Bijlage 08 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming
Oud Loosdrechtsedijk 36a RHO adviseurs
Projectadviseur Amber Heitman MSc
Kwaliteitscontrole Nick Kroese BSc
amber@habitus.nl 0172-204060
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de
Rapportage Amber Heitman MSc
opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
Documentcode RHOA2021-2-QS1-V1
uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden.
In opdracht van RHO adviseurs Contactpersoon opdrachtgever Mw. E. Barendregt
Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.
Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894
Opleverdatum 22 januari 2021
https://habitus.nl
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 6
3.
RESULTATEN 7
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 13
5.
MAATREGELEN 14
BRONVERMELDING
BIJLAGEN
Toelichting op de afbeelding Langs het plangebied loopt een sloot.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding
1.3 Criteria
Deze toetsing wordt aangevraagd voor een aanvraag
omgevingsvergunning.
Er
dient
Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:
•
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige
daarom onderzocht te worden of met de
ecologen met een hbo of wo opleiding op
voorgenomen (ruimtelijke) ontwikkeling sprake is
ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,
van overtreding van de geldende natuurwet en -regelgeving.
•
dierecologie of bos -en natuurbeheer. Het
onderzoek
is
uitgevoerd
door
een
onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart Indien na het onderzoek geen overtredingen
hierbij geen enkel belang te hebben bij de
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
vaste medewerker de ethische gedragscode
Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
• •
ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. Het onderzoek voldoet aan onze eigen procesen kwaliteitseisen. Bekijk deze hier. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang
1.2 Doel en centrale vraag
dit realistisch is, gezien de ecologie van de
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is verricht.
•
betreffende soort(en). Voor het opsporen, vangen (met toegestane vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing
In
dit
rapport
wordt
een
voorgenomen
aanwezig.
ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt:
1.4 Werkwijze
Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met
De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.
de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming
(Wnb)
of
het
provinciaal
Toelichting op de afbeelding
beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te
Aan de overzijde van de sloot staan enkele zwarte
worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
elzen.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
1.5 Reikwijdte
1.5.3 Provinciaal beleid
Onderstaand is beschreven aan welke wetten,
Daarnaast
artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
beschermde gebieden, beschermd via de Wet
ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.
Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die
wordt
getoetst
aan
provinciaal
in de Verordening Ruimte zijn aangewezen als 1.5.1 Soortbescherming
Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan overige
Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de
beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst.
Wet natuurbescherming:
Tenzij dit specifiek overeengekomen is.
•
3.1
Vogelrichtlijn(soorten) Habitatrichtlijn(soorten)
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er
•
3.5
•
3.10 Andere soorten
mogelijk sprake is van een overtreding, dan
•
1.11 Zorgplicht
is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij
In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
valt te denken aan een soortgericht onderzoek
Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
(soortbescherming),
vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.
Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).
Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij
Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg
ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling
op dit onderzoek. Zie Bijlage 11 voor een
is er geen kans op het overtreden van de Wet
processchema.
natuurbescherming.
Bij
(éénmalige)
een
NNN-toetsing
of
activiteiten
vindt wel een effect beoordeling plaats, omdat de vrijstelling dan niet geldt. Indien van toepassing worden wel altijd maatregelen voorgesteld om
Kader Omgevingswet (Ow) Naar verwachting zal in de nabije toekomst de Omgevingswet (Ow) met de huidige Wet natuurbescherming verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De exacte datum van invoering is echter nog niet bekend. Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld wordt, is hier te vinden.
1.5.2 Gebiedsbescherming Voor aan
gebiedsbescherming de
volgende
wordt
onderdelen
van
getoetst de
Wet
natuurbescherming:
• Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit
Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.
rekening te houden met de vrijgestelde soorten.
wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de artikelen 2.4 en 4.1).
• Bijzondere nationale gebieden. In de Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het plangebied ligt aan de Oud Loosdrechtsedijk 36a te Loosdrecht en is gelegen in de provincie
In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd (zie ook Bijlage 6):
Noord-Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie
1. verwijderen van de longeercirkel;
bestaat het plangebied uit een gedeelte van een weiland, een longeercirkel en een stapmolen. Het
2. verwijderen van de stapmolen;
weiland wordt 's zomers door koeien begraasd. De stapmolen en longercirkel zijn niet meer in gebruik.
3. realiseren van een klein sanitairgebouw; 4. realiseren van een kleine opslagschuur voor campinggasten.
De omgeving van het plangebied bestaat aan de noordzijde uit (agrarisch) grasland met sloten. Langs
Een kaart van het plangebied is weergegeven in Bijlage 5.
de Oud Loosdrechtsedijk staan woonhuizen en staat agrarische bebouwing. De werkzaamheden Voor dit project wordt uitgegaan van een (redelijkerwijs te verwachten) worstcasescenario. Er wordt
beperken zich tot het plangebied.
verwacht dat er bij de realisatie van de bebouwing
sterke trillingen en harde geluiden kunnen
ontstaan. Er wordt in de uitvoerings- en gebruiksfase mogelijk extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. In de winter is het mogelijk dat werkzaamheden voor zonsopkomst starten. Er
Legenda Onderzoeksgebied Plangebied
zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt niet in het water of langs de oever gewerkt. Er zullen geen zanddepots ontstaan. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet bekend. De werkzaamheden zullen zo spoedig mogelijk aanvangen.
Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand en het onderzoeksgebied is blauw omrand (PDOK, 2020). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in provincie Noord-Holland benoemd. In Figuur 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied
Afstand tot plangebied (in meters)
Natura 2000-gebied*: 'Oostelijke Vechtplassen' Dit gebied is gevoelig voor stikstofdepositie.
200
Natuurnetwerk Nederland
170
*In Bijlage 7 is de ingevulde effectenindicator te vinden (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over habitatsoorten en -typen én (niet-)broedvogelsoorten.
Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand. Toelichting op de afbeelding In het midden van de stapmolen is gras met kruiden aanwezig.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3.1.2 Effecttoetsing NNN
Legenda
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 170 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNN-
Plangebied
Beschermde gebieden
gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.
Natuurnetwerk Nederland Natura 2000-gebied
In provincie Noord-Holland is er geen sprake van externe werking. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. 3.1.3 Effecttoetsing (stikstof)depositie Gezien de geringe afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden met habitattypen die gevoelig zijn voor stikstof, in combinatie met de aard van de activiteiten, kan een depositie-effect van stikstof momenteel (vanwege het voormalige PAS) niet vooraf uitgesloten worden.
Figuur 2: ligging plangebied (rode kader in cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (PDOK, 2020; provincie Noord-Holland, 2020). 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 7) is gekozen voor de activiteit ’landrecreatie’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ’landrecreatie’ op Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; verontreiniging; verstoring door geluid en licht; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen habitatsoorten of (niet-)broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 8 januari 2021 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Amber Heitman MSc. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek op 8 januari 2021 was het droog, circa 4 graden, bewolkt en stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting zuidwest. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8.
Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te vinden in Bijlage 9.
Toelichting op de afbeelding In de ruigtevegetatie in de longeercirkel groeit herderstasje. Deze soort is niet beschermd.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Toelichting op Tabel 2:
Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
In deze tabel staan enkel de soorten
Resultaten
waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar
is
een
nadere
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
vm
n
•
Alle
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4
•
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of
• •
beschermde functie is uitgesloten. Rugstreeppad
vm
z, w, v
a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk
w = winterverblijfplaats
en/of Artikel 1.11
Alle
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 HR-soort
Voorbeelden voortplantingbiotoop: (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Voorbeelden geschikt terrestrisch biotoop: (teelt)akkers, zandafgravingen. Zomerverblijfplaatsen: kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels. Voorbeelden winterverblijfplaatsen: (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages/struwelen boven het grondwater.
Verblijfplaatsen z = zomerverblijfplaats
De aanwezigheid van rugstreeppad kan uitgesloten worden volgens het Kennisdocument rugstreeppad (BIJ12, 2017), omdat in het plangebied geen geschikte combinatie van biotopen aanwezig is (zomer-, voortplantings- én winterverblijfplaatsen). Vestiging van rugstreeppad is wel mogelijk, omdat: • er waarnemingen van rugstreeppad bekend zijn binnen vijf kilometer van het plangebied (de dichtstbijzijnde waarneming is op circa één kilometer van het plangebied gedaan, • het plangebied bereikbaar is vanaf deze locaties er geen geschikt habitat aanwezig is of kan ontstaan tijdens de werkzaamheden •
Legenda Tabel 2:
n = nest (vogels)
Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Echter het veldbezoek is uitgevoerd buiten het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw en huiszwaluw worden niet verwacht, omdat holtes ontbreken (spreeuw) en er geen geschikte bebouwing aanwezig is (huiszwaluw). Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen zich vestigen op bouwterreinen en kunnen broeden in hopen afval of bouwmateriaal. De volgende biotopen zijn aanwezig: open, in verbinding staand water; intensief beheerd (gras)land; ruigte en verharding algemeen. Zie Tabel 3 voor voorbeelden van vogelsoorten die verwacht worden.
¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2
De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Overig en omgeving v = voortplantingsbiotoop
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest
Legenda Onderzoeksgebied Legenda Plangebied BiotopenOnderzoeksgebied Plangebied Intensief beheerd (gras)land (V) Open, in verbinding staand water (V) Biotopen Ruigte (V) beheerd (gras)land (V) Intensief Verharding Open, inalgemeen verbinding staand water (V) KaalRuigte zand (V) Verharding algemeen Kaal zand
Aanwezige biotopen
Beschrijving biotoop
Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):
Intensief beheerd (gras)land
gewasteelt (zoals mais), voedselrijk grasland
graspieper, gele kwikstaart
Open, in verbinding staand water
groter water zoals: sloot, boezem, rivier, meer
fuut, meerkoet, wilde eend
Ruigte
kruidenvegetatie (>50%)
graspieper, kleine plevier
Verharding algemeen
straatbetegeling, asfalt, paden, erfverharding
n.v.t.
Kaal zand
rijbak, longeercirkel, stapmolen
kleine plevier
Figuur 3: kaart met het plangebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden. "V" staat voor "vogels zonder jaarrond beschermd nest". In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. Indien er geschikt biotoop ontstaat, kan de rugstreeppad zich overal in het plangebied vestigen.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Planten De volgende plantensoorten zijn binnen het plangebied aangetroffen: duizendblad, smalle weegbree, herderstasje, grote brandnetel, zwarte els, ridderzuring, zachte ooievaarsbek, Jakobskruiskruid en diverse soorten grassen, waaronder gestreepte witbol en Engels raaigras. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen bedreigde planten van de Rode Lijst aangetroffen. Dieren In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd. Grasland In het grasland kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: haas, bruine kikker en gewone pad. Water en oever In het water worden soorten verwacht, zoals: bastaardkikker, meerkikker, kleine watersalamander, tiendoornige stekelbaars, zeelt en kleine modderkruiper. Ook waterfauna kan aanwezig zijn, zoals grote spinnende watertor en gewone poelslak.
Toelichting op de afbeelding Ten zuiden van het plangebied groeit zwarte els langs de sloot.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN
4.1 Conclusie
Algemene opmerking:
De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
In 4.1 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het plangebied en welke werkzaamheden getoetst zijn.
Hieronder volgt een antwoord op de centrale vraag. In tabel 4 is de conclusie samengevat.
Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 9.
De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk nesten van 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' op de
4.2 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden
planlocatie aanwezig zijn. Daarnaast kunnen 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' en rugstreeppad
Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie
zich in de toekomst vestigen, als er geen voorzorgsmaatregelen worden genomen. De voorgenomen
(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.
ontwikkeling is daarnaast mogelijk ook in strijd met het onderdeel gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Verder zijn de plannen niet in strijd met provinciale gebiedsbescherming.
• Er is een aeriuscalculatie benodigd om te bepalen of er depositie-effecten optreden. • Rugstreeppad: zie Tabel 2 voor de functies. Indien voldaan kan worden aan de maatregel in 5.1.2 onder de paragraaf ‘rugstreeppad’, is nader onderzoek niet benodigd. Zo niet,
Tabel 4: Samenvatting conclusie
Soort(groep)/gebied
dan dient nader onderzoek verricht te worden naar landbiotoop in de periode juni t/m half
Maatregel
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
x
Rugstreeppad
x
Natura 2000 (stikstofdepositie)
Onderzoek
Overig/opmerking zie paragraaf 5.1.1
(x)
zie paragraaf 4.2
x
zie paragraaf 4.2
oktober. Winterverblijfplaatsen zijn redelijkerwijs niet te onderzoeken. Onderzoek naar de voortplantingfunctie kan indicatief zijn voor andere verblijfplaatsfuncties, dit onderzoek kan globaal plaatsvinden van half april t/m eind juli.
x = maatregel of onderzoek is benodigd, (x) = onderzoek is enkel benodigd als de maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden.
Zie paragraaf 5.1 voor informatie over hoe om te gaan met soorten waarvoor geen onderzoek benodigd is, maar waarvoor wel maatregelen benodigd zijn. In Bijlage 11 is een stroomschema te vinden waarin de vervolgstappen zijn opgenomen met een indicatieve doorlooptijd.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
13
5. MAATREGELEN Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een
Algemene opmerking: Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 5.4.
Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:
• 5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10); • 5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11); • 5.3 Bovenwettelijke maatregelen.
Daarnaast wordt in paragraaf 5.4 besproken wat u kunt doen bij een wijziging van de ontwikkeling of wanneer de gegeven adviezen niet passen in de uitvoering of planning. 5.1 Maatregelen beschermde soorten Er zijn maatregelen nodig voor de volgende beschermde soorten: vogels en rugstreeppad. 5.1.1 Vogels zonder jaarrond beschermd nest Voorkom vernietiging van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Nesten van deze soorten mogen niet
ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperiode is er veelal een grote kans op het aantreffen van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is vooraf niet te geven. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart Vogelsoorten zoals de witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het plangebied. Of dek de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek. 5.1.2 Rugstreeppad (vestiging voorkomen) Maatregel 1: voorkom dat er in de periode april t/m eind augustus ondiepe wateren ontstaan of zorg dat deze direct gedempt worden. Denk hierbij aan regenplassen en bandensporen. Deze maatregel is enkel toepasbaar om nieuwe vestiging in geschikt voortplantingsbiotoop te voorkomen. Maatregel 2: voorkom dat er in de periode april t/m eind november nieuwe zomer- en/of winterverblijfplaatsen ontstaan, zoals hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal (bijv. puin), hopen houtafval of stenen. Verwijder dit direct uit het plangebied.
Indien het niet mogelijk is om aan deze maatregelen te voldoen, dan dient nader onderzoek verricht te worden, zie 4.2.
beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op basis van het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de aanwezige biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half maart t/m half augustus. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
14
5.2 Zorgplichtmaatregelen
5.2.2 Amfibieën
In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat
In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende
nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden óf dat noodzakelijke maatregelen getroffen
maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
worden. Hieronder volgt de strategie om met deze soorten om te gaan, zie kader.
• Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden van. In paragraaf 3.3 zijn per biotoop de zorgplichtsoorten opgenomen die in het plangebied verwacht worden.
Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende maatregelen minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen. 5.2.1 Zoogdieren In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
• Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.
• Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst.
• Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
15
5.3 Bovenwettelijke of aanvullende maatregelen Dit rapport is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het
Nieuwe aanplant of vegetatie-ontwikkeling
•
Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten,
rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk
vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen
beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast
soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve
zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook daar aandacht aan te geven.
•
exoten, zoals japanse duizenknoop, watercrassula en grote waternavel. Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang in de vegetatie. Deze rand is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de
Biodiversiteit
eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te
Wil je met een onafhankelijke en herhaalbare meting weten hoe het met de biodiversiteit gesteld
worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst.
is in jouw plangebied? En wil je daarnaast aanbevelingen om gericht maatregelen te nemen die de biodiversiteit verhogen? Vraag ons dan om een Quickscan Biodiversiteit uit te voeren! Met de Quickscan Biodiversiteit wordt aantoonbaar gemaakt wat de huidige biodiversiteit is. Bij een vervolgmeting kan de bijdrage dan objectief worden bepaald. Vraag de projectadviseur
Erf in het buitengebied
•
Plant nieuwe knotwilgen langs de sloot. Knotwilgen zijn waardevol voor bijvoorbeeld insecten en vogels. Knotwilgen kunnen eenvoudig geplant worden door een jonge tak van een bestaande wilg
gerust om de folder of om meer informatie.
in de grond te graven. Stichting Landschapsbeheer Gelderland biedt meer informatie over de aanplant en het onderhoud van knotwilgen. Kampeerplaatsen
5.3.1 Ecologische kansen Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig:
•
Indien de kampeerplaatsen (gedeeltelijk) verhard worden, gebruik hiervoor dan grastegels. Hierdoor kunnen kruiden en grassen alsnog groeien en wordt hemelwater beter afgevoerd.
Nieuwbouw
•
Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden
•
In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om
bij nieuwbouw. in de nieuwbouw voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer
•
informatie beschikbaar ter inspiratie. Denk aan de huismus als er een vogelschroot wordt geplaatst. Doe dit dan ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model. Mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
16
5.4 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in dit rapport zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de voorgenomen ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het plangebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Vervolgstappen niet inpasbaar? Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheffing benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.
Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het plangebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder.
Andere beschermde soorten aangetroffen? Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in dit rapport benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.
Toelichting op de afbeelding De ruigtevegetatie in de stapmolen biedt geschikt broedbiotoop voor grasmus.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
17
BRONVERMELDING Internetpagina’s, programma's en online documenten •
BIJ12 (2017). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.
•
Boomvalk (z.d.). Voortplanting.
•
Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming.
•
BWLG (2007). Tonghaarmuts.
•
Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.
•
EIS Kenniscentrum Insecten (z.d.). Vermiljoenkever.
•
EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland.
•
Floron (z.d). Verspreidingsatlas.
•
Haarsma, A-J. (2011). De meervleermuis in Nederland. Rapport nr. 2011.40. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
•
Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR.
•
IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.
•
Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.
•
Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Wet natuurbescherming.
•
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2015). Ecologie bataafse stroommossel.
•
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2008). Nauwe korfslak (Vertigo angustior) H1014.
•
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). PAS-gebieden.
•
NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.
•
Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017.
•
Netwerk Groene Bureaus (2017b). Soortinventarisatieprotocollen.
•
PDOK (2019). Viewer.
•
Provincie Noord-Holland (2020). Geodataviewer.
•
Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina
•
Rijksoverheid (2020). Omgevingswet.
•
Sovon (z.d.). Sovon.
•
Stichting Landschapsbeheer Gelderland (2010). Knotbomen: aanleg en beheer.
•
Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.
•
Vleermuis.net (2018). Pagina soorten.
•
Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids.
•
Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina zoogdiersoorten.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
18
BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming (Wnb)
Verbodsartikel
Lid
Toelichting
3.1 Vogelrichtlijn
Lid 1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd.
Lid 2
Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingwet 1998 die
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming
Lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen
Lid 4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Lid 5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van
in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast is weergegeven waar wij aan toetsen.
instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 3.5 Habitatrichtlijn
Soortbescherming
Lid 1
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de
vangen.
voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen
Lid 2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Lid 3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Lid 4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden
Lid 5
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag
en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend
van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te
door het bevoegd gezag. In de tabel hiernaast is weergegeven op welke
vernielen.
beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn.
Artikel 3.10 andere
Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten
soorten
vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn in Bijlage 3 weergegeven.
Lid 1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen,
Omgevingswet
c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied
Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan
opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2021 in werking treden.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
19
Beschermde gebieden
Beschermde nesten *Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de
In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-
soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn
gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2
jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in
verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de
categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.
instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of
• Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.
• Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de
de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking).
nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
• Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broe-
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
den en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen
voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet
• Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat
natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
zijn een nest te bouwen.
• Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten die beschermd zijn staan in Bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
• • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en
Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere
bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt
nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.
Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
20
Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Wij beoordelen ook eventuele effecten op beschermde beleidsgebieden. Zuid-Holland: strategische reservering natuur en belangrijke weidevogelgebieden Het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. Het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f.
uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
21
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN
Nederlandse naam
Categorie
SvI* (als broedvogel)
Nederlandse naam
Categorie
SvI (als broedvogel)
Steenuil
1
matig ongunstig
Gekraagde roodstaart
5
matig ongunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Glanskop
5
matig ongunstig
gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10
Huismus
2
matig ongunstig
Grauwe vliegenvanger
5
matig ongunstig
andere soorten.
Roek
2
matig ongunstig
Groene specht
5
gunstig
Grote gele kwikstaart
3
gunstig
Grote bonte specht
5
gunstig
Kerkuil
3
gunstig
Hop
5
artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek
Oehoe
3
gunstig
onbekend, vermoedelijk ongunstig
Huiszwaluw
5
matig ongunstig
benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de
Ooievaar
3
gunstig
IJsvogel
5
gunstig
Slechtvalk
3
gunstig
Kleine bonte specht
5
gunstig
Boomvalk
4
matig ongunstig
Kleine vliegenvanger
5
Buizerd
4
gunstig
onbekend, vermoedelijk geen broedvogel
Havik
4
gunstig
Koolmees
5
gunstig
Kortsnavelboomkruiper
5
gunstig
Oeverzwaluw
5
gunstig
Pimpelmees
5
gunstig
Raaf
5
gunstig
Ruigpootuil
5
onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel
Spreeuw
5
matig ongunstig
Tapuit
5
zeer ongunstig
Torenvalk
5
matig ongunstig
Zeearend
5
gunstig
Zwarte kraai
5
gunstig
Zwarte mees
5
matig ongunstig
Zwarte roodstaart
5
gunstig
Zwarte specht
5
matig ongunstig
Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten
Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in
vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.
Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)
Ransuil
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
kolonie)
Wespendief
4
gunstig
Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest
Zwarte wouw
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen
Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer
Blauwe reiger
5
matig ongunstig
ongunstige SvI (zie tekst onder kader).
Boerenzwaluw
5
gunstig
Bonte vliegenvanger
5
gunstig
Boomklever
5
gunstig
Boomkruiper
5
gunstig
Bosuil
5
gunstig
toekomstperspectief.
Brilduiker
5
zeer ongunstig
De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,
Draaihals
5
zeer ongunstig
Eidereend
5
zeer ongunstig
Ekster
5
zeer ongunstig (in het buitengebied)
*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.
Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
22
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Bijeneter
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Blauwe reiger
4
matig ongunstig
Buizerd
4
gunstig
Draaihals
4
zeer ongunstig
Grauwe klauwier
4
gunstig
Grutto
4
matig ongunstig
IJsvogel
4
gunstig
Boerenzwaluw
2
gunstig
Boomvalk
3
matig ongunstig
Bosuil
2
gunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Grote gele kwikstaart
2
gunstig
Havik
3
gunstig
Huismus
2
matig ongunstig
Huiszwaluw
2
matig ongunstig
Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing
Kerkuil
1
gunstig
Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar
Oehoe
1
gunstig
Ooievaar
2
gunstig
Raaf
3
gunstig
kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag
Ransuil
3
zeer ongunstig
komen.
Rode wouw
3
matig ongunstig
Roek
1
matig ongunstig
Slechtvalk
2
gunstig
Steenuil
1
matig ongunstig
Torenvalk
3
matig ongunstig
toekomstperspectief.
Wespendief
3
gunstig
De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,
Zwarte wouw
3
onbekend, vermoedelijk gunstig
Limburg: vogels met een jaarrond beschermd nest In de provincie Limburg gelden afwijkende provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming.
Vogels
met
jaarrond
beschermde
nesten
conform
provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg zijn op deze pagina weergegeven. Indien uw plangebied niet in de provincie Limburg ligt, is deze pagina voor u niet relevant.
Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten
een specifiek nest Categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig
*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI
Kramsvogel
4
zeer ongunstig
Kwartelkoning
4
zeer ongunstig
Oeverzwaluw
4
gunstig
Paapje
4
zeer ongunstig
Ringmus
4
zeer ongunstig
Roerdomp
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
Spotvogel
4
matig ongunstig
Visdief
4
zeer ongunstig
Wulp
4
matig ongunstig
Zomertortel
4
zeer ongunstig
Zwarte specht
4
matig ongunstig
Nesten van vetgedrukte soorten zijn specifiek in Limburg jaarrond beschermd
‘onbekend’.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
23
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Apollovlinder
Gestreepte dolfijn
Heikikker
Noordse vinvis
Tijmblauwtje
Bataafse stroommossel
Gestreepte waterroofkever
Heldenbok
Noordse vleermuis
Tuimelaar
Bechsteins vleermuis
Gevlekte witsnuitlibel
Hille
Noordse winterjuffer
Tweekleurige vleermuis
Bever
Gewone baardvleermuis
Houting
Noordse woelmuis
Vale vleermuis
Boomkikker
Gewone dolfijn
Ingekorven vleermuis
Oostelijke witsnuitlibel
Vermiljoenkever
Bosvleermuis
Gewone dwergvleermuis
Juchtleerkever
Orca
Vroedmeesterpad
Boszandoog
Gewone grootoorvleermuis
Kamsalamander
Otter
Walrus
geldt volgens de wettekst artikel 3.5 ook de verbodsbepalingen en het
Brandts vleermuis
Gewone spitsdolfijn
Kemps’ zeeschildpad
Pimpernelblauwtje
Watervleermuis
beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. De MvT van de wet gaf juist
Brede geelrandwaterroofkever
Gewone vinvis
Kleine dwergvleermuis*
Platte schijfhoren
Wilde kat*
Bronslibel
Gladde slang
Kleine hoefijzerneus
Poelkikker
Witflankdolfijn
Bruinvis
Griend
Kleine zwaardwalvis
Potvis
Witsnuitdolfijn
genoemd in Bijlage II van de Conventie van Bern en Bijlage I Conventie
Bultrug
Grijze dolfin
Knoflookpad
Rivierrombout
Witte dolfijn
van Bonn conform art. 3.5 waren beschermd of niet. Onlangs, op 1 juli
Dikkopschildpad
Grijze grootoorvleermuis
Kruipend moerasscherm
Rosse vleermuis
Wolf*
Donker pimpernelblauwtje
Groene glazenmaker
Laatvlieger
Rugstreeppad
Zandhagedis
Drijvende waterweegbree
Groenknolorchis
Lederschildpad
Ruige dwergvleermuis
Zilverstreephooibeestje
Dwergpotvis
Grote hoefijzerneus
Lynx
Sierlijke witsnuitlibel
Zomerschroeforchis
Dwergvinvis
Grote rosse vleermuis
Meervleermuis
Soepschildpad
Oeveraas**
Franjestaart
Grote vuurvlinder
Mopsvleermuis
Spitsdolfijn van Gray
Walrus**
Gaffellibel
Hamster
Muurhagedis
Steur
Geelbuikvuurpad
Hazelmuis
Narwal
Teunisbloempijlstaart
Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Vogels vallen echter niet* onder artikel 3.5. * In de officiële wettekst, gepubliceerd in het Staatsblad op 19 januari 2016, is in artikel 3.5 verwezen naar de Conventie van Bern, Bijlage I en II en de Conventie van Bonn, Bijlage I. Met betrekking tot de in Bijlage II Conventie van Bern en Bijlage I Conventie van Bonn genoemde vogelsoorten,
aan dat de Vogelrichtijn de rechtsbasis vormt en dat de bescherming van vogels is geregeld in de Vogelrichtlijn, dat is uitgewerkt in art. 3.1. Er is lang verwarring geweest bij de verschillende bevoegde gezagen of de vogels
2018, is echter een verzamelwet inwerking getreden waarin is aangegeven dat art. 3.5 niet van toepassing is op soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
*= niet opgenomen in Bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV. ** = niet genoemd in Bijlage 3 Memorie van Toelichting: Tabel I, staat wel in Bijlage II van de Conventie van Bern.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
24
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG) Artikel 3.10 Andere soorten Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In Bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Aardbeivlinder
Bruine kikker
Gewone bosspitsmuis
Karthuizeranjer
Naaldenkervel
Veenbesblauwtje
Molmuis
Aardmuis
Bruinrode wespenorchis
Gewone bronlibel
Karwijselie
Ondergrondse woelmuis
Veenbesparelmoervlinder
Oeveraas
Adder
Bunzing
Gewone pad
Kempense heidelibel
Pijlscheefkelk
Veenbloembies
Mercuurwaterjuffer
Akkerboterbloem
Damhert
Gewone zeehond
Kleine ereprijs
Pimpernelblauwtje
Veenhooibeestje
Akkerdoornzaad
Das
Glad biggenkruid
Kleine heivlinder
Ree
Veldmuis
Akkerogentroost
Dennenorchis
Gladde zegge
Kleine ijsvogelvlinder
Ringslang
Veldparelmoervlinder
Alpenwatersalamander
Donker pimpernelblauwtje
Grijze zeehond
Kleine Schorseneer
Roggelelie
Veldspitsmuis
Beekdonderpad
Donkere waterjuffer
Groene nachtorchis
Kleine watersalamander
Rood peperboompje
Vinpootsalamander
Beekkrombout
Dreps
Groensteel
Kleine wolfsmelk
Rosse woelmuis
Vliegend hert
Beekprik
Duinparelmoervlinder
Groot spiegelklokje
Kluwenklokje
Rozenkransje
Vliegenorchis
Beklierde ogentroost
Dwergmuis
Grote bosaardbei
Knollathyrus
Ruw parelzaad
Vos
Berggamander
Dwergspitsmuis
Grote bosmuis
Knolspirea
Scherpkruid
Vroege ereprijs
Bergnachtorchis
Echte gamander
Grote leeuwenklauw
Kommavlinder
Schubvaren
Vuursalamander
Blaasvaren
Edelhert
Grote modderkruiper
Konijn
Schubzegge
Waterspitsmuis
Blauw guichelheil
Eekhoorn
Grote parelmoervlinder
Korensla
Sleedoornpage
Wezel
Bokkenorchis
Egel
Grote vos
Kranskarwij
Smalle raai
Wild zwijn
Boommarter
Eikelmuis
Grote vuurvlinder
Kruiptijm
Speerwaterjuffer
Wilde averuit
Bosbeekjuffer
Elrits
Grote weerschijnvlinder
Kwabaal
Spiegeldikkopje
Wilde ridderspoor
Bosboterbloem
Europese rivierkreeft
Haas
Lange zonnedauw
Spits havikskruid
Wilde weit
Bosdravik
Franjegentiaan
Hazelworm
Levendbarende hagedis
Steenbraam
Woelrat
Bosmuis
Geelgroene wespenorchis
Hermelijn
Liggende ereprijs
Steenmarter
Wolfskers
Bosparelmoervlinder
Gentiaanblauwtje
Honingorchis
Meerkikker
Stijve wolfsmelk
Zandwolfsmelk
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
25
Groningen
Drenthe
Overijssel1
Gelderland
Utrecht
N-Holland
Z-Holland
Flevoland
Zeeland
N- Brabant
Limburg
Soort / Provincie
Friesland
BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN
hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
worden verricht in verband met:
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader
Bunzing
x
x
x
x
x
x
van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen,
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken,
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten
a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting;
oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. bestendig gebruik. Deze vrijstelling geldt dus niet voor (eenmalige) activiteiten, zoals evenementen of (sport)wedstrijden. 1
Per 1 december 2019 zijn bunzing, egel, hermelijn,
ondergrondse woelmuis en wezel niet meer vrijgesteld (bron).
x
x
x
Hermelijn
x
x
x
x
x
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Meerkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wild zwijn Woelrat
x x
x
x
x
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
x
x
x
26
BIJLAGE 4 - WERKWIJZE ONDERZOEK Werkwijze Dit onderzoek bestaat uit een bureau-onderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna volgen de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder volgt per onderdeel een toelichting op de methode. Soortbescherming Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in Bijlage 8 en Bijlage 9 en is een samenstelling van: