CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Ankeveensepad 23-03-2021 excl. bijlagen

commissie Ruimte en Economie 2 juni 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dammerweg 3 en 422.707 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4 Gemeente Wijdemeren

Planstatus:

ontwerp

Datum:

16 maart 2021

Plan identificatie:

BP5300Ankpad2018-on00

Contactpersoon Plannen-makers:

Drs. Ing. C.M. Vaartjes

Kenmerk Plannen-makers:

PM15003

Opdrachtgever:

Dhr. N. Nijenhuis, Kondor Wessels Projecten

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751

Pagina 2 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Het plan ........................................................................................................................................... 5 2.1

Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5

2.2

Beschrijving plan...................................................................................................................... 6

3

Motivatie nut en noodzaak woningbouw ......................................................................................... 9

4

Beleidsmatige onderbouwing ........................................................................................................ 14

5

6

7

8

4.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 14

4.2

Provinciaal en Regionaal beleid ............................................................................................ 14

4.3

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 24

Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 27 5.1

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 27

5.2

Geluidhinder .......................................................................................................................... 28

5.3

Flora en Fauna ...................................................................................................................... 29

5.4

Bodem ................................................................................................................................... 30

5.5

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 31

5.6

Externe Veiligheid .................................................................................................................. 32

5.7

Archeologie ............................................................................................................................ 34

5.8

Waterhuishouding .................................................................................................................. 35

5.9

Parkeren ................................................................................................................................ 38

5.10

Cultuurhistorische Verkenning ............................................................................................... 40

5.11

Duurzaam bouwen ................................................................................................................ 41

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid...................................................................... 42 6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 42

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 42

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 43 7.1

Plansystematiek..................................................................................................................... 43

7.2

Opzet van de regels .............................................................................................................. 43

7.3

De bestemmingen.................................................................................................................. 44

Bijlagen .......................................................................................................................................... 45

Pagina 3 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Al geruime tijd vindt overleg plaats over de percelen Dammerweg 3 en 4, grenzend aan de noordzijde van het Ankeveensepad, in de kern van Nederhorst den Berg. De ontwikkellocatie grenst aan de historische en beeldbepalende rooms-katholieke kerk en moet daarom met de nodige zorgvuldigheid ingepast worden. In het kader van de zorgvuldige inpassing is er veelvuldig overleg geweest tussen initiatiefnemers en gemeente en de erfgoedcommissie. De gemeenteraadscommissie R&E heeft op 12 juni 2013 positief geadviseerd op het plan, zie bijlage 1. Het plan is vervolgens beoordeeld door de erfgoedcommissie van de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit (WZNH). Na twee overleggen heeft, op 17 december 2014, de welstandscommissie op hoofdlijnen positief geadviseerd op het plan. Ten aanzien van het op 12 juni 2013 uitgebracht advies kan aanvullend opgemerkt worden dat met het huidige plan het voortbestaan van het Spiegelhuys wordt gegarandeerd. Het Spiegelhuys heeft immers een belangrijke sociale betekenis heeft voor de kern als ontmoetingspunt voor diverse sociale activiteiten. Met de overname van het eigendom van het Spiegelhuys door de heer Cirkel en Scholts is het Spiegelhuis van de sloop bespaard gebleven. Het spiegelhuis was immers failliet en beide heren hebben ervoor gezorgd dat het pand weer open ging eind 2006.

Er is toen voor een aanzienlijk bedrag geïnvesteerd in het pand en er is een nieuwe huurder gevonden. Zelfs toen de hoofdhuurder het contract heeft opgezegd is er alles aan gedaan om het restaurant open te houden en is de huur aanzienlijk verlaagd. Alleen zo kon het voortbestaan van het restaurant gewaarborgd worden. In de aanpassing van het Bestemmingsplan wordt voorzien in het behouden van de bestemming horeca en het kunnen toevoegen op het platte deel van het Spiegelhuys van 3 kleine appartementen in de sociale huur of koop sector. Het plan kent een lange geschiedenis en heeft ook meerdere varianten gekend. De planvorming is in 2019 het laatst gewijzigd tot de nu 6 grondgebonden woningen en 3 appartementen bovenop de bestaande bebouwing van het spiegelhuis. Als onderdeel van de werkzaamheden zullen van de bestaande hotelkamers 2 samengevoegd worden tot 1 grotere en er wordt een nieuwe hotelkamer aan toegevoegd. Het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken zijn opgesteld en geschikt voor de laatste planvariant. De vigerende bestemming op de locatie is wonen, horeca, tuin en water gebaseerd op het huidige bestemmingsplan Kern Nederhorst den Berg. De ontwikkeling van de woningen is niet mogelijk binnen de kaders van het bestemmingsplan, onder andere omdat een deel van de woningen is geprojecteerd op de horeca, water en tuin bestemming.

Om de ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een nieuw planologisch kader nodig. Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de inhoudelijke motivatie van het plan. Tevens wordt de milieutechnische haalbaarheid toegelicht. De ontwikkeling wordt geïnitieerd door drie partijen: KWP Vechtstreek B.V, Fortum vastgoed B.V, en KCC beheer B.V.

1.2

Leeswijzer

Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is de motivatie van de nut en noodzaak van woningbouw gegeven. In hoofdstuk 4 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente. In hoofdstuk 5 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

2 Het plan 2.1

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in de kern van Nederhorst den Berg. Nederhorst den Berg is één van de kernen van de gemeente Wijdemeren. Het plangebied is langgerekt en ligt direct ten zuiden van de katholieke kerk. Aan de westzijde loopt de doorgaande weg door het dorp. Ter hoogte van het plangebied is dat de Dammerweg. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt het Ankeveensepad. Dit pad loopt door tot aan het water. De beoogde grondgebonden woningen zijn georiënteerd op dit pad. Tot slot wordt de oostgrens gevormd door een ruime groene zone met daarin bebouwing.

Uitsnede luchtfoto Nederhorst den Berg, plangebied in rode ovaal (bron: google Earth)

Uitsnede luchtfoto Ankeveensepad, met globale plangrens (bron: google Earth)

Pagina 5 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

2.2

Beschrijving plan

Hieronder wordt toegelicht op welke wijze het plan is ingepast in zijn omgeving. Eerst worden de belangrijkste stedenbouwkundige en landschappelijke kenmerken van de omgeving toegelicht. Vervolgens wordt aangegeven hoe met deze kenmerken rekening is gehouden in het plan. De volgende kenmerken van de omgeving zijn te benoemen: • De locatie ligt ingeklemd tussen 2 typen besloten gebied: aan de westzijde de bebouwing van de hoofdstraat van Nederhorst den Berg: de Dammerweg, aan de oostzijde, aan het Ankeveensepad bevindt zich eveneens bebouwing, waaronder een molen. Voorbij de bebouwing zijn er bosschages, waarna het open water van de Spiegel- en Blijkpolderplas begint. • Er is vrij veel variatie in massaopbouw van de bebouwing in de omgeving: aan de Dammerweg, die als hoofdstraat fungeert, zijn de gebouwen hoger en groter. Aan de dwarsstraten, zoals de Vaartweg en het Ankeveensepad, neemt de hoogte en het bouwvolume van de panden af en neemt de afstand tussen de gebouwen toe. • Er is vaak sprake van een verspringende rooilijn. Samen met de variatie van massaopbouw is dit een kenmerk van de dorpse karakteristiek van de aanwezige bebouwing. • Aan de noordzijde is de monumentale rooms-katholieke Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk gelegen, die gebouwd is in 1889. Naast de kerk, aan de zuidzijde, bevinden zich de pastorie, eveneens uit 1889, en het parochiehuis.

De kerk, pastorie en het parochiehuis hebben de status van provinciaal monument. • Ten zuiden van de planlocatie ligt, dwars op de Dammerweg en evenwijdig aan het Ankeveenspad, een watergang. Tussen de watergang en het Ankeveensepad is een langerekt grasveld. Achter de watergang ligt een straat, de Vaartweg, met grondgebonden woningen. • Er is sprake van een zichtlijn vanad de Dammerweg over het Ankeveensepad tot aan de knik in deze weg. • Er is sprake van een zichtlijn vanaf de knik in het Ankeveensepad tot aan de molen. Planspecifiek: Het plan bestaat uit de realisatie van in totaal 9 woningen. Het plan bestaat uit 6 grondgebonden woningen van twee lagen met een kap: 4 twee-onder-één-kapwoningen en 2 vrijstaande woningen. Daarnaast worden 3 appartementen in de sociale sfeer gerealiseerd. Als onderdeel van de werkzaamheden zullen van de bestaande hotelkamers 2 samengevoegd worden tot 1 grotere en er wordt een nieuwe hotelkamer aan toegevoegd. De huidige watergang wordt verlegd en verbreed. In het plan is op de volgende wijze rekening gehouden met de kenmerken van de omgeving, zodat het plan hier goed in past: •

•

• •

De woningen hebben een oriëntatie op het Ankeveensepad. (zie hiervoor de figuur hieronder die het plan in vogelvlucht weergeeft) Dit is positief voor het uitzicht vanaf het Ankeveensepad en vanuit de woningen aan de Vaartweg. Daarnaast is het positief voor de sociale veiligheid die passanten ervaren op het Ankeveenspad. De woningen kennen variatie in massaopbouw: er zijn 4 twee-onder-één-kapwoningen en 2 vrijstaande woningen, die verschillen qua vormgeving. De afstand van de woningen tot het Ankeveensepad is niet overal gelijk, zodat een verspringende rooilijn ontstaat. (zie hiervoor de 2 figuren hieronder die het bovenaanzicht weergeven) Dit past goed bij de kenmerken van de dorpse karakteristiek van de omringende bebouwing, zoals de woningen aan de Vaartweg. De woningen hebben geen effect op de zichtlijnen, omdat ze in het bestaande verkavelingspatroon zijn ingepast. De woningen hebben geen negatief effect op de kerk en de kerketuin. Door de afstand tussen kerketuin en woningen zo groot mogelijk te maken is de impact op de kerketuin Pagina 6 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

geminimaliseerd. Dit is mogelijk geworden door het verleggen van de watergang, zodat deze tussen de kerketuin en de woningen in komt te liggen. (zie hiervoor de 2 figuren hieronder die het bovenaanzicht weergeven) Doordat het plan zorgt voor het behoud van de bestaande kwaliteiten en deze tot uitgangspunt neemt voor het ontwerp leidt dit plan tot een verantwoorde uitbreiding van de kern Nederhorst den Berg. .

Uitsnede stedenbouwkundig ontwerp (bron: Bureau Maris) Voor een zorgvuldige inpassing van het plan is de oriëntatie op het Ankeveensepad van belang. De woningen zijn grotendeels met hun voorzijde gericht naar het pad. Hierdoor wordt voorkomen dat er achterkant situaties aan het pad ontstaan dat een rommelig straatbeeld oplevert. Tevens draagt de oriëntatie bij aan sociale veiligheid op het pad. Daarnaast is de relatie met de kerk en de daarbij horende tuinen van groot belang.

Impressie stedenbouwkundig ontwerp (bron: Centrum architecten)

Pagina 7 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Impressie stedenbouwkundig ontwerp (bron: Centrum architecten)

Impressie straatbeeld Ankeveensepad (bron: Centrumarchitecten) .

Pagina 8 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

3 Motivatie nut en noodzaak woningbouw 3.1. algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet afgewogen worden of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit spitst zich doorgaans toe op twee hoofdonderwerpen, nl: de milieutechnische haalbaarheid/uitvoerbaarheid van een plan en de beleidsmatige onderbouwing van een plan. De beleidsmatige onderbouwing wordt toegelicht in hoofdstuk 4 en de milieutechnische haalbaarheid wordt in hoofdstuk 5 beschreven. Voorliggend plan betreft echter een ontwikkeling buiten het Bestaand Stedelijk Gebied. Op basis van de Provinciaal ruimtelijke verordening( PRV) is hier enkel onder voorwaarden woningbouw mogelijk. Bij dergelijke ontwikkelingen dient dus vooruitlopend op de meer ‘standaard’ beleidsafwegingen een zorgvuldige afweging over de behoefte van het plan plaats te vinden. De Ladder voor duurzame verstedelijk uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is hiervoor een veel toegepast instrumentarium. In de provincie Noord-Holland is hiervoor een meer gedetailleerdere richtlijn ontwikkeld, de provinciale ‘handreiking nut en noodzaak wonen’. In dit hoofdstuk wordt de nut en noodzaak via de provinciale systematiek onderbouwd. Dit hoofdstuk gaat derhalve in op de nut en noodzaak, ook wel de behoefte van het plan. In het volgende hoofdstuk wordt vooral getoetst aan het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.2.

Handreiking nut en noodzaak De provinciale ‘Handreiking nut en noodzaak wonen’ is een richtlijn met vragen die beantwoord moeten worden bij woningbouwontwikkeling. De richtlijn heeft hiervoor een duidelijk stroomschema opgenomen. Dit stroomschema is goed toepasbaar voor woningbouwvraagstukken buiten bestaand stedelijk gebied. Voor de provincie vormt dit ook een duidelijk toetsingskader. De vragen gaan over regionale afstemming, de bepaling van lokale en regionale behoefte en de afweging over binnen of buiten Bestaand Stedelijk Gebied. Na het doorlopen van deze vragen kan een positief advies over nut en noodzaak wonen worden afgegeven door de provincie. Onderstaand is het stroomschema weergegeven. De te doorlopen stappen worden in de volgende paragrafen inhoudelijk beantwoord.

Stroomschema ‘Handreiking nut en noodzaak wonen’

Pagina 9 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Vraag 1: Is het plan regionaal afgestemd? Voorliggend plan is afgestemd met de regio. Het plan is al geruime tijd in ontwikkeling en is daarom ook meegenomen in de regionale en provinciale tellingen voor woningbouw. Het plan is met het exacte aantal beoogde woningen ook opgenomen op de site www.plancapaciteit.nl. Dit is de site waarop in de provincie Noord-Holland de lokale en regionale woningbouwplannen centraal geregistreerd worden. Deze gegevens vormen input voor de provinciale prognoses over behoefte en capaciteit. Vraag 2: Voorziet het plan in lokale en regionale kwantitatieve behoefte Voor de kwantitatieve behoefte op regionaal vlak is de Prognose Provincie Noord-Holland 2017 - 2040 (PPNH) versie 8 juni 2017 geraadpleegd. De onderstaande tabel toont dat in 2020 een regionale woningbehoefte is van 3.600 woningen. De beoogde realisatie van de woningen in voorliggend plan vallen in deze periode. Op regionaal vlak is derhalve duidelijk een behoefte aanwezig.

Tabel Prognose Provincie Noord-Holland Voorts is de behoefte op lokaal vlak beoordeeld. Bovenstaande tabel toont aan dat het aantal huishoudens in de gemeente Wijdemeren met 400 toeneemt tot 2020. De woningbehoefte op lokaal niveau wordt daarmee ingeschat op 400 woningen. Om te toetsen of voorliggend plan binnen de behoefte past, is het van belang te weten hoeveel woningbouwplannen er op dit moment in de ‘pijplijn’ zitten. Er kan hierbij gekeken worden naar de zogenaamd harde en zachte plannen. Harde plannen zijn planologisch onherroepelijk of vastgesteld. Pagina 10 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Zachte plannen zijn nog in ontwikkeling. Voor de beoordeling van de behoefte wordt uitgegaan van harde plannen. Op gemeentelijk niveau zijn deze gegevens voor handen via de site www.plancapaciteit.nl. Op regionaal niveau is inzicht te verkrijgen via de PPNH. Een overzicht van de harde en zachte plannen in de gemeente Wijdemeren is weergegeven in bijlage 2. Het voorliggende plan is in de plancapaciteit opgenomen als een zacht plan.

Tabel Harde en zachte plancapaciteit regio, bron: Woningbouwmonitor 2016 Provincie Noord Holland In de regio zijn momenteel 2.900 woningen in vergevorderde planvorming, zie bovenstaande tabel uit de PPNH (versie 8 juni 2017). Gezien de behoefte op regionaal niveau van 3.600 woningen bestaat er regionaal een tekort van 500 woningen. In de gemeente Wijdemeren zijn momenteel 399 woningen in vergevorderde planvorming, zie bijlage 2. De beoogde harde plannen in Wijdemeren sluit daarmee aan op de behoefte zoals die nu door de provincie is ingeschat. Behoefte

Huidige plancapaciteit Lokaal 400 399 Regionaal 3.600 2.900 Overzicht lokale en regionale woningbouwbehoefte

Beschikbare plancapaciteit 1 - 500

Plancapaciteit voorliggend plan 11 11

De conclusie is dat voorliggend plan de lokale behoefte marginaal lijkt te overschrijden maar op regionaal niveau is juist voldoende ruimte voor extra woningbouw. Gezien de grote regionale behoefte en beperkte lokale overschrijding kan geconcludeerd worden dat voldoende lokale en regionale behoefte aanwezig is voor het plan. Deze conclusie sluit ook aan op de algemene conclusie van de PPNH, pag. 3: ‘In de afgelopen jaren is de toename van de woningvoorraad in het zuiden van de provincie achtergebleven bij de huishoudensgroei, de druk op de woningmarkt is daardoor sterk toegenomen. Bij de nu verwachte productie loopt de achterstand richting 2020 verder op. Gezien deze achterstand en de toekomstige vraag is het verhogen van de bouwproductie op korte termijn noodzakelijk.

Pagina 11 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Vraag 3: Voorziet het plan in lokale en regionale kwalitatieve behoefte De beoogde woningbouw aan de Dammerweg richt zich op de categorie koop. De woningen worden tevens levensloopbestendig gemaakt. Dat wil zeggen dat alle woningen zodanig ingedeeld en technisch gereed gemaakt worden dat op de begane grond eenvoudig een badkamer en een slaapkamer gerealiseerd kunnen worden. Hierdoor kunnen ouderen, ook wel vitale senioren, voor langere tijd blijven wonen in de woning. Daarbij is door de ligging van de woning nabij het centrum zowel de woning als ook de woonomgeving geschikt voor vitale ouderen. Door de nabijheid van centrumfuncties kunnen ouderen veel langer in de woning blijven wonen. Op het spiegelhuys worden daarnaast ook nog 3 appartementen in de sociale sfeer gerealiseerd. Het plan voorziet daarmee tevens in het aanbieden van woningen voor starters. Door middel van de appartementen wordt bijgedragen aan een gevarieerd woningaanbod in het plan. In antwoord op de vraag of er behoefte is naar levensloop bestendige woningen is wederom gebruik gemaakt van de PPNH. De prognosegegevens over de leeftijdsopbouw zijn niet specifiek per kern beschikbaar. Indien echter wordt gekeken naar de groei van de totale groep 65+-ers in de afgelopen jaren (zie tabel op pagina 10), dan blijkt dat het aantal 65+-ers sterk toeneemt, met 6000 in de planperiode 2015-2020.

De groep van 65+ is de gebruikersgroep van de levensloopbestendige woningen. Dit toont dat de behoefte aan levensloopbestendige woningen zeer groot is. Tot slot realiseert één van de initiatiefnemers van het plan meerdere woningbouwprojecten in de regio en ervaart bij deze projecten dat er behoefte is aan kwalitatieve woningen in een groene omgeving. Het plan voorziet in een open verbinding voor sloepen met de nabijgelegen Spiegel- en Blijkpolderplas De waterrijke omgeving van het plangebied wordt hierdoor versterkt. De natuurbeleving is vanuit het plangebied ook snel lopend te ervaren doordat het Ankeveensepad doorloopt tot in het recreatieve gebied. Natuurrecreatie is hiermee beschikbaar op loopafstand. Het combineren van de recreatieve mogelijkheden aan het Ankeveensepad, het creëren van de open waterverbinding en de voorzieningen in de kern op loopafstand levert een unieke locatie met daarmee een kwalitatief plan op.

Door het aanbieden van een gewilde woonvorm samen met de levensloopbestendigheid van de woningen wordt voorzien in een plan dat aansluit op de lokale en regionale kwalitatieve behoefte Vraag 4: Zijn er mogelijkheden binnen Bestaand Stedelijk Gebied en zijn deze realistisch? In de PRV wordt aangegeven dat de realisatie van woningen buiten het Bestaand Stedelijk Gebied (BSG) uitsluitend mogelijk is op het moment dat is aangetoond dat de ontwikkeling niet kan worden gerealiseerd door middel van herstructureren, intensiveren, combineren of transformeren. In de provinciale ‘Handreiking nut en noodzaak wonen’ wordt eveneens aangegeven dat moet worden aangetoond dat binnen het BSG geen realistische alternatieven voorhanden zijn. De woningen in voorliggend plan richten zich op een breed publiek van gezinnen tot aan vitale ouderen. De woningen worden, zoals aangegeven levensloopbestendig gemaakt. Dit vereist dat naar een alternatieve woonlocatie gekeken wordt zowel geschikt voor gezinnen als voor vitale ouderen. Voor de bovenstaande vraag is daarom gekeken naar de mogelijkheden voor herstructureren, intensiveren, combineren of transformeren in de kern zelf. Een aantal kleine bouwlocaties Voorstraat en Overmeerseweg in Nederhorst zijn al in ontwikkeling. Fysieke ruimte binnen Bestaand Stedelijk Gebied in Nederhorst den Berg is zeer beperkt.

Tevens is één grotere locatie voorhanden: Overmeer Zuid. Dit gebied was in gebruik als sportpark en wordt op dit moment bebouwd met woningen. Een deel van de woningen zijn reeds opgeleverd. In totaal gaat het hier om 182 woningen. Een aantal woningen is tevens levensloopbestendig worden uitgevoerd. De locatie Overmeer Zuid ligt ca. 2 kilometer uit het centrum en ligt daarmee niet meer op loopafstand. De locatie is daarmee minder geschikt voor de doelgroep. Door de ligging van het plangebied in het centrum, met op loopafstand tal van winkels, horeca voorzieningen en de ligging ten opzichte van de Spiegelplas met zijn recreatieve voorzieningen, is de locatie uniek in zijn soort. Voor de doelgroep is geen vergelijkbare alternatieve locatie in de kern van Pagina 12 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Nederhorst den Berg beschikbaar. Door de realisatie van het plan wordt de mogelijkheid geboden dat kopers tot op zeer late leeftijd in de woning kunnen blijven wonen. Recent is het voormalig gemeentehuis aan de Voorstraat 35 verkocht ten behoeve van woningbouw. Het plan voor deze locatie voorziet in 4 grondgebonden woningen en 12 appartementen. Het gehele project valt onder sociale huur. De Voorstraat 35 is op minder dan 150 meter van onderhavig plangebied gelegen. Voorliggend plan is een aanvulling op de woningvoorraad die op de Voorstraat 35 mogelijk gemaakt wordt en betreft geen concurrerend aanbod. Tot slot. Door de invulling van de locatie zal het plan bijdragen aan de levendigheid van het centrum van Nederhorst den Berg en zal het daarmee ook de continuïteit van het Spiegelhuys versterken. Wanneer de woningen buiten het centrum worden gerealiseerd zal dit effect minder zijn.

Pagina 13 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

4 Beleidsmatige onderbouwing 4.1 4.1.1

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voorts benoemt het Rijk 13 nationale belangen. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of project specifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. In het MIRT wordt ook de samenhang met decentrale belangen en regionale opgaven besproken. Planspecifiek Voorliggend plan is op basis van de SVIR in de stedelijke regio met topsectoren, de ‘noordvleugel’ gelegen. Het gaat om de topsectoren: Agro + food, creatieve industrie, life sciences & health, tuinbouw en uitgangsmaterialen, hoofdkantoren en logistiek.

Voorts wordt voor de noordvleugel aangegeven dat het voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren nodig is om te beschikken over een voldoende voorraad (kwalitatief en kwantitatief) woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen. De beoogde woningbouw die kwalitatief ingepast is binnen het bestaand stedelijk gebied draagt zodoende bij aan de doelstelling van de noordvleugel en daarmee de structuurvisie. Voorts zijn in het SVIR gebiedsgerichte nationale belangen opgenomen. Voorliggend plangebied valt in het gebied dat aangewezen is als (voorlopig) Unesco erfgoedgebied vanwege de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het maakt onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam. Bij het provinciale beleid wordt nader toegelicht wat de cultuurhistorische aanwijzing precies inhoud. Voorliggend plan sluit daarmee aan op het beleid in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

4.2

Provinciaal en Regionaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid De Omgevingsvisie NH2050 – “Balans tussen economische groei en leefbaarheid” is de opvolger van de Structuurvisie 2040 uit 2010. De Omgevingsvisie is op 19-11-2018 door Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingswet integreert een groot deel van de wetgeving op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De huidige wettelijk verplichte provinciale plannen (Structuurvisie, het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, het Milieubeleidsplan en de Watervisie) komen te vervallen en gaan op in één integrale omgevingsvisie voor de fysieke leefomgeving met onderliggende programma’s. In de Omgevingsvisie legt de provincie vast welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening. De visie dient als leidraad voor de manier waarop de ruimte zich de komende dertig jaar zou

Pagina 14 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

moeten ontwikkelen. De Omgevingsvisie NH2050 is in co-creatie tot stand gekomen met continue inbreng van een groot aantal partijen, professionals en inwoners. Sturingsfilosofie De provincie hanteert het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. De opgave bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. De provincie is terughoudend met het opstellen van regels. Hoofdambitie De hoofdambitie zoals die geformuleerd is in de Omgevingsvisie NH2050 is tot een balans te komen tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die gemaakt worden. De provincie zet met deze visie een richting uit om houvast te bieden naar de toekomst. Die richting bestaat uit het benoemen van een aantal bewegingen naar de toekomst, ontwikkelprincipes en waar nodig randvoorwaarden en regels. Ambities Een gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie Hiermee wordt een woon-werkomgeving bedoeld waar mensen zo min mogelijk worden blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt.

Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief ontwikkelen Om de biodiversiteit in Noord-Holland op peil te houden zullen toekomstige ontwikkelingen (verstedelijking, landbouw, klimaatmaatregelen) zoveel mogelijk natuurinclusief moeten zijn. Daarmee leveren ze een bijdrage aan behoud en vergroting van de biodiversiteit. Hierbij gaat het niet alleen om de kwantiteit (hectares) maar ook om de kwaliteit (soortenrijkdom, toegankelijkheid). Duurzame en vernieuwende economie Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. Een duurzame economie houdt rekening met en bouwt voort op de kenmerken en karakteristieken van de locatie. De activiteiten zijn bij voorkeur vernieuwend, circulair en schoon en dragen bij aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland Er is in de land- en tuinbouw een omslag gaande naar een adaptieve kringlooplandbouw, die meer rekening houdt met behoud en versterking van biodiversiteit en bodem- en waterkwaliteit. Om de regionale kwaliteiten te versterken en innovatie te stimuleren, bieden we ruimte voor experimenten. Indien nodig wordt ruimte geboden aan schaalvergroting. Klimaatadaptatie Essentieel is dat wij zowel het landelijk als het stedelijk gebied beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Dat vergt aanpassingen in zowel de ruimtelijke inrichting als het watersysteem. We zorgen ervoor dat we voldoende zijn voorbereid op wateroverlast, hittestress, verdroging, verzilting en de gevolgen van een overstroming. Nieuwe ontwikkelingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Energietransitie De provincie stuurt op een energietransitie met een maximale opwekking van duurzame energie voor de volledige energievraag in Noord-Holland in 2050. Om dit doel van een klimaatneutraal Noord-Holland in 2050 te bereiken, is een optimale mix nodig van energiebesparing en allerlei vormen van duurzame

Pagina 15 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

energie. Op weg naar 2050 houden we daarom oog voor alle nieuwe technologieën – ook buiten de energiesector – die daaraan een bijdrage kunnen leveren. Ontwikkeling van stad en land De locatiekeuze voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen staat onder invloed van de effecten van klimaatverandering, van bereikbaarheid, behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en van de energie-infrastructuur. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Uitgangspunt is – en daarop zal het verkeers- en vervoersnetwerk worden geoptimaliseerd – dat men zich effectief, veilig en efficiënt kan verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Daarbij heeft men zo veel mogelijk keuzevrijheid in het bepalen van zijn of haar vervoerswijze.

Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Door de grote economische dynamiek zijn woon- en werklocaties vooral nodig in het zuidelijk deel van Noord-Holland, de Metropoolregio Amsterdam, met Amsterdam als zwaartepunt. Het is nodig om hierin te investeren juist ook uit oogpunt van benutting van de agglomeratiekracht. De grote economische dynamiek betekent dat de druk op het metropolitane landschap groot is, terwijl dat bijzonder belangrijk is voor het vestigingsklimaat. Zorgvuldigheid is dus geboden. Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit Het noordelijk deel van Noord-Holland beschikt over bijzondere eigen kenmerken en kwaliteiten, zoals (meer) rust, ruimte, groen, natuur en (gezonde) lucht. Om deze kwaliteiten te waarborgen is dynamiek en ontwikkeling in Noord-Holland Noord nodig. Verstedelijking nabij knooppunten van openbaar vervoer en in de omgeving van historische binnensteden en de nodige voorzieningen komt daarvoor het meest in aanmerking. Planspecifiek: In de Omgevingsvisie zijn diverse kaarten opgenomen. Hierin is aangegeven welke functie onderhavig plangebied heeft. Aan de hand hiervan kan worden bepaald welke voorwaarden worden gesteld aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen de functie. Door in de digitale kaarten op het plangebied te klikken wordt aangegeven wat het relevante beleid is uit de Omgevingsvisie NH2050 voor het plangebied.

Voor het plangebied gelden 14 aanduidingen, die verdeeld zijn over 5 kaarten. Hieronder worden deze aanduidingen per kaart toegelicht. Vervolgens wordt beoordeeld wat deze aanduidingen betekenen voor het voorliggende plan. Dit gebeurt per kaart. Onderaan de paragraaf wordt een samenvatting gegeven van de planspecifieke beoordeling van alle 14 aanduidingen. 1 Omgevingsvisie NH2050: kaart 3: Leefomgevingskwaliteit Voor kaart 3 “Leefomgevingskwaliteit” zijn er 5 aanduidingen gegeven voor de planlocatie: • Ontwikkelingen en beheer passend bij landschap (paragraaf 3.1) • Nieuwe ontwikkelingen natuurinclusief (paragraaf 3.2) • Clustering nieuwe ontwikkelingen bij knooppunten (paragraaf 3.3) • Effecten ondergrond meegewogen (paragraaf 3.4) • Samenhang bewegingen: Gooi en Vechtstreek (hoofdstuk 9) Paragraaf 3.1 Ontwikkelingen en beheer passend bij landschap Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap. De provincie maakt onderscheid in verschillende soorten gebieden. In gebieden met grotere Pagina 16 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

structuren en relatief geringere aanwezigheid van cultuurhistorie zijn meer en grotere ontwikkelingen mogelijk. In gebieden waar de waarden van bijvoorbeeld cultuurhistorie, openheid of ecologie hoog zijn en/of waar de betekenis voor de stad groot is, is alleen ruimte voor ontwikkelingen die bijdragen aan de instandhouding of versterking van deze kernkwaliteiten. Voor werelderfgoederen (UNESCO), zoals de Waddenzee, de Beemster, de Stelling van Amsterdam en de Amsterdamse grachtengordel, als ook voor de bij UNESCO genomineerde Nieuwe Hollandse Waterlinie, gelden specifieke restricties. Paragraaf 3.2 Nieuwe ontwikkelingen natuurinclusief Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief. Bij alle ontwikkelingen wordt gestreefd naar het vergroten van de biodiversiteit. In de bebouwde omgeving kan de soortenrijkdom aan planten en dieren toenemen door de vergroening van waterbergingen, het nemen van maatregelen voor faunavoorzieningen in infrastructuur en het aanleggen van natuurvriendelijke bermen langs wegen. Paragraaf 3.3 Clustering nieuwe ontwikkelingen bij knooppunten Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie- en data-knooppunten, omdat hierdoor de kansen voor synergie en duurzaam ruimtegebruik toenemen.

Paragraaf 3.4 Effecten ondergrond meegewogen Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen Denk hierbij bijvoorbeeld aan de bescherming van de kwaliteit van het grondwater, mede voor de drinkwaterwinning en ondergrondse infrastructuur, zoals kabels en leidingen en warmte-koude-bronnen. Hoofdstuk 9 Samenhang bewegingen: Gooi en Vechtstreek Voor de Gooi en Vechtstreek is de volgende toelichting opgenomen: “De grote leefomgevingskwaliteit met diverse landschappen, recreatieve en toeristische mogelijkheden, topwoonmilieus in combinatie met mobiliteitsopgaven, economisch vitaal blijven en opgaven in het veenweidegebied, brengen een complex aan vraagstukken met zich mee.” Conclusie kaart 3: • Paragraaf 3.1: dit is een kleinschalige ontwikkeling, die zich voegt naar de schaal en de specifike kenmerken van haar omgeving. De toevoeging van woningen zal tot een zeer beperkte aantasting van het rustige en groene karakter leiden. Een deel van de watergang aan de oostzijde van het plangebied wordt verbreed om te kunnen voldoen aan de verplichte watercompensatie. Tussen het plangebied en de cultuurlandschappen rondom de kern Nederhorst den Berg bevindt zich bebouwing. Deze oostelijk gelegen bebouwing vormt samen met diverse bosschages en bomenrijen de feitelijke overgang tussen de cultuurlandschappen en de kern Nederhorst den berg.

De bestaande relatieve openheid op de locatie is beperkt maar zal ook niet wijzigen als gevolg van de planontwikkeling. • Paragraaf 3.2 de watergang staat in verbinding met de bestaande watergangen in de omgeving en bevindt zich tussen de tuinen van de te realiseren woningen. Er zijn daardoor geen negatieve effecten op de ecologie. • Paragraaf 3.3: het plan wordt gerealiseerd in de directe omgeving van de hoofdstraat van Nederhorst den Berg: de Overmeerseweg/Dammerweg en voegt zich in de bestaande bebouwing van de kern. • Paragraaf 3.4: de effecten van deze kleinschalige ontwikkeling zijn gering. Belangrijk zijn de effecten op het grondwater. Hiermee is door het realiseren van voldoende waterberging rekening gehouden. • Hoofdstuk 9 brengt geen aanvullende eisen met zich.

Pagina 17 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

2 Omgevingsvisie NH2050 kaart 5: Metropool in ontwikkeling: Voor kaart 5 “metropool in ontwikkeling” zijn er 3 aanduidingen gegeven voor de planlocatie: • Wonen en werken binnenstedelijk (paragraaf 5.8) • Investeren in alle verkeersnetwerken regionaal verkeer boven doorgaand (paragraaf 5.9) • Landschap als onderdeel metropolitaan systeem (paragraaf 5.10) Paragraaf 5.8 Wonen en werken binnenstedelijk Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd. De bebouwingsopgave moet zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. De regio’s kiezen welke kernen voorzieningencentra zijn en blijven in de toekomst (zie ook Sterke kernen, sterke regio’s). Paragraaf 5.9 Investeren in alle verkeersnetwerken regionaal verkeer boven doorgaand Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV en fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. Paragraaf 5.10 Landschap als onderdeel metropolitaan systeem De provincie zet in op het versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem van Amsterdam.

Een uniek kenmerk van de metropool is de grote diversiteit aan landschappen met hoge ecologische, recreatieve en cultuurhistorische waarden. Het biedt ook een plek voor relatieve rust ten opzichte van de stad. Behoud en versterking van het landschap is cruciaal voor de metropool. Conclusies kaart 5: • Paragraaf 5.8: het plan wordt gerealiseerd in de dorpskern van Nederhorst den Berg, in de directe nabijheid van de hoofdstraat van het dorp: de Overmeerseweg/Dammerweg. • Paragraaf 5.9: doordat het plan dichtbij de hoofdstraat van het dorp: de Overmeerseweg/Dammerweg wordt gerealiseerd, zijn de effecten op de mobiliteit het geringst. • Paragraaf 5.10: dit is een kleinschalige ontwikkeling, die zich voegt naar de schaal en de specifieke kenmerken van haar omgeving, zodat de specifieke kenmerken van het landschap worden behouden. 3 • •

Omgevingsvisie NH2050 kaart 6: Sterke kernen, sterke regio's Voor kaart 6 “Sterke kernen, sterke regio’s” zijn er 2 aanduidingen gegeven voor de planlocatie: Concentreren in kernen, passend bij rol in regionaal netwerk (paragraaf 6.12) Functies concentreren bij knooppunten + ontwikkeling vraaggestuurd (paragraaf 6.13)

Paragraaf 6.12 Concentreren in kernen, passend bij rol in regionaal netwerk Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en – dorps plaatsvinden. De provincie onderscheidt grofweg drie typen kernen: • Centrumsteden fungeren als kloppend hart voor de omliggende regio’s o Regionale centrumsteden- en dorpen kunnen binnenstedelijk verder groeien, rond een goed functionerend OV-knooppunt en een aantrekkelijke (historische) kern. • Groenstedelijke kernen bouwen o Ontwikkelingen bij groenstedelijke kernen en dorpskernen vinden zoveel mogelijk binnenstedelijk plaats, nabij OV-knooppunten.

Pagina 18 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

•

Dorpskernen zorgen voor behoud van voorzieningen in het landelijk gebied o Bij de dorpskernen lopen de functies en karakters van de vele kernen ver uiteen. Er worden in regionaal verband keuzes gemaakt over welke dorpskernen als voorzieningencentra (blijven) fungeren. Dit kan bijdragen aan het behoud van voorzieningen en de leefbaarheid in deze gebieden. Er is daarnaast een zeer divers beeld van de sociale cohesie (denk hierbij aan bijvoorbeeld een bruisend verenigingsleven) en ontwikkelkracht per kern. Dit vraagt daarom ook om maatwerk, in samenspraak met de lokale bevolking en ondernemers. Daar waar de kleinschalige en lokale vraag helder is (kwalitatief en kwantitatief regionaal onderbouwd) is het aan de regio om maatwerk te leveren met oog voor onder andere de natuur, agrisector, duurzaamheid en milieu.

Paragraaf 6.13 Functies concentreren bij knooppunten + ontwikkeling vraaggestuurd De provincie streeft ernaar functies of bestemmingen zoveel mogelijk gebundeld nabij OV-, weg-, energie-, agri- en data-knooppunten, aangevuld met de ontwikkeling van vraaggestuurde vervoersconcepten. Daarnaast heeft de provincie als doel dat in het jaar 2050 de fiets een nog belangrijker rol speelt in de regionale mobiliteit van Noord-Holland. Conclusies kaart 6: • Paragraaf 6.12: het plan zorgt voor een toevoeging van gewenste woningtypes, die aan de bestaande dorpskern worden toegevoegd. Daarnaast levert het plan een positieve bijdrage aan het behoud van het Spiegelhuys, dat een sociale functie vervult voor Nederhorst den Berg. • Paragraaf 6.13: zoals ook bij paragraaf 5.9 is toegelicht is het plan dichtbij de hoofdstraat van het dorp gesitueerd, waardoor de effecten op de mobiliteit het geringst zijn. De voorzieningen in het dorp zijn door deze ligging goed per fiets of lopend te bereiken.

4 Omgevingsvisie NH2050 kaart kaart 7: Nieuwe energie Voor kaart 7 “Nieuwe energie” zijn er 2 aanduidingen gegeven voor de planlocatie: • Optimale energiemix (paragraaf 7.14) • Vraag en aanbod gebundeld (paragraaf 7.15) Paragraaf 7.14 Optimale energiemix De regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen. Noord-Holland kenmerkt zich door regio’s die door natuurlijke omstandigheden (geologische, geomorfologisch en klimatologisch) specifieke kwaliteiten hebben: relatief windrijk, veel zonuren en de beschikbaarheid van aardwarmte. Het is zaak deze kwaliteiten optimaal te benutten voor de opwekking van hernieuwbare energie (elektriciteit en lagetemperatuurwarmte), zonder onaanvaardbare inbreuk te doen op landschappelijke en gebiedskwaliteiten. Paragraaf 7.15 Vraag en aanbod gebundeld Vraag en aanbod van hernieuwbare energie worden zodanig gebundeld dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte. Economische en andere stedelijke activiteiten kunnen van elkaars nabijheid profiteren. Het is zaak daarmee rekening te houden bij het reserveren van ruimte voor deze activiteiten.

Volgens het uitgangspunt ‘lokaal wat kan’, heeft de gemeente het hier voor het zeggen (via de omgevingsplannen). Vanuit de provincie sturen we op de regionale afstemming hierover.

Pagina 19 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Conclusies kaart 7: • Paragraaf 7.14: het plan is kleinschalig waardoor de mogelijkheden voor opwekking van hernieuwbare energie beperkt zijn. Het plan voldoet wel aan de eisen uit het Bouwbesluit voor Duurzaam bouwen. • Paragraaf 7.15: vanwege de kleinschaligheid van het plan is paragraaf 7.15 niet van toepassing. 5 Omgevingsvisie NH2050 kaart 8: Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving Voor kaart 8 “Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving” zijn er 4 aanduidingen gegeven voor de planlocatie: • • • •

Faciliteren duurzame agri-foodsector (paragraaf 8.18) Natuurlijke processen richtinggevend (paragraaf 8.19) Robuust ecosysteem (paragraaf 8.20) Landgebruik en waterpeil in balans (paragraaf 8.21)

Paragraaf 8.18 Faciliteren duurzame agri-foodsector De agrifoodsector wordt gefaciliteerd bij de duurzame en economische ontwikkeling. Paragraaf 8.19 Natuurlijke processen richtinggevend Natuurlijke processen zijn richtinggevend voor inrichting en beheer van nieuwe en bestaande natuurgebieden. De provincie streeft naar gezonde, natuurlijke en robuuste ecosystemen. Waterbeheer, natuurbeheer en recreatie worden meer in samenhang aangepakt. Aanvullend op het natuurnetwerk streven we naar multifunctionele groene ruimten waarin natuur, water, recreatie en landbouw worden gecombineerd. Paragraaf 8.20 Robuust ecosysteem Om een robuust ecosysteem te realiseren worden verbindingen tussen natuurgebieden verbeterd en functies slim gepositioneerd. Verbetering van de verbinding tussen natuurgebieden is een manier om de biodiversiteit te vergroten. Ontwikkelingen dienen minimaal waterneutraal te zijn: ze mogen in geen enkel geval een verslechtering betekenen voor het watersysteem. Dat betekent: geen achteruitgang van de waterkwaliteit, geen afname van de hoeveelheid open water, geen afname van het waterbergend vermogen, geen toenemende bodemdaling of versnippering in peilvakken. Paragraaf 8.21 Landgebruik en waterpeil in balans Het landgebruik en de waterpeilen worden in balans gebracht met de draagkracht van het veenweidegebied.

Om de bodemdaling van veengronden af te remmen, is volgens de huidige inzichten met name in de zomer vernatting nodig. Daarom moet het landgebruik meer in evenwicht komen met het benodigde waterpeil. Conclusies kaart 8: • Paragraaf 8.18: het plan is geen onderdeel van de agrifoodsector. Deze paragraaf is niet van toepassing. • Paragraaf 8.19: het plan is geen onderdeel van een natuurgebied. Deze paragraaf is niet van toepassing. • Paragraaf 8.20: het plan voorziet in de verlegging en verbreding van een watergang, waardoor het waterbergend vermogen voldoet aan de eisen van het waterschap. • Paragraaf 8.21: het plan heeft geen effect op het waterpeil. Deze paragraaf is niet van toepassing.

Pagina 20 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

4.2.2 Provinciaal Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie) De Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie) is vastgesteld op 27 mei 2019 door Provinciale Staten en is in werking getreden per 7 juni 2019. Zoals in de inleiding op de Omgevingsvisie toegelicht is de Omgevingsvisie een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingsverordening zorgt waar nodig voor de juridische doorwerking van de Omgevingsvisie. De Omgevingswet is nog niet ingevoerd, waardoor nog niet precies helder is aan welke vereisten een Omgevingsverordening moet voldoen. GS vinden het belangrijk dat de PRV actueel en kloppend is. Daarom is de PRV nog gewijzigd en wordt er tegelijkertijd gewerkt aan de Omgevingsverordening. De actualisering van de PRV beperkt zich tot de hoogst noodzakelijke aanpassingen die niet kunnen wachten tot de omgevingsverordening. Onderwerpen en inzichten die niet noodzakelijkerwijs in deze actualisering meegenomen hoeven te worden, krijgen een plek in het proces naar de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De eerste integrale Omgevingsverordening wordt na vaststelling van de Omgevingsvisie in procedure gebracht. In de PRV heeft de provincie regels gesteld om deze belangen juridisch te borgen. Gemeenten moeten bij het maken van ruimtelijke plannen deze regels in acht nemen.

De PRV is daarmee een kaderstellend instrument van de provincie voor gemeenten. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn diverse kaarten opgenomen. Hierin is aangegeven welke functie onderhavig plangebied heeft. Aan de hand hiervan kan worden bepaald welke voorwaarden worden gesteld aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen de functie. Het gaat voor het plangebied om de volgende kaarten en aanduidingen: 1 PRV Noord-Holland (28-05-2019) kaart 5: UNESCO Voor kaart 5 “UNESCO” zijn er 2 aanduidingen gegeven voor de planlocatie: • Nieuwe Hollandse Waterlinie • Stelling van Amsterdam In artikel 20 worden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam (en de Beemster) benoemd als erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden. In artikel 21 van de PRV wordt gesteld dat voor deze erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden in het bestemmingsplan regels dienen te worden opgenomen ten behoeve van het behoud of versterking van de kernkwaliteiten van deze gebieden. Dit betekent volgens artikel 22 dat een bestemmingsplan uitsluitend mag voorzien in nieuwe functies en uitbreiding van de bebouwing van bestaande functies voor zover deze de kernkwaliteiten van de erfgoederen met uitzonderlijke universele waarde behouden of versterken.

Niet toegestaan zijn projecten die de uitgewerkte Uitzonderlijke Universele waarden “De Stelling van Amsterdam” of de “Nieuwe Hollandse Waterlinie”, aantasten of doen verdwijnen. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn grootschalige stads- of dorpsontwikkelingslocaties of glastuinbouwlocaties dan wel een grootschalig bedrijventerrein of infrastructuurproject. Projecten die de uitzonderlijke universele waarden aantasten of doen verdwijnen zijn alleen toegestaan als: • er sprake is van een groot openbaar belang, • er voldoende maatregelen worden getroffen om de nadelige effecten van de ontwikkeling op het behoud of de versterking van de uitgewerkte kernkwaliteiten te mitigeren of te compenseren en • er geen reële andere mogelijkheden zijn. Conclusies kaart 5: Voorliggend plan ligt niet in een van de directe systeemonderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie of de Stelling van Amsterdam. Ten oosten van de planlocatie ligt een bunker, die onderdeel is van de Stelling van Amsterdam. Deze bunker valt buiten het bestemmingsplangebied. Voorliggend plan houdt rekening met dit onderdeel van de Stelling door voldoende afstand te houden tot deze onderdelen waardoor ze in het landschap goed herkenbaar kunnen blijven. Pagina 21 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

2 PRV Noord-Holland (28-05-2019) kaart 9: Duurzame energie Voor kaart 9 “Duurzame energie” is de volgende aanduiding gegeven voor de planlocatie: • Kleinschalige oplossingen voor duurzame energie Hoofdstuk 6 Energie gaat in op Windturbines (artikel 32), Opstellingen voor zonne-energie (artikel 32a) en Energie en Duurzaam bouwen (artikel 33). Conclusies kaart 9: Er is geen windturbine voorzien in het voorliggende plan. Deze paragraaf is niet van toepassing. Opstelling voor zonne-energie Onder een Opstelling voor zonne-energie wordt in Artikel 2 Begripsbepalingen, onder “hh” het volgende verstaan: hh. opstelling voor zonne-energie: een samenstel van bouwwerken op het maaiveld, ten behoeve van het opwekken van elektriciteit of warmte door het opvangen van de straling van de zon. Er is geen opstelling voor zonne-energie voorzien in het voorliggende plan. Deze paragraaf is niet van toepassing. Energie en duurzaam bouwen In artikel 33 Energie en duurzaam bouwen wordt gesteld dat bestemmingsplannen voor onder andere woningbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan: • Energiebesparing, • inzet van duurzame energiebesparing, • inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonne-energie en biomassa. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen.

Het aspect duurzaamheid wordt ingevuld doordat ten minste aan de eisen uit het Bouwbesluit voldaan zal worden. Ten tweede voorziet het plan in watercompensatie in het eigen plangebied. Tot slot zal tijdens de omgevingsvergunning voor het bouwen hier nader aandacht aan besteed worden. In paragraaf 5.11 wordt het gemeentelijk beleid ten aanzien van dit onderwerp inclusief mogelijke oplossingen nader toegelicht. 3 PRV Noord-Holland (28-05-2019) kaart 10: Aardkundige waarden Voor kaart 10 “Aardkundige waarden” is de volgende aanduiding gegeven voor de planlocatie: • Aardkundig waardevol gebied Conclusies kaart 10: Artikel 8, Aardkundige waarden, stelt dat in de toelichting van een bestemmingsplan aangegeven moet worden hoe rekening is gehouden met de bijzondere aardkundige waarden die in een gebied voorkomen. Deze waarden zijn beschreven in het bijlage-rapport Actualisatie Intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden (vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 12 januari 2004, nr. 68). Voorliggend plan wijzigt de ondergrond nauwelijks. Enkel ter plaatse van de te verbreden watergang is hiervan in geringe mate sprake. Het plan houdt daarmee geen aantasting van aardkundige waarden in. 4.2.3 Provinciale Woonvisie 2010- 2020 De provincie heeft op 25 mei 2010 de woonvisie ‘Goed wonen in Noord-Holland’ vastgesteld. De woonvisie beschrijft drie speerpunten:

Pagina 22 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

1. Afstemming vraag en aanbod. Het aanbod van woningen kan beter worden afgestemd op de behoeften die er zijn binnen een regio. Het gaat daarbij onder andere om de behoeften van doelgroepen zoals starters, jongeren, ouderen en zorgvragers; 2. Voorzieningen in de woonomgeving; 3. Duurzaamheid en transformatie. De provinciale woonvisie komt voort uit de provinciale structuurvisie. Op basis van de woonvisie wil de provincie Noord-Holland samen met de gemeenten en corporaties en andere woonpartners afspraken maken over de aantallen en het soort woningen dat moet worden gebouwd. Deze afspraken worden vastgelegd in bestuurlijke overeenkomsten. Deze zijn in voorbereiding in de vorm van Regionale actieprogramma's (RAP's). In de woonvisie wordt geconstateerd dat vooral in Amsterdam het woningtekort bovengemiddeld groot is. De gebrekkige doorstroming in Amsterdam, maar ook in de andere gebieden van Noord-Holland, zorgt voor problemen bij het vinden van geschikte woningen voor starters op de woningmarkt. Planspecifiek De woonfunctie zelf is op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds mogelijk. Het plan draagt in de huidige vorm bij aan de uitgangspunten van de provinciale Woonvisie om de knelpunten op de woningmarkt op te lossen. 4.2.4 Regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek 2016-2030 In regionaal verband is een woonvisie opgesteld.

De visie is in begin 2017 vastgesteld door de verschillende gemeenten die de regio vormen. Het doel van de visie is: ‘De regio Gooi en Vechtstreek wil een complete regio zijn, waar het aanbod aan woningen en woonmilieus aansluit bij de woningvraag van nu én die van de toekomst. Een complete regio is ook een regio waar wonen, werken, recreëren, leren en gezondheid hand in hand gaan en elkaar versterken. Dit betekent dat we in willen zetten op een gevarieerde samenstelling van inwoners en woningvoorraad. Het behouden en aantrekken van middengroepen is belangrijk voor de sociaal en economische doelstellingen van de regio.’ Wat de Regionale Woonvisie Gooi en Vechtstreek 2016 concreet beoogt is: - Inzicht geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van wonen. - Een kader bieden voor lokaal woonbeleid (woonvisies en prestatieafspraken). - Een basis bieden voor afspraken met andere overheden, waaronder de provincie NoordHolland in het Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016 t/m 2020. - Een uitvoeringskader geven voor afspraken met ontwikkelaars en investeerders. - De uitgangspunten geven voor een regionale samenwerkingsagenda op het gebied van wonen voor gemeenten, corporaties en andere partners uit de regio.

In de visie zijn vervolgens ook een drietal sleutelambities verwoord: beweging op de woningmarkt, identiteit en diversiteit en samenwerking. Beweging op de woningmarkt: Door het wegnemen van belemmeringen en het stimuleren van doorstroming wordt gezorgd voor meer beweging op de regionale woningmarkt. Hierdoor krijgen meer mensen meer keuzes en meer kansen. Identiteit en diversiteit: Gooi en Vechtstreek is een regio met een sterke eigen identiteit. Het is de wens om deze identiteit behouden en versterken. Dit kan door onder andere te zorgen voor meer diversiteit aan woningen en woonmilieus in de regio. Samenwerken: De regio streeft naar een open en transparante samenwerking met alle partners die betrokken zullen zijn bij het behalen van de ambitieuze missie uit deze regionale woonvisie.

Pagina 23 Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4

Planspecifiek Het voorliggende plan sluit aan bij de sleutelambities van de regio. Het plan draagt in de huidige vorm bij aan de uitgangspunten van de regionale Woonvisie om de knelpunten op de woningmarkt op te lossen, zoals ook beschreven in hoofdstuk 3. 4.2.5 Regionaal actieprogramma Wonen Om uitvoering te geven aan de woonvisie worden Regionale Actieprogramma’s Wonen (RAP’s) ontwikkeld. Dit gebeurt door de regio’s in samenspraak met de provincie. Op basis van deze RAP’s en de projectvoorstellen die in het kader van de RAP’s gemaakt worden, verdeelt de provincie gelden die ze beschikbaar heeft voor woonbeleid. Het doel van het Regionaal Actieprogramma Wonen is om te komen tot regionale woningbouwprogrammaring, waarbij op regionaal niveau de afstemming tussen vraag en aanbod centraal staat. Een regionaal programma kan een robuust kader bieden voor lokale differentiatie en het maken van afspraken daarover. Afstemming van het woonbeleid op regionaal niveau is nodig om een passende verdeling van woningtypen en woonmilieus tot stand te brengen die past bij de vraag van de consumenten. Door op regionaal niveau afspraken te maken over het kwantitatieve en kwalitatieve programma, wordt beoogd ongewenste concurrentie tussen regio’s en gemeenten te voorkomen. Planspecifiek In het RAP staat voor de gemeente Wijdemeren een beoogd programma van 1.031 woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10110950/1