Bijlage 02 Nota van beantwoording
Tekst van het document
Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord.
2 De algemene indruk is dat het stuk goed in elkaar zit en dat de De complimenten worden met waardering in ontvangst genomen meeste ontwikkelingen op een gunstige manier met elkaar verbonden worden. Complimenten voor de wijze waarop de vele opmerkingen op eerdere versies zijn verwerkt en hoe er met de meeste gemaakte opmerkingen is omgegaan. 3 Samen met onze (deel)regionale partners willen we vol inzetten op de doortrekking van de Noord/Zuidlijn tot Hoofddorp. De plannen voor deze doortrekking zijn in voorbereiding. Door de betere bereikbaarheid van Haarlemmermeer kunnen er 40.000 woningen worden toegevoegd in en rondom Hoofddorp, een ontwikkeling die wenselijk, zo niet noodzakelijk is in de toekomst perspectief van de MRA. Dit betekent dat komende decennia nog eens een middelgrote stad aan Haarlemmermeer wordt toegevoegd. Een opgave van nationaal en regionaal belang. De totale verstedelijkingsopgave is er een waarbij rijk, regio en gemeente de handen ineen moeten slaan. Dit gaat immers om meer dan huizen bouwen en infrastructuur aanleggen alleen. Dit gaat over mensen, samenleving opbouwen, goede voorzieningen,(internationale) economie en hoogwaardige leefomgeving.
De verdere onderbouwing van nut en noodzaak voor het doortrekken van de Noordzuidlijn naar Hoofddorp wordt via het programma Samen bouwen aan bereikbaarheid en de aanpak Bereikbare Steden uitgevoerd. In het Nationaal Groeifonds is hiervoor een financiële reservering opgenomen. Het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp in combinatie met de Verstedelijkingsontwikkeling in Hoofddorp wordt onderschreven en is opgenomen in het Verstedelijkingsconcept voor de MRA. In versie 3 onderdeel 3.1 meerkernige ontwikkeling met menselijke maat, zijn handelingsperspectieven opgenomen die bijdragen aan de door Haarlemmermeer genoemde opgaven om naast woningen en infrastructuur, aan samenlevingen te bouwen.
4
61
De polder ligt in het recreatiegebied Spaarnwoude, da t is ontwikkeld als reactie op de behoefte van de stedelijke bevolking. Naast dagrecreatie wordt het gebied onder meer gebruikt voor grote evenementen. Het recreatiegebied Spaarnwoude maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en ontvangt jaarlijks 5,5 miljoen bezoekers. De Houtrakpolder neemt daar van ongeveer 900.000 bezoekers voor zijn rekening. De natuurwaarde van het gebied is hoog. Wij willen die recreatieve functie en landschappelijke openheid behoud en wijzen daarom elke vorm van havenactiviteit in de Houtrakpolder van de hand. Wij willen zien dat deze wens over ons grondgebied wordt gerespecteerd in de MRA en dat de Houtrakpolder een open en niet verstedelijkte polder blijft die op natuurontwikkeling en recreatie gericht is. Wij menen dat de hele transformatie opgave waar de MRA, het NZKG en de Amsterdamse Haven zich voor geplaatst ziet zodanig moet en kan worden ingevuld dat de bestemming van de Houtrakpolder daardoor niet verandert. Wij verwachten dat deze wens ook uitgangspunt is bij de verdere samenwerking in MRA verband. 6e
Gemeente OuderAmstel
Zie het antwoord bij 6 d1: de Verstedelijkingsstrategie houdt vast aan eerdere afspraken uit de visie NZKG 2040 ten aanzien van de Houtrakpolder.
1 We zijn blij dat verschillende van onze eerder ingebrachte Wij nemen de complimenten met waardering in ontvangst punten (zowel via de Redeneerlijn van de AM gemeenten, als via de Raadsledensessie en ambtelijke inbreng) zijn opgenomen in de 2e versie en complimenteren u met al het werk wat al verzet is. Uiteraard zien wij ook nog punten die meer aandacht of verdere uitwerking behoeven. 2 Projecten De Nieuwe Kern, Werkstad OverAmstel en EntradaGemeente: Ouder-Amstel neemt haar verantwoordelijkheid in de grote bouwopgave voor onze regio en heeft een grote bouwambitie met 5000 – 10.000 woningen tot 2030. Een deel hiervan wordt gerealiseerd in samenwerking met Amsterdam. In het Verstedelijkingsconcept staan verschillende bouwlocaties in de metropoolregio genoemd en sommigen krijgen meer urgentie dan anderen. Er zijn bijvoorbeeld voor verschillende grote ontwikkellocaties en Stadsharten al afspraken gemaakt met het Rijk, zoals in het Programma Bereikbare Steden. De ontwikkellocaties in OuderAmstel zoals De Nieuwe Kern, Werkstad OverAmstel en Entrada zijn alleen benoemd onder de kop Amsterdam Zuidoost/ Duivendrecht en de positie en mogelijkheden van de individuele projecten blijven zo onbenoemd. De bolletjes die refereren aan woningaantallen bij de kaartjes (op pagina 22) maken de projecten niet expliciet.
De versnellingslocatie in Duivendrecht zoals getoond op deze kaart, omvat niet Werkstad OverAmstel en Entrada. Wij willen deze graag opgenomen hebben onder de versnellingslocatie omdat deze drie projecten gelegen rondom station Duivendrecht onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Wat ons daarnaast opvalt is dat in het Verstedelijkingsconcept op een aantal plekken wel Duivendrecht is opgenomen en op andere niet. Waar met Amsterdam-Zuidoost ook Duivendrecht wordt bedoeld, vragen wij om dat expliciet op te nemen
In versie 3 zijn conform de wensen en opvattingen van de gemeente Ouder-Amstel Werkstad OverAmstel en Entrada opgenomen als versnellingslocaties gekoppeld aan versnellingslocatie Duivendrecht vanwege de onlosmakelijke verbondenheid van de projecten. Tevens hebben wij Duivendrecht in de tekst opgenomen als bij Amsterdam Zuidoost ook Duivendrecht bedoeld is. Een verwijzing naar de gebruikte bron, de plancapaciteitsmonitor van de MRA is tevens opgenomen.
62
(bijvoorbeeld op pagina 83). Wij wensen aandacht en positie voor de projecten De Nieuwe Kern, Werkstad en Entrada zodat deze waar nodig ondersteund kunnen worden en in ieder geval niet worden belemmerd. Verder valt het op dat de projecten schematisch staan opgenomen in de kaartbeelden. Wij stellen voor om hierbij te verwijzen naar de monitor plancapaciteit als brondocument voor de projecten. Dan weten we zeker dat ze correct zijn 5overgenomen.
6f
Gemeente Uithoorn
3 Knelpunten voor woningbouw: De Verstedelijkingsstrategie heeft als een van de grote onderwerpen woningbouw. Juist hier ligt een grote en ingewikkelde opgave. Daarom bevreemdt het ons dat het adresseren van de knelpunten voor woningbouw niet zijn opgenomen. Wij denken hierbij aan de beperkende regelgeving en specifieke knelpunten voor kleinere gemeenten. Een voorbeeld is de woningbouwontwikkeling bij De Nieuwe Kern, Werkstad OverAmstel en Entrada, onderdeel van de genoemde vijf kernprojecten binnen de Verstedelijkingsstrategie waarbij gezocht wordt naar een versnelling van de bouwopgave. Aan randvoorwaarden zoals nu gesteld in de Woondeal of andere subsidietrajecten kan door ons als gemeente, ondanks deze enorme bouwopgave, niet worden voldaan.
Ouder-Amstel wijst op de knelpunten bij de woningbouwopgaven. De oplossingen die voor deze knelpunten moeten worden gevonden, zijn echter veelal locatiespecifiek en vragen om maatwerk. Deze passen daarom niet bij het hoofdlijnenkarakter van de Verstedelijkingsstrategie. Het gaat bij die oplossingen om uitvoering, waaraan o.a. via de MRA versnellingsaanpak en Woningbouwpuls invulling wordt gegeven. Overigens worden de knelpunten zelf wel besproken in het derde deel van de Verstedelijkingsstrategie, de investeringsstrategie.
4 Nieuwe A2 Entree Mobiliteit is een ander belangrijk onderdeel van de Verstedelijkingsstrategie. In het Verstedelijkingsconcept wordt hiervoor verwezen naar SBaB (Samen Bouwen aan Bereikbaarheid), maar aangezien mobiliteit onlosmakelijk is verbonden aan de verstedelijkingsopgave vragen wij ook hier aandacht voor dit thema. Voor de ontsluiting van het te ontwikkelen gebied in Duivendrecht is een Nieuwe A2 Entree in onderzoek. Dit betreft het afwaarderen van het eerste deel van de A2 (vanaf de Utrechtsebrug tot aan het knooppunt A9). De nieuwe aansluiting van de A2 (kruispunt Van de Madeweg en Johan Muyskenweg) geeft mogelijkheden voor een betere ontsluiting van het te ontwikkelen gebied van De Nieuwe Kern en Werkstad. Binnen SBaB is dit onderzoek gekoppeld aan de ontwikkelingen van Zuidasdok. In de fasering in het Verstedelijkingsconcept staat Zuidasdok genoemd. Wij wensen dat bij deze fasering ook de Nieuwe A2 Entree expliciet moet worden opgenomen.
In lijn met deze opmerking van de gemeente Ouder-Amstel is in Versie 3 de Nieuwe A2 Entree opgenomen als onderdeel van de integrale ontwikkeling in Amsterdam ZuidOost/Duivendrecht en in bijbehorende fasering. Het Rijk-regio Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) bereidt de grote Rijk-regio-opgaven op het gebied van mobiliteit voor. Er wordt intensief afgestemd tussen de Verstedelijkingsstrategie en SBaB.
5 Aanvulling op verrommeld glastuinbouwgebied: Wij zien de verrommeling zoals wij hebben benoemd in de AM reactie niet alleen bij de kassen, maar ook in breder opzicht in het landelijk gebied. Daarom willen wij het opruimen van verrommeld glas graag uitbreiden naar de noodzaak voor een bredere kwaliteitsimpuls.
Het vraagstuk over verrommeling in het landelijk gebied is in brede zin is opgenomen in de tekst in hoofdstuk 3.2, groenblauw netwerk. Het gaat daar o.m. om het versterken van landschappen en een kwaliteitsimpuls voor landschappen met bijzondere waarden. Sanering van tuinbouwkassen is een hardnekkig probleem dat ook afzonderlijk benoemd dient te worden. Tevens is het geagendeerd als onderdeel waarop mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt in het Verstedelijkingsakkoord dat aan de Verstedelijkingsstrategie wordt gekoppeld.
1 Wij onderschrijven het belang van de Verstedelijkingsstrategie, en zien het als een instrument om samen een gezamenlijke ruimtelijke strategie van de MRA en het Rijk uit te zetten. De
Wij waarderen de duidelijke ondersteuning door de gemeente Uithoorn van de hoofdambitie in de Verstedelijkingsstrategie.
63
gemeenteraad van Uithoorn sluit zich aan bij de ambitie voor de MRA die uit het document blijkt; (door)ontwikkelen tot duurzame meerkernige metropoolregio van grote klasse, die sociaal en economisch sterk is, met menselijke maat. Ook wij kennen in onze gemeente grote en complexe uitdagingen op het gebied van wonen, mobiliteit, werken, verduurzaming, landschap en leefbaarheid, in een gebied waar de ruimte voor deze opgaven zeer beperkt is. Dat dit keuzes vereist, op ieder schaalniveau, is zonneklaar. Wij maken deze keuzes graag in overleg met andere overheden en stakeholders. 2 Potentie van de Stelling van Amsterdam voor grote opgaven Op het gebied van landschapsontwikkeling ligt de focus in de zuidflank voornamelijk op de scheggen (de Diemerscheg, Amstelscheg, ontwikkeling van de Westeinderscheg). Op het kaartbeeld 'Waardevol en verbinden landschap' (p.37) staan zij genoemd onder 'aan de slag'. De raad van Uithoorn is positief over de manier waarop er naar deze landschappen wordt gekeken. Er is druk op deze ruimten vanuit verstedelijking, en er zijn uitdagingen zoals bodemdaling. Maar ze kunnen ook bijdragen aan opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie, natuur, ecologische en recreatieve verbindingen en toerisme. Samen kan er een integraal perspectief ontstaan, dat door gebieds-ontwikkeling dit erfgoed en de beleving daarvan versterkt.
Lokaal zijn wij daar in Uithoorn mee bezig: er wordt gekeken naar een groene recreatieve verbinding tussen de Westeinderplassen en de Amstel, onder andere via de Vuurlijn — het gedeelte van de Stelling van Amsterdam dat over ons grondgebied loopt. Wij zien in dit gebied ruimte voor de opgaven die op de gemeente afkomen, en de potentie om een verbinding van regionaal belang te vormen. Wij zouden dit graag in het verstedelijkingsconcept terug zien, en gaan hierover (ambtelijk) graag met u in gesprek
We zijn het met de gemeenteraad van Uithoorn eens dat het belangrijk is cultureel erfgoed te behouden en versterken en daarbij een koppeling te zoeken met andere opgaven die hier goed aan kunnen worden verbonden. In het Verstedelijkingsconcept is daartoe in algemene zin een zinsnede opgenomen in hoofdstuk 3.2, groenblauw netwerk en specifiek in de paragraaf over de multifunctionele ‘Groene Zones’. Vuurlijn wordt opgenomen in de gebiedsparagraaf over de Zuidflank. Tevens stellen we voor te onderzoeken waar dit leidt tot regionale of Rijks- regionale afspraken in de uitvoering. Mogelijke afspraken hierover kunnen worden opgenomen in het bij de Verstedelijkingsstrategie behorende Verstedelijkingsakkoord.
3 Knelpunten voor woningbouw: Voor het realiseren van de woningbouwopgaven (tot 2030 175.000 nieuwe woningen in de MRA) ligt de focus van het Verstedelijkingsconcept voornamelijk op grote ontwikkelingen, de zogenaamde stadsharten. Daarnaast wordt er gekeken naar grote ontwikkellocaties. Er moet echter ook aandacht zijn voor kleinere gemeenten met woningbouwopgave op de middellange termijn en lange termijn (na 2030). Vanwege de leefbaarheid in dorpen, om de doorstroom van doelgroepen te bevorderen, etc. Om de woningbouwproductie op gang te houden is het van belang om hier nu al in te investeren. De nieuwe locaties zijn in vergelijking tot het verleden veelal ingewikkelder om te ontwikkelen, en de gemeentelijke budgetten om in te zetten beperkt. U geeft aan dat beleid voor ruimtelijke ontwikkeling per definitie te maken heeft met onzekerheid, en dat ruimtelijke programma's voortdurend moeten worden herijkt en aangepast aan ontwikkelingen die nu nog onzeker zijn. U stelt daarom voor om een monitoringssysteem te verbinden aan de
We onderschrijven het dynamische karakter van de ontwikkeling van woningbouwlocaties waar de gemeente Uithoorn op wijst. Aan de Verstedelijkingsstrategie wordt een Verstedelijkingsakkoord verbonden. Hierin worden naast het vaststellen van een gezamenlijk verhaal in de vorm van het Verstedelijkingsconcept ook afspraken gemaakt richting uitvoering van gezamenlijke ambities en hoe we daar de komende jaren gezamenlijk aan werken. Onderdeel in het gezamenlijk werken aan ambities is het monitoren waar we wanneer ontwikkelen. Hierbij wordt ook ruimte ingebouwd voor actualiseringen bijvoorbeeld in de woningbouwplannen. Daarmee geven we invulling aan de reactie van Uithoorn over het dynamische karakter van woningbouwopgaven. Een en ander wordt beschreven in hoofdstuk 5, Van concept naar uitvoering.
64
verstedelijkingsstrategie (p.3). Wij herkennen dit dynamische proces en vragen daarom, om bij het opstellen van dit systeem ook rekening te houden met ontwikkelingen die wel aan de randvoorwaarden voldoen, maar in de besluitvorming nog niet zover zijn dat zij mee kunnen worden genomen in deze versie van het verstedelijkingsconcept. Wanneer er, bijvoorbeeld in het kader van de gemeentelijke Omgevingsvisie, wel besloten is over een project, zouden wij graag de mogelijkheid hebben deze voor te dragen om opgenomen te worden in de strategie, zodat deze eventueel kan meelopen in de BO-MIRT cyclus.
7
Deelregio AlmereLelystad/Oostflank
4 Situatie Leefomgeving rond Schiphol: In aanvulling op de hierboven ingebrachte AM-reactie omtrent Schiphol stelt de gemeenteraad van Uithoorn dat zijn standpunt met betrekking tot de leefbaarheid in de omgeving van Schiphol, zoals weergegeven in een raadsbrede motie "Minder vliegen is minder hinder" van 4 maart 2021 nog onveranderd is. Hierin wordt aangegeven dat de raad van Uithoorn van mening is dat minder hinder echt alleen mogelijk is door minder vliegbewegingen.
De genoemde motie van de raad van Uithoorn over leefbaarheid in de omgeving van Schiphol valt buiten de reikwijdte van de Verstedelijkingsstrategie van de MRA. De discussie over de luchtzijdige kant van de ontwikkelingen van Schiphol wordt niet via de Verstedelijkingsstrategie MRA maar via het proces van de Luchtvaartnota gevoerd. Wel spreken Rijk en regio af een gezamenlijke integrale gebiedsuitwerking voor Schiphol en omgeving te maken waarin een integrale afweging wordt gemaakt over het verbeteren van de leefkwaliteit en een robuuste ontwikkeling van de luchthaven.
1 In brede zin kunnen wij ons vinden in de inhoud van dit concept. Het heeft een heldere opzet. De bijzondere aandacht voor landschap en de systeemlagen mobiliteit, ecologie, water en energie onderschrijven wij.
Deze reactie onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers en de opzet. We waarderen deze ondersteuning.
2 Wij onderstrepen het beeld van een evenwichtige meerkernige metropool, waarin niet alleen ruimte is voor wonen, maar ook voor werken en recreëren. Wij bouwen aan een samenleving. Een betaalbare woningmarkt voor alle doelgroepen die de MRA samen tot een succes maken, is daar bij voor ons een belangrijke randvoorwaarde. In de ‘Metropool van grote klasse met menselijke maat ’ ligt een grote opgave om de sociaalmaatschappelijke veerkracht in de samenleving te versterken. Hoe de verstedelijking ten dienste staat aan deze opgave is nog onvoldoende uitgewerkt. Naast een menselijke maat een hoge leefkwaliteit, gecombineerd met een internationale oriëntatie.
Mede naar aanleiding van deze reactie van de Oostflank MRA zijn voor de sociaal maatschappelijke onderwerpen drie handelingsperspectieven opgesteld. De resultaten daarvan zijn opgenomen in versie 3 in onderdeel 3A, meerkernige ontwikkeling met menselijke maat.
3 De MRA is feitelijk een nationaal (mobiliteits)knooppunt. De meervoudige ontsluiting van dit nationale knooppunt is niet alleen voor het rijk maar ook voor ons van groot belang. Indien de verbinding naar het noorden wordt versterkt, dient er rekening mee te worden gehouden dat de IJmeerverbinding extra capaciteit op een verbinding naar het noorden biedt.
Het onderzoek naar de mogelijke komst van een IJmeerverbinding inclusief capaciteitsafwegingen en de ruimtelijke inpassing daarvan verloopt via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). Daarbij wordt ook gekeken naar de effecten van een IJmeerverbinding op het bestaande spoornetwerk.
4 De Oostflank is een belangrijk onderdeel van de MRA. Er wordt veel gebouwd en er is veel ruimte om te bouwen (deels ook om tegemoet te komen aan de eigen woningbehoefte). Zo is het programma RRAAM/Almere2.0 en Lelystad NextLevel volop in uitvoering. De aandacht voor een veerkrachtige, schone en inclusieve economie waarderen wij, zeker ook in verband met de inzet op versterking van de stadsharten en de versterking van de economische profielen van Almere en Lelystad. De inzet opstuwende werkgelegenheid, een krachtige human capital agenda en onderwijs is voorwaarde voor succesvolle
We zijn het eens met de opmerkingen van de Oostflank MRA over het economisch profiel en het economisch potentieel. In Versie 3 zijn de door de regio opgestelde strategische lijnen voor economische ontwikkeling nu ook toegevoegd. De BO MIRT afspraak wordt inmiddels uitgevoerd. Mogelijke vervolgafspraken tussen Rijk en regio over dit onderwerp richting uitvoering kunnen worden opgenomen in het bij de Verstedelijkingsstrategie behorende Verstedelijkingsakkoord.
65
ontwikkeling van de steden en behoeft versterkte inzet van rijk en regio? Daarbij benadrukken we het belang van de vorig jaar tijdens het bestuurlijk overleg MIRT gemaakte afspraak over het versterken van het kennisprofiel van Almere en de kansen die de luchtvaart en de logistiek hebben voor het kennisprofiel van Lelystad? Kortom, de Oostflank is een gebied met veel economisch groeipotentieel. 5 Verstedelijkingsstrategie ondersteunt afspraken Handelingsperspectief Oostflank en Lelystad NextLevel. Het is van belang te concluderen dat Rijk-regioprogramma’s zoals het Handelingsperspectief Oostflank en Lelystad NextLevel bouwstenen zijn voor deze Verstedelijkingsstrategie. Deze programma’s zijn nog volop in ontwikkeling en leiden in de komende tijd tot afspraken met lokale, regionale en Rijkspartners. Wij benadrukken dat afspraken die in het kader van de Verstedelijkingstrategie worden gemaakt in het verlengde liggen van de afsprak en die vla deze programma’s worden gemaakt, dan wel deze afspraken versterken.
Terecht wijst de Oostflank MRA erop dat de genoemde bestaande Rijk-regio gebiedsprogramma's als bouwstenen dienen voor het Verstedelijkingsconcept en de afspraken in elkaar verlengde moeten liggen. Er wordt daarom expliciet aandacht aan besteed aan hoe verschillende trajecten zich tot elkaar verhouden.
6 Versnelling woningbouw Almere en Lelystad. De woningbouwopgave in de MRA is groot en urgent. Almere (2e bouwgemeente van de MRA) en Lelystad kunnen en willen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. En we zijn bereid in te zetten op versnelling van de woningbouw, met in achtneming van onze kernwaarden voor verstedelijking: leefbaarheid, betaalbare woningen, banen, goede voorzieningen en bereikbaarheid. Immers, we bouwen niet alleen woningen, maar een stedelijke samenleving. De bereikbaarheid van de Oostflank via alle vervoersmodaliteiten dient van een uitstekend niveau te zijn wanneer de regio verder voorziet in de regionale woningbehoefte. Een IJmeerverbinding is daar voor een randvoorwaardelijke toevoeging. De capaciteit van alle vervoersmodaliteiten dient ten minste gelijk op, maar beter nog, vooruit te lopen op de verstedelijkingen de ontwikkeling van de stedelijke samenleving. Zowel ruimtelijk als in de tijd. Ook aandacht voor een nachtnet is daarbij van belang.
We onderschrijven dat het bij Verstedelijking niet alleen gaat om het bouwen van woningen maar om het bouwen aan samenlevingen met alle randvoorwaarden die daarbij horen waaronder een goede bereikbaarheid. Het onderzoek naar de mogelijke komst van een IJmeerverbinding verloopt via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB). De regio is daarbij intensief betrokken.
7 Wat de fasering betreft zijn de afspraken van het bestuurlijk overleg MIRT van november 2020 voor ons leidend: tot 2030 prioriteit bij het versnellen van woningbouw en noodzakelijke randvoorwaarden in de 7 stadsharten (waaronder die van Almere en Lelystad) en de 5 grote ontwikkellocaties (waaronder AmsterdamBayArea/AlmerePampus). Dit is een aanscherping van de afspraak die bij BO Leefomgeving van juni 2020 was gemaakt over prioriteiten voor verstedelijking in de MRA en die ook terugkomt in de tekst van de Verstedelijkingsstrategie. 'Concreet moet er op veel plekken binnen de MRA vol op worden gebouwd. In tegenstelling tot de suggestie die de afspraak van BO Leefomgeving wekt, is de Oostflank volgens ons de sleutel in de woningbouw- en noodzakelijke versnellingsopgave. De Oostflank is onlosmakelijk onderdeel van
Het onderzoek naar de mogelijke komst van een IJmeerverbinding en de ruimtelijke inpassing daarvan verloopt via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB). De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de fasering van stedelijke ontwikkelingen in de MRA.
66
de internationale corridor Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad airport.’ In de komende periode moeten Rijk en regio met urgentie daar om voor de Oostflank een aantal cruciale besluiten nemen, zoals over de vorm van de IJmeerverbinding en de voorbereidingen voor Almere Pampus. Daarbij melden we nog eens dat de ontwikkeling van Pampus als krachtige woonen werklocatie zonder volwaardige IJmeerverbinding geen optie is. En dat ook de autobereikbaarheid en fietsverbindingen daarbij op orde dient te zijn, waarbij alle opties -inclusief een IJmeerweg-onderzocht dienen te worden." 8 In de tekst over fasering tot 2030 vragen we -naast de Inzet op de ontwikkeling van het stadshart van Lelystad- aandacht voor uitbreiding in Lelystad Zuid (Warande), de versterking van de bestaande stad (w.o. Lelystad Oost, onderdeel van Programma Leefbaarheid en Veiligheid van BZK) en de ontwikkeling van de Kustzone Inclusief bovenregionale voorzieningen zoals vrijetijdseconomie, stedelijk wonen en natuurontwikkeling. Alleen onder de voorwaarde dat er een juiste mix van woonmilieus wordt ontwikkeld kan versnelling van de woningbouwopgave in Lelystad plaatsvinden. De woningbouwen transformatieopgave dient een bijdrage te leveren aan de noodzakelijke "sterke schouders" en aan" extraschouders" in de stad.
”Opnieuw eenzijdige woningbouwontwikkeling leidt onherroepelijk tot herhaling van problemen uit het verleden. In de periode na 2030 zijn voor de groeien leefbaarheid van Lelystad een station Lelystad Zuid en de bochtafsnijding N23/A23 (de doorgaande route Alkmaar-Zwolle) van belang. Het verkeer vanuit Enkhuizen richting Flevokust haven door Lelystad wordt daarmee voorkomen. Daarnaast is een aantakking van het spoor op Flevokusthaven voor een multimodale logistieke hub gewenst. Bij de aanleg van een Lelylijn vinden wij een intercity-stop op station Lelystad vanzelfsprekend.
We zijn het volledig eens met de visie van Oostflank MRA dat de ontwikkelingen van stadsharten en locaties als Lelystad Zuid niet een eenzijdige woningbouwontwikkeling, maar een gemengde ontwikkeling moet zijn. Vraag en aanbod op de markt zijn vervolgens bepalend voor de fasering van deze ontwikkeling. Die marktontwikkeling zal de komende jaren gezamenlijk gemonitord worden, om de beoogde functiemenging te kunnen bewaken. Mogelijke ingrepen in de bereikbaarheid na 2030, die passen bij de ontwikkeling van Lelystad, zullen op termijn geagendeerd moeten worden op het BO MIRT Noordwest.
9 Flevoland -Gooicorridor: In Versie 2 staat onder 'mobiliteit' dat naast de hoofdkeuzes voor wegen openbaar vervoer de opgaven op specifieke corridors zoals Almere-Utrecht en de Gooicorridor "met lokale maatregelen kunnen worden opgelost". Dit is geenszins het geval. We verwijzen in dit verband naar de uitkomsten van het Regionaal OV Toekomstbeeld 2040 NoordHolland&Flevoland uit 2019. In dit toekomstbeeld zijn ingrijpende maatregelen opgenomen. Momenteel loopt er een MIRT-verkenning naar de aanpak van knelpunten op de A27 tussen Almere Haven en knooppunt Eemnes. In de toekomst krijgen meerdere wegdelen van de A27 met knelpunten te maken. In dit verband zien wij graag terug dat de reservering die thans bestaat, in stand wordt gehouden voor een Stichtselijn van Almere naar Utrecht. De Intercity-of gelijkwaardige verbinding tussen Utrecht en Almere is niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van de Gooi-corridor maar ook voor de MRA als regionaal en nationaal knooppunt.
Het Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) bereidt de grote Rijk-regioopgaven op het gebied van mobiliteit voor. In dat kader is in het BO MIRT van najaar 2020 afgesproken te starten met een MIRT-verkenning A27 Almere-knooppunt Eemnes. Voor het spoor zijn het OV Toekomstbeeld en de gemaakte afspraken over OV SAAL leidend.
67
10 Nieuwe vormen van beheer, preventieve aanpak bestaand stedelijk gebied: jonge steden zoals Lelystad en Almere staan aan de vooravond van een heel nieuwe intensieve periode. Naast groei is dóórontwikkeling noodzakelijk. Daarbij mag het beheer van het bestaande niet worden vergeten. Net als in andere steden, is er aandacht nodig voor beheer, waarbij rekening moet worden gehouden met de leeftijdsopbouw van de wijken en het karakter van deze jonge steden (in verhouding kwalitatief goede woningvoorraad en leefomgeving). Beheer moet zich daarbij niet alleen richten op problemen op fysiek en/of sociaal terrein na dat ze zich manifesteren en er eenmaal zijn. Het Is juist nodig dit vroegtijdig aan te pakken, dan wel preventief. Steden zoals Almer een Lelystad zijn jonge steden waarde onderhouds- en beheer opgave zich ook meer dan in de oude steden massiever gaat voordoen. In het kader van de Verstedelijkingsstrategie pleiten wij er voordat er tussen Rijk en regio nieuwe vormen van beheer voor deze voormalige groeikernen worden uitgewerkt.
Het is terecht dat de Oostflank MRA de aandacht vestigt op de beheer- en onderhoudsopgaven in voormalige groeikernen. In de tekst van Versie 3 van het verstedelijkingsconcept is daar nu in hoofdstuk 3.1 een zinsnede aan gewijd. Dit onderwerp wordt later ook besproken in het kader van te maken afspraken als onderdeel van het Verstedelijkingsakkoord dat verbinden is aan de Verstedelijkingsstrategie.
11 De Oostflank een gezonde en groene leefomgeving. De Oostflank heeft unieke landschappen en wateren die een nog grotere betekenis kunnen krijgen (Nationaal Park Nieuw Land, IJmeer als waterpark voor de MRA). De steden hebben attractieve groene suburbane woonwijken die door de bewoners worden gewaardeerd. Almere en Lelystad gaan ook bij de verdere ontwikkeling van de steden voor groene verstedelijking. Ons groen groeit mee met de verstedelijking. De groene scheggen en buffers van Almere en de polycentrische structuur zijn een kernwaarde van onze steden. Zo profileert Lelystad zich als Hoofdstad van de Nieuwe Natuur. Binnen de MRA biedt de Oostflank een gezonde en groene leefomgeving, in tegenstelling tot grote delen van de MRA die te maken hebben met een minder gezonde leefomgeving. Wij menen dat de kansen die de Oostflank op dit vlak biedt sterker In de Verstedelijkingsstrategie, en de keuzes die daarin worden gemaakt, zowel qua stads- als natuurontwikkeling, duidelijker terug mogen komen.
We herkennen het profiel van een gezonde en groene leefomgeving in de Oostflank van de MRA. Dit komt ook naar voren uit de analyse die we door het RIVM hebben laten opstellen op dit punt. Tegelijkertijd is het noodzakelijk, zoals de Oostflank MRA in haar brief eerder ook heeft gesteld, dat de economische potenties van de Oostflank worden benut. Ontwikkeling van de economie met groei van circulaire bedrijvigheid en Lelystad Airport heeft een onmiskenbaar positief effect op de werkgelegenheid en het economisch vestigingsklimaat. Ook kan Lelystad Airport bijdragen aan het verminderen van het aantal nachtvluchten op Schiphol. Tegelijkertijd hebben dergelijke ontwikkelingen ook een (plaatselijke) invloed op de leefomgeving. De gezonde leefomgeving van de Oostflank is een grote kwaliteit. In de verdere ontwikkeling van de Oostflank zal de balans tussen deze kwaliteit van de gezonde leefomgeving en economische belangen zorgvuldig bewaakt moeten worden. Activiteiten die worden toegevoegd bijvoorbeeld voor circulaire economie, zijn in het verstedelijkingsconcept op een selectief aantal plekken aangegeven in lijn met door gemeenten en provincies aangemerkte bedrijventerreinen.
12 Verwevenheid stad en landschap in Lelystad en Almere Wij hebben onze waardering uitgesproken voor de aandacht voor het landschap en ecologie. Waar het gaat om de inhoud op deze thema's, kan de kwaliteit van Flevoland krachtiger voor het voetlicht worden gebracht. In woord en kaartbeeld moet sterker tot uitdrukking komen wat in Flevoland de kwaliteiten en opgaven van het landschap zijn. Concreet gaat het om de groenblauwe opzet van Lelystad en Almere en de daarmee samenhangende woonkwaliteit, de bestaande Flevolandse bossen en de rol die ze spelen als recreatie/rustgebied, de Bossenstrategie en nieuwe ecologische verbindingen in het stedelijk gebied.
In lijn met deze reactie is de samenhang in ontwerp en ontwikkeling stad-landschap expliciet benoemd in de paragraaf kernkwaliteiten. Nieuwe ecologische verbindingen in stedelijke gebied zijn (op de kaart) opgenomen als ‘aanleg groene zones’. Gelet op het hoofdlijnenkarakter van de Verstedelijkingsstrategie MRA zijn kansen voor de Flevolandse bossen voortvloeiend uit de nationale bossenstrategie in algemene zin benoemd.
68
13 Samenhangende uitwerking energiesysteem, inclusief Waterstof, Warmte en CO2 In het licht van het streven naar duurzaamheid en robuustheid van de energievoorziening missen wij een samenhangende uitwerking met naast aandacht voor elektriciteit ook aandacht voor waterstof (ook transport en mogelijke aanlanding in Flevokusthaven), warmte (in verband met geothermie en restwarmte) en CO2 (onder meer gebruik van ‘oude’ gasleidingen naar opslag).
Op basis van verder onderzoek zijn in Versie 3 de vier eerdere abstracte scenario's over de toekomstige energiesystemen vervangen door regionale scenario’s, gebaseerd op de nationale scenario’s van de netbeheerders (II3050) en aangevuld met lokale informatie. In die regionale scenario's zijn de mogelijke ruimtelijke gevolgen inzichtelijk gemaakt. Daarbij is gekeken naar de koppeling tussen verstedelijking, zowel op toevoeging woningbouw als industrie en datacenters. Uit de scenario's is een aantal onmisbare elementen gedestilleerd die hoe dan ook noodzakelijk zijn om ook in de toekomst een robuust energienetwerk te hebben in de MRA en in Nederland: no-regret maatregelen. Deze elementen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.3, systemen van de toekomst. De scenario’s vormen de hoeken van het speelveld: niet om uit te kiezen, maar om van te leren. In de komende jaren moet gekoppeld aan de discussie over regionale en landelijke hoofdstructuur voor energie besloten worden welke invulling gekozen wordt. Voor de hoofdstructuur van het energienetwerk in Nederland verloopt dat via het landelijke programma's Energie Hoofdstructuur.
14 Keuzevraagstuk 4e hyperconnectiviteitshub is onderwerp van provinciale en lokale besluitvorming Het is goed om nogmaals te benadrukken, zoals de Verstedelijkingsstrategie ook al wel stelt, dat een locatie in Flevoland voor een eventuele hyperconnectiviteitshub ten behoeve van datacenters onderwerp is van lokale en regionale besluitvorming. We onderschrijven de ambitie te onderzoek en of en hoe een 4e hyperconnectiviteiteshub in Flevoland kan landen. Het lopende onderzoek van de gemeente Almere naar de mogelijkheid en wenselijkheid van deze hyperconnectiviteitshub en de door de gemeente Almere en de Provincie Flevoland nieuwe, nog op te stellen datacenterstrategie vormt hiervoor de basis. In de Verstedelijkingsstrategie is iedere concrete locatiekeuze prematuur.
Flevoland staat positief tegenover een 4e connectiviteitshub. De Provincie onderzoekt samen met lokale overheden waar en hoe dit kan landen. Het lopende onderzoek van de gemeente Almere naar de mogelijkheid en wenselijkheid van deze hyperconnectiviteitshub en de door de gemeente Almere en de Provincie Flevoland nieuwe, nog op te stellen datacenterstrategie vormen voor de verstedelijkingsstrategie de basis op dit onderwerp.
15 Keuzevraagstuk Extra 380kV tracé Bij de toekomstige energievoorziening in de MRA is sprake van een mogelijk nieuw 380kV-tracé als keuzevraagstuk. Momenteel vindt al een verzwaring plaats van de bestaande 380kV-leidlng die door Flevoland loopt en dwars door het stedelijk gebied van Almere. Mocht een nieuw380kV-tracé nodig zijn in de MRA, dan dient rekening te worden gehouden met verstedelijking in Flevoland. Wij vinden het belangrijk dit vanuit de Verstedelijkingsstrategie MRA aan het ministerie van EZK mee te geven.
Zoals aangegeven in reactie op punt 13 van de reactie van de Oostflank MRA zijn nu drie scenario's voor energiesystemen uitgewerkt. Daarbij is een aantal onmisbare elementen geanalyseerd die hoe dan ook noodzakelijk zijn om ook in de toekomst een robuust energienetwerk te hebben in de MRA en in Nederland. Onderdeel daarvan zijn ook de mogelijke 380KV tracé's. Deze elementen zijn opgenomen in hoofdstuk 3C, systemen van de toekomst. In de komende jaren moet gekoppeld aan de discussie over regionale en landelijke hoofdstructuur voor energie besloten worden welke invulling gekozen wordt. Voor de hoofdstructuur van het energienetwerk in Nederland verloopt dat via het landelijke programma's Energie Hoofdstructuur (EHS). Vanuit de Verstedelijkingsstrategie is aan het programma EHS, de wens en opvatting vanuit de Oostflank MRA aangegeven om te betrekken bij de afwegingen over mogelijke nieuwe tracés voor een 380KV.
16 Keuzevraagstukken Noordzeekanaalgebied en Schiphol in relatie tot mogelijkheden in de Oostflank De keuzevraagstukken voor het Noordzeekanaalgebied, de haven van Amsterdam en de omgeving Schiphol zijn taaie vraagstukken. Hier kan de Oostflank een oplossing bieden. Openstelling van Luchthaven Lelystad voor vakantievluchten geeft mogelijkheden om een deel van de problematiek rond Schiphol te verlichten. Daarnaast is er rond Lelystad ruimte te vinden voor logistieke bedrijvigheid. Lelystad Airport en Flevokust Haven als multimodaal knooppunt zijn de motor voor de economische ontwikkelingen. Waar het gaat om de ruimte voor wonen of
De Oostflank van de MRA wordt nadrukkelijk meegenomen in de zoektocht naar ruimte voor bedrijven en benutten van economische kansen voor de Oostflank. Uiteraard is het de bedoeling dat bedrijven voor wie Flevoland een alternatief kan zijn, het economisch profiel van de Oostflank zo veel mogelijk versterken. We herkennen het genoemde unique sellingpoint van de Oostflank van de MRA. Dit komt ook naar voren uit de analyse die we door het RIVM hebben laten opstellen op dit punt. Tegelijkertijd is het noodzakelijk, zoals in de brief van de Oostflank eerder is gesteld, dat de economische potenties van de Oostflank worden benut. Ontwikkeling van de economie met groei van circulaire bedrijvigheid en Lelystad Airport heeft een onmiskenbaar positief effect op de werkgelegenheid en het economisch vestigingsklimaat. Ook kan Lelystad Airport bijdragen aan het verminderen van het aantal nachtvluchten op Schiphol. Tegelijkertijd hebben dergelijke ontwikkelingen ook een
69
voor bedrijvigheid in het Noordzeekanaalgebied of in de haven van Amsterdam, kan de Oostflank met bedrijventerreinen zoals De Vaart en Flevokust Haven kansen en schuifruim te bieden als alternatief voor bedrijven van elders. Voorwaarde is dat dergelijke bedrijven en functies (zoals de energiehub) het economische profiel van de Oostflank versterken, er veel directe en indirecte arbeidsplaatsen mee gemoeid zijn en een duurzame bedrijfsvoering hebben. Om de kwaliteiten de leefbaarheid van de regio te behouden (onze unique sellingpoint), zijn overlast en hinder op de directe omgeving ongewenst. 3d
Gemeente Heemstede
(plaatselijke) invloed op de leefomgeving. De gezonde leefomgeving van de Oostflank is een grote kwaliteit. In de verdere ontwikkeling van de Oostflank zal de balans tussen deze kwaliteit van de gezonde leefomgeving en economische belangen zorgvuldig bewaakt moeten worden. Activiteiten die worden toegevoegd bijvoorbeeld voor circulaire economie, zijn in het verstedelijkingsconcept op een selectief aantal plekken aangegeven in lijn met door gemeenten en provincies aangemerkte bedrijventerreinen.
1 Wij onderschrijven de centrale gedachte achter de Deze reactie onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers. We Verstedelijkingsstrategie van een polycentrische ontwikkeling. waarderen deze ondersteuning en het is goed te lezen dat het direct aansluit op de ambities De MRA bestaat uit veel verschillende en krachtige kernen, die van de gemeente Heemstede. elkaars kwaliteiten versterken. Ze liggen in een landschap dat al even gevarieerd is. Iedere partner brengt daarbij zijn eigen kwaliteit in. Zo bezien is het goed om te constateren dat naast de inzet op woningbouw, een goede verdeling van werkgelegenheid in de MRA en balans in woon- en werklocaties, ook wordt nagedacht hoe de MRA leefbaar blijft met aandacht voor duurzaamheid, klimaatadaptatie en landschap. Dit sluit goed aan op de ambities die Heemstede met betrekking tot de regio Zuid-Kennemerland heeft en de positie van ZuidKennemerland in de MRA. Vanuit dit perspectief en met inachtneming van de inzet van de regio, zoals deze is vastgelegd in documenten als de Zuid-Kennemer agenda, het ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand en de regionale Bereikbaarheidsvisie, hebben wij het voorliggende Verstedelijkingsconcept beoordeeld.
2 Voor de toekomst heeft de raad van Heemstede uitgesproken dat groen, natuur en ruimte voor rust(recreatie) gebied belangrijke functies zijn, die even belangrijk als woon- en werkfuncties zijn. Heemstede fungeert in toenemende mate als toegangspoort tot de natuurgebieden in de Binnenduinrand en de MRA en vervult hierbij de functie van een duurzame, groene, historische en recreatieve oase. De door de raad aangenomen motie 'Heemstede; Groene Oase in de MRA/Binnenduinrand', waarin deze positionering nader is toegelicht, is als bijlage bij de zienswijze gevoegd. Daarbij past geen grote Verstedelijkingsambitie, de bijdrage van Heemstede aan de woningbouwopgave is afgelopen decennia geleverd.
Het Verstedelijkingsconcept is in lijn met de uitspraken van de gemeenteraad van Heemstede. In Heemstede staat geen grootschalige verstedelijkingsambitie geprojecteerd. Uitgegaan wordt van door de gemeente zelf aangedragen initiatieven voor woningbouw zoals opgegeven in de plancapaciteitsmonitor MRA. Tegelijkertijd hebben we door opname van Nationale Parken Nieuwe Stijl, verbinding proberen te leggen met de ambities van de gemeente in de Binnenduinrand waarbij natuur, recreatie, historisch erfgoed en gebieden om rust te vinden, een plek krijgen.
3 Het verbeteren van de bereikbaarheid is voor Heemstede een van de belangrijke randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van de regio Zuid-Kennemerland. Alle vervoerwijzen (auto, OV en fiets) zijn daarbij van even groot belang. De vervoerwijze(n) die voor een maatregel het beste resultaat biedt of bieden, moeten voor die maatregel in beeld komen. De ontwikkeling van de OV-knooppunten wordt in de Verstedelijkingsstrategie goed geagendeerd. Het is goed om te constateren dat station Heemstede-Aerdenhout op de kaart (blz
Alle modaliteiten zijn van belang in het MRA netwerk. Als MRA partners werken we aan de mobiliteitstransitie richting fiets en OV voor de doorstroming van de bestaande wegen en voor een gezonde leefomgeving in dorpen en steden. Het toekomstig functioneren van de N201 wordt in de netwerkstudie, het Multimodaal toekomstbeeld verder uitgewerkt en voor de deelregio's fijnmaziger in kaart gebracht.
70
54.) voor de ontwikkelrichting van het mobiliteitssysteem van de MRA als Intercitystation is aangeduid. De HOV-as ZandvoortHeemstede-Hoofddorp is gedeeltelijk (als onderdeel van andere verbindingen) wel aangeduid, maar wij missen deze verbinding als geheel op de genoemde kaart. In het Verstedelijkingsconcept wordt de problematiek rond de N201 alleen geadresseerd in de context van de uitbreiding van de ring rond Amsterdam. Wij verzoeken u deze problematiek ook in de context van de leefbaarheid in de Westflank te bezien. In het bijzonder wordt daarbij gedacht aan een extra oostwestverbinding, die een substantiële bijdrage kan leveren aan de nu al te grote verkeersdruk op de N201. Een verkeersdruk die nog wordt vergroot door de substantiële woningbouwambitie voor de Westflank van Haarlemmermeer. 4 Gezien de forse woningbouwopgave voor een al sterk verstedelijkte regio, is het van groot belang dat de natuurwaarden en de openheid die er tussen de kernen aanwezig is, wordt gekoesterd. Heemstede zet voor het eigen grondgebied en voor de gehele Binnenduinrand in op behoud en versterking van deze waarden, van volbouwen van het buitengebied kan geen sprake zijn. Tegelijkertijd komen deze waarden steeds meer onder druk te staan dor de groeiende recreatiebehoefte.
De groei in recreatie en toerisme heeft niet alleen een groeiende economische impact, maar ook effect op de ruimte, op de natuurwaarden en landschappelijke kwaliteit en op de leefkwaliteit van de inwoners. Voor de Coronacrisis was er sprake van een hoge groeiverwachting van het aantal (internationale) toeristen. Nu leidt de groei van het aantal woningen, aantal inwoners en bannen ook tot een groei van de recreatiebehoefte, zowel in de steden als in het buitengebied. In het Verstedelijkingsconcept wordt hier al de nodige aandacht aan besteed. De bevestiging van de ecologische verbindingszone van de duinen naar het achterland, met de gewenste recreatieve fietsverbinding naar de kust als koppelkans en de vergroting van het Nationale Park en de doorontwikkeling van het recreatiegebied Spaarnwoude bieden goede kansen om zowel de in de regio aanwezige natuurwaarden te beschermen als de recreatieve druk te verminderen door deze meer over de hele MRA te spreiden. Naar mate de verstedelijking toeneemt is het des te belangrijker te investeren in natuur en recreatie. Dit is bij uitstek een bovenlokale opgave en het is goed dat zowel de investeringskant als de beheerkant in de verstedelijkingsstrategie worden geagendeerd. Minder duidelijk is echter nog tot welke concrete acties dit gaat leiden. In de verstedelijkingsstrategie is hiervoor meer aandacht gewenst.
Met waardering constateren wij dat voor natuur en recreatie de inhoud goed aansluit op de wensen van de gemeente Heemstede. In het Verstedelijkingsconcept schetsen we het gezamenlijke verhaal van Rijk en regio voor de MRA. Uiteraard moet dit leiden tot concrete acties naar uitvoering. Hiervoor zal aan de Verstedelijkingsstrategie als geheel een Verstedelijkingsakkoord worden gekoppeld met daarin naast het uit te spreken commitment op het gezamenlijke verhaal, de concrete acties die we als Rijk en regio samen oppakken, procesafspraken voor verdere uitwerking van plannen en hoe we dat met elkaar gaan organiseren én monitoren.
5 De onderbouwing van spreiding van werkgelegenheid over de MRA regio is nog mager. De economische ambitie van ZuidKennemerland is steviger dan nu in het verstedelijkingsconcept staat verwoord. Redenerend vanuit het idee van de
Werkgelegenheidsontwikkeling laat zich moeilijk sturen, zeker als het om vestiging van bedrijven gaat. Net als de gemeente Heemstede beoogt de MRA de balans tussen wonen en werken te behouden en te verbeteren. Daarom is de inzet in het verstedelijkingsconcept, om bedrijven te verleiden zich in de verschillende deelregio's te vestigen, steeds passend bij de
71
polycentrische ontwikkeling van de metropool zou het uitgangspunt moeten zijn dat in de deelregio's de groei van het aantal banen minimaal gelijke tred houdt met de toename van het aantal inwoners. Dit ter voorkoming van verdere scheefgroei van de woon-werkbalans en de hieraan gerelateerde mobiliteitsinvesteringen. Het toevoegen van werkfuncties rondom de ov-knooppunten is daarbij cruciaal om deze woon-werkbalans te behouden. Veel bestaande bedrijventerreinen worden getransformeerd tot gemengde woon-werklocaties. Het behouden van voldoende gezoneerde bedrijventerreinen zoals Waarderpolder Haarlem business park is belangrijk om voldoende ruimte voor bedrijvigheid te bieden. Het versterken van economische samenwerking aan de westflank van de MRA (Zuid-Kennemerland, IJmond, Haarlemmermeer) is belangrijk en biedt kansen, mits de balans met de unieke kenmerken van Zuid-Kennemerland behouden blijft. 6 Het abstractieniveau van de Verstedelijkingsstrategie en de hieruit voortvloeiende afspraken tussen Rijk en regio is hoog. De genoemde thema's en opgaven vragen om een degelijke uitwerking in programma's en projecten. De regio ZuidKennemerland blijft graag betrokken bij deze uitwerking. 2b
Gemeente Uitgeest
eigen kwaliteiten van die deelregio's. Alle deelregio's in de MRA leveren daarbij een specifieke bijdrage aan de sterke economie van de MRA als geheel met een nationaal belang. Om nog meer duiding te geven aan die verschillende bijdragen, zijn in versie 3, puttend uit de in het kader van Plabeka opgestelde economische profielen en daarbij behorende strategische lijnen voor elke deelregio teksten toegevoegd in het onderdeel integraal te ontwikkelen gebieden. In hoofdstuk 3A is een alinea opgenomen over ongemengde bedrijventerreinen.
De uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie vraagt om een langjarig commitment op een gezamenlijke koers voor de ontwikkeling van de MRA en om afspraken over hoe we aan die gezamenlijke inspanning vormgeven. Deze afspraken leggen we vast in een Verstedelijkingsakkoord tussen Rijk en regio. De regio Zuid-Kennemerland zal daarbij vanzelfsprekend betrokken worden.
1 Het Oer-IJ als buffergebied voor de regio is een interessant idee Wij zijn blij met de brede interesse, onder meer van de gemeente Uitgeest voor het idee om waarbij aandacht moet zijn voor de inrichting van het landschap het Oer-IJ als zoekgebied voor waterberging aan te wijzen. In versie 3 van het en de consequenties voor landbouw en natuur. Verstedelijkingsconcept is dit zoekgebied nu ok opgenomen.. De verdere uitwerking van exacte locatie, inrichting en consequenties vindt plaats in het vervolg in het project NOVIgebied NZKG. 2 De invloed van Schiphol - op bijvoorbeeld de mogelijkheid om te Mede naar aanleiding van de reactie van de gemeente Uitgeest is in Versie 3 in hoofdstuk 3.3 bouwen en de geluidshinder - zou sterker naar voren moeten meer aandacht gegeven aan de impact van Schiphol en ruimtelijk economische komen. ontwikkelingen op elkaar. Ter vergelijking: in de vorige versie stond het keuzevraagstuk over leefkwaliteit en Schiphol in het hoofdstuk integraal te ontwikkelen gebieden onder gebied Zuidflank.
24 Vervoerregio Amsterdam
3 Bij verandering van verkeersstromen en daarmee gepaarde hogere belasting van bepaalde wegen moet goed gekeken worden of die wegen inderdaad extra belast kunnen worden en of dit niet leidt tot extra geluidshinder.
Voor alle eventuele veranderingen in het mobiliteitsnetwerk geldt dat via modelberekeningen, berekend wordt wat de eventuele extra belasting is. Effecten als eventuele toename van geluidshinder worden hierbij ook meegenomen.
4 Bij de voorbeelden over behoud en versterken van OVbereikbaarheid ook de Kennemerlijn en de Zaancorridor noemen.
Deze wens van de gemeente Uitgeest is overgenomen. In Versie 3 is de ZaanIJ-corridor opgenomen in de hoofdstukken 3, 3.3 en 4 en is de Kennemerlijn opgenomen in hoofdstuk 4.
5 Bij ontwikkelingen met gevolgen voor het grondgebied van Uitgeest, zoals verdichting van woningbouw rond OVknooppunten en de uitbreiding van het 380-KV netwerken, moet aansluiting worden gezocht bij de gebiedsvisie van Uitgeest en het zijn van een groene HUB.
In lijn met deze reactie wordt de gebiedsvisie van Uitgeest betrokken bij het opstellen van dit Verstedelijkingsconcept van de MRA en in het vervolg bij de uitwerking hiervan.
1 Wij steunen de inzet op het poly-centrische model waarbij de nadruk ligt op het verdichten van centrum- en knooppuntlocaties van harte. Juist omdat er bij
Wij zijn blij met de door de VRA uitgesproken steun voor het polycentrische model en de daarin opgenomen knooppuntontwikkelingen. We onderschrijven dat
72
knooppunten veel bij elkaar komt blijkt het ontwikkelen van deze locaties in de praktijk lastig. Wij zouden graag zien dat er meer aandacht wordt gegeven aan wat er nodig is om dit mogelijk te maken en te vereenvoudigen. Bijvoorbeeld door regelgeving of nieuwe samenwerkingsvormen waarbij wij binnen de MRA nauw samenwerken en elkaar vasthouden bij het kiezen van de locaties en de daaraan te stellen eisen. Los je dit niet op, dan bestaat het risico dat toch eerst de ‘makkelijke’ locaties worden bebouwd. Deze locaties zijn vaak slechter bereikbaar en lokken vervolgens op langere termijn grotere investeringen uit
voorkomen moet worden dat de zogenaamde ‘makkelijke‘ locaties toch als eerste worden bebouwd. De afstemming over fasering en prioritering van te ontwikkelen locaties is op hoofdlijnen in het faseringsbeeld opgenomen in hoofdstuk 5. De nauwe samenwerking binnen de regio en het gesprek met het Rijk dient continu te worden gevoerd waarbij obstakels in de uitvoering onderwerp van gesprek zijn. Over de samenwerkingsvorm die daarbij past, vindt nog onderzoek plaats.
2 Een van de meest complexe delen van de ruimtelijke puzzel bevindt zich rond Schiphol. Woningen bouwen bij de stations van Hoofddorp en Nieuw Vennep is lastig door de geluidscontouren terwijl de bereikbaarheid per OV daar erg goed is. Ons verzoek is om dit mee te nemen bij de integrale gebiedsaanpak in samenwerking met de luchtvaartnota om te kijken wat op dergelijke plekken wel mogelijk kan worden gemaakt.
Rijk en regio staan de integrale benadering van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol voor. Dit vergt een nadere uitwerking die we als Rijk en regio gezamenlijk willen oppakken. Daartoe wordt een afspraak aan de Verstedelijkingsstrategie gekoppeld die naar verwachting zal worden opgenomen in het Verstedelijkingsakkoord MRA. De gebiedsontwikkeling rond station Hoofddorp is opgenomen in het Verstedelijkingsconcept.
3 Op basis van de verstedelijkingsstrategie is het ons nog niet duidelijk of ook daadwerkelijk de beste keuzes worden gemaakt op het gebied van ruimte en mobiliteit. De kosten en baten van de investeringen in verkeer en vervoer die samenhangen met de ruimtelijke keuzes zijn onduidelijk. Voor het vervolgproces is het essentieel om voor elke ruimtelijke ontwikkeling duidelijk te hebben welke investeringen op het gebied van verkeer en vervoer op alle schaalniveaus nodig zijn. Bij het ene te ontwikkelen gebied kan daarbij gebruik worden gemaakt van bestaande systemen met restcapaciteit en zullen in het beste geval veel bestemmingen nabij liggen en per fiets bereikbaar zijn. Bij het andere gebied moeten er mogelijk miljarden geïnvesteerd worden in mobiliteitsoplossingen. Alleen door dit inzichtelijk te maken kan de beste integrale keuze worden gemaakt voor zowel mobiliteit als de ruimtelijke ordening. Daarbij dienen wat ons betreft de afspraken zoveel als mogelijk bij te dragen aan een duurzame mobiliteit (conform afspraken uit het klimaatakkoord). Wij verzoeken dan ook om dit expliciet te maken in het vervolgproces en ook ruimte in het proces in te bouwen om ruimtelijke keuzes te heroverwegen indien de kosten voor het mobiliteitssysteem bij bepaalde keuzes niet in verhouding staan met de baten.
In lijn met deze reactie van de VRA is in versie 3 van het verstedelijkingsconcept een uitgebreidere koppeling gemaakt in het hoofdstuk fasering. Deze kan helpen bij de afwegingen zoals de VRA vraagt. Die afwegingen zullen een continu gesprek vergen op basis van inzichten die worden opgedaan in concrete gebiedsuitwerkingen. In het concept schetsen we in samenhang de koers voor de MRA naar 2050. In de fase van uitvoering zullen we aandacht besteden aan de door de VRA gevraagde afwegingen.
4 De ontwikkeling van het mobiliteitssysteem als randvoorwaarde is voor ons zeer logisch. Ons zorgpunt daarbij is wel dat het erg leunt op drie nieuwe metroverbindingen. Daar bovenop worden in de kaart voor 2050 zelfs nog een handvol “Potentiële HOV metrolijnen” toegevoegd. In de praktijk zijn de kosten om dergelijk verbindingen te realiseren erg hoog en het risico dat financiering hiervoor niet rondkomt groot. Ons verzoek is dan ook om daarnaast ook te focussen op minder omvangrijke opgaven waar meer gebruik wordt gemaakt van verbeteringen in het bestaande netwerk. Daarbij vragen wij ook meer aandacht voor nabijheid van werkgelegenheid en voorzieningen of voor zoiets als een 10-minutenstad waarbij veel meer verplaatsingen met actieve modaliteiten kunnen worden afgelegd. Dergelijke verbeteringen zijn zowel in het belang van rijk als regio.
De VRA stipt een terecht punt aan. Het Verstedelijkingsconcept heeft de door de VRA gevraagde nabijheid en het optimaal benutten van het bestaande mobiliteitsnetwerk als uitgangspunten. In de komende 10 jaar wordt vooral ingezet op de ontwikkeling van locaties die nu al goed ontsloten zijn of waar een beperkte aanpassing van de bestaande infrastructuur volstaat. Voor de periode daarna staat een aantal grotere gebiedsontwikkelingen op de kaart die naast de door de VRA genoemde aandachtspunten ook vragen om een transitie in het mobiliteitssysteem voor alle modaliteiten, waaronder voor het OV.
5 Het concept stelt het Rijk-regio-verband centraal. Regio’s lossen waar mogelijk onderling problemen op. Er zijn echter ook veel regionale projecten die een belangrijke bijdrage leveren aan landelijke doelstellingen. Er dreigen echter wel te veel (deel)regionale vraagstukken buiten de ‘Rijk-regio-boot’ te vallen. Keuzes op landelijk, regionaal en lokaal niveau hangen sterk samen en hebben invloed op elkaar. Verzoek is dan ook om alle schaalniveaus in samenhang te blijven bekijken en gezamenlijke doelen centraal stellen in plaats van de scheiding rijk-regio.
We zijn het eens met de VRA dat er naar de samenhang van grote en kleine, Rijksen regionale projecten moet worden gekeken. Daarbij is echter ook selectiviteit in de vorm van de bijdrage aan de doelstellingen van het Verstedelijkingsconcept een belangrijk aandachtspunt. Als input voor Versie 3 is gebruik gemaakt van het multimodaal toekomstbeeld.
73
Daarmee kan ruimte worden geboden voor het oplossend vermogen van vele regionale/lokale oplossingen voor een landelijk/regionale knelpunten zoals sprong over het IJ, HOV ZaanIJ, HOV Haarlem-A9-Amsterdam maar ook kleinere projecten en investeringen in stedelijke mobiliteit buiten de prioritaire/sleutelgebieden. Andersom doet de Vervoerregio ook soms mee met een rijksproject omdat dit primaire regionale doelen raakt. Daarom verzoeken wij om dergelijke projecten ook bij de Rijk-regio opgaven te noemen op pagina 64. 6 De HOV ZaanIJ is bijvoorbeeld noodzakelijk voor de gepland ruimtelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld met trambus-concept als faseringsoplossing en met lightrail in het eindbeeld. Dat vraagt om de structurerende werking van OV die samen met de verstedelijkingsopgave zekerheid kan bieden voor marktpartijen en investeerders op de lange termijn. En mogelijk biedt de uitkomst van het onderzoek ook een kans om het hoofdrailnet te ontlasten, waaronder de knelpunten in de Hemtunnel en op de Hoornselijn. Het project HOV ZaanIJ betreft om deze reden een regionale opgave met landelijke betekenis, waarbij directe betrokkenheid van Rijk en regio van groot belang zijn.
Mede naar aanleiding van deze wens van de VRA is in Versie 3 van het Verstedelijkingsconcept de HOV ZaanIJ opgenomen.
7 Dit is ook het geval bij de substantiële woningbouwprojecten in Zuid, waarvan de Conform de suggestie van de VRA is in Versie 3 het doortrekken van de grootste in Haarlemmermeer zijn. Bij de projecten die op korte termijn gaan lopen Noordzuidlijn opgenomen, mede gekoppeld aan de ontwikkelingen in Hoofddorp. (Hoofddorp Station/Centrum en Lisserbroek), is er wel al rijk-regio samenwerking en Besluitvorming vindt plaats in het kader van het Nationaal Groeifonds. financiering. Bij Hoofddorp natuurlijk in de vorm van het Nationaal Groeifonds en het traject Bereikbare Steden. Bij Lisserbroek mogelijk in de vorm van de woningbouwimpuls van BZK. Om de binnenstedelijke woningbouw (15.500) en arbeidsplaatsen (6.200) rondom het stationsgebied Hoofddorp mogelijk te maken en daarmee bij te dragen aan de versnellingsambities die door het Rijk zijn geformuleerd in o.a. de NOVI, het noodzakelijk is om de Noord-zuidlijn naar Hoofddorp door te trekken. We gaan ervanuit dat het Rijk daaraan substantieel zal bijdragen. 9 Logistiek wordt slechts één keer genoemd. Voor een gezonde en leefbare MRA is logistiek onmisbaar, zeker gezien de grote woningbouwopgave. De logistiek moet daarom goed gefaciliteerd worden maar wel gericht zijn op verduurzaming (zie afspraken uit het Klimaatakkoord) en het slimmer maken (digitalisering, bundelen, meer via een netwerk van logistieke hubs).
Wij ontwikkelen dit jaar een netwerkvisie duurzame logistieke hubs voor de MRA. In 2018 is de Samenwerkingsagenda Logistiek voor de MRA vastgesteld. Deze is nog steeds actueel en kan zo worden overgenomen in de verstedelijkingsstrategie.
Terecht wijst de VRA op het belang van goede logistiek. Dit is in Versie 3 nadrukkelijk aangegeven door middel van een aparte alinea over logistiek. Tevens is er een toevoeging over goederenvervoer gedaan.
10 Helaas zijn de mobiliteitsopgaven in de Verstedelijkingsstrategie hoofdzakelijk te Zie de reactie onder punt 4 van de VRA. lezen als (grote) infra-opgaven. Verschonen van mobiliteit, inspelen op veranderende reispatronen en beprijzen ontbreken nog grotendeels. Belangrijke punten waarop juist afspraken tussen rijk en regio gewenst zijn. 11 Ook is het belangrijk om flexibiliteit in te bouwen. Het is goed mogelijk dat wat er nodig is flink afwijkt van wat nu geschetst is volgens de oude verwachtingen qua bevolkingsontwikkeling, mobiliteitspatronen en keuzes voor woon- en werklocaties. We hebben bijvoorbeeld nog geen goed beeld van de mobiliteitsontwikkeling na COVID-19. De relatie tussen economische groei, vestigingsplaats, mobiliteitsgroei en spitsreizen is na corona zeer waarschijnlijk blijvend veranderd (denk aan meer thuis werken, wens om groener en rustiger te gaan wonen). Alleen weten we nog niet precies op welke manier. Het is wenselijk om deze inzichten te benoemen en te zorgen voor flexibiliteit.