van huiselijk geweld, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Gemeenten zijn sinds 2007 verantwoordelijk voor genoemde taken vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, waarbij alleen beschermd wonen (pas) sinds 2015 als extra taak werd toegevoegd. Per 2015 kwam daar vanuit de Jeugdwet de bestrijding van kindermishandeling bij en werd ook deze taak bij Bescherming & Opvang ondergebracht.
Waarom een regionaal beleidsplan?
Het Rijk verwacht van regiogemeenten dat zij gezamenlijk het beleid en de voorzieningen op het terrein van Bescherming & Opvang vormgeven. Het gaat hierbij om specialistische voorzieningen, die om duurzaam vormgegeven te kunnen worden om een regionale schaal vragen. Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren1 kwamen in 2017 als gemeenten in het land tegemoet aan de verplichting van het Rijk tot gemeentelijke samenwerking. Hieruit kwam het Beleidsplan Bescherming en Opvang 2017 – 2020 tot stand en sindsdien wordt de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid gezamenlijk vanuit de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek uitgevoerd. Daarna is er voortgebouwd op dit plan, eerst met het tweede beleidsplan 2022 – 2025 en nu met dit derde beleidsplan 2026 – 2033. Er staat dan ook een stevige regionale basis.
4
Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen?
Dit beleidsplan is het resultaat van een intensieve ambtelijke en bestuurlijke samenwerking tussen gemeenten en Regio Gooi en Vechtstreek. Gemeenten en Regio hebben dit in nauwe afstemming met inwoners met ervaringskennis en maatschappelijke partners2 bereikt. Dat er een derde beleidsplan ligt, dat grotendeels op de vorige twee plannen voortbouwt, is een teken van goed werkend beleid. Het vertrouwen van gemeenten, inwoners (met ervaringskennis) en maatschappelijke partners in de werking van dit beleid is dusdanig groot dat besloten is om dit derde plan voor acht jaar vast te stellen.
Hoe is dit beleidsplan opgebouwd?
Het beleidsplan bestaat uit vijf delen: Deel 1 Beleidskader 2026 - 2033 Deel 2 Beleidsprogrammalijnen Deel 3 Regionale samenwerking Deel 4 Financiën 2026 - 2033 Deel 5 Bijlagen Het eerste deel bevat een uitwerking van de maatschappelijke ontwikkelingen, beleidsvisie, beleidsuitgangspunten en algemene beleidsdoelen. Het tweede deel bevat de specifieke doelen binnen de drie programmalijnen: 1) preventie en perspectief, 2) beschermd en veilig (thuis) wonen, 3) dienstverlening vanuit een integrale benadering. Om de diverse doelen te kunnen realiseren is regionale samenwerking noodzakelijk; waar deze samenwerking uit bestaat en vorm heeft gekregen staat in het derde deel. In het vierde deel staan de financiële kaders. Tot slot zijn in deel vijf de bijlagen opgenomen, waarin onder andere de deelname van Eemnes staat uitgewerkt per programmalijn.
Uitvoeringsprogramma’s
Omdat dit beleidsplan een langere looptijd kent dan voorgaande plannen, wordt er aanvullend gewerkt met uitvoeringsprogramma’s. Gedurende de looptijd van dit beleidsplan zullen er twee uitvoeringsprogramma’s worden opgeleverd. Hierin staan de concrete maatregelen die gemeenten treffen om de doelen uit dit plan te realiseren. Het eerste uitvoeringsprogramma zal per 2026 van kracht zijn, voor de periode t/m 2029. Het tweede programma zal in 2029 opgesteld worden, ten behoeve van de periode 2030 – 2033. Colleges stellen de uitvoeringsprogramma’s vast.
5
BELEIDSKADER 2026 - 2033
‘Dit is Valeria’s tas met essentials die ze als dakloze jonge vrouw altijd bij zich droeg: schoon ondergoed, sokken, deo, parfum en een tandenborstel.’
6
Maatschappelijke ontwikkelingen
In deze paragraaf worden de relevante maatschappelijke ontwikkelingen weergegeven. Al deze ontwikkelingen brengen opgaven met zich mee en zijn relevant voor dit beleidsterrein. Om de leesbaarheid te vergroten, is gekozen voor een korte weergave van de verschillende ontwikkelingen. Deze weergave kent een standaard opbouw, te beginnen met de landelijke situatie, de betekenis hiervan voor onze regio en welke opgaven gemeenten zien voor zichzelf.
Doordecentralisatie
Op dit moment zijn de centrumgemeenten nog altijd financieel verantwoordelijk voor de wettelijke taken beschermd wonen en maatschappelijke opvang3. De invoering van het Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen4, met tegelijkertijd de invoering van het objectief verdeelmodel, is een paar keer uitgesteld en ook nu is er nog geen besluit genomen over de invoering daarvan. De doordecentralisatie betreffende de maatschappelijke opvang zal daarmee ook tot nader orde uitgesteld worden. In het hoofdstuk ‘Financiën 2026 - 2033’ leest u meer. Wat betekent dit voor onze regio? Gemeenten in Gooi en Vechtstreek continueren de huidige samenwerking waarbij zij ook nu al samen invulling geven aan de verantwoordelijkheid voor onder andere de bovengenoemde wettelijke taken beschermd wonen en maatschappelijke opvang, via de Gemeenschappelijke Regeling.
Van beschermd wonen naar beschermd thuis
Gemeenten zijn circa tien jaar bezig met de beweging ’van beschermd wonen naar beschermd thuis (bron VNG)’ dat invulling geeft aan een beweging die ten goede komt aan de participatie en zelfregie van inwoners die moeite hebben om zich in de samenleving staande te houden. De behoeften van de mensen om wie het gaat en de menselijke maat zijn het vertrekpunt. De ambitie van landelijke en lokale overheden is om samen met alle belanghebbenden een duurzame beweging in gang te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp te organiseren dichtbij de mensen. Ondanks dat de beweging de nodige kwalitatieve effecten heeft voor inwoners is er landelijk nog altijd sprake van wachtlijsten en wachttijden voor (het klassieke) beschermd wonen5. In Gooi en Vechtstreek is deze beweging de afgelopen jaren ook ingezet, met het effect dat de vraag naar (het klassieke) beschermd wonen gestaag afneemt. Dit komt enerzijds door de, per 2021, openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met psychische problematiek en een permanente 24-uurs zorgbehoefte, anderzijds door de werking van het beleid van Bescherming & Opvang. Zo zijn er bijvoorbeeld diverse passende alternatieven ontwikkeld en leiden de regionale toelatingscriteria voor beschermd wonen niet meer tot het oplossen van (enkelvoudige) huisvestingsproblemen.
Te vaak worden dakloze mensen in de media getoond als een aan alcohol verslaafde man, sterk verwaarloosd, op het bankje of in de portiek. Dit beeld is echter verre van compleet. Wie je namelijk niet ziet, zijn bijvoorbeeld thuisloze mensen die na de scheiding noodgedwongen van familie naar opvang verkassen. Of gezinnen die het nauwelijks redden omdat de boodschappen voor hen onbetaalbaar zijn. Laten we inzetten op een beter beeld dat recht doet aan mensen die dak- of thuisloos zijn geraakt.
7
Sinds medio 2024 is het aantal aanvragen voor/door jongeren wel toegenomen, wat het direct effect is van het - om moverende redenen - anders omgaan met het verstrekken van verlengde jeugdzorg. De afgelopen jaren worden er ook steeds vaker knelpunten ervaren in de hulpverlening van mensen die verslaafd zijn aan alcohol en/of drugs (al dan niet gecombineerd met andere problemen), waarvoor niet altijd de juiste antwoorden voorhanden zijn in de regio. In bijlage 1 leest u meer over de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis. Wat betekent dit voor onze regio? Gemeenten zetten de ingezette beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis voort en anticiperen op invloeden vanuit andere stelsels en of beleidsterreinen, waarbij de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo (18-/18+) gerichte aandacht zal krijgen van gemeenten. Ook zal er onderzocht worden welke benadering en/of ondersteuning nodig is, daar waar deze er nog niet of onvoldoende passend is, voor jongeren na het jeugdverblijf en voor mensen die te maken hebben met middelengebruik en verslaving.6
8
Onvoldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen
De ambulantisering van de zorg en de invoering van de Wet verplichte GGz (Wvggz) zorgen ervoor dat steeds meer inwoners vanuit de Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en vanuit de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) uitstromen naar een zelfstandige woonruimte (of langer thuis blijven wonen). Met de toenemende druk op de woningmarkt wordt het ook moeilijker om inwoners met (psychische) kwetsbaarheden, zoals bijvoorbeeld mensen die ex-verslaafd en/of ex-gedetineerd of dakof thuisloos, zijn te huisvesten. De Nationale Woon- en Bouwagenda bestaat uit een aantal programma’s waaronder het programma ‘Een thuis voor iedereen’. Dit bewuste programma heeft als doel om voldoende betaalbare woningen voor de daarin genoemde aandachtsgroepen te realiseren. Het Wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting is op 3 juli 2025 door de Tweede Kamer aangenomen. Naar verwachting zal de Eerste Kamer de wet ook goedkeuren, waarna de inwerkingtreding op 1 januari 2026 kan plaatsvinden. Deze wet moet zorgen voor voldoende betaalbare woningen, kortere procedures en gelijke kansen voor urgent woningzoekenden.
Sinds 1 juli 2019 is in Gooi en Vechtstreek een Huisvestingsverordening van kracht waarin mensen die uitstromen uit onder andere Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang zijn benoemd als zogeheten urgentiecategorieën. Ook heeft Gooi en Vechtstreek sinds 2019 een convenant7 voor de huisvesting van maatschappelijke doelgroepen, met afspraken over vroegsignalering en het succesvolle concept Huren onder Voorwaarden. In het kader van het landelijke programma ‘Een thuis voor iedereen’ (voor aandachtsgroepen) en ‘Wonen Ondersteuning en Zorg’ (voor ouderen) hebben gemeenten, samen met woningcorporaties en zorgpartijen de woonbehoefte van inwoners met een zorgvraag in beeld gebracht, waarop vervolgens een strategie voor de woonzorgopgaven in Gooi en Vechtstreek is ontwikkeld. In bijlage1 leest u meer hierover. Wat betekent dit voor onze regio? Gemeenten voelen de urgentie om meer betaalbare (sociale huur) woningen te realiseren. De regionale woonzorgopgaven gaan slechts voor een deel over de aandachtsgroepen behorend tot dit beleidskader Bescherming & Opvang. Daarmee zullen de
aandachtsgroepen behorend tot het beleidskader enerzijds mee kunnen liften op de (uit)werking van de regionale woonzorgopgavestrategie, anderzijds zullen gemeenten ook binnen dit beleidskader gericht aandacht geven aan het realiseren van een aantal specifiek benodigde woonzorgvoorzieningen en -concepten.
Dakloosheid
Het aantal dakloze mensen tussen de 18 en 65 jaar is naar schatting gestegen van 26,6 duizend mensen in 2022 naar 33 duizend mensen in 2024, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De afgelopen decennia is de groep dak- en thuisloze mensen veranderd. Nieuwe groepen zijn bijvoorbeeld jongeren, vrouwen (met kinderen), economisch dakloze mensen en de arbeidsmigranten. Eind 2022 werd het Nationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis door het ministerie van VWS8 gelanceerd. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op een paradigmashift in de manier waarop we kijken naar en omgaan met dakloosheid, waarbij we de omslag maken ‘van opvang naar preventie’ en ‘eerst een woning, dan herstel’. Preventie en wonen zijn dan
9
10
ook de twee belangrijke pilaren van dit actieplan. In Nederland ontbreekt het zicht op de volledige groep dak- en thuisloze mensen. Om dit te veranderen zijn Hogeschool Utrecht en Kansfonds in 2023 gestart met de ETHOS-light telmethode9. De uitkomsten hiervan zijn nog veel hoger dan de CBS-schattingen en brengen een bredere categorie in beeld. Aangezien we de stijging van het aantal daklozen en specifiek van de categorieën jongeren, vrouwen met kinderen en economisch daklozen ook herkennen in Gooi en Vechtstreek, zijn gemeenten medio 2024 gestart met de uitvoering van een regionaal plan van aanpak Dakloosheid. Bijlage 1 leest u meer over de ontwikkelingen rondom de aanpak van dak- en thuisloosheid. Wat betekent dit voor onze regio? Daar de toenemende dak- en thuisloosheid een groot zorgpunt van gemeenten in Gooi en Vechtstreek is, zal de aanpak hiervan dan ook met urgentie worden voortgezet en verder uitgebouwd.
Meer incidenten rondom onbegrepen gedrag
Landelijk stijgt het aantal meldingen van incidenten met mensen die onbegrepen gedrag vertonen. Een relatief kleine groep is in deze meldingen oververtegenwoordigd. Het gaat hierbij om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen en waarbij veelal veel problemen tegelijkertijd spelen. Deze problemen gaan al dan niet met een gevarenrisico voor de inwoner zelf en/of hun leefomgeving gepaard. Inwoners die zich zorgen om iemand maken, kunnen een melding doen bij het landelijk Meldpunt Zorgwekkend Gedrag. Landelijk wordt onderzocht hoe zorgorganisaties, gemeenten en politie/justitie samenwerken om de juiste zorg en ondersteuning te bieden aan mensen met verward gedrag, en desnoods strafrechtelijk optetreden. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen tot wetswijzigingen en aanpassingen van beleid en procedures leiden. In Gooi en Vechtstreek heeft elke gemeente een lokaal georganiseerd Meldpunt Zorgwekkend Gedrag waar inwoners met zorgen naartoe kunnen bellen. Net als landelijk, staat het aantal meldingen in Gooi en Vechtstreek niet gelijk aan het aantal personen met onbegrepen gedrag. Er kunnen meerdere meldingen over één persoon of zelfs over één en hetzelfde incident worden gedaan. Niet alle meldingen gaan over hetzelfde gedrag. Zo is er onder de grotere groep inwoners met onbegrepen gedrag, een kleine groep van structurele overlastveroorzakers en inwoners die
11
onbegrepen en tegelijkertijd gevaarlijk gedrag vertonen. Die laatste groep, waarvoor een aanpak voor onbegrepen gedrag en een hoog veiligheidsrisico (OGG-aanpak) moet worden ingezet, is ook in onze regio gegroeid. Daarbij komt dat de complexiteit van deze casuïstiek toeneemt. Dit heeft tot gevolg dat een groter aantal professionals langduriger bezig is om zowel zorg als veiligheid voor inwoners te bewerkstelligen. In bijlage 1 leest u meer. Wat betekent dit voor onze regio? In Gooi en Vechtstreek wordt sterk de urgentie gevoeld om zowel de zorg voor kwetsbare inwoners als de leefbaarheid en handhaving van de openbare veiligheid te waarborgen. Als onbegrepen gedrag zich uit in dingen zoals luidruchtigheid, onregelmatig gedrag of vreemde gewoonten, kunnen buurtbewoners zich immers gefrustreerd, geïrriteerd of zelfs onveilig gaan voelen. Gemeenten spannen zich daarom ook de komende jaren in om de integrale aanpak vanuit zorg en veiligheid verder te ontwikkelen. Hierbij anticiperen zij op door het Rijk ingezette aanpassingen in wet, beleid en procedures.
Geweld in afhankelijkheidsrelaties
In Nederland zijn we er de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd om fundamenteel het verschil te maken in het terugdringen van geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). Dit betekent niet dat er niets gebeurt. De ingezette interventies zijn echter niet genoeg om het geweld te voorkomen, tijdig te herkennen en duurzaam te stoppen. Gooi en Vechtstreek vormt hierop geen uitzondering. Femicide is dodelijk geweld tegen vrouwen en meisjes. Femicide raakt vrouwen uit alle lagen van de bevolking en is niet gerelateerd aan geloof of financiële status. Het kabinet wil femicide en andere vormen van
12
geweld tegen vrouwen en meisjes voorkomen. Daarom werd in 2024 het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ gepubliceerd. Hierin staat beschreven wat het kabinet doet of gaat doen om dodelijk geweld tegen vrouwen en meisjes door een (ex-)partner of familie te voorkomen. De aanpak van femicide bouwt voort op de aanpak van huiselijk geweld, met extra aandacht voor het vergroten van deskundigheid specifiek over femicide en samenwerking tussen betrokken partijen. Het plan zal samen met gemeenten en partners ook regionaal en lokaal vertaald worden. In bijlage 1 leest u meer. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) (hierna, TKS) is een landelijk programma dat gericht is op het verbeteren van de aanpak van structurele onveiligheid bij huishoudens. Het TKS maakt geen onderdeel uit van het programma Bescherming & Opvang. TKS heeft wel een duidelijke verbinding met dit beleidsterrein. In 2024 zijn gemeenten in Gooi en Vechtstreek begonnen met beproeven in hun zogenaamde ‘Toekomsttuinen’. In bijlage 1 leest u meer. Wat betekent dit voor onze regio? Gemeenten zetten zich in voor een veilige thuissituatie voor iedereen, vrij van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Onze aanpak richt zich op het voorkomen, tijdig herkennen en duurzaam stoppen van verschillende vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Gemeenten dragen bij aan herstel en participatie na geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Capaciteitsdruk vrouwenopvang
De druk op de capaciteit van de vrouwenopvang is in Nederland een complex en aanhoudend probleem. Diverse factoren hebben invloed op de verblijfsduur van cliënten in de opvang. Veel cliënten hebben naast huiselijk geweld ook te maken met complexe meervoudige problematiek. Denk hierbij aan financiële,
juridische en psychische problemen die uitstroom belemmeren. Dit leidt regelmatig tot langere verblijfsduur, waardoor ook de door- en instroom stagneren. Eén van de grootste landelijke uitdagingen is de stagnerende uitstroom van vrouwen en eventuele kinderen uit de opvang naar zelfstandige woonruimte. Dit komt door een tekort aan betaalbare woningen. Hierdoor blijven vrouwen regelmatig langer in de opvang dan voor hun veiligheid noodzakelijk is. De Regio cofinanciert met centrumgemeente Almere het Oranje Huis in Almere. Sinds 2017 is de verblijfsduur in alle vrouwenopvanglocaties toegenomen. Vrouwenopvangorganisaties, gemeenten, brancheorganisatie Valente, VNG en VWS zijn veelvuldig in gesprek over de capaciteit. Er wordt op (boven)regionaal en landelijk niveau samengewerkt aan verbetering van de door- en uitstroom. Hierin zijn lichte verbeteringen waarneembaar, maar nog geen grote doorbraken. Per 2026 stelt het ministerie van VWS structureel 12 miljoen euro beschikbaar voor het realiseren van extra opvangplaatsen in de vrouwenopvang. Over de nadere afspraken en verdeling van dit geld vindt nog afstemming tussen het kabinet en gemeenten plaats. Wat betekent dit voor onze regio? Gemeenten blijven zich inzetten om meer inwoners10 een veilige en kwalitatief goede plek te bieden wan-
neer zij slachtoffer van geweld in een afhankelijkheidsrelatie zijn.
Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel geweld
Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld komen overal voor. Gebeurtenissen in de sport, media, cultuursector, politiek en het studentenleven maken dat duidelijk. Het brengt ernstige en vaak langdurige gevolgen met zich mee. Het ontwricht levens, beïnvloedt gezinnen, vriendschappen, families, relaties, studies en carrières. Dit is een groot maatschappelijk probleem waarvoor in onze samenleving geen plaats mag zijn. Daarom lanceerde het kabinet het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP). Dit actieprogramma richt zich op zowel jongeren als volwassenen en bevat verschillende belangrijke maatregelen om deze problemen aan te pakken. Het NAP richt zich onder meer op het versterken van de capaciteit van hulpverleningsinstanties en het bieden van gespecialiseerde ondersteuning na seksueel geweld. Wat betekent dit voor onze regio? Bij het opstellen en uitvoeren van beleid aangaande de opvang en ondersteuning na seksueel geweld verhouden gemeenten zich tot de ontwikkelingen binnen het NAP.
13
Integraal Zorgakkoord
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) richt zich op het verbeteren van de zorg in Nederland, inclusief de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz). Het doel is om de zorg toegankelijk, betaalbaar, kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig te houden. Een belangrijk onderdeel van het IZA is het aanpakken van mentale gezondheid. Voor de ontwikkelingen binnen het IZA geldt dat er op verschillende thema’s raakvlakken zijn met Bescherming & Opvang. Het IZA legt de nadruk op preventie, vroegsignalering en samenwerking. Het AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) is een verdieping en verbreding van het Integraal Zorgakkoord (IZA). Waar IZA zich vooral richt op de zorgsector, betrekt AZWA daar het sociaal domein nadrukkelijk bij. IZA bleek in de praktijk onvoldoende om de complexe zorgvragen op te lossen die ook sociale en maatschappelijke oorzaken hebben. AZWA vult dit aan door gemeenten en welzijnsorganisaties actief te betrekken, zodat er integraal gewerkt wordt aan gezondheid, ondersteuning en participatie. Daar waar het thema ‘mentale gezondheidsnetwerken’ betreft, is er een directe relatie met dit beleidsterrein, zowel ten aanzien van de te ontwikkelen laagdrempelige zelfregie steunpunten als ten aanzien van de zogeheten EPA-doelgroep11 In bijlage 1 leest u meer.
14
Wat betekent dit voor onze regio? Gemeenten zetten zich in om de mentale gezondheid te bevorderen. Vanuit het beleidskader Bescherming & Opvang zal er specifieke aandacht zijn voor inwoners behorend tot de EPA-groep en voor het (door) ontwikkelen van herstelvoorzieningen. Hierbij wordt aangesloten bij de beweging die het IZA inzet en bij de doelen van het IZA.
Arbeidsmarktkrapte
Aansluitend op het doel van het IZA speelt de spanning op de arbeidsmarkt ook een belangrijke rol. In geval van schaarste herzien maatschappelijke partners in afstemming met hun financiers, waaronder gemeenten, welke taken cruciaal zijn voor de zorgverlening aan inwoners met kwetsbaarheden en welke taken minder essentieel zijn en/of ook door anderen uitgevoerd kunnen worden of op een andere (al dan niet innovatieve) manier. De schaarste op de arbeidsmarkt vraagt echter ook om een fundamentele verandering. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming 0-100 (TKS), de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) onderstrepen de noodzaak van een meer preventieve, integrale en nabij georganiseerde vorm van ondersteuning. Sterke lokale gemeentelijke teams spelen hierin een centrale rol.
Wat betekent dit voor onze regio? Gemeenten zetten zich in om de benodigde transformaties – vanuit TKS, Hervormingsagenda Jeugd, IZA en GALA – te realiseren. Gemeenten zullen ook vanuit dit beleidsterrein zo goed als mogelijk aansluiten bij de beoogde doelstellingen van het hierboven genoemde scenario, agenda en de genoemde akkoorden. In het hoofdstuk ‘Regionale samenwerking’ komt de arbeidsmarktsituatie terug (als voetnoot) bij de paragraaf ‘Samenwerken met inwoners en maatschappelijke partners’. Met ‘herstel de verbinding’12 als centraal thema c.q. de rode draad van dit beleidsplan sluiten de beleidsvisie en het domein overstijgend samenwerken aan bij de hierboven genoemde transformaties.
Het ziet ernaar uit dat de Rijksmiddelen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang ongemoeid blijven, waardoor gemeenten de wettelijke taken ten aanzien van Bescherming & Opvang binnen het huidig financieel kader zouden moeten kunnen blijven uitvoeren. Op termijn zal er een disbalans ontstaan, tussen inkomsten en uitgaven, daar de jaarlijkse compensaties vanuit het rijk voor de door te voeren loon-/prijsindexaties van de voorzieningen behorend tot de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang niet via de bijbehorende decentralisatie-uitkeringen verloopt maar via het accres van de algemene uitkeringen. In het hoofdstuk ‘Financiën 2026 – 2033’ komt dit thema nog een keer terug.
Financieel ravijnjaar
Vanaf 2026 wordt er een nieuw financieringssysteem ingevoerd door de landelijke overheid. Concreet betekent dit dat het geld uit het gemeentefonds via een nieuwe verdeelsleutel wordt toegekend aan gemeenten. De verwachting was aanvankelijk dat gemeenten gezamenlijk 2,4 miljard euro minder van het Rijk zullen ontvangen, waarbij de taken gelijk blijven. Met het publiceren van de Voorjaarsnota 2025 is de terugval in het gemeentefonds deels gecompenseerd met een structureel bedrag van 414 miljoen euro13.
Concluderend
Verreweg de meeste maatschappelijke ontwikkelingen zijn niet nieuw, maar vragen wel voortdurend om aandacht en soms om bijstelling van de uitvoering. Omdat de ontwikkelingen veelal langlopend van aard zijn, spreken we van trends. Ook in de vorige (twee) beleidsperiode(n) verhielden
15
gemeenten zich tot deze trends. Daarom zetten gemeenten de inhoudelijke lijn van het vorige beleidsplan grotendeels voort en kiezen zij voor een beleidsplan voor de duur van acht (in plaats van vier) jaar, met extra focus voor die opgaven die meer urgentie hebben gekregen door de jaren heen en/of relatief nieuw zijn. Om adequaat in de uitvoering van het beleid te kunnen anticiperen, is gekozen voor een beleidsplan op hoofdlijnen en aanvullend twee keer een uitvoeringsprogramma op maatregelenniveau.
Beleidsvisie: ‘Herstel de verbinding’
In Gooi en Vechtstreek doen inwoners naar vermogen mee in de samenleving. Zij nemen deel aan het onderwijs, de arbeidsmarkt en het maatschappelijk verkeer. Ook als zij te maken hebben met (ernstige) psychische kwetsbaarheden, geweld of dak- en thuisloosheid. Maar niet alles is maakbaar in het leven, daarom staat herstel centraal. Herstel gaat over het (leren) leven met een ontwrichtende aandoening, beperking of kwetsbaarheid waarbij eigen mogelijkheden en eigen kracht centraal staan. Zo krijgen inwoners hoop, perspectief en kunnen zij zich (opnieuw) verbinden met zichzelf, de ander en met de samenleving. Inwoners hebben de mogelijkheid om hun eigen leven in te richten door te werken aan herstel, ontwikkeling en ontplooiing. Een passende plek om te wonen en een toegankelijke en veilige omgeving zijn hiervoor belangrijke voorwaarden. Dat geldt ook voor het hebben van plekken waar aan herstel kan worden gewerkt, (passend) werk of een andere vorm van daginvulling. Werk zorgt voor ontplooiing, ontmoeting en voor (economische) zelfstandigheid. Daarom wordt het hebben van werk zo veel als mogelijk nagestreefd. Wanneer werk (tijdelijk) niet haalbaar is, kunnen inwoners rekenen op een zinvolle dagbesteding en ontmoetingsactiviteiten die dichtbij in de wijken worden georganiseerd.
Beleidsuitgangspunten Gemeenten werken integraal
Mensen die te maken hebben met een psychische kwetsbaarheid, verslaving, huiselijk geweld en/of met dak-/thuisloosheid hebben vaak meerdere problemen
16
tegelijkertijd. Zoals op het gebied van wonen, werk, inkomen, relaties, zorg en veiligheid. Dit zijn allemaal (levens)domeinen waar gemeenten vanuit wetgeving een brede verantwoordelijkheid in hebben. Toch is een bestendige samenwerking tussen deze domeinen geen vanzelfsprekendheid. Het is moeilijk om schotten tussen wetten en financieringsstromen ondergeschikt te maken aan adequate ondersteuning voor inwoners. Desondanks zetten gemeenten zich in om toch een zekere ontschotting te gaan realiseren, zodat ondersteuning op verschillende domeinen een samenhangend geheel vormt en aansluit op de leefwereld van inwoners. In het vorige beleidsplan zijn daartoe al een aantal stappen gezet, maar nog zeker niet voldoende. Zo wordt er intensief op de thema’s Zorg & Wonen en Zorg & Veiligheid samengewerkt. Dit dient eveneens te gebeuren op het thema 18-/18+ (de overgang van Jeugdwet naar Wmo). Daarnaast moet in het kader van preventie, vroegsignalering en bestaanszekerheid (en voorkoming van dakloosheid) ook de verbinding tussen Wmo en Werk & Inkomen (en schuldhulpverlening) versterkt worden. In de uitvoering kan het versterken van de lokale teams – onderdeel van het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming (0-100) - hier helpend bij zijn.
Lokaal waar het kan, regionaal waar het moet
Gemeenten werken al jaren intensief samen om de bescherming en opvang van inwoners uit Gooi en Vechtstreek vorm te geven. Zij hebben de beleidsvoorbereiding, het accounthouderschap en marktmeesterschap, de inkoop, het contractbeheer en de kassiersfunctie gebundeld en opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek (artikel 5: de overgedragen taken en bevoegdheden). De uiteindelijke besluitvorming over dit beleid ligt bij de colleges en gemeenteraden, maar de voorbereiding en vormgeving van dat beleid doen gemeenten gezamenlijk. Zo sluit het beleid goed aan bij de benodigde schaal van de uitvoering en kunnen gemeenten samen sturen op gemeente-overstijgende ontwikkelingen. De regionale samenwerking vraagt van gemeenten dat zij met elkaar samenwerken én dat de samenwerking in de eigen organisatie tussen domeinen stevig staat. Regionaal is er in de afgelopen beleidsperiode gewerkt aan het verbinden en verstevigen van Bescherming & Opvang (sociaal domein) en Bouw & Wonen (fysiek domein). Ook verbinden gemeenten de (bestuurlijke) werelden van zorg en veiligheid zowel regionaal als
17
lokaal met elkaar. Een intensieve samenwerking op verschillende thema’s op het snijvlak van zorg en veiligheid is noodzakelijk om preventief interventies in te kunnen zetten. Op lokaal niveau wordt stevig geïnvesteerd in het voorkomen van schulden en de aanpak daarvan en in (economische) participatie van inwoners. Daarnaast wordt lokaal ingezet op inclusieve en toegankelijke wijken met een stevig netwerk van laagdrempelige algemeen toegankelijke voorzieningen, die een preventieve werking hebben én het beroep op maatwerkvoorzieningen doen afnemen. Steeds meer regio’s in het land hebben, net als Gooi en Vechtstreek, hun krachten gebundeld op de diverse thema’s die ook binnen dit beleidsplan zijn ondergebracht. Gemeenten hebben elkaar nodig; samen bereik je meer.
Gemeenten zijn solidair
Het kernprincipe onder de regionale samenwerking tussen gemeenten is solidariteit. Solidariteit is het fundament waarop dit beleidsplan leunt, gebaseerd op het bewustzijn van saamhorigheid en bereidheid om de consequenties daarvan te dragen. Centrumgemeente Hilversum heeft sinds 2018 de taken en uitkeringen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang ondergebracht bij de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek. Hiermee zijn alle regiogemeenten verantwoordelijk geworden. Solidariteit reikt verder dan het hebben van gezamenlijk beleid en het delen van een financiële verantwoordelijkheid. Zo zullen gemeenten ieder hun deel hebben in de uitvoering van het beleid, ook bij het realiseren van de tot dit beleidskader behorende regionale voorzieningen. Gemeenten delen het gevoel van saamhorigheid en zijn voornemens om een betere spreiding van voorzieningen te realiseren. Gemeenten vullen de verantwoordelijkheid, die solidariteit met zich meebrengt, in door ambtelijk en zeker ook bestuurlijk met regelmaat met elkaar in gesprek te blijven over de voortgang van de gezamenlijke ambities en doelen die lokaal moeten landen (zoals de woonzorgvoorzieningen). Solidariteit is dan ook niet vrijblijvend en een aanspreekcultuur hoort daarbij.
Solidariteit kan ook versterkt worden door naar rato te presteren in het realiseren van betaalbare (sociale huur) woningen, zoals afgesproken in het woonakkoord en in lijn met de regionale strategie voor de woonzorgopgaven. Deze strategie heeft als doel integrale oplossingen op het gebied van wonen, zorg en welzijn te versterken en bouwt voort op de regionale woonzorganalyse. Het realiseren van voldoende betaalbare woningen valt
18
buiten de scope van dit beleidsplan, maar behoort wel tot het kernprincipe onder de regionale samenwerking en is op meerdere domeinen van toepassing. Naar aanleiding van deze woonzorgstrategie zullen gemeenten een set van spelregels en instrumenten opstellen, waarlangs zij niet alleen de voortgang monitoren maar ook actief betrokken blijven bij de uitvoering van deze strategie. Zo zullen gemeenten gezamenlijk hun verantwoordelijkheid invullen en steun aan elkaar geven.
Preventie: meer zelfregie, minder overnemen
Gemeenten willen met preventie en vroegsignalering voorkomen dat problemen verergeren en mogelijk tot een crisis leiden. Als inwoners zoveel mogelijk regie kunnen voeren en met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in hun leven kunnen omgaan, dan verbetert hun kwaliteit van leven. Het doel van preventie is om de bewustwording en het signalerend en handelend vermogen van zowel inwoners, hun sociale omgeving als professionals te versterken. Om zo signalen van ernstige problemen tijdig te herkennen en erkennen. Met goede voorlichting en passende instrumenten voor (vroeg)signalering kunnen gemeenten gezamenlijk ernstige crisissituaties in de lokale gemeenschap voorkomen of beperken. Met alles wat gemeenten vanuit dit beleidsplan doen, richten zij zich in de eerste plaats op preventie. Zo realiseren gemeenten in samenwerking met de GGD elk jaar een concrete uitvoeringskalender Preventie & Vroegsignalering14. Ook worden publiekscampagnes uitgevoerd om het bewustzijn te vergroten over problemen waar inwoners met een kwetsbaarheid tegenaanlopen. Daarnaast voeren gemeenten zelfhulpprogramma’s uit, organiseren scholing voor professionals in de uitvoering én vergroten zij de bekendheid van de gemeentelijke toegangen.
Gemeenten zorgen lokaal voor een breed preventief ondersteuningsaanbod, zoals ontmoeting en dagbesteding in de wijken, het in beeld brengen van risicogroepen en het doorontwikkelen van de lokale teams en toegang.
Persoonlijk en maatschappelijk herstel centraal
Een psychische kwetsbaarheid, huiselijk geweld of kindermishandeling en dak- of thuisloosheid kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de identiteit, het zelfbeeld en de sociale relaties van inwoners. Persoonlijk en maatschappelijk herstel is in dit soort ontwrichtende situaties essentieel om de positie
van inwoners weer te herstellen. Inwoners die hier behoefte aan hebben, kunnen rekenen op een breed scala aan herstelondersteunende activiteiten in Gooi en Vechtstreek, zoals herstelwerkgroepen, cursussen, trainingen en herstelgerichte begeleiding. Ook hun familieleden en naasten worden betrokken en kunnen – indien nodig - op hulp rekenen. Lotgenoten en opgeleide ervaringsdeskundigen zijn hierbij van essentiële meerwaarde. Hun ervaring en deskundigheid worden door gemeenten zoveel mogelijk ingezet om kwetsbare inwoners en hun naasten te helpen.
Ervaringsdeskundigheid als volwaardige kennisbron Ervaringsdeskundigheid betekent dat iemand zijn of haar eigen ervaringen met zorg, ondersteuning of herstel bewust inzet om anderen te helpen. Individuele ervaringskennis is persoonlijke kennis die iemand opdoet door zelf iets mee te maken. Collectieve ervaringskennis ontstaat wanneer mensen met vergelijkbare ervaringen deze delen, bespreken en samen tot inzichten komen. Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid zijn waardevolle aanvullingen op andere vormen van kennis zoals wetenschappelijke kennis en vakkennis.
gemeenten, omdat de woningvraag blijft stijgen en er een schaarste is aan geschikte en betaalbare sociale huurwoningen, zeker als daar ook nog specifieke eisen bijkomen zoals de aanwezigheid van laagdrempelige steunpunten in GGz vriendelijke wijken. Ook kan de zorg voor omwonenden in bepaalde situaties een cruciale rol spelen, waar gemeenten zich toe zullen verhouden.
Beleidsdoelen Focus
Voor de periode 2026 – 2033 van het beleidsplan Bescherming & Opvang hebben inwoners, gemeenten en maatschappelijke partners samen focus aangebracht. Zij geven opnieuw, voortbouwend op het beleidsplan 2022 - 2025, prioriteit aan de volgende doelen: 1. Met preventie en perspectief maatschappelijke uitval voorkomen dan wel tot een minimum beperken. 2. Beschermd en veilig thuis wonen voor iedereen mogelijk maken. 3. Dienstverlening vanuit een integrale benadering vanuit wonen, welzijn, zorg en veiligheid. De Startnotitie regionaal beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2026 - 2033 betreft het proces, evaluatierapport en de richting voor dit beleidsplan. De inhoudelijke richting, waarbij verreweg de meeste beleidsdoelen worden behouden, doorontwikkeld en/of verbeterd, kent ook een aantal thema’s waar aanzienlijk meer aandacht voor nodig is en/of die relatief nieuw zijn. Deze notitie, de daaropvolgende zienswijzen en bespiegelingen hebben richting gegeven aan dit beleidsplan.
Programmalijnen Zoveel mogelijk (veilig) thuis wonen
Om ervoor te zorgen dat inwoners met psychische kwetsbaarheden zoveel mogelijk in hun eigen woning en wijk kunnen blijven wonen, investeren gemeenten samen met woningcorporaties in de beschikbaarheid van betaalbare (sociale huur) woningen en samen met andere maatschappelijke partners in de randvoorwaarden voor (begeleid) zelfstandig en stabiel wonen. Dit alles moet er tevens toe leiden dat het beroep op beschermd wonen en maatschappelijke opvang afneemt, maar ook dat de lichtere vormen van ambulante hulp laagdrempelig beschikbaar gesteld worden, met minder maatwerk- en meer algemene voorzieningen. Dit is een grote opgave voor
De doelen die gemeenten komende jaren in het kader van Bescherming & Opvang willen realiseren, zijn ondergebracht in programmalijnen. Goede regionale samenwerking tussen gemeenten en met inwoners en maatschappelijke partners is daarvoor een randvoorwaarde. De gemeenten werken – in lijn met het vorige beleidsplan – ook in deze beleidsperiode vanuit de volgende drie programmalijnen: Programma 1 Preventie en perspectief Programma 2 Beschermd en veilig thuis wonen Programma 3 Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid Randvoorwaarde: Goede regionale samenwerking tussen gemeenten en met partners, maar ook
19
binnen gemeenten tussen de diverse domeinen en/ of wetten15.
Uitwerking
De uitwerking van dit beleidsplan, waarin de ambities en doelen worden omgezet naar concrete maatregelen, vindt zijn vervolg in zogeheten uitvoeringsprogramma’s zoals ook beschreven staat in het inleidende hoofdstuk. Dit beleidsplan is daarmee algemener van karakter dan de vorige twee plannen. Het beleidsplan kent hiermee geen concreet uitgewerkte maatregelen, want die zullen - zo SMART-mogelijk - onderdeel uitmaken van de uitvoeringsprogramma’s (2026 – 2029 en 2030 – 2033).
Evaluatie en bijstelling
Het programma Bescherming & Opvang is sterk afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en daarmee ook constant in beweging. Zowel lokaal, regionaal als ook landelijk (en soms zelfs Europees en/of mondiaal). Denk aan de relatie tot de diverse crises van een overspannen woningmarkt, asielcrisis, gascrisis tot en met een economische crisis16. Gemeenten blijven anticiperen op relevante ontwikkelingen, monitoren de bereikte ambities en effecten uit dit beleidsplan en sturen waar nodig bij. Gemeenten en de Regio blijven voortdurend in gesprek met elkaar en met de betrokken inwoners (met ervaringskennis) en maatschappelijke partners. Zo blijven gemeenten dichtbij en actief acteren op (de gevolgen van) ontwikkelingen, die vragen om extra maatregelen om onze inwoners zo goed mogelijk bij te staan.
Gemeenteraden sturen bij
Gemeenteraden worden, net als gedurende de vorige beleidsperiode, ieder half jaar over de voortgang geïnformeerd. Zodoende kunnen zij tussentijds bijsturen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot bijsturen bij het – door colleges – vast te stellen tweede uitvoeringsprogramma. Omdat dit beleidsplan voor acht jaar is aangegaan, wat qua duur uniek is, zal er een zienswijzeprocedure worden opgestart bij het opstellen van het tweede uitvoeringsprogramma. Hiermee kunnen gemeenteraden tussentijds een keer extra bijsturen indien zij dat nodig vinden.
20
21
BELEIDSPROGRAMMALIJNEN
22
‘Op dit moment doe ik een opleiding tot ervaringsdeskundige. Ik heb een leuke vriendin, een huis, een inkomen. Ik heb weer zin in het leven. Mijn advies: Probeer door een diagnose heen te kijken. Focus niet op stigma. We zijn allemaal uniek en anders.’
Programmalijn 1 Preventie en perspectief
Met alles wat gemeenten vanuit dit beleidsplan doen, richten zij zich in de eerste plaats op preventie. Met preventie en vroegsignalering willen gemeenten voorkomen dat problemen verergeren en mogelijk tot een crisis leiden. Als inwoners zoveel mogelijk zelf regie kunnen voeren en met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in hun leven kunnen omgaan, dan verbetert hun kwaliteit van leven. Herstel staat centraal bij alle opgaven, interventies en ondersteuning in het kader van het beleid Bescherming & Opvang. De inzet van ervaringsdeskundigheid hoort hier vanzelfsprekend bij. Herstelgericht werken en de inzet van ervaringsdeskundigheid vormen daarmee de rode draad in Bescherming & Opvang. Enerzijds is het een onderdeel van de grote gezamenlijke opgaven in dit beleidsplan. Anderzijds vormen ze juist de basis en de randvoorwaarden om de overige opgaven daadwerkelijk gezamenlijk te kunnen realiseren. Een psychische kwetsbaarheid, verslaving, huiselijk geweld of kindermishandeling en dak-/thuisloosheid kunnen immers vaak ingrijpende gevolgen voor de identiteit, het zelfbeeld en de sociale relaties van inwoners hebben. Persoonlijk en maatschappelijk herstel is in dit soort ontwrichtende situaties essentieel om de maatschappelijke positie van inwoners weer te herstellen.
Herstel gaat over het (leren) leven met een ontwrichtende ervaring, een beperking of kwetsbaarheid waarbij de mogelijkheden en kracht van inwoners centraal staan. Zo krijgen inwoners hoop en perspectief. Ook draagt het bij aan het vergroten van zelfregie en verbeteren van het zelfbeeld.
23
1. Continueren en doorontwikkelen Herstelnetwerk
In 2023 is er een convenant ten behoeve van- en in samenwerking met het regionale samenwerkingsverband van het Herstelnetwerk opgesteld. In het samenwerkingsverband participeren de volgende partijen: gemeenten, aanbieders Bescherming & Opvang, MEE-UGV en Versa Welzijn. De afgelopen beleidsperiode heeft het Herstelnetwerk verschillende (groeps-) activiteiten georganiseerd om inwoners te ondersteunen in de weg naar herstel. Daarnaast heeft het Herstelnetwerk zich meer gericht op de ondersteuning van naasten van mensen in een kwetsbare positie en van mensen met ervaring met geweld in een afhankelijkheidsrelatie. Ook zij kampen met (zelf)stigma, gebrek aan kennis en lijden vaak onder de problematiek van hun naasten. Voor hen zijn er lotgenotengroepen gerealiseerd. Zie voor meer activiteiten van het herstelnetwerk: www.herstelnetwerk.nl. Ook voor de beleidsperiode 2026 - 2033 kunnen alle inwoners van Gooi en Vechtstreek wederom rekenen op een breed scala aan herstelondersteunende activiteiten, zoals herstelwerkgroepen, cursussen en trainingen. Ook familieleden en naasten worden betrokken en kunnen op hulp rekenen. Lotgenoten en opgeleide ervaringsdeskundigen zijn hierbij van essentiële meerwaarde. We zetten hun ervaring en deskundigheid zoveel mogelijk in om kwetsbare inwoners en hun naasten te helpen.
Om dit te realiseren, verbreden we de kennis over herstelgericht werken en ervaringsdeskundigheid bij formele partners, informele partners en gemeenten, met als doel dat ervaringsdeskundigheid een integraal onderdeel van de
24
werkwijze en het professionele aanbod in onze regio wordt. We borgen samen met de andere partners van het Samenwerkingsverband Herstelnetwerk de inzet van ervaringsdeskundigen op verschillende plekken in de samenleving waar zij nodig zijn. Om aan de vraag in onze regio te kunnen voldoen, moet het aantal opgeleide ervaringsdeskundigen en/of ervaringsdeskundigen in opleiding17 toereikend zijn. Aangezien er sprake is van schaarste investeren we gezamenlijk in een kweekvijver van ervaringsdeskundigen.
2. Realiseren herstelvoorzieningen
De ontwikkeling van laagdrempelige zelfregiesteunpunten in Gooi en Vechtstreek is in lijn met de IZA18 opgave om tot een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige herstelvoorzieningen te komen. Ook sluit dit aan bij het Regioplan Gezond Gooi. Daarom innoveren gemeenten en realiseren zij ten minste één zelfstandige herstelvoorziening. Inwoners die te maken hebben met ontwrichtende ervaringen, waaronder (ernstige) psychische problemen en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheden, en hun naasten kunnen bij deze herstelvoorziening terecht om aan hun herstel en ontwikkeling te werken. Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers runnen de herstelvoorziening. Financiering van deze voorziening vanuit IZA SPUK (specifieke uitkering) en/of het AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) is voorliggend. Dus wanneer deze middelen beschikbaar komen, dan worden deze ten gunste van de herstelvoorziening aan de begroting van Bescherming & Opvang toegevoegd. Hiermee ontstaat ruimte voor een mogelijke tweede herstelvoorziening.
3. Crisiskaart ondersteunt eigen regie en blijft beschikbaar
De crisiskaart ondersteunt kwetsbare en crisisgevoelige inwoners en hun naasten om tijdens een crisis regie te behouden. De crisiskaart kan ook preventief werken, doordat signalering onderdeel van het plan van aanpak is. Zo is in beeld wat de signalen zijn dat het mis dreigt te gaan, wie dit aan een inwoner kan merken en wat diegene vervolgens kan doen.
Wat is de Crisiskaart?
De Crisiskaart is een persoonlijk, opvouwbaar kaartje, zo groot als een bankpas. Men draagt de Crisiskaart altijd met zich mee, bijvoorbeeld in de portemonnee. De Crisiskaart geeft aan wat iemands wensen zijn tijdens een crisis. Wat moeten omstanders en hulpverleners doen of laten? Wie kunnen ze bellen? Ook staat op de kaart welke afspraken zijn gemaakt met bijvoorbeeld behandelaar(s), crisisdienst en vertrouwenspersonen. Een Crisiskaart geeft houvast voor de persoon zelf en voor de mensen die helpen. De Crisiskaart is er voor mensen die vrezen een crisis mee te gaan maken of bang zijn om in een verwarde toestand te raken.
De crisiskaart is op kleine schaal ingevoerd en door betrokkenen als zeer waardevol geëvalueerd. Het doel van de crisiskaart is om de wensen en behoeften van de kaarthouder duidelijk te communiceren. Zo wordt de kwaliteit van de acute zorg verbeterd en kunnen crisissen en gedwongen opnames mogelijk worden voorkomen. Door middel van het opstellen van een crisisplan en daaraan gekoppeld een crisiskaart om bij zich te dragen, kunnen cliënten blijven communiceren en regie houden over de omgang met hen als zij daartoe zelf (tijdelijk) niet in staat zijn. Mocht het toch tot een crisis komen, dan weten omstanders en professionals wat zij kunnen doen. Hierdoor zal de ervaring minder traumatisch zijn en het herstel ervan korter duren. In de komende beleidsperiode blijft de crisiskaart voor inwoners beschikbaar.
4. Continueren respijtvoorziening Retrovo
Retrovo is een respijtvoorziening waar inwoners met een psychische kwetsbaarheid of psychosociale problematiek tijdelijk (maximaal 2 weken) terechtkunnen. Om zo een crisis en/of klinische opname te voorkomen. Deze innovatieve voorziening is de afgelopen jaren succesvol doorontwikkeld en sinds 2023 langdurig ingekocht als één van de voorzieningen van Bescherming & Opvang. Ook voorziet deze voorziening in een inloopfunctie voor zogeheten ‘daggasten’19. Bij Retrovo vinden ook laagdrempelig toegankelijke activiteiten voor inwoners van onze regio plaats. Retrovo
25
is een voorziening bedoeld voor zelfstandig wonende inwoners. Inwoners vanaf 18 jaar die het thuis even niet redden, voor wie een huiselijke, veilige en herstelgerichte omgeving wordt gecreëerd.
Voor wie is Retrovo?
“Je hebt even wat tijd en ruimte nodig voor jezelf, omdat sommige zaken in jouw leven niet helemaal lekker verlopen. Het is beter uit je omgeving te zijn, om hulp en ondersteuning te krijgen van mensen die een situatie als de jouwe als geen ander begrijpen. Als dit voor jou geldt, dan is de Respijtvoorziening een plek voor jou. De respijtvoorziening wordt gerund door medewerkers die werken vanuit eigen ervaring. Zij hebben net als jij te maken gehad met een ontwrichtende gebeurtenis en/of een psychische kwetsbaarheid. Zij bieden tijdens jouw verblijf een luisterend oor, vrije ruimte om te zijn wie jij bent en een veilige plek om tot rust te komen.” Bron: Respijtvoorziening Retrovo
De voorziening wordt gerund door professionele, gediplomeerde ervaringsdeskundigen, ervaringsdeskundigen in opleiding, aangevuld met vrijwillige ervaringswerkers. Het verblijf in de voorziening wordt aangegrepen om waar nodig ten behoeve van het herstel van de cliënt ondersteuning te organiseren. Hierbij wordt ook aangesloten op het aanbod van het Herstelnetwerk. Doel van deze laagdrempelige voorziening is dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Retrovo is niet meer weg te denken in Gooi en Vechtstreek. Gemeenten zullen deze voorziening dan ook weer gedurende deze beleidsperiode voortzetten.
5. Continueren GGz Mantelzorg
In de afgelopen beleidsperiode is er een nieuw regionaal aanbod ontwikkeld en sinds 2023 langlopend ingekocht om mantelzorgers van mensen met psychische problemen te ondersteunen. Mantelzorgers en naasten van inwoners met een psychische kwetsbaarheid krijgen ondersteuning, doordat er bijeenkomsten georganiseerd worden in het kader van lotgenotencontact, psycho-educatie en ondersteuning in het omgaan met de beperkingen van de inwoner met de psychische kwetsbaarheid (individueel of in een groep). Dit wordt op diverse plekken in de regio
26
Lokale sturing op preventie en perspectief
Gemeenten sturen lokaal op de herstelbeweging. Gemeenten sturen eveneens op het realiseren van minimaal één zelfstandige laagdrempelige zelfregievoorziening en het behouden van twee locaties waar activiteiten gericht op persoonlijk herstel beschikbaar zijn. De lokale gemeenten zijn actieve partners in het Herstelnetwerk Gooi en Vechtstreek en verbinden zich aan de doelen van het Herstelnetwerk. De gemeenten sturen lokaal op het realiseren van alle maatregelen om de inzet van ervaringsdeskundigheid in hun organisatie te bevorderen. Gemeenten sturen erop dat activiteiten, vrijwilligerswerk of toeleiding naar werk van andere partijen lokaal bekend en bereikbaar zijn zodat er voor elk individu bezigheden beschikbaar zijn die bij persoonlijke voorkeur en de fase van maatschappelijk herstel passen. Daarnaast sturen gemeenten lokaal op adequate mantelzorgondersteuning. Het inkopen van laagdrempelige algemene voorzieningen, die specifiek op mantelzorgers GGz en/ of verslaving gericht zijn, en de coördinatie en het secretariaat van het Herstelnetwerk pakken gemeenten gezamenlijk, via Regio Gooi en Vechtstreek, op. Het proces van afgifte en beheer van crisiskaarten verloopt via de aanbieder waar de crisiskaart is ingekocht. Deze organisatie heeft direct contact met de kaarthouders. Gemeenten sturen via Regio Gooi en Vechtstreek gezamenlijk op de uitvoering hiervan.
Lokaal zijn gemeenten verantwoordelijk om de crisiskaart onder de aandacht te brengen en houden bij zowel externe partners als hun eigen uitvoeringsdienst. Gemeenten onderzoeken lokaal welke rol de crisiskaart in de aanpak van verward/onbegrepen gedrag kan vervullen.
aangeboden. Gemeenten doen dit in nauwe samenwerking met ervaringsdeskundigen en hun partners zoals gemeentelijke uitvoeringsdiensten, familieorganisaties, welzijns- en zorginstellingen. Gemeenten zullen dit aanbod continueren.
6. Risicogroepen in beeld houden en/of brengen
Om continu te kunnen inspelen op nieuwe ontwikke-
‘Ik neem alleen iets van anderen aan als ze mijn wereld begrijpen. Zoals de persoon die langskwam op school om te vertellen over drugs. Diegene had zelf gebruikt en was in de problemen gekomen. Naar zo iemand luister ik, daar heb ik wat aan.’
lingen binnen Bescherming & Opvang blijven gemeenten in gesprek met hun partners in het veld, cliënten, ervaringsdeskundigen en naasten. Daarnaast vonden er in de vorige beleidsperiode landelijke ontwikkelingen plaats, waarmee ook het in beeld brengen van diverse groepen is verbeterd. Een aantal landelijke monitors en dashboards20 zal ook de komende jaren verder doorontwikkeld worden. Gooi en Vechtstreek sluit zich hier weer bij aan en werkt mee aan alle uitvragen die daaraan voorafgaan. De Impactmonitor Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling kan waardevolle inzichten en hulpmiddelen bieden om effectief beleid te ontwikkelen en te evalueren. De monitor geeft een overzicht van de effectiviteit van de huidige maatregelen tegen huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit helpt ons te begrijpen welke interventies goed werken en welke verbeterd moeten worden. Het biedt zowel landelijke als regionale inzichten. Dit kan bijdragen aan het identificeren van best practices en het aanpassen van beleid op basis van regionale behoeften. Gedurende de eerste helft van deze beleidsperiode zullen gemeenten, met zoveel mogelijk organisaties, meedoen met het ETHOS-Light telonderzoek, waarmee alle categorieën en aantallen dak- en thuislozen in beeld zullen worden gebracht.
Daarnaast zal nader onderzocht worden of er alsnog risicogroepen zijn waarop onvoldoende zicht is, doordat data ontbreekt.
7. Continueren preventie, vroegsignalering en PHP Alcohol en Middelen
Voorkomen is beter dan genezen. Gemeenten willen met preventie en vroegsignalering tegengaan dat problemen ontstaan of verergeren en mogelijk tot een crisis leiden. Door in preventie binnen het sociaal domein te investeren, verbeteren gemeenten niet alleen
individuele levens, zij realiseren hiermee ook bredere maatschappelijke voordelen. Preventie maakt daarmee onderdeel uit van de sluitende aanpak die het beleidsplan Bescherming & Opvang beoogt. In samenwerking met de GGD zetten gemeenten preventie in van licht naar zwaar. In een evenwichtig preventief beleid vormt universele preventie, gericht op de gehele gemeenschap, de basis. Hoe steviger deze basis wordt neergezet, hoe minder ‘doorstroom’ plaatsvindt naar selectieve (gericht op groepen met verhoogd risico) en geïndiceerde (gericht op een individu met beginnende klachten) preventie of naar behandeling en zorggerelateerde preventie. Hiermee kunnen hogere kosten voor gespecialiseerde zorg, strafrechtelijke maatregelen en verdere ondersteuning voorkomen worden. De Regionale Agenda Preventie & Vroegsignalering en het Preventie en Handhavingsplan Alcohol en Middelen (PHP)21 beschrijven de maatregelen die gemeenten en GGD Gooi en Vechtstreek gezamenlijk nemen voor een effectieve aanpak van preventie en vroegsignalering van geweld in afhankelijkheidsrelaties en psychische problematiek inclusief verslaving.
8. Continueren OGGz22 (arbeidsmatige) dagbesteding
Deze vorm van dagbesteding is als doorontwikkeld ondersteuningsaanbod voor de lange termijn ingekocht en bestaat uit het activeren en bevorderen van maatschappelijke participatie en zelfsturing door middel van laagdrempelige (arbeidsmatige) activiteiten passend bij de doelgroep. OGGz dagbesteding is bedoeld voor deelnemers die dakloos zijn of voormalig daklozen met kans op terugval in de beroepsbevolking (18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd) die (nog) niet in staat zijn tot (aangepast) werk of vrijwilligerswerk en niet zelfstandig kunnen voorzien in een zinvolle daginvulling.
27
Financiën (begroting, prijspeil 2025) Nr.
Maatregel
2026
2027
2028
2029 e.v.
Dekking
1/2
Herstelnetwerk
503.257
503.257
503.257
503.257
BW/MO/VO
3
Crisiskaart
53.881
53.881
53.881
53.881
BW/MO
4
Respijtvoorziening
632.977
632.977
632.977
632.977
BW/MO
5
GGz Mantelzorg
78.774
78.774
78.774
78.774
BW
7
Agenda preventie en vroegsignalering (GGD)
55.759
55.759
55.759
55.759
BW/MO
7
Preventieactiviteiten (voorlichtingscampagnes - PHP)
48.175
48.175
48.175
48.175
Gemeentelijke bijdrage
7
PHP - (preventie verslaving)
212.196
212.196
212.196
212.196
BW/MO
7
PHP - KOPP/KOV
126.719
126.719
126.719
126.719
BW/MO
7
Begeleiding omgang naasten naasten (verslaving)
26.811
26.811
26.811
26.811