CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 02 Nota activerings- afschrijvingsbeleid 2023 (actualisatie inclusief in geel aanpassingen ten opzichte van beleid 2010/2017)

gemeenteraad 7 december 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Nota "Waardering en activering materiele vaste activa 2023" (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)4.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Waardering- en afschrijving materiele vaste activa 2023

(Herziening van de nota 2010 en de aanpassing uit 2017)

1

Gemeente Wijdemeren Datum vaststelling gemeenteraad: 7 december 2023 Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Investeringen ....................................................................................................................................... 3 2.1. Algemeen .................................................................................................................................. 3 2.2 Materiele vaste activa………………………………………………………………………………………………………….. 4 2.2.1 Investeringen met economisch nut (art. 59 BBV) ................................................................... 4 2.2.2 Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (art. 59 BBV) …………………………………………………………………………………… 4 2.2.3 Investeringen met maatschappelijk nut (art. 59 BBV) ........................................................... 4 2.3. Kosten van onderzoek en ontwikkeling (art. 60 BBV) ............................................................... 4 2.4. Bijdragen aan activa in eigendom van derden (art. 61 BBV) .................................................... 5 3. Waardering …………………………………………………………………………………………………………………………….….… 5 3.1 Waarderingsgrondslag…………………………………………………………………………………………………………..

5 3.2 Minimale ondergrens van activeren .......................................................................................... 5 4. Afschrijving .......................................................................................................................................... 6 4.1 Welke factoren bepalen de afschrijving..................................................................................... 6 4.1.1 De aanschafprijs ...................................................................................................................... 6 4.1.2 De afschrijvingstermijn............................................................................................................ 6 4.1.3 De verwachte restwaarde ....................................................................................................... 6 4.1.4 Afschrijvingsmethoden ........................................................................................................... 6 4.1.5 Start van de afschrijving ............................................................................. ………………….….….. 7 5.Afwijken van de richtlijnen……………………………………………………………………………………………………………..7 6. Citeertitel .............................................................................................................................................

7 7.Citeertitel…………………………………………………………………………………………………………………………………………7 Bijlage 1 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………..8 Bijlage 2: .................................................................................................................................................. 9

2

NOTA WAARDERING EN AFSCHRIJVING MATERIELE VASTE ACTIVA 2023

1. Inleiding Artikel 212 van de Gemeentewet stelt dat elke gemeente een financiële verordening moet hebben. De financiële verordening bevat in elk geval de “regels voor waardering en afschrijving van activa”. Artikel 9 van de Financiële verordening (art. 212 gemeentewet) gemeente Wijdemeren bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders in de nota “Waardering en afschrijving vaste activa” de beleidslijn ten aanzien van activering, waardering en afschrijving vastlegt. Deze nota bevat, om uitvoering te geven aan artikel 212 van de Gemeentewet, in elk geval de regels voor waardering en afschrijving activa. De laatste aanpassing van het activabeleid stamt uit 2017. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt wettelijke regels met betrekking tot gemeentefinanciën. De artikelen 59 tot en met 65 van het BBV bevatten regels voor waardering, activering en afschrijving van vaste activa. De commissie BBV heeft daarnaast nog een aparte notitie Materiële Vaste Activa gepubliceerd in januari 2020. Met het oog op de juiste interpretatie van de BBV-regels doet de commissie BBV stellige uitspraken. Gemeenten zijn verplicht zich aan de stellige uitspraken te houden.

In deze nota wordt binnen de kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (de BBV), daar waar van toepassing een actualisatie van het beleid ten aanzien van activering en afschrijving aan de raad voorgelegd. Voor de afschrijvingstermijnen per activasoort stelt het college van burgemeester en wethouders een detailtabel vast en verstrekt deze ter informatie aan de raad. Het overzicht van afschrijvingstermijnen bij deze nota is geactualiseerd (Zie bijlage 1). 2. Investeringen 2.1. Algemeen Jaarlijks worden door overheden grote bedragen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. Onder een investering wordt verstaan, het vastleggen van vermogen in een object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt, dit zijn de activa van de gemeente. Activa zijn de bezittingen van de gemeente op een bepaald moment, de waarde ervan uitgedrukt in euro’s. Ze staan op de debetzijde (linkerkant) van de balans. De lasten voortvloeiende uit de investeringen in materiële vaste activa, zoals onderhoud, afschrijvingen, toegerekende rente en verzekeringen behoren tot de jaarlijkse exploitatielasten. Materiële vaste activa kunnen een zeer uiteenlopende vorm hebben.

Investeringen in wegen en gebouwen zijn de meest voorkomende activa, maar ook investeringen in apparatuur en machines en grond kunnen, afhankelijk van het gevoerde beleid, onderdeel uitmaken van de materiële vaste activa. Overigens is er bij investeringen niet altijd sprake van een nieuw object. Bij een bestaand actief is sprake van een investering indien de uitgaven: 3

• leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of • leiden tot een levensduurverlenging; en/of • aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijv. investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften die invloed hebben op de waarde en de levensduur). Deze nota gaat over de (im)materiele vaste activa; dat zijn de bezittingen met een looptijd van minimaal één jaar. We onderscheiden overigens drie soorten vaste activa: Immateriële vaste activa (art. 34 BBV) (“Kosten van onderzoek en ontwikkeling” en “Bijdrage aan activa in eigendom van derden”), materiele vaste activa (art.35 BBV) en financiële vaste activa (art.36 BBV). 2.2 Materiele vaste activa Materiële Vaste Activa (MVA) zijn de materiële bezittingen van de gemeente, die zij langdurig gebruikt voor haar beleidsrealisatie en bedrijfsvoering. De gemeente heeft het economisch eigendom. Volgens artikel 35 BBV moeten deze investeringen als volgt op de balans worden opgenomen: 2.2.1. investeringen met een economisch nut; 2.2.2. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 2.2.3. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Van de materiele vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. De wijze van waarderen van deze activa staat beschreven in hoofdstuk 3.

Waarderen Hieronder een beknopte omschrijving van de verschillende investeringen. 2.2.1 Investeringen met economisch nut (art. 59 BBV) Materiele vaste activa hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of als ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Dit betekent onder andere dat gebouwen, een economisch nut hebben; er is immers een markt voor gebouwen. Alle investeringen met economisch nut worden geactiveerd en dus worden ze afgeschreven. Dit geldt niet voor gronden. Gronden worden altijd geactiveerd, maar op gronden wordt niet afgeschreven. 2.2.2 Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (art. 59 BBV) De BBV schrijft voor dat investeringen voor (riool- en afvalstoffen)heffingen apart op de balans moeten worden opgenomen, omdat de regelgeving over de verslaggeving daarvan en de daaraan gerelateerde lasten tot onduidelijkheden in fiscale procedures hebben geleid. Deze activa zijn gelijk aan de onder 2.2.1. genoemde activa. Ook hier geldt dat al deze investeringen worden geactiveerd en dus worden afgeschreven. 2.2.3 Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut (art. 59 BBV) Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut genereren geen middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak.

Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, bruggen, water en groenvoorzieningen. Alle investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd en dus worden ze afgeschreven. 2.3. Kosten van onderzoek en ontwikkeling (art. 60 BBV) De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd. De voorwaarden zijn dat de kosten alleen dan mogen worden geactiveerd als de plannen betreffende het actief, waarvoor de kosten worden gemaakt, al redelijk omlijnd zijn, de plannen uitvoerbaar zijn en de kosten zijn in te schatten. 4

Dit betekent dat kosten voor onderzoek en ontwikkeling geactiveerd mogen worden voor zover het onderzoek of de ontwikkeling bijdraagt aan de totstandkoming van een vast actief. 2.4. Bijdragen aan activa in eigendom van derden (art. 61 BBV) Deze bijdragen kunnen alleen worden geactiveerd als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • Er is sprake van een investering door een derde. • De investering draagt bij aan de publieke taak. • De derde verplicht zich tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals overeengekomen. • De bijdrage kan worden teruggevorderd als de derde in gebreke blijft, of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. 3. Waardering 3.1 Waarderingsgrondslag van de activa (art.63 BBV) Bij het waarderen gaat het om de waardebepaling van activa en de regels die daarvoor gelden. Het gaat hierbij om de waardering van balansposten, om zo een reëel beeld te krijgen van de vermogenspositie van de gemeente. In het kort kunnen deze regels als volgt worden weergegeven: • Het toerekening beginsel moet in acht worden genomen; • Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs; De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

• De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen, de kosten van materialen en van arbeid en overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Verder worden in de vervaardigingsprijs directe interne uren en een redelijk deel van de indirecte kosten opgenomen. Overige kosten zijn bijvoorbeeld bouwplaatskosten, leges en verzekeringskosten tijdens de bouw. Met ‘interne uren’ wordt bedoeld : de kosten van ambtelijke inspanning, berekend tegen intern uurtarief. VAT-kosten zijn ook indirecte kosten. Met VAT-kosten wordt bedoeld: de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht. • Bijdragen van derden (zoals subsidies), die in directe relatie staan tot het actief, moeten in mindering worden gebracht op de investering; • Bijdragen uit een voorziening op grond van artikel 44, lid 1d BBV (dat wil zeggen in de heffing begrepen gespaarde bijdragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen) moeten in mindering worden gebracht op de investering; • Bij de waardering van de vaste activa met economisch nut wordt rekening gehouden met waardevermindering, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is. Zie ook bij afschrijvingen; • Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling indien de restwaarde lager is dan de op dat moment aanwezige boekwaarde.

Zie ook bij afschrijvingen; • Bestemmingsreserves mogen niet in mindering op de te activeren investering worden gebracht. Het is wel mogelijk om de afschrijving/kapitaallasten van een investering te dekken uit een specifiek daarvoor gevormde bestemmingsreserve. (Reserve Afschrijving Activa) Dit kan slechts nadat de raad hier goedkeuring voor heeft verleend (bijv. in de begroting of via een apart voorstel). 3.2 Minimale ondergrens van activeren (bedrag onveranderd) De ondergrens, die wordt gehanteerd voor het activeren van investeringen is bepaald op € 10.000. Investeringen met een lagere waarde worden in het jaar van aanschaf ten laste van de exploitatiebudgetten gebracht. Aankoop van grond wordt altijd geactiveerd.

5

4. Afschrijving 4.1 Welke factoren bepalen de afschrijving De hoogte van de jaarlijkse afschrijving wordt bepaald door de volgende factoren: • de waarderingsgrondslag van de activa; • de afschrijvingstermijn; • de verwachte restwaarde; • de afschrijvingsmethode; • De start van de afschrijving. 4.1.1 De waarderingsgrondslag De waarderingsgrondslag is toegelicht onder 3.1. 4.1.2 De afschrijvingstermijn Volgens artikel 64 van het BBV dient op activa jaarlijks te worden afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Bij deze nota is een tabel opgenomen, waarin de meest voorkomende activa zijn voorzien van een standaard afschrijvingstermijn. Deze tabel dient als basis voor de te hanteren afschrijvingstermijnen. Indien van de tabel wordt afgeweken (dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij investeringen van maatschappelijk nut, waarvan het wenselijk is om deze sneller af te schrijven), wordt dit apart vermeld in het raadsvoorstel. Uitgangspunt is dat de afschrijvingstermijnen zo goed als mogelijk aansluiten bij de gemiddelde technische c.q. economische levensduur van het activum. De tabel is niet uitputtend, maar wel nagenoeg dekkend.

In de gevallen waarin geen afschrijvingstermijn is opgenomen voor een bepaald activum wordt gekozen voor een reële levensduur, waarbij de periode dusdanig wordt gekozen dat in alle redelijkheid kan worden aangenomen dat het activum na die periode niet meer van dienst zal zijn. Het spreekt voor zich dat de voor de verschillende activa tot en met het jaar 2022 gehanteerde afschrijvingstermijnen onveranderd van kracht blijven. De nieuw vast te stellen afschrijvingstabel (bijlage 1) zal, met terugwerkende kracht, met ingang van boekjaar 2023 in werking treden. Van de immateriële vaste activa (Onderzoeks- en ontwikkelkosten) (zie bij 2.3) bedraagt de maximale afschrijvingstermijn 5 jaar. Van de immateriële vaste activa (Bijdrage aan eigendommen van derden) (zie bij 2.4) is de afschrijvingstermijn gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage wordt/is verstrekt. 4.1.3 De verwachte restwaarde Indien een object met een bepaalde restwaarde wordt afgestoten, dient afboeking van de restwaarde plaats te vinden. Indien bij het afstoten een boekwinst wordt gerealiseerd, dient deze boekwinst na overdracht te worden verwerkt als incidentele bate in de administratie en als zodanig worden verantwoord in de jaarrekening. De opbrengst mag niet direct met de aanschafwaarde van het eventuele vervangingsobject worden verrekend.

Indien bij het afstoten een boekverlies wordt gerealiseerd, dient dit boekverlies na overdracht als incidentele last te worden verwerkt in administratie en als zodanig worden verantwoord in de jaarrekening. Het verlies mag niet worden opgeteld bij de aanschafwaarde van het eventuele vervangingsobject. 4.1.4 Afschrijvingsmethoden Algemeen: Afschrijvingen dienen te geschieden op basis van bestendige gedragslijn en onafhankelijk van budgettaire overwegingen of het resultaat in een bepaald boekjaar. 6

Methode: De afschrijvingsmethode is sterk medebepalend voor de afschrijvingscomponent van de kapitaallasten. We onderscheiden de volgende meest gebruikte methoden: - lineair : de afschrijving blijft gedurende de looptijd constant. De jaarlijkse kapitaallasten dalen door afname van de rentecomponent. Vanaf de totstandkoming van de gemeente Wijdemeren in 2001 wordt de afschrijving berekend door de aanschafwaarde, eventueel verminderd met de restwaarde, te delen door de economische levensduur van het actief. De activa van de diverse kernen, die zijn samengevoegd bij de herindeling, zijn geharmoniseerd. De afschrijving van een aantal van deze activa, die zijn ontstaan voor 2001, vindt plaats over de boekwaarde bij de start van de gemeente Wijdemeren gedeeld door de resterende economische levensduur. Dit betreft een uitsterfconstructie. - annuïtair :

de afschrijving stijgt jaarlijks, de jaarlijkse kapitaallasten blijven constant omdat de stijging van de afschrijving wordt gelijkgesteld aan de afname van de rentecomponent.

Het huidige beleid dat in principe lineair wordt afgeschreven is van toepassing. Slechts in incidentele gevallen is de annuïtaire afschrijvingsmethode toegepast. Dit is het geval als er sprake is van, op die basis, verstrekte geldleningen. 4.1.5 Start van de afschrijving In de begroting en jaarrekening wordt de afschrijving van een nieuwe investering gestart vanaf het begrotings- /boekjaar dat volgt op het jaar waarin het nieuwe actief gereed komt/in gebruik wordt genomen of verworven wordt. 5. Afwijken van de richtlijnen Als het voornemen bestaat om af te wijken van bovenbeschreven richtlijnen uit de nota “Waardering en afschrijving materiele vaste activa 2023” moet dit vooraf aan de raad worden voorgelegd. 6. Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als nota “Waardering- en afschrijving materiele vaste activa 2023” 7. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met terugwerkende kracht tot het begin van boekjaar 2023.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 7 december 2023 . De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

mevr. drs. E. B. Hörchner

dhr. Ch. B. Aptroot

7

Bijlage 1: Algemeen De raad kan bij een afzonderlijk raadsbesluit afwijken van de in onderstaande tabel genoemde afschrijvingstermijnen. In het verleden zijn ook andere afschrijvingstermijnen gehanteerd, die ook op activa van toepassing zijn. Onderstaand de thans van toepassing zijnde afschrijvingstermijnen. Afschrijvingstabel behorende bij nota activerings- en afschrijvingsbeleid 2023 Immateriële vaste activa Activum Bijdrage aan activa in eigendom bij derden

Afschrijvingsperiode Gelijk aan periode die door derden wordt gehanteerd. maximaal 5 jaar (voorgeschreven in BBV artikel 64, lid 5)

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

Materiële vaste activa (maximale afschrijvingstermijn is niet wettelijk vastgesteld) Activum Gronden en terreinen Infrastructurele voorzieningen: aanlegsteigers (afhankelijk van materiaalkeuze) begraafplaatsen

Afschrijvingsperiode Geen afschrijving 25 tot 40 jaar

aanleg c.q. uitbreiding aula aanleg/uitbreiding begraafplaats herinrichting aula en/of begraafplaats opslagruimte

beschoeiing (afhankelijk van materiaalkeuze)

25 tot 40 jaar

bodem- en grondwatersanering bruggen duikers energiebesparende maatregelen

40 jaar 40 jaar 20 tot 25 jaar 15 jaar

40 jaar 25 tot 40 jaar 40 jaar

zonnepanelen LED verlichting

fietspaden

asfalt/beton/steen

groenvoorziening

aanleg bomen/bossen herinrichting plantsoenen aanleg sportvelden

15 tot 20 jaar 15 jaar 40 jaar 20 tot 25 jaar 20 tot 40 jaar 25 jaar 20 jaar

kunstwerken (buiten) duurzaam materiaal monumenten restauraties

20 jaar 25 jaar

speeltuinen

20 jaar 15 jaar 10 jaar

aanleg herinrichting speeltoestellen 9

sportaccommodaties

aanleg sportvelden kunstgrasvelden (toplaag) kunstgrasvelden (onderlaag) reconstructie/renovatie sportvelden fietsenstalling kleedgebouwen/kantines lichtmasten sporthallen inventaris sporthallen cv./boiler

25 jaar 12 tot 15 jaar 24 tot 30 jaar 20 jaar 20 jaar 25 jaar 30 jaar 40 jaar 10 jaar 15 jaar

verlichting (openb.)

armaturen palen

verkeer

borden en bewegwijzering regelinstallaties camera’s verkeertechnische inrichting wegen

10 jaar 20 en 30 jaar 15 jaar 20 en 25 jaar

wegen

aanleg en reconstructie parkeerterreinen levensduur verlengend onderhoud straatmeubilair erfafscheiding voetpaden

40 en 50 jaar 40 jaar 5 tot 15 jaar 10 jaar 10 jaar 40 jaar

gebouwen

grond nieuwbouw (steen/hard) gemeentehuis overige aanschaf bestaande bouw semi-permanent cv-installaties telefooninstallaties (her)inrichting/stoffering noodgebouwen renovatie/daken

0 jaar 40 jaar 25 jaar Resterende levensduur 20 jaar 15 jaar 5 jaar 10 jaar 15 jaar 20 tot 25 jaar

hard- en software, installaties

computerapparatuur software camerasysteem raadzaal infrastructuur website PC ’s fotovideoapparatuur

5 jaar 5 jaar 10 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar

meubilair

stoelen, tafels, kasten e.d.

10 jaar

repro

div. machines, w.o. snij-/bindmachines kopieermachines

5 jaar 5 jaar

scholen

gebouw (steen/hard) meubilair renovatie en herstelwerk (diverse) daken

20 jaar 40 jaar

10

40 jaar 20 jaar 10 tot 25 jaar 15 tot 25 jaar

gereedschappen

5 jaar

onderhoudsmaterieel machines vervoermiddelen bedrijfs-/personenwagens aanhangwagens

10 jaar 10 jaar 15 jaar

Bedrijfsmiddelen en overige investeringen, algemeen Investeringen kleiner dan € 10.000

t.l.v. exploitatie

Afschrijvingstabel riolering horende bij investeringen tot en met 2022 riolering riolen en putten kolken gemalen: pomp gemalen: elektrisch gemalen: bouwkundig gemalen: persleiding bergbezinkbassin: pomp bergbezinkbassin: elektrisch bergbezinkbassin: bouwkundig bergbezinkbassin: persleiding drukriolering: pomp drukriolering: elektrisch drukriolering: bouwkundig drukriolering: persleiding

Afschrijvingstabel riolering horende bij WRP 2023-2027 Object

Civiel [jaar]

Mechanisch [jaar]

Elektro [jaar]

Hoofdgemalen

80

15

15

Bergbezinkvoorzieningen

120

15

15

Persleidingen

60

Vrijverval leidingen

50

Groene berging

60

20

15

Infiltratievoorziening

40

20

15

Minigemalen

60

15

15

Regelschuif, ed.

60

20

15

Meetlocatie en sensoren

40

15

15

Huisaansluit- en kolkleidingen

20

Drainage

20

Overige leidingen

20

Kolken en lijngoten

20

Financiële vaste activa Op de financiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

11

40 jaar 20 jaar 15 jaar 20 jaar 40 jaar 40 jaar 15 jaar 15 jaar 40 jaar 40 jaar 5 jaar 15 jaar 30 jaar 40 jaar

Bijlage 2: Relevante bepalingen uit het BBV Met ingang van 1 januari 2004 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van kracht. In het BBV zijn veel richtlijnen gegeven omtrent de waardering van vaste activa. De belangrijkste worden onderstaand uitgelicht: Artikel 33 Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa. Artikel 34 In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdrage aan activa in eigendom van derden. Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. investeringen met een economisch nut; b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 36 In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 1.

openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer f. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Artikel 51 In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Artikel 52 1. In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. gronden en terreinen; b. woonruimten; c. bedrijfsgebouwen; d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken; 12

e. vervoermiddelen; f. machines, apparaten en installaties; g. overige materiële vaste activa. 2. In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de investeringen of desinvesteringen; c. de afschrijvingen; d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar. Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c.

de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daar van in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijging- of vervaardigingprijs. 2. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4.

Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 13

5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6. In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en orderingen verrekend. Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die elke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening 5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijging- of vervaardigingprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13514866/2