Bijlage 05 Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Quick scan ecologie Moleneind 2a te Kortenhoef
16 april 2021
Pagina 1
Samenvatting Voor de planlocatie Jachthaven I aan Moleneind 2a te Kortenhoef worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het voornemen is om een nieuwe loods te realiseren. De bedrijfsloods is op basis van het bestemmingsplan al toegestaan, maar deze verandert van vorm dan in het bestemmingsplan is vastgelegd.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Bronnen
Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 23 maart 2021 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuis, huismus en gierzwaluw op de planlocatie is uit te sluiten. Een afdoend onderzoek naar deze soorten is niet nodig.
De depositie is berekend voor prefabbouwen. De werkwijze leidt niet tot een significante verhoging van de depositie.
Voor de ruimtelijke plannen wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 23 maart 2021 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. In de begroeiing kan gebroed worden door algemene vogelsoorten. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten en met een ecologisch werkprotocol te werken. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
Voor de planlocatie Jachthaven I aan Moleneind 2a te Kortenhoef worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het voornemen bestaat uit de bouw van een nieuw gebouw met ruimten behorend bij de jachthaven (kantoor/opslag) en 6 recreatiewoningen op de verdiepingen. Het nieuwe gebouw wordt met 400 m2 kleiner dan waar het geldende bestemmingsplan van uitgaat (circa 650 m2). De bouwhoogte wordt aan de voorzijde overschreden tot maximaal 9,90 meter, aflopend naar 9 meter aan de achterzijde.
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Jachthaven Kortenhoef 21.090 16 april 2021 M.J. Josemans P.J.H. van der Linden definitief
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Ligging van het perceel.
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie aan Moleneind 2a is gelegen binnen de bebouwde kom van het dorp Kortenhoef in de gemeente Wijdemeren. Jachthaven Kortenhoef I is gelegen tegen de plas Wijde Blik. De werkzaamheden betreffen het opbouwen en realiseren van een nieuwe loods en zes recreatiewoningen. Het beschermde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen is gelegen op zeer korte afstand en grenst aan de planlocatie. Dit gebied is eveneens het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000-gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt, is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied en tevens Natuurnetwerk Nederland.
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Utrecht niet beschermd. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied ligt op ongeveer 3.3 kilometer ten westen van de planlocatie.
Ligging van de planlocatie ten opzichte van weidevogelleefgebied.
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locatie wordt beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 23 maart 2021 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.
Tijdens het veldbezoek van 23 maart 2021 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden betrof bewolkt weer met een temperatuur van 10 ºC en windkracht 2 Bft. Er was sprake van 85% bewolking.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er is één waarnemingen van huismus (Passer domesticus) bekend nabij de planlocatie, namelijk nabij Moleneind 1 aan de andere kant van de weg. Er zijn geen waarnemingen bekend van gierzwaluwen (Apus apus). Meerdere waarnemingen van verschillende soorten vleermuizen zijn gemeld rondom Kortenhoefsedijk 198, namelijk gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) en één laatvlieger (Eptesicus serotinus). Eén waarneming is bekend van een boommarter (Martes martes) nabij de kruising van Moleneind en Vreelandseweg. Er zijn verder geen waarnemingen van marters, beschermde amfibieën en reptielen bekend nabij de planlocatie. Vegetatie en planten In de jachthaven wordt een tijdelijke loods gebouwd op de plek waar de definitieve loods zal worden gerealiseerd. De loods komt deels op kiezel, deels op zand te staan. Langs de waterkant en aan de rand van de planlocatie staat een rij bamboe en afgetopte bomen. Het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten.
Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocatie en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. Door het ontbreken van geschikte openingen in bebouwing of bomen kunnen vleermuizen zich niet vestigen op de planlocatie. Tevens zijn er geen sporen van vleermui-
Pagina 5
zen waargenomen tijdens het veldbezoek. De aanwezigheid van vleermuizen kan daarom worden uitgesloten. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden Het perceel valt binnen de bebouwde kom van Kortenhoef. De kans op een essentieel jachtgebied is niet aanwezig, evenals potentiële vliegroutes. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet noodzakelijk gezien de locatie van het pand. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een (zeer) kleine kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren aanwezig, zoals egel (Erinaceus europaeus), spitsmuizen en muizen. Er zijn geen sporen van deze zoogdieren aangetroffen. De kans op aanwezigheid van de kleine marters is uit te sluiten vanwege het ontbreken van voldoende geschikt habitat. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. In de omgeving is geschikt habitat voor de huismus aanwezig. Echter door de afwezigheid van bebouwing en daarmee geschikte nestplaatsen voor gierzwaluw en huismus is de aanwezigheid van deze soorten uit te sluiten. Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig.
Algemene broedvogels kunnen zich vestigen in de bomen en struiken rondom de locatie van de loods. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Herpetofauna en vissen Er is oppervlaktewater aanwezig voor watergebonden organismen in de vorm van de plas De Wijde Blik. De werkzaamheden zullen echter niet plaatsvinden in/aan het water. Vanwege de hoge kades zijn watergebonden organismen op de planlocatie uit te sluiten. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen de planlocatie. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.
Pagina 6
H04
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, het weidevogelleefgebied, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000-gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 23 maart 2021 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuis, huismus en gierzwaluw op de planlocatie is uit te sluiten. Een afdoend onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. In de begroeiing kan gebroed worden door algemene vogelsoorten. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten en met een ecologisch werkprotocol te werken. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.
In de nieuwe Omgevingswet zijn enkele wijzigingen opgenomen die zijn weerslag hebben op het ecologisch onderzoek. De belangrijkste wijziging is de doorlooptijd c.q.
Pagina 7
houdbaarheid van een rapport dat is gesteld op 2 jaar voor alle onderzoeken. Verder is de zorgplicht aangescherpt. Het zal zich nog moeten uitkristaliseren, maar het lijkt er op dat ook algemene soorten geïnventariseerd moeten worden (het simpelweg vaststellen dat ze niet zijn uit te sluiten is niet genoeg). Niet duidelijk is hoe intensief dat onderzoek moet zijn. Vooralsnog zullen we in een aanvullend onderzoek ook nadrukkelijk deze soorten benoemen. Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen grenst aan de planlocatie. De werkzaamheden betreffen het opbouwen en realiseren van een nieuw gebouw met ruimten voor de jachthaven (kantoor/opslag) en 6 recreatiewoningen. Een berekening van de stikstofdepositie is nodig. Het Natura 2000-gebied mag niet worden verlicht. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland grenzen eveneens aan de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, kan een effect niet worden uitgesloten.
Pagina 8
H05
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de planlocatie Jachthaven I aan Moleneind 2a te Kortenhoef worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het voornemen is om een nieuwe loods te bouwen. De bedrijfsloods is op basis van het bestemmingsplan al toegestaan, maar deze verandert van vorm dan in het bestemmingsplan is vastgelegd. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 23 maart 2021 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 23 maart 2021 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuis, huismus en gierzwaluw op de planlocatie is uit te sluiten. Een afdoend onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. In de begroeiing kan gebroed worden door algemene vogelsoorten. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten en met een ecologisch werkprotocol te werken.
– – – – – –
– –
BIJ12. (2017). Kennisdocument huismus BIJ12. (2017). Kennisdocument gierzwaluw BIJ12. (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn. noord-holland.nl waarneming.nl
Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het beschermde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen grenst aan de planlocatie. De werkzaamheden betreffen het opbouwen en realiseren van een nieuw gebouw met ruimten voor de jachthaven (kantoor/opslag) en 6 recreatiewoningen. Een berekening van de stikstofdepositie is nodig.
Pagina 9