Beantwoording aanvullende technische vragen van De Lokale Partij
Tekst van het document
Geachte leden van de Gemeenteraad, Hierbij ontvangt u- nagekomen - de beantwoording van vragen behorende bij het rapport van de Rekenkamer, ingediend door De Lokale Partij Armoede en Schuld: 1. Het grootste deel (52,5%) bestaat uit huishoudens met een AOW/AWW uitkering. De huishoudens in armoede bestaan voor 20,3% uit huishoudens in de bijstand. Daarnaast heeft 18,1 % inkomsten uit arbeid of een eigen onderneming. VRAAG: Uit wat voor mensen bestaan de overige 10,9%? ANTWOORD: In tabel 3 op pagina 11 van het rapport is te zien dat het overige percentage een WW-uitkering of uitkering uit de Ziektewet of Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft. 2. De grootste doelgroep huishoudens in armoede in Wijdemeren betreft alleenstaanden die zijn aangewezen op een AOW/AWW uitkering en huishoudens met inkomsten uit arbeid of een eigen onderneming. VRAAG: Hoe kan de groep met inkomsten uit arbeid tot de grootse behoren als er eerder wordt gesteeld dat AOW/AWW en huishoudens in de bijstand tot de grootste behoren? Hoe groot is de groep met inkomsten uit arbeid? ANTWOORD: Er wordt in het rapport gekeken naar kenmerken van huishouden tot 110% van het sociaal minimum. Van deze huishoudens is 70% een eenpersoonshuishoudens.
Daarnaast wordt er gekeken naar inkomstenbronnen van huishouden tot 110% van het sociaal minimum, waarbij het grootste deel een AOW/AWW-uitkering heeft, gevolgd door de bijstand. Uit tabel 3 op pagina 11 van het rapport is te zien dat 6,7% van de huishoudens met een inkomen tot 110% inkomsten uit arbeid heeft. 3. De gemeente heeft 12 regelingen waarop gezinnen met een minimuminkomen een beroep op kunnen doen. VRAAG: Voor gezinnen mag ook huishoudens staan neem ik aan? En de regelingen zijn voor huishoudens met een minimuminkomen, maar niet specifiek voor huishoudens in de armoede? Dus er kunnen veel meer huishoudens een beroep doen op deze regelingen? ANTWOORD: De regelingen zijn inderdaad toegankelijk voor huishoudens met een minimuminkomen tot 130% van het sociaal minimum (voor februari 2024 was dit 120% van het sociaal minimum). Van armoede is volgens de definities van het CBS en SCP sprake wanneer een huishouden tot 110% van het sociaal minimum aan inkomen heeft. Het klopt dus dat meer huishoudens een beroep kunnen doen op deze regelingen dan de huishoudens in armoede volgens de CBS/SCP-definitie. Rekenkamercommissie:
4. De rekenkamercommissie heeft een onderzoek gedaan met de onderstaande onderzoeksvragen:
Daar wordt in pt 1.2 aangegeven dat ze begrepen hebben dat momenteel het armoede- en schuldenbeleid wordt herijkt. Zie onderstaand.
VRAAG: De Lokale Partij vraagt zich af waarom het onderzoek juist nu wordt uitgevoerd, want: 1. Had juist voor de herijking met verbeterpunten gekomen? 2. Men had ook kunnen wachten tot herijking, toets die en kom met verbeterpunten. Nu wordt dus 2 keer tegelijk hetzelfde onderzocht? Had hier geen betere afstemming plaats kunnen vinden? Startgesprekken, relevante documenten opvragen. Die worden momenteel herschreven. En dan toch een analyse op de oude documenten maken? Dat had toch ondervangen kunnen worden? ANTWOORD: De raad en de rekenkamer stemmen van tevoren af over de onderwerpen die de rekenkamer gaat onderzoeken. Daar hebben we ambtelijk en als college geen invloed op.
Raadsvoorstel: 5. Concept-besluit, punt 2: Actualiseer het verplichte plan schuldhulpverlening. VRAAG: In hoeverre wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen om iets aan preventie en vroegsignalering te doen? ANTWOORD: Via het Landelijk convenant vroegsignalering en het platform Vindplaats van Schulden van Stichting BKR sluiten we overeenkomsten met verschillende schuldeisers, zoals woningcorporaties en energieleveranciers en wisselen we gegevens uit. Signalen worden zo vroegtijdig door het wijkteam opgepakt. Daarnaast ondersteunen Versa en de Kredietbank bij het omgaan met financiën. Op die manier voldoen we aan de wettelijke verplichting. Echter, dit moet ook formeel opgenomen zijn in een beleidsplan. Met het integraal
beleidskader sociaal domein voldoen we dus straks ook op papier aan de wettelijke verplichting. Kanttekeningen/risico’s: 6A. Aanbevelingen 1-4: Deze wil het college betrekken bij het integraal beleidsplan sociaal domein en de maatschappelijke agenda VRAAG: Zijn de zaken in het rapport waarover vragen worden gesteld en kritiek wordt geuit duidelijk en is daarin al gestart met verbeteringen? Of wordt gewacht tot het integraal beleidskader sociaal domein gereed is? ANTWOORD: De aanbevelingen zijn duidelijk en uitvoerbaar voor het college. Samen met beleid en uitvoering wordt geïnventariseerd wat er nodig is om zaken te verbeteren en geprioriteerd wat we als eerste oppakken, rekening houdend met de ambtelijke capaciteit. 6B. VRAAG: Worden ALLE aanbevelingen meegenomen in het integraal beleidskader sociaal domein? ANTWOORD: Alle aanbevelingen zullen worden uitgevoerd en krijgen een plek in de maatschappelijke agenda. 6C. Het college wil data verzamelen via de monitor sociaal domein. Ook zal er in het eerste kwartaal van 2024 een dashboard beschikbaar komen met de belangrijkste indicatoren. VRAAG: Hoe gaat het college dat doen? Is er (al) een Plan van Aanpak? ANTWOORD: Er is inmiddels gestart met een traject in samenwerking met Pinkroccade om de monitor te realiseren. 6D. Het college geeft aan in overleg te gaan met Divosa om de benchmark gegevens te herstellen.
VRAAG: Wanneer kunnen de vergelijkingen weer zichtbaar zijn? ANTWOORD: De vergelijkingen over 2019 en 2020 zijn inmiddels weer beschikbaar. In principe kunnen we met de Divosa benchmark op elk moment een analyse of rapport uitdraaien. 6e. Het college meldt dat de gunstige timing van het uitkomen van dit rekenkamerrapport het mogelijk maakt om onze inspanningen op het gebied van armoede en schuldhulpverlening direct nog verder aan te scherpen in het integraal beleidskader en de maatschappelijke agenda. Deze zullen in de eerste helft van 2024 besproken worden met de gemeenteraad. VRAAG: Wat is het stadium van het integraal beleidskader? Er staat eerste helft is voor juli 2024. Is er een wat concretere indicatie? Wordt er direct een actieplan gemaakt en gaat dat ook bewaakt en gemonitord worden?
ANTWOORD: Het concept beleidskader is in concept gereed. De maatschappelijke agenda vormt het uitvoeringsplan en een concept is reeds besproken met maatschappelijke partners. De MAG wordt nu verder aangescherpt en zal zodanig SMART zijn dat we de voortgang ervan ook kunnen meten. Voor de zomer dient het beleidskader door de raad te zijn vastgesteld. 6F. Rapport, pag. 11: in het coalitieakkoord en het beleid rond armoede vaak wordt gesproken over gezinnen met kinderen terwijl in het rapport vooral over eenpersoonshuishoudens wordt gesproken. VRAAG: Waar was dat toen op gebaseerd? Is er iets veranderd? ANTWOORD: Het bepalen van de doelgroepen van beleid wordt niet enkel gestoeld op feitelijke informatie, maar ook op politiek gestuurde stellingnames. Zoals in het bestuurlijk wederhoor te lezen is beoordeelt het college ieder kind dat in armoede opgroeit als één te veel. Daarom wil het college daar ook aandacht voor hebben in ons beleid. De oproep van de rekenkamer om ook naar eenpersoonshuishoudens te kijken neemt het college ter harte.