CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

A-12-1a alle fracties verlenen VvgB Cannenburgerpark inclusief nota van zienswijzen (Het amendement is unaniem aangenomen)

gemeenteraad 15 november 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Raadsvoorstel weigering van verklaring van geen bedenkingen Cannenburgerpark (Het geamendeerd voorstel is unaniem aangenomen)18.381 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Amendement A – 12 – 1a Onderwerp: afgifte verklaring van geen bedenkingen Cannenburgerpark De raad van de gemeente Wijdemeren in vergadering bijeen op 15 november 2022, Constaterende dat:          

   

Er sprake is van een grote woningbehoefte in de gemeente Wijdemeren; Bouwen voor senioren, jongeren en jonge gezinnen de voorkeur heeft in Wijdemeren; Het plan Cannenburgerpark één van de weinige grote inbreidingslocaties is in Ankeveen; De planlocatie een verouderde en verrommelde bedrijfslocatie betreft zonder ruimtelijke kwaliteit; Het plan voorziet in een substantiële toevoeging van woningen aan de lokale woningvoorraad en een zeer groot deel (>40%) hiervan behoort tot het sociale segment in de vorm van sociale koopwoningen; Deze sociale koopwoningen zeer goed geschikt zijn voor senioren en (startende) jongeren; Het gemeentelijke monument op de hoek van de Cannenburgerweg en de Herenweg behouden blijft; De bouwhoogten van de eengezinswoningen in het plan zijn verlaagd als reactie op de zienswijzen van omwonenden; De verkeersafwikkeling op de omliggende wegen niet tot problemen leidt; Het plan niet voldoet aan de gemeentelijke parkeernorm ten aanzien van de sociale koopwoningen, zoals deze zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Wijdemeren’ (vastgesteld op 04 februari 2021). In de regels van dit bestemmingsplan wordt voor de parkeernormen direct verwezen naar de bij de regels opgenomen bijlage ‘Beleidsregels parkeernormen gemeente Wijdemeren’.

Het college op 8 juni 2021 de vastgestelde parkeernormen in de ‘Beleidsregels parkeernormen gemeente Wijdemeren’ deels heeft gewijzigd naar aanleiding van de motie van de raad op 21 maart 2021; De oppervlakte van de 16 sociale koopwoningen niet voldoet aan het raadsbesluit van 30 juni 2020 waarin de minimale oppervlakten van sociale koopwoningen is vastgelegd; De provincie akkoord is met het plan, mits ingezet wordt op een groen karakter van de parkeerplaatsen langs de ’s-Gravelandsevaart; Het plan mede door participatie tot stand is gekomen; Het plan nu nog valt onder de overgangstermijn van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 die eindigt op 17 november 2022.

Overwegende dat: 

Met name starters het zeer lastig hebben op de Wijdemerense woningmarkt;

  

Het belangrijk is dat ook de sociale koopwoningen van voldoende omvang zijn, zodat er sprake is van prettige en leefbare woningen; Er sprake is van een stedenbouwkundig goed passend plan waarin rekening is gehouden met de inpassing naar de omgeving en waarmee een grote impuls wordt gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; Het afwijken van de Beleidsregel parkeernormen en daarmee van het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren Wijderemeren’ noodzakelijk is om het plan uitvoerbaar te maken. Dit voor deze locatie voorstelbaar is, omdat: o De sociale koopwoningen een zodanige omvang hebben dat deze feitelijk alleen geschikt zijn voor senioren en starters die alleenstaand of hooguit met zijn tweeën zijn. Dit zijn doelgroepen waarvan het autobezit lager ligt dan het gemiddelde. Daarbij past geen parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning; o De locatie in een dicht bebouwd deel ligt van de kern Ankeveen/’s-Graveland en daarbij ook beschikt over een bushalte in de directe nabijheid.

Daarmee heeft het geen kenmerken van een landelijk gebied locatie waar het binnen de Beleidsregel parkeernormen toe wordt gerekend; o Het voor de kern Ankeveen en het naastgelegen ’s-Graveland de enig beschikbare locatie is waar een dergelijk woningbouwprogramma nu nog mogelijk is onder het overgangsrecht en zo kan voorzien in de lokale woningbehoefte; indien er twee woningen minder worden gerealiseerd de omvang van de sociale woningen op het minimum van 55 m2 komt, zoals vastgelegd in het raadsbesluit van 30 juni 2020.

Besluit: Het besluit te wijzigen in: 

 

De verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw van maximaal 32 woningen op de percelen aan de Cannenburgerweg 3-7 en Herenweg 114-115 (Cannenburgerpark) te Ankeveen; Het aantal sociale koopwoningen op minimaal 14 woningen te bepalen, ieder met een oppervlakte van minimaal 55 m2 per woning (appartement); De bouwhoogte van alle woningen te bepalen op de bouwhoogten zoals overeengekomen in de beantwoording Nota van zienswijzen; In te stemmen met de ‘Nota van beantwoording van zienswijzen’ van 15 november 2022. Het college te verzoeken de omgevingsvergunning te verlenen en daarmee af te wijken van de parkeernorm voor sociale koopwoningen (van 2,3 naar 1,2), zoals genoemd in de ‘Beleidsregels parkeernormen gemeente Wijdemeren 2015’ en haar besluit hierover ter inzage te leggen conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.

………………………

…………………………..

…………………….

…………………….

De Lokale Partij

PvdA/GroenLinks

CDA

VVD

……………………….

………………………..

…………………………..

Dorpsbelangen

ChristenUnie

D66

Nota van beantwoording zienswijzen

Ontwerp omgevingsvergunning Cannenburgerpark

Nota van beantwoording zienswijzen: Bladzijde 2: Bladzijde 3:

Inleiding De zienswijzen

15 november 2022

1/45

Inleiding: Het college heeft op 21 december 2021 een ontwerpbesluit omgevingsvergunning afgegeven voor het bouwplan Cannenburgerpark op de hoek van de Cannenburgerweg en de Herenweg in Ankeveen onder de voorwaarde dat de gemeenteraad een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgeeft. De gemeenteraad het deze ontwerpverklaring vvgb afgegeven in haar besluit op 9 februari 2022. De beide ontwerpbesluiten zijn op 2 maart 2022 gepubliceerd tezamen met de onderliggende stukken. Deze stukken hebben zes weken, van 3 maart 2022 tot en met 13 april 2022, ter inzage gelegen. In deze periode zijn 19 zienswijzen ingediend1. De zienswijzen zijn ontvankelijk. De beantwoording hiervan vindt u in deze nota.

1 Enkele van deze zienswijzen zijn zowel gericht op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning als op de ontwerp afgifte van de

vvgb. De inhoud van deze zienswijzen zijn echter hetzelfde en daarom in deze nota van zienswijzen niet dubbel opgenomen.

2/45

De zienswijzen De hier beschreven zienswijzen zijn een samenvatting van de zienswijzen zoals deze door de indieners zijn verwoord. Eventuele nummeringen die in de zienswijzen zelf zijn toegepast, kunnen hiervan afwijken. Zienswijzen indiener A, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag:  De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft;  In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen;  In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 3. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 4.

De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 5. Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 6. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 7. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 8. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol:  Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh.

Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden;  De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht. Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen.  Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen.

3/45

9. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 10. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. Door de parkeerbehoefte van bouwers en toeleveranciers ontstaat ook een tekort aan openbare parkeerplaatsen. 11. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 12. De nokhoogte is verkeerd opgenomen in de schetsen. Hierdoor lijken de woningen lager dan ze in werkelijkheid zijn. Er wordt dan ook meer zonlicht weggenomen. Verzocht wordt de nokhoogte van 10,5 en 12 meter te verlagen naar 8, resp. 9 meter. 13. Het welstandsregime schrijft voor dat er zichtlijnen moeten worden aangehouden. Dat is in voorliggende plan niet het geval. 14. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen.

Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje via één van beide uitgangen verlaat. 15. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 16. Bij de oplossing van het significante én structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen door de gemeente, kan tevens gebruik worden gemaakt om een aantal laadpalen te plaatsen voor elektrische auto's. 17. Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 18. Samenvattend is hier sprake van een historische situatie waar openbare parkeerplaatsen schaars zijn en volledig benut worden door huidige bewoners. Dit komt mede omdat veel huizen in de omgeving (Noordereinde) geen eigen terrein hebben waarop de auto’s geparkeerd kunnen worden.

Met het nieuwe bouwplan neemt deze druk alleen maar toe met een door indiener berekend tekort van 53 openbare parkeerplaatsen. De Hoge Raad heeft in vergelijkbare gevallen waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat aangegeven dat een gemeente een plan moet afwijzen. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. 19. Indiener ervaart ongewenst gedrag van projectontwikkelaar en/of (huidig/voorheen) eigenaar van de garage en heeft dit gemeld bij politie en BOA’s. Indiener roept gemeente op om capaciteit vrij te maken om gestructureerd te handhaven op onderhavige situatie. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. In antwoord op de genoemde punten:  De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit.  De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan

4/45

de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald.  Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 3. Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 4. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 5. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 6. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020. 7. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen.

Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 8. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 9. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 10. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden. Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 11. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. 12. Niet geheel duidelijk is op welke woningen wordt geduid. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal in ieder geval de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,50 naar 9,60 meter. Het appartementengebouw aan de Herenweg krijgt een maximale bouwhoogte van 10 meter.

De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter. Overigens zal de definitieve bouwhoogte worden vastgelegd in de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. In een al gegeven collegiaal advies heeft de welstandscommissie aangegeven dat zij positief is over de planontwikkeling in het algemeen. 13. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als nu, beëindigd door bebouwing. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af geplaatst. Dit is vergelijkbaar met Cannenburgerweg 9. 14. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg. Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van

5/45

negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 15. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 16. Dat staat los van deze planontwikkeling. 17. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase. De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik.

Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt. Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 18. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. 19. Daaruit begrijpen wij dat er een melding heeft plaatsgevonden. De gemeente kent een handhavingsbeleid waarop ook gestuurd wordt met de in te zetten capaciteit. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De tekst zal aangepast worden, zodat duidelijk is dat er maar één uitrit komt voor gemotoriseerd verkeer. De uitrit richting de Herenweg wordt ook gerealiseerd, maar is enkel bedoeld voor langzaam verkeer, calamiteitenverkeer en de vuilnisafhaal. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing. 3. De bouwhoogte van de tweekapper langs de Cannenburgerweg zal worden verlaagd naar 9,60 meter.

Het appartementengebouw aan de Herenweg krijgt een maximale hoogte van 10 meter. De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter.

6/45

Zienswijzen indiener B, ingekomen op 23 maart 2022 1. Indiener maakt zich zorgen om de verkeerssituatie bij de kruispunten aan beide zijden van de Klapbrug. De voorgenomen ontwikkeling heeft veel gevolgen voor de verkeerssituatie ter plaatse. Het verkeersonderzoek en de daarin genoemde maatregelen worden als onvoldoende beschouwd. Er dient een beter plan te worden gemaakt voor de verkeerssituatie, zodat een acceptabel en veilige verkeerssituatie ontstaat. 2. De geplande ontwikkeling is een uitgelezen kans om de situatie ter plaatse (d.w.z. alle kruispunten rondom de Klapbrug) voor de komende jaren veilig in te richten. Reactie gemeente: 1. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen.

Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 2. Dergelijke maatregelen zijn niet nodig vanuit de planontwikkeling. Dit jaar heeft ook het Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045 ter inzage gelegen. Dit mobiliteitsplan moet nog worden vastgesteld door de raad. Hierin wordt o.a. voorgesteld om nachtelijk vrachtverkeer over het Noordereinde en Zuidereinde te verbieden. De Herenweg wordt wel expliciet gezien als een gebiedsontsluitingsweg. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing.

7/45

Zienswijzen indiener C, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: a. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; b. In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; c. In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 3. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 4. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 5.

Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 6. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 7. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 8. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol: a. Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh. Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden; b. De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht.

Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen. c. Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen. 9. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 10. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. Door de parkeerbehoefte van bouwers en toeleveranciers ontstaat ook een tekort aan openbare parkeerplaatsen. 11. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen. Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje aan via beide uitgangen verlaat.

8/45

12. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 13. Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 14. Samenvattend is hier sprake van een historische situatie waar openbare parkeerplaatsen schaars zijn en volledig benut worden door huidige bewoners. Dit komt mede omdat veel huizen in de omgeving (Noordereinde) geen eigen terrein hebben waarop de auto’s geparkeerd kunnen worden. Met het nieuwe bouwplan neemt deze druk alleen maar toe met een door indiener berekend tekort van 53 openbare parkeerplaatsen. De Hoge Raad heeft in vergelijkbare gevallen waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat aangegeven dat een gemeente een plan moet afwijzen. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. 15.

Indiener ervaart ongewenst gedrag van projectontwikkelaar en/of (huidig/voorheen) eigenaar van de garage en heeft dit gemeld bij politie en BOA’s. Indiener roept gemeente op om capaciteit vrij te maken om gestructureerd te handhaven op onderhavige situatie. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. In antwoord op de genoemde punten:  De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit.  De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald.  Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 3.

Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 4. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 5. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 6. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020. 7. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet.

9/45

8. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 9. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 10. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden. Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 11. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg. Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 12.

Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 13. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase. De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt. Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 14. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen.

Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. 15. Daaruit begrijpen wij dat er een melding heeft plaatsgevonden. De gemeente kent een handhavingsbeleid waarop ook gestuurd wordt met de in te zetten capaciteit. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De tekst zal aangepast worden, zodat duidelijk is dat er maar één uitrit komt voor gemotoriseerd verkeer. De uitrit richting de Herenweg wordt ook gerealiseerd, maar is enkel bedoeld voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing.

10/45

Zienswijzen indiener D, ingekomen op 7 april 2022 Deze zienswijze is gelijk aan die van indiener A. Verwezen wordt naar de samenvatting en beantwoording onder indiener A.

11/45

Zienswijzen indiener E, ingekomen op 6 april 2022 1. In het plan met tekeningen staat niet duidelijk omschreven/getekend hoe de erfafscheiding tussen het nieuwe Cannenburgerpark en de steeg bij de Graaflandhof wordt vormgegeven. Indieners wensen een dichte en definitieve erfafscheiding, zodat er geen enkel (langzaam en gemotoriseerd) verkeer via de steeg naar de Graaflandhof kan plaatsvinden. 2. Omdat bewoners en gebruikers elke dag van en naar Graaflandhof de bewegen, dient hier rekening mee te worden gehouden bij de vormgeving van de erfafscheiding. Reactie gemeente: 1. Er zal geen verbinding komen voor (langzaam of gemotoriseerd) verkeer tussen de nieuwe woonbuurt en het Graaflandhof. Bij de uitvoering zal de initiatiefnemer samen met de indiener van de zienswijze afspraken maker over het type en de vormgeving van de erfafscheiding. 2. Zie het antwoord bij 1. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Geen.

12/45

Zienswijzen indiener F, ingekomen op 7 april 2022 Deze zienswijze is gelijk aan die van indiener A. Verwezen wordt naar de samenvatting en beantwoording onder indiener A.

13/45

Zienswijzen indiener G, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag:  De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft;  In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen;  In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 3. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 4. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 5.

Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 6. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 7. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 8. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol:  Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh. Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden;  De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht.

Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen.  Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen. 9. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 10. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. Door de parkeerbehoefte van bouwers en toeleveranciers ontstaat ook een tekort aan openbare parkeerplaatsen. 11. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de

14/45

woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 12. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen. Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje aan via beide uitgangen verlaat. 13. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 14. Bij de oplossing van het significante én structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen door de gemeente, kan tevens gebruik worden gemaakt om een aantal laadpalen te plaatsen voor elektrische auto's. 15. Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 16.

Samenvattend is hier sprake van een historisch dorpskarakter waar een te dichtbebouwde woonlocatie aan wordt toegevoegd zonder de benodigde parkeerplaatsen. Dit probleem dient eerst opgelost te worden, zoals ook de Hoge Raad in vergelijkbare gevallen heeft gesteld waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. In antwoord op de genoemde punten:  De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit.  De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald.  Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst.

De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 3. Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 4. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 5. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 6. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020.

15/45

7. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 8. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 9. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 10. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden. Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 11. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. 12. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg.

Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 13. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 14. Dat staat los van deze planontwikkeling. 15. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase.

De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt. Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 16. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. In de tekst zal verduidelijkt worden dat er maar één uitrit is voor gemotoriseerd verkeer. De ingetekende uitrit aan de Herenweg is voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing.

16/45

Zienswijzen indiener H, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 3. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 4. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. 5. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 6. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden.

De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag:  De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft;  In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen;  In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 7. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 8. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 9. Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 10. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 11.

Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 12. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol:  Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh. Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden;  De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht. Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen. 17/45

Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen. 13. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen. Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje aan via beide uitgangen verlaat. 14. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 15. De nokhoogte is verkeerd opgenomen in de schetsen. Hierdoor lijken de woningen lager dan ze in werkelijkheid zijn. Er wordt dan ook meer zonlicht weggenomen. Verzocht wordt de nokhoogte van 10,5 en 12 meter te verlagen naar 8, resp. 9 meter. 16. Het welstandsregime schrijft voor dat er zichtlijnen moeten worden aangehouden. Dat is in voorliggende plan niet het geval. 17. Samenvattend is hier sprake van een historische situatie waar openbare parkeerplaatsen schaars zijn en volledig benut worden door huidige bewoners.

Dit komt mede omdat veel huizen in de omgeving (Noordereinde) geen eigen terrein hebben waarop de auto’s geparkeerd kunnen worden. Met het nieuwe bouwplan neemt deze druk alleen maar toe met een door indiener berekend tekort van 53 openbare parkeerplaatsen. De Hoge Raad heeft in vergelijkbare gevallen waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat aangegeven dat een gemeente een plan moet afwijzen. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 3. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 4. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden.

Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 5. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. 6. In antwoord op de genoemde punten:  De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit.  De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald.  Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer.

18/45

7.

Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 8. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 9. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 10. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020. 11. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase. De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt. Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren.

Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 12. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 13. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg. Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 14. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken.

Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 15. Niet geheel duidelijk is op welke woningen wordt geduid. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal in ieder geval de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,50 naar 9,60 meter. De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter. Overigens zal de definitieve bouwhoogte worden vastgelegd in de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. In een al gegeven collegiaal advies heeft de welstandscommissie aangegeven dat zij positief is over de planontwikkeling in het algemeen. 16. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als nu, beëindigd door bebouwing. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten.

Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt

19/45

de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af geplaatst. Dit is vergelijkbaar met Cannenburgerweg 9. 17. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. In de tekst zal verduidelijkt worden dat er maar één uitrit is voor gemotoriseerd verkeer. De ingetekende uitrit aan de Herenweg is voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing. 3. De bouwhoogte van de tweekapper langs de Cannenburgerweg zal worden verlaagd naar 9,60 meter. Het appartementengebouw aan de Herenweg krijgt een maximale hoogte van 10 meter. De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter.

20/45

Zienswijzen indiener I, ingekomen op 11 april 2022 1. Indiener geeft aan geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op deze locatie. Een kleine woonwijk is te prefereren boven een behoorlijk rommelig garagebedrijf. Toch heeft indiener enkele redenen om een zienswijze in te dienen. 2. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, wordt een derde (20 stukes0 op de strook langs de Cannenburgerweg geplaatst. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Dit zijn altijd al openbare parkeerplaatsen geweest. 3. De projectontwikkelaar heeft op 7 maart 2022 toegezegd dat de parkeerplaatsen door de bewoners gebruikt mogen blijven. Op 21 maart 2022 is deze parkeerstrook echter opzettelijk geblokkeerd door sloopauto’s, zodat er nu een acuut parkeerprobleem is. 4. In de omgeving spelen meerdere ontwikkelingen die meegenomen worden, kijkend naar het parkeerprobleem, zoals Noordeinde 249, betaald parkeren bij Natuurmonumenten, ontwikkeling historisch pand Cannenburgerweg 1, bezoekers café Bollie Blooper n het parkeerverbod langs de dorpsstraat waar indiener zelf woont (Noordereinde). Er is een structurele parkeeroplossing nodig, bijvoorbeeld door openbaar pareren blijven toestaan op betreffende strook langs de Cannenburgerweg. Verder kan ontwikkelaar een ondergrondse parkeergarage realiseren. 5. Oplaadpalen voor elektrische auto’s zijn geen parkeerplaatsen. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12057623/3