bijlage 08 Archeologisch onderzoek NLD 178
Tekst van het document
Nieuw-Loosdrechtsedijk 178, Loosdrecht (gemeente Wijdemeren) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
R.M. van der Zee
2
Colofon ADC Rapport 5725 Nieuw-Loosdrechtsedijk 178, Loosdrecht (gemeente Wijdemeren) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur: R.M. van der Zee In opdracht van: Dutchplanners © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 20 maart 2022 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: concept Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: I. Vossen ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl
3
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Boorgegevens
4 7 9 9 9 9 16 18 18 19 20 22 23 24 25
4
Samenvatting In opdracht van Dutchplanners heeft ADC ArcheoProjecten in februari en maart 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie NieuwLoosdrechtsedijk 178 in Loosdrecht, gemeente Wijdemeren. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige bedrijfsbebouwing gevolgd door woningbouw. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan vereist. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied is gelegen in een voormalig veengebied. In de top van het dekzand kunnen resten van bewoning, landbouw en andere menselijke activiteiten aanwezig zijn. Dit is onder andere ingegeven door vuursteenvondsten die elders op het grondgebied van de gemeente Wijdemeren, in een landschappelijk vergelijkbaar gebied, zijn gedaan. In de top van het dekzand dient daarom rekening te worden gehouden met archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum. Wel moet worden opgemerkt dat vondsten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum tot op heden in de gemeente Wijdemeren nog niet zijn aangetroffen. Omdat bekend is dat zich globaal vanaf de Bronstijd een sterke vernatting van het landschap voltrok, moet worden aangenomen dat gaandeweg de omstandigheden voor bewoning ongunstig werden.
Uiteindelijk ontstond een uitgestrekt veengebied dat zich uitstrekte tot aan de rand van de stuwwal van Hilversum. Vanwege de relatief lage ligging en de daaraan gerelateerde natte omstandigheden is het waarschijnlijk dat het plangebied tot de Late Middeleeuwen niet geschikt was voor permanente bewoning. Bovendien zullen eventuele resten in of op het veen door grootschalige vervening en oxidatie van het veen zijn verdwenen. Nadat het veen in de Late Middeleeuwen was ontwaterd, vond de ontginning van het land tot landbouwgrond plaats. Vermoedelijk werd in deze periode het gebied voor de landbouw in gebruik genomen. Daarnaast werd met name vanaf de 16e eeuw op grote schaal veen afgegraven ten behoeve van de turfwinning. De bewoning concentreerde zich op de koppen van de kavels, direct langs de in de late 13e eeuw aangelegde Oud- en Nieuw-Loosdrechtsedijk. Gelet op het kaartbeeld van 18e en 19e eeuwse kaarten, waarop in het zuiden van het plangebied een erf is aangegeven, moet in dit deel rekening worden gehouden met antropogeen bewerkte of opgebrachte lagen. Het mogelijk aanwezige vondstmateriaal, zoals aardewerk, baksteen, hout, aardewerk, glas, metaal, dierlijk bot, kan informatie geven over de bewoningsgeschiedenis of het gebruik in het verleden van de locatie.
Naast vondstmateriaal kunnen water- en beerputten en afvalkuilen en funderingsresten en uitbraaksleuven die verband houden met vroegere bebouwing op de locatie worden aangetroffen. Op grond van (sub)recente bouw- sloopwerkzaamheden en andere grondroerende activiteiten moet rekening worden gehouden met plaatselijke verstoringen. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit wijst uit dat de natuurlijke ondergrond uit matig fijn dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) bestaat. Het dekzand is veelal afgedekt door een 35 tot 50 cm dik matig humeus akkerdek met veenbrokken. Op het akkerdek ligt in het noordelijk deel een 70 tot 120 cm dik, (sub)recent opgebracht of bewerkt pakket dat waarschijnlijk samenhangt met de aanleg van bedrijfsbebouwing en inrichting van het buitenterrein in de jaren zestig van de vorige eeuw. In het zuidelijk deel is op het akkerdek een 105 tot 110 cm dik ophogingspakket aanwezig, dat te relateren is aan het historische erf dat hier aanwezig was ADC ArcheoProjecten adviseert op basis van het huidige stedenbouwkundig plan, waarbij de bestaande woning in het zuidelijk deel van het plangebied wordt gehandhaafd en de nieuwbouw in het noordelijk en noordoostelijk deel is voorzien, vrijgave wat betreft aspect archeologie voor de voorgenomen ontwikkeling.
Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding
5
dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Wijdemeren. Opgemerkt dient te worden dat wijzigingen van het stedenbouwkundig plan waarbij alsnog van bouw-, sloop- of andere grondroerende werkzaamheden in het zuidelijk deel van het plangebied worden uitgevoerd, aanleiding kunnen zijn tot nader archeologisch onderzoek. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
6
Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode
Afkorting
Tijd in jaren
Nieuwe tijd:
NT
1500 - heden
Middeleeuwen:
XME
450 – 1500 na Chr.
Late Middeleeuwen
LME
Vroege Middeleeuwen
VME
Romeinse tijd:
ROM
Laat-Romeinse tijd
ROML
270 - 450 na Chr.
Midden-Romeinse tijd
ROMM
70 - 270 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd
ROMV
12 voor Chr. - 70 na Chr.
IJzertijd:
IJZ
Late IJzertijd
IJZL
250 - 12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
IJZM
500 - 250 voor Chr.
Vroege IJzertijd
IJZV
Bronstijd:
BRONS
Late Bronstijd
BRONSL
1100 - 800 voor Chr.
Midden-Bronstijd
BRONSM
1800 - 1100 voor Chr.
Vroege Bronstijd
BRONSV
Neolithicum (Jonge Steentijd):
NEO
Laat-Neolithicum
NEOL
2850 - 2000 voor Chr.
Midden-Neolithicum
NEOM
4200 - 2850 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum
NEOV
Mesolithicum (Midden-Steentijd):
MESO
Laat-Mesolithicum
MESOL
6450 - 4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
MESOM
7100 - 6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
MESOV
8800 - 7100 voor Chr.
Paleolithicum (Oude Steentijd):
PALEO
Laat-Paleolithicum
PALEOL
35.000 - 8800 voor Chr.
Midden-Paleolithicum
PALEOM
300.000 – 35.000 voor Chr.
Vroeg-Paleolithicum
PALEOV
tot 300.000 voor Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.
800 – 12 voor Chr.
800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.
2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr.
5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.
tot 8800 voor Chr.
7
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Dutchplanners heeft ADC ArcheoProjecten in februari en maart 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie NieuwLoosdrechtsedijk 178 in Loosdrecht, gemeente Wijdemeren (afb. 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige bedrijfsbebouwing gevolgd door woningbouw. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan vereist. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Een nieuw bestemmingsplan zal worden getoetst aan het vigerende archeologische beleid van de gemeente Wijdemeren en de daarop gebaseerde beleidskaart (afb.
3).1 Op deze kaart valt het oostelijk deel van het plangebied in een archeologisch waardevol gebied van de derde categorie (AWG3) en het westelijk deel in een archeologisch waardevol gebied van de vierde categorie (AWG4). Volgens de hieraan gekoppelde regimes dient in AWG3 rekening te worden gehouden met archeologie bij plannen van 100 m2 en groter en grondroerende werkzaamheden dieper dan 35 cm beneden maaiveld. In AWG4 dient rekening te worden gehouden met archeologie bij plannen van 500 m2 en groter en grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 cm beneden maaiveld. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden dient de initiatiefnemer in het kader van de bestemmingsplanprocedure een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).2 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Wijdemeren heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld.
Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.
1
Alders 2010.
2
SIKB 2018.
8
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:
fasen AMZ-cyclus: aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:
bevoegde overheid met contactgegevens:
deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens: goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur: projectmedewerker(s): autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:
Dutchplanners Dhr. N. van Wanrooij Statenlaan 8 6828 WE Arnhem Tel.: 06 16448119 E-mail: info@dutchplanners.nl bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek nieuw bestemmingsplan ten behoeve van woningbouw Nieuw-Loosdrechtsedijk 178 Loosdrecht Wijdemeren Noord-Holland gemeente Loosdrecht sectie C nummer 6749 (gedeeltelijk), 6751 (gedeeltelijk), 6753 en 6754 31F (1:25.000) circa 3.500 m2 NW: 136.612 / 467.281 ZO: 136.677 / 467.188 NO: 136.686 / 467.276 ZW: 136.661 / 467.181 Gemeente Wijdemeren Mevrouw D. Cramers Postbus 190 1230 AD Loosdrecht Tel.: 035 – 655 9418 E-mail: d.cramers@wijdemeren.nl onbekend n.n.b. 5192484100 4230937 R.M. van der Zee n.v.t. I. Vossen februari en maart 2022 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
9
2
Bureauonderzoek 2.1
Doelstelling en vraagstelling
Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
2.2
Methodiek
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien mogelijk zal de omvang worden weergegeven op een kaart.
2.3
Resultaten
2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Loosdrecht en maakt deel uit van het bebouwingslint langs de Nieuw-Loosdrechtsedijk (afb. 1 en 2). De locatie betreft (delen van) de kadastrale percelen gemeente Loosdrecht sectie C nummer 6749, 6751, 6753 en 6754. Ze wordt aan de zuidzijde begrensd door de Nieuw-Loosdrechtsedijk en twee erven (Nieuw-Loosdrechtsedijk 174, 176 en 180) en aan de west- en oostzijde eveneens door genoemde erven. De noordzijde is niet fysiek begrensd. De totale omvang bedraagt circa 3.500 m2. Het zuidelijk deel bestaat uit een inrit voorzien van klinkerverharding, die toegang verschaft tot het achterterrein, en een woonhuis met bijbehorende tuin (afb. 4). Het woonhuis dateert volgens de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG)3 uit 1920. Het noordwestelijk deel bestaat uit bedrijfsbebouwing en een met beton en klinkers verhard buitenterrein. Het noordoostelijk deel bestaat uit een waterpartij en grasland. Uit het Bodemloket4 blijkt dat in het noordoostelijk en zuidelijk deel van het plangebied milieukundige bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht.
In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC.5 Uit de ontvangen gegevens blijkt dat deze in het zuidelijk en westelijk deel aanwezig zijn.
3
https://bagviewer.kadaster.nl/
4
https://www.bodemloket.nl
5
meldingsnummer 22G028750.
10
Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 300 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied bestaat uit de sloop van de huidige bedrijfsbebouwing gevolgd door de bouw van vier woonblokken met in totaal tien woningen (afb. 4). Gegevens omtrent het ontwerp en de funderingsconstructie zijn nog niet voorhanden. De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron
Informatie
Geologische kaart 20216
Kustveen, Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket (kaartcode: v) Hollandveen8 (kaartcode: G0) noordelijk en centrale deel van het plangebied: vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss, bedekt met overstromingsmateriaal, bedekt of opgevuld met veen, vervlakt onder invloed van natuurlijke processen (kaartcode: 2M53ovV) zuidelijk deel: niet gekarteerd laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (bodemcode: cHn21) idem, grondwatertrap III/VI
Geologische kaart van Nederland 1:50.0007 Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie; afb. 6)9
Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie; afb. 7)10 Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (oudere uitgave)11 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; afb. 8)12
0,10 tot 0,65 m +NAP
Geologie en geomorfologie Het plangebied bevindt zich in de overgangszone van het veengebied in het westen naar het tegen de stuwwal van Hilversum gelegen dekzandgebied in het oosten. De stuwwal is in de voorlaatste ijstijd, het Saalien (370.000-130.000 jaar geleden), door landijs gevormd.13 Ze bestaat uit overwegend uit grindrijk, fijn en grof zand, dat is afgezet door voorlopers van voornamelijk de Rijn en andere rivieren uit het oosten, die voor de vorming van de stuwwallen hier stroomden. Tijdens en na terugtrekking van het landijs werd door smeltwater materiaal van de stuwwallen naar lagere delen getransporteerd. Doordat de bodem nog bevroren was stroomde het water over de oppervlakte en werden dalen gevormd. Het materiaal van de stuwwal werd vaak onderaan een helling in de vorm van smeltwaaiers (sandrs) afgezet. Ze liggen hoofdzakelijk aan de westelijke voet van de stuwwallen, op circa 5 tot 10 m + NAP, vormen een strook van ongeveer één kilometer
6
https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen
7
Rijks Geologische Dienst 1988.
8
Alterra 2014.
9
Alterra 2008.
10
verouderde terminologie, volgens de huidige lithostratigrafische indeling (TNO 2013) Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen
Laagpakket. 11
Stichting voor Bodemkartering 1970a.
12
ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer
13
De Mulder et al. 2003.
11
breed en duiken verder westwaarts onder jongere sedimenten weg.14 Die hieraan gerelateerde fluvioglaciale afzettingen (smeltwaterafzettingen) bestaan uit gelaagd, grindhoudend grof zand. De fluvioglaciale afzettingen worden veelal bedekt door een pakket dekzand, een windafzetting uit de laatste ijstijd, het Weichselien.15 Hoewel TNO alle dekzanden tot hetzelfde laagpakket (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) rekent, zijn er in het Gooi toch verschillende faciës te onderscheiden: leemhoudend dekzand en zandig dekzand.16 Het leemhoudende dekzand bestaat uit een afwisseling van lemige en fijnzandige laagjes, met plaatselijk grovere insluitingen, zoals grindsnoertjes of fluvioperiglaciale sedimenten. Het leemhoudende dekzand is in het Gooi vooral in het Pleniglaciaal afgezet en bevindt zich stratigrafisch discordant (een situatie waarbij sprake is van een tijdelijke onderbreking van de sedimentatie) op smeltwaterafzettingen of gestuwde afzettingen. Het wordt ook wel Oud Dekzand I genoemd. Het zandig dekzand is met name afgezet tijdens het Laat-Glaciaal, in de Oude en Jonge Dryas. Stratigrafisch ligt het zandig dekzand concordant op het leemhoudend dekzand. (Oud Dekzand I) Het wordt ook wel Ouder Dekzand I genoemd indien voorkomend onder de Laag van Usselo, en Jonger Dekzand II indien voorkomend boven de Laag van Usselo.
In het Holoceen, het huidige geologische tijdvak dat 11.700 jaar geleden aanving, steeg de temperatuur geleidelijk en nam de begroeiing toe. Hierdoor werd het dekzandreliëf vastgelegd. In de lagere delen van het landschap zorgde de algehele vernatting, die het resultaat was van de zeespiegelstijging en de daaraan gekoppelde stijging van de grondwaterspiegel, voor het ontstaan van veenmoerassen, die zich steeds verder uitbreidden (afb. 9a en 9b). De veenmoerassen werden ontwaterd door onder andere de Drecht, een veenstroom ten noorden van het plangebied die uitmondde op de Utrechtse Vecht. Tijdens de maximale uitbreiding bedekte het veen de voet van de stuwwal van Hilversum vermoedelijk tot op een hoogte van circa 3 m +NAP. Gezien de maaiveldhoogte (tussen 0,10 en 0,65 m +NAP) van het plangebied zal hier zeker sprake van veenbedekking sprake zijn geweest. Het veen is echter als gevolg van oxidatie en ontginning in de Middeleeuwen geheel verdwenen. Bodemkunde Op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)17 valt het plangebied in een zone met laarpodzolgronden (afb. 7). Deze gronden komen voor in de lagere delen van het dekzandlandschap. Doordat ze als bouwlandgronden in gebruik (zijn) geweest, wordt het profiel gekenmerkt door een antropogeen dek van 30 à 50 cm dat door plaggenbemesting is ontstaan.
Op een oudere uitgave van de Bodemkaart van Nederland 1:50.00018 zijn behalve bodemkundige eenheden ook grondwatertrappen aangegeven. De in het onderzoeksgebied gekarteerde laarpodzolgronden hebben grondwatertrap III of VI. Grondwatertrap III betekent dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ondieper dan 40 cm –mv ligt en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 80 en 120 cm -mv. Grondwatertrap VI betekent dat de GHG tussen 40 en 80 cm -mv ligt en de GLG dieper dan 120 cm -mv. 2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Archeologische waarden- en verwachtingskaarten In 2010 heeft de gemeente Wijdemeren voor haar grondgebied een archeologische beleidskaart laten vervaardigen (afb. 3). Op deze kaarten worden verschillende categorieën ‘archeologisch waardevol gebied’, elk met eigen criteria van vrijstelling, onderscheiden. Op deze kaart valt het oostelijk deel van het plangebied in een archeologisch waardevol gebied van de derde categorie 14
Stichting voor Bodemkartering 1970b.
15
ibid.
16
Koopman & Pfeifer 2014.
17
Alterra 2014.
18
Stichting voor Bodemkartering 1970a.
12
(AWG3) en het westelijk deel in een archeologisch waardevol gebied van de vierde categorie (AWG4). Het archeologisch waardevol gebied van de derde categorie waarbinnen het oostelijk deel van het plangebied valt, hangt samen met de aanwezigheid van een historische bewoningskern. In deze zone moet rekening worden gehouden met archeologische sporen die een bijdrage leveren kunnen aan de bewoningsgeschiedenis van Nieuw-Loosdrecht. Het archeologisch waardevol gebied van de vierde categorie waarbinnen het westelijk deel van het plangebied valt, hangt samen met de aanwezigheid van pleistocene zandgronden die hier dagzomen. In deze zone zijn voornamelijk sporen van bewoning en ontginning en gebruik te verwachten in de vroege Prehistorie (Paleolithicum-Neolithicum) maar ook uit latere periodes kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK, 201419) maakt het plangebied oostelijk deel van het plangebied deel uit van een archeologisch monument.20 Het betreft een terrein van hoge archeologische waarde en is als volgt omschreven: Dit monument betreft de historische dorpskern van Nieuw-Loosdrecht, gelegen op de overgang van dekzandgebied naar komgebied (veenweide). De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit de periode 1820-1850.
Binnen deze begrenzing worden de vroegste archeologische en bouwhistorische resten verwacht van de oude kern van NieuwLoosdrecht. Deze te verwachten resten bevatten een veelheid aan (historische) informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. Op circa 200 m ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een tweede archeologisch monument.21 Dit betreft een terrein van zeer hoge waarde en herbergt de aanleg en overblijfselen van kasteel Sypesteyn uit de 15e-17e eeuw. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME versie 1.2) zijn in het onderzoeksgebied geen resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed aangegeven.22 Vondst- en onderzoeksmeldingen Ten behoeve van archeologische informatie over het plan- en onderzoeksgebied is het Archeologisch informatiesysteem (Archis3) geraadpleegd. Hierbij blijkt dat in het onderzoeksgebied enkele vondstlocaties en onderzoeksmeldingen zijn geregistreerd (zie voor de ligging afb. 10). Deze worden in onderstaande alinea’s besproken. Voor het gebied Weersloot, dat zich circa 40 m ten zuidwesten van het plangebied uitstrekt, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 23 De aanleiding voor het onderzoek was de geplande verwijdering van houtopslag en stobben en het afplaggen tot een diepte van 20 tot maximaal 50 cm –mv.
Voor het gehele gebied gold een lage verwachting voor resten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Deze zullen met name bestaan uit (resten van) ontwateringsgreppels en sloten en losse vondsten. Omdat de graafwerkzaamheden niet tot aantasting van het historische slotenpatroon zouden leiden en losse vondsten niet door middel van prospectief onderzoek zijn op te sporen werd vervolgonderzoek niet zinvol geacht. Voor het noordelijk deel gold een verwachting voor resten uit de steentijd. Omdat de werkzaamheden boven dit niveau zouden blijven werd ook hier geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.
19
Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en moet deze
derhalve als een statische kaart worden beschouwd. 20
monument 11.934.
21
monument 872.
22
http://www.ikme.nl
23
zaakidentificatie 4036013100, Exaltus 2017.
13
Het gebied genaamd ‘De Ster’, dat zich circa 300 m ten westen van het plangebied uitstrekt, is eveneens onderzocht door middel van een archeologisch bureauonderzoek.24 Dit onderzoek is nog niet afgemeld in Archis3, waardoor de resultaten niet beschikbaar zijn. Voor een locatie aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk, op circa 200 m ten oosten van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 25 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het booronderzoek wees uit dat in delen van de locatie sprake was een intact dekzandoppervlak. Deze delen zijn nader onderzocht middels een karterend booronderzoek. Daarbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Archeologisch vervolgonderzoek werd niet meer nodig geacht. Voor een locatie aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 157, op circa 200 m ten oosten van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden.26 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend/karterend booronderzoek. Tijdens dit onderzoek werden in de noordelijke helft van het perceel fragmenten aardewerk aangetroffen met een datering uit het eind van de 17 e eeuw tot begin 18e eeuw.
Ook werden er fragmenten baksteen en is er mortel aangetroffen, mogelijk afkomstig van bebouwing die hier gestaan had. De resultaten van het booronderzoek waren aanleiding tot de uitvoering van een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.27 Bij dit onderzoek werd vastgesteld dat de bodemopbouw bestaat, die overgaat in een ophogingslaag waarin alleen nieuwetijds materiaal werd aangetroffen. Uit het vondstmateriaal kan geconcludeerd worden dat het ophogingspakket als één geheel is aangebracht en uit de 16e-17e eeuw stamt. In het ophogingspakket waren funderingsresten aanwezig die afkomstig zijn van de 19e-eeuwse bebouwing. De funderingssporen die door het veen lopen, zijn mogelijk ouder, maar door het ontbreken van vondstmateriaal waren deze niet te dateren. De vindplaats werd als niet behoudenswaardig beschouwd. Aanvullend onderzoek werd daarom niet noodzakelijk geacht. Op het terrein van Kasteel Sypesteyn zijn verschillende archeologische vondstmeldingen geregistreerd.28 Op het terrein zijn vanaf het begin van de 20e eeuw verschillende opgravingen uitgevoerd. Twee vondstmelding29 hebben betrekking op in 1969 en 1976 uitgevoerde opgravingen, waarbij funderingsresten (vanaf de 14e eeuw), baksteen en aardewerk zijn aangetroffen.
2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Bewoningsgeschiedenis De oudste bekende sporen van de mens in Loosdrecht dateren uit het Neolithicum. Uit de periode van de Bronstijd en de IJzertijd zijn geen vondsten bekend. Hetzelfde geldt voor de periode van de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen. De eerste gegevens van Loosdrecht dateren uit 1298.30 In deze periode was sprake van een uitgestrekt moerasgebied. Om dit te ontwateren werden sloten in het veen naar de Vecht en de Drecht gegraven. De sloten naar de Drecht werden gegraven naar het begin van deze veenrivier 24
zaakidentificatie 2442469100 (Archis2 onderzoeksmeldingsnummer 61.432).
25
zaakidentificatie 2265516100 (Archis2 onderzoeksmeldingsn 38.069), zaakidentificatie 2265524100 (Archis2
onderzoeksmeldingsnummer 38.070), De Roller 2010. 26
zaakidentificatie 2128301100 (Archis2 onderzoeksmeldingsnummer 38.620), Boshoven 2006.
27
zaakidentificatie 2295698100 (Archis2 onderzoeksmeldingsnummer 42.219 en waarnemingsnummer 436.493), De Roller
2010. 28
zaakidentificatie 2824610100 (Archis2 waarnemingsnummer 23.119) en zaakidentificatie 2848677100 (Archis2
waarnemingsnummer 27.184). 29
zaakidentificatie 2948128100 (Archis2 waarnemingsnummer 43.147) en zaakidentificatie 2875106100 (Archis2
waarnemingsnummer 31.144). 30
https://www.wijdemeren.nl/4/Loosdrecht/Historie-van-Loosdrecht.html, Alders 2010.
14
(circa 700 m ten noorden van het plangebied), waardoor een stervormige verkaveling ontstond. Om dit gebied werd een dijk opgeworpen, de nu nog bestaande Oud- en Nieuw-Loosdrechtsedijk, en ook enkele dijken binnen het gebied, die echter alle zijn verdwenen. Door het graven van sloten droogde de top van het veen uit en werd geschikt gemaakt voor akkerbouw. Naast het ontwateren van het veen om akkergrond te creëren werd met name vanaf de 16e eeuw ook veen afgegraven voor de winning van turf, aanvankelijk tot de grondwaterspiegel (zogenaamde droge vervening). Zowel door het gebruik van veen als landbouwgrond als door het afgraven van veen daalde het maaiveld. Door de ondiepe grondwaterstanden was akkerbouw niet meer mogelijk en werd in toenemende mate omgeschakeld naar weiland. In de 17e en 18e eeuw ging men ook beneden het grondwater veen baggeren (zogenaamde natte vervening). Dit gebeurde zo grootschalig dat er grote watervlakten ontstonden, zoals de Loosdrechtse Plassen.
15
Oude kaarten De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron
Jaartal
Historische situatie
Nieuwe Kaart Van Mynden En De Loosdrecht , gemeeten door Ian Spruytenburgh; A. van der Laan inventor, fec31 Kadastrale minuut32
1734
erf met woonhuis, weiland?
1811-1832
Topografisch Militaire Kaart (TMK)33 Bonnekaart34 Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart Topografische kaart35 Topografische kaart Topografische kaart
1839-1859 1876 1881 1890 1896 1906 1920 1945 1950 1960 1970
Topografische kaart
1981
Topografische kaart Topografische kaart
1988 1993
Topografische kaart
1999
Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart
2004 2009 2011-2021
perceel 273: tuin perceel 274: huis en erf perceel 279: weiland woonhuis, tuin, weiland/grasland idem idem idem idem idem idem idem woonhuis, tuin, weiland/grasland idem woonhuis, tuin, achterterrein (twee gebouwen), weiland/grasland woonhuis, tuin, oprit naar achterterrein (één groot gebouw en één klein gebouw), weiland/grasland idem woonhuis, tuin, oprit naar achterterrein (twee grote gebouwen en één klein gebouw), weiland/grasland woonhuis, tuin, oprit naar achterterrein (twee grote gebouwen en twee kleine gebouwen), weiland/grasland idem idem idem
Op de Nieuwe Kaart Van Mynden En De Loosdrecht uit 173436 is het zuidelijk van het plangebied sprake van een woonhuis met bijbehorende tuin (afb. 11). Het overige deel van het plangebied is onbebouwd en bestaat vermoedelijk uit weiland of grasland. Het kaartbeeld van de oudste kadastrale kaart, het minuutplan van de gemeente Loosdrecht (18111832) 37 komt in grote lijnen overeen met de Nieuwe Kaart Van Mynden En De Loosdrecht uit 1734 (afb. 12). Het zuidelijk deel van het plangebied bestaat uit twee kleine percelen, waarvan er één bebouwd is. Uit de bij het minuutplan behorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) is het ‘soort der eigendommen’ omschreven als ‘tuin’ (273) en ‘huis en plaats’ (274). Het noordelijk deel van het plangebied beslaat een deel van een groot perceel, dat onbebouwd is. In de OAT is het ‘soort der eigendommen’ van dit perceel (279) omschreven als weiland. Afgaande op het
31
https://www.uvaerfgoed.nl/beeldbank/nl/xview/?identifier=hdl:11245/3.253
32
Kadaster 1811-1832.
33
Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990.
34
Bureau Militaire Verkenningen 1876, 1881, 1890, 1896, 1906, 1920, 1945.
35
https://www.topotijdreis.nl
36
https://www.uvaerfgoed.nl/beeldbank/nl/xview/?identifier=hdl:11245/3.253
37
Kadaster 1811-1832.
16
kaartbeeld van de Topografische Militaire Kaart (TMK) uit de periode 1839-185938, en de Bonnekaarten uit 1876, 1881, 1890, 1906, 1920 en 194539 en de topografische kaarten uit 1950 en 196040 moet worden aangenomen dat de situatie tot in het begin van de tweede helft van de 20e eeuw ongewijzigd blijft (afb. 13). Op de topografische kaart van 1970 verschijnen in het noordelijk deel van het plangebied twee gebouwen. Op recente uitgaven van de topografische kaart is te zien dat de bebouwing in de loop der tijd in omvang toeneemt en uiteindelijk de huidige situatie ontstaat. Uit de geraadpleegde luchtfoto’s uit de periode 2006 t/m 2021 is te zien dat in het noordelijk deel van het plangebied sprake was van een groot gebouw. Op de luchtfoto van 2020 is dit gebouw niet meer zichtbaar en is op de locatie van het gebouw een waterpartij aanwezig. Vermoedelijk is de waterpartij ontstaan na het verwijderen van een ondergrondse kelder.
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Uit het bureauonderzoek volgt dat het plangebied is gelegen in een voormalig veengebied. In de top van het dekzand kunnen resten van bewoning, landbouw en andere menselijke activiteiten aanwezig zijn. Dit is onder andere ingegeven door vuursteenvondsten die elders op het grondgebied van de gemeente Wijdemeren, in een landschappelijk vergelijkbaar gebied, zijn gedaan. In de top van het dekzand dient daarom rekening te worden gehouden met archeologische resten vanaf het LaatPaleolithicum. Wel moet worden opgemerkt dat vondsten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum tot op heden in de gemeente Wijdemeren nog niet zijn aangetroffen. Resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum zullen verband houden met (mogelijk) tijdelijke kampen van jager-verzamelaars. Dergelijke vindplaatsen manifesteren zich als een strooiing van voornamelijk vuurstenen artefacten en houtskool, en haardkuilen. Vanaf het Neolithicum komen ook bewoningssporen voor van vroege landbouwers, bestaande uit onder andere paalkuilen, waterputten, greppels en spit- of haksporen.
Indien aanwezig zullen deze zich in de top van het onverstoorde dekzand aftekenen, direct onder een (restant van een) dun plaggen- of akkerdek. Het voormalige loopoppervlak met inbegrip van een eventuele vondstlaag zal waarschijnlijk zijn verploegd en opgenomen de bovengrond. Omdat bekend is dat zich globaal vanaf de Bronstijd een sterke vernatting van het landschap voltrok, moet worden aangenomen dat gaandeweg de omstandigheden voor bewoning ongunstig werden. Uiteindelijk ontstond een uitgestrekt veengebied dat zich uitstrekte tot aan de rand van de stuwwal van Hilversum. Vanwege de relatief lage ligging en de daaraan gerelateerde natte omstandigheden is het waarschijnlijk dat het plangebied vanaf de bronstijd tot de Late Middeleeuwen niet geschikt was voor permanente bewoning. Bovendien zullen eventuele resten in of op het veen door grootschalige vervening en latere oxidatie van het veen zijn verdwenen. Nadat het veen in de Late Middeleeuwen was ontwaterd, vond de ontginning van het land tot landbouwgrond plaats. Vermoedelijk werd in deze periode het gebied voor de landbouw in gebruik genomen. Daarnaast werd met name vanaf de 16e eeuw op grote schaal veen afgegraven ten behoeve van de turfwinning. De bewoning concentreerde zich op de koppen van de kavels, direct langs de in de late 13e eeuw aangelegde Oud- en Nieuw-Loosdrechtsedijk.
Gelet op het kaartbeeld van 18e en 19e eeuwse kaarten, waarop in het zuiden van het plangebied een erf is aangegeven, moet in dit deel rekening worden gehouden met antropogeen bewerkte of opgebrachte lagen. Het mogelijk aanwezige vondstmateriaal, zoals aardewerk, baksteen, hout, aardewerk, glas, metaal, dierlijk bot, kan informatie geven over de bewoningsgeschiedenis of het gebruik in het verleden van 38
Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990.
39
Bureau Militaire Verkenningen 1876, 1881, 1890, 1896, 1906, 1920, 1945.
40
https://www.topotijdreis.nl
17
de locatie. Naast vondstmateriaal kunnen water- en beerputten en afvalkuilen en funderingsresten en uitbraaksleuven die verband houden met vroegere bebouwing op de locatie worden aangetroffen. Op grond van (sub)recente bouw- sloopwerkzaamheden en andere grondroerende activiteiten moet rekening worden gehouden met plaatselijke verstoringen. De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren (zie hoofdstuk 3).
18
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Plan van Aanpak
3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (par. 2.4). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met aard en diepte van de geplande ingrepen. Op 8 februari 2022 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: • Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? • Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? • Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? • Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? • Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische
indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? • In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? • In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Voor het beantwoorden van de in par. 3.1.1 genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: aantal boringen: boorgrid: diepte boringen: boormethode: bemonstering:
6 geen, evenredig verdeeld over de onbebouwde delen van het plangebied tot tenminste 25 cm in het onverstoorde dekzand Edelmanboor met diameter 7 cm (handmatig) versnijden en/of verbrokkelen
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 510441 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus42 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten zijn ingemeten met een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald aan de hand van AHN-beelden.
41
Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
42
De Bakker 1989.
19
Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, zullen eventuele archeologische vondsten wel worden verzameld en (indien mogelijk) worden gedetermineerd.
3.2
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
3.2.1 Veldinspectie en uitvoering Plan van Aanpak (PvA) Het plangebied is gedeeltelijk bebouwd en bestraat. Het gedeelte rondom de woning bestaat uit tuin. Het noordoostelijk deel is braakliggend. Voorafgaand aan het inventariserend veldonderzoek, dat op 9 februari 2022 plaatsvond, is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij zijn geen archeologisch relevante zaken waargenomen. De boringen zijn grotendeels in overeenstemming met het Plan van Aanpak verricht. Alleen in het uiterste zuiden (voortuin van de woning) was het, ondanks herhaalde pogingen op alternatieve locaties, vanwege ondoordringbaar materiaal in de bodem Nadat het veen in de Late Middeleeuwen was ontwaterd, vond de ontginning van het land tot landbouwgrond plaats. Vermoedelijk werd in deze periode het gebied voor de landbouw in gebruik genomen. Daarnaast werd met name vanaf de 16e eeuw op grote schaal veen afgegraven ten behoeve van de turfwinning. niet mogelijk om de boring tot in de natuurlijke ondergrond door te zetten (boring 7). Ter plaatse van de oprit in het zuidwestelijk deel van het plangebied werd eveneens gestuit op ondoordringbaar materiaal in de bodem (boring 5). Daarom is een alternatieve locatie gezocht. Hier bleek het wel mogelijk te zijn om de boring tot in de natuurlijke ondergrond door te zetten (boring 6).
3.2.2 Lithologische en bodemkundige beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 13. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. Bij het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat de ondergrond van het plangebied uit kalkloos, humusarm, zwak siltig zand bestaat. Het pakket heeft een lichtbruine kleur, behoudens het bovenste deel, dat een grijsgele of bruingele kleur heeft. De mediane korrelgrootte is matig fijn (150-210 µm). De korrels zijn goed gesorteerd en matig afgerond. De bovenkant van dit pakket bevindt zich op 110 tot 155 cm -mv (circa 1,00 tot 1,15 m -NAP). Het beschreven zandpakket wordt op grond van lithologische kenmerken als onverstoorde dekzand (C-horizont) beschouwd. Het vormt het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel. Behoudens enige humusinspoeling zijn in de top van het dekzand geen sporen van bodemvorming aangetroffen. Het onverstoorde dekzand gaat in de boringen 1, 3, 4 en 6 naar boven toe geleidelijk over in donkergrijs, matig humeus zandpakket van 35 à 50 cm dikte. Verspreid in het pakket komen enkele fragmenten puin en veenbrokken voor. Het humushoudende pakket is het resultaat van agrarische grondbewerking en wordt als een akkerdek (Ap-horizont) geïnterpreteerd. Het akkerdek is in de boring 1 en 3 afgedekt met een circa 70 tot 120 cm dik (sub)recent opgebracht of bewerkt zandpakket.
In boring 3 is de bovenste 50 cm van dit pakket sterk grindhoudend en bevat het brokken bouwzand, puin en glas. In boring 2 is geen akkerdek aanwezig en gaat het onverstoorde dekzand direct over in het (sub)recent opgebrachte of bewerkte zandpakket. De aanwezigheid van dit pakket hangt waarschijnlijk samen met de aanleg van bedrijfsbebouwing en inrichting van het buitenterrein in de jaren zestig van de vorige eeuw. In de boringen 4 en 6 gaat het akkerdek over in een zwak tot matig humeus zandpakket van 100 à 105 cm dikte. In boring 5 is vanwege ondoordringbaar materiaal de onderkant van het pakket niet bereikt en is sprake van een minimale dikte van 125 cm. Het pakket bevat lichtgekleurde zandbrokken, grind en puin. Tevens is in het pakket een fragment roodbakkend geglazuurd aardewerk daterend uit de 17e eeuw of later aangetroffen. Het humushoudende pakket betreft een ophogingspakket dat te relateren is aan het historische erf dat hier aanwezig was.
20
In boring 7 is op 15 cm -mv (circa 0,55 m +NAP) gestuit op een ondoordringbare laag. Waarschijnlijk gaat het hierbij om een moderne constructie. 3.2.3 Interpretatie De onverstoorde top van het dekzand wordt beschouwd als een potentieel archeologisch niveau voor de periode Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum. Hoewel dit niveau intact aanwezig is, lijkt ter plaatse van het plangebied geen sprake te zijn van een dekzandrug of -welving zijn. In geen van de boringen zijn resten van een podzolbodem aangetroffen. Waarschijnlijk lag het plangebied in een relatief lager deel van het dekzandlandschap, met een lage kans op de aanwezigheid van archeologische resten uit genoemde perioden. Het in het zuidelijk deel van het plangebied aangetroffen ophogingspakket is vermoedelijk te relateren is aan het historisch erf dat hier aanwezig was. Op grond van de bewoningsgeschiedenis van Loosdrecht moet in deze zone rekening worden gehouden archeologische resten vanaf de 13e eeuw.
3.3
Conclusies
De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: •
Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Het plangebied is gelegen in een voormalig veengebied. Het verkennend booronderzoek wijst uit dat de natuurlijke ondergrond uit matig fijn dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) bestaat. Het dekzand is veelal afgedekt door een 35 tot 50 cm dik matig humeus akkerdek met veenbrokken. Hierop ligt in het noordelijk deel een 70 tot 120 cm dik, (sub)recent opgebracht of bewerkt pakket dat waarschijnlijk samenhangt met de aanleg van bedrijfsbebouwing en inrichting van het buitenterrein in de jaren zestig van de vorige eeuw. In het zuidelijk deel is een 105 tot 110 cm dik ophogingspakket aanwezig, dat te relateren is aan het historische erf dat hier aanwezig was.
•
Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De bodemopbouw in het plangebied is grotendeels intact.
•
Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Het ophogingspakket dat in de boringen 4 t/m 6, in het zuiden van het plangebied, is aangetroffen, wordt als een archeologisch relevante eenheid beschouwd.
•
Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? De bovenkant bevindt zich direct of vrijwel direct onder het maaiveld (0,40 à 0,45 m NAP).
•
Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? In het ophogingspakket zijn fragmenten puin en een aardewerkscherf aangetroffen. Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Verspreid in het ophogingspakket Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? In het zuidelijk deel van het plangebied, waar het ophogingspakket is aangetroffen. Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? Het puin is niet dateerbaar. De aardewerkscherf dateert uit 17 e eeuw of later.
21
•
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum dient op basis van het veldonderzoek naar laag te worden bijgesteld. De hoge verwachting voor resten uit de periode Late Middeleeuwen (13e eeuw en later) tot en met de Nieuwe tijd dient te worden gehandhaafd.
•
In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Op basis van het huidige stedenbouwkundige plan, waarbij de bestaande woning in het zuidelijk deel van het plangebied wordt gehandhaafd en de nieuwbouw in het noordelijk en noordoostelijk deel is voorzien, is geen sprake van een bedreiging van archeologische resten.
•
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied wordt als voldoende onderzocht beschouwd. Daarbij dient wel te worden aangetekend dat wijzingen van het stedenbouwkundig plan waarbij alsnog sprake is van bouw-, sloop- of andere grondroerende werkzaamheden in het zuidelijk deel van het plangebied, aanleiding kunnen zijn tot nader archeologisch onderzoek (afb. 15).
22
4
Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert op basis van het huidige stedenbouwkundig plan, waarbij de bestaande woning in het zuidelijk deel van het plangebied wordt gehandhaafd en de nieuwbouw in het noordelijk en noordoostelijk deel is voorzien, vrijgave wat betreft het aspect archeologie voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Wijdemeren. Opgemerkt dient te worden dat wijzigingen van het stedenbouwkundig plan waarbij alsnog sprake is van bouw-, sloop- of andere grondroerende werkzaamheden in het zuidelijk deel van het plangebied, aanleiding kunnen zijn tot nader archeologisch onderzoek (afb. 15). Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
23
Literatuur Alders, G.P., 2010: Toelichting bij Beleidskaart Archeologie gemeente Wijdemeren. SCENH rapport. Haarlem. Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Boshoven, E.H., 2006: Nieuw-Loosdrecht (Gemeente Wijdemeren) Nieuw-Loosdrechtsedijk 157 / 159. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (karterende fase). BAAC rapport 06.199. Deventer. Bureau Militaire Verkenningen, 1873, 1881, 1890, 1896, 1906, 1920 & 1945: Oud Loosdrecht, blad 406, 1:25.000. Exaltus, R.P., 2017: Nieuw-Loosdrecht, Weersloot (Gemeente Wijdemeren, NH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek. Steekproefrapport 2017-02/10. Zuidhorn. Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832: Loosdrecht, Utrecht, sectie C blad 02 (MIN06043C02). Koopman, S., & A.E. Pfeifer, 2014: Geologische atlas van het Gooi. AWN Naerdinkclant. Hilversum. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft.
Rijks Geologische Dienst, 1988: Geologische kaart van Nederland Schaal 1:50.000. Blad 31 Oost Utrecht. Haarlem. Roller, G.J. de, 2010: Archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van bureau- en booronderzoek aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk te Nieuw-Loosdrecht, gemeente Wijdemeren (NH). MUG-publicatie 2009-86. Leek. Roller, G.J. de, met een bijdrage van K. Bosma, 2010: Archeologisch proefsleuvenonderzoek Nieuw-Loosdrechtsedijk 157-159 te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren (NH) MUG-publicatie 2010-102. Leek. SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. Stichting voor Bodemkartering, 1970a: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000. Kaartblad 31 Oost Utrecht. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1970b: Bodemkaart van Nederland Schaal 1:50.000. Toelichting bij kaartblad 31 Oost Utrecht. Wageningen. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Vos, P., J. Bazelmans, H. Weerts & .M. van der Meulen, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 1 WestNederland 1839-1859. Groningen.
24
Geraadpleegde websites http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl http://maps.bodemdata.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://www.bodemloket.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen https://www.kadaster.nl/ https://www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.topotijdreis.nl https://www.uvaerfgoed.nl/beeldbank/nl/xview/?identifier=hdl:11245/3.253 https://www.wijdemeren.nl/4/Loosdrecht/Historie-van-Loosdrecht.html https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://www.ikme.nl
25
Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Plangebied op een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Wijdemeren (naar Alders 2010) Afb. 4 Foto van het plangebied genomen in noordelijke richting Afb. 5 Stedenbouwkundig plan Afb. 6 Plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2008) Afb. 7 Plangebied op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2014) Afb. 8 Plangebied op een hoogtebeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) Afb. 9a Paleogeografische kaarten van de periode Laat-Paleolithicum – Midden-IJzertijd (naar Vos et al. 2018) Afb. 9b Paleogeografische kaarten van de periode Late IJzertijd – Nieuwe tijd (naar Vos et al. 2018) Afb. 10 Plangebied op een kaart met AMK-terreinen en vondst- en onderzoeksmeldingen (Archis3) Afb. 11 Globale ligging van het plangebied op een uitsnede van de Nieuwe Kaart Van Mynden En De Loosdrecht (1734) Afb. 12 Plangebied op een uitsnede van het minuutplan van de gemeente Loosdrecht (1811-1832) Afb. 13 Plangebied op uitsneden van Bonnekaarten en topografische kaarten uit de 19e en 20e eeuw Afb. 14 Boorpuntenkaart Afb. 15 Advieskaart (zone met hoge verwachting met rood raster aangegeven) Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.
26
Afb. 1 Locatie van het plangebied
27
Afb. 2 Detailkaart van het plangebied
28
Afb. 3 Plangebied op een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Wijdemeren (naar Alders 2010)
29
Afb. 4 Foto van het plangebied genomen in noordelijke richting
30
Afb. 5 Stedenbouwkundig plan
31
Afb. 6 Plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2008)
32
Afb. 7 Plangebied op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2014)
33
Afb. 8 Plangebied op een hoogtebeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)
34
Afb. 9a Paleogeografische kaarten van de periode Laat-Paleolithicum – Midden-IJzertijd (naar Vos et al. 2018)
35
Afb. 9b Paleogeografische kaarten van de periode Late IJzertijd – Nieuwe tijd (naar Vos et al. 2018)
36
Afb. 10 Plangebied op een kaart met AMK-terreinen en vondst- en onderzoeksmeldingen (Archis3)
37
Afb. 11 Globale ligging van het plangebied op een uitsnede van de Nieuwe Kaart Van Mynden En De Loosdrecht (1734)
38
Afb. 12 Plangebied op een uitsnede van het minuutplan van de gemeente Loosdrecht (1811-1832)
39
Afb. 13 Plangebied op uitsneden van Bonnekaarten en topografische kaarten uit de 19 e en 20e eeuw
40
Afb. 14 Boorpuntenkaart
41
Afb. 15 Advieskaart (zone met hoge verwachting met rood raster aangegeven)
bijlage 1 boorgegevens
Boring: 4230937_1 Kop algemeen: Projectcode: 4230937, Boornummer: 1, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 09-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 170 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 136640, Y-coördinaat in meters: 467254, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.1, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Wijdemeren, Opdrachtgever: Dutchplanners, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 0.10 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 7, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: straatwerk (betonklinker) 7 / 0.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 7, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 35, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Archeologie: Puin onbepaald: veel fragmenten Laag opmerking: Opmerking: fragment aluminium 35 / -0.25 Laag algemeen: Bovengrens laag
in cm: 35, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 75 / -0.65 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 125, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 125 / -1.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 145, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 145 / -1.35 Laag
algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Einde boring 170 / -1.60
1 bron: Loosdrecht - nieuw-loosdrechtsedijk 176-178.geojson - 16-03-2022 11:18:28
bijlage 1 boorgegevens
Boring: 4230937_2 Kop algemeen: Projectcode: 4230937, Boornummer: 2, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 09-02-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 136649, Y-coördinaat in meters: 467285, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Wijdemeren, Opdrachtgever: Dutchplanners, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 0.00 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont 10 / -0.10 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig