312022007.23.282 Gemeente Wijdemeren Accountantsverslag 2022 WG
Tekst van het document
Accountantsverslag 2022 Gemeente Wijdemeren
Aan de raad van de gemeente Wijdemeren Postbus 190 1230 AD LOOSDRECHT
Geachte leden van de raad,
Onderwerp Accountantsverslag 2022
Wij hebben de controle van de jaarrekening 2022 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Wijdemeren is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Wij hebben onze controlebevindingen reeds besproken met uw concerncontroller en uw financieel adviseur en enkele bij het jaarrekeningproces betrokken ambtenaren. Op 28 juni 2023 hebben wij onze bevindingen eveneens besproken met de auditcommissie.
Datum 11 juli 2023
Bij de jaarrekening 2022 hebben wij op 11 juli 2023 een goedkeurende controleverklaring afgegeven voor de getrouwheid. Voor het aspect rechtmatigheid hebben wij een verklaring met beperking afgegeven.
Kenmerk 312022007.23.282
Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2022. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA ValidSigned door A. Booij RA op 11-07-2023
Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact
De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 2. Financiële positie en resultaat ................................................. 6 3. Bevindingen eindejaarscontrole............................................. 11
Tel: 06 – 1509 2689
4. Interne beheersing ................................................................ 24
Gert Scheele
5. Overige aangelegenheden ..................................................... 29
Tel: 06 – 1098 0213
6. Verplichte tabel SiSa .............................................................. 37
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312022007.23.282 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 22 augustus 2022 (kenmerk 312022007.22.293) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2022. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Wijdemeren. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol WNT 2022. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2022 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden vastgestelde controleprotocol
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). De bij onze controle van de jaarrekening 2022 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: jaarrekening 2022 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden € 583.000
€ 1.749.000
Naar aanleiding van ons overleg met de auditcommissie op 25 oktober 2022 hebben wij als rapporteringstolerantie een bedrag van € 29.150, ofwel 5% van materialiteit, aangehouden.
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2022 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hierna weergegeven en hebben wij in ons startgesprek met de auditcommissie op 25 oktober 2022 besproken. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. 312022007.23.282 - 2
De risico’s en aandachtsgebieden voor 2022 zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪
De voortgang investeringsplanning en beheersing van investeringskredieten; De waardering en risico-inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties, inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen en de impact van inflatie en kostenontwikkelingen. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot afwijkingen in 2021 voor een bedrag van € 840.000. Het beheer van uw openstaande vorderingen (uitvoering invorderingsbeleid en bepaling voorziening oninbaarheid); De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen (vanwege schattingselementen). Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het college en management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Wijdemeren.
Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over boekjaar 2021 gerapporteerde onzekerheden rondom de prestatielevering Wmo en Jeugd ad € 537.000 (PGB € 235.000 en ZIN WMO/Jeugd € 302.000 via de Regio Gooi- en Vechtstreek); Verwerking lasten (investeringen versus exploitatie en juiste boekjaar) en baten (juiste boekjaar (bevindingen omgevingsvergunningen 2021)); De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording.
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw normenkader 2022, wat door de raad is vastgesteld op 5 april 2023, hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn de volgende afwijkingen geconstateerd: balansmutaties, zijn in materiële zin niet ▪ Afwijkingen van Europese aanbestedingsregels voor een bedrag van € 1.041.000; rechtmatig ▪ Overschrijdingen van investeringskredieten voor een bedrag van € 51.200. De totale rechtmatigheidsfout bedraagt derhalve € 1.092.200. Omdat deze afwijking meer dan éénmaal de materialiteit bedragen, maar minder dan driemaal de materialiteit, geven wij een controleverklaring met beperking af voor rechtmatigheid.
312022007.23.282 - 3
De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Wijdemeren. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen het BBV van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.
De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Wijdemeren zijn uiteengezet in de jaarstukken 2022 in de jaarrekening in het onderdeel “Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling”. Er hebben zich ten opzichte van 2021 verder geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Wijdemeren. Wij hebben het door het college toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).
Geen overige geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen overige van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden voor de getrouwheid. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
Goedkeurende controleverklaring voor getrouwheid en een controleverklaring met beperking voor rechtmatigheid
Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening 2022 van de gemeente Wijdemeren een getrouw beeld geeft van het eigen vermogen op 31 december 2022 en het resultaat over 2022. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 niet in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader 2022 (via raadsbesluit van 5 april 2023). De onrechtmatigheden met gecumuleerd een materiële impact hebben betrekking op afwijkingen van Europese aanbestedingsregels en begrotingsrechtmatigheid op investeringskredieten. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312022007.23.282 - 4
2.
Financiële positie en resultaat
312022007.23.282 - 5
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute zin toe, en blijft in relatieve zin gelijk
In het Bbv, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2022 bedraagt € 3.716.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 389.000 in de reserves gestort, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2022 € 3.327.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. Het positieve resultaat wordt met name verklaard door extra bijdragen vanuit het Rijk, waaronder de bijdragen voor de bekostiging van de energietoeslagen en Oekraïne-gelden en effecten van niet-uitgevoerde werkzaamheden (waaronder onderhoud aan de openbare ruimte). In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. Eigen vermogen (in € 1.000)
2022
2021
2020
Eigen vermogen per 1 januari
14.723
16.524
19.184
389
-/- 600
-/- 1.287
Gerealiseerd resultaat
3.327
-/- 1.201
-/- 1.373
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
3.716
-/- 1.801
-/- 2.660
Eigen vermogen per 31 december
18.439
14.723
16.524
Tussentijdse resultaatbestemming
NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. In de jaarrekening zijn daarom extra toelichtingen opgenomen bij enkele reserves opgenomen.
312022007.23.282 - 6
De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2022 23,1% van het balanstotaal (2021: 21,8% van het balanstotaal). Zowel in absolute zin als relatieve zin is het eigen vermogen gestegen in 2022. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2022. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
Resultaat 2022 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Wijdemeren ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000)
Realisatie
Begroting na wijziging
Totale baten
60.346
56.664
Totale lasten
56.630
57.344
Gerealiseerde saldo van baten en lasten Af: stortingen in reserves Bij: onttrekkingen aan reserves
3.716
-/- 679
-/- 1.707
-/- 1.287
1.317
1.385
Saldo mutaties reserves
-/- 389
98
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
3.327
-/- 581
NB: door afronden op €1.000 kunnen kleine afrondingsverschillen ontstaan.
De exploitatie over 2022 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 3.716.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 679.000 nadelig. Dit is derhalve € 4.396.000 minder nadelig. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 3.327.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen.
312022007.23.282 - 7
In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u hiervoor naar de jaarrekening, onderdeel “Verschillen tussen begroting 2022 en realisatie 2022”. Wij merken hierbij op dat de kwaliteit van de toelichtingen naar onze mening soms scherper en meer op hoofdlijnen kan. In het verlengde daarvan adviseren wij u om te onderzoeken of u de omvang van uw jaarstukken kunt terugbrengen. In de programmaverantwoording worden bij de diverse programma's de doelen (wat wilden we bereiken) en acties (wat zouden we daarvoor gaan doen) bijvoorbeeld erg gedetailleerd beschreven en is in elk programma een leeswijzer met betrekking tot de verklaring van afwijkingen opgenomen. Het voordelige exploitatieresultaat 2022 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen.
In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
Het college van burgemeester en wethouders geeft aan dat het beschikbare weerstandsvermogen ruim onvoldoende is om de onderkende risico’s op te kunnen vangen
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 936.000. In 2021 bedroeg deze € 884.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve ten opzichte van 2021 gestegen. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2022 tot een bedrag van € 9.851.500 (bruto) en na “kanseffect” tot een bedrag van € 2.475.950 (2021: bruto risico’s € 4.041.000, na “kanseffect”€ 1.432.000). Op basis van deze kwantificering is de weerstandsratio voor 2022, zo schrijft het college, 0,38 (2021: 0,62). Bij een ratio van 1,0 is de beschikbare weerstandscapaciteit gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit. In de nota risicomanagement 2019 heeft u de ondergrens van de ratio weerstandsvermogen op 1,0 vastgesteld. Het college concludeert derhalve dat het weerstandsvermogen van Wijdemeren “ruim onvoldoende” in staat is om de onderkende risico’s op te vangen.
Mede om deze reden stelt het college voor om een deel van het positieve rekeningsaldo (€ 2.853.000) toe te voegen aan de algemene reserve, waarna (bij de thans onderkende risico’s) de weerstandsratio weer op een “redelijk niveau” uit zou komen. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312022007.23.282 - 8
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312022007.23.282 - 9
3. Bevindingen eindejaarscontrole Wij zullen de controle 2022 De controle van de jaarrekening 2022 was voor ons het eerste controlejaar. Ten behoeve van de controle hebben wij regelmatig overleg gehad over het tijdspad, werkafspraken en benodigde controle-informatie. Al in het najaar van 2022 was duidelijk dat, na het zomerreces vooral door de vele personele wisselingen op de financiële afdeling en in het team wat de interne controles uitvoerde, een interimevalueren en meenemen in controle in het najaar van 2022 niet zinvol was. De organisatie kon immers in onvoldoende mate de voor de controle benodigde de werkafspraken voor 2023 informatie opleveren. In overleg met de betrokken ambtenaren, de wethouder financiën en de auditcommissie is steeds overleg geweest en is er gezamenlijk uiteindelijk voor gekozen om de volledige controle in juni 2023 uit te voeren. In de aanloop naar deze periode hebben veelvuldige afstemmingen tussen ons en uw medewerkers plaatsgevonden, waar aandachtspunten en vraagstukken vanuit uw zijde vroegtijdig zijn besproken. Deze afstemmingen hebben, in aanloop naar de controle van de jaarrekening, een positieve impact op het opstellen en de controle van de jaarrekening gehad. Wij hebben daarbij ervaren dat de druk op uw medewerkers groot is (geweest). Met name de kwantitatieve bezetting is bepalend (geweest) voor de planning.
Uit de jaarstukken valt bijvoorbeeld ook af te leiden dat voor een bedrag van circa € 1,2 mln. sprake is geweest aan niet ingezet aan vacatures. Financieel gezien heeft dat een positief effect gehad op het gerealiseerde resultaat, maar de tegenhanger is dat er werk is blijven liggen of met een veel beperktere bezetting gerealiseerd moest worden. Desondanks is een meer dan acceptabele concept-jaarrekening ter controle aangeboden, waarbij het aantal cijfermatige correcties, mede door de tussentijdse afstemmingen, beperkt is geweest. Daarnaast zijn ook enkele presentatiecorrecties doorgevoerd. De gekozen aanpak en het daarbij horende tijdspad door auditcommissie (raad), college, ambtelijke organisatie en accountant heeft gewerkt. Wij zullen na het zomerreces een evaluatie plannen met het college en de bij het jaarrekeningproces betrokken medewerkers, waarbij we ook werkafspraken met bijhorende planning voor 2023 zullen maken.
Bewaak het ambitieniveau van uw investeringsplanning
In de jaarstukken is, in de toelichting op de jaarrekening een “Overzicht investeringskredieten” opgenomen. Dit overzicht geeft inzicht in de voortgang van beoogde investeringen en de uitnutting van de daarbij horende kredieten. Uit het overzicht van de investeringskredieten blijkt dat er ultimo 2022 35 kredieten open staan. Hiervan hebben er 12 betrekking op 2022. De overige hebben betrekking op de jaren 2016-2021. In totaal heeft uw raad voor een bedrag van € 32,6 miljoen aan kredieten beschikbaar gesteld voor de 35 geraamde investeringsprojecten. Hiervan is ultimo 2022 een bedrag van € 13,8 miljoen besteed. De nog te besteden kredietruimte is derhalve € 18,8 mln. Bij 2 kredieten is momenteel sprake van een overschrijding van het gevoteerde krediet. De overige bestedingen per krediet passen vooralsnog binnen de raming. Tenslotte zien wij dat er kredieten al meerdere jaren open staan, waarbij in meerdere gevallen geen of nauwelijks uitgaven zijn (geweest). 312022007.23.282 - 11
Op basis van onze beoordeling van het overzicht investeringskredieten stellen wij vast dat sprake lijkt te zijn van een zekere mate van “planningsoptimisme” waarbij de (politieke) ambities en de ambtelijke (beschikbare) capaciteit niet op elkaar aan lijken te sluiten. Een aantal kredieten staat al langere tijd open en hebben vooralsnog een grote onderbesteding. Het lang open laten staan maakt de beheersing van uw investeringskredieten lastig en brengt een risico met zich mee dat kosten ten laste van kredieten worden gebracht, maar feitelijk betrekking hebben op een ander krediet. Overigens hebben wij op basis van onze controle geen aanwijzingen dat dit gebeurd is. Daarnaast is het de vraag of, gelet op het lang open staan van kredieten en de voortgang van de realisatie, uw investeringsplanning (en daarmee de begroting) nog reëel is. Het stelselmatig niet realiseren van kredieten kan betekenen niet alleen dat uw planning niet gerealiseerd wordt, maar ook wordt in uw meerjarenbegroting (mogelijk) al wel rekening gehouden met kapitaallasten voor de geplande investeringen. In dat geval heeft dit effect op de bestedingsruimte in uw begroting. Wij adviseren u om de realisatie van uw investeringsplanning mee te wegen in het vaststellen van toekomstige investeringsplannen.
Daarnaast kan het zijn dat in het verleden gevoteerde kredieten, door prijsstijgingen en inflatie die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan, mogelijk niet meer toereikend zijn, Wij adviseren u dit nader te (laten) onderzoeken.
Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd
De grondexploitatie is één van de posten die het meest gevoelig is voor de economische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een stagnerende vraag of dalende prijzen. Hierdoor kan het verwachte resultaat van een project (fors) afnemen of zelfs omslaan in een verwacht verlies, maar bij een voorspoedige realisatie van verkopen (voorlopen op plan) is juist weer sprake van een voordelig effect. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht. De controle van de grondexploitatie vraagt veel aandacht, vanwege de (hoge mate van) schattingsonzekerheid die met de (waardering van de) jaarrekeningpost samenhangt. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Om deze reden nemen wij in ons accountantsverslag een beschouwing op over uw grondexploitatie.
Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht: De actualisatie van uw grondexploitaties is verwerkt in de jaarrekening 2022 Momenteel is sprake van twee lopende grondexploitaties, te weten Porseleinhaven en Nedervecht. De grondexploitaties hebben ultimo 2022 een (netto) boekwaarde van nihil. Dit komt omdat beide exploitaties verlieslatend zijn en er derhalve voorzieningen voor het verwachte verlies zijn getroffen.
312022007.23.282 - 12
Van het verloop van de boekwaarde in 2022 kan het volgende overzicht gemaakt worden: (bedragen x € 1.000) Boekwaarde 1-1-2022 Investeringen 2022 Boekwaarde 31-12-2022 Inschatting resultaat (eindwaarde) verlies Balanswaarde 31-12-2022 Voorziening resterende verlies
Porseleinhaven
Nedervecht
Totaal
8.705 351 9.056
1.909 42 1.951
10.614 393 11.007
9.250 -194
2.003 -52
11.253 -246
Voor beide complexen geldt dat het ingeschatte verlies groter is dan de boekwaarde per 31 december 2022. Omdat, op basis van het Bbv, een grondexploitatie niet “negatief” mag worden, is het verwachte verlies wat boven de boekwaarde uitkomt, totaal € 246.000, aan de creditzijde van de balans onder de voorzieningen opgenomen. De voorziening is in 2022 per saldo met € 698.000 toegenomen (Porseleinhaven € 718.000 toename en Nedervecht € 20.000 vrijval) op basis van de geactualiseerde grondexploitaties. Verbetering resultaat Nedervecht De resterende looptijd van het complex Nedervecht is naar verwachting van het college beperkt. Mogelijk kan in 2023 al tot afronding worden overgegaan. Door de beperkte resterende looptijd van de exploitatie, is het inzicht van het college in de nog te verrichten werkzaamheden daardoor scherp en kan een betrouwbare inschatting van de nog te maken kosten worden gemaakt. Deze zijn door het college ingeschat op circa € 53.000. Er worden geen opbrengsten meer verwacht. De raming voor de nog te maken kosten is ultimo 2022 met circa € 19.700 neerwaarts bijgesteld.
Dit heeft vooral te maken met het feit dat de exploitatie nagenoeg gereed is en door de voortgang de resterende posten, met name de plankosten, neerwaarts bijgesteld konden worden Het verwachte resultaat Porseleinhaven is verslechterd Voor het project Porseleinhaven levert de herziening een resultaatsverslechtering op van € 718.000 ten opzichte van vorig jaar. Het verwachte resultaat is, op basis van de actualisatie van de grondexploitatie, verslechterd door de verlenging van de looptijd van de exploitatie met 2 jaar tot 2027. Deze vertraging komt vooral door gerechtelijke procedures. Een gevolg hiervan is dat de plankosten, met name de kosten van het projectteam en de juridische kosten, naar verwachting hoger zullen uitvallen. Ook is sprake van kostenstijgingen als gevolg van de oplopende inflatie. Aan de opbrengstenkant heeft het college ingeschat dat de risico’s beperkt zijn op basis van de contractuele afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot de toekomstige grondoverdracht.
312022007.23.282 - 13
De hogere nog te maken kosten betekent dat het toekomstige resultaat nadelig beïnvloed wordt. Om die reden is de verliesvoorziening toegenomen. Wij adviseren u om hier in de komende actualisatie en tussentijdse informatievoorziening ook rekening mee te blijven houden. Wat wij momenteel wel breed zien in de praktijk is dat de geraamde kosten van investeringen momenteel niet toereikend zijn, omdat de vraag naar aannemers en het aanbod van bouwmaterialen momenteel voor aanzienlijke prijsstijgingen zorgt. Gelet op huidige ontwikkelingen in de aannemerswereld (schaarste aan mankracht en materiaal) is sprake van aanzienlijke kostenstijgingen die mogelijk gevolgen kunnen gaan hebben voor toekomstige waarderingen. Wij adviseren u de lopende exploitaties, met name die van Porseleinhaven, te blijven volgen, omdat de impact van de huidige ontwikkelingen in aannemersmarkt van invloed kunnen zijn op te maken keuzes.
Het zicht op de volwaardigheid van uw vorderingen is verbeterd
In de afgelopen jaren heeft het college het invorderingsbeleid geïntensiveerd. Daarmee is een beter beeld gekregen van de volwaardigheid van de openstaande vorderingen. Het openstaand saldo over 2022 en 2021 kan als volgt gespecificeerd worden: (bedragen x € 1.000) Openstaande vorderingen Voorziening voor oninbaarheid Balanswaarde vorderingen
2022 € 3.894 € 300 € 3.594
7,7 %
2021 € 4.848 € 417 € 4.431
8,6 %
De voorziening ultimo 2022 heeft voor € 125.000 betrekking op openstaande belastingdebiteuren en voor € 175.000 op overige debiteuren. In 2022 is voor een bedrag van € 336.000 afgeboekt in verband met oninbaarheid (2021: € 63.500). Op basis van een actuele inschatting van de volwaardigheid van uw openstaande vorderingen is in 2022 een bedrag van € 219.000 gestort. Het verscherpte debiteurenbeheer heeft tot gevolg gehad dat het college een beter inzicht in de volwaardigheid van de openstaande vorderingen heeft. Dat heeft er enerzijds toe geleid dat in 2022 voor een bedrag van € 336.000 is afgeboekt in verband met oninbaarheid (2021: € 63.500) ten laste van de getroffen voorziening. Op basis van een actuele inschatting van de volwaardigheid van uw openstaande vorderingen is in 2022 een bedrag van € 219.000 gestort. Wij adviseren u de volwaardigheid van de vorderingen te blijven volgen en, wanneer noodzakelijk, tijdig maatregelen te treffen als blijkt dat de huidige inschatting niet langer valide blijkt te zijn.
312022007.23.282 - 14
Actualisatie van beheerplannen in 2023 is van belang ter onderbouwing van te treffen onderhoudsvoorzieningen
Voor de dekking van kosten van groot onderhoud aan de gemeentelijke kapitaalgoederen, beschikt uw gemeente over diverse bestemmingsreserves. Uw gemeente heeft geen (egalisatie) voorzieningen gevormd voor groot onderhoud aan de kapitaalgoederen (zoals bijvoorbeeld gebouwen, wegen, kunstwerken, riolering et cetera). In 2015 heeft de commissie BBV zich over de vraag gebogen (vraag 2015.001) of het wenselijk is dat bestemmingsreserves gevormd worden ter dekking (egalisatie) van toekomstige onderhoudslasten, in het geval een actueel beheerplan ontbreekt. De commissie BBV is van mening dat, als actuele beheerplannen ontbreken, niet kan worden onderbouwd wat de benodigde omvang van een voorziening moet zijn. Dit is bij uw gemeente, in ieder geval tot en met 2022, het geval. Daarmee ontbreekt dan het inzicht in de mate waarin de doelstelling van egalisatie van lasten over meerdere begrotingsjaren wordt gerealiseerd. In dat geval, zo stelt de commissie BBV, wordt niet voldaan aan de vereisten om een voorziening voor groot onderhoud te vormen. In de praktijk blijkt bij veel gemeenten en gemeenschappelijke regelingen als alternatief dan een bestemmingsreserve gevormd te worden, zodat er dekkingsmiddelen zijn voor het uitvoeren van groot onderhoud. Dit is bij uw gemeente nu dus ook het geval (geweest).
Bij een bestemmingsreserve groot onderhoud wordt vanuit de verslaggevingsregels geen nadere onderbouwing afgedwongen inzake de omvang en afloop van de bestemmingsreserve (in tegenstelling tot voorzieningen). Het is hierbij aan de raad om de kaders en voorwaarden voor de bestemmingsreserve goed te omschrijven. Een bestemmingsreserve groot onderhoud kan echter, zo stelt de commissie BBV, nooit de functie van het egaliseren van onderhoudslasten over meerdere begrotingsjaren overnemen. Dit kan hooguit een tijdelijke situatie zijn gedurende de periode dat het beheerplan wordt geactualiseerd. Vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie is het overigens welke systematiek ook wordt gekozen door de raad - aan te raden altijd zorg te dragen voor actuele beheerplannen. Wij hebben begrepen dat uw college voornemens is om in 2023 stappen te maken en op basis van actuele beheerplannen (weer) onderhoudsvoorzieningen te treffen. Wij achten dit een goede zaak vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie. Op het moment dat deze getroffen worden zal ook bekend zijn of spaarbedrag wat nu in de bestemmingsreserves voor onderhoud is opgenomen, toereikend is. De eisen die aan beheerplannen worden gesteld en daarmee aan het treffen van voorzieningen, zijn hoog. Uitgangspunten en rekenprijzen moeten betrouwbaar kunnen worden ingeschat.
Een aandachtspunt daarbij is dat momenteel de prijs die u aan de markt moet betalen, wanneer u onderhoudsvoorzieningen treft, impact kan hebben op de jaarlijkse dotaties. Ook geeft het college in de jaarrekening aan dat “voor het fysieke domein er in 2022 verschillende onderhoudswerkzaamheden zijn gestagneerd”. Het is belangrijk om te blijven bewaken dat de uitvoering van uw onderhoudswerkzaamheden conform plan verloopt, zeker in de situatie wanneer de kosten van groot onderhoud uit een voorziening gedekt gaan worden.
312022007.23.282 - 15
Voorziening verlofsparen niet gevormd – deze zal de komende jaren mogelijk gevormd moeten worden
Medewerkers kunnen op basis van de CAO Gemeenten vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier volgens de Commissie BBV een voorziening voor gevormd te worden. De hoogte van deze voorziening hangt onder andere af van de mate waarin medewerkers gebruik gaan maken van deze regeling. In de jaarrekening 2022 heeft het college nog geen voorziening getroffen voor deze verplichting. De reden is dat de gemeente nog geen formeel beleid heeft opgesteld over de inzet van uren voor verlofsparen zodat er eind 2022 nog geen sprake was van een toewijsbaar aantal uren dat door medewerkers opzij is gezet voor verlofsparen. We hebben begrepen dat in de loop van 2023 meer duidelijkheid komt over de wijze waarop medewerkers verlof kunnen sparen en hoe dit vervolgens apart geadministreerd gaat worden.
Mogelijk dat, als het beleid wordt uitgevaardigd, dit in de komende jaren ertoe leidt dat het beroep op deze mogelijkheid vanuit uw medewerkers groter gaat worden. Wij adviseren u hier alert op te zijn en blijven, omdat dit niet alleen financiële gevolgen kan hebben (het treffen van een voorziening), maar ook kan betekenen dat verloftegoeden significant kunnen gaan toenemen, met als gevolg dat u (eerder) personeel moet gaan vervangen. Op het moment dat medewerkers het tegoed aan “verlofsparen” opnemen zal de voorziening voor het deel dat opgenomen wordt vrijvallen, waardoor budget beschikbaar komt om eventueel een vervanger aan te trekken. Voor de komende jaren adviseren wij u dit goed te blijven volgen en te analyseren, omdat enerzijds u de risico’s zult moeten voorzien, maar anderzijds geen sprake mag zijn van een arbeidskosten gerelateerde verplichting met gelijkblijvende omvang. De Commissie BBV adviseert hierbij om na te gaan of u in de toekomst mogelijk gebruik kunt maken van ervaringscijfers.
Voorziening pensioenen huidige en ex-wethouders is toegenomen
Tot en met 2021 werden de pensioenverplichtingen van voormalig wethouders ten laste van de exploitatie gebracht. Vanaf 2022 zijn de pensioenverplichtingen van de voormalig wethouders (terecht) ook in de voorziening opgenomen. Dit heeft in 2022 tot een (extra) storting van € 641.000 geleid, waarmee op basis van de huidige uitgangspunten de toekomstige verplichtingen gedekt kunnen worden. Van belang is om de toekomstige verplichting jaarlijks in te (blijven) schatten o.b.v. een actuariële berekening. Met name de rekenrente (een stijgende rekenrente betekent een lagere voorziening, een dalende rekenrente betekent een hogere voorziening) en het aantal (oud) wethouders zijn bepalend voor de noodzakelijke omvang van de voorziening. Om de voorziening te kunnen actualiseren dient het college jaarlijks zogenoemde actuariële berekeningen voor de toekomstige pensioenverplichting per (oud) wethouder te laten opstellen en op basis van deze berekeningen de omvang van de voorziening bepalen. 312022007.23.282 - 16
Voor zover wij hebben begrepen zal het college deze jaarlijks opvragen. Daarmee krijgt zij voldoende inzicht in de noodzakelijke omvang van de voorziening. Wij adviseren het college deze berekeningen op te vragen voordat de jaarrekening wordt opgesteld.
Onderzoek de kostentoerekening aan het product riolering
Op de balans is onder de voorzieningen de voorziening gemeentelijk rioleringsplan opgenomen. Deze voorziening heeft ultimo 2022 een saldo van € 6.661.000. De voorziening is opgenomen onder de “voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is”. Het jaarlijks resultaat op het product Riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening, waardoor eventueel overtollige middelen beschikbaar blijven (gesloten systeem) voor het beheer aan het rioolstelsel. Ons valt op dat in de afgelopen jaren stelselmatig sprake is van een overschot op het product Riolering en dat derhalve de voorziening in omvang toeneemt. In de volgende tabel (bedragen x € 1.000) hebben wij dit weergegeven: Jaar
2019
Stand voorziening 1-1 boekjaar 5.000
1.013
10
Stand voorziening 31-12 boekjaar 6.002
2020
6.002
417
10
6.410
2021
6.410
44
10
6.443
2022
6.443
228
10
6.661
Toevoegingen
Onttrekkingen
De jaarlijkse onttrekking betreft de bijdrage voor de straatreiniging. In de Notitie Lokale heffingen (april 2021) heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan dat er extracomptabel moet worden aangetoond dat de middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is binnen een redelijke termijn worden ingezet ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd. Wij adviseren u te onderzoeken wat de oorzaak van het oplopen van de voorziening is en aan te tonen of het beschikbare saldo de komende jaren ingezet zal worden voor het beheer aan uw rioolstelsel.
Onzekerheden sociaal domein
Zorg in natura Jeugd en WMO Het college is voor het vaststellen van de getrouwheid en rechtmatigheid van de geleverde zorg en de daadwerkelijke levering (mede) afhankelijk van de controle-informatie van zorgaanbieders. De gemeente heeft aan de zorgaanbieders een productieoverzicht gevraagd en, als de productie een bepaald bedrag overschrijdt, een controleverklaring van de externe accountant van de zorgaanbieder over de rechtmatigheid van de in totaal in rekening gebrachte lasten door de desbetreffende zorgaanbieder op basis van het landelijk controleprotocol. Daarnaast heeft uw gemeente voor een aantal grote aanbieders waarvoor nog geen productieverantwoording en/of goedkeurende controleverklaring was verkregen zelf onderzoek verricht om de levering van de zorg alsnog zeker te maken. De totale onzekerheid hebben wij per de datum van dit rapport bepaald op maximaal € 454.000. Een onzekerheid betekent niet dat een bedrag in de jaarrekening fout is of dat er lasten voor dit bedrag gaan komen. De lasten zitten 312022007.23.282 - 17
terecht in de jaarrekening 2022, alleen is het op dit moment niet met voldoende zekerheid te zeggen of deze lasten getrouw en rechtmatig zijn of heeft het vanuit controleperspectief geen toegevoegde waarde meer om de exacte omvang van de onzekerheid te onderzoeken, wanneer duidelijk is (zie ook onze opmerking bij de Pgb’s) dat de totale onzekerheid nooit meer materieel kan zijn. De door ons genoemde onzekerheden zijn dan ook maximale bedragen en zullen, wanneer wij hier meer controlewerkzaamheden aan verrichten, alleen maar lager worden. Onzekerheden Pgb’s (Wmo en Jeugdzorg) Bij de controle op de Persoonsgebonden budgetten (Pgb’s) voor de Wmo en de Jeugdwet is het van belang om de rechtmatigheid van de lasten vast te stellen. Uw gemeente kent de Pgb’s toe voor jeugdzorg en Wmo. De Pgb-bestedingen zijn door uw gemeente (verplicht) belegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft een controleverklaring met beperking bij de verantwoordingen 2022 verstrekt vanwege diverse rechtmatigheidsafwijkingen. De Auditdienst SVB controleert niet de prestatielevering die ten grondslag dient te liggen aan de Pgb's, omdat de SVB niet op prestatielevering toetst. Daarom dient de gemeente zelfstandig onderzoek naar de prestatielevering uit te voeren, bijvoorbeeld aan de hand van de BADO-notitie "PGB-verantwoording/controle door gemeenten" d.d.
13 maart 2018, om vast te stellen dat er daadwerkelijk prestaties aan de Pgb's ten grondslag liggen. Uw college heeft een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb’s niet uitgevoerd voor 2022. Het totaal van de Pgbbestedingen van € 598.000 hebben wij daarom als onzekerheid aangemerkt in het kader van zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid, omdat de prestatielevering niet kon worden vastgesteld. Onzekerheden lasten via de Regio Gooi & Vechtstreek Belangrijke (administratieve) onderdelen van de WMO en Jeugdwet worden voor uw gemeente door de Regio Gooi- en Vechtstreek (hierna: de Regio) uitgevoerd. De Regio heeft op 28 april 2023 de eindverantwoording 2022 aan uw gemeente verstrekt over de bestedingen. Bij deze verantwoording is een controleverklaring opgenomen dat de in deze verantwoording opgenomen bedragen (in materiële zin) zijn verantwoord in overeenstemming met de tussen uw gemeente en de Regio gemaakte afspraken. Er is door de accountant een bedrag als onzeker aangemerkt van € 32.000 als gevolg van enkele aspecten waar de accountant van de Regio nog onvoldoende informatie kon verkrijgen om de uitgaven goed te keuren. Dit bedrag hebben wij ook meegewogen als onzekerheid in onze oordeelsvorming. De onzekerheden passen ruimschoots binnen de daarvoor geldende marges.
De eindverantwoording van de Regio was dit jaar weer ruim twee weken eerder in uw bezit dan vorig jaar. Daarmee is het tijdspad weer als in het précoronatijdperk.
Europese aanbestedingen: rechtmatigheidsfouten van in totaal € 951.000 / € 1.041.000
Het normenkader voor de rechtmatigheidscontrole bevat onder andere de Europese aanbestedingswetgeving. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aan de hand van een door uw gemeente uitgevoerde crediteurenanalyse (spendanalyse) gecontroleerd of de Europese aanbestedingswetgeving gedurende het boekjaar 2022 is nageleefd. Uit de uitgevoerde (interne) controlewerkzaamheden voor de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn 312022007.23.282 - 18
onrechtmatigheden vastgesteld voor een bedrag van € 1.041.000. De fouten hebben betrekking op contracten welke in voorgaande jaren Europees aanbesteed hadden moeten worden, maar in 2022 (of daarna) nog doorlopen of verlengd zijn of uitgaven waar geen contract aan ten grondslag ligt, maar waar uw gemeente al geruime tijd leveringen en diensten afneemt van derden. Gelet op de omvang van dit bedrag heeft deze rechtmatigheidsfout tezamen met de afwijking op het gebied van begrotingsrechtmatigheid (de kredietoverschrijdingen) effect op de strekking van de controleverklaring. Vorig jaar was nog sprake van een rechtmatigheidsfout van € 840.000 en het jaar daarvoor van € 644.000. Hieruit blijkt dat de afwijking in de afgelopen jaren steeds iets oploopt. Wij vragen u daarom blijvend aandacht voor de interne beheersing rondom het aanbestedingsproces, met als doel de onrechtmatigheden in het kader van Europees aanbesteden naar beneden te brengen.
Begrotingsoverschrijdingen op programma’s werken niet door in ons rechtmatigheidsoordeel. Met betrekking tot de kredieten is sprake van een fout van € 51.200 welke doorwerkt in ons oordeel
Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2022, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. In totaal heeft uw gemeente, exclusief toevoegingen aan de reserves, € 57,3 miljoen aan lasten begroot na wijziging, tegenover € 56,6 miljoen aan werkelijke lasten in 2022. Inclusief toevoegingen aan de reserves is heeft u € 58,6 miljoen aan lasten geraamd tegenover € 58,4 gerealiseerd. Ten opzichte van de begroting zijn de lasten op totaalniveau derhalve niet hoger uitgevallen. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij sprake is van een overschrijding op de volgende programma’s:
312022007.23.282 - 19
Bij de diverse programma’s is een analyse opgenomen van de begrotingsafwijkingen. Kortheidshalve verwijzen wij hiernaar. Uit deze analyses blijkt dat de overschrijdingen gecompenseerd worden door (hogere) baten, passend zijn binnen bestaand beleid ofwel niet eerder dan bij het opmaken van de jaarrekening bekend konden zijn. Wij hebben de analyse en toelichting die het college gegeven heeft gevalideerd en kunnen ons verenigen met haar standpunten. De overschrijdingen werken daarom niet door in ons rechtmatigheidsoordeel. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze hebben zich in 2022, zoals het college aangeeft, voor een totaalbedrag van € 51.200 voorgedaan, die als afwijking doorwerkt in ons rechtmatigheidsoordeel.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2022 van € 216.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. 312022007.23.282 - 20
Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT-plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in het Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2022 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2022 stelden wij verder vast dat geen sprake was van (zichtbare) interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2023 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2022 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken.
Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt (zoals in uw geval bij verantwoording via de jaarrekening), is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2022 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij hebben deze tabel in hoofdstuk 6 van dit accountantsverslag opgenomen. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en de door de gemeenteraad vastgestelde aandachtspunten jaarrekeningcontrole 2022). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn.
312022007.23.282 - 21
M&O-beleid inzake de Wet Inburgering 2021 niet formeel vastgesteld
Op 1 januari 2022 is het nieuwe inburgeringsstelsel ingegaan waarin de Wet Inburgering 2021 wordt uitgevoerd door uw gemeente. Van uw gemeente wordt verwacht dat, in aanvulling op het bestaande M&O-beleid, specifiek aandacht wordt besteed aan de Wet Inburgering 2021. Van de externe accountant wordt verwacht dat zij de opzet van het M&O-beleid van de gemeente inzake de Wet Inburgering controleert of het toereikend is. Wij hebben vastgesteld dat uw gemeente over een M&O-beleid beschikt. Er is echter geen sprake van een formeel vastgesteld M&O-beleid specifiek voor de Wet Inburgering 2021.
312022007.23.282 - 22
4.
Interne beheersing
312022007.23.282 - 23
4. Interne beheersing Uw administratieve organisatie en interne beheersing moet op onderdelen worden verbeterd
In voorgaande accountantsrapportages is stil gestaan bij de inrichting van uw administratieve organisatie en interne beheersomgeving en zijn adviezen gegeven om deze, ook in de aanloop naar de rechtmatigheidsverantwoording, te verbeteren. Wij merken in de gesprekken die wij hierover voeren en de documenten die hieraan ten grondslag liggen, dat hier weliswaar aandacht voor is binnen de gemeentelijke organisatie, maar dat de noodzakelijke progressie in het licht van actuele ontwikkelingen zoals de rechtmatigheidsverantwoording, nog in ontwikkeling is en verder vorm dient te worden gegeven. Naast verbetermogelijkheden in de financiële processen, doelen wij hiermee ook – met name - op uw instrumentarium en de wijze waarop nu vormgegeven wordt aan de interne beheersing. We merken op dat, met name veroorzaakt door druk op de personele capaciteit, er in de breedte onvoldoende progressie is in de verbetering van de primaire processen en dat aanbevelingen vanuit de verbijzonderde interne controle en vanuit de accountantscontrole nauwelijks opvolging krijgen. Dit leidt ertoe dat veel van de bevindingen en aanbevelingen van vorig jaar, ook dit jaar nog niet zijn opgevolgd.
De capaciteit wordt vooral ingezet op de dienstverlening aan de burgers, waardoor aandacht voor procesverbetering en interne controle in de eerste en tweede lijn minder aanwezig is, en ook eigenaarschap voor bijvoorbeeld de jaarlijkse actualisatie van processen ontbreekt vanuit de eerste lijn. Door het uitvoeren van gegevensgerichte verbijzonderde interne controles (VIC) wordt u achteraf geïnformeerd over de kwaliteit van de interne beheersing. Op deze wijze krijgt u een wel beeld of er getrouw en rechtmatig gehandeld is, maar doordat deze controles achteraf plaatsvinden, heeft dit tot gevolg dat uw organisatie niet tijdig kan bijsturen en dat daardoor het proces van jaarafsluiting en het opstellen van de jaarrekening een langdurig en kostbaar ad hoc proces is, waar nog veel achteraf uitgezocht en gecorrigeerd moet worden. Wij zijn er echt van overtuigd dat u veel meer meerwaarde uit uw interne beheersing kunt halen, wanneer het bewustzijn van de dingen die gedaan worden toenemen, in plaats van dat er alleen maar vinkjes worden gezet. Aandachtspunten die wij u mee willen geven voor de verdere kwaliteitsverbetering zijn houden verband met de volgende onderwerpen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Opstellen c.q. actualiseren van procesbeschrijvingen (jaarlijks) Uitvoeren lijncontroles (incl. documentatie) Uitwerken risicoanalyse (inclusief frauderisico’s) Opstellen intern controleplan Tijdig uitvoeren van geplande interne controles
Bij de evaluatie 2022 en het maken van werkafspraken 2023 zullen wij hier nader over spreken met uw college en de ambtelijke organisatie.
312022007.23.282 - 24
Invoering rechtmatigheidsverantwoording
In de meicirculaire 2018 (en de daarna verschenen informatie en besluiten) heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna ministerie BZK) aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2023 het college een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Tot en met de jaarrekening 2022 geeft de accountant bij de jaarrekening van uw gemeente een controleverklaring af, met daarin een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Dat tweede oordeel, de rechtmatigheid, verdwijnt vanaf de jaarrekening 2023. Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 109, juni 2022) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2023. Inmiddels is duidelijk dat dit ook het definitieve invoeringsjaar is. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het college in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. Vanaf het verslagjaar 2023 moet het college zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf Bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het college worden gegeven.
In onze managementletter over het jaar 2022, maar ook in de managementletter 2021 en het accountantsverslag 2021, zijn wij ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeente betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪
Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een model tekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het college zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het college. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgeteld.
▪
In de paragraaf Bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en de maatregelen die het college neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad. De gemeenteraad zou bijvoorbeeld kunnen bepalen dat deze afwijkingen door het college moeten worden vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering. Door deze laatste afwijkingen in de paragraaf Bedrijfsvoering te rapporteren, informeert het college de gemeenteraad over de kwaliteit van de interne beheersing en de uitkomsten daarvan. Meer hierover kunt u ook lezen in de Notitie Bedrijfsvoering van de commissie BBV.
▪
Een belangrijke wijziging met betrekking tot het normenkader is dat vanaf 2023, het normenkader expliciet door de gemeenteraad moet worden vastgesteld.
312022007.23.282 - 25
▪
De commissie BBV heeft inmiddels de herziene kadernota uitgebracht (hierna Kadernota rechtmatigheid 2023), waarin zij haar visie geeft over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. Het doel is uiteindelijk dat de gemeente zelfstandig de in de Kadernota rechtmatigheid 2023 benoemde rechtmatigheidscriteria (het begrotingscriterium, het M&O-criterium en het voorwaardencriterium) afdekt. In paragraaf 1.4 van de Kadernota rechtmatigheid 2023 is een tiental stellige uitspraken gedaan en zijn zeven aanbevelingen gedaan. Deze worden in de Kadernota rechtmatigheid 2023 verder uitgewerkt. Deze stellige uitspraken en aanbevelingen kunnen u helpen bij de verdere implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording binnen uw gemeente. Een aantal van deze stellige uitspraken en aanbevelingen willen wij graag (nogmaals) onder uw aandacht: o De kadernota 2023 introduceert het begrip ‘onduidelijkheden’. Dit begrip geeft aan dat er situaties zijn waarin het ook voor het college niet duidelijk is of er rechtmatig gehandeld is. Deze moeten dan worden toegelicht en worden gewogen door het college. o In de Kadernota wordt ook ingegaan op de toepassing van tolerantiegrenzen, afwijkingen en de weging hiervan. Deze begrippen zijn vooral van belang voor uw intern controleplan.
▪
De commissie adviseert ook fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf Bedrijfsvoering. Hierover heeft de commissie BBV in de Notitie Bedrijfsvoering meer geschreven.
▪
De invoering betekent eveneens dat de verordeningen 212, 213 en het normenkader moeten worden geactualiseerd. U heeft inmiddels zowel een nieuwe financiële verordening als een nieuwe controleverordening laten vaststellen door de raad die vanaf 2023 gelden. Ook moeten afspraken worden gemaakt of herzien met de accountant. Hierbij moet u vooral denken aan de scope van de interne controle (getrouwheid versus rechtmatigheid), de documentatie van de uitgevoerde interne controles en de planning van de interne controle. Het, nog op te stellen, intern controleplan, de daarin opgenomen risicoanalyse, de tijdige uitvoering van de geplande interne controles en de evaluatie van de uitkomsten daarvan, zijn belangrijke randvoorwaarden om in 2024 een rechtmatigheidsverantwoording op te kunnen stellen met betrekking tot boekjaar 2023.
▪
Bij aan derden uitbestede werkzaamheden is het belangrijk als gemeente zelf zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid. De wijze waarop dat kan is in de Kadernota uitgewerkt. Voor uw gemeente geldt dit vooral voor de transactiestromen die via Ferm Werk lopen.
Het is belangrijk dat op korte termijn de noodzakelijke vervolgstappen gezet worden. De belangrijkste treft u in de volgende tabel aan.
312022007.23.282 - 26
Stappen in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording 2023
(in concept) Gereed
Onderhanden
Voorbereiden besluitvorming gemeenteraad (verantwoordingsgrens, rapporteringsgrens en normenkader) Uitwerking rechtmatigheidscriteria Het opstellen van een intern controleplan 2023 In kaart brengen relevante wet- en regelgeving en het doorvertalen naar een zichtbaar uitgewerkt toetsingskader Uitvoeren risicoanalyse inclusief risico’s ten aanzien van de financiële verslaggeving en rechtmatigheid (wat kan er misgaan en wat is de impact hiervan). Aanpassen van de verordeningen 212 en 213 (naar de rechtmatigheidsverantwoording) Relevante beheersmaatregelen identificeren en kritisch beoordelen van de processen Bepalen van gegevensgerichte detailcontroles (afdekken restrisico) en actualiseren van werkprogramma’s.