Bijlage 08. Nota van zienswijzen Middenweg 100
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen
Ontwerp weigeringsbeschikking Middenweg 100
Nota van beantwoording zienswijzen: Bladzijde 2: Bladzijde 3:
Inleiding De zienswijzen
1/4
Inleiding: Het college heeft op 17 februari 2022 een ontwerp weigeringsbesluit omgevingsvergunning ter inzage gelegd voor het bouwplan aan de Middenweg 100 te Nederhorst den Berg. De raad heeft op 10 juni 2021 geweigerd een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor dit bouwplan. Het ontwerp weigeringsbesluit omgevingsvergunning en de ontwerp verklaring van geen bedenkingen hebben van 17 februari 2022 tot en met 30 maart 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er is 1 zienswijzen ingediend. De beantwoording van deze zienswijzen vindt u in deze nota.
2/4
De zienswijzen De hier beschreven zienswijze is een samenvatting van zoals deze door de indiener is verwoord. Zienswijze indiener A 1. In ons verzoek, d.d. 13 augustus 2020, is duidelijk gerefereerd aan de regels in artikel 3.7 (wijzigingsbevoegdheid) van het vigerende bestemmingsplan Horstermeer. In deze regels wordt geen voorbehoud gemaakt voor het aantal te slopen m² voor de bouw van een extra (tweede) woning. 2. De buren van het naastliggende transportbedrijf worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Er is jurisprudentie dat de bestaande nu dichtstbijzijnde woning Middenweg 100 de beperking is voor de richtafstand. De extra tweede woning levert daarom geen extra beperking op voor het bedrijf. 3. Er wordt beroep gedaan op gelijkheidsbeginsel, aangezien verderop aan de weg wel wordt meegewerkt aan soortgelijke initiatieven. 4. Op 3 oktober 2020 is aan aanvraag voor bouwen van twee woningen gedaan. Dit naar aanleiding van contact met de provincie waarin werd gesteld dat op deze wijze nog gebruik kan worden gemaakt van het oude planologische regime gezien de komst van een nieuwe provinciale omgevingsverordening in november 2020. Op 22 oktober 2022 heeft de gemeente een brief verstuurd met het verzoek om aanvullende gegevens. Dit is aangeleverd met een brief, d.d. 18 december 2020.
Dit in de veronderstelling dat de gemeente medewerking verleent aan ons verzoek, anders had men beter meteen de aanvraag kunnen weigeren en kunnen aangeven dat er strijd was met het provinciale beleid. 5. Er zijn verwachtingen gewekt door de gemeente door aanvullende stukken op te vragen. Daarnaast zijn verwachtingen gewekt door provinciaal contactpersoon.
Reactie gemeente: 1. Voor het bouwplan voor het bouwen van twee woningen op Middenweg 100 te Nederhorst den Berg is op 13 augustus 2020 een vooroverleg ingediend. In de brief van 15 september 2020 gaf het college aan geen medewerking te verlenen aan een tweede woning, omdat op het perceel slechts 500 m2 bestaande bedrijfsbebouwing binnen het bestemmingsvlak aanwezig is en kan worden gesloopt, terwijl volgens de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) ten minste 1.500 m2 aan bestaande bedrijfsbebouwing binnen het bestemmingsvlak moet worden gesloopt om aanspraak te maken op een tweede woning (artikel 17 lid 2, onder e van de PRV). Over deze brief heeft aanvullend diverse malen zowel telefonisch als per mail contact met de aanvrager plaatsgevonden en is telkens hetzelfde bericht herhaald. Desondanks diende aanvrager op 3 oktober 2020 een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 2 woningen op Middenweg 100 te Nederhorst den Berg in. Op deze aanvraag omgevingsvergunning is artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3o van de Wabo van toepassing. Voorafgaand aan de aanvraag deelde hij telefonisch mee eigenwijs te zijn en toch een poging te willen wagen voor een tweede woning.
Aanvrager verwijst in zijn zienswijze naar de wijzigingsbevoegdheid genoemd in artikel 3.7 van het bestemmingsplanregels Horstermeer, waarin staat dat het college bevoegd is om met een artikel 3.6 Wro de bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigingen naar ‘Wonen’. Aanvrager stelt dat er in dit artikel geen minimale oppervlakten voor te slopen bestaande bedrijfsbebouwing wordt genoemd.
3/4
Ten aanzien hiervan merken wij op dat onderhavige aanvraag een aanvraag omgevingsvergunning betreft en geen aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan zoals bedoelt in artikel 3.7 van de planregels van het bestemmingsplan Horstermeer. In artikel 3 eerste lid 1, onder d van de PRV wordt aangegeven dat de regels van de PRV van toepassing zijn op een aanvraag omgevingsvergunning waarop artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3o van de Wabo. In artikel 3 lid 1, onder a wordt aangegeven dat de regels van de PRV ook gelden voor een wijzigingsplan conform artikel 3.6 lid 1, onder a of b van de Wro. Bij beide procedures moet beoordeeld worden aan dezelfde regels van de PRV, zodat de uitkomst identiek is. 2. De aanvraag omgevingsvergunning wordt geweigerd vanwege strijdigheid met de PRV. Dat een tweede woning geen beperkingen oplevert voor het naastgelegen transportbedrijf is hierin niet relevant. 3. Dat mogelijk wordt meegewerkt aan een tweede (burger)woning elders in het plangebied ligt in het feit dat in die gevallen wel voldaan wordt aan artikel 17 lid 2, onder e van de PRV. 4. Volgens de systematiek van de Wabo dient het college een aanvrager die een aanvraag omgevingsvergunning indient die niet volledig is, in de gelegenheid om die aanvraag aan te vullen (artikel 4:5 van de Awb).
Op 22 oktober 2020 heeft het college conform de wet aanvrager verzocht om de aanvraag aan te vullen. Het college heeft hierin dus de wet gevolgd. 5. Zoals onder punt 1 al opgemerkt heeft aanvrager voorafgaand aan het indienen van de definitieve aanvraag omgevingsvergunning een vooroverleg ingediend. In de brief van 15 september 2020 heeft het college schriftelijk aangegeven geen medewerking te willen geven aan een tweede woning. Aanvrager wist voorafgaand aan het indienen van de definitieve aanvraag omgevingsvergunning dus al hoe op zijn aanvraag zou worden geoordeeld. Van het wekken van verwachtingen is dan ook geen enkele sprake. Wij hebben van de contactpersoon van de provincie begrepen dat hij aanvrager enkel de procedure ten tijde van overgang van de voormalige PRV naar de huidige Omgevingsverordening NH2020 heeft uitgelegd.
4/4